INFO OVER HET ZONNESTELSEL

 

Z

 

De zon

De zon is een enorme bol van superheet en helder gas.
Ze heeft een doorsnede van 1.4 miljoen kilometer, de
aarde past er wel 1.300.000 keer in.

De zon ontstond net als alle andere sterren uit samentrekkend materiaal in een grote wolk van
gas en stof, voornamelijk waterstof en helium. Tientallen sterren die tegelijk met de zon zijn
ontstaan, bevinden zich nog steeds binnen een afstand van een paar honderd lichtjaar van de zon.

Sterrenkundigen gaan er vanuit dat vrijwel alle sterren van het Melkwegstelsel zijn geboren in groepen
die in de loop der tijd uiteen zijn gevallen, maar dit is minder snel gebeurd dan men tot nu toe dacht.

Onze zon bevindt zich nu op een afstand van 28.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg.
Zijn snelheid is 235 kilometer per seconde, is licht elliptisch en heeft sinds zijn ontstaan
27 omlopen rond het Melkwegcentrum gemaakt.

De zon werd geboren in een uitgestrekte interstellaire wolk , die door zijn eigen zwaartekracht
samentrok en daarna uiteenviel in deelwolken, die elk het licht gaven aan een ster. Er zijn toen
waarschijnlijk 500 tot 3000 zonnen ontstaan, in een gebied met een doorsnede van 6 tot 20 lichtjaar.

Toen het samengedrukte en hete materiaal in de kern van de jonge zon een temperatuur
bereikte van 10 miljoen °C, begon de kernfusie en kwam er energie vrij.

 


Zonnevlekken nu

 

De zon schijnt, omdat zij lichtenergie produceert.
Ze schijnt al 4.6 miljard jaar en zal nog ongeveer 5 miljard jaar doorschijnen.

Het licht van de zon doet er 8 minuten over om de aarde te bereiken.
Dus als je hem nog net boven de horizon ziet is hij in het echt al ondergegaan.

De zon bevat ruim 99% van al het materiaal in ons zonnestelsel.
Ze bestaat voor ¾ uit waterstof, de rest uit helium en andere elementen.

Ongeveer 60% van het gas van de zon zit in de kern opeengeperst bij een temperatuur van 15 miljoen °C.
In de kern wordt waterstof omgezet in helium, waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen.

Elke seconde wordt ongeveer 600.000 miljoen kg waterstof in helium omgezet.

 


De zon

 

De foto hierboven van de zon is gemaakt door de SOHO op 14 september 1999.
In dat jaar bereikte het aantal zonnevlekken op de zon de elfjarige piek.

Rond deze piek zijn er de meeste zonnevlekken op de zon te zien
die niet langer dan enkele weken blijven bestaan.

De zon is de laatste zestig jaar hyperactief.
In de periode 1645-1715 waren er bijna geen zonnevlekken.

 


Een zonnevlek in vergelijking met de aarde

 

De donkere zonnevlekken hebben een doorsnede van een paar honderd tot honderdduizenden kilometers,
in die zonnevlekken is de temperatuur ongeveer 1500°C lager dan op de rest van de zon.

De zonnevlekken hebben een periode van elf jaar dat ze toe- en afnemen.

Het zichtbare oppervlak wordt fotosfeer genoemd.
De temperatuur is daar 5500°C.

In de fotosfeer komen gassen uit het oppervlak in de vorm van stralen en wolken,
een protuberans (gaswolk).

 


Een protuberans (gaswolk)

 

Boven de fotosfeer bevindt zich de dampkring die miljoenen kilometers ver de ruimte in reikt.
De binnenste dampkring is de chromosfeer,
de buitenste damkring, de corona, is alleen zichtbaar tijdens een volledige zonsverduistering.

Proba-2 fotografeert de zon, 27 januari 2010

Proba-2, in november 2009 gelanceerd, test zijn instrumenten voor wetenschappelijke waarnemingen,
onder meer van de
zon en de invloed van de zonneactiviteit op de hoge aardatmosfeer.

Op een van de opnamen is de ringvormige zonsverduistering van 15 januari 2010 te zien.
Een paar instrumenten zullen straks gebruikt worden in de missies BepiColombo naar Mercurius, en de ExoMars.


Zonsverduistering op 15 januari


Zonnevlammen voorspelbaar, 21 januari 2010

Er wordt al jaren naar methodes gezocht om zonnevlammen,
dit zijn grote uitbarstingen op de
zon, te kunnen voorspellen. Onderzoekers denken nu een voorspelbare methode gevonden te hebben, nadat ze de
magnetische gegevens van meer dan duizend groepen zonnevlekken hebben verzameld.

Daarbij ontdekten zij steeds hetzelfde patroon van magnetische veldlijnen onder
het oppervlak, die zich steeds strakker vast draaiden, totdat ze kapot gingen.

Zonnevlammen zijn plotselinge uitbarstingen van energie en licht uit de magnetische velden
van zonnevlekken. De fotonen die daarbij vrij komen bereiken de aarde in acht minuten.
Deze fotonen kunnen storingen veroorzaken in de signalen van bijvoorbeeld satellieten (GPS).

Nu dit bekend is, kan een zonnevlam al twee of drie dagen van te voren worden voorspeld.
Ook kan een schatting worden gemaakt van de sterkte van de uitbarsting.

Grote zonnevlekkengroep ontstaan, 16 december 2009

Het oppervlak van de zon begint na een lange periode van rust weer magnetische
activiteit te vertonen. De nieuwe zonnevlekkengroep 1035 neemt in omvang toe,
is nu zeven keer zo breed als de
aarde en maakt deel uit van de nieuwe zonnecyclus 24.


Nieuwe zonnevlek 15 december 2009


Zonnevlek 1035


Weer een zonnevlekkengroep te zien, 8 juli 2009
 
Begin juni waren de eerste kleine donkere vlekken van zonnecyclus 24 op de .
De activiteit van de zon is sinds 4 juli weer aan het toenemen
door de ontwikkeling van een  nieuwe zonnevlekkengroep 1024.



Zonnevlekkengroep 1024


De temperatuur van deze vlekken is enkele honderden graden lager dan de omgeving,
het heeft geen recordomvang, maar is wel de grootste van de afgelopen twee jaar.
De zonnevlekken veroorzaken ook redelijk grote uitbarstingen, zonnevlammen op de zon.

Vlekken op de zon, 4 juni 2009

Er is een donkere zonnevlekkengroep zichtbaar op de zon. Dit gebied op het oppervlak,
waarin ook zonnevlammen en uitbarstingen van röntgenstraling kunnen voorkomen,
heeft een temperatuur die enkele honderden graden lager is dan de omgeving.

De eerste vlekken van zonnecyclus 24 waren al veel eerder verwacht.


Begin zonnecyclus 24

Doordat de vlekkengroep zich op de hoge noordelijke breedtegraad bevindt gaat men er
vanuit dat dit de volgende cyclus is, die in 2012 of 2013 zijn maximum moet bereiken.
Het bestaan en de invloed op de aarde van deze elfjarige activiteitscyclus
van de zon wordt nog steeds niet goed begrepen.

 De zon wordt aktiever, 11 mei 2009

STEREO-B heeft waarschijnlijk twee actieve
zonnevlekgroepen op de zon ontdekt,
die zich nog achter de oostrand bevinden. De afgelopen dagen hebben deze twee gebieden
een aantal flinke uitbarstingen geproduceerd, waaronder een coronale massa-ejectie.



De zon wordt aktiever


Op 5 mei vond er een coronale massa-ejectie plaats.
Door de draaiing van de zon, zullen de zonnevlekken op 7 of 8 mei zichtbaar worden voor
waarnemers op
aarde. Na een lange periode van inactiviteit lijkt de zon weer wat op te leven.

Wetenschappers denken dat het maximum van de cyclus waarin de zon zich nu bevindt,
ruim een jaar later,
in mei 2013, plaats zal vinden. Dan zouden er ongeveer negentig zonnevlekken
op het oppervlak moeten zijn, dat is lager dan de gemiddelde hoeveelheid vlekken tijdens een piek.
Als dit zo is, dan is de deze zonnecyclus de twee na zwakste sinds men waarnemingen verricht aan onze zon.

Zon lang inactief, 13 april 2009

De zon heeft een nieuw record bereikt en was in 100 jaar niet zo inactief.
Het afgelopen jaar waren er op 266 van de 366 dagen helemaal geen
zonnevlekken te zien. In 1913 had de zon minder vlekken dan nu, op slechts
54 dagen vertoonde de zon donkere vlekken en 311 dagen niet.

Misschien gaat 2009 dat record wel breken, dit jaar telt de zon al 78 zonnevlekloze dagen.
Het aantal zonnevlekken is een maat voor de magnetische activiteit van de zon.


Zonneactiviteit toen en nu


Eens in de ongeveer elf jaar bereikt deze activiteit een minimum.
De zon vertoont momenteel niet alleen weinig vlekken, maar ook de zonnewind,
de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt, is duidelijk zwakker
dan anders. De zon zendt nu een beetje minder zichtbaar licht en ultraviolette straling  uit dan
twaalf jaar geleden. Naar verwachting zal de zonneactiviteit de komende jaren weer aantrekken.

Zonneactiviteit start langzaam op, 10 november 2008

Na twee vrijwel zonnevlekloze jaren lijkt de zon weer langzaam aktief te worden.
In oktober zijn vijf nieuwe zonnevlekgroepen gezien en dat is meer dan de afgelopen maanden.

Vier van de vijf zonnevlekgroepen hebben kenmerken van de komende zonnevlekkencyclus,
cyclus 24, laten zien. Zonnevlekkencyclus 23 bereikte zijn hoogtepunt in 2000.

Het verschil tussen de oude en de nieuwe zonnevlekkencyclus is dat de vlekken zich in de richting
van de evenaar bewegen en de magnetischvelden zijn tegengesteld gepolariseerd. Begin november waren
al een paar kleine zonnevlammen waargenomen. Het volgende maximum wordt rond 2011 of 2012 verwacht.

 


De zon begin november 2008

 

Nieuwe cyclus zonnevlekken, groep 1007, verplaatst zich over het oppervlak van de zon
over een periode van vier dagen. de opname is gemaakt door de
SOHO.

Zonsverduistering, 31 juli 2008

Vrijdag 1 augustus 2008 vindt een totale zonsverduistering plaats in een smalle strook
door Noord-Groenland, Nova Zembla, midden-Siberi?, west-Mongoli? en noord-China.

De verduistering begint om 10.37 uur wanneer de zon schuilgaat achter de maan.
Er is dan aan de bovenkant van de zon een deukje te zien.

 


Zonsverduistering 1 augustus 2008

 

Om 11.25 uur is de verduistering maximaal. Op de plaats van grootste eclips
duurt de totale verduistering 2 minuten en 27 seconden.

Bij helder weer, dat niet wordt verwacht, zal de zonsverduistering
in Nederland te zien zijn als een hapje uit de zon linksboven in de zon.

 


Zonsverduistering 11.25 uur

 

Grote uitbarsting aan zonnerand, 7 juli 2008

De activiteit van de zon is nog minimaal, maar toch vinden er geregeld grote uitbarstingen plaats.

Zo verscheen er een paar weken geleden een ongebruikelijk actieve protuberans aan
de oostelijke rand van de zon, die gepaard ging met fontein-achtige uitbarstingen.

Misschien gaat het om een kortstondige uitbarsting gaat, maar het kan ook dat
de protuberans een voorteken is van de komst van een nieuwe zonnevlekkengroep.
Met speciale zonnekijkers wordt het betreffende gebied de komende tijd in de gaten houden.

 


Grote uitbarsting op de zon

 

Stereo ziet Tsunami op de zon, 6 april 2008

STEREO heeft op 19 mei 2007 voor het eerst, een krachtige tsunami van heet gas met temperaturen
tussen 60.000 en 2 miljoen graden Celsius, gefilmd vlak boven het oppervlak van de
zon.
De golf trok in 35 minuten tijd met een snelheid van ruim één miljoen kilometer per uur over het zonsoppervlak.
Het bestaan van zulke tsunami's op de zon was al bekend, maar nooit eerder zo gedetailleerd in beeld gebracht.

Tsunami's op de zon worden door grote coronale explosies veroorzaakt, de Coronal Mass Ejections, CME,
waarbij tijdens de enorme uitbarstingen in de ijle, hete dampkring van de zon, grote hoeveelheden
elektrisch geladen deeltjes de ruimte in worden geblazen.

 


Tsunami op de zon

 

STEREO maakt elke paar minuten een foto van het zonsoppervlak, in vier verschillende golflengtegebieden.
NASA heeft de afzonderlijke foto's tot een filmpje samengevoegd. Zo konden de wetenschappers zien
hoe de golf zich verspreidde in de verschillende lagen van de atmosfeer van de zon.

De tsunami verspreidde zich met gelijke snelheden door elk van deze lagen. Doordat de chromosfeer veel dichter
is dan de corona, hadden de wetenschappers verwacht dat de puls daar zou vertragen, maar dit gebeurde niet.
Misschien dat dit bij onderzoek van volgende tsunami's wordt ontdekt.

Nieuwe zonnecyclus begonnen, 15 januari 2008

Op 4 januari is de nieuwe zonnecyclus begonnen, de 24e sinds het begin van de waarnemingen in 1755.
De
SOHO zag een zonnevlek op het noordelijk halfrond van de zon met een tegengestelde magnetische polariteit.
Een nieuwe cyclus begint meestal met een zonnevlek die een omgekeerde magnetische polariteit kent.
De vlek maakt deel uit van de nieuwe cyclus, die naar verwachting in 2011 of 2012 zijn maximum zal bereiken.

Tijdens zonnemaxima, die gemiddeld elke elf jaar plaatsvindt, bereikt de activiteit van de zon een maximum,
met extra veel donkere zonnevlekken, heldere vlammenvelden en magnetische explosies en is het aantal
zonnevlekken en -vlammen groter dan normaal, wat ook invloed heeft op de magnetosfeer van de
aarde.

 


Nieuwe zonnevlek is het begin van volgende zonnecyclus

 

Tijdens een maximum zijn er veel verstoringen in het magnetische veld van de zon, de CME.
Een CME, is de afkorting voor Coronal Mass Ejection en vindt plaats wanneer
het gespannen magneetveld van de zon zich iets ontspant.
Tijdens de CME wordt er een enorme hoeveelheid geladen zonne-materiaal de ruimte ingeslingerd.
Als dit materiaal in de richting van de aarde wordt gestuurd, krijgen we een geomagnetische storm.

Tijdens zo'n magnetische storm is vaak poollicht te bewonderen, maar ook zorgen de geladen
zonnedeeltjes ervoor dat veel elektrische apparatuur in de problemen raakt.
Met name satellieten en energienetten kunnen ernstige schade oplopen.
Zo viel in 1989 in grote delen van Canada gedurende 9 uur de stroom uit door een zonnestorm.

De zonnecyclus 23 bereikte een piek tussen 2000 en 2003.

 


Zonnecyclus 24 begint

 

Ook vliegt vandaag Ulysses op grote hoogte over de noordpool van de zon en
beweegt in een wijde baan die vrijwel loodrecht op het baanvlak van de planeten staat.
Ook in 1994, 1995, 2000, 2001 en 2007 vonden poolpassages plaats.

De ruimtesonde kan nu onderzoek doen aan de magnetische velden en de zonnewind,
die waarschijnlijk in verband staan met de poolgebieden van de zon,
die heel andere magnetische eigenschappen hebben dan de evenaargebieden.

De poolpassage is nu extra interessant omdat hij plaatsvindt op een moment
dat er net een nieuwe zonnecyclus van start gaat. Onderzoekers denken dat de poolgebieden
van de zon een belangrijke rol spelen bij de afwisseling van activiteitscycli van de zon.

Oude magnetische velden, de overblijfselen van oude zonnevlekken, bewegen in de richting van
de polen en zakken naar een diepte van 200.000 kilometer en worden door de dynamowerking
van de zon opnieuw versterkt worden. Het is nog niet duidelijk hoe de zonnecyclus van invloed
is op een eerder waargenomen temperatuurverschil tussen de twee polen van de zon.

 


Ulysses vliegt over de noordpool van de zon

 

SOHO heeft op 11 december deze zonnevlek al waargenomen, als meer van deze velden samenkomen
tot een grote donkere zonnevlek, dan is volgens wetenschappers de zonnecyclus (24) begonnen.
De nieuwe cyclus zal naar verwachting tijdens de piek in 2012 erg hevig zijn, hierdoor kunnen met name
telecommunicatie, luchtverkeer, elektriciteitsnetwerken en GPS-systemen op
aarde er last van krijgen.

Missie Ulysses-project verlengt, 18 november 2007

Het ruimteonderzoeksproject Ulysses wordt voor de vierde keer met twaalf maanden verlengd,
tot maart 2009. De ruimtesonde die al 18 jaar in werking is, is ontworpen om de heliosfeer,
de elektromagnetische invloedssfeer van de
zon, in drie dimensies in kaart te brengen.

Ulysses is een ruimtesonde van de NASA en de ESA, die in 1990 in een zeer wijde baan over
de noord- en de zuidpool van de zon werd gebracht. Sinds het najaar 2006 werkt Ulysses samen
met de twee STEREO-kunstmanen, die vergelijkbaar waarnemen in de omgeving van de
aarde.

 


Ulysses en de zon

 

De activiteit van de zon zal binnenkort weer gaan toenemen en er zijn nog een aantal belangrijke vragen
onbeantwoord, zoals de ongelijkmatige temperatuur van de coronale holtes. Deze coronale holtes
zijn verstoringen in de corona, de atmosfeer van de zon, die veroorzaakt worden door de magnetische polarisaties.

Deze ongelijkmatigheid in temperatuur zag men in 1994 en 1995, toen Ulysses ontdekte dat de noordelijke
coronale holte, magnetisch positief koeler was dan de zuidelijke coronale holte, magnetisch negatief.
Men hoopt dat met de verlenging van de Ulysses-missie dit raadsel op te lossen.

De Ulysses heeft alleen steeds minder elektriciteit tot zijn beschikking, daar de ruimtesonde
werkt met een radio-isotopische generator, hierbij wordt energie opgewekt door het verval
van radioactieve deeltjes en niet met zonnecellen.

Zonnewind wordt afgeremd door helium, 20 mei 2007

Uit gegevens van het Solar Wind Experiment, de WIND-satelliet is gelanceerd in 1994, blijkt dat de zonnewind afgeremd
kan worden door heliumgas, het experiment van de
NASA meet de snelheid, dichtheid en temperatuur van de zonnewind.
De zonnewind is de stroom van elektrisch geladen deeltjes die voortdurend vanuit de zon het heelal in stromen
en bestaat vooral uit waterstofkernen of protonen, gemengd met een beetje helium en sporen van zwaardere elementen.

 


Zon en zonnewind

 

Als de zonnewind een lage snelheid (ongeveer anderhalf miljoen kilometer per uur) heeft, bevat ze vrijwel geen helium,
Maar tijdens energierijke explosies die gepaard gaan met hoge zonnewindsnelheden, (coronale massa-ejecties) is het
heliumgehalte 5 tot 10 keer hoger dan gemiddeld, dit doet vermoeden dat helium een remmende werking heeft
op de zonnewind, het heliumgas in de corona van de zon zou hier de oorzaak van kunnen zijn.

Het heliumgas hoopt zich op aan het oppervlak van de zon en wordt na verloop van tijd explosief de ruimte in geblazen.
Daarna begint de afremmingscyclus weer opnieuw. Het begrijpen van de zonnewind is belangrijk voor de bemande ruimtevaart,
aangezien blootstelling aan de zonnewind voor mensen levensgevaarlijk kan zijn.

Voorjaar 2008 volgende zonnecyclus, 28 april 2007

De volgende activiteitscyclus, zonnecyclus 24, van de zon komt in maart 2008 op gang, dit is aanzienlijk later dan enkele jaren geleden
werd verwacht
en wordt waarschijnlijk ook minder extreem dan sommige sterrenkundigen (ruimteweervoorspellers) verwachten.

 


11 jarige cyclus van de zon

 

De zon doorloopt een cyclus en heeft steeds om de elf jaar een activiteitsmaximum, waarbij extra veel zonnevlekken
en uitbarstingen te verwachten zijn. Tijdens een zonnemaximum ontstaan zonnestormen van elektrisch geladen deeltjes,
die storingen kunnen veroorzaken in
radio- en GPS-verbindingen en satellietelektronica.

De sterkte van een zonnemaximum kan voorspeld worden op basis van metingen aan magnetische velden van de zon.
Het maximum vindt eind 2011 of begin 2012 plaats.

De zon driedimensionaal, 23 april 2007

Stereo heeft zijn eerste stereoscopische opnamen gemaakt in 2D en 3D van de zon.
De twee ruimtesondes van
NASA hebben de zon gelijktijdig vanuit verschillende hoeken waargenomen.

Van deze waarnemingen zijn driedimensionale beelden gemaakt, waardoor de ruimtelijke structuur van de corona goed is te zien,
in de corona, de ijle dampkring van de zon, vinden regelmatig gigantische uitbarstingen van heet zonnegas plaats.

De stereoscopische beelden maken het mogelijk om betere voorspellingen te doen van deze coronale massa-ejecties (explosies),
die op een gegeven moment bij de aarde aan kunnen komen en hier schade kunnen toebrengen aan satellieten.
Astronomen krijgen door de Stereo ook de gelegenheid om het gebied tussen de zon en de
aarde te onderzoeken.

 


Zon in 2D

 

Hinode ziet enorme uitbarstingen op de zon, 21 maart 2007

De satelliet Hinode, of Solar B, gelanceerd in september 2006, heeft ontdekkingen gedaan, die erop
duiden dat het magnetische veld van de
zon, turbulenter en dynamischer is dan tot nog toe werd aangenomen.

De Hinode doet voornamelijk onderzoek naar de vaak explosieve wijze waarop dit magnetische veld,
energie overdraagt aan de verschillende lagen van de atmosfeer van de zon.

Een heel mooie uitbarsting die de satelliet heeft waargenomen, was een zonnevlam die op 12 januari ontstond.
Op het beeldschermverscheen een magnetische stroom ter grootte van de
aarde, die zich tot
een krachtige zonnevlam ontwikkelde, dit alles speelde zich af in de chromosfeer van de zon.

 


Zonnevlam januari 2007

 

Lange slierten strekken zich uit in de chromosfeer, dit dunne deel atmosfeerlaag bevindt zich tussen
het zichtbare oppervlak van de zon, de fotosfeer en de buitenste corona.

Dit was opmerkelijk, omdat er lange tijd werd gedacht, dat er in de chromosfeer weinig gebeurt.
Het ontstaan van zonnevlammen wordt overigens nog steeds niet goed begrepen.
Ze houden duidelijk verband met magnetische verstoringen in de buurt van zonnevlekken,
maar het is nog niet gelukt om te voorspellen waar een nieuwe zonnevlam zal ontstaan.

Ook het feit dat de temperatuur van de corona, de atmosfeer van de zon, veel hoger is dan de temperatuur aan het oppervlak
van onze zon. Want het buitenste deel van de corona, vertoont een uiterst ingewikkelde structuur, ook is het ijle coronagas
enorm heet (1 miljoen graden) in vergelijking met het zonneoppervlak (6000 graden).
Misschien dat de Hinode hier antwoord op vindt.

 


Hinode

 


Zonnevlam november 2006

 

Op de opname hierboven, gemaakt in november 2006, zie je geladen deeltjes, die vrijwel verticaal vanuit
een zonnevlek omhoog stijgen en de magnetische veldlijnen volgen.
Hoog aan de rand van de zonnevlek buigen de magnetische velden om, om zo een verbinding
te maken met gebieden die een tegenovergestelde lading hebben.

STEREO-B neemt zonsverduistering waar, 12 maart 2007

Op 25 februari heeft de camera van STEREO-B een bijzondere testopname gemaakt.
De beelden laten een gedeeltelijke zonsverduistering zien van de
zon op vier ultraviolette golflengten met de maan
op de voorgrond, vanuit de positie van de STEREO-B was de maan veel te klein om de zon af te dekken.

Het lijkt meer op een maanovergang dan op een zonsverduistering, dit komt doordat STEREO-B toen
op een afstand van 1,6 miljoen kilometer van de maan stond. Die afstand is 4,4 maal zo groot
als de afstand tussen de
aarde en de maan, waardoor de maan 4,4 maal zo klein lijkt.

 


Stereo-eclipsopname van de zon en de maan

 

Ulysses vliegt voor de derde keer onder de zon door, 7 februari 2007

De Ulysses vliegt vandaag, voor de derde keer sinds de lancering in 1990, onder de zuidpool van de zon door.
Ulysses is via een flyby langs Jupiter in een steile baan rond de zon gebracht,
door de flyby vliegt de ruimtesonde om de 6,2 jaar over de noord- en de zuidpool van de zon.

Vanuit een wijde baan om de zon onderzoekt de ruimtesonde de zonnewind, dit is een stroom van elektrsich
geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen en het magnetisch veld van de zon.

Ulysses is een Europees-Amerikaanse ruimtesonde en was ontworpen voor een levensduur van vijf jaar,
maar functioneert na ruim 16 jaar nog steeds redelijk goed, hoewel radio-isotopen-generatoren (RTG's)
van de ruimtesonde langzaam maar zeker minder stroom beginnen te produceren.

 


Ulysses en de zon

 

In december vonden verschillende uitbarstingen, zonnestormen, op de zon plaats, die een uitstoot van
grote hoeveelheden elektrische geladen deeltjes veroorzaakten. De Ulysses zag een toename in de stralingsdeeltjes
van de zon terwijl de ruimtesonde zich nu op veel grotere afstand boven de zuidpool van de zon bevindt.
Deze zonnestormen zijn gevaarlijk voor kunstmatige satellieten en ruimtesondes.

Op dit moment bereiken we het minimum van de activiteitscyclus van de zon, over 5 jaar bereikt
de zon weer het zonnevlekkenmaximum, daarom werd niet verwacht deze deeltjes tijdens het minimum
aan te treffen en al zeker niet bij de polen.

De vraag is nu hoe de geladen deeltjes in de poolstreken van de zon verzeild zijn geraakt.
De huidige verdeling van het magnetische veld van de zon zou er juist voor moeten zorgen,
dat deze deeltjes geen hoge breedtegraden kunnen bereiken.

Inmiddels is duidelijk dat de coronale gaten bij de zuidpool nu net zo koel zijn als die bij de noordpool
tien jaar geleden, dit kan erop duiden dat het temperatuurverschil met de polariteit van het magnetische veld
van de zon te maken heeft, de magnetische noord- en zuidpool zijn nu immers van plaats verwisseld.
Het bewijs zal mogelijk worden verkregen als Ulysses eind volgend jaar weer de noordpool van de zon bekijkt.

STEREO maakt eerste foto's, 20 december 2006

De eerste foto's werden op 4 december gemaakt, op de foto is het actieve gebied AR903 zichtbaar,
die de dagen erna voor zonnevlammen zorgde.

 


Eerste foto Stereo van de zon

 

Beide ruimtesondes dragen een set coronagrafen en camera’s die overeen komen met die van de SOHO,
die nu al 10 jaar de
zon in de gaten houdt. De Stereo zenden real-time hun data naar de aarde,
waar onderzoekers de gecombineerde gegevens gebruiken voor het maken van 3D-beelden van de zon.

Beide ruimtesondes beschrijven een andere baan om de zon, waardoor er twee verschillende beelden ontstaan.
Hieruit krijgen wetenschappers een stereobeeld van de zon te zien.

Zon is erg actief, 14 december 2006

De gemiddelde zonneactiviteit van de zon, gedurende de laatste maanden was laag,
maar de laatste weken vertoont onze zon flinke uitbarstingen.

Gedurende de grote zonnevlam en daaropvolgende coronale massa-ejectie (CME) van 13 december,
moest de ESA maatregelen nemen, omdat verscheidene systemen aan boord van satellieten uitvielen.

 


Zonnevlam uitbarsting

 

De uitbarsting werd ook waargenomen met de SOHO. De stroom geladen deeltjes die de zon uitstootte,
veroorzaakte bovendien een flinke geomagnetische storm op aarde, met bijbehorende poollichtverschijnselen.

 


Aurora Boralis (poollicht)

 

Rond 15.30 uur kwam de schokgolf van de X3-zonnevlam van dinsdagochtend bij de aarde aan.
De snelheid van de zonnewind rond de aarde steeg tot ruim 950 kilometer per seconde.

Om dit poollicht te kunnen zien is een vrij uitzicht op de noordelijke horizon nodig, en een donkere hemel.
De aurora borealis, zoals het poollicht ook wordt genoemd, is meestal te zien als een structuurloze gloed in het noorden.

Enorme zonnevlam, 6 december 2006

Een enorme schokgolf is over het oppervlak van de zon geblazen, het leek wel een solaire tsunami.
De schokgolf drukt het omringende plasma samen, verhit het en raast met een snelheid van 400 kilometers
per seconde over de zon heen. De golf is rondom de gehele zon gereisd in slechts 30 minuten tijd.

Grote schokgolven als deze zijn bij lage zonneactiviteit vrij zeldzaam.
De zonnevlam vond plaats in een actief gebied aan de rand van de zonneschijf.
De zon hoort op dit moment in zijn minimum te zitten, maar de zon is al jaren veel te actief,
wat maar weer bewijst dat ons begrip van de zonnecyclus niet compleet is.

 


Enorme zonnevlam, tsunami

 

Naar alle waarschijnlijkheid zal de volgende zonnecyclus, in 2011, dertig tot vijftig procent
sterker zijn dan de afgelopen cyclus. De hoeveelheid zonnevlekken die we tijdens
het maximum te zien krijgen, zal varieëren van 42 tot 185.

Het is het eerste bewijs dat de zon langzaam weer actiever wordt. Over vijf jaar komen zulke uitbarstingen
vermoedelijk vaker voor, aangezien de zon dan weer het hoogtepunt in zijn elfjarige cyclus bereikt.

 


Enorme zonnevlam

 

SOHO-missie tweeënhalf jaar verlengd, 24 mei 2006

De werkzame levensduur van de SOHO-satelliet is met ruim tweeënhalf jaar verlengd.
De Europese satelliet, die de
zon onderzoekt, zal nu tot december 2009 blijven werken,
dankzij een aanvullende subsidie van de Europese ruimtevaartorganisatie
ESA.

SOHO werd in december 1995 gelanceerd en onderzoekt de uitbarstingen van de zon,
de zonnewind en helioseismologie. Onlangs nog werd een techniek ontwikkeld om uit de waarnemingen van
trillingen in en op de zon, informatie te verkrijgen over de achterzijde van de zon, die we niet kunnen zien.

De ruimtesonde draait binnen de aardbaan om de zon, op anderhalf miljoen kilometer afstand van de aarde
en is de eerste zonnesatelliet in de geschiedenis, die de meeste gegevens heeft verzameld.

Meer dan 2300 wetenschappers hebben in deze periode gebruikt gemaakt van de gegevens van de satelliet.
De afgelopen twee jaar verscheen er elke dag een wetenschappelijk artikel dat gebaseerd was op
de wetenschappelijke resultaten van de SOHO missie.

De komende jaren zullen nieuwe satellieten gelanceerd worden voor zonneonderzoek,
o.a. de Japanse Solar B, de Europese Proba-2 en de Amerikaanse Solar Dynamics Observer.
SOHO zal de metingen en waarnemingen van deze nieuwe ruimtesondes blijven aanvullen.

 


Zon gefotografeerd door SOHO

 

25ste zonnevlekkencyclus in 2022 wordt mogelijk zwak, 11 mei 2006

Volgens de NASA is de reusachtige lopende band in de zon sterk vertraagd.
Dat zou kunnen betekenen dat het zonnemaximum na de volgende aanzienlijk zwakker wordt
dan de voorgaande zonnevlekkencyclussen.

 


Zonnevlekkencyclus tot 2022

 

De lopende band is een enorm circulatiesysteem onder het zonneoppervlak, dat twee aftakkingen kent,
een noordelijke en een zuidelijke, die elk ongeveer veertig jaar over één omloop doen.
Normaal is de snelheid van de circulatie ongeveer een meter per seconde, maar de afgelopen jaren
is de noordelijke tak met een kwart vertraagd en de zuidelijke zelfs met tweederde,
dit zijn de traagste snelheden die ooit werden gemeten.

De snelheid van de inwendige circulatie kan worden afgeleid uit de positie ten opzichte van de evenaar
van de zon waar nieuwe zonnevlekken tevoorschijn komen. Uit onderzoek is gebleken dat er
een verband bestaat tussen de circulatiesnelheid en de toekomstige zonnevlekkenactiviteit.

Een traag bewegende lopende band geeft een geringere zonneactiviteit.
Op basis van het gedrag van de inwendige zonnecirculatie is overigens ook voorspeld dat
het volgende zonnemaximum, dat in 2011 of 2012 wordt verwacht, zeer intens zal zijn.
De reden hiervoor is dat bij een snelle stroming meer magnetische velden aangemaakt worden
en zo de activiteit fors kunnen verhogen.

De vertraging dat we nu zien betekent dat in de 25ste zonnecyclus, die normaal zal pieken
in het jaar 2022, één van de zwakste kan zijn sinds eeuwen.

 


Stromingen, lopende banden, in de zon

 

De vraag is hoe ze nu in het binnenste van de zon kunnen kijken om dit gedrag waar te nemen,
dit alles gebeurt via zonnevlekken.
Deze magnetische velden borrelen op vanuit de convectiezone en komen aan het oppervlak.

Astronomen wisten al langer dat de zonnevlekken een lijn tonen van zonnnevlekkengroepen, die van
de gemiddelde zonnebreedtegraad zakken naar de evenaar en terug naar de middelste delen.
Volgens wetenschappers wordt deze verplaatsing veroorzaakt door de beweging van de convectiezone.

Door het meten van deze verschuiving van de zonnevlekkengroepen kunnen we indirect de snelheid
van de gordel meten, hierdoor kunnen ze in de toekomst beter de zonneactiviteit voorspellen.

Gedeeltelijke zonsverduistering, 29 maart 2006

In heel Europa is op woensdag 29 maart een gedeeltelijke zonsverduistering te zien.
In delen van Afrika en Azië en een smal gebied tussen Kreta en Cyprus
en boven Turkije en Georgië is er een totale zonsverduistering.

Volgens het KNMI begint de gedeeltelijke zonsverduistering in ons land om 11:47 uur.
Het hoogtepunt was om 12:37 uur, toen was 35% van de
zon door de maan bedekt.
Om 13:33 uur is de verduistering voorbij.

 


Verloop van de zonsverduistering in Nederland

 

In het zuidoostelijke deel van Europa zijn de klimatologische omstandigheden gunstig,
zodat de kans groot is dat de zonsverduistering daar goed te zien is.

 


Baan van de zonsverduistering

 

De centrale baan van de totale verduistering, 189 kilometer breed, begint om 10.35 uur Nederlandse tijd
in het noordoosten van Brazilië.

Na de oversteek van de Atlantische Oceaan vervolgt de verduisterde baan zijn weg door Afrika over Ghana,
Togo, Benin, Nigeria, Niger, Tsjaad, Libië en het noordwesten van Egypte.

De verduistere baan loopt vervolgens over de Middellandse Zee tussen Kreta en Cyprus door naar Turkije,
Georgië en Kazachstan en eindigt om 13.47 uur aan de grens tussen Rusland en Mongolië.

De vorige gedeeltelijke zonsverduistering in Nederland was begin oktober 2005.

 


Zelfgemaakte foto's van de zonsverduistering

 

Volgende zonnevlekkenperiode begint een jaar later, 7 maart 2006

De volgende zonnevlekkenactiviteit zal ongeveer een jaar later dan normaal beginnen, pas eind 2007 of begin 2008
en zal 30 tot 50% sterker kunnen zijn dan de laatste periode, dit is voorspelt door een nieuw computermodel voor bewegingsverschijnelen van de zon, ontwikkelt door de wetenschappers op de National Center for Atmospheric
Research (NCAR), het computermodel voorspelt de zonnevlekkenperiodes nauwkeurig.
De acht voorgaande zonneperiodes berekende het met een juistheid van meer dan 98%.

 


Hoogtepunt van de zonnevlekkenactiviteit in 1999

 

Volgens de NCAR-wetenschappers wordt de ontwikkeling van zonnevlekken bepaald door een stroming
van plasma (elektrisch geladen gas) tussen de evenaar en de polen van de zon, die als een soort
lopende band voor de productie van zonnevlekken dienst doet.
Een complete periode van deze plasmastroming duurt 17 tot 22 jaar, het is dus mogelijk om
ongeveer twee zonnevlekkenperiodes vooruit te kijken.

Naar verwachting zal de volgende zonnevlekkenperiode 24 rond 2012 zijn hoogtepunt bereiken.
Volgens het model zouden de zonnevlekken een groter gebied innemen, dan het zichtbare oppervlak van de zon (2,5%).
Het team zal volgend jaar proberen een voorspelling te doen van periode 25, die wellicht zal pieken in het jaar 2020.

Zonnevlekgroep, 2 december 2005
Op de zon heeft zich weer een nieuwe zonnevlekgroep (826) gevormd.

 


Zonnevlekgroep gemaakt door SOHO

 

Deze zonnevlekgroep begon enkele dagen geleden een klein groepje te vormen,
maar is nu uitgegroeid tot een goed zichtbare groep en is breder dan de
ringen van Saturnus.

In de zonnevlek ontwikkelen zich ook zonnevlammen.

Straling, 20 november 2005
De straling wordt veroorzaakt door zonneactiviteiten, zoals zonnevlammen en -stormen,
zijn niet gevaarlijk voor de astronauten in de ruimte, omdat deze straling wordt
tegengehouden door het ruimtevaartuig, bijvoorbeeld bij het
ISS.

Kosmische straling is gevaarlijker, want deze deeltjes zijn supergeladen,
die uitgezonden worden door
supernova's, zwarte gaten en andere objecten.

De energie van deze deeltjes is veel hoger dan de zonnedeeltjes, waardoor ze zich
niet laten tegenhouden door aluminium of plastic.

Hierdoor staan astronauten aan deze straling blootgesteld.
Voor toekomstige ruimtereizen naar de
maan en Mars is het belangrijk
om kosmische straling goed tegen te houden.

Grote zonnevlek, 15 november 2005
Op het oppervlak van de zon is een nieuwe grote zonnevlek ontstaan.

 


Zonnevlek

 

De zonnevlek is twee dagen geleden ontdekt.
De uitbarstingen op het zonneoppervlak brengen de
aarde tot nu toe niet in gevaar.

Gedeeltelijke zonsverduistering, 3 oktober 2005
Vandaag was een gedeeltelijke zonsverduistering.
Er ging 60% van de zon schuil achter de
maan.

De zonsverduistering was van 10.10 tot 12.30 uur.
Om 11.05 was de zon maximaal (60%) verduisterd.

 


Zelfgemaakte foto van de zonsverduistering op 3 oktober 2005

 

In Portugal, Spanje en Afrika was een ringvormige zonsverduistering te zien, dan blijft er een
dunne ring zonlicht over, omdat de
maan dan niet helemaal de zon bedekt.

De laatste totale zonsverduistering was op woensdag 11 augustus 1999.

 


Zonsverduistering van 11 augustus 1999

 

De eerstvolgende totale verduistering is op woensdag 29 maart 2006 en is dan o.a. te zien in Turkije en Libië.
In Europa, een deel van Afrika en Azië is dan een gedeeltelijke zonsverduistering te zien.

In Nederland is in 2135 een totale zonsverduistering te zien en in België in 2090.

 

 


 

Zonnestelsel

Ons zonnestelsel bestaat uit planeten, manen, kometen en ruimtepuin die allemaal in een omloopbaan
om de
zon draaien en het zonnestelsel zelf draait met een snelheid van 250 kilometer per seconde of
900.000 kilometer per uur om de kern van het
melkwegstelsel.

Ons zonnestelsel is al 4.600 miljoen jaar oud, sinds het ontstond uit een gigantische,
ronddraaiende wolk van gas en stof.

 


Ontstaan van de zon

 

Eerst ontstond midden in de wolk die zich samentrok een protoster of gasbol.
Binnenin deze protoster liep de temperatuur en de druk steeds verder op.

Tot er een kernfusie ontstond waarbij waterstof tot helium werd omgezet
en er veel energie vrij kwam. Er ontstond een ster, de
zon.

Daaromheen draaide een schijf van overgebleven materiaal,
waaruit zich na ongeveer honderd miljoen jaar een aantal planeten vormden,
die in een stabiele omloopbaan om de zon draaiden.

Het zonnestelsel was ontstaan.

 


Zon, acht planeten en dwergplaneet Pluto

 

De zon, het zwaarste object in ons zonnestelsel,
heeft de grootste zwaartekracht en houdt de groep bij elkaar.

Mercurius, Venus, de aarde en Mars liggen het dichtst bij de zon.
Ze worden de binnenplaneten genoemd.

De andere planeten liggen verder weg.
Ze worden de buitenplaneten genoemd.

Stel je het zo voor: als de zon een voetbal is, dan is Mercurius
een speldenknop op tien stappen afstand.
De aarde ligt zestien stappen verder met de
maan op een duim afstand.

Jupiter ligt 209 stappen verder en Pluto maar liefst 884 stappen.

Voorbij Pluto draait "de tiende dwergplaneet" Xena, die op 29 juli 2005 werd ontdekt.
Xena is een ijsdwerg.

Langgeleden zag het zonnestelsel er waarschijnlijk heel anders uit dan nu.
Waarschijnlijk stonden Jupiter en Saturnus andersom dan nu.

Uranus en Neptunus zijn in de afgelopen paar miljard jaar naar buiten bewogen en
hebben volgens berekeningen van astronomen ook met elkaar gewisseld,
ooit was Uranus dus de buitenste van de twee.

Deze veranderingen vinden nog steeds plaats, ook
al is het wel in een onvoorstelbaar traag tempo.
Niemand weet precies waar Jupiter zich over een paar honderd miljoen jaar zal bevinden
en of Mercurius niet een keer uit het zonnestelsel wordt geslingerd.

Er bevinden zich minstens 100 manen in ons zonnestelsel.

Miljarden ruimtekeien en planetoïden draaien tussen Mars en Jupiter om de zon, dit is de planetoïdengordel.
Dit is overgebleven materie dat niet door de planeten werd ingevangen.

Planetoïden die op aarde afkoersen noemen we NEA's - Near Earth Asteroids -
ofwel planetoïden, die dichtbij de aarde komen, sterrenkundigen schatten dat er
2000 Nea's zijn, met een doorsnede groter dan een kilometer.

 

 


Planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter

 

Verder weg, voorbij Neptunus en Pluto, bevindt zich de Kuipergordel,
een wolk (band) van ijsachtige ruimteobjecten, dit zijn onder andere
overgebleven
planetoïden en kometen uit de vorming van ons zonnestelsel.

In de Kuipergordel bevinden zich minstens 70.000 objecten
met een doorsnede van meer dan 100 kilometer.

Eén van de grootste objecten in de Kuipergordel, die voornamelijk uit
ijzige objecten bestaat, heeft een officiële naam gekregen, Makemake.

Dit object, vroeger 2005 FY9 genoemd, vergezelt Pluto en Eris in de categorie van plutoïden.
Ze is ongeveer een derde kleiner dan Pluto en één van de helderste objecten uit de Kuipergordel.

De naam Makemake behoort tot de god die de mensheid heeft gecreëerd,
volgens de cultuur van de oorspronkelijke bevolking van het Paaseiland.

 


Kuipergordel

 

Nog verder weg bevindt zich de uitgestrekte, bolvormige Oortwolk,
die bestaat uit vele miljarden
kometen.
Deze wolk bevindt zich op een afstand van ongeveer 1 tot 2
lichtjaar vanaf de aarde.

De bolvormige ruimte die een melkweg omringt wordt ook wel halo genoemd.
Binnen deze ruimte heeft de zwaartekracht van de melkweg nog steeds invloed.

In de halo bevinden zich bolvormige sterrenhopen.

 


Oortwolk

 

Diamantvormige planetoïde Steins, 13 januari 2010

De opvallende briljantvorm van
planetoïde Steins (doorsnede 5 kilometer) is waarschijnlijk
ontstaan door een versnelling van zijn aswenteling onder invloed van zonlicht.
Op 5 september 2008 vloog Rosetta op een afstand van 800 kilometer langs Steins en
360 miljoen kilometer van de
aarde. Uit de beelden die gedurende een periode
van 20 minuten met de OSIRIS camera zijn gemaakt blijkt dat Steins een
diamantvormige planetoïde is met voornamelijk grote kraters op zijn oppervlak.

Steins is geen massief rotsblok, maar een samenklontering van puin
.
De bijzondere vorm zou het gevolg zijn van het Yarkovsky-O'Keefe-Radzievskii-Paddack-effect.
Het YORP-effect ontstaat door de invloed van zonnestraling op kleine hemellichamen.


Planetoïde
Steins

De zon warmt het oppervlak op, waarna die warmte weer als straling wordt afgegeven.
Hierdoor wordt de rotatie van het hemellichaam vertraagt of versnelt, ook wordt de vorm
ervan beïnvloedt. Tijdens dit proces zou oppervlaktemateriaal in de richting van
de evenaar zijn verplaatst en kleinere inslagkraters hebben uitgewist.
Ook zou Steins daardoor zijn afgeplat.

Verder valt de verdikking of uitstulping rond de evenaar op, evenals de twee kilometer
grote inslagkrater aan de zuidpool van de planeto
ïde.

Maan van dwergplaneet Orcus heet Vanth, 11 april 2009

In februari 2004 ontdekte astronoom Mike Brown, dwergplaneet Orcus.
De maan van Orcus, S/1 90482 (2005), werd in november 2005 ontdekt door Brown
en Suer met behulp van de
Hubble Space Telescope en krijgt nu de naam Vanth,
was een Etruskische demoon die de doden begeleidde naar de onderwereld.



De grootste dwergplaneten


Orcus, genoemd naar de Etruskische god van de onderwereld, heeft een
doorsnede van ongeveer 950 kilometer en de maan ongeveer 250 kilometer.
Hij draait in een kleine, cirkelvormige baan in 10 dagen om Orcus,


Vijfde dwergplaneet in het zonnestelsel, 18 september 2008

Er zijn nu vijf dwergplaneten in ons zonnestelsel: Eris, Pluto, Ceres, Makemake en Haumea.
Haumea is de vijfde grote ijsdwerg (136108) 2003 EL61 en werd ontdekt
door de astronoom Mike Brown op 28 december 2004.


Haumea en twee maantjes (kleine stipjes boven en onder Haumea)
 

Haumea heeft een langgerekte vorm dit komt door zijn snelle draaiing en heeft
een doorsnede van ongeveer tweeduizend kilometer. Er zijn ook twee kleine
maantjes ontdekt, die Hi'iaka en Namaka worden genoemd, dit zijn
de namen van twee van de vele nakomelingen van de godin Haumea.

Haumea is in de Hawaiiaanse mythologie de godin van vruchtbaarheid en geboorte.
Het ijzige hemellichaam bevindt zich net als Eris, Pluto en Makemake
in de
Kuipergordel buiten de baan van Neptunus.


Dwergplaneet Makemake

 
Van de vijf dwergplaneten in het zonnestelsel is Eris de grootste (ca. 2400 km),
dan Pluto (ca. 2300 km) en Ceres (ca. 950 km) is de kleinste.
Ceres bevindt zich niet in de Kuipergordel maar is wel
de grootse
planetoïde, tussen de banen van Mars en Jupiter.

Dwergplaneten zijn hemellichamen waarvan hun vorm, meestal bolvormig, wordt
bepaald door hun eigen zwaartekracht, maar die hun baanomgeving delen met
een groot aantal soortgenoten, dit noemen we hydrostatisch evenwicht.

Superkomeet in het buitenste deel van het zonnestelsel, 19 augustus 2008

Tijdens het zoeken met de Sloan Digital Sky Survey naar zwakke supernovae hebben
astronomen voor het eerst een ijsdwerg ontdekt, dat afkomstig is uit de verre
Oortwolk,
een gebied ter grootte van 180.000 AU waar
kometen ontstaan en het gehele zonnestelsel
omhult. Een AU is de afstand van de
aarde tot de zon.

Het hemellichaam, met een doorsnede van vijftig tot honderd kilometer,
heeft de naam 2006 SQ372 gekregen en werd twee jaar geleden ontdekt.

Men heeft berekend dat het object er 22.500 jaar over doet om één keer rond de zon te draaien,
maar omdat de ijsdwerg nooit dicht genoeg bij de zon komt vormt hij geen staart.

 


Superkomeet 2006 SQ372

 

2006 SQ372 bevindt zich nog binnen de baan van Neptunus,
maar begint zich van ons te verwijderen.
De ijsdwerg volgt een zeer langgerekte baan, de verste afstand is 240 miljard kilometer,
bijna 1600 keer de afstand zon-aarde en 3600 miljoen kilometer, 24 keer de afstand aarde-zon.
Sedna heeft ook een elliptische baan, maar die verwijdert zich nooit zo ver van de zon.

De ijsdwerg zal binnen enkele honderden miljoenen jaren uit het zonnestelsel verdwijnen.
De zwaartekracht die Uranus en Neptunus op deze objecten uitoefenen, zorgen ervoor dat ze weggedrukt worden.

STEREO's zien deeltjes van de rand van het zonnestelsel, 6 juli 2008

De twee STEREO-ruimtesondes hebben d.m.v. deeltjesdetectoren, neutrale
atomen ontdekt, die afkomstig zijn van de buitenste rand van het
zonnestelsel.

De magnetische invloedssfeer van de zon, de heliosfeer, eindigt op zo'n
twaalf miljard kilometer afstand van de zon en wordt de zonnewind
afgeremd, dit is twee keer verder dan de dwergplaneet
Pluto.

De stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon laat energie achter in de helioschede,
dit is het dunne overgangsgebied tussen de heliosfeer en de interstellaire ruimte.

 


STEREO en heelal

 

Metingen van de Voyager 2, die de helioschede vorig jaar doorkruiste, hadden geen antwoord
op de vraag waar die energie precies terechtkomt. De STEREO's hebben het antwoord gevonden.

De helioschede heeft geladen ionen, die door de zonnewindenergie worden versneld.
Ze raken hun lading kwijt door wisselwerkingen met de atomen in de interstellaire
materie en komen dan zonder hinder van het magnetisch veld
van de zon als ongeladen atoomkernen terug in de heliosfeer.

Planeto?dengordel heeft drie stofbanden, 15 juni 2008

De drie stofbanden, alfa, beta en gamma genoemd, bestaan overwegend uit kleine deeltjes
die in de gebieden tussen
Mars en Jupiter rond de zon draaien. Ook de derde, grote stofband is
ontstaan door een
planeto?de die nog niet zo lang geleden door een botsing uiteen is gevallen.

Het zijn verdichtingen in een stofschijf die eigenlijk het gehele zonnestelsel omgeeft. Het meeste
interplanetaire stof bevindt zich in het baanvlak van de planeten, dus ook het gebied van
de sterrenbeelden in de dierenriem en wordt ook wel de zodiakale stofwolk genoemd.

In de jaren tachtig ontdekte de Nederlandse infraroodsatelliet IRAS in deze stofwolk allerlei
afzonderlijke structuren, waaronder een drietal banden in de planeto?degordel.

 


IRAS satelliet

 

Vijf jaar geleden werd een groep planeto?den gevonden waarvan de banen overeenkomsten vertoonden
met de deeltjes in de gamma-band. Deze goep, de Veritas-familie, zouden de grootste fragmenten
zijn van een planeto?de die 8,2 miljoen jaar geleden door een botsing uiteen is gevallen.

Kort daarna werd ontdekt dat ook de beta-band, de Karin-familie, een groep planeto?den is die 5,8 miljoen jaar
geleden is ontstaan. De stofbanden bestaan uit de kleinste deeltjes van de uiteen gevallen planeto?den.

De deeltjes van de derde stofband, de alfa-band, tonen ook overeenkomsten met de banen van een groep
van 65 planeto?den. Deze Beagle-familie is ongeveer 10 miljoen jaar geleden ontstaan.

Snelst ronddraaiiende planetoïde ontdekt, 28 mei 2008

Op 29 april heeft Richard Miles, een amateur-astronoom uit Dorset, Engeland en vicevoorzitter van
de British Astronomical Association, een
planetoïde ontdekt die elke 42,7 seconden om zijn as draait.

Het is het snelst draaiiende hemellichaam in het zonnestelsel, de vorige recordhouder draaide elke
78 seconden om zijn as en werd gevonden met behulp van de Faulkes Telescope South in Australië.

Het gaat om planetoïde 2008 HJ met een grootte van ongeveer 12 bij 24 kilometer en weegt
ruim vijfduizend ton. De planetoïde scheerde eind april op één miljoen kilometer afstand
langs de
aarde met een snelheid van 45 kilometer per seconde.

 


Planetoïde 2008HJ

 

Uit de periodieke helderheidswisselingen kon de rotatieperiode van het rotsblok worden afgeleid.
Zulke snel draaiende rotsblokken kunnen ontstaan bij onderlinge botsingen, maar de draaisnelheden van
planetoïden kunnen in de loop van miljoenen jaren ook toenemen door ongelijk verdeelde
zonnestraling.

Hubble fotografeert planetoïde Vesta, 22 juni 2007

De Hubble Space Telescope heeft een opname gemaakt van Vesta, na Ceres de grootste planetoïde.
Enkele jaren geleden werd Ceres, nu een dwergplaneet, al door Hubble vastgelegd.
Ze bevinden zich in de planetoïdegordel tussen
Mars en Jupiter.

Vesta en Ceres zijn de reisdoelen van de ruimtesonde Dawn, die op 7 juli gelanceerd moet worden.
Dawn zal in 2011 rond Vesta draaien en in 2015 rond Ceres. De foto's van Vesta werden vorige maand
gemaakt, de afstand van Vesta tot de
aarde was toen 180 miljoen kilometer, Vetsa heeft een onregelmatige vorm,
de grootste afmeting is 570 kilometer en de kleinste afmeting 464 kilometer. Er zijn verschillen van 60 kilometer
groot zichtbaar. De grote verschillen in oppervlaktehelderheid wijzen volgens de onderzoekers mogelijk
op vulkanische activiteit kort na het ontstaan van de planetoïde.

 


Ceres en Vesta

 

Dawn zal de eerste ruimtesonde zijn die om zijn twee doelen heen draait, er bevinden zich tenminste
100.000 planetoïden in de planetoïdengordel, een reservoir van het materiaal wat overbleef na de vorming
van ons
zonnestelsel 4,6 miljard jaar geleden.
Ceres bestaat voor een groot deel uit waterijs en kan ons meer vertellen over de rol van water in het jonge zonnestelsel.

De dwergplaneet bevat 40% van de gehele massa van de planetoïdengordel en is 1801 ontdekt
en werd eerst een planeet genoemd. In tegenstelling tot Ceres bevat Vesta vrijwel geen waterijs.
Door Dawn wordt onderzocht waarom Vesta geen ijs heeft.

De reden voor de lange reis komt omdat Dawn een ionenmotor heeft.
Een dergelijke motor levert minder snelheid op dan conventionele motoren.
Een ionenmotor is echter wel bijzonder zuinig en dat is noodzakelijk voor de Dawn-missie.

Zonnestelsel heeft 8 planeten, 24 augustus 2006

Pluto is geen planeet meer, vandaag is een eind gekomen aan een jarenlange discussie.

De wetenschappers hebben nu drie categorieën ingedeeld:
planeten, dwergplaneten en kleine hemellichamen.

Ons zonnestelsel bestaat vanaf nu uit acht planeten:
Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.

Pluto en andere gelijkwaardige hemellichamen worden nu dwergplaneten genoemd, de pluto-achtigen,
bijvoorbeeld Charon,
Ceres, Xena.

 


Het zonnestelsel

 

De kleine hemellichamen in het zonnestelsel zijn alle overige objecten die om de zon draaien.

De definitie van een planeet is: een planeet moet een dusdanige zwaartekracht hebben, dat zijn omloopbaan
vrijgemaakt is van overig materiaal, waardoor de planeet het overheersende object in zijn omgeving is.
Pluto behoort tot de
Kuipergordel en is niet overheersend in zijn omgeving, dus Pluto is géén planeet.

Pluto was niet in staat om de objecten nabij zijn baan te verwijderen, dit is de andere acht planeten wel gelukt.
Vanaf een bepaalde zwaartekracht zorgt een planeet er voor dat overig materiaal in de omloopbaan
wordt weggestoten, of op de planeet zelf terecht komt.
Na verloop van tijd is de planeet het enige grote object in de buurt van zijn omloopbaan.

 


Pluto en Charon geen dubbelplaneet

 

Zonnestelsel telt misschien 12 planeten, 16 augustus 2006

Vandaag heeft, na twee jaar van discussie en onduidelijkheid, de International Astronomical Union
een duidelijke definitie van het begrip planeet voorgesteld.

Volgens het voorstel, dat op 24 augustus in stemming wordt gebracht, telt het zonnestelsel
voortaan niet acht, niet negen, maar misschien twaalf planeten.

Tot het nieuwe zonnestelsel behoren dan de acht grote planeten, Ceres, de grootste planetoïde
en drie plutonen:
Pluto, Charon en Xena, de ijsdwerg 2003 UB313.

In de voorgestelde definitie is een planeet een hemellichaam als hij rond een ster draait zonder
zelf een ster of maan van een planeet te zijn, zoveel massa heeft dat het onder invloed van zijn
eigen zwaartekracht zo goed als bolvormig is geworden en ongeveer 800 kilometer in doorsnede is.

Dit geldt niet als een object om een ander object draait, want dan is het een maan, maar als het centrum
van de zwaartekracht, het barycentrum, zich buiten de planeet bevindt, zoals we zien bij Pluto en Charon,
dan zal de maan, Charon, ook tot de planeten gaan behoren.

 


Zonnestelsel met 12 planeten

 

Als de aarde en de maan nog lang blijven bestaan, zal onze maan uiteindelijk ook een planeet worden.

De maan ontstond meer dan vier miljard jaar geleden door een botsing met de aarde.
De maan begon heel dicht bij de aarde, maar dwaalt ieder jaar 3,74 centimeter bij de aarde vandaan.

Dit lijkt niet zoveel, maar als dat nog vier miljard jaar duurt, dan is het een flinke afstand.
Nu ligt het centrum van de zwaartekracht, het barycentrum, van het aarde en de maan nog in de aarde.

Hoe verder de maan wegdwaalt, hoe meer het barycentrum verschuift.
Ooit zal het barycentrum buiten de aarde liggen en dan wordt de maan een planeet.

Als het voorstel wordt goedgekeurd komen er nog minstens twaalf planeten bij, dit zijn de pas ontdekte
planetoïde Sedna, Orcus, Quaoar, Varuna en Ixion en de planetoïden Vesta, Pallas en Hygiea.

Tientallen kleine ijsdwergen gevonden, 10 augustus 2006

Voorbij de baan van Neptunus, bevinden zich waarschijnlijk heel veel ijsdwergen, dit zijn kleine planetoïden.
Met gewone telescoopwaarnemingen zijn er ongeveer duizend opgespoord, de meeste zijn zo klein,
honderd tot duizenden kilometers groot, dat ze niet zijn waar te nemen,
maar onderzoekers denken toch 58 kleine ijsdwergen te hebben opgespoord.

Door de gevonden ijsdwergen denkt men nu dat er van dit soort objecten veel meer voorkomen
dan voorheen werd aangenomen. De ijsdwergen zijn veruit de kleinste objecten in de Kuipergordel
die ooit zijn aangetroffen en zijn veel te klein om zelfs door de krachtigste telescopengezien te worden.

 


IJsdwerg in de Kuipergordel, zon op de achtergrond

Met de Amerikaanse satelliet Rossi X-Ray Timing Explorer heeft men kortstondige dipjes waargenomen
in de röntgenstraling van de ster Scorpius X01, zo’n dipje zou worden veroorzaakt doordat tijdens
de waarneming een ijsdwerg voor de ster langs beweegt. Uit de duur van de verduisteringen van
enkele milliseconden kan worden afgeleid dat de bedekkende ijsdwergen ongeveer 20 tot 100 meter groot zijn.

Verklaring voor ontstaan manenstelsels reuzenplaneten? 15 juni 2006

Amerikaanse sterrenkundigen denken, volgens een nieuw computermodel, een verklaring te hebben gevonden
voor de overeenkomst tussen de manen van Jupiter, Saturnus en Uranus.

Elk van deze reuzenplaneten heeft een verzameling manen, waarvan de totale massa ongeveer tienduizend keer
zo klein is als de massa van de planeet, dus de massa van de manen is 0.01% van de planeet.
Hoe komt het dat dit bij drie reuzenplaneten gelijk is?

De enige uitzondering is Neptunus. De totale massa van de manen van Neptunes bedraagt 0.02%
van de massa van de planeet, dit komt waarschijnlijk door de massa van
Triton.
Deze maan is niet ontstaan rondom Neptunus, maar is waarschijnlijk
een Kuipergordelobject, die pas later in een baan om Neptunus kwam.

 


De reuzenplaneten

 

De massa van de manen is nogal verschillend verdeeld, Jupiter heeft vier grote manen van vergelijkbare omvang,
terwijl bij Saturnus bijna alle massa in één maan zit,
Titan, verder is het vreemd, dat de manen van de reuzenplaneten
in vergelijking met de reuzenplaneet klein zijn, de manen van de
aarde en Pluto zijn in verhouding met de planeet groter.

Volgens de onderzoekers komt dit door de manier waarop de reuzenplaneten zijn ontstaan. Ze bestaan voor het grootste deel
uit gas, dat ze vroeg in hun geschiedenis uit hun omgeving hebben verzameld, weggeduwd door de
zon en daarbij zou zich
tijdelijk een gasschijf om de planeten hebben gevormd, waaruit zich aan het einde van het planeetvormingsproces, manen vormden.

De zwaartekracht van deze manen zou spiraalgolven in het gas hebben veroorzaakt, die ervoor zorgden,
dat hun banen steeds dichter bij de planeet kwamen te liggen en hoe groter de maan, hoe sneller deze zich verplaatste.
Er ontstonden veel manen, maar de grootste manen stortten al snel op de planeet.

Dat betekent dat manen boven een bepaalde massa uiteindelijk dus op de planeet neerstorten en grotere reuzenplaneten kunnen
meer van zulke grote manen vasthouden dan kleinere reuzenplaneten. Het vormingsproces van manen duurde een miljoen jaar.

Voyagers ontdekkingen aan rand zonnestelsel, 24 mei 2006

De twee Voyagers, gelanceerd in 1977, zijn al 28 jaar oud en naderen de grens van de interstellaire ruimte.
Voyager 1 volgt hierbij een snellere route in vergelijking met de Voyager 2.

De ruimtevaartuigen stelden vast dat de heliosfeer, dit is het gebied waarin de zon overheerst,
uitpuilt in het noorden, ten opzichte van de zonne-evenaar en ingedeukt is in het zuiden.

De ruimtevaartuigen bevinden zich in een juiste positie om deze waarnemingen te doen,
Voyager 1 vliegt ongeveer in een hoek van 34 graden ten noorden van de zonne-evenaar
en Voyager 2 vliegt in een hoek van ongeveer 26 graden ten zuiden van de evenaar.

Op zijn reis passeerde Voyager 1 na ongeveer 16,5 miljard kilometer de eindschok, of termination shock
en kwam terecht in de noordelijke of helioschede, dit is de buitenste laag van de heliosfeerregio,
waar het interstellaire gas en de zonnewind beginnen te vermengen.

 


Voyagers en Heliosphere

 

Voyager 2 stelde ondertussen vast dat in het zuidelijke zonnestelselhalfrond de eindschok waarschijnlijk
ongeveer 1,6 miljard kilometer dichter bij de zon ligt dan in het noordelijke halfrond.

Wetenschappers vermoeden dat een interstellair magnetisch veld de oorzaak is van het induwen
van de zuidelijke heliosfeer. Verwacht wordt dat Voyager 2 nog voor het einde van het jaar de juiste locatie
van de zuidelijke eindschok zal bepalen. Op dat ogenblik kan de wetenschap zich een beter beeld vormen
van de kracht van het magnetische veld buiten de heliosfeer.

Voyager 2 bevestigt dat de eindschok een bron is van ionen met lage energie, een ontdekking,
die eerder ook door Voyager 1 werd gemaakt. In tegenstelling tot eerdere voorspellingen hebben
geen van beide Voyagers de bron van vreemde hoog-energetische kosmische stralen gevonden.

Kosmische straling mogelijk later opgelost, 17 februari 2006

Toen de Voyager 1 in december 2004 eindelijk de grens tussen ons zonnestelsel en de interstellaire ruimte
passeerde, hoopten wetenschappers een raadsel te kunnen oplossen dat hen al een hele tijd bezig hield:
de herkomst van afwijkende kosmische straling.

Van deze hoge energierijke deeltjes, helium en zuurstof, werd aangenomen dat zij afkomstig was van
de eindschok, de plek waar de zonnewind, de stroom deeltjes van de zon, tot stilstand komt.

Maar deze voorspelling kwam niet uit: Voyager 1 ontdekte slechts weinig afwijkende kosmische straling.
Amerikaanse onderzoekers denken nu te weten waardoor dat komt, door de vorm van de eindschok.

 


Voyager 1 uit het zonnestelsel

 

In de modellen werd ervan uitgegaan dat de eindschok min of meer bolvormig was, met de zon als middelpunt.
Dat is waarschijnlijk niet het geval, doordat het
zonnestelsel door de ruimte beweegt,
heeft de eindschok eerder de vorm van een ei.

Voyager 1 heeft ons zonnestelsel min of meer bij de stompe punt van dat ei verlaten. Uit berekeningen blijkt nu
dat de meest energierijke deeltjes niet daar ontstaan, maar meer aan de zijkanten.

Als dit model juist is, zal Voyager 2, die binnen enkele jaren de eindschok bereikt,
afwijkende kosmische straling moeten meten.

Hubble ontdekt Kuipergordels, 19 januari 2006
Met de
Hubble Space Telescope zijn gordels van stof en gruis ontdekt rond twee nabijgelegen sterren.

De gordels lijken nog het meest op de Kuipergordel in ons zonnestelsel. Net als de Kuipergordel
in ons zonnestelsel zijn deze puingordels, overblijfselen uit de ontstaansperiode van een planetenstelsel.

De twee Kuipergordels draaien rond sterren op ongeveer 60 lichtjaar afstand
van de aarde en zijn ongeveer 300 miljoen jaar oud.

 


Nieuwe Kuipergordels, de donkere vlekken zijn sterren

 

Eerder zijn zulke gordels ook al bij andere sterren ontdekt, maar in veel gevallen waren ze jonger,
of leken de sterren minder sterk op de zon dan nu het geval is.

Voor de scherpe buitenrand van de gordels is nog geen duidelijke verklaring.
Ook is het zeker of er planeten rond de twee sterren draaien.

Planetoïdegordel, 21 december 2005
De
Spitzer Telescope heeft de infraroodstraling waargenomen van een planetoïdengordel bij een andere ster.

De ster, IRS 46 in het sterrenbeeld Slangendrager, staat op een afstand van 137 lichtjaar,
is ongeveer 30 miljoen jaar oud en lijkt op onze
zon kort na zijn ontstaan.

Het is een type G ster, net als onze zon, een gele ster met een oppervlakte temperatuur van 6000°C,
is 8% helderder en iets massiever dan onze zon.

Uit de schijf van stof en gas vormen zich waarschijnlijk een aantal aardse planeten
zoals 4½ miljard jaar geleden ook in ons zonnestelsel gebeurde.

De schijf is aan de binnen- en buitenkant vrij scherp begrensd, waarschijnlijk door
zwaartekrachtsstoringen door grotere objecten, onderzoekers denken dat er al planeten zijn gevormd.

 


Nieuw zonnestelsel

 

Een team wetenschappers onder leiding van Fred Lahuis verbonden aan de Leidse Sterrenwacht
en aan SRON, Netherlands Institute for Space Research in Groningen hebben ook door
deze waarnemingen van de
Spitzer Space Telescope grote hoeveelheden organische moleculen ontdekt.

De ontdekking ondersteunt de theorie dat de bouwstenen van het leven op aarde afkomstig zijn
uit de ruimte, organische moleculen zijn verbindingen van koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof.

Astronomen en biologen gaan er vanuit dat zulke organische moleculen miljarden jaren geleden op
de pas gevormde aarde terecht kwamen en daar de vorming van het leven in gang hebben gezet.

De organische stoffen bevinden zich waarschijnlijk binnen in de schijf, de grote hoeveelheden
zijn te verklaren door de relatief hoge temperaturen binnenin de schijf.

Als er inderdaad planeten ontstaan, kan het nog wel 1 miljard jaar duren voordat zich echt leven kan vormen.

Buffy, 13 december 2005
Een team van Canadese, Franse en Amerikaanse astronomen hebben een nieuwe ijsdwerg ontdekt,
in de Kuipergordel ver buiten ons zonnestelsel.

Zijn voorlopige naam is Buffy, 2004 XR 190 is de officiële naam van de ijsdwerg.
Hij draait in 440 jaar op zeer grote afstand rond de zon.

 


Buffy

 

De ijsdwerg is half zo groot als Pluto en ongeveer 500 tot 1000 kilometer in doorsnede.

De afstand tot de zon is ongeveer 52 tot 62 astronomische eenheden,
dit is 50 keer de afstand tussen de aarde en de zon, ofwel 7,5 miljard kilometer.

Bombardement, 17 september 2005
Al sinds lang is bekend dat de
maan en de aardachtige planeten - Mercurius, Venus, de aarde en Mars -
niet zo lang na hun ontstaan, ongeveer 3,9 miljard jaar geleden, een bombardement
van
planetoïden en meteorieten uit het gebied voorbij de baan van Mars hebben doorstaan.

Dit bombardement heeft slechts 10 tot 150 miljoen jaar geduurd en heet het
Late Heavy Bombardment (LHB).

 


Heavy Bombardment

 

Het bombardement werd veroorzaakt door een baanverandering van Jupiter en Saturnus,
kort na het ontstaan van het zonnestelsel, deze planeten bewogen toen wat dichter naar de
zon toe.

Dat veroorzaakte in de planetoïdengordel zoveel onrust, dat vele van hen in de richting
van de zon werden geslingerd.