MANEN

 

Vanaf de aarde zijn door een telescoop maar 5 grote manen van Uranus te zien.

Van binnen naar buiten zijn dit
Miranda, Ariël, Umbriël, Oberon en Titania (ontdekt tussen 1787 en 1948).

 


Miranda

 


Ariël

 


Umbriël

 


Oberon

 


Titania

 

De vijf grote manen lijken te bestaan uit een kern van steen en ijs eromheen.
Met een doorsnede van 1578 km is Titania de grootste maan, hierna komt Oberon 1523 km.

Umbriël 1169 km en Ariël 1158 km zijn kleiner en vertonen kraterinslagen.

 


Umbriël en Ariel

 

Miranda is de kleinste maan,
doorsnede 472 km en heeft een oppervlak met verschillende vormen naast elkaar,
waarschijnlijk is Miranda lang geleden getroffen door een meteoriet en in stukken gebroken
en later door de zwaartekracht weer één geheel geworden.

Ariël en Titania worden doorsneden door ravijnen, ontstaan door scheuren en bewegingen in de ijskorst.

Twee kleine manen, Cordelia en Ophelia, met een doorsnede van 30 km
cirkelen ieder aan een kant van de buitenste ring van Uranus, de Epsilonring.

Ze worden herdersmaantjes genoemd omdat ze de deeltjes in de ring op hun plaats houden.

In december 2005 hebben zes kleine maantjes van Uranus officiële namen gekregen.
Er zijn nu 27 manen bekend.

S/2001 U3 - Fransisco
S/2003 U3 - Margaret
S/2001 U2 - Ferdinand
S/1986 U10 - Perdita
S/2003 U1 - Mab
S/2003 U2 - Cupid

 


Nieuwe manen en ringen van Uranus

 

Cupid, Perdita en Mab bevinden zich tussen de smalle, donkere ringen van Uranus en de maan Miranda.

De manen hebben een omlooptijd van minder dan een dag
en hebben een doorsnede van 10 tot 20 kilometer.

Fransisco, Margaret en Ferdinand draaien op veel grotere afstand rond Uranus,
ver buiten de baan van de buitenste maan Oberon.

Deze manen zijn ongeveer 20 kilometer groot en hebben omlooptijden van respectievelijk
266, 1695 en 2823 dagen, dit is bijna 8 jaar.

Schaduwovergang over Uranus waargenomen, 1 september 2006

De Hubble Space Telescope heeft op 26 juli opnames gemaakt van een astronomisch verschijnsel,
dat nog nooit door een mens is waargenomen, een zeldzame schaduwovergang bij Uranus.

Op de foto is te zien hoe de maan Ariel, met een doorsnede van 1100 kilometer, voor Uranus langs trekt
en daarbij zijn schaduw op het wolkendek van de planeet werpt.

 


Uranus en Ariël

 

Schaduwovergangen van manen zijn bij Jupiter en Saturnus vaker te zien, de manen van Uranus draaien
op een dusdanige manier rond de planeet, dat ze heel zelden schaduwen veroorzaken.
Dit komt omdat Uranus een gekantelde planeet is en de manen dus ook op dezelfde manier draaien
als Uranus, hierdoor bewegen zijn manen vanaf de
aarde gezien zelden voor de planeet langs.

 


Stand van Uranus met manen

 

De laatste keer dat de omstandigheden gunstig waren, was in 1965, maar de telescopen van die tijd
waren echter niet krachtig genoeg om een schaduwovergang te onderscheiden en vast te leggen.

Ariel is een ijzige maan en heeft 1/3 van de grote van onze maan.
De komende tijd is de stand ten opzichte van de
zon gunstig en zullen ook de andere manen
hun schaduwen over Uranus werpen, namelijk Umbriël, Titania en Oberon.

 


Uranus in vergelijking met de aarde en de maan