NIEUWS
Nieuwe Trojaan bij Neptunus, 29 augustus 2010
Bij Neptunus is een Trojaan (planetoïde 2008LC1) ontdekt, met een doorsnede van ongeveer honderd kilometer.
Met deze nieuwe planetoïde heeft Neptunus zes Trojanen. Er zijn al 200.000 Trojanen
bekent die één kilometer of
langer zijn, maar deze horen bijna allemaal bij Jupiter. Trojanen
hebben dezelfde baan als de planeet waar ze bij horen zonder te botsen, dit komt door het lagrangepunt.
De zwaartekracht laat planetoïden op dit lagrangepunt in dezelfde baan
en met dezelfde snelheid als de planeet bewegen.
De onderzoekers
vermoeden dat zich in de buurt van deze Trojaan nog zo’n 150 soortgelijke
planetoïden bevinden.

Nieuwe Trojaan ontdektTrojanen
zijn overgebleven tijdens de vorming van het zonnestelsel, daarom zijn ze belangrijk
en kunnen ons veel vertellen over de tijd dat het heelal nog jong was.
De maan krimpt, 23 augustus 2010
Uit nieuwe foto's van de LRO en onderzoek naar scheuren in het
maanoppervlak blijkt dat de kern
en daardoor ook het oppervlak van de maan door afkoeling is gekrompen.
De onderzoekgegevens laten scheuren van recente stuwwallen zien, waarbij het oppervlak
en gesteenten door inkrimping over
elkaar heen schuiven.
Hierdoor is in de
afgelopen jaren de doorsnede van de maan met ongeveer
tweehonderd meter afgenomen.
Tot nu toe
zijn veertien stuwwallen gevonden, de grootste heeft een lengte van ongeveer tien
kilometer.
In de wetenschap betekent recent dat het ongeveer een miljard jaar geleden
is begonnen
en dat kan betekenen dat de maan nog steeds tectonisch actief is.

De maan krimpt
Het oppervlak van de maan, in de buurt van krater Gregory.
Perseïden te zien, 10 augustus 2010Komeet Swift-TuttleElke laat elke zomer een wolk
van stofdeeltjes achter, de Perseïden meteorenzwerm,
waar de aarde door heen trekt. Veel
stofdeeltjes (steentjes) komen in botsing met de dampkring van de aarde,
en
veroorzaken een lichtstreep aan de hemel. Dit verschijnsel
noemen we vallende ster of meteoor.
De meteoor heeft in de ruimte een snelheid
van vele tientallen kilometers per seconde en wordt door de dampkring
afgeremt. Het wordt heet en
verdampt op een hoogte van zo'n tachtig tot honderd kilometer. Het
lichtverschijnsel
dat we zien is niet van de meteoor, maar van de
lucht er omheen die ook sterk wordt verhit en gaat gloeien.
De Perseïdenactiviteit neemt eind juli 's nachts geleidelijk toe van enkele vallende sterren,
tot ongeveer
honderd per
uur rond het maximum in de tweede helft van de nacht op 13 augustus.

Perseïden
Kaartje van de noordoostelijke horizon (kijkrichting) van half augustus omstreeks 1
uur 's nachts.
Meteoren lijken vanuit het sterrenbeeld Perseus te komen.
Rond 24 augustus heeft de aarde de baan
van komeet Swift-Tuttle weer verlaten.
Prometheus maakt sneeuwbollen, 23 juli 2010
Cassini maakte een opname van de F-ring waarop te zien is dat Prometheus,
die
langs de binnenrand van de F-ring van Saturnus draait, door
zijn zwaartekrachtveld
boeggolven in het
ringmateriaal veroorzaakt, waardoor uit ijsdeeltjes
heldere ijsballen met afmetingen tot twintig
kilometer kunnen ontstaan.

Heldere ijsbollen in de F-ring
Op 1 juni 2010 maakte Cassini onderstaande opname van Prometheus
op een afstand van 1,3 miljoen kilometer van Saturnus.

Mooie opname Prometheus en de F-ring
Dynamische planeet Mercurius, 23 juli 2010
Uit gegevens van de derde flyby in september 2009 van de MESSENGER blijkt dat
Mercurius beduidend langer vulkanisch actief is geweest dan
werd vermoed.
Het grote inslagbekken, ontdekt bij de derde en laatste
flyby, heeft een vrijwel gave
bodem, dit wijst er op dat deze
zich recent met vulkanische lava heeft gevuld.

Krater Debussy op Mercurius
Meren op Titan worden ondieper, 16 juli 2010
Ontario Lacus, het grootste meer op het zuidelijke
halfrond van Titan, is
de afgelopen jaren met ongeveer een meter per jaar, ondieper geworden.
De oppervlakte van het meer lijkt donker, omdat het glad is en heeft
een oppervlakte
van 15.000 vierkante kilometer. Voorbeelden van kanalen
en delta's van dit meer zijn
ook op aarde gevonden aan het zuidelijke
kant van het Albert-meer tussen Uganda
en de Republiek Congo in Afrika
en de overblijfselen van een oud meer bekend
als Megachad in het
Afrikaanse land Tsjaad.

Ontario Lacus, gemaakt op 12 januari 2010
Telescoop Swift verblind door een gamma-uitbarsting, 14 juli 2010
Door een explosie van een zware ster, de grootste uitbarsting van
röntgenstraling
tot nu toe, was de Swift satelliet tijdelijk verblind.
Deze gamma-explosies zijn smalle
stralen van intense straling die uit worden gestoten
wanneer
sterren als supernova exploderen, waarbij de kern tot een zwart gat instort
en de
buitenste lagen met een enorme kracht de ruimte in worden geblazen.
Op 21 juni bereikte een grote hoeveelheid röntgenstraling, dat
vijf miljard jaar geleden
vrij kwam, de detector van de
satelliet en werd hierdoor tijdelijk uitgeschakeld.
De hoeveelheid fotonen dat
in botsing kwam met het observatorium was
dermate groot, dat
de software ze niet één voor één kon tellen.

Helderste gamma-uitbarsting
Even later werd de satelliet weer ingeschakeld en uit de metingen
van het observatorium
bleek dat tijdens de uitbarsting toen de
helderheid het hoogst was, ongeveer 143.300
röntgenfotonen per seconde werden uitgestoten.
Swift detecteert ongeveer honderd
van deze flitsen per jaar. Maar deze röntgenflits
was vijf keer zo
helder dan de vorige recordhouder.
Planetoïde Lutetia van dichtbij, 11 juli 2010
Uit opnamen van Rosetta blijkt dat Lutetia is bezaaid met kraters, de planetoïde
heeft een langgerekte vorm met een lengte van 130
kilometer en een
komvormig bekken met een doorsnede van tientallen kilometers.

Nadering planetoïde Lutetia
Lutetia is de zevende planetoïde waarvan gedetailleerde opnamen
beschikbaar zijn.
Meer propellers ontdekt in ringen van
Saturnus, 10 juli 2010
Cassini maakte een opname van een mini-maantje, die zelf niet te zien is en zich
in het centrum van de propellervorm bevindt, in de buurt van de Encke
Gap
van de A-ring (gemarkeerd met een rode pijl).
De A-ring is de buitenste ring van de hoofdring van
Saturnus. De maan
heeft waarschijnlijk een doorsnede van ongeveer een kilometer.
De propellervorm, veroorzaakt door het maantje in het ringmateriaal,
is ongeveer 5
km breed.

Propellervorm in de ring
De
opnames van de propellervormen, die sinds 2006 worden gemaakt door Cassini,
worden verzamelt in een
catalogus om een beter beeld te krijgen van
de wisselwerking van
materiaal tussen manen en ringen.
De helder verlichte propellervorm op de opname is Earhart genoemd,
naar de Amerikaanse aviatrix Amelia Earhart.
In het ringenstelsel van Saturnus bevinden zich waarschijnijk miljoenen van
deze maantjes.
Deze maantjes zijn gemiddeld ongeveer vijfhonderd meter groot.
De
sporen die zij achterlaten kunnen duizenden kilometers lang en een paar
kilometer breed zijn.

Daphnis in de Keeler Gap
Cassini maakte op 5 juli 2010 van dichtbij een opname van Daphne in de Keeler Gap.
Rosetta bijna bij planetoïde Lutetia, 6 juli 2010
Zaterdag, 10 juli vliegt
Rosetta langs planetoïde Lutetia op een afstand van 3162 kilometer
en heeft nu ongeveer vijf miljard kilometer afgelegd.
Tijdens het passeren worden foto's
gemaakt, enkele meetinstrumenten van Philae worden ingeschakeld, dit is het kleine landingsvaartuig dat in 2014 moet afdalen naar
komeet Churyumov-Gerasimenko.
Philae verricht de metingen om te kijken of Lutetia een magnetische veld heeft.
Hierna vliegt Rosetta door naar komeet Churyumov-Gerasimenko, aankomst in
2014.

Philealander van Rosetta op komeet Churyumov-Gerasimenko
GOCE
toont eerste gegevens, 2 juli 2010
De
Goce-satelliet heeft de eerste geoïdegegevens over de afgelopen maanden
november
en december verwerkt, hierop is goed te zien hoe de
zwaartekracht op aarde is verdeeld.

Zwaartekracht op aarde
Geoïde
is een denkbeeldige vorm van wereldwijde
oceaanstromingen die beïnvloed wordt
door
de zwaartekracht, waarbij
getijden en stromingen
ontbreken.
Het is belangrijk voor het nauwkeurig meten
van stromingen in de oceanen, zee-niveauveranderingen
en
het smelten van ijs door de klimaatverandering.
Flyby
langs Titan, 2 juli 2010
Tijdens
deze flyby worden metingen gedaan naar het effect van de toenemende
zonne-activiteit
en ontwikkeling van wolken op de zuidelijke breedten
van Titan.

71e
flyby langs Titan
Wolkenband
Jupiter weer zichtbaar, 21 juni 2010
De
donkere zuidelijke band op Jupiter, the Southern Equatorial Band, die
een paar
maanden geleden ineens verdwenen was, is weer terug. Op
Hubblefoto's van
het gebied is te zien dat er een dun laagje wit
ammoniakijs overheen is geschoven.
NASA verwacht dat het ijs over een
paar maanden weer verdwenen zal zijn, de eerste
gaten in de ijslaag
zijn al zichtbaar. In de jaren zeventig is de zuidelijke band
ook al
eens verdwenen, waarschijnlijk is er iets vergelijkbaars gebeurd.

Wolkenband en meteorietinslag op Jupiter
Op
dezelfde foto's werd ook een spoortje gevonden van een meteoriet
die op
3 juni op Jupiter insloeg.
Cassini
vliegt laag over Titan, 19 juni 2010
Cassini gaat
tijdens de 70e flyby onderzoeken of
Titan zelf een magnetisch veld
heeft.
Dit is belangrijk om het inwendige en de geochemische
evolutie vast te stellen.
Voor onderzoekers is dit een van de meest
belangrijke flybys, die op een afstand van 880
kilometer dicht bij het
oppervlak komt om met de magnetometer metingen te verrichten.

70e flyby langs Titan
Cassini
zal onder de ionosfeer van Titan komen, dit is een schil van elektronen
en
andere geladen deeltjes die deel uitmaken van het bovenste deel van de
atmosfeer.
Hierdoor komt Cassini
bijna geheel buiten het magnetisch veld van Saturnus,
om een eventueel magnetisch veld van Titan op te sporen.
Hayabusa keert na zeven jaar
terug, 13 juni 2010
Hayabusa
heeft een reis van ruim zeven jaar volbracht tot voorbij de baan van Mars
en weer terug naar de aarde.
Geen ander ruimtevaartuig is zo ver weg geweest.
De terugreis van Hayabusa
liep door een brandstoflek drie jaar vertraging op
en in november vorig jaar waren er besturings- en motorproblemen.
Hayabusa brengt een 40
centimeter grote capsule terug met hopelijk
een monster van de planetoïde
Itokawa.
De capsule is dankzij een
hitteschild en een parachute ongeschonden om vier uur
Nederlandse tijd geland op het militaire testgebied Woomera in
Zuid-Australië.
De capsule wordt na de
berging overgebracht naar Japan, waar wetenschappers
hem zullen openen om te zien of Hayabusa vijf jaar geleden inderdaad
wat materiaal van Itokawa heeft opgevangen.

Hayabusa verbrandt in de atmosfeer
De vuurbal is Hayabusa
die opbrand boven Australië, met
een snelheid van meer dan 12 kilometer per seconde.
Rechtse stipje is Itokawa
LOFAR
ontwikkelt grootste radiotelescoop van de wereld, 12 juni
2010
Met een doorsnede van
ruim duizend kilometer is het de grootste telescoop ter wereld.
Op 12 juni wordt het Nederlandse deel van LOFAR officieel in gebruik
genomen en begint
een nieuw tijdperk in de radiotelescopie. Het middelpunt van de nieuwe
radiotelescoop
de LOFAR, LOw Frequency ARray staat in Drenthe
bij Borger.
Nog nooit is er op deze manier naar het heelal geluisterd.
Het heelal
straalt in vele kleuren, van gammastraling tot zichtbaar licht en van
infrarood
tot radiogolven. LOFAR richt zich op lange radiogolven uit het oude
heelal.

LOFAR terrein
De
LOFAR-antennes lijken op vierpotige spinnen van minder dan twee meter
hoog en zijn
zo geplaatst dat ze het landschap zo min mogelijk verstoren. Ze werken
net als de antenne
van een radio, alleen met een veel hogere nauwkeurigheid. De 7000
antennes van LOFAR staan
in groepjes over een groot deel van Europa verspreid in de vorm van een
vijfarmige ster.

Antennes
De armen strekken zich uit van Drente tot Zuid-Limburg, Duitsland en
worden aangevuld
met antennes in Zweden, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De
eenvoudige radio-antennes
(samen ongeveer dertigduizend),
staan gegroepeerd in 44 stations en zijn met elkaar verbonden
via een
heel snel glasvezelnetwerk, dat de meetgegevens doorgeeft aan een
centrale supercomputer.
Deze computer combineert alle signalen tot
een scherp beeld van de radiostraling die door objecten
in het heelal
wordt uitgezonden. Andere arrays van radiotelescopen bestaan uit
schotelantennes,
die hebben als nadeel dat ze gericht moeten worden op
het object dat onderzocht wordt.
Met behulp
van LOFAR kunnen sterrenkundigen de komende jaren onderzoek gaan doen
naar de alleroudste sterren, de
sterrenstelsels in het heelal en de eerste
objecten die
zich vormden na de oerknal. LOFAR verricht ook metingen aan de
kosmische straling
die de aarde bereikt en de magnetische
activiteit van de zon.
Het LOFAR-netwerk wordt aan sensoren gekoppeld die
weer- en klimaatinformatie doorgeven
en geologische metingen verricht om te kijken of de bodem in
Noord-Nederland verzakt.
1
juni maakte LOFAR de eerste gedetailleerde opname van quasar 3C196, een
actieve kern
van een ver sterrenstelsel. De opname is verkregen door
vijf Nederlandse antennestations
te verbinden met drie Duitse stations.

LOFAR opname van quasar 3C 196
Komeet
's morgens vroeg te zien, 9 juni 2010
De
komende weken is een paar uur voor zonsopkomst komeet McNaught C/2009
R1
te zien, ontdekt op 9 september 2009 door Robert McNaught. Op het
noordelijk halfrond
is
de komeet laag in het oosten of noordoosten met verrekijker
waarneembaar, maar
als hij over een paar dagen de zon nadert en
helderder wordt ook met het blote oog.

Komeet McNaught, C/2009 R1
Kometen worden helderder als zij
de zon dichter naderen, waardoor het ijs verdampt
en een enorme wolk
van waterdamp wordt gevormd, die het zonlicht weerkaatst.
Soms ontstaat
er ook een lange uitgestrekte staart.

McNaught half juni
Komeet
McNaught trekt nu door het sterrenbeeld Perseus. Eind juni/ begin juli
bereikt hij
zijn grootste helderheid, op 2 juli is de afstand tot de zon het
kleinst.
De komeet bevindt zich dan in het sterrenbeeld
Voerman.
69e flyby langs Titan, 8 juni 2010
Tijdens
de 69e flyby op 5 juni zal Cassini het noordelijke merengebied,
Kraken
Mare,
op de noordpool van Titan
onderzoeken om het verschil in het
groter of kleiner
worden van de meren met de vorige flyby te
vergelijken.

Oppervlakte in kaart gebracht
Gesimuleerde lancering Mars500, 3 juni 2010
Het
luik is op 3 juni gesloten en hiermee is de 18 maanden durende
Mars500-missie begonnen.
De astronauten bevinden zich op het Russische
Instituut voor Biomedische Problemen (IBMP)
in Moskou, de 550 m³
gesloten ruimte omvat een interplanetair ruimteschip, een Mars-lander
en een Mars landschap. Het experiment
loopt af in november 2011.

Mars500 in Moskou
De zes
bemanningleden (en een resreve Russisch bemanningslid)
wonen, eten en werken
als de astronauten in het ISS, met onderhoudswerkzaamheden,
wetenschappelijke experimenten
en dagelijkse oefeningen. Zij doorlopen een week van zeven dagen, met
twee vrije dagen,
behalve wanneer er bijzondere omstandigheden en noodsituaties zijn
gesimuleerd.

Bemanning Mars500
Baancorrectie
Deep Impact, 3 juni 2010
Deep Impact / EPOXI heeft met succes
baancorrectie uitgevoerd voor een flyby op 27 juni
langs de aarde en vervolgt hierna zijn weg
naar komeet Hartley 2, aankomst op 4
november.

Deep Impact opname aarde
Een zonneglinstering op
het water in Californië genomen door Deep Impact.
Het rode gebied is Noord-Amerika.
Voyager 2 werkt weer, 27 mei 2010
De
boordcomputer van Voyager 2, die zich op bijna 14 miljard kilometer
afstand
van de aarde bevindt, is gereset en lijkt
weer naar behoren
gegevens
van ons zonnestelsel door te geven.
Ook Voyager 1, die zich
iets verder in de kosmische diepte bevindt, werkt nog goed.
Update 18
mei 2010
Een storing in het
geheugen van
Voyager 2 waardoor een 0 in een 1 is
veranderd,
veroorzaakte een
verandering in de wetenschappelijke data gegevens.
Door op
aarde de
storing na te bootsen, wordt de Voyager woensdag 19 mei gereset,
waardoor de
bit weer zijn normale staat terug krijgt.
Voyager 2 werkt niet goed, 11 mei 2010
De 33 jaar oude Voyager 2 bevindt zich op een afstand
van bijna 14 miljard kilometer
van de aarde, en volgens zijn eigen
gegevens lijkt hij nog goed te werken.
Maar op 22 april is een probleem in het systeem ontstaan, dat de
verzamelde
wetenschappelijke gegevens voorbereidt voor verzending naar de aarde,
hierdoor kunnen de signalen die aankomen zich niet meer decoderen.
Het is nog onduidelijk of en hoe de storing verholpen kan worden.
De commando's die van de aarde naar de Voyager 2 worden gezonden
en weer terug doen er 13 uur over om de afstand te overbruggen.
Daarom heeft NASA op 30 april de ruimtesonde
opdracht gegeven
om voorlopig alleen korte statusberichten naar de aarde te zenden.
Voyager 2 bij de
buitenste grenzen van de heliosfeer, een magnetische luchtbel
rondom het zonnestelsel die is ontstaan door de
zonnewind.
De magnetische bel is niet bolvormig, maar op het zuidelijk halfrond
naar binnen gedrukt.
Winter verwoest
Phoenix, 25 mei 2010
Na
herhaalde mislukte pogingen om contact te krijgen met de Phoenix
is de
missie nu officieel afgelopen. Foto’s van de Mars Reconnaissance
Orbiter
tonen ernstige ijsschade aan de zonnepanelen van Phoenix,
waardoor
het niet meer mogelijk is om met de aarde te communiceren,
Op de foto's is te zien
dat het landschap in het winterse noordpoolgebied,
waar Phoenix zich bevindt, bedekt is met kooldioxide-rijp. Ook de
lander
met zonnepanelen is door een wit laagje koolzuurijs bedekt.

Zonnepanelen van de Phoenix
Twee
foto's gemaakt door de Phoenix in 2008 (links) en 2010 (rechts).
In
2008 zijn de zonnepanelen nog twee blauwe vlekken. In de 2010 is de
vorm
veranderd en duidelijk kleiner geworden en grotedeels donker
gekleurd.
De komende weken en
maanden begint het op het noordelijk halfrond
van Mars weer zomer te
worden, en zullen de temperaturen stijgen.
Stereo's zien
komeet neerslaan op de zon,
25 mei 2010
De
twee Stereo satellieten hebben in maart voor het eerst de botsing
van
een kleine ijsachtige komeet met de zon waargenomen.
Met de
zonnetelescoop op de Mauna Loa was nog net te zien hoe
de komeet de
hete atmosfeer van de zon terecht kwam.
De SOHO heeft de afgelopen
dertien jaar ongeveer 1600 zonnescheerders
waargenomen, deze kometen
komen dicht langs de zon.

Komeetinslag op de zon
Waarnemingen met de
Mauna Loa Solar Observatory (Hawaï)
laten zien dat de komeet bijna bij de zon is.
Zwaartekracht van Titan, 23 mei
2010
Dit
is de vijfde flyby van Cassini, die weer de
zwaartekracht van Titan
onderzoekt.
Ook wordt er gekeken of er vloeistof aanwezig is
en hoe de geologische samenstelling is,
op deze manier hoopt men er achter te komen of
er een vloeibare oceaan op Titan is.

68e flyby langs Titan
Opportunity
vestigt record, 22 mei 2010
Opportunity verkend
al meer dan zes jaar en 116 dagen het oppervlak
van Mars en breekt hiermee het bijna
dertig jaar oude record van
de Viking 1, die van 1976 tot 1982 in werking was.
De winter op het zuidelijk
halfrond van Mars is over zijn hoogtepunt heen,
waardoor de stroomopbrengst van de zonnepanelen weer zal toenemen.
Spirit begon drie
weken eerder met
verkennen op Mars, maar door
technische storingen is Spirit sinds 22
maart in winterslaapstand gezet.
Als het lukt om de communicatie met de
aarde weer
op te starten neemt Spirit het record over.

Sporen van Opportunity
Opportunity maakte een opname in noordelijke richting van zijn eigen
sporen.
Rivierstenen op Titan en de aarde, 15 mei 2010
In
Xanadu, het landingsgebied van de Huygens zijn de rivierbeddingen
bezaaid met duizenden ijskeien, die door stortvloeden zijn ontstaan.
De keien zijn
waarschijnlijk
afkomstig van de hoger gelegen delen en met
snel stromende, vloeibare
methaan meegevoerd en daardoor net zo glad
afgesleten als stenen die in
sommige rivierbeddingen op aarde worden gevonden.
Door de lage
temperaturen van ongeveer 180 graden
onder nul op Titan is bevroren
water net zo hard als steen.

Titan versus aarde
Op de linker
afbeelding, gemaakt door de Huygens, zie je afgeronde stenen op
het oppervlak van Titan. De rechter afbeelding toont stenen in een
rivier op aarde.
De rivierbeddingen op
Titan staan nu droog. De stortvloeden vinden periodiek plaats,
als de hooglanden van Xanadu warm genoeg zijn om methaanijs te laten
smelten.
Wolkenband van Jupiter
onzichtbaar, 15 mei 2010
Eén van de
opvallende donkere banden, de zuidelijke band, in de atmosfeer
van Jupiter is sinds eind vorig jaar niet meer waarneembaar. De eerste maanden
van 2010 stond Jupiter te dicht bij de zon om waarneembaar te zijn.

Wolkenband Jupiter bedekt
Men vermoedt dat zo'n
verdwijning
optreedt als er boven de donkere band
een hogere, licht getinte
wolkenlaag ontstaat. Hoe dit ontstaat is onduidelijk.
In de jaren
zeventig en negentig van de vorige eeuw is dit ook al eens gebeurd.
Mooie opname gemaakt door Herschel, 10 mei 2010
Herschel maakte zijn eerste
infraroodopnamen van het ontstaansproces
van nieuwe sterren in het stervormingsgebied
RCW120.
In dit gebied is een ster-in-wording ontdekt op iets meer dan 4000 lichtjaar
afstand van de aarde en zal waarschijnlijk over een
paar honderdduizend jaar
tot een van de grootste en helderste sterren in ons Melkwegstelsel
behoren.
De ster is al acht tot tien keer zo zwaar als onze zon, en trekt nog steeds
materie aan uit de omringende gaswolk, die nog gas en stof voor 2000
zonsmassa's heeft. De warmte en het licht van de jonge ster blaast het
gas
eromheen weg en laat het een beetje gloeien, zo ontstond de blauwe bel.

RCW120
Met HIFI van de
Herschel is ook voor het eerst geïoniseerd water in
de ruimte ontdekt. Dit zijn elektrisch geladen watermoleculen,
die niet in natuurlijke vorm op aarde voorkomen en een belangrijke rol
spelen bij de geboorte van sterren, omdat het molecuul nodig is voor
het
koelen van het mengsel van gas en stof waaruit sterren worden geboren.
Sporen van water zijn eerder aangetroffen in stervormende gas- en
stofwolken
en bij sterren en planeten. In de protoplanetaire schijven die sterren
tijdens
het geboorteproces omringen kan waterdamp zelfs vastvriezen aan
stofkorrels.
Deze korrels condenseren dan tot ijzige planetesimalen,
de bouwstenen waaruit planeten ontstaan.

Herschel ontdekt water
Hubble Space Telescope is twintig jaar, 26 april 2010
Zaterdag
24 april 2010
was het twintig jaar geleden dat de Hubble
gelanceerd
werd. Ter gelegenheid hiervan is een foto vrijgegeven
van een deel van
de Carina-nevel, een groot stervormingsgebied op
7500 lichtjaar afstand
in het zuidelijke sterrenbeeld Carina (Kiel).

Carina-nevel
Nevelflarden en
stofwolken worden beschenen door jonge,
pasgeboren sterren in de
omgeving, waardoor ze verdampen.
Binnenin de dichtste
stofwolken ontstaan nieuwe sterren.
In mei 2009 werd de vijfde en laatste onderhoudsvlucht uitgevoerd.
Naar verwachting zal de ruimtetelescoop nog vijf à tien jaar in bedrijf
zijn.
Marsreizigers
kunnen in grotten wonen, 26 april 2010
Volgens
de NASA
kunnen in lavagrotten op Mars
waarin ijsvoorraden te
vinden
zijn, mogelijk de eerste mensen verblijven die naar Mars reizen.
Het ijs kan worden omgezet
in drinkwater en gebruikt worden bij
de productie van brandstof. De ijslaag kan astronauten mogelijk
zelfs beschermen tegen de kosmische straling op Mars.
Uit geografisch onderzoek blijkt dat er vooral in de vulkanische
regio’s Elysium en Tharis lavagrotten zijn ontstaan, waar een
geschikt comfortabel verblijf ingericht
kan worden, mede door
de aanwezigheid van watervoorraden in de vorm van ijs.

Water op Mars
De lavagrotten hebben een oppervlakte van gemiddeld 10 vierkante meter
en zijn ongeveer 8 meter hoog. Door de kleine openingen van de grotten
zal de hitte overdag niet doordringen tot de ondergrondse ruimtes.
Uit berekeningen blijkt
dat de ijsvoorraden in de grotten voorlopig
niet smelten en nog zeker 100.000 jaar stabiel zullen blijven.
Mars Reconnaissance
Orbiter
heeft foto's gemaakt van een gully,
dit is een geul, in een duinenveld bij de krater Russell op Mars.
De Gullies vormen smalle, donkere sporen op bergwanden en
kraterhellingen, die vermoedelijk zijn ontstaan door stromend water.

Russell krater met gullies
Uit de foto's blijkt dat een geul in 2007 vijftig meter langer is
geworden, en in 2008 ruim honderd meter. Dat wijst erop
dat er af en toe nog steeds kleine hoeveelheden water vrijkomen.
ISS, 23 april 2010
Het ISS, gefotografeerd op 20 februari 2010 door bemanningsleden
van de
Space Shuttle Endeavour tijdens de missie STS-130.

ISS 20 februari 2010
SDO maakt mooie
opname van de zon, 22 april 2010
De Solar Dynamics
Observer, SDO, een
nieuwe satelliet voor onderzoek aan de zon
overtreft door scherpe
foto's en filmpjes van het zonsoppervlak alle verwachtingen.
Solar
Dynamics Explorer is op 11 februari 2010 gelanceerd
en gaat de komende vijf jaar de zon onderzoeken.

SDO First Light Image
Verder onderzoekt
SDO het magnetisch veld van de zon, zonnevlekken
en zonsuitbarstingen,
en ook energierijke uitbarstingen die invloed
kunnen hebben op het
magnetisch veld, de elektriciteitscentrales,
radioverbindingen en
satelliet-elektronica op aarde.

SDO
De opname is gemaakt op
30 maart 2010.
Rood staat voor relatief koel, rond 60.000 graden.
In het groen en blauw is het minstens een miljoen graden.
Uitbarsting onder IJslandgletsjer Eyjafjallajoekull,
20 april 2010
Envisat
maakte op 15 en 19 april 2010 opnames met de MERIS,
de Medium
Resolution Imaging Spectrometer van de Eyjafjallajoekull
vulkaan.

Vulkaanuitbarsting Eyjafjallajoekull
op IJsland, 15 april
De enorme grijze wolk van vulkanische as is meer dan 1000 km
lang en verplaatst zich van west naar oost op een hoogte van
ongeveer 11 km boven de oppervlakte van de aarde.

Eyjafjallajoekull vulkaan, 19 april
De vulkaan stoot weer
as en stoom uit sinds haar recente uitbarsting die op
20 maart begon. De pluim zichtbaar in bruin-grijs, is ongeveer 400 km
lang.


IJslandse vulkaan
Bliksem in dampkring
Saturnus, 19
april 2010
Cassini fotografeerde bliksemflitsen
in de dampkring van Saturnus,
radiowaarnemingen wezen dit wel uit, maar de flitsen zijn nog niet
eerder in beeld gebracht. Dit kwam
voornamelijk doordat
de heldere ringen van Saturnus de korte flitsen overstraalden.
In augustus 2009 werd
het ringenstelsel van Saturnus van opzij door de zon
beschenen en hierdoor veel donkerder, zodat de bliksemschichten konden
worden vastgelegd. De grootste lichte wolk in de dampkring is ongeveer
3000 kilometer lang en de gebieden die oplichten door krachtige,
kortdurende bliksemontladingen zijn een paar honderd
kilometer groot.

Bliksem in de atmosfeer van Saturnus
De lichtpuntjes in de
wolken zijn de bliksemflitsen
en hebben een doorsnede van ongeveer 300 kilometer.
Op Saturnus zijn drie
typen wolken die
bliksems kunnen
produceren.
De bovenste laag bestaat uit ammoniak ijs, de middelste laag is een
mengsel
van waterstofsulfide en ammoniak, in de onderste laag bevindt zich
water.
Cryosat-2
succesvol gelanceerd, 8
april 2010
De ESA heeft donderdag 8 april de
CryoSat-2 satelliet
met succes gelanceerd.
Een omgebouwde langeafstandsraket van de voormalige Sovjet-Unie brengt
de satelliet in een baan om de aarde, vijf jaar na het neerstorten van de
CryoSat.
De CryoSat-2 onderzoekt vooral
Groenland en het zuidpoolgebied,
de twee grootste ijsmassa's op aarde. Door een signaal naar het
oppervlak van
de aarde te sturen en de manier waarop dat signaal wordt
teruggekaatst, kunnen
wetenschappers afleiden hoe hoog een ijsschots of een ijsberg is.
Lancering
CryoSat-2
De satelliet gaat
natuurlijke en door de mens veroorzaakte
veranderingen
in de poolgebieden meten.
CryoSat-2 gaat minstens drie jaar lang
hoogteverschillen meten van de
uitgestrekte ijsvlakten op de polen.
Tijdens de missie zal de satelliet elke plek op aarde meerdere keren
meten,
zodat veranderingen zichtbaar worden.

IJsmetingen
CryoSat-2 is niet het eerste instrument waarmee het poolijs vanuit de
ruimte in de gaten
wordt gehouden. In 1978 lanceerden de Amerikanen hun
weerkunstmaan Nimbus-7.
De ESA bracht in 2002 de Envisat in de ruimte, die ook metingen aan het
poolijs
verrichtte, gevolgd door ICESat van de NASA. Envisat werkt nog steeds,
bij ICESat stopte het belangrijkste
meetinstrument vorig jaar oktober met werken.
Extreem
jonge exoplaneet ontdekt, 8 april 2010
Om de bruine dwerg,
2M044144, is een planeet ontdekt die binnen
een miljoen jaar is ontstaan, dit is veel sneller dan de gebruikelijke
theorieën over planeetvorming voorspellen.
Deze mislukte dwergster weegt ongeveer 20 Jupitermassa's
is ontdekt met de Hubble
Space Telescope en wordt verder
onderzocht met de Gemini-telescoop op Hawaï.

Jonge exoplaneet 2MJ044144
De ster maakt deel uit van een verzameling van 32 bruine dwergen in een
stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier op een afstand van 450 lichtjaar.
De exoplaneet,
2MJ044144, die
om de bruine dwerg draait is vijf à tien keer
zo zwaar is als Jupiter. De afstand tussen de dwergster en zijn planeet
is 3,6 miljard
kilometer, dit is ongeveer anderhalf maal de afstand tussen onze zon
en Saturnus.
Ze lijken elk
afzonderlijk te zijn ontstaan door het samentrekken van een
grote wolk gas en stof.
Dat verklaart ook de snelle vorming van de jonge planeet.
In de buurt van
2M044144 zijn nog twee objecten ontdekt, een bruine dwerg
en een rode dwergster,
vermoedelijk zijn ze uit één en dezelfde
samentrekkende en
fragmenterende gaswolk ontstaan.
Eerste normale exoplaneet
Met CoRoT-satelliet en
de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla,
in Chili is voor het eerst een normale exoplaneet ontdekt, die in
veel opzichten op de planeten van ons zonnestelsel lijkt.
De planeet, Corot-9b, draait om een zonachtige ster, is ongeveer zo
groot als Jupiter en bestaat ook grotendeels uit waterstof en helium.
Corot-9b staat ver van
zijn
moederster, hierdoor is de temperatuur aan het
gasoppervlak
betrekkelijk gematigd, waarschijnlijk -20 tot +160 graden Celsius.
De
afstand tot de aarde is 1500 lichtjaar.
CoRoT-9b staat in het sterrenbeeld
Slang en draait vanaf de aarde
gezien in 95 dagen om zijn zon.

Corot-9b
Tijdens de overgang, die ongeveer 8 uur
duurt kan de planeet onderzocht worden.
De planeet lijkt niet
op de eerder ontdekte exoplaneten (ongeveer 400).
Die zijn veel heter omdat zij dichter bij hun zon staan.

Aurora vanuit het ISS
Vanuit het ISS, die met een snelheid
van 28.000 kilometer rond de aarde
vliegt, werd deze foto van het
poollicht (aurora) gemaakt.
Op de voorgrond zie je het Russische Sojoez
of Progress ruimteschip.
Space Shuttle
Discovery naar ISS
gelanceerd, maandag 5 april 2010
Vanaf Cape Canaveral in Florida is maandag de Discovery succesvol
naar het Internationaal Ruimtestation ISS
gelanceerd.
De lancering van Discovery is zijn een na laatste vlucht.
Hierna volgen nog drie shuttle vluchten.
De shuttle vertrok om 12.21 uur Nederlandse tijd, om woensdagochtend aan
te koppelen aan het ISS, om vervolgens na een dertien
dagen durende missie
op zondag 18 april terug te keren op het aardoppervlak.
De tweede shuttlevlucht van dit jaar is gepland voor vrijdag 16 april.
Op 16 september van dit jaar wordt de Discovery voor de allerlaatste
keer
gelanceerd. Het is dan de laatste shuttle die een reis naar de ruimte
maakt.
Het is nog niet bekend
hoe de toekomst er van de Amerikaanse ruimtevaart uit gaat zien.
Lancering Discovery
Tijdens deze missie STS-131
viert de NASA op 12 april de 29ste
verjaardag
van de eerste shuttlevlucht. Op die datum maakte de Russische kosmonaut
Yuri Gagarin in 1961 zijn eerste ruimtevlucht als mens.
De Space Shuttle vervoert ruim 7700 kilogram aan nieuwe
wetenschappelijke
instrumenten, voorzieningen en onderdelen om het laatste deel van de
bouw
van het complex af te maken. Ook neemt hij het in Europa
gebouwde
vrachtonderdeel Leonardo mee, die aan het ISS zal komen te hangen.
Het doel van de vier laatste missie's van de shuttles is ongeveer tien
ton
aan reserveonderdelen, uitrusting en voorraden naar het ISS te brengen.
Tijdens drie ruimtewandelingen wordt onderhoudswerk verricht,
onder andere aan het koelingsysteem.
De bemanning
Zittend zijn commandant Alan Poindexter (rechts) en piloot James P.
Dutton Jr (links).
Van links naar rechts staand zijn Rick Mastracchio, Stephanie Wilson,
Dorothy Metcalf-Lindenburger, Naoko Yamazaki en Clayton Anderson.
Cassini vliegt langs Titan, 3 april 2010
Tijdens de 67e flyby
vliegt Cassini
op een afstand van 7500
kilometer langs Titan.
Daarbij zal met name
onderzoek worden gedaan van twee
donkere duingebieden, Belet en Senkyo, langs de evenaar.
67e flyby langs Titan
In de nacht van dinsdag
op woensdag volgt voor de tweede keer
een flyby langs Dione, tot op ongeveer 500 kilometer.
Bij eerder onderzoek zijn
aanwijzingen gevonden dat Dione deeltjes
uitstoot die uiteindelijk in het ringenstelsel van Saturnus
terechtkomen.
Cassini gaat dit met zijn meetinstrumenten onderzoeken.

Titan en Dione
Titan is een mix van ijs en gesteente, 3 april 2010
Meetgegevens, tussen
februari 2006 en juli 2008, van Cassini in
zwaartekrachtsvariaties van Titan wijzen erop dat het
inwendige
te koud
is geweest om afzonderlijke lagen van ijs en gesteente te vormen.
Alleen de buitenste 500 kilometer van Titan bestaat vrijwel geheel uit
ijs.
Het was al langer bekend dat Titan voor de ene helft uit ijs en
voor de andere helft uit gesteente bestaat, maar het was onduidelijk
hoe deze beide bestanddelen over het inwendige verdeeld waren.
Titan en zijn kern
Dit betekent dat de vorming van deze maan vrij traag moet zijn verlopen,
in ongeveer een miljoen jaar. Bij een sneller vormingsproces zou het
inwendige zo heet zijn geworden, dat het ijs tijdelijk was gesmolten
en al het gesteente naar de kern van Titan was gezakt.