Melkwegstelsel - Nieuwsarchief
Fotomozaïek van het centrum de Melkweg
24 oktober 2012


De kleurenmozaïekfoto, van het centrale deel van de Melkweg, is opgebouwd uit duizenden afzonderlijke opnamen
samen 108.200 bij 81.500 pixels (beeldpunten) groot ofwel bijna 9 miljard pixels - dit is duizend keer meer dan bij
foto's van een gemiddelde digitale camera en genoeg voor een mooie scherpe poster van negen bij zeven meter.

De mozaïek is gemaakt door de VISTA infrarood-surveytelescoop van de ESO,
de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de berg Paranal in het noorden van Chili.

Deze telescoop maakt opnamen in het nabij-infrarood, dit is een golflengtegebied dat net buiten
het (rode) bereik van het menselijk oog ligt. De telescoop kan door de stofwolken heen kijken.

Vista Telescoop
Vista telescoop

De opnamen van de VISTA zijn door astronomen gebruikt om een catalogus van sterren van dit gedeelte
van de Melkweg, het centrum is meer dan 25.000 lichtjaar van de aarde verwijderd, samen te stellen.

Er is van minstens 84 miljoen afzonderlijke sterren kleur en helderheid opgemeten,
dit zijn tien keer meer sterren dan uit gegevens van eerdere onderzoeken bleek.

Van deze gegevens is een kleur-helderheidsdiagram gemaakt, waarin de helderheid en
de bijbehorende kleur (kleur geeft temperatuur aan) van de sterren tegen elkaar worden uitgezet.
Dit diagram kan worden gebruikt om verschillende eigenschappen
van sterren te onderzoeken, bijvoorbeeld: temperatuur, massa en leeftijd.

Uit de nieuwe gegevens blijkt dat zich in dit deel van de Melkweg een groot aantal zwakke, rode dwergsterren bevinden.

Centrum Melkweg2
Centrum Melkweg, boven in het midden, gemaakt door Vista

Centrum Melkweg1
Het centrum, rood vierkant, uitvergroot
Sagitarius - boogschutter en Scorpius - schorpioen



Grote gasring om de Melkweg ontdekt
27 september 2012


Met de Chandra röntgentelescoop is een heel grote ring (halo) van gas om onze Melkweg ontdekt.
Sterrenkundigen dachten al langere tijd dat er een gaswolk bestond alleen was het niet duidelijk hoe groot het was.

De ring is een paar honderdduizend lichtjaren groot en zou net zoveel massa hebben als alle sterren in de Melkweg bij elkaar. Sterrenkundigen gaan de dichtheid van het gas bereken, dit is waarschijnlijk niet erg hoog, anders was het gas wel eerder ontdekt.

Uit eerder onderzoek van het Chandra röntgenobservatorium, ESA's Newton Space Observatory en de Japanse Suzuka-satelliet
wordt de warmte van de gasring verder uitgezocht, die ligt ongeveer tussen de 1 en 2,5 miljoen graden Kelvin.
Dat is een paar honderd keer warmer dan onze zon.

Gasring om Melkweg
Gasring om Melkweg

Op de opname is het hete gas blauw, links onder de Melkweg zie je de SMC en de LMC,
de kleine en grote Magelhaense Wolk, twee kleine satelliet sterrenstelsels van de Melkweg.
De ontdekking van de gasring kan ons misschien ook helpen met de zoektocht naar baryonen (protonen en neutronen),
want de massa van atomen bestaat grotendeels uit baryonen. Deze zijn aanwezig in ongeveer 99 procent
van alle massa in ons universum, maar we weten niet waar precies dit zich bevindt.

Minder dan de helft van de baryonen bevindt zich in sterren en planeten, de rest van de baryonen waarschijnlijk in grote gasnevels, maar dat is nog nooit bewezen. De gaswolk kan betekenen dat de baryonen ontdekt zijn.

Uit metingen aan heel verre sterrenstelsels kan men zien dat er in het vroege heelal veel meer baryonen waren.
Deze zouden dus in de moeilijk waarneembare gaswolken van sterrenstelsels kunnen zitten.



Nieuwe bolvormige sterrenhopen in onze Melkweg
19 oktober 2011


De VISTA-telescoop neemt het heelal waar op infrarode golflengten, daardoor kan ze door de absorberende stofwolken in
ons Melkwegstelsel heen kijken en heeft in het centrale deel van ons Melkwegstelsel, twee nieuwe bolvormige sterrenhopen ontdekt.

De bolvormige sterrenhopen, waarvan er nu 160 zijn ontdekt, zijn de oudste objecten in ons Melkwegstelsel.
Ze bestaan uit minstens tienduizenden en vaak zelfs honderdduizenden afzonderlijke sterren.

VISTA heeft in het centrale deel van ons Melkwegstelsel ook al een aantal open sterrenhopen ontdekt,
dit zijn lossere verzamelingen van tientallen tot honderden jonge sterren.

De open sterrenhoop, VVV CL003, bevindt zich gezien vanaf de aarde op ongeveer 15.000 lichtjaar
achter het midden van ons Melkwegstelsel.




Diamanten planeet ontdekt
26 augustus 2011


Astronauten hebben op ongeveer 4000 lichtjaar van de aarde een bijzondere planeet ontdekt die uit kristalachtig
koolstof-diamant bestaat. De planeet is ongeveer vijf keer groter dan de aarde.

De afstand tussen de ster en de planeet is 600.000 kilometer.
De neutronenster draait meer dan tienduizend keer per minuut om zijn as. De planeet draait in 2 uur en 10 minuten een baan om de al eerder ontdekte neutronenster J1719-1438 heen.
Uit onderzoek aan de ster werd ontdekt dat de ster energiepulsen afgaf die iets verstoord waren.
Dit betekende dat zich in de buurt van de ster nog een object bevond.

Aan de hand van de pulsen konden de onderzoekers uit rekenen hoe ver weg de diamanten planeet,
zich moest bevinden en om de massa te berekenen.

De planeet is hooguit vijf keer zo groot als de aarde, maar zwaarder dan Jupiter. De diamanten planeet is zo goed
als zeker een overblijfsel van een witte dwerg, waarvan de kern voornamelijk uit zuurstof- en koolstofatomen bestaat.

Door de invloed van de energierijke straling van de neutronenster moet de witte dwerg (nu de planeet) het overgrote deel
van zijn massa zijn verloren. Wat overblijft is een bol van zuurstof en koolstof met een zeer grote dichtheid, ruim voldoende
om de koolstofatomen samen te persen tot diamant, met een veel grotere dichtheid dan de diamanten op aarde.

De diamanten planeet is een restant is van een massieve ster. Een object met de massa van onze zon heeft
zich ontwikkeld tot een object met de massa van een planeet.




Jongste exoplaneet ontdekt
1 maart 2010


De jongste exoplaneet is ongeveer 35 miljoen jaar oud, zesmaal zo zwaar
als Jupiter en draait op kleine afstand om de jonge ster BD+20 1790.
De op één na jongste exoplaneet is ongeveer 100 miljoen jaar oud.

Door deze ontdekking kan meer kennis over het beginstadium van planeetvorming
worden verkregen, want veel informatie is er nog niet. Jonge sterren laten veel
(magnetische) activiteit zien in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden,
waardoor de aanwezigheid van een eventuele planeet moeilijk is vast te stellen.


Jongste exoplaneet

Toch is het gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren
die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van
de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, zijn aanzienlijk ouder.



Kepler ontdekt zijn eerste planeten
7 januari 2010


Tijdens de eerste zes onderzoeksweken heeft Kepler zijn eerste vijf planeten ontdekt.
De gegevens zijn vanaf maart 2009 verzameld, waarbij naar regelmatige
veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren werd gekeken.

De eerste vijf planeten zijn veel groter dan de aarde.
Eén is ongeveer zo groot als Neptunus, de andere vier als Jupiter.


Kepler ontdekt eerste vijf planeten

Ze bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster, zijn zeer heet 2200 tot
3000 graden Fahrenheit en draaien in 3,3 tot 4,9 dagen om hun as.
De planeten heten Kepler 4b, 5b, 6b, 7b and 8b.
Met deze ontdekking staat sinds januari 2010 de teller op 424 exoplaneten.



Exoplaneet met veel water ontdekt
16 december 2009



Bij een niet al te grote ster, GJ 1214 in het sterrenbeeld Slangendrager,
is een exoplaneet, GJ 1214b, ontdekt die mogelijk water bevat.

De doorsnede van de exoplaneet is 2,7 keer die van de aarde, haar gewicht
is 6,6 keer zwaarder en ze staat op een afstand van op 42 lichtjaar.
De exoplaneet valt in de categorie tussen de aarde en Jupiter of Saturnus.


Aarde en GJ 1214b

Volgens de ontdekkers kan GJ 1214b voor meer dan de helft uit water bestaan, en de atmosfeer
uit waterstof en helium. De atmosfeer is heet, omdat er bijna geen licht op het oppervlak komt.

De oppervlaktetemperatuur zou tussen de 280 en 120 graden zijn.
Mogelijk bestaat een deel van het water uit ijs.


Om het object te vinden, hebben de astronomen 8 kleine telescopen moeten gebruiken.
GJ 1214b viel op tussen 2.000 uitgekozen dwergsterren doordat zich in de helderheid van
de moederster eens in de 1,6 dagen een kleine verzwakking voordeed en het licht van de ster
gedurende 52 minuten van de omlooptijd van 38 uur met 1,3 procent verminderde.
Dit duidt erop dat er een planeet voor de ster langs trekt.

Er zijn in totaal al 412 planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt.



Melkwegcentrum in beeld gebracht
20 november 2009


Spitzer, Chandra en Hubble Space Telescope, drie ruimtetelescopen van de NASA,
hebben ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde
opnamen gemaakt van het midden van ons Melkwegstelsel.


Centrum melkwegstelsel

Van de opnamen in het infrarood, röntgen en zichtbaar licht is één gedetailleerde afbeelding
samengesteld. In het Melkwegstelsel bevinden zich verschillende stervorminggebieden,
waar sterren geboren worden, jonge hete sterren, oude koele sterren en
stellaire zwart gaten zijn, en ook de hete omgeving van het bijna 4 miljoen zonsmassa's
zware zwarte gat (Sagittarius A) dat zich in het centrum schuilhoudt.



De Melkweg draait sneller en is zwaarder
12 januari 2009


De aarde draait met een snelheid van 965.000 kilometer per uur om het centrum van de Melkweg.
Eerst ging men er vanuit dat we een snelheid van 750.000 km per uur bereikten.
Met behulp van heldere stervormingsgebieden is de nieuwe snelheid gemeten, dit betekent ook dat
de Melkweg veel zwaarder is dan gedacht. De massa van ons sterrenstelsel is dus 50 procent hoger.

Door de nieuwe afstands- en snelheidsmetingen te combineren vonden de astronomen
een nieuw gewicht voor onze Melkweg: zo'n 700 miljard keer zo zwaar als onze zon.
Massa en snelheid zijn via zwaartekracht aan elkaar gekoppeld, en daarom
betekent een zwaarder sterrenstelsel ook een sneller sterrenstelsel.


Centrum van onze Melkweg

Het sterrenstelsel Andromeda is dus niet veel groter dan de Melkweg, maar ongeveer even groot en neemt
de kans op een botsing met het Andromedastelsel of kleinere sterrenstelsels in de buurt toe.
Ons zonnestelsel bevindt zich op een afstand van bijna 28.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg.

In ons universum zijn ongeveer 100 miljard sterrenstelsels. Door naar hun helderheid en beweging
te kijken, kunnen we afleiden hoe zwaar de stelsels zijn, en hoeveel sterren er ongeveer in zitten.
Van sommige nabije sterrenstelsels weten we meer dan over onze eigen Melkweg. Dat komt doordat we
daar zelf middenin zitten, en het moeilijk is om overzicht te krijgen van wat er in ons stelsel aanwezig is.

De onderzoekers ontdekten ook dat de Melkweg waarschijnlijk niet twee, maar vier spiraalarmen heeft.
Twee van die armen zitten vol met volwassen sterren zoals onze zon, terwijl de andere twee
bijna geheel uit gas en stof bestaan. Hoe dit komt weet men nog niet.

De binnendelen van de Melkweg heeft twee symmetrische spiraalarmen, die zich uitstrekken tot
de buitendelen van de Melkweg, daar waaieren ze in vier grote spiraalarmen uiteen, plus enkele kleinere
zijtakken. Het is de eerste keer dat de spiraalarmen over hun gehele lengte in kaart zijn gebracht.


Hubble maakt mozaiekopname van de Melkweg

Van februari tot juni 2008 heeft de Hubble Space Telescope meer dan tweeduizend opnamen
gemaakt van het centrum van ons Melkwegstelsel. Op het mozaïek van opnamen is
een nieuwe groep van zware sterren ontdekt en structuren van heet, geïoniseerd gas
dat in de binnenste 300 lichtjaar van ons sterrenstelsel wervelt.

De Melkweg bestaat uit twee delen: een centrale bolvormige verdikking met een lange balkvormige
structuur van sterren en een omringende, afgeplatte schijf. Deze schijf wordt overheerst door
een aantal spiraalarmen, die de plaats van actieve stervorming aangeven.
Het licht van de vele jonge en hete sterren veroorzaken de helderheid van de spiraalarmen.



Zwart gat in onze Melkweg
11 december 2008


In het centrum van onse Melkweg bevindt zich een zwart gat, Sagittarius A,
(Boogschutter A) en is ongeveer vier miljoen keer zo zwaar als onze zon.

Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, staat op een afstand van 27.000 lichtjaar van de aarde.
Astronomen uit een aantal landen hebben met behulp van telescopen in Chili de bewegingen
van 28 sterren, die om het centrum van ons melkwegstelsel draaien, gedurende 16 jaar in de gaten
gehouden.Deze langdurige studie heeft het bewijs geleverd dat superzware zwarte gaten bestaan.
Een zwart gat is een bijzonder hemellichaam, waaruit geen licht of materie kan ontsnappen.

In 1992 is het onderzoek naar de stellaire baanbewegingen van de sterren begonnen met
de New Technology Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.
De laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan met één van de vier telescopen
die de Very Large Telescope, VLT, van ESO vormen.


Zwart gat in onze Melkweg

De opname is gemaakt door de VLT, er zijn blauwe, hete gebieden naast
rode sterren te zien, die als rode gaswolken oplichten.
De sterren die zijn gevolgd bevinden zich in het midden van de opname.

De binnenste 22 sterren vormen een zwerm en draaien in willekeurige banen om het zwarte gat.
De buitenste zes sterren volgen banen die in hetzelfde vlak liggen, zoals de planeetbanen
van ons zonnestelsel. De overgang tussen de twee groepen sterren ligt op ongeveer
een lichtmaand afstand, dit is 800 miljard kilometer van Sagittarius A.

Door verdere waarnemingen, waarbij de vier telescopen van de VLT als interferometer worden gebruikt,
wil men onderzoeken hoe deze sterren zijn ontstaan en in hun omloopbaan terecht zijn gekomen.

Een van de sterren die gevolgd werd, de S2, beweegt zich zo snel
dat deze tijdens het onderzoek een rondje maakte rond het zwarte gat.



Bijzondere neutronenster in de Melkweg ontdekt
28 september 2008


Met de SWIFT-satelliet is een bron, SWIFT J195509+261406, ontdekt die eerst als gammaflits
in het verre heelal werd gezien, maar daarna activiteiten vertoonde waarvan men vermoed
dat het om een nieuw soort neutronenster gaat, de magnetar, in onze eigen Melkweg.

Na eerst gammastraling te laten zien vertoonde SWIFT J195509+261406 drie dagen lang
optisch vuurwerk, gevolgd door een periode van elf dagen van nabij-infrarode missie.
Er werden acht telescopen gebruikt, waaronder SWIFT-satelliet ( NASA),
XMM-Newton (ESA) en Very Large Telescope (ESO) in Chili.

Magnetars zijn jonge neutronensterren met een heel hoog magnetisch veld, die zich
tientallen jaren lang rustig kunnen houden. Waarschijnlijk vormen zij een groot aantal
in de Melkweg, ook al zijn er pas twaalf gevonden. Volgens sommige theorieën ontwikkelen
de hoog-energetische magnetars zich tot objecten die radiostraling uitzenden, zoals pulsars,
maar tot nu toe is er geen enkele bron gevonden waarbij dit gebeurd.
SWIFT J195509+261406 is het eerste object dat hiervoor in aanmerking komt.


Neutronenster in de Melkweg

Tot nu toe werden magnetars onderverdeeld in twee soorten: de Soft gamma-ray repeaters (SGR's),
deze objecten zenden gammastraling uit en Anomalous X-ray pulsars (AXP's), deze objecten
zijn anders dan normale pulsars en vertonen geen SGR kenmerken.

Vervolgwaarnemingen op röntgen- en optische golflengten moeten definitief uitwijzen
of SWIFT J195509+261406 inderdaad een nieuw type neutronenster is tussen
de SGR's/AXP's en de geïsoleerde, donkere neutronensterren in.
Een ander alternatief is dat het hier een ultracompacte röntgendubbelster betreft,
waarin een lichte ster en een neutronenster in een zeer dichte baan om elkaar heen draaien.



Melkwegstelsel heeft twee grote spiraalarmen
5 juni 2008


Waarnemingen met de Spitzer Space Telescope laten een ander beeld van de structuur
van de Melkweg zien. Het blijkt dat de Melkweg slechts twee belangrijke spiraalarmen heeft en
twee minder belangrijke spiraalarmen, hierdoor is het een normaal spiraalsterrenstelsel geworden.

Men ging ervan uit dat de Melkweg vier belangrijke spiraalarmen zou hebben,
terwijl de meeste grote spiraalstelsels er twee hebben.

Na onderzoek in de jaren '50 werd het bestaan aangetoond van drie spiraalarmen van hete sterren.
Deze werden genoemd naar de sterrenbeelden waarin hun bestaan voor het eerst werd aangetoond:
Perseus, Orion en Sagittarius. Vervolg onderzoek in de jaren '60 en '70 waarbij men gebruik maakte
van radio-astronomie, om de vorm van de spiraalarmen te achterhalen, bleek dat de Melkweg uit
vier spiraalarmen bestaat, namelijk Norma, Scutum-Centaurus, Sagittarius en Perseus.

De zon bevindt zich in de onvolledige spiraalarm van Orion, die zich uitstrekt tussen de Sagittarius en Perseus.
In de jaren '80 en '90 heeft men nog enkele onvolledige spiraalarmen ontdekt, waaronder een zwakke
buitenste arm en verschillende zwakke ringen van sterren, die rondom de Melkweg gewikkeld zijn.

Begin juni 2008 is de ontdekking van een aanvullende spiraalarm bekend gemaakt, de 3 kpc-arm.
Het bestaan van een onvolledige spiraalarm met deze naam was al bekend, maar nu heeft men
ook het ontbrekende deel van de arm ontdekt.


Melkweg en spiraalarmen

De minder belangrijke spiraalarmen van de Melkweg hebben veel minder heldere sterren dan men dacht,
het zijn kleine concentraties van gaswolken en jonge sterren. Dit zijn de Sagittarius-, Norma- en 3 kpc-armen.
De twee andere belangrijke spiraalarmen, Scutum-Centaurus en Perseus, blijken juist veel belangrijker te zijn.

Scutum-Centaurus en Perseus zijn volwaardige spiraalarmen, met veel jonge sterren en rode reuzen.
De twee grote spiraalarmen beginnen aan de uiteinden van de centrale balk, een langgerekte
structuur van voornamelijk oude sterren in het centrum van het melkwegstelsel.
De aanwezigheid van die balk werd pas in de jaren negentig ontdekt.

De metingen aan de sterdichtheden van de spiraalarmen werden samengevoegd op een nieuw
Melkwegmozaiek (ongeveer een derde van de Melkwegband) van honderdduizenden infraroodfoto's,
waarop Spitzer in totaal meer dan honderd miljoen sterren vastlegde ook stervormingsgebieden, ijle bellen en
schillen, stofwolken, supernova-restanten en moleculaire wolken waarin onder andere koolwaterstof voorkomt.


Infraroodopname Melkweg

Infrarode golflengten kijken door absorberende stofwolken heen, zodat de structuur van het Melkwegstelsel
beter opvalt dan in zichtbaar licht. Spitzer keek tot afstanden van ongeveer zestigduizend lichtjaar,
ver voorbij het centrum van het Melkwegstelsel.



Supernova's in het Melkwegstelsel
10 april 2008


Op eerder opnamen van de infraroodsatelliet Spitzer Space Telescope zijn op korte afstand
van elkaar, twee sterrenclusters ontdekt in het centrale midden van de Melkweg,
waarin elke paar duizend jaar een supernova-explosie plaatsvindt.

Deze sterren worden rode superreuzen genoemd en vormen meestal het laatste stadium in het leven
van massieve sterren. De twee nieuwe clusters bevatten ongeveer 40 rode superreuzen,
dit is 20% van het totale aantal rode superreuzen die op in de Melkweg bekend zijn.

Uit vervolgwaarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï blijkt dat het om sterrenhopen gaat
op ongeveer 20.000 lichtjaar afstand van de aarde, aan het uiteinde van de balkvormige structuur
die zich in het centrum van het Melkwegstelsel bevindt.

De sterrenhopen staan slechts 800 lichtjaar uit elkaar, en hebben leeftijden van 12 en 17 miljoen jaar.
De eerste cluster bevat 14 rode superreuzen, de tweede heeft er 26.


Melkwegstelsel met namen

De superreuzen zijn de directe voorlopers van supernova-explosies.
Volgens de onderzoekers kan er elk moment weer zo'n sterexplosie plaatsvinden.
De twee sterrenclusters zijn vermoedelijk ontstaan door de wisselwerking
tussen de centrale balk en de schijf van het Melkwegstelsel.



Protoplaneet waargenomen
6 april 2008


Astronomen hebben mogelijk voor het eerst een zeer jonge planeet bij een andere ster gefotografeerd.
Dit blijkt uit de verspreiding van materiaal in de stofschijf rondom de jonge ster AB Aurigae.

Een foto van deze stofschijf laat enkele verdichtingen van materiaal zien, naast een gebied die arm aan stof lijkt te zijn.
In het midden van deze regio bevindt zich een klein en helder object, vermoedelijk het ontstaan van een rotsachtige planeet.

Een test-telescoop van de Amerikaanse luchtmacht maakte de foto. Deze telescoop maakt gebruik van
een speciale camera die in 2010 gemonteerd zal worden op de 8-meter Gemini South Telescope.

De ontdekking geeft mogelijk duidelijkheid over de manier waarop een planetenstelsel kan ontstaan,
vanuit een dikke gas- en stofschijf, waarin afzonderlijke grote objecten voorkomen, in een zeer dunne schijf.


Protoplaneet AB Aurigae

Met behulp van radiotelescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen weer een zeer jonge planeet
ontdekt, die zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is.
De afstand tot de moederster bedraagt het dubbele van de afstand tussen Neptunus en de zon.

Deze ster bevindt zich op een afstand van 520 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld Stier (Taurus).
De stofschijf rondom HL Taurus is uitzonderlijk helder en massief en
vormt een ideale plaats om te zoeken naar planeten-in-wording.
Nu is een tweede planeet-in-wording binnen een week ontdekt na de eerste planeet-in-wording.


Protoplaneet aangegeven met een b

Met de radiotelescopen is vastgesteld dat deze stofschijf heel veel brokstukjes ter grootte
van kiezelstenen heeft, dat duidt erop dat hier al sprake is van een samenklonteringsproces.
De bol van gas en stof zal uiteindelijk veranderen in een planeet ter grootte van Jupiter.

De ontdekking werd bij toeval gedaan bij de bestudering van de omgeving rond de ster HL Tauri.



Methaan op exoplaneet
20 maart 2008


De onderzoekers ontdekten met behulp van de Hubble Space Telescope voor het eerst methaan
in de atmosfeer van een planeet buiten ons zonnestelsel. De planeet met het formaat van Jupiter
is waarschijnlijk te heet, ongeveer 900 graden, om leven mogelijk te maken.

De organische verbinding methaan is gevonden in de atmosfeer van de planeet HD 189733b bij
de ster, HD 189733, op een afstand van ongeveer 63 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld het Vosje.

De waarnemingen met de spectrometer van de Hubble hebben ook nog bevestigd dat de atmosfeer
van HD 189733b water bevat, dit was vorig jaar ontdekt met de infraroodsatelliet Spitzer.
De exoplaneet draait in een krappe baan met een omlooptijd van twee dagen om zijn ster.


Ster HD 189733

De ster op de foto (in het midden) bevindt zich in het linker deel van het sterrenstelsel Nebula Messier 27.

Methaan, dat bestaat uit waterstof en koolstof, is de simpelste organische verbinding.
Het komt in veel atmosferen van ons zonnestelsel voor, zoals in die van Mars en de aarde.
Methaan wordt op de aarde door een groot aantal processen, o.a. biologische, geproduceerd.
Termieten, moerassen en vee zijn natuurlijke producenten van methaan.
Het is een bestanddelen van aardgas en een broeikasgas wat tot milieuproblemen kan leiden.

Onder bepaalde omstandigheden kan methaan een rol spelen bij chemische reacties
die nodig zijn voor het ontstaan van leven. De ontdekking geldt als een belangrijke stap
bij het verkennen van nieuwe werelden waar mogelijk leven voorkomt.



Jongste exoplaneet ontdekt
5 januari 2008


De exoplaneet, TW Hydrae b, die bij een zonachtige ster is aangetroffen is de jongste tot nu toe.
Door deze ontdekking wordt duidelijk dat het ontstaan van gasplaneten plaats vindt door het instorten
van verdichtingen in de protoplanetaire schijf i.p.v. het condenseren rondom een vaste kern.
De leeftijd van de exoplaneet wordt geschat op 8 tot 10 miljoen jaar.

Eerdere exoplaneten waren niet jonger dan 100 miljoen jaar. De aarde is 4,5 miljard jaar oud.
De schijf is waarschijnlijk nog steeds bezig met het vormen van nieuwe werelden.
De exoplaneet bevindt zich op een afstand van 180 lichtjaar tot de aarde,
in de richting van het sterrenbeeld Waterslang, Hydra.


Planeetvorming

De ontdekking laat zien dat een gasplaneet binnen tien miljoen jaar kan ontstaan,
nog voordat de schijf zijn gas verliest als gevolg van stellaire winden en straling.
TW Hydrae b is tien keer zo zwaar als Jupiter, een zwaargewicht onder de planeten en
bevindt zich in het grensgebied tussen een supermassieve planeet en een kleine bruine dwerg.

Uit de kleine, regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd van
de exoplaneet 3,56 dagen is en zijn afstand tot de ster ongeveer zes miljoen kilometer.



Exoplaneten bij Gliese 581 bewoonbaar?
15 december 2007


Uit onderzoek blijkt dat twee planeten Gliese 581c en Gliese 581d, uit het planetenstelsel
bij ster Gliese 581, die vermoedelijk rotsachtig van aard zijn, zich in de leefbare zone van
hun zwakke rode dwergster bevinden, waar zich vloeibaar water aan het oppervlak kan bevinden.

Er zijn bijna 250 exoplaneten, die rondom andere sterren draaien bekend.
De meeste hiervan zijn Jupiterachtige gasreuzen, waarvan bovendien een groot deel
op bijzonder korte afstand tot de moederster staan. De laatste jaren hebben astronomen
een aantal planeten ontdekt met minder dan 10 aardmassa's, super-aardes genoemd.

In april 2007 werd de ontdekking bekend gemaakt van twee nieuwe planeten met een massa
van respectievelijk 5 en 8 aardes bij Gliese 581, een zwakke ster uit de M-klasse (een rode dwerg).


Gliese 581c en de aarde

Met nieuwe telescopen zal het mogelijk zijn om de juiste eigenschappen van deze planeten
te bepalen, waaronder de en atmosferische samenstelling.
Dan is men beter in staat om de bewoonbaarheid van een planeet te achterhalen.

Gliese 581c en Gliese 581d zullen belangrijke doelen zijn voor toekomstige missies
om aardachtige planeten te zoeken, zoals een gezamenlijke missie
van ESA's Darwin en NASA's Terrestrial Planet Finder.
De Darwin/TPF zal het mogelijk moeten maken om de atmosferische eigenschappen te bepalen.



Atmosfeer van exoplaneet waargenomen
5 december 2007


Met behulp van de Hubby-Eberly Telescope is de atmosfeer waargenomen van een planeet bij
de ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en zwaarder is dan Jupiter, beweegt
vanaf de aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn moederster langs.


Hubby-Eberly Telescope

Tijdens de passage schijnt een klein deel van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de atmosfeer
van de planeet heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van deze atmosfeer te bepalen.
In juli maakten sterrenkundigen bekend dat ze met de infraroodsatelliet Spitzer waterdamp in de atmosfeer
van de exoplaneet hadden ontdekt, daar is nu het element natrium aan toegevoegd.

Het betreft de eerste waarneming van atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde.
Eerdere waarnemingen vonden vanuit de ruimte plaats.



Planeetvorming in de Plejaden
15 november 2007


In de Plejaden, het Zevengesternte, de bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier,
zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten die op de aarde lijken.

Astronomen ontdekten grote hoeveelheden warm stof rond de ster HD23514, één van de zwakkere sterren
in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk afkomstig van de onderlinge botsing van grotere protoplaneten.


Plejaden met ster HD 23514 (rode pijl)

De enorme hoeveelheden stof die hierdoor zijn ontstaan kunnen in de slotfase een planetenstelsel vormen.
Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons eigen zonnestelsel hebben plaatsgevonden
en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de maan. De ontdekking werd gedaan met een
gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North Telescope op Mauna Kea, Hawaï.

De Plejaden bevinden zich op een afstand van ongeveer vierhonderd lichtjaar en zijn ongeveer honderd
miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop kan planeetvorming op gang zijn gekomen.
Het warme stof bij de jonge ster HD23514, die veel op de zon lijkt, bevindt zich in een gebied
dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons eigen zonnestelsel.



Vijfde planeet ontdekt bij ster 55 Cancri
7 november 2007


Astronomen hebben rond de ster 55 Cancri een vijfde planeet ontdekt.
Net als de vier eerder ontdekte planeten is de vijfde planeet op indirecte wijze opgespoord.
De planeet is ontdekt met de Doppler techniek. Door haar zwaartekracht, trekt de planeet
aan haar begeleidende ster, waardoor deze een beetje van plaats verschuift.

Deze beweging kan door de moderne telescopen worden waargenomen.
Hieruit kan men dan indirect de aanwezigheid van begeleiders bij een ster aantonen.

De planeet is ongeveer 45 keer zo zwaar als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri.
De ster bevindt zich 41 lichtjaar van ons vandaan en heeft bijna dezelfde massa en leeftijd als onze zon.
De zonachtige ster 55 Cancri is wat ouder, koeler en lichtzwakker dan onze zon
en bevindt in de richting van het sterrenbeeld Kreeft.


Exoplaneet bij ster 55 Cancri

Hij bevindt zich in de leefbare zone, de gordel om de ster waar de temperatuur geschikt
is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. De afstand tot 55 Cancri bedraagt 116,7 miljoen km
(onze aarde staat 150 miljoen km van de zon).
Waarschijnlijk heeft de planeet geen vast oppervlak, qua samenstelling en uiterlijk lijkt zij op Saturnus.

Of er manen om de planeet draaien, is niet bekend. Het bijzondere aan het planetenstelsel
van 55 Cancri is, dat er veel planeten zijn, maar ook dat de meeste in cirkelbanen om hun ster draaien.
Ze vallen alle vijf in de categorie reuzenplaneten of gasreuzen.

Drie staan zeer dicht bij hun moederster en één op een veel grotere afstand.
De kleinste (en binnenste) heeft een vergelijkbare massa als Neptunus, draait in 3 dagen rond de ster
en de grootste (en buitenste) vier keer zwaarder is dan Jupiter, draait in 14 jaar rond.



Zwart gat met recordmassa
1 november 2007


Astronomen hebben met de Chandra X-ray Observatory en de Swift een zwart gat met een recordmassa
ontdekt in het nabije dwergsterrenstelsel IC 10 op een afstand van 1,8 miljoen lichtjaar van de aarde.
Het stellaire gat heeft een massa van 24 tot 33 keer de zon, is kilometers breed en verbreekt daarmee
het oude record van enkele weken geleden, want toen maakten sterrenkundigen de ontdekking
van een stellair zwart gat met een massa van 16 zonnen in het sterrenstelsel M33 bekend.

Stellaire gaten ontstaan als een ster met een explosie sterft. Als de ster zwaar genoeg is kan
een zwart gat overblijven. Dit is een zwaar compact object, dat zo'n grote aantrekkingskracht
heeft dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen.


Enorm zwart gat

Belangrijk is dat er een hete ster om het zwarte gat heen draait, die materie overdraagt.
Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij röntgenstraling uit, omdat de ster
vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes bedekt, waardoor
de röntgenhelderheid daalt, kan zijn omlooptijd worden vastgesteld.

Er zijn ook superzware zwarte gaten, die op een andere manier ontstaan en miljoenen keren
groter zijn dan de stellaire zwarte gaten. Maar een middelgroot zwart gat, is nog nooit gevonden.



HIFI gaat water zoeken in het heelal
13 september 2007


Het Nederlandse ruimteonderzoeksinstituut SRON ontwikkelde HeterodyneInstrument for the
Far Infrared, HIFI en is klaar om ingebouwd te worden in de ruimtetelescoop Herschel van de ESA.

Vanaf een punt op anderhalf miljoen kilometer van de aarde gaat Nederlandse ruimtetechnologie
de aanwezigheid van water in kaart brengen in de verste uithoeken van het heelal.
De lancering is gepland in de tweede helft (juli) van volgend jaar. Herschel wordt
met zijn spiegeldoorsnede van 3,5 meter de grootste telescoop in de ruimte.

HIFI gaat als één van de drie wetenschappelijke instrumenten op Herschel straling analyseren uit het
heelal met een golflengte tussen infrarood en radiostraling in. Waarnemingen in dit golflengtegebied
zijn echter belangrijk omdat veel koele objecten in het heelal alleen hierin waarneembaar zijn.
Ook veel atomen en moleculen verraden zich via hun spectraallijnen in dit golflengtegebied.

Zo kunnen astronomen allerlei eigenschappen daarvan te weten komen, zoals hun chemische
samenstelling, temperatuur en snelheid. Ook watermoleculen, die in vele processen in het heelal
een sleutelrol vervullen, hebben spectraallijnen in dit deel van het elektromagnetische spectrum.

Omdat deze straling alleen vanuit de ruimte goed is te bestuderen en HIFI het eerste instrument is
dat dit gaat doen, zijn de verwachtingen hooggespannen. HIFI zal vooral veel leren over de aanwezigheid
van moleculen in het heelal. Een belangrijk zichtbaar molecuul is water. Veel astronomen zien de
aanwezigheid van water als een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van leven in het heelal.
Onderzoek met HIFI gaat wereldwijd veel informatie opleveren over het ontstaan van en planeten.


HIFI

Tot aan de lancering van Herschel volgt nog een traject van samenbouw met de satelliet en vooral testen.
Dat gebeurt onder andere op de triltafel en in de Large Space Simulator van ESTEC, waar Herschel en HIFI
blootgesteld worden aan het geweld dat bij lancering optreedt en aan de omstandigheden in de ruimte.

De ontwikkeling van HIFI heeft meer dan 15 jaar geduurd. Het is het meest complexe en kostbaarste
ruimtevaartproject dat ooit onder Nederlandse leiding gebouwd is. De kosten, rond de 200 miljoen euro,
zijn gedurende de ontwikkelingstijd bijeengebracht door de 23 instituten, waaronder NASA en uit 11
verschillende landen die aan de bouw van HIFI hebben meegewerkt.
Nederland heeft ongeveer 60 miljoen euro bijgedragen.

HIFI is geen instrument dat zoals de Hubble Space Telescope, fraaie opnamen van hemellichamen maakt.
Hij splitst de ontvangen straling uiteen tot een spectrum dat gedetailleerd wordt geanalyseerd.
Het grootste deel van HIFI bevindt zich in een reusachtige thermosfles met 220 liter supervloeibaar helium.
Die zorgt ervoor dat het instrument een constante temperatuur heeft van slechts enkele graden boven
het absolute nulpunt en niet overstraald wordt door de warmte van de satelliet en het instrument zelf.



Superholte in heelal ontdekt met doorsnede van een miljard lichtjaar
26 augustus 2007


Op ongeveer acht miljard lichtjaar afstand van de zoals de aarde is een gigantische holte in het heelal
ontdekt, in de richting van het sterrenbeeld Eridanus, ten zuidwesten van Orion.
Het gaat om een gebied met een doorsnede van ongeveer een miljard lichtjaar
waarin vrijwel geen normale materie zoals sterrenstelsels en gas voorkomen.

Ook bevat de superholte geen grote hoeveelheden intergalactisch gas of donkere materie.
Het bestaan van zulke enorm uitgestrekte lege gebieden is moeilijk te verklaren
met de huidige theorieën over de ontwikkeling van het heelal.
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat het heelal vol zit met leegtes,
maar nog nooit is er zo'n grote leegte ontdekt.


Superholte in heelal

De ligging van de superholte aan de hemel komt overeen met een relatief koel gebied in
de hemelkaart van de kosmische achtergrondstraling. Deze WMAP Cold Spot, genoemd
naar de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe waarmee de achtergrondstraling in kaart
is gebracht, ontstaat waarschijnlijk doordat fotonen van de achtergrondstraling
een beetje energie verliezen tijdens hun lange reis door het lege gebied.

Data van een radiotelescoop en een satellietmissie toonde aan dat het aantal
sterrenstelsels flink daalde in de buurt van het sterrenbeeld Eridanus, ook is
het gebied blauw op de kaart van de kosmische achtergrondstraling.
De achtergrondstraling vanuit Eridanus is koeler dan vanuit de andere sterrenbeelden.



LISA Pathfinder
9 augustus 2007


ESA en NASA gaan samen werken aan de LISA Pathfinder, Laser Interferometer Space Antenna,
deze moet als één van de eerste zwaartekrachtgolven gaan onderzoeken.

Zwaartekrachtgolven zijn zeer kleine verstoringen in de ruimtetijd, deze zwaartekrachtgolven ontstaan
door bijvoorbeeld een klein dubbelstersysteem van twee neutronensterren in ons melkwegstelsel en veroorzaken
volgens de theorie variaties van de afstand tussen de testmassa's in de orde van een paar duizendste nanometer.

Dit is de voorspelde Einsteins relativiteitstheorie, maar ze zijn nog nooit waargenomen.
Onderzoekers gaan dat nu onderzoeken door zeer kleine verschillen te meten in de afstand
tussen testmassa's die op vijf miljoen kilometer van elkaar vliegen.
De testmassa's bevinden zich in een opstelling van drie satellieten.


LISA Pathfinder

Deze ruimtesonde moet ze vanuit een baan om de zon gaan onderzoeken met behulp van moderne technologieën.
Het ontwikkelen van de LISA Pathfinder begon in 2002 en de ruimtesonde moet rond 2010 gelanceerd worden
is de voorloper van de Laser Interferometer Space Antenna, LISA, die omstreeks 2017
de ruimte in moet gaan en ook om onder andere de ruimte-interferometrietechnieken te laten zien.



Op exoplaneet Gliese 581c is misschien water
14 juni 2007


De kans dat er op de exoplaneet Gliese 581c vloeibaar water en leven is wordt groter, omdat de temperatuur gunstig is.
In april 2007 werd de ontdekking van deze aardachtige exoplaneet bekend gemaakt.
De exoplaneet draait om de ster Gliese 581 en bevat mogelijk vloeibaar water en misschien leven.

Tijdens zes weken onderzoek met de Canadese satelliet MOST blijkt dat de rode dwergster Gliese 581 vrijwel
geen variaties in helderheid laat zien. Er zijn geen flinke pieken en dalen.
Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en energierijke uitbarstingen, wat ongunstig is voor
de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet, deze bezwaren lijken bij ster Gliese 581 niet op te gaan.
Waarmee nog niet gezegd is dat er op de exoplaneet Gliese 581c inderdaad iets leeft.


Exoplaneet Gliese 581c en rode dwergster Gliese 581

Het onderzoek geeft ook aan, dat de ster vrij oud is en zich al geruime tijd op deze plek bevindt.
Mogelijk hebben de exoplaneten rondom deze ster een leeftijd van enkele miljarden jaren, waardoor eventueel leven zich
misschien verder heeft ontwikkeld. Op aarde duurde het ongeveer 3,5 miljard jaar voordat leven zich complex ging ontwikkelen.



Andromedastelsel laat melkwegstelsel verdwijnen
15 mei 2007


Door de uitdijing van het heelal beweegt bijna ieder sterrenstelsel van ons af, alleen het Andromedastelsel of M31
beweegt met een snelheid van 120 kilometer per seconde naar ons toe.
Uiteindelijk zullen het melkwegstelsel en het Andromedastelsel over ongeveer 2 miljard jaar met elkaar in botsing komen,
maar het zal geen frontale botsing worden en wat gebeurt er met de zon en aarde?


Melkwegstelsel


Andromedastelsel

Bij de eerste dichte nadering van het Andromedastelsel zal de melkweg geheel uiteenvallen.
We krijgen dan een bolvormig centraal deel te zien van een elliptische sterrenstelsel, het bekende zijaanzicht
van ons melkwegstelsel tijdens donkere nachten aan de hemel zal dan niet meer te zien zijn.

Beide sterrenstelsels zullen eerst over 2 miljard jaar een aantal rondjes om elkaar heen draaien.
Er is een kans van 12% dat het zonnestelsel de melkweg wordt uitgeslingerd en deel uit gaat maken van
een lange getijdenstroom of een kleine kans, 3%, dat het zonnestelsel deel uitmaakt van Andromeda.

Bij het ontstaan van het zonnestelsel 4.7 miljard jaar geleden, was de afstand tussen de melkweg
en Andromeda 4,2 miljoen lichtjaar. Deze afstand is nu 2.6 miljoen lichtjaar.



Aardachtige exoplaneet ontdekt
25 april 2007


Europese wetenschappers hebben buiten ons zonnestelsel een planeet ontdekt die op de aarde lijkt, vermoedelijk met een
gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 40 graden Celsius, op het rotsachtige hemellichaam zou dus water (leven) kunnen zijn.
Maar het kan ook zijn dat deze exoplaneet voornamelijk uit gas bestaat en op Uranus of Neptunus lijkt.

De nieuwe planeet is anderhalve keer groter dan de aarde en is ongeveer drie tot vijf keer massiever en krijgt
de naam Gliese 581 C, vernoemd naar de ster Gliese 581, dit is een rode dwergster in het sterrenbeeld Weegschaal
op een afstand van 20,5 lichtjaar bij ons vandaan.

Gliese 581 C is de kleinste exoplaneet die tot nu toe is ontdekt.
De planeet draait vijftien keer dichter om zijn ster dan de aarde om de zon. Een jaar op Gliese 581 C
duurt maar 13 aardse dagen (rondje om zijn ster), de afstand tot Gliese 581 is minder dan elf miljoen kilometer.

In ons zonnestelsel is het op die afstand gloeiend heet, maar Gliese 581 is een rode dwergster en straalt veel minder warmte uit dan onze zon.
Twee jaar geleden werd heel dicht bij deze ster al een gasplaneet (Jupiter) ontdekt met een massa van ruim 15 keer die van de aarde
en er zijn ook tekenen van een derde planeet met een massa van 8 keer die van de aarde, maar deze ligt buiten de leefbare zone.
Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is in de leefbare zone van een ster.
Sinds 1995 zijn buiten ons zonnestelsel 227 planeten ontdekt. De meesten zijn gasreuzen (Jupiter) waar geen leven is.


Ster Gliese 581

Computermodellen voorspellen dat paneet Gliese 581 C of een rotsachtige planeet is (zoals de aarde) of een waterwereld
en is ontdekt met behulp van een telescoop van het European Southern Observatory (ESO) in Chili, met de gevoelige spectrograaf
(het HARP instrument) op de 3,6-meter telescoop. Zelf kunnen de astronomen de ster niet zien.
Voor hun ontdekking gebruikten zij een zeer gevoelig instrument dat kleine schommelingen meet in de snelheid van de ster,
veroorzaakt door de zwaartekracht van een planeet, met de wiebel-techniek werd de grootte en massa van de planeet bepaald.
Een ster wordt heel vaak beïnvloed door de zwaartekracht van een naburige planeet.

Zonder water geen leven, maar ook uitbarstingen van sterrenvlammen kunnen dat onmogelijk maken.
Die sterrenvlammen kunnen juist bij een rode ster veel voorkomen.

Planeten zijn, als ze dichtbij een ster staan, vaak met één zijde naar hun ster gekeerd.
Dan kan één kant heel koud zijn en een andere heel heet, dit zorgt voor rare effecten.
Het duurt nog wel een jaar of tien voor er meer duidelijk wordt over de planeet bij ster Gliese 581.
Want daar zijn nieuwe satellieten en technieken voor nodig.



Water ontdekt op exoplaneet
10 april 2007


Astronomen hebben voor het eerst de aanwezigheid van water aangetoond in de atmosfeer van een exoplaneet bij een andere ster
dan de zon. Het is geen vloeibare vorm, maar waterdamp in de atmosfeer van de exoplaneet HD209458b rond de ster HD209458.

Deze Jupiter-achtige reuzenplaneet, ontdekt in 1999, draait in een kleine omloopbaan op een afstand van
7 miljoen kilometer rond de ster. Tot de aarde is de afstand 150 lichtjaar.
Vanaf de aarde zien we de baan van opzij, waardoor de exoplaneet elke paar dagen voor de ster langs beweegt.


Water ontdekt op exoplaneet HD209458b

Het water werd ontdekt toen de planeet voor de ster langs draaide. Vanaf de aarde kunnen wij dit niet visueel zien,
omdat de planeet daarvoor te klein en te lichtzwak is, maar we zien wel de spectra van de ster en de exoplaneet.
Wanneer de exoplaneet voor de ster langs draait, versterkt de waterdamp in de atmosfeer het infrarode licht van de ster.
Het infrarode licht wordt naar de aarde gestuurd, wat dan een afdruk van de waterdamp laat zien.

Ook al bestaat de atmosfeer van de exoplaneet uit water, leven zoals wij dat kennen is onmogelijk op HD209458b.
De exoplaneet verliest ook iedere seconde 10.000 ton gas door de hitte en aantrekkingskracht van de ster.



Rosetta maakt opname van Mars, melkweg en planetoïde Lutetia
28 januari 2007


De ruimtesonde Rosetta heeft mooie foto's gemaakt van Mars, de melkweg en de planetoïde Lutetia.
De Europese ruimtesonde, die in 2014 aankomt bij de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko,
fotografeerde gedurende 36 uur de verschillende objecten met de OSIRIS
(Optical, Spectroscopic and Infrared Remote Imaging System) camera.


Planetoïde Lutetia

Rosetta begon met het fotograferen van de planetoïde op 2 januari 2007.
Lutetia bevond zich op een afstand van 245 miljoen kilometer bij de ruimtesonde vandaan.
De planetoïde is één van de twee onderzoeksobjecten van Rosetta tijdens de reis naar de komeet 67P.
De andere planetoïde is 2867 Steins, deze wordt in september 2008 onderzocht, Lutetia pas in 2010.


Rosetta maakt opname van Mars en melkweg

Op 3 december 2006 een mooie foto gemaakt van Mars (boven het midden) en de melkweg,
Mars is overbelicht is, waardoor de planeet omringd wordt door een halo.

Tijdens de nadering van Mars zal de zwaartekracht op 25 februari, flyby, gebruikt worden om
Rosetta af te remmen, in november van dit jaar zal dat nog eens bij de aarde gebeuren.
Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid te geven.



Vijf nieuwe exoplaneten ontdekt
4 oktober 2006


De Hubble Space Telescopeheeft vijf exoplaneten ontdekt, die tot een nieuwe klasse van
Ultra-Hete Jupiters behoren, Ultra Short Period Planets of USPP's.
De vijf exoplaneten bevinden zich in de centrale midden van onze melkweg,
op een afstand van 26.000 lichtjaar.
In het centrum van de melkweg heeft men ook nog elf gewone exoplaneten gevonden.


Nieuwe exoplaneten (kleine rondjes)

Er zijn al meer dan 200 exoplaneten ontdekt, de meeste bevinden zich op een afstand van
enkele duizenden lichtjaren van de zon en door de ontdekking van deze zestien planeten
op grote afstand, kan men een betere schatting maken van het totaal aantal planeten in de melkweg.
Als je de zestien exoplaneten naar de gehele melkweg omrekent, kom je uit op
zes miljard exoplaneten, die ongeveer de massa van Jupiter hebben.

De exoplaneten draaien zo snel om hun ster, dat hun omlooptijd korter is dan een dag, ongeveer 10 uur.
De onderzoekers vonden de planeten door afwijkingen te meten in de lichtsterkte van de sterren
waar zij omheen draaien. De kortste omlooptijd die tot nu toe was vastgesteld bedroeg 1,2 tot 2,5 dagen.

De meeste bekende exoplaneten bestaan uit gas en hebben ongeveer de omvang van Jupiter.
Ze staan alleen veel dichter bij hun ster dan Jupiter bij de zon en zijn dus veel heter.
Dat geldt ook voor de nu ontdekte exoplaneten, die echter afwijken door hun hele korte omlooptijd.



Drie exoplaneten ontdekt die op Neptunus lijken
19 mei 2006


Europese astronomen hebben met de 3,6 meter telescoop in La Silla op Chili, drie nieuwe exoplaneten en
een planetoïdengordel ontdekt rond de ster HD 69803, deze ster is vanuit het zuidelijk halfrond nog net
zichtbaar met het blote oog, op een afstand van 41 lichtjaar bij de aarde vandaan, in het sterrenbeeld Puppis.
De planetoïdengordel is met de Spitzer Space Telescope, infraroodsatelliet, waargenomen.

De binnenste planeet is waarschijnlijk rotsachtig, terwijl de buitenste van de drie, de eerste planeet is,
die het meest op Neptunus lijkt en zich in de leefbare zone rond de ster bevindt.
Onze aarde bevindt zich in de leefbare zone rond onze zon.

De leefbare zone is de zone waarin water in vloeibare vorm aangetroffen zou kunnen worden
op het oppervlak van een planeet. Venus en Mars vallen er net buiten.


Ster met de drie planeten

De astronomen bestudeerden de ster gedurende meer dan twee jaar.
Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen, het bestaan ervan wordt afgeleid uit kleine, regelmatige
verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830, die duiden erop dat de ster heen en weer wordt
getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden van 8,67, 31,6 en 197 dagen.

De drie exoplaneten bevinden zich dichter bij de ster, dan de aarde bij onze zon.
Hun massa's zijn minimaal 10, 12 en 18 keer de massa van de aarde.

Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1995 zijn er al ongeveer 180 planeten gevonden rondom
andere sterren. Meer dan 40 van deze exoplaneten liggen in systemen die bestaan uit twee of meer planeten.

De buitenste planeet heeft waarschijnlijk een rotsachtige kern heeft en een waterige laag eromheen,
maar de planeet heeft waarschijnlijk een dikke gasachtige atmosfeer. Op het water ontstaat dan een hoge druk,
waardoor de temperatuur op kan lopen tot boven de 1.000 Kelvin. Hierdoor is leven bijna onmogelijk.



Eenvoudige techniek neemt exoplaneet waar
18 mei 2006


Een team van professionele en amateur-astronomen, die met behulp van eenvoudige apparatuur werkt,
heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord.
Het gaat om planeet XO-1b, ter grootte van Jupiter, die in 4 dagen rond een zonachtige ster draait.


XO-1b, Exoplaneet

XO-1b bevindt zich op een afstand van 650 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Corona Borealis.
Bij elke overgang van XO-1b dooft het licht van de ster met zo'n 2%, XO-1b is de tiende exoplaneet,
die werd gevonden met de transit-methode, deze methode neemt waar, als een planeet in een baan rond een ster,
de helderheid van de ster vermindert, wanneer de planeet voor de ster schuift.

De vermindering van de helderheid is klein, maar groot genoeg om waarneembaar te zijn hier op aarde.
De ontdekte planeet is tot XO-1b omgedoopt en beweegt zich rond de ster XO-1, ook wel bekend als
GSC 02041-01657, deze ster lijkt veel op onze eigen zon.
De massa van XO-1b is ongeveer 0,9 Jupitermassa's en de doorsnede ligt tussen 170.000 en 200.000 kilometer.

Het team maakt gebruik van de geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker,
die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere standaardcomponenten bestaat.
Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in de gaten gehouden,
om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige helderheidsveranderingen vertonen.


XO-telescoop



Dubbele helixachtige nevel gevonden
15 maart 2006


Met de Spitzer Space Telescopezijn opnamen gemaakt van een gasnevel in de buurt van het centrum van
het melkwegstelsel, de dubbele helix heeft een lengte van 80 lichtjaar en lijkt erg op de vorm een DNA-molecule.

De nevel bevindt zich op ongeveer 300 lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in het centrum van
het melkwegstelsel en heeft zijn vorm te danken aan een sterk magnetisch veld dat vast zit aan
de schijf van hete materie, die het zwarte gat omringd.


Dubbele helixnevel

Deze schijf draait eenmaal in de 10.000 jaar in het rond
daarbij worden zijn magnetische veldlijnen als elastiekjes opgewonden.

We zien eigenlijk twee gaszuilen die om elkaar lopen, zoiets heeft nog niemand gezien.
De meeste nevels zijn of spiraalstelsels vol met sterren of een vormloze samenklontering, bestaande uit gas en stof.
De aarde bevindt zich op een afstand van 25.000 lichtjaar bij het zwarte gat vandaan.



Ons Melkwegstelsel en Andromedanevel zijn op vergelijkbare wijze ontstaan
28 februari 2006


Waarnemingen met de Keck-2 telescoop, van de bewegingen en metaalgehaltes van tienduizend sterren in de Andromedanevel
duiden erop dat dit nabije sterrenstelsel ongeveer dezelfde voorgeschiedenis heeft als ons eigen melkwegstelsel.

Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel, de halo waar zich minder sterren bevinden,
van de Andromedanevel metaalarm zijn, dit betekent dat ze weinig elementen zwaarder dan helium bevatten.

Dat is enigszins verrassend, omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo
van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren.


Andromedanevel

Sterren die zich dichter in het centrum van de Andromedanevel bewegen, zijn van latere datum en metaalrijker.
Met metalen bedoelen sterrenkundigen alle elementen zwaarder dan helium, ook al zijn veel van die elementen
scheikundig gezien helemaal geen metalen (zuurstof, stikstof, silicium).

Doordat beide sterrenstelsels in dit opzicht veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op vergelijkbare wijze zijn ontstaan.
Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo's van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot
vier miljard jaar na de oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben ingevangen.

Zowel de Andromedanevel als ons melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer
tweehonderd kleinere sterrenstelsels en sterren van oorspronkelijke melkwegstelsels hebben opgeslokt.



Wegvliegende sterren
27 januari 2006


Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer twee sterren ontdekt die zo snel door het melkwegstelsel
bewegen dat ze uiteindelijk de ruimte, buiten ons melkwegstelsel, in zullen vliegen.

Ze hebben snelheden van ruim 1,5 miljoen kilometer per uur.
De sterren bevinden zich in de richting van de sterrenbeelden Grote Beer en Kreeft.


Supersnelle ster in de melkweg

In 2005 werden ook al drie van deze supersnelle sterren ontdekt.
Naar schatting moet het melkwegstelsel ongeveer duizend van zulke wegvliegende sterren bevatten.

Op 9 november 2005 is ook zo'n supersnelle ster in de Grote Maegelhaense Wolk ontdekt.

Vermoedelijk worden ze versneld in de kern van het melkwegstelsel, wanneer een dubbelster op korte afstand
langs een andere ster beweegt, of langs het superzware zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel.

De sterren van zo'n dubbelster worden in deze situatie van elkaar gescheiden,
de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt weggeslingerd.

De sterren hebben de centrale schijf van onze melkweg, die 120.000 lichtjaar in doorsnede is,
inmiddels verlaten, maar bevinden zich nog wel in de bolvormige halo van onze melkweg,
die zich in alle richtingen vanaf de kern van de melkweg 300.000 lichtjaar uitstrekt.
Ze zullen de melkweg uiteindelijk verlaten.



Exoplaneet ontdekt
26 januari 2006


De ESA heeft een exoplaneet ontdekt die op de aarde lijkt, de planeet is 5,5 keer zo zwaar als de aarde.
De planeet draait in een vrij wijde baan, in ongeveer 10 jaar rond een koele rode dwergster.

De rode dwergster waar de planeet omheen draait, is vijf keer minder helder dan onze zon,
dat betekend in combinatie met de afstand, die ruim 2 keer zo groot is als de afstand tussen
de aarde en de zon, dat het op de planeet zeer koud is, ongeveer -220 °C.

De exoplaneet is ontdekt op 10 augustus 2005, heeft waarschijnlijk een dunne atmosfeer en is mogelijk
bedekt met een dikke rotsachtige ijslaag en bevroren oceanen.

De afstand tussen de planeet en de rode dwergster is ongeveer 400 miljoen kilometer.


Exoplaneet

De nieuwe planeet heet voorlopig OGLE-2005-BLG-390Lb en is de lichtste exoplaneet die tot nu toe ontdekt is.
Als de planeet in ons zonnestelsel gezet zou worden, zou hij zich ongeveer op de plek
van de planetoïdengordel bevinden, tussen Mars en Jupiter.

Tien jaar geleden werd de allereerste exoplaneet gevonden, inmiddels staat de teller op ruim 160,
maar er werd nog nooit een planeet gevonden die zoveel op onze aarde lijkt.

De planeten die bij andere sterren zijn ontdekt, bestaan meestal uit gas, zoals Jupiter of Neptunus.
Deze planeet is de eerste die een vast oppervlak heeft, maar doordat het er zo koud is, is er geen leven.

De ster waar de exoplaneet omheen draait, staat in de buurt van het centrum van ons melkwegstelsel,
op een afstand van ongeveer 25.000 lichtjaar van de aarde.


Centrum melkwegstelsel

De planeet werd gevonden met een techniek die microlensing wordt genoemd, in dit geval werd het licht
van een ver weg gelegen ster gebruikt om een object tussen die ster en de aarde zichtbaar te maken.

Het object in het midden buigt door zijn zwaartekracht het licht van de verre bron af, dit wordt feller en daarna
zwakt het weer af, hierdoor kon de exoplaneet ontdekt worden, die zelf niet te zien is.

Dit is gebaseerd op de theorie van Albert Einstein in 1915 voorspelde.

Uit nauwkeurige waarnemingen door deze microlensing, verricht door telescopen over de wereld, PLANET,
en European Southern Observatory, kon de aanwezigheid, de baan en de massa van de planeet berekend worden.

Volgens de ESA is het de eerste keer dat een systeem ontdekt wordt,
dat voldoet aan de kenmerken van een zonnestelsel.

Twee ruimtemissies gaan de komende tijd het onderzoek naar aardachtige exoplaneten voortzetten.

Eind dit jaar wordt door de NASA de missie Corot gelanceerd, waar ESA aan meewerkt.
Die zoekt vooral naar planeten die een paar keer groter zijn dan de aarde.

De Corot zal naar verwachting in juni gelanceerd worden en blijft in de buurt van de aarde.
Hij krijgt een telescoop van 30 centimeter in doorsnede, die erop wordt gemaakt om te zien wanneer
een planeet voor een ster langs trekt.


Corot telescoop

Bij ESA start de missie Darwin.

Vier ruimtetelescopen werken in die missie samen om planeten op te sporen,
die net zo groot zijn als onze aarde en niet al te ver weg staan.

Darwin zoekt bij ongeveer duizend sterren in onze buurt naar exoplaneten met een atmosfeer en tekenen van leven.


Darwin telescoop



Centrum melkwegstelsel
14 januari 2006


Op een infrarode mozaïekfoto gemaakt door de Spitzer Space Telescope
is het centrum van ons melkwegstelsel te zien.

Het is de scherpste foto die ooit is gemaakt van onze melkweg.


Centrum melkweg

Op de foto zijn voornamelijk oude sterren te zien en honderdduizenden wolken van heet stof en gas
die oplichten door jonge, massieve sterren.

Onze zon bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van het centrum vandaan.
De zon doet 225 miljoen jaar over een rondje om het centrum van de melkweg.

Sinds haar ontstaan heeft de zon al 20 rondjes afgelegd.

Op 20 december 2005 is er met de Keck-2 telescoop ook een opname gemaakt van het centrum.



Perseus-spiraalarm
27 december 2005


Uit waarnemingen met de VLBA hebben radioastronomen ontdekt dat de Perseus-spiraalarm
van het melkwegstelsel, buiten de baan van de zon, veel minder ver van de aarde
verwijderd is, dan uit eerdere onderzoeken was gebleken.

Het vaststellen van het melkwegstelsel is niet eenvoudig, omdat we er middenin zitten.


Perseus-spiraalarm en de zon

Op basis van bewegingen van sterren in de Perseus-spiraalarm was een afstand van 14.000 lichtjaar geschat.
De nieuwe VLBA waarnemingen hebben een afstand geschat van slechts 6400 lichtjaar.



Centrum melkwegstelsel
20 december 2005


Astronomen hebben met behulp van de Keck-2 telescoop een vrij scherpe
infraroodopname gemaakt van het centrum van het melkwegstelsel.


Het centrum van het melkwegstelsel is aangegeven door een kruis

In het midden van de opname is het nevelige centrum van het melkwegstelsel te zien,
dicht in de buurt van het superzware zwarte gat.



Superzwaar zwart gat in de melkweg
2 november 2005


De VLBA heeft duidelijke waarnemingen gemaakt van de kern van de melkweg.

De Very Long Baseline Array, afgekort VLBA zijn 10 radiotelescopen
die aan elkaar gekoppeld, verspreid staan over de Verenigde Staten.

Met deze waarnemingen ontdekten radiosterrenkundigen een superzwaar zwart gat.
Dit zwarte gat heeft een massa van bijna 4 miljoen keer de massa van de zon.

In de omgeving van het zwarte gat wordt sterke radiostraling opgewekt.
Deze bron werd ontdekt in 1974 en sindsdien aangewezen als mogelijk zwart gat van de melkweg.

De bron van deze straling is Sagittarius A en heeft hoogstens de afstand van de aarde tot de zon.
De afstand van de aarde tot het zwarte gat is ongeveer 26.000 lichtjaar.


Sagittarius A, de witte bol is het zwarte gat

Door gebruik te maken van de Very Long Baseline Array kon de afmeting bepaald worden.

De astronomen deden hun VLBA-waarnemingen aan het melkwegstelsel in november 2002.
De conclusie is dat Sagittarius A zo goed als zeker een superzwaar zwart gat is.

Nieuwere nog betere waarnemingen moeten Sagittarius A dan laten zien als een schaduwschijfje
met een heldere ring eromheen.

Zo'n waarneming zou het zwarte gat in het centrum van de melkweg dan eindelijk rechtstreeks aantonen.



1 november 2005

De FUSE heeft ontdekt dat de reuzenster Eta Carinae een dubbelster is.

Het is één van de zwaarste sterren van het melkwegstelsel, die op het punt staat zijn leven
in een krachtige supernova-explosie te beëindigen.


Gaswolken van Eta Carinae gefotografeerd door de Hubble

De afgelopen jaren vermoedden de astronomen al een begeleider die in
5 jaar in een baan om de ster heen draait.

De FUSE heeft nu de ultraviolette straling van een witte dwerg waargenomen
die om Eta Carinae heen draait.

De twee sterren produceren beiden een krachtige sterrenwind van elektrisch geladen deeltjes
en waar die met elkaar in botsing komen ontstaat elektromagnetische straling, dit is röntgenstraling.



17 september 2005

Onze melkweg heeft een grotere balkvorm in het midden (het oog), dan verwacht.

Deze conclusie trokken Amerikaanse astronomen uit infrarood beelden
van de Spitzer-telescoop.


Balkspiraal

De balk bestaat uit oude, rode sterren en is ongeveer 27 duizend lichtjaar lang.
Hij staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de zon en het midden van de melkweg.

Dit betekent dat we in een sterrenstelsel leven met een ongewone vorm.