Neptunus heeft dertien
manen waarvan Triton de grootste is.
Door de telescopen kunnen astronomen slechts twee manen zien die
om Neptunus cirkelen.
Dit zijn Triton en Nereïde.
Triton staat dicht bij
de planeet, maar Nereïde staat veel verder weg,
op een afstand van meer dan 5 miljoen km en draait in
tegengestelde richting.
Alle grote manen in het
zonnestelsel draaien tegen de richting van de klok in,
maar Triton gaat juist met de richting van de klok mee.
Dit lijkt erop te wijzen
dat Triton geen echte maan is, maar waarschijnlijk een planetoïde
of komeet ingevangen door de zwaartekracht van Neptunus
Nereïde heeft een doorsnede van ongeveer 340 km.

Voyager 2 nam nog zes andere manen waar toen hij langs
Neptunus vloog.
Namelijk, Proteus, deze heeft een doorsnede van 416 km, Proteus
is vanaf de aarde niet te zien
omdat hij te dicht bij Neptunus staat en altijd opgaat in de
gloed van de planeet.

De andere vijf manen van
Neptunus zijn kleiner.
Larissa, heeft een doorsnede van 192 kilometer en Thalassa 80 km.
Larissa cirkelt buiten het ringenstelsel om Neptunus, maar de andere manen cirkelen in het ringenstelsel zelf.

Galatea (doorsnede 150 km) cirkelt net binnen de buitenste Adamsring en lijkt een herdersmaan.

Despina (doorsnede 180 km) is waarschijnlijk een herdersmaan van de Le Verrier-ring.

De kleinste maan Naiade heeft een doorsnede van 54 kilometer.

Triton heeft een
doorsnede van 2705 km, ongeveer 4/5 van onze maan.
Zij bestaat voor twee derde uit gesteente,
maar wordt bedekt door een ijzig oppervlak van bevroren waterstof
en methaangas.
Met een temperatuur van
-235 °C is het de koudste plaats die ooit werd waargenomen.
De maan is zo koud, omdat hij zo'n beetje al het zonlicht
terugkaatst dat op hem valt.
Daardoor kan de zon hem nauwelijks opwarmen.
De erg dunne atmosfeer bestaat hoofdzakelijk uit stikstof.
Het landschap heeft veel
richels en geulen, waarschijnlijk omdat het oppervlak
dan weer bevriest en dan weer ontdooit.
Wanneer de zon de
ijskorst van Triton opwarmt, ontstaan er gasbellen in de bevroren
ijskorst.
Die barsten uit in geisers en ijsvulkanen die tot 8 km hoog
vloeibaar stikstof en stof spuiten.
Dit is bijzonder
spectaculair,
op één van de foto's die de Voyager 2 nam van Triton is de
uitbarsting te zien.
Triton zal niet eeuwig bestaan, hij cirkelt langzaam naar Neptunus toe.
Uiteindelijk zal de maan
op Neptunus botsen of in stukken uiteenvallen,
die stukken vormen dan misschien een nieuwe ring rond de planeet.
Drie nieuwe Trojanen bij Neptunus ontdekt, 16 juni 2006
Er zijn drie nieuwe planetoïden ontdekt, die dezelfde baan volgen als Neptunus.
De planetoïden draaien in stabiele schommelingspunten, die op 60
graden aan weerszijden van Neptunus liggen.
Zulke planetoïden die voor een planeet uit of achter een planeet
aan om de zon bewegen, worden Trojanen genoemd.
Elke planeet kan Trojanen hebben, maar tot
nu toe zijn ze alleen waargenomen bij Jupiter (2000 Joviaanse
Trojanen)
en Neptunus. Sterrenkundigen vermoeden dat er zich veel Trojanen
bij Neptunus bevinden,
maar door hun grote afstand zijn ze moeilijk waarneembaar.

Baan Trojanen van Neptunus
De vier Trojanen, die tot nog toe zijn
ontdekt, bewegen zich 5 miljard kilometer voor Neptunus uit.
Deze Trojanen hebben een doorsnede tussen de 60 en 140 kilometer.
De Neptuniaanse Trojanen zijn allemaal
rood. Waarschijnlijk zijn ze dus op dezelfde manier ontstaan.
De kleur is dezelfde als die van Joviaanse Trojanen en zijn
onregelmatige satellieten
en misschien zelfs kometen, maar het komt niet overeen met
Kuipergordelobjecten.
De wetenschappers denken, dat er waarschijnlijk wel 10.000 tot
40.000 Neptuniaanse Trojanen zijn.
Triton ingevangen door Neptunus, 11 mei 2006
Triton, de grootste maan van Neptunus had
ooit een begeleider.
Samen draaiden ze om de zon, net zoals Pluto en Charon.
Toen deze twee manen te dicht in de buurt
van Neptunus kwamen, werd Triton in het
zwaartekrachtsveld van Neptunus ingevangen terwijl zijn
begeleider werd weggeslingerd.
Triton is 40% zwaarder dan Pluto en draait in de verkeerde
richting om Neptunus heen.
Het baanvlak staat scheef, daaraan is te zien dat de maan niet
tegelijk met Neptunus is ontstaan,
maar later door de planeet is ingevangen.