INFO OVER HET ZONNESTELSEL
De zon is een enorme bol van
superheet en helder gas.
Ze heeft een doorsnede van 1.4 miljoen kilometer, de aarde past er wel 1.300.000 keer in.
De zon ontstond net als alle
andere sterren uit samentrekkend materiaal in een grote wolk van
gas en stof, voornamelijk waterstof en helium. Tientallen sterren die tegelijk met de zon zijn
ontstaan, bevinden zich nog steeds binnen een afstand van een paar honderd lichtjaar van de zon.
Sterrenkundigen gaan er vanuit dat vrijwel alle sterren van het Melkwegstelsel zijn geboren in groepen
die in de loop der tijd uiteen zijn gevallen, maar dit is minder snel gebeurd dan men tot nu toe dacht.
De zon werd geboren in een uitgestrekte interstellaire wolk , die door zijn eigen zwaartekracht
samentrok en daarna uiteenviel in deelwolken, die elk het licht gaven aan een ster. Er zijn toen
waarschijnlijk 500 tot 3000 zonnen ontstaan, in een gebied met een doorsnede van 6 tot 20 lichtjaar.
Toen het samengedrukte en
hete materiaal in de kern van de jonge zon een temperatuur
bereikte van 10 miljoen °C, begon de kernfusie en kwam er energie vrij.

Zonnevlekken nu
De zon schijnt, omdat zij
lichtenergie produceert.
Ze schijnt al 4.6 miljard jaar en zal nog ongeveer 5 miljard jaar
doorschijnen.
Het licht van de zon doet er
8 minuten over om de aarde te bereiken.
Dus als je hem nog net boven de horizon ziet is hij in het echt
al ondergegaan.
De zon bevat ruim 99% van al
het materiaal in ons zonnestelsel.
Ze bestaat voor ¾ uit waterstof, de rest uit helium en andere
elementen.
Ongeveer 60% van het gas van
de zon zit in de kern opeengeperst bij een temperatuur van 15
miljoen °C.
In de kern wordt waterstof omgezet in helium, waarbij enorme
hoeveelheden energie vrijkomen.
Elke seconde wordt ongeveer 600.000 miljoen kg waterstof in helium omgezet.

De zon
De foto hierboven van de zon
is gemaakt door de SOHO op 14 september 1999.
In dat jaar bereikte het aantal zonnevlekken op de zon de
elfjarige piek.
Rond deze piek zijn er de
meeste zonnevlekken op de zon te zien
die niet langer dan enkele weken blijven bestaan.
De zon is de laatste zestig
jaar hyperactief.
In de periode 1645-1715 waren er bijna geen zonnevlekken.

Een zonnevlek in vergelijking met de aarde
De donkere zonnevlekken
hebben een doorsnede van een paar honderd tot honderdduizenden
kilometers,
in die zonnevlekken is de temperatuur ongeveer 1500°C lager dan
op de rest van de zon.
De zonnevlekken hebben een periode van elf jaar dat ze toe- en afnemen.
Het zichtbare oppervlak wordt
fotosfeer genoemd.
De temperatuur is daar 5500°C.
In de fotosfeer komen gassen
uit het oppervlak in de vorm van stralen en wolken,
een protuberans (gaswolk).

Een protuberans (gaswolk)
Boven de fotosfeer bevindt
zich de dampkring die miljoenen kilometers ver de ruimte in reikt.
De binnenste dampkring is de chromosfeer,
de buitenste damkring, de corona, is alleen zichtbaar tijdens een
volledige zonsverduistering.
Proba-2 fotografeert de
zon, 27 januari 2010 Zonnevlammen zijn
plotselinge uitbarstingen van
energie en licht uit de magnetische velden Nu
dit bekend is, kan een zonnevlam al twee of
drie dagen van te voren worden voorspeld.
Proba-2,
in november 2009 gelanceerd, test zijn instrumenten voor
wetenschappelijke waarnemingen,
onder meer van de zon en de invloed
van de zonneactiviteit op de hoge aardatmosfeer.
Op een van de opnamen
is de ringvormige zonsverduistering
van 15 januari 2010 te zien.
Een paar instrumenten zullen straks
gebruikt worden in de missies BepiColombo naar
Mercurius, en de ExoMars.

Zonsverduistering op 15 januari
Zonnevlammen voorspelbaar, 21 januari 2010
Er wordt al jaren naar methodes gezocht om zonnevlammen,
dit zijn grote uitbarstingen op
de zon, te kunnen voorspellen.
Onderzoekers denken nu een
voorspelbare methode gevonden te hebben, nadat ze de
magnetische gegevens van meer dan duizend groepen zonnevlekken hebben
verzameld.
Daarbij ontdekten zij
steeds hetzelfde patroon van
magnetische veldlijnen onder
het oppervlak, die zich steeds strakker vast draaiden, totdat ze kapot
gingen.

van zonnevlekken. De fotonen die daarbij vrij komen bereiken de aarde
in acht minuten.
Deze fotonen kunnen storingen veroorzaken in de
signalen van
bijvoorbeeld satellieten (GPS).
Ook kan een schatting worden
gemaakt van de sterkte van de uitbarsting.



Vlekken op de zon, 4 juni 2009
Er is een donkere
zonnevlekkengroep zichtbaar op de zon. Dit gebied op het oppervlak,
waarin ook zonnevlammen en uitbarstingen van
röntgenstraling kunnen voorkomen,
heeft een temperatuur die enkele
honderden graden lager is dan de omgeving.
De eerste vlekken van zonnecyclus 24 waren al veel eerder verwacht.


Zon lang inactief, 13 april 2009
De
zon heeft een nieuw record bereikt en was in 100 jaar niet zo inactief.
Het afgelopen jaar
waren er op 266 van de 366 dagen helemaal geen
zonnevlekken te
zien. In 1913 had de zon minder vlekken dan nu, op slechts
54 dagen
vertoonde de zon donkere vlekken en 311 dagen niet.
Misschien gaat 2009 dat record wel breken, dit
jaar telt de zon al 78 zonnevlekloze dagen.
Het aantal zonnevlekken is een
maat voor de magnetische activiteit van de zon.

Eens in de ongeveer elf
jaar bereikt deze activiteit een minimum.
De zon vertoont momenteel niet alleen
weinig vlekken, maar ook de zonnewind,
de stroom geladen
deeltjes die de zon voortdurend uitzendt, is duidelijk zwakker
dan
anders. De zon zendt nu een beetje minder zichtbaar licht en
ultraviolette straling uit dan
twaalf jaar geleden. Naar verwachting zal de
zonneactiviteit de komende jaren weer aantrekken.
Zonneactiviteit start langzaam op, 10 november 2008
Na twee vrijwel zonnevlekloze
jaren lijkt de zon weer langzaam aktief te worden.
In oktober zijn vijf nieuwe zonnevlekgroepen gezien en dat is
meer dan de afgelopen maanden.
Vier van de vijf
zonnevlekgroepen hebben kenmerken van de komende
zonnevlekkencyclus,
cyclus 24, laten zien. Zonnevlekkencyclus 23 bereikte zijn
hoogtepunt in 2000.
Het verschil tussen de oude
en de nieuwe zonnevlekkencyclus is dat de vlekken zich in de
richting
van de evenaar bewegen en de magnetischvelden zijn tegengesteld
gepolariseerd. Begin november waren
al een paar kleine zonnevlammen waargenomen. Het volgende maximum
wordt rond 2011 of 2012 verwacht.

De zon begin november 2008
Nieuwe cyclus
zonnevlekken, groep 1007, verplaatst zich over het oppervlak van
de zon
over een periode van vier dagen. de opname is gemaakt door de SOHO.
Zonsverduistering, 31 juli 2008
Vrijdag 1 augustus 2008 vindt een totale
zonsverduistering plaats in een smalle strook
door Noord-Groenland, Nova Zembla, midden-Siberi?, west-Mongoli?
en noord-China.
De verduistering begint om 10.37 uur
wanneer de zon schuilgaat achter de maan.
Er is dan aan de bovenkant van de zon een deukje te zien.
Zonsverduistering 1 augustus 2008
Om 11.25 uur is de verduistering maximaal.
Op de plaats van grootste eclips
duurt de totale verduistering 2 minuten en 27 seconden.
Bij helder weer, dat niet wordt verwacht,
zal de zonsverduistering
in Nederland te zien zijn als een hapje uit de zon linksboven in
de zon.

Zonsverduistering 11.25 uur
Grote uitbarsting aan zonnerand, 7 juli 2008
De activiteit van de zon is nog minimaal, maar toch vinden er geregeld grote uitbarstingen plaats.
Zo verscheen er een paar weken geleden een
ongebruikelijk actieve protuberans aan
de oostelijke rand van de zon, die gepaard ging met fontein-achtige
uitbarstingen.
Misschien gaat het om een kortstondige
uitbarsting gaat, maar het kan ook dat
de protuberans een voorteken is van de komst van een nieuwe
zonnevlekkengroep.
Met speciale zonnekijkers wordt het betreffende gebied de komende
tijd in de gaten houden.

Grote uitbarsting op de zon
Stereo ziet Tsunami op de zon, 6 april 2008
STEREO heeft op 19 mei 2007 voor het eerst,
een krachtige tsunami van heet gas met temperaturen
tussen 60.000 en 2 miljoen graden Celsius, gefilmd vlak boven het
oppervlak van de zon.
De golf trok in 35 minuten tijd met een snelheid van ruim één
miljoen kilometer per uur over het zonsoppervlak.
Het bestaan van zulke tsunami's op de zon was al bekend, maar
nooit eerder zo gedetailleerd in beeld gebracht.
Tsunami's op de zon worden door grote
coronale explosies veroorzaakt, de Coronal Mass Ejections, CME,
waarbij tijdens de enorme uitbarstingen in de ijle, hete
dampkring van de zon, grote hoeveelheden
elektrisch geladen deeltjes de ruimte in worden geblazen.

Tsunami op de zon
STEREO maakt elke paar minuten een foto
van het zonsoppervlak, in vier verschillende golflengtegebieden.
NASA heeft de afzonderlijke foto's tot een filmpje samengevoegd.
Zo konden de wetenschappers zien
hoe de golf zich verspreidde in de verschillende lagen van de
atmosfeer van de zon.
De tsunami verspreidde zich met gelijke
snelheden door elk van deze lagen. Doordat de chromosfeer veel
dichter
is dan de corona, hadden de wetenschappers verwacht dat de puls
daar zou vertragen, maar dit gebeurde niet.
Misschien dat dit bij onderzoek van volgende tsunami's wordt
ontdekt.
Nieuwe zonnecyclus begonnen, 15 januari 2008
Op 4 januari is de nieuwe zonnecyclus
begonnen, de 24e sinds het begin van de waarnemingen in 1755.
De SOHO zag een zonnevlek op het noordelijk halfrond van
de zon met een tegengestelde magnetische polariteit.
Een nieuwe cyclus begint meestal met een zonnevlek die een
omgekeerde magnetische polariteit kent.
De vlek maakt deel uit van de nieuwe cyclus, die naar verwachting
in 2011 of 2012 zijn maximum zal bereiken.
Tijdens zonnemaxima, die gemiddeld elke
elf jaar plaatsvindt, bereikt de activiteit van de zon een maximum,
met extra veel donkere zonnevlekken, heldere vlammenvelden en
magnetische explosies en is het aantal
zonnevlekken en -vlammen groter dan normaal, wat ook invloed
heeft op de magnetosfeer van de aarde.

Nieuwe zonnevlek is het begin van volgende zonnecyclus
Tijdens een maximum zijn er veel
verstoringen in het magnetische veld van de zon, de CME.
Een CME, is de afkorting voor Coronal Mass Ejection en vindt
plaats wanneer
het gespannen magneetveld van de zon zich iets ontspant.
Tijdens de CME wordt er een enorme hoeveelheid geladen zonne-materiaal
de ruimte ingeslingerd.
Als dit materiaal in de richting van de aarde wordt gestuurd, krijgen
we een geomagnetische storm.
Tijdens zo'n magnetische storm is
vaak poollicht te bewonderen, maar ook zorgen de geladen
zonnedeeltjes ervoor dat veel elektrische apparatuur in de
problemen raakt.
Met name satellieten en energienetten kunnen ernstige schade
oplopen.
Zo viel in 1989 in grote delen van Canada gedurende 9 uur de
stroom uit door een zonnestorm.
De zonnecyclus 23 bereikte een piek tussen 2000 en 2003.

Zonnecyclus 24 begint
Ook vliegt vandaag Ulysses op grote hoogte over de noordpool van de zon en
beweegt in een wijde baan die vrijwel loodrecht op het baanvlak
van de planeten staat.
Ook in 1994, 1995, 2000, 2001 en 2007 vonden poolpassages plaats.
De ruimtesonde kan nu onderzoek doen aan
de magnetische velden en de zonnewind,
die waarschijnlijk in verband staan met de poolgebieden van de
zon,
die heel andere magnetische eigenschappen hebben dan de
evenaargebieden.
De poolpassage is nu extra interessant
omdat hij plaatsvindt op een moment
dat er net een nieuwe zonnecyclus van start gaat. Onderzoekers
denken dat de poolgebieden
van de zon een belangrijke rol spelen bij de afwisseling van
activiteitscycli van de zon.
Oude magnetische velden, de overblijfselen
van oude zonnevlekken, bewegen in de richting van
de polen en zakken naar een diepte van 200.000 kilometer en
worden door de dynamowerking
van de zon opnieuw versterkt worden. Het is nog niet duidelijk
hoe de zonnecyclus van invloed
is op een eerder waargenomen temperatuurverschil tussen de twee
polen van de zon.

Ulysses vliegt over de noordpool van de zon
SOHO heeft op 11 december deze zonnevlek
al waargenomen, als meer van deze velden samenkomen
tot een grote donkere zonnevlek, dan is volgens wetenschappers de
zonnecyclus (24) begonnen.
De nieuwe cyclus zal naar verwachting tijdens de piek in 2012 erg
hevig zijn, hierdoor kunnen met name
telecommunicatie, luchtverkeer, elektriciteitsnetwerken en GPS-systemen
op aarde er last van krijgen.
Missie Ulysses-project verlengt, 18 november 2007
Het ruimteonderzoeksproject Ulysses wordt
voor de vierde keer met twaalf maanden verlengd,
tot maart 2009. De ruimtesonde die al 18 jaar in werking is, is
ontworpen om de heliosfeer,
de elektromagnetische invloedssfeer van de zon, in drie dimensies in kaart te brengen.
Ulysses is een ruimtesonde van de NASA en de ESA, die in 1990 in een zeer wijde baan over
de noord- en de zuidpool van de zon werd gebracht. Sinds het
najaar 2006 werkt Ulysses samen
met de twee STEREO-kunstmanen, die vergelijkbaar waarnemen in de
omgeving van de aarde.

Ulysses en de zon
De activiteit
van de zon zal binnenkort weer gaan toenemen en er zijn nog een
aantal belangrijke vragen
onbeantwoord, zoals de ongelijkmatige temperatuur van de coronale
holtes. Deze coronale holtes
zijn verstoringen in de corona, de atmosfeer van de zon, die
veroorzaakt worden door de magnetische polarisaties.
Deze
ongelijkmatigheid in temperatuur zag men in 1994 en 1995, toen
Ulysses ontdekte dat de noordelijke
coronale holte, magnetisch positief koeler was dan de zuidelijke
coronale holte, magnetisch negatief.
Men hoopt dat met de verlenging van de Ulysses-missie dit raadsel
op te lossen.
De Ulysses
heeft alleen steeds minder elektriciteit tot zijn beschikking,
daar de ruimtesonde
werkt met een radio-isotopische generator, hierbij wordt energie
opgewekt door het verval
van radioactieve deeltjes en niet met zonnecellen.
Uit gegevens van het Solar Wind Experiment,
de WIND-satelliet is gelanceerd in 1994, blijkt dat de zonnewind afgeremd
kan worden door heliumgas, het experiment van de NASA meet de snelheid, dichtheid en temperatuur van de
zonnewind.
De zonnewind is de stroom van elektrisch geladen deeltjes die
voortdurend vanuit de zon het heelal in stromen
en bestaat vooral uit waterstofkernen of protonen, gemengd met
een beetje helium en sporen van zwaardere elementen.

Zon en zonnewind
Als de zonnewind een lage snelheid (ongeveer
anderhalf miljoen kilometer per uur) heeft, bevat ze vrijwel geen
helium,
Maar tijdens energierijke explosies die gepaard gaan met hoge
zonnewindsnelheden, (coronale massa-ejecties) is het
heliumgehalte 5 tot 10 keer hoger dan gemiddeld, dit doet
vermoeden dat helium een remmende werking heeft
op de zonnewind, het heliumgas in de corona van de zon zou hier
de oorzaak van kunnen zijn.
Het heliumgas hoopt zich op aan het
oppervlak van de zon en wordt na verloop van tijd explosief de
ruimte in geblazen.
Daarna begint de afremmingscyclus weer opnieuw. Het begrijpen van
de zonnewind is belangrijk voor de bemande ruimtevaart,
aangezien blootstelling aan de zonnewind voor mensen
levensgevaarlijk kan zijn.
Voorjaar 2008 volgende zonnecyclus, 28 april 2007
De volgende activiteitscyclus, zonnecyclus 24, van
de zon komt in maart 2008 op gang, dit is aanzienlijk
later dan enkele jaren geleden
werd verwacht en wordt
waarschijnlijk ook minder extreem dan sommige sterrenkundigen (ruimteweervoorspellers)
verwachten.

11 jarige cyclus van de zon
De zon doorloopt een cyclus en heeft
steeds om de elf jaar een activiteitsmaximum, waarbij extra veel
zonnevlekken
en uitbarstingen te verwachten zijn. Tijdens een zonnemaximum
ontstaan zonnestormen van elektrisch geladen deeltjes,
die storingen kunnen veroorzaken in radio- en GPS-verbindingen en satellietelektronica.
De sterkte van een zonnemaximum kan
voorspeld worden op basis van metingen aan magnetische velden van
de zon.
Het maximum vindt eind 2011 of begin 2012 plaats.
De zon driedimensionaal, 23 april 2007
Stereo heeft zijn eerste stereoscopische opnamen gemaakt
in 2D en 3D van de zon.
De twee ruimtesondes van NASA hebben de zon gelijktijdig vanuit verschillende
hoeken waargenomen.
Van deze waarnemingen zijn
driedimensionale beelden gemaakt, waardoor de ruimtelijke
structuur van de corona goed is te zien,
in de corona, de ijle dampkring van de zon, vinden regelmatig
gigantische uitbarstingen van heet zonnegas plaats.
De stereoscopische beelden maken het
mogelijk om betere voorspellingen te doen van deze coronale massa-ejecties
(explosies),
die op een gegeven moment bij de aarde aan kunnen komen en hier
schade kunnen toebrengen aan satellieten.
Astronomen krijgen door de Stereo ook de gelegenheid om het
gebied tussen de zon en de aarde te onderzoeken.


Zon in 2D
Hinode ziet enorme uitbarstingen op de zon, 21 maart 2007
De satelliet Hinode, of Solar
B, gelanceerd in september 2006, heeft ontdekkingen gedaan, die
erop
duiden dat het magnetische veld van de zon, turbulenter en dynamischer is dan tot nog toe
werd aangenomen.
De Hinode doet voornamelijk
onderzoek naar de vaak explosieve wijze waarop dit magnetische
veld,
energie overdraagt aan de verschillende lagen van de atmosfeer
van de zon.
Een heel mooie uitbarsting
die de satelliet heeft waargenomen, was een zonnevlam die op 12
januari ontstond.
Op het beeldschermverscheen een magnetische stroom ter grootte
van de aarde, die zich tot
een krachtige zonnevlam ontwikkelde, dit alles speelde zich af in
de chromosfeer van de zon.

Zonnevlam januari 2007
Lange slierten strekken zich
uit in de chromosfeer, dit dunne deel atmosfeerlaag bevindt zich
tussen
het zichtbare oppervlak van de zon, de fotosfeer en de buitenste
corona.
Dit was opmerkelijk, omdat er
lange tijd werd gedacht, dat er in de chromosfeer weinig gebeurt.
Het ontstaan van zonnevlammen wordt overigens nog steeds niet
goed begrepen.
Ze houden duidelijk verband met magnetische verstoringen in de
buurt van zonnevlekken,
maar het is nog niet gelukt om te voorspellen waar een nieuwe
zonnevlam zal ontstaan.
Ook het feit dat de
temperatuur van de corona, de atmosfeer van de zon, veel hoger is
dan de temperatuur aan het oppervlak
van onze zon. Want het buitenste deel van de corona, vertoont een
uiterst ingewikkelde structuur, ook is het ijle coronagas
enorm heet (1 miljoen graden) in vergelijking met het
zonneoppervlak (6000 graden).
Misschien dat de Hinode hier antwoord op vindt.

Hinode

Zonnevlam november 2006
Op de opname hierboven,
gemaakt in november 2006, zie je geladen deeltjes, die vrijwel
verticaal vanuit
een zonnevlek omhoog stijgen en de magnetische veldlijnen volgen.
Hoog aan de rand van de zonnevlek buigen de magnetische velden om,
om zo een verbinding
te maken met gebieden die een tegenovergestelde lading hebben.
STEREO-B neemt zonsverduistering waar, 12 maart 2007
Op 25 februari heeft de
camera van STEREO-B een bijzondere testopname gemaakt.
De beelden laten een gedeeltelijke zonsverduistering zien van de zon op vier ultraviolette golflengten met de maan
op de voorgrond, vanuit de positie van de STEREO-B was de maan
veel te klein om de zon af te dekken.
Het lijkt meer op een
maanovergang dan op een zonsverduistering, dit komt doordat
STEREO-B toen
op een afstand van 1,6 miljoen kilometer van de maan stond. Die
afstand is 4,4 maal zo groot
als de afstand tussen de aarde en de maan, waardoor de maan 4,4 maal zo klein
lijkt.

Stereo-eclipsopname van de zon en de maan
Ulysses vliegt voor de derde keer onder de zon door, 7 februari 2007
De Ulysses vliegt vandaag,
voor de derde keer sinds de lancering in 1990, onder de zuidpool
van de zon door.
Ulysses is via een flyby langs Jupiter in een steile baan rond de
zon gebracht,
door de flyby vliegt de ruimtesonde om de 6,2 jaar over de noord-
en de zuidpool van de zon.
Vanuit een wijde baan om de
zon onderzoekt de ruimtesonde de zonnewind, dit is een stroom van
elektrsich
geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen en
het magnetisch veld van de zon.
Ulysses is een Europees-Amerikaanse
ruimtesonde en was ontworpen voor een levensduur van vijf jaar,
maar functioneert na ruim 16 jaar nog steeds redelijk goed,
hoewel radio-isotopen-generatoren (RTG's)
van de ruimtesonde langzaam maar zeker minder stroom beginnen te
produceren.

Ulysses en de zon
In december vonden
verschillende uitbarstingen, zonnestormen, op de zon plaats, die een uitstoot van
grote hoeveelheden elektrische geladen deeltjes veroorzaakten. De
Ulysses zag een toename in de stralingsdeeltjes
van de zon terwijl de ruimtesonde zich nu op veel grotere afstand
boven de zuidpool van de zon bevindt.
Deze zonnestormen zijn gevaarlijk voor kunstmatige satellieten en
ruimtesondes.
Op dit moment bereiken we het
minimum van de activiteitscyclus van de zon, over 5 jaar bereikt
de zon weer het zonnevlekkenmaximum, daarom werd niet verwacht
deze deeltjes tijdens het minimum
aan te treffen en al zeker niet bij de polen.
De vraag is nu hoe de geladen
deeltjes in de poolstreken van de zon verzeild zijn geraakt.
De huidige verdeling van het magnetische veld van de zon zou er
juist voor moeten zorgen,
dat deze deeltjes geen hoge breedtegraden kunnen bereiken.
Inmiddels is duidelijk dat de
coronale gaten bij de zuidpool nu net zo koel zijn als die bij de
noordpool
tien jaar geleden, dit kan erop duiden dat het
temperatuurverschil met de polariteit van het magnetische veld
van de zon te maken heeft, de magnetische noord- en zuidpool zijn
nu immers van plaats verwisseld.
Het bewijs zal mogelijk worden verkregen als Ulysses eind volgend
jaar weer de noordpool van de zon bekijkt.
STEREO maakt eerste foto's, 20 december 2006
De eerste foto's werden op 4 december
gemaakt, op de foto is het actieve gebied AR903 zichtbaar,
die de dagen erna voor zonnevlammen zorgde.

Eerste foto Stereo van de zon
Beide ruimtesondes dragen een set
coronagrafen en camera’s die overeen komen met die van de SOHO,
die nu al 10 jaar de zon in de gaten houdt. De Stereo zenden real-time hun
data naar de aarde,
waar onderzoekers de gecombineerde gegevens gebruiken voor het
maken van 3D-beelden van de zon.
Beide ruimtesondes beschrijven een andere
baan om de zon, waardoor er twee verschillende beelden ontstaan.
Hieruit krijgen wetenschappers een stereobeeld van de zon te zien.
Zon is erg actief, 14 december 2006
De gemiddelde zonneactiviteit van de zon, gedurende de laatste maanden was laag,
maar de laatste weken vertoont onze zon flinke uitbarstingen.
Gedurende de grote zonnevlam en
daaropvolgende coronale massa-ejectie (CME) van 13 december,
moest de ESA maatregelen nemen, omdat verscheidene systemen aan
boord van satellieten uitvielen.

Zonnevlam uitbarsting
De uitbarsting werd ook waargenomen met de
SOHO. De stroom geladen deeltjes die de zon uitstootte,
veroorzaakte bovendien een flinke geomagnetische storm op aarde,
met bijbehorende poollichtverschijnselen.

Aurora Boralis (poollicht)
Rond 15.30 uur kwam de schokgolf van de X3-zonnevlam
van dinsdagochtend bij de aarde aan.
De snelheid van de zonnewind rond de aarde steeg tot ruim 950
kilometer per seconde.
Om dit poollicht te kunnen zien is een
vrij uitzicht op de noordelijke horizon nodig, en een donkere
hemel.
De aurora borealis, zoals het poollicht ook wordt genoemd, is
meestal te zien als een structuurloze gloed in het noorden.
Enorme zonnevlam, 6 december 2006
Een enorme schokgolf is over het oppervlak
van de zon geblazen, het leek wel een solaire tsunami.
De schokgolf drukt het omringende plasma samen, verhit het en
raast met een snelheid van 400 kilometers
per seconde over de zon heen. De golf is rondom de gehele zon
gereisd in slechts 30 minuten tijd.
Grote schokgolven als deze zijn bij lage
zonneactiviteit vrij zeldzaam.
De zonnevlam vond plaats in een actief gebied aan de rand van de
zonneschijf.
De zon hoort op dit moment in zijn minimum te zitten, maar de zon
is al jaren veel te actief,
wat maar weer bewijst dat ons begrip van de zonnecyclus niet
compleet is.

Enorme zonnevlam, tsunami
Naar alle waarschijnlijkheid zal de
volgende zonnecyclus, in 2011, dertig tot vijftig procent
sterker zijn dan de afgelopen cyclus. De hoeveelheid zonnevlekken
die we tijdens
het maximum te zien krijgen, zal varieëren van 42 tot 185.
Het is het eerste bewijs dat de zon
langzaam weer actiever wordt. Over vijf jaar komen zulke
uitbarstingen
vermoedelijk vaker voor, aangezien de zon dan weer het hoogtepunt
in zijn elfjarige cyclus bereikt.

Enorme zonnevlam
SOHO-missie tweeënhalf jaar verlengd, 24 mei 2006
De werkzame levensduur van
de SOHO-satelliet is met ruim tweeënhalf jaar verlengd.
De Europese satelliet, die de zon onderzoekt, zal nu tot december 2009 blijven
werken,
dankzij een aanvullende subsidie van de Europese
ruimtevaartorganisatie ESA.
SOHO werd in december 1995
gelanceerd en onderzoekt de uitbarstingen van de zon,
de zonnewind en helioseismologie. Onlangs nog werd een techniek
ontwikkeld om uit de waarnemingen van
trillingen in en op de zon, informatie te verkrijgen over de
achterzijde van de zon, die we niet kunnen zien.
De ruimtesonde draait
binnen de aardbaan om de zon, op anderhalf miljoen kilometer
afstand van de aarde
en is de eerste zonnesatelliet in de geschiedenis, die de meeste
gegevens heeft verzameld.
Meer dan 2300 wetenschappers hebben in
deze periode gebruikt gemaakt van de gegevens van de satelliet.
De afgelopen twee jaar verscheen er elke dag een wetenschappelijk
artikel dat gebaseerd was op
de wetenschappelijke resultaten van de SOHO missie.
De komende jaren zullen
nieuwe satellieten gelanceerd worden voor zonneonderzoek,
o.a. de Japanse Solar B, de Europese Proba-2 en de Amerikaanse
Solar Dynamics Observer.
SOHO zal de metingen en waarnemingen van deze nieuwe ruimtesondes
blijven aanvullen.

Zon gefotografeerd door SOHO
25ste zonnevlekkencyclus in 2022 wordt mogelijk zwak, 11 mei 2006
Volgens de NASA is de reusachtige lopende band in de zon sterk vertraagd.
Dat zou kunnen betekenen dat het zonnemaximum na de volgende
aanzienlijk zwakker wordt
dan de voorgaande zonnevlekkencyclussen.

Zonnevlekkencyclus tot 2022
De lopende band is een enorm
circulatiesysteem onder het zonneoppervlak, dat twee aftakkingen
kent,
een noordelijke en een zuidelijke, die elk ongeveer veertig jaar
over één omloop doen.
Normaal is de snelheid van de circulatie ongeveer een meter per
seconde, maar de afgelopen jaren
is de noordelijke tak met een kwart vertraagd en de zuidelijke
zelfs met tweederde,
dit zijn de traagste snelheden die ooit werden gemeten.
De snelheid van de inwendige circulatie
kan worden afgeleid uit de positie ten opzichte van de evenaar
van de zon waar nieuwe zonnevlekken tevoorschijn komen. Uit
onderzoek is gebleken dat er
een verband bestaat tussen de circulatiesnelheid en de
toekomstige zonnevlekkenactiviteit.
Een traag bewegende lopende band geeft een
geringere zonneactiviteit.
Op basis van het gedrag van de inwendige zonnecirculatie is
overigens ook voorspeld dat
het volgende zonnemaximum, dat in 2011 of 2012 wordt verwacht,
zeer intens zal zijn.
De reden hiervoor is dat bij een snelle stroming meer magnetische
velden aangemaakt worden
en zo de activiteit fors kunnen verhogen.
De vertraging dat we nu zien betekent dat
in de 25ste zonnecyclus, die normaal zal pieken
in het jaar 2022, één van de zwakste kan zijn sinds eeuwen.

Stromingen, lopende banden, in de zon
De vraag is hoe ze nu in het binnenste van
de zon kunnen kijken om dit gedrag waar te nemen,
dit alles gebeurt via zonnevlekken.
Deze magnetische velden borrelen op vanuit de convectiezone en
komen aan het oppervlak.
Astronomen wisten al langer dat de
zonnevlekken een lijn tonen van zonnnevlekkengroepen, die van
de gemiddelde zonnebreedtegraad zakken naar de evenaar en terug
naar de middelste delen.
Volgens wetenschappers wordt deze verplaatsing veroorzaakt door
de beweging van de convectiezone.
Door het meten van deze verschuiving van
de zonnevlekkengroepen kunnen we indirect de snelheid
van de gordel meten, hierdoor kunnen ze in de toekomst beter de
zonneactiviteit voorspellen.
Gedeeltelijke zonsverduistering, 29 maart 2006
In heel Europa is op woensdag
29 maart een gedeeltelijke zonsverduistering
te zien.
In delen van Afrika en Azië en een smal gebied tussen Kreta en
Cyprus
en boven Turkije en Georgië is er een totale zonsverduistering.
Volgens het KNMI begint de gedeeltelijke
zonsverduistering in ons land om 11:47 uur.
Het hoogtepunt was om 12:37 uur, toen was 35% van de zon door de maan bedekt.
Om 13:33 uur is de verduistering voorbij.

Verloop van de zonsverduistering in Nederland
In het zuidoostelijke deel van Europa zijn
de klimatologische omstandigheden gunstig,
zodat de kans groot is dat de zonsverduistering daar goed te zien
is.

Baan van de zonsverduistering
De centrale baan van de totale
verduistering, 189 kilometer breed, begint om 10.35 uur
Nederlandse tijd
in het noordoosten van Brazilië.
Na de oversteek van de Atlantische Oceaan
vervolgt de verduisterde baan zijn weg door Afrika over Ghana,
Togo, Benin, Nigeria, Niger, Tsjaad, Libië en het noordwesten
van Egypte.
De verduistere baan loopt vervolgens over
de Middellandse Zee tussen Kreta en Cyprus door naar Turkije,
Georgië en Kazachstan en eindigt om 13.47 uur aan de grens
tussen Rusland en Mongolië.
De vorige gedeeltelijke zonsverduistering in Nederland was begin oktober 2005.

Zelfgemaakte foto's van de zonsverduistering
Volgende zonnevlekkenperiode begint een jaar later, 7 maart 2006
De volgende zonnevlekkenactiviteit zal
ongeveer een jaar later dan normaal beginnen, pas eind 2007 of
begin 2008
en zal 30 tot 50% sterker kunnen zijn dan de laatste periode, dit
is voorspelt door een nieuw computermodel voor
bewegingsverschijnelen van de zon, ontwikkelt door de
wetenschappers op de National Center
for Atmospheric
Research (NCAR), het
computermodel voorspelt de zonnevlekkenperiodes nauwkeurig.
De acht voorgaande zonneperiodes berekende het met een juistheid
van meer dan 98%.

Hoogtepunt van de zonnevlekkenactiviteit in 1999
Volgens de NCAR-wetenschappers wordt de
ontwikkeling van zonnevlekken bepaald door een stroming
van plasma (elektrisch geladen gas) tussen de evenaar en de polen
van de zon, die als een soort
lopende band voor de productie van zonnevlekken dienst doet.
Een complete periode van deze plasmastroming duurt 17 tot 22 jaar,
het is dus mogelijk om
ongeveer twee zonnevlekkenperiodes vooruit te kijken.
Naar verwachting zal de volgende
zonnevlekkenperiode 24 rond 2012 zijn hoogtepunt bereiken.
Volgens het model zouden de zonnevlekken een groter gebied
innemen, dan het zichtbare oppervlak van de zon (2,5%).
Het team zal volgend jaar proberen een voorspelling te doen van
periode 25, die wellicht zal pieken in het jaar 2020.
Zonnevlekgroep, 2
december 2005
Op de zon heeft zich weer een nieuwe zonnevlekgroep (826) gevormd.

Zonnevlekgroep gemaakt door SOHO
Deze zonnevlekgroep begon
enkele dagen geleden een klein groepje te vormen,
maar is nu uitgegroeid tot een goed zichtbare groep en is breder
dan de ringen van Saturnus.
In de zonnevlek ontwikkelen zich ook zonnevlammen.
Straling, 20
november 2005
De straling wordt veroorzaakt door zonneactiviteiten, zoals
zonnevlammen en -stormen,
zijn niet gevaarlijk voor de astronauten in de ruimte, omdat deze
straling wordt
tegengehouden door het ruimtevaartuig, bijvoorbeeld bij het ISS.
Kosmische straling is gevaarlijker, want deze deeltjes zijn
supergeladen,
die uitgezonden worden door supernova's, zwarte gaten en andere objecten.
De energie van deze deeltjes
is veel hoger dan de zonnedeeltjes, waardoor ze zich
niet laten tegenhouden door aluminium of plastic.
Hierdoor staan astronauten
aan deze straling blootgesteld.
Voor toekomstige ruimtereizen naar de maan en Mars is het belangrijk
om kosmische straling goed tegen te houden.
Grote zonnevlek, 15
november 2005
Op het oppervlak van de zon is een nieuwe grote zonnevlek
ontstaan.

Zonnevlek
De zonnevlek is twee dagen
geleden ontdekt.
De uitbarstingen op het zonneoppervlak brengen de aarde tot nu toe niet in gevaar.
Gedeeltelijke
zonsverduistering, 3 oktober 2005
Vandaag was een gedeeltelijke zonsverduistering.
Er ging 60% van de zon schuil achter de maan.
De zonsverduistering was van
10.10 tot 12.30 uur.
Om 11.05 was de zon maximaal (60%) verduisterd.

Zelfgemaakte foto van de zonsverduistering op 3 oktober
2005
In Portugal, Spanje en Afrika
was een ringvormige zonsverduistering te zien, dan blijft er een
dunne ring zonlicht over, omdat de maan dan niet helemaal de zon bedekt.
De laatste totale zonsverduistering was op woensdag 11 augustus 1999.

Zonsverduistering van 11 augustus 1999
De eerstvolgende totale
verduistering is op woensdag 29 maart 2006 en is dan o.a. te zien
in Turkije en Libië.
In Europa, een deel van Afrika en Azië is dan een gedeeltelijke
zonsverduistering te zien.
In Nederland is in 2135 een totale zonsverduistering te zien en in België in 2090.
Ons zonnestelsel bestaat uit
planeten, manen, kometen en ruimtepuin die allemaal in een omloopbaan
om de zon draaien en het zonnestelsel zelf draait met een
snelheid van 250 kilometer per seconde of
900.000 kilometer per uur om de kern van het melkwegstelsel.
Ons zonnestelsel is al 4.600
miljoen jaar oud, sinds het ontstond uit een gigantische,
ronddraaiende wolk van gas en stof.

Ontstaan van de zon
Eerst ontstond midden in de
wolk die zich samentrok een protoster of gasbol.
Binnenin deze protoster liep de temperatuur en de druk steeds
verder op.
Tot er een kernfusie ontstond
waarbij waterstof tot helium werd omgezet
en er veel energie vrij
kwam. Er ontstond een ster, de zon.
Daaromheen draaide een schijf
van overgebleven materiaal,
waaruit zich na ongeveer honderd miljoen jaar een aantal planeten
vormden,
die in een stabiele omloopbaan om de zon draaiden.
Het zonnestelsel was ontstaan.

Zon, acht planeten en dwergplaneet Pluto
De zon, het zwaarste object in ons zonnestelsel,
heeft de grootste zwaartekracht en houdt de groep bij elkaar.
Mercurius, Venus, de aarde en Mars liggen het dichtst bij de zon.
Ze worden de binnenplaneten genoemd.
De andere planeten
liggen verder weg.
Ze worden de buitenplaneten genoemd.
Stel je het zo voor: als
de zon een voetbal is, dan is Mercurius
een speldenknop op tien
stappen afstand.
De aarde ligt zestien stappen verder met de maan op een duim afstand.
Jupiter ligt 209 stappen verder en Pluto maar liefst 884 stappen.
Voorbij Pluto draait
"de tiende dwergplaneet" Xena, die op 29 juli 2005 werd ontdekt.
Xena is een ijsdwerg.
Langgeleden zag het
zonnestelsel er waarschijnlijk heel anders uit dan nu.
Waarschijnlijk stonden Jupiter en Saturnus andersom dan nu.
Uranus en Neptunus zijn
in de afgelopen paar miljard jaar naar buiten bewogen en
hebben volgens berekeningen van astronomen ook met elkaar
gewisseld,
ooit was Uranus dus de buitenste van de twee.
Deze veranderingen
vinden nog steeds plaats, ook
al is het wel in een onvoorstelbaar
traag tempo.
Niemand weet precies waar Jupiter zich over een paar honderd
miljoen jaar zal bevinden
en of Mercurius niet een keer uit het zonnestelsel wordt
geslingerd.
Er bevinden zich minstens 100 manen in ons zonnestelsel.
Miljarden ruimtekeien en
planetoïden draaien tussen Mars en Jupiter om de zon, dit is de planetoïdengordel.
Dit is overgebleven materie dat niet door de planeten werd
ingevangen.
Planetoïden die op aarde
afkoersen noemen we NEA's - Near Earth Asteroids -
ofwel planetoïden, die dichtbij de aarde komen, sterrenkundigen
schatten dat er
2000 Nea's zijn, met een doorsnede groter dan een kilometer.


Planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter
Verder weg, voorbij Neptunus
en Pluto, bevindt zich de Kuipergordel,
een
wolk (band) van ijsachtige ruimteobjecten, dit zijn onder andere
overgebleven planetoïden en kometen uit de vorming van ons zonnestelsel.
In de Kuipergordel bevinden
zich minstens 70.000 objecten
met een doorsnede van meer dan 100
kilometer.
Eén van de grootste objecten in de
Kuipergordel, die voornamelijk uit
ijzige objecten bestaat, heeft een officiële naam gekregen, Makemake.
Dit object, vroeger 2005 FY9 genoemd,
vergezelt Pluto en Eris in de categorie van plutoïden.
Ze is ongeveer een derde kleiner dan Pluto en één van de
helderste objecten uit de Kuipergordel.
De naam Makemake behoort tot de god die de
mensheid heeft gecreëerd,
volgens de cultuur van de oorspronkelijke bevolking van het
Paaseiland.

Kuipergordel
Nog verder weg bevindt zich
de uitgestrekte, bolvormige Oortwolk,
die bestaat uit vele miljarden kometen.
Deze wolk bevindt zich op een afstand van ongeveer 1 tot 2 lichtjaar vanaf de aarde.
De bolvormige ruimte die een melkweg omringt wordt ook wel halo genoemd.
Binnen deze ruimte heeft de zwaartekracht van de melkweg nog
steeds invloed.
In de halo bevinden zich bolvormige sterrenhopen.

Oortwolk
Diamantvormige planetoïde Steins, 13 januari 2010

Maan van dwergplaneet Orcus heet Vanth, 11 april 2009
In februari 2004 ontdekte astronoom Mike Brown, dwergplaneet Orcus.
De
maan van Orcus, S/1 90482 (2005), werd in
november 2005 ontdekt door Brown
en Suer met behulp van de
Hubble Space Telescope en krijgt nu de naam Vanth,
was een Etruskische demoon die de doden begeleidde naar de
onderwereld.

Er zijn
nu vijf dwergplaneten
in ons zonnestelsel: Eris, Pluto, Ceres, Makemake en Haumea.
Haumea is de vijfde grote ijsdwerg (136108) 2003 EL61 en werd
ontdekt
door de astronoom Mike Brown op 28 december 2004.

Haumea en twee maantjes (kleine stipjes boven en onder Haumea)
Haumea
heeft een langgerekte
vorm dit komt door zijn snelle draaiing en heeft
een doorsnede van ongeveer tweeduizend kilometer. Er zijn ook twee kleine
maantjes ontdekt, die Hi'iaka en Namaka worden genoemd, dit zijn
de namen van twee van de vele
nakomelingen van de godin Haumea.
Haumea is
in de Hawaiiaanse
mythologie de godin van vruchtbaarheid en geboorte.
Het ijzige hemellichaam bevindt zich net als Eris, Pluto en
Makemake
in de Kuipergordel buiten de baan van Neptunus.

Dwergplaneet Makemake
Van de
vijf dwergplaneten in
het zonnestelsel is Eris de grootste (ca. 2400 km),
dan Pluto (ca.
2300 km) en Ceres (ca. 950 km) is de kleinste.
Ceres bevindt zich niet in
de Kuipergordel maar is wel
de grootse planetoïde, tussen de banen van Mars en Jupiter.
Dwergplaneten
zijn
hemellichamen waarvan hun vorm, meestal bolvormig, wordt
bepaald door hun eigen zwaartekracht, maar die hun baanomgeving
delen met
een groot aantal soortgenoten, dit noemen we hydrostatisch
evenwicht.
Superkomeet in het buitenste deel van het zonnestelsel, 19 augustus 2008
Tijdens het zoeken met de
Sloan Digital Sky Survey naar zwakke supernovae hebben
astronomen voor het eerst een ijsdwerg ontdekt, dat afkomstig is
uit de verre Oortwolk,
een gebied ter grootte van 180.000 AU waar kometen ontstaan en het gehele zonnestelsel
omhult. Een AU is de afstand van de aarde tot de zon.
Het hemellichaam, met een
doorsnede van vijftig tot honderd kilometer,
heeft de naam 2006 SQ372 gekregen en werd twee jaar geleden
ontdekt.
Men heeft berekend dat het
object er 22.500 jaar over doet om één keer rond de zon te
draaien,
maar omdat de ijsdwerg nooit dicht genoeg bij de zon komt vormt
hij geen staart.

Superkomeet 2006 SQ372
2006 SQ372 bevindt zich nog
binnen de baan van Neptunus,
maar begint zich van ons te
verwijderen.
De ijsdwerg volgt een zeer langgerekte baan, de verste afstand is
240 miljard kilometer,
bijna 1600 keer de afstand zon-aarde en 3600 miljoen kilometer,
24 keer de afstand aarde-zon.
Sedna heeft ook een elliptische baan, maar die verwijdert zich
nooit zo ver van de zon.
De ijsdwerg zal binnen enkele honderden
miljoenen jaren uit het zonnestelsel verdwijnen.
De zwaartekracht die Uranus en Neptunus op deze objecten
uitoefenen, zorgen ervoor dat ze weggedrukt worden.
STEREO's zien deeltjes van de rand van het zonnestelsel, 6 juli 2008
De twee STEREO-ruimtesondes hebben d.m.v. deeltjesdetectoren,
neutrale
atomen ontdekt, die afkomstig zijn van de buitenste rand van het zonnestelsel.
De magnetische invloedssfeer van de zon, de heliosfeer, eindigt op zo'n
twaalf miljard
kilometer afstand van de zon en wordt de zonnewind
afgeremd, dit is twee keer
verder dan de dwergplaneet Pluto.
De stroom van elektrisch geladen deeltjes
van de zon laat energie achter in de helioschede,
dit is het dunne overgangsgebied tussen de heliosfeer en de
interstellaire ruimte.

STEREO en heelal
Metingen van de Voyager 2, die de
helioschede vorig jaar doorkruiste, hadden geen antwoord
op de vraag waar die energie precies terechtkomt. De STEREO's
hebben het antwoord gevonden.
De helioschede heeft geladen ionen, die
door de zonnewindenergie worden versneld.
Ze raken hun lading kwijt door wisselwerkingen met de atomen in
de interstellaire
materie en komen dan zonder hinder van het magnetisch veld
van de zon als
ongeladen atoomkernen terug in de heliosfeer.
Planeto?dengordel heeft drie stofbanden, 15 juni 2008
De drie stofbanden, alfa, beta en gamma
genoemd, bestaan overwegend uit kleine deeltjes
die in de gebieden tussen Mars en Jupiter rond de zon draaien. Ook de derde, grote stofband is
ontstaan door een planeto?de die nog niet zo lang geleden door een botsing
uiteen is gevallen.
Het zijn verdichtingen in een stofschijf
die eigenlijk het gehele zonnestelsel omgeeft. Het meeste
interplanetaire stof bevindt zich in het baanvlak van de planeten,
dus ook het gebied van
de sterrenbeelden in de dierenriem en wordt ook wel de zodiakale
stofwolk genoemd.
In de jaren tachtig ontdekte de
Nederlandse infraroodsatelliet IRAS in deze stofwolk allerlei
afzonderlijke structuren, waaronder een drietal banden in de
planeto?degordel.

IRAS satelliet
Vijf jaar geleden werd een groep planeto?den
gevonden waarvan de banen overeenkomsten vertoonden
met de deeltjes in de gamma-band. Deze goep, de Veritas-familie,
zouden de grootste fragmenten
zijn van een planeto?de die 8,2 miljoen jaar geleden door een
botsing uiteen is gevallen.
Kort daarna werd ontdekt dat ook de beta-band,
de Karin-familie, een groep planeto?den is die 5,8 miljoen jaar
geleden is ontstaan. De stofbanden bestaan uit de kleinste
deeltjes van de uiteen gevallen planeto?den.
De deeltjes van de derde stofband, de alfa-band,
tonen ook overeenkomsten met de banen van een groep
van 65 planeto?den. Deze Beagle-familie is ongeveer 10 miljoen
jaar geleden ontstaan.
Snelst ronddraaiiende planetoïde ontdekt, 28 mei 2008
Op 29 april heeft Richard Miles, een
amateur-astronoom uit Dorset, Engeland en vicevoorzitter van
de British Astronomical Association, een planetoïde ontdekt die elke 42,7 seconden om zijn as draait.
Het is het snelst draaiiende hemellichaam
in het zonnestelsel, de vorige recordhouder draaide elke
78 seconden om zijn as en werd gevonden met behulp van de Faulkes
Telescope South in Australië.
Het gaat om planetoïde 2008 HJ met een
grootte van ongeveer 12 bij 24 kilometer en weegt
ruim vijfduizend ton. De planetoïde scheerde eind april op één
miljoen kilometer afstand
langs de aarde met een snelheid van 45 kilometer per seconde.

Planetoïde 2008HJ
Uit de periodieke helderheidswisselingen
kon de rotatieperiode van het rotsblok worden afgeleid.
Zulke snel draaiende rotsblokken kunnen ontstaan bij onderlinge
botsingen, maar de draaisnelheden van
planetoïden kunnen in de loop van miljoenen jaren ook toenemen
door ongelijk verdeelde zonnestraling.
Hubble fotografeert planetoïde Vesta, 22 juni 2007
De Hubble Space Telescope heeft een opname gemaakt van Vesta, na Ceres de grootste planetoïde.
Enkele jaren geleden werd Ceres, nu een dwergplaneet, al door
Hubble vastgelegd.
Ze bevinden zich in de planetoïdegordel tussen Mars en Jupiter.
Vesta en Ceres zijn de reisdoelen van de
ruimtesonde Dawn, die op 7 juli gelanceerd moet worden.
Dawn zal in 2011 rond Vesta draaien en in 2015 rond Ceres. De
foto's van Vesta werden vorige maand
gemaakt, de afstand van Vesta tot de aarde was toen 180 miljoen kilometer, Vetsa heeft een
onregelmatige vorm,
de grootste afmeting is 570 kilometer en de kleinste afmeting 464
kilometer. Er zijn verschillen van 60 kilometer
groot zichtbaar. De grote verschillen in oppervlaktehelderheid
wijzen volgens de onderzoekers mogelijk
op vulkanische activiteit kort na het ontstaan van de planetoïde.

Ceres en Vesta
Dawn zal de eerste ruimtesonde zijn die om
zijn twee doelen heen draait, er bevinden zich tenminste
100.000 planetoïden in de planetoïdengordel, een reservoir van
het materiaal wat overbleef na de vorming
van ons zonnestelsel 4,6 miljard jaar geleden.
Ceres bestaat voor een groot deel uit waterijs en kan ons meer
vertellen over de rol van water in het jonge zonnestelsel.
De dwergplaneet bevat 40% van de gehele
massa van de planetoïdengordel en is 1801 ontdekt
en werd eerst een planeet genoemd. In tegenstelling tot Ceres
bevat Vesta vrijwel geen waterijs.
Door Dawn wordt onderzocht waarom Vesta geen ijs heeft.
De reden voor de lange reis komt omdat
Dawn een ionenmotor heeft.
Een dergelijke motor levert minder snelheid op dan conventionele
motoren.
Een ionenmotor is echter wel bijzonder zuinig en dat is
noodzakelijk voor de Dawn-missie.
Zonnestelsel heeft 8 planeten, 24 augustus 2006
Pluto is geen planeet meer, vandaag is een eind gekomen aan een jarenlange discussie.
De wetenschappers hebben nu drie
categorieën ingedeeld:
planeten, dwergplaneten en kleine hemellichamen.
Ons zonnestelsel bestaat vanaf nu uit acht
planeten:
Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.
Pluto en andere gelijkwaardige hemellichamen worden nu
dwergplaneten genoemd, de pluto-achtigen,
bijvoorbeeld Charon, Ceres, Xena.

Het zonnestelsel
De kleine hemellichamen in het zonnestelsel zijn alle overige objecten die om de zon draaien.
De definitie van een planeet
is: een planeet moet een dusdanige zwaartekracht hebben, dat zijn
omloopbaan
vrijgemaakt is van overig materiaal, waardoor de planeet het
overheersende object in zijn omgeving is.
Pluto behoort tot de Kuipergordel en is niet overheersend in zijn omgeving, dus
Pluto is géén planeet.
Pluto was niet in staat om de
objecten nabij zijn baan te verwijderen, dit is de andere acht
planeten wel gelukt.
Vanaf een bepaalde zwaartekracht zorgt een planeet er voor dat
overig materiaal in de omloopbaan
wordt weggestoten, of op de planeet zelf terecht komt.
Na verloop van tijd is de planeet het enige grote object in de
buurt van zijn omloopbaan.

Pluto en Charon geen dubbelplaneet
Zonnestelsel telt misschien 12 planeten, 16 augustus 2006
Vandaag heeft, na twee jaar van discussie
en onduidelijkheid, de International Astronomical Union
een duidelijke definitie van het begrip planeet voorgesteld.
Volgens het voorstel, dat op 24 augustus
in stemming wordt gebracht, telt het zonnestelsel
voortaan niet acht, niet negen, maar misschien twaalf planeten.
Tot het nieuwe zonnestelsel behoren dan de
acht grote planeten, Ceres, de grootste planetoïde
en drie plutonen: Pluto, Charon en Xena, de ijsdwerg 2003 UB313.
In de voorgestelde definitie is een
planeet een hemellichaam als hij rond een ster draait zonder
zelf een ster of maan van een planeet te zijn, zoveel massa heeft
dat het onder invloed van zijn
eigen zwaartekracht zo goed als bolvormig is geworden en ongeveer
800 kilometer in doorsnede is.
Dit geldt niet als een object om een ander
object draait, want dan is het een maan, maar als het centrum
van de zwaartekracht, het barycentrum, zich buiten de planeet
bevindt, zoals we zien bij Pluto en Charon,
dan zal de maan, Charon, ook tot de planeten gaan behoren.

Zonnestelsel met 12 planeten
Als de aarde en de maan nog lang blijven bestaan, zal onze maan uiteindelijk ook een planeet worden.
De maan ontstond meer dan vier miljard
jaar geleden door een botsing met de aarde.
De maan begon heel dicht bij de aarde, maar dwaalt ieder jaar 3,74
centimeter bij de aarde vandaan.
Dit lijkt niet zoveel, maar als dat nog
vier miljard jaar duurt, dan is het een flinke afstand.
Nu ligt het centrum van de zwaartekracht, het barycentrum, van
het aarde en de maan nog in de aarde.
Hoe verder de maan wegdwaalt, hoe meer het
barycentrum verschuift.
Ooit zal het barycentrum buiten de aarde liggen en dan wordt de
maan een planeet.
Als het voorstel wordt goedgekeurd komen
er nog minstens twaalf planeten bij, dit zijn de pas ontdekte
planetoïde Sedna, Orcus, Quaoar, Varuna en Ixion en de
planetoïden Vesta, Pallas en Hygiea.
Tientallen kleine ijsdwergen gevonden, 10 augustus 2006
Voorbij de baan van Neptunus,
bevinden zich waarschijnlijk heel veel ijsdwergen, dit zijn
kleine planetoïden.
Met gewone telescoopwaarnemingen zijn er ongeveer duizend
opgespoord, de meeste zijn zo klein,
honderd tot duizenden kilometers groot, dat ze niet zijn waar te
nemen,
maar onderzoekers denken toch 58 kleine ijsdwergen te hebben
opgespoord.
Door de gevonden ijsdwergen
denkt men nu dat er van dit soort objecten veel meer voorkomen
dan voorheen werd aangenomen. De ijsdwergen zijn veruit de
kleinste objecten in de Kuipergordel
die ooit zijn aangetroffen en zijn veel te klein om zelfs door de
krachtigste telescopengezien te worden.

IJsdwerg in de Kuipergordel, zon op de achtergrond
Met de Amerikaanse satelliet
Rossi X-Ray Timing Explorer heeft men kortstondige dipjes
waargenomen
in de röntgenstraling van de ster Scorpius X01, zo’n dipje
zou worden veroorzaakt doordat tijdens
de waarneming een ijsdwerg voor de ster langs beweegt. Uit de
duur van de verduisteringen van
enkele milliseconden kan worden afgeleid dat de bedekkende
ijsdwergen ongeveer 20 tot 100 meter groot zijn.
Verklaring voor ontstaan manenstelsels reuzenplaneten? 15 juni 2006
Amerikaanse sterrenkundigen
denken, volgens een nieuw computermodel, een verklaring te hebben
gevonden
voor de overeenkomst tussen de manen van Jupiter, Saturnus en
Uranus.
Elk van deze reuzenplaneten
heeft een verzameling manen, waarvan de totale massa ongeveer
tienduizend keer
zo klein is als de massa van de planeet, dus de massa van de
manen is 0.01% van de planeet.
Hoe komt het dat dit bij drie reuzenplaneten gelijk is?
De enige uitzondering is
Neptunus. De totale massa van de manen van Neptunes bedraagt 0.02%
van de massa van de planeet, dit komt waarschijnlijk door de
massa van Triton.
Deze maan is niet ontstaan rondom Neptunus, maar is
waarschijnlijk
een Kuipergordelobject, die pas later in een baan om Neptunus
kwam.

De reuzenplaneten
De massa van de manen is
nogal verschillend verdeeld, Jupiter heeft vier grote manen van
vergelijkbare omvang,
terwijl bij Saturnus bijna alle massa in één maan zit, Titan, verder is het vreemd, dat de manen van de
reuzenplaneten
in vergelijking met de reuzenplaneet klein zijn, de manen van de aarde en Pluto zijn in verhouding met de planeet groter.
Volgens de onderzoekers komt
dit door de manier waarop de reuzenplaneten zijn ontstaan. Ze
bestaan voor het grootste deel
uit gas, dat ze vroeg in hun geschiedenis uit hun omgeving hebben
verzameld, weggeduwd door de zon en daarbij zou zich
tijdelijk een gasschijf om de planeten hebben gevormd, waaruit
zich aan het einde van het planeetvormingsproces, manen vormden.
De zwaartekracht van deze
manen zou spiraalgolven in het gas hebben veroorzaakt, die ervoor
zorgden,
dat hun banen steeds dichter bij de planeet kwamen te liggen en
hoe groter de maan, hoe sneller deze zich verplaatste.
Er ontstonden veel manen, maar de grootste manen stortten al snel
op de planeet.
Dat betekent dat manen boven
een bepaalde massa uiteindelijk dus op de planeet neerstorten en
grotere reuzenplaneten kunnen
meer van zulke grote manen vasthouden dan kleinere reuzenplaneten.
Het vormingsproces van manen duurde een miljoen jaar.
Voyagers ontdekkingen aan rand zonnestelsel, 24 mei 2006
De twee Voyagers, gelanceerd in 1977, zijn al 28 jaar oud en
naderen de grens van de interstellaire ruimte.
Voyager 1 volgt hierbij een snellere route in vergelijking met de
Voyager 2.
De ruimtevaartuigen
stelden vast dat de heliosfeer, dit is het gebied waarin de zon overheerst,
uitpuilt in het noorden, ten opzichte van de zonne-evenaar en
ingedeukt is in het zuiden.
De ruimtevaartuigen
bevinden zich in een juiste positie om deze waarnemingen te doen,
Voyager 1 vliegt ongeveer in een hoek van 34 graden ten noorden
van de zonne-evenaar
en Voyager 2 vliegt in een hoek van ongeveer 26 graden ten zuiden
van de evenaar.
Op zijn reis passeerde
Voyager 1 na ongeveer 16,5 miljard kilometer de eindschok, of
termination shock
en kwam terecht in de noordelijke of helioschede, dit is de
buitenste laag van de heliosfeerregio,
waar het interstellaire gas en de zonnewind beginnen te vermengen.

Voyagers en Heliosphere
Voyager 2 stelde
ondertussen vast dat in het zuidelijke zonnestelselhalfrond de
eindschok waarschijnlijk
ongeveer 1,6 miljard kilometer dichter bij de zon ligt dan in het
noordelijke halfrond.
Wetenschappers vermoeden
dat een interstellair magnetisch veld de oorzaak is van het
induwen
van de zuidelijke heliosfeer. Verwacht wordt dat Voyager 2 nog
voor het einde van het jaar de juiste locatie
van de zuidelijke eindschok zal bepalen. Op dat ogenblik kan de
wetenschap zich een beter beeld vormen
van de kracht van het magnetische veld buiten de heliosfeer.
Voyager 2 bevestigt dat de
eindschok een bron is van ionen met lage energie, een ontdekking,
die eerder ook door Voyager 1 werd gemaakt. In tegenstelling tot
eerdere voorspellingen hebben
geen van beide Voyagers de bron van vreemde hoog-energetische
kosmische stralen gevonden.
Toen de Voyager 1 in december 2004 eindelijk de grens tussen ons
zonnestelsel en de interstellaire ruimte
passeerde, hoopten wetenschappers een raadsel te kunnen oplossen
dat hen al een hele tijd bezig hield:
de herkomst van afwijkende kosmische straling.
Van deze hoge energierijke deeltjes,
helium en zuurstof, werd aangenomen dat zij afkomstig was van
de eindschok, de plek waar de zonnewind, de stroom deeltjes van
de zon, tot stilstand komt.
Maar deze voorspelling kwam niet uit:
Voyager 1 ontdekte slechts weinig afwijkende kosmische straling.
Amerikaanse onderzoekers denken nu te weten waardoor dat komt,
door de vorm van de eindschok.

Voyager 1 uit het zonnestelsel
In de modellen werd ervan uitgegaan dat de
eindschok min of meer bolvormig was, met de zon als middelpunt.
Dat is waarschijnlijk niet het geval, doordat het zonnestelsel door de ruimte beweegt,
heeft de eindschok eerder de vorm van een ei.
Voyager 1 heeft ons zonnestelsel min of
meer bij de stompe punt van dat ei verlaten. Uit berekeningen
blijkt nu
dat de meest energierijke deeltjes niet daar ontstaan, maar meer
aan de zijkanten.
Als dit model juist is, zal Voyager 2, die binnen enkele jaren de eindschok bereikt,
afwijkende kosmische straling moeten meten.
Hubble ontdekt
Kuipergordels, 19 januari 2006
Met de Hubble Space Telescope zijn gordels van stof en gruis ontdekt rond twee
nabijgelegen sterren.
De gordels lijken nog
het meest op de Kuipergordel in ons zonnestelsel. Net als de Kuipergordel
in ons zonnestelsel zijn deze puingordels, overblijfselen uit de
ontstaansperiode van een planetenstelsel.
De twee Kuipergordels
draaien rond sterren op ongeveer 60 lichtjaar afstand
van de aarde en zijn ongeveer 300 miljoen jaar oud.

Nieuwe Kuipergordels, de donkere vlekken zijn sterren
Eerder zijn zulke
gordels ook al bij andere sterren ontdekt, maar in veel gevallen waren ze jonger,
of leken de sterren minder sterk op de zon dan nu het geval is.
Voor de scherpe
buitenrand van de gordels is nog geen duidelijke verklaring.
Ook is het zeker of er planeten rond de twee sterren draaien.
Planetoïdegordel, 21
december 2005
De Spitzer Telescope heeft de infraroodstraling waargenomen van een planetoïdengordel bij een andere ster.
De ster, IRS 46 in het
sterrenbeeld Slangendrager, staat op een afstand van 137
lichtjaar,
is ongeveer 30 miljoen jaar oud en lijkt op onze zon kort na zijn ontstaan.
Het is een type G ster, net
als onze zon, een gele ster met een oppervlakte temperatuur van
6000°C,
is 8% helderder en iets massiever dan onze zon.
Uit de schijf van stof en gas
vormen zich waarschijnlijk een aantal aardse planeten
zoals 4½ miljard jaar geleden ook in ons zonnestelsel gebeurde.
De schijf is aan de binnen-
en buitenkant vrij scherp begrensd, waarschijnlijk door
zwaartekrachtsstoringen door grotere objecten, onderzoekers
denken dat er al planeten zijn gevormd.

Nieuw zonnestelsel
Een team wetenschappers onder
leiding van Fred Lahuis verbonden aan de Leidse Sterrenwacht
en aan SRON, Netherlands Institute
for Space Research in Groningen
hebben ook door
deze waarnemingen van de Spitzer Space Telescope grote hoeveelheden organische moleculen ontdekt.
De ontdekking ondersteunt de
theorie dat de bouwstenen van het leven op aarde afkomstig zijn
uit de ruimte, organische moleculen zijn verbindingen van
koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof.
Astronomen en biologen gaan
er vanuit dat zulke organische moleculen miljarden jaren geleden
op
de pas gevormde aarde terecht kwamen en daar de vorming van het
leven in gang hebben gezet.
De organische stoffen
bevinden zich waarschijnlijk binnen in de schijf, de grote
hoeveelheden
zijn te verklaren door de relatief hoge temperaturen binnenin de
schijf.
Als er inderdaad planeten ontstaan, kan het nog wel 1 miljard jaar duren voordat zich echt leven kan vormen.
Buffy, 13
december 2005
Een team van Canadese, Franse en Amerikaanse astronomen hebben
een nieuwe ijsdwerg ontdekt,
in de Kuipergordel ver buiten ons zonnestelsel.
Zijn voorlopige naam is Buffy, 2004 XR 190 is de officiële naam van de ijsdwerg.
Hij draait in 440 jaar op zeer grote afstand rond de zon.

Buffy
De ijsdwerg is half zo groot als Pluto en ongeveer 500 tot 1000 kilometer in doorsnede.
De afstand tot de zon is
ongeveer 52 tot 62 astronomische eenheden,
dit is 50 keer de afstand tussen de aarde en de zon, ofwel 7,5
miljard kilometer.
Bombardement, 17
september 2005
Al sinds lang is bekend dat de maan en de aardachtige planeten - Mercurius, Venus, de aarde en Mars -
niet zo lang na hun ontstaan, ongeveer 3,9 miljard jaar geleden,
een bombardement
van planetoïden en meteorieten uit het gebied voorbij de baan van
Mars hebben doorstaan.
Dit bombardement heeft
slechts 10 tot 150 miljoen jaar geduurd en heet het
Late Heavy Bombardment
(LHB).

Heavy Bombardment
Het bombardement werd
veroorzaakt door een baanverandering van Jupiter en Saturnus,
kort na het ontstaan van het zonnestelsel, deze planeten bewogen
toen wat dichter naar de zon toe.
Dat veroorzaakte in de
planetoïdengordel zoveel onrust, dat vele van hen in de richting
van de zon werden geslingerd.