INFO OVER HET ZONNESTELSEL
Schmidt, Maarten 1929-
Hij identificeerde als eerste Nederlandse astronoom in 1963 de eerste quasar.
Quasars zijn krachtige kernen van zeer afgelegen sterrenstelsels.
12 oktober 2005
China heeft woensdagochtend 3.00 uur 's ochtends Nederlandse tijd
een bemande ruimtevlucht, de Shenzhou 6, gelanceerd.

Shenzhou 6
De twee taikonauten (astronauten),
Fei Junlong en Nie Haisheng blijven vijf dagen in de ruimte.
Ze vertrokken van een basis in de Gobiwoestijn.
De taikonauten gaan
experimenten uitvoeren in een klein laboratorium
dat de Shenzhou 6 aan boord heeft.
Twee jaar geleden maakten de
Chinezen een vlucht met de Shenzhou 5
en bleven ongeveer een etmaal in de ruimte.
Als alles volgens plan
verloopt, landt de Shenzhou 6 over vijf dagen in het
noordelijke gedeelte van de Noord-Chinese provincie Binnen-Mongolië.
China behoort sinds 2003 tot
de drie landen ter wereld die
een eigen ruimtevaartprogramma hebben, namelijk
Amerika, Rusland en China.
17 oktober 2005
De Shenzhou 6 is gisteren met behulp van een parachute op aarde
teruggekeerd.
Het toestel landde 22.32 uur
Nederlandse tijd in Binnen-Mongolië en
legde in totaal 3 miljoen kilometer af ofwel 119 uur.
Het project kostte ongeveer 2,3 miljard dollar.
China wil in 2007 weer een
vlucht de ruimte in sturen, inclusief ruimtewandelingen.
Peking hoopt binnen 5 jaar een ruimtestation te hebben.
14 oktober 2005
De bemanning van de Shenzhou 6 heeft zijn koers aangepast.
Gisteren werd bekend dat het een lichte koersafwijking vertoonde
en te dicht bij de aarde kwam.
Het toestel vliegt op 343
kilometer hoogte en maakt elke 90 minuten
een baan om de aarde.
Smart-1 is een ruimtesonde van de ESA.

Logo van de Smart-1
Smart staat
voor Small Missions for Advenced
Research in Technology.
In het Nederlands betekent dat: kleine missies voor geavanceerd
technologisch onderzoek.
Op 28 september
2003 is de Smart-1 is gelanceerd.
Hij kwam op 16 november 2004 aan en vliegt nu rondjes om de maan.
Hij vliegt over de polen van de maan, die we vanaf de aarde niet kunnen zien, met behulp van een ionenmotor.

Smart-1 met de maan
Dit is een nieuwe motor
die één voor één ionen - positief geladen deeltjes -
wegschiet,
hierdoor wordt de ruimtesonde voortgestuwd, waarbij gebruik wordt
gemaakt van
het edelgas Xenon en zonne-energie om elektriciteit op te wekken.
De motor werkt al bijna twee jaar zonder problemen.
7 maart 2006
SMART-1 zal, als de wetenschappers de juiste baan hebben berekend,
begin september 2006 op het oppervlak van de maan neerstorten.
Daarbij raakt de ruimtesonde het oppervlak met een snelheid van 2
kilometer per seconde,
dit is meer dan 7.000 kilometer per uur.
Wetenschappers bekijken
nu of het mogelijk is om de SMART-1 rond 1-2 september te laten
neerstorten op de maan.
De twee manoeuvres die nodig zijn om de ruimtesonde op de maan te
krijgen zullen eind juni gemaakt worden.
Begin juli zullen
wetenschappers meer te weten komen over de baan van de
ruimtesonde en de inslagtijd.
Later die maand zal de ruimtesonde langs het oppervlak van de
maan vliegen op een hoogte van 200 kilometer.
Begin augustus zal de
SMART-1 120 kilometer boven het oppervlak van de maan vliegen.
Begin september zal de SMART-1 dan daadwerkelijk de grond raken.
De inslag is te zien met een grote amateurtelescoop.
Januari 2005
De Smart-1 is begonnen met onderzoek.
De ESA heeft een nieuw ontwerp van een ionenmotor
ontwikkeld, die tien keer beter werkt dan Smart-1.
Het kan nog wel 10 jaar duren voor de nieuwe ionenmotor wordt
ingezet.
Een groep ionenmotoren kan een menselijke bemanning naar Mars sturen.
SOHO is een samenwerking tussen de ESA en de NASA.
SOHO betekent Solar and Heliospheric Observatory.
Op 2 december 1995 is de SOHO gelanceerd naar de zon.

SOHO
Oorspronkelijk was
SOHO gebouwd om zonne-uitbarstingen te volgen waarbij
zonnevlammen ontstaan
die het aardmagnetisch veld storen, om zo beter het ruimteweer te
kunnen voorspellen.
Er werd ook onderzocht
hoe de zonnewind botste op atomen van de verre sterren,
snelle veranderingen in de magnetische velden.
In de atmosfeer van de zon werden door de SOHO explosies, grote schokgolven en tornado's onderzocht.
SOHO heeft zijn
hoofdopdracht al in april 1998 afgewerkt.
Maar er is nog genoeg brandstof aan boord om ook nog tientallen
jaren lang naar nieuwe kometen te zoeken.
Bijna alle SOHO-kometen
werden ontdekt aan de hand van opnamen met het instrument
LASCO (Large Angle and Spectrometric Coronagraph), dus dit
instrument moet wel goed blijven werken.
LASCO onderzoekt de
zwakke atmosfeer van de corona van de zon
waar temperaturen van miljoenen graden heersen.

Zonnevlam
Kometen worden vaak
aan het zicht ontrokken omdat de zon hen overstraalt met zijn
heldere licht.
Maar SOHO heeft hiervoor LASCO aan boord, waarmee hij de zon kan
afdekken om de ruimte eromheen,
vooral de corona en kometen te onderzoeken die hierdoor beter
zichtbaar worden tijdens hun passage langs de zon.
Ongeveer 85 procent
van alle kometen die SOHO ontdekt behoren tot de Kreutz groep,
kometen die een omloopbaan hebben die hen vlakbij de zon brengt.
Het aantal kometen in de Kreutz groep wordt geschat op 100.000
duizend kometen.
Ze worden ook wel
sungrazers (zonnescheerders) genoemd,
Sungrazers zijn kometen die in hun baan, op slechts 500.000
kilometer afstand, heel dicht bij de zon komen.
Sommige maken een
ritje rond de zon en gaan dan weer helemaal terug
naar de buitenste gebieden van het zonnestelsel, waar mogelijk heel veel kometen zijn.
Anderen halen het niet
en worden naar de zon getrokken, waarna ze vernietigd worden door
onze eigen ster.
Tot 2005 zijn er al meer dan duizend kometen ontdekt.

Zon
28 november 2005
Op 2 december viert de SOHO zijn 10e jaar in de ruimte.
In deze 10 jaar heeft
SOHO veel ontdekt over de atmosfeer, de magnetische velden,
de enorme zonnevlammen van de zon en de invloed van de zon op onze aarde.
De SOHO heeft al meer dan 1000 kometen ontdekt.
De opvolger voor de SOHO is Stereo, dit zijn twee satellieten die in het voorjaar 2006 worden gelanceerd.
Op 25 augustus 2003 had de NASA de Spitzer ruimtetelescoop gelanceerd.
Hij draait achter de aarde aan om de zon.
De missie zal ongeveer 2½ jaar duren.
Spitzer heette vroeger Space
Infrared Telescope
Facility, SIRTF.
Hij is later vernoemd naar Lyman Spitzer.
Hij wordt gekoeld met vloeibaar helium.

De Spitzer
De Spitzer kan de
infraroodstraling meten van de sterren en andere objecten door stofwolken heen
en levert daardoor veel nieuwe waarnemingen op.

Eerste foto's Spitzer
Op 27
oktober 2005 is de SSETI
Express, de studenten satelliet van de ESA om 8.52 uur vertrokken
vanaf lanceerbasis Plesetsk in Rusland en is meegelift met de
lancering van andere satellieten.
De kosten van de missie bleven onder de 100.000 euro.

Lancering SSETI Express
De SSETI is geheel
ontworpen door een paar honderd studenten van de universiteit
uit dertien West-Europese landen en er is bijna twee jaar lang
aan gewerkt.
Het is opgestart door de Nederlandse astronaut/astronoom Wubbo
Okkels.
SSETI
staat voor Student Space Exploration
and Technology Initiative en
dient er voornamelijk voor om
de belangstelling voor ruimtevaarttechnologie onder Europese
studenten te vergroten
en het is de bedoeling dat de studenten ervaring opdoen met de
communicatie tussen aarde en satelliet
en met het corrigeren van de baan.

SSETI Express
Het SSETI-team kon
gratis gebruik maken van de testfaciliteiten van de ESA in
Noordwijk,
waaronder een vacuümkamer en een trilbank.
De SSETI Express weegt maar 70 kilo en is niet groter dan een kleine wasmachine.
31 oktober
2005
Sinds vrijdagmorgen hebben wetenschappers en studenten geen
verbinding meer met SSETI Express.
In de ruimtesonde zit
een fout, waardoor de batterijen niet meer opgeladen kunnen
worden.
De kans is groot dat het contact met de SSETI niet meer hersteld
kan worden, maar het doel om
studenten aan een ruimtevaartmissie te laten werken is wel
geslaagd.
Drie satellieten zijn
wel succesvol van de SSETI losgekoppeld.
Deze satellieten beginnen ieder hun eigen missie.
Op 7
februari 1999 is de Stardust gelanceerd en heeft als
doel komeetstof en stofdeeltjes
op te vangen van de komeet Wild 2 en mee terug te nemen naar de aarde.
In 2000 begint de sonde ruimtestof te verzamelen.

Komeet Wild 2
In januari
2004 kwam de Stardust bij de komeet aan, vloog er op een afstand
van 240 kilometer langs,
maakte foto's en verzamelde stofdeeltjes van de komeet.
Tijdens de passage werden 72 opnamen gemaakt.
Komeet Wild
2 is een ongeveer 5 kilometer grote bal van ijs, gruis en stof,
die in een baan tussen Mars en Jupiter
om de zon draait, de planetoïdengordel, maar is ontstaan in het gebied voorbij de baan
van Neptunus, waar in de oernevel
ook veel ijs ontstond (van water en andere verbindingen). Kometen
als Wild 2 zijn nog niet zo lang geleden
via de aantrekkingskracht van Neptunus en Jupiter in een kleinere
baan om de zon gestuurd.
Wild 2 is
de vierde komeet die in de ruimte wordt bestudeerd, maar de
eerste waarvan
materiaal naar de aarde wordt teruggebracht.

Stardust
Op 15
januari 2006 zal de Stardust naar de aarde terugkeren.
Als de sonde de capsule los heeft gelaten, vervolgt ze haar baan
om de zon,
met de mogelijkheid om andere kometen te fotograferen.

Komeet Wild 2 lijkt op planetoïden, 29 januari 2008
De komeet Wild 2 blijkt net als een planetoïde, voornamelijk te bestaan uit rotsachtig materiaal,
in plaats van uit los stof zoals de meeste kometen. Dit blijkt
uit de analyse van stofdeeltjes
die afkomstig zijn van Wild 2 en in 2004 zijn opgevangen door de
collectoren van Stardust
en bestaan uit het licht siliciummateriaal, de aerogels.
De rotsachtige stofdeeltjes lijken op
stofdeeltjes die afkomstig zijn van andere kometen, deze
stofdeeltjes
worden GEMS genoemd. De atmosferische GEMS bestaan vooral uit
glas (gesmolten silicium) gemengd
met metalen en zwavelverbindingen. De stofdeeltjes die Stardust
heeft opgevangen zijn vergeleken
met de atmosferische GEMS. Hieruit is gebleken dat de
stofdeeltjes die afkomstig zijn van
Wild 2 een geheel andere samenstelling hebben dan de
atmosferische GEMS.
De snelheid
waarmee de stofdeeltjes door de aerogels worden opgevangen, laat
ze deels smelten
en dan zien ze eruit als GEMS. Ook zijn de atmosferische
stofdeeltjes GEMS rijk aan koolstof,
terwijl de stofdeeltjes van Wild 2 juist arm zijn aan koolstof.

Komeet Wild 2 in 2004
Het was de
verwachting dat het materiaal van Wild 2 uit GEMS zou bestaan dat
afkomstig is
uit de oernevel waaruit het zonnestelsel is ontstaan.
Maar nu lijkt het dat Wild 2 een soort planetoïde-achtige komeet
is.
Hoe hij
precies is ontstaan is niet duidelijk, misschien in het
buitenzonnestelsel en daarna in
het binnenzonnestelsel terecht gekomen, of ontstaan in het
binnenzonnestelsel en later
naar buiten is verplaatst. Wild 2 wordt nog steeds al een komeet
gezien, want bij het naderen
van de zon stoot hij gas- en stofdeeltjes uit. Het onderzoek laat
zien dat er geen duidelijke scheiding
bestaat tussen kometen en planetoïden en dat beide objecten
deels in elkaar over kunnen gaan.
Kometenstof Stardust komt gedeeltelijk uit zonnestelsel, 5 januari 2007
Stardust heeft vier jaar geleden stofkorrels van de komeet Wild-2 verzameld.
Na onderzoek van de edelgassen helium en neon die in de
stofdeeltjes zijn aangetroffen,
blijkt dat het stof dichtbij de zon moet zijn ontstaan, terwijl
de komeet juist afkomstig is
uit de ijzige buitendelen van het zonnestelsel.
Er zijn ook koolstofverbindingen, die in
planetoïden en meteorieten voorkomen aangetroffen.
Blijkbaar is dit stof helemaal van het binnenzonnestelsel naar de
Kuipergordel getransporteerd,
maar het is nog steeds een raadsel hoe dit precies gebeurd.
Stardust is op
een afstand van 238 kilometer langs de komeetkern gevlogen en
heeft
vervolgens de stofdeeltjes die van de kern afkomstig zijn,
opgevangen met gelpacks,
met een snelheid van 21.000 km/u zijn de deeltjes op de gelpacks
ingeslagen,
waarbij ze uiteen zijn gevallen en duidelijke sporen hebben
achtergelaten.

Komeetstof Stardust
Onderzoekers
denken dat de komeet voor ongeveer tien procent uit materiaal
bestaat,
dat uit de binnendelen van het zonnestelsel afkomstig is. De
ontdekking helpt astronomen
om de omstandigheden en processen van het jonge zonnestelsel te
achterhalen.
Als deze
gassen inderdaad afkomstig zijn uit kometen, kan het onderzoek
van deze gassen
in de komeetdeeltjes meer vertellen over de opbouw van de
oeratmosferen
van de rotsachtige planeten in het zonnestelsel.
Inslagkratertjes onderzoek Stardust, 18 april 2007
Wetenschappers bereiden zich voor op het
onderzoek van de mini-inslagkratertjes die Stardust heeft verzameld,
terwijl hij door interstellaire stofstromen van komeet Wild 2 vloog.
In de kratertjes moeten de overblijfselen zitten van stofdeeltjes
die ouder zijn dan ons zonnestelsel.

Inslagkratertje Stardust
De interstellaire stofdeeltjes zijn
ongeveer tien nanometer (nanometer is een miljardste deel van een
meter) groot
en daarmee nog kleiner dan de meeste deeltjes die Stardust later
oppikte bij zijn tocht door de staart van komeet Wild 2.
De ervaring uit het onderzoek van de
deeltjes van de komeet, zal worden gebruikt om de interstellaire
deeltjes te ontleden.
Door een straaltje elektrisch geladen deeltjes worden de
restanten van de ingeslagen deeltjes uit de mini-kratertjes
getrokken,
waarna de deeltjes met een elektronenmicroscoop worden bekeken.
Stardust-onderzoek levert verrassende resultaten op, 14 december 2006
Uit het ontleden van de deeltjes die de Stardust in 2004 bij komeet Wild 2 heeft verzameld blijkt,
dat de materie
in het jonge zonnestelsel zodanig was vermengd, dat er materiaal
uit de omgeving van de zon in
de ijzige verten van de kometen terechtkwam, dit in tegenstelling
tot de bestaande wetenschappelijke kennis.
Hoe het materietransport precies in zijn
werk is gegaan, is nog onduidelijk.
Het is mogelijk dat er een langzame wervelstroom in het jonge
zonnestelsel actief was
of dat het is gebeurd door een meer explosieve oorzaak.

Stardust stofonderzoek
Duidelijk is wel dat kometen niet in
volledige afzondering van de rest van het zonnestelsel zijn ontstaan.
Komeet Wild 2 bevat materiaal dat in de heetste delen van het
zonnestelsel ontstaan moet zijn.
Volgens de onderzoekers is tot tien procent van de kometenmaterie
afkomstig uit de omgeving van de zon.
Veel deeltjes bevatten mineralen als
forsteriet en enstatiet, die alleen bij hoge temperaturen gevormd
kunnen zijn.
Eén deeltje wijst zelfs op een productie bij een temperatuur van
meer dan 1100 graden Celsius,
een hitte die alleen ver binnen de baan van Mercurius heerst.
Een andere ontdekking is stikstofrijke
organische moleculen in de monsters van Wild 2.
De aanwezigheid van die verbindingen duidt erop dat kometen
waarschijnlijk een belangrijke rol hebben
gespeeld bij de aanvoer van verbindingen die een rol hebben
gespeeld bij het ontstaan van leven op aarde.
Komeet Wild 2 is de eerste komeet waarvan materiaal naar de aarde
is gebracht.
Stofdeeltjes van Wild 2 onderzocht, 14 maart 2006
Stardust, die de stofmonsters
van komeet Wild 2, naar de aarde terugbracht, bevatten mineralen die dicht bij
de zon, in de schijfvormige wolk van gas en stof zijn gevormd en
uitgestoten, heel vroeg in haar bestaan.
Deze mineralen zijn
waarschijnlijk in het binnenste gedeelte van de schijf onstaan,
bij een temperatuur van meer
dan 1000°C, daarna moeten ze op de één of andere manier in de
buitenste gebieden van het zonnestelsel
terecht zijn gekomen en bij komeet Wild 2.

Stofdeeltje
De mineralen kunnen alleen
bij de hoge temperaturen in de buurt van de zon en andere sterren worden gevormd.
Omdat kometen op grote afstand van de zon, waar het erg koud is,
zijn ontstaan, moeten de mineralen,
waaronder olivijn, dit is een mix van ijzer en magnesium, op de
één of andere manier
aan de materie van de komeet zijn toegevoegd.
De meest voor de hand
liggende verklaring is dat de zon vroeg in haar bestaan materie
heeft uitgestoten
in de vorm van twee stralen ver de ruimte in, zoals die ook bij
andere jonge sterren zijn waargenomen.
Een andere mogelijkheid is dat de stofdeeltjes overblijfselen
zijn van een vroegere ster,
waarvan de restanten in de zonnenevel terecht zijn gekomen.
Eén op de vier stofdeeltjes, die tot nu toe zijn onderzocht, is gevormd bij een zeer hoge temperatuur.
Stardust in standby gezet, 31
januari 2006
NASA heeft het grootste deel van Stardust gedeactiveerd,
nadat de ruimtesonde
voor het eerst in de geschiedenis kometenstof in de ruimte heeft
verzameld.
De deeltjes van komeet Wild 2 en stof uit de ruimte zijn 15 januari
via de Stardust-capsule teruggestuurd naar de aarde.
Stardust bleef achter in een baan rond de zon, vervolgens hebben missieleiders alle systemen
van Stardust uitgezet, behalve diens zonnepanelen en radio-ontvanger.

Stardust
Dit is noodzakelijk omdat Stardust
waarschijnlijk nog wordt ingezet voor een tweede missie
en tot die tijd moet Stardust brandstof besparen.
Stardust heeft zeven jaar lang zonder
problemen gewerkt
en heeft in totaal bijna 3,6 miljard kilometer gereisd.
De eerstvolgende keer dat Stardust langs de aarde vliegt is op 14 januari 2009.
Stardust-missie
succesvol, 19 januari 2006
De Stardust-capsule, die 15 januari stofdeeltjes van komeet Wild 2 terugbracht op aarde, overtrof alle verwachtingen.
Wetenschappers
van het Johnson Space Center in Houston waren verrast en verbaasd
toen ze dinsdag de capsule openden van de Stardust-capsule.
De capsule
waarin de stofdeeltjes zijn opgeborgen is geopend en de buit is
gigantisch,
er zijn naar schatting meer dan één miljoen komeetdeeltes
verzameld, met uiteenlopende afmetingen.
Van enkele nanometers (miljardstemeters) tot een paar honderd
micrometer groot.
Tijdens de
passage van de komeet, in januari 2004, werden stofdeeltjes
opgevangen in aërogel.
Zij sloegen in met een snelheid van zes kilometer per seconde.

Sporen van stofdeeltjes in aërogel, tijdens een
proeftest op aarde

Aërogel van Stardust van dichtbij
Dit is een
bijzonder licht materiaaal, dat 99,9% lege ruimte bevat, waarin
de snel bewegende
deeltjes langgerekte, trechtervormige sporen hebben gevormd
voordat ze tot stilstand kwamen.
Hierdoor kunnen de komeetdeeltjes makkelijk opgespoord worden.
Meer dan 150 wetenschappers wereldwijd hebben zich aangemeld om te helpen met het bestuderen van de stofdeeltjes.
Capsule geland, 15
januari 2006
De capsule van de Stardust, is zojuist succesvol geland in de Amerikaanse
staat Utah.
Om 11.12 uur Nederlandse tijd landde de capsule veilig op de grond.

Capsule geland

Landingsplaats rechts
De capsule is om 11.54 uur in
de woestijn gevonden.
Een helikopter zal binnen een half uur de capsule naar een
onderzoekscentrum in Utah vliegen.
Zie ook het nieuws over de Stardust van 13 januari 2006.

De capsule in de atmosfeer lijkt op een meteoriet

De capsule heeft een hitteschild en weegt 50 kg
Naar schatting zijn enkele
tienduizenden komeetdeeltjes uit de steeds verdampende komeetkern
vrijgekomen
en samen met ongeveer honderd ruimtedeeltjes opgevangen, met een
totaal gewicht van nog geen gram.
De uitkomsten worden pas over een paar maanden verwacht.
Terug
naar de aarde, 13 januari 2006
Op 15 januari 2006 komt Stardust, na een vlucht van 4,63 miljard kilometer, weer in
de buurt van de aarde.
Stardust
moet dan een capsule met stof- en ijsdeeltjes van de komeet Wild 2 afleveren.
In januari 2004 vloog Stardust door de staart van komeet Wild 2
en verzamelde er stof- en ijsdeeltjes.
Op vrijdag
13 januari vond de laatste koerswijziging plaats en op 15 januari
om 6.57 uur laat Stardust de capsule los,
waarbij de capsule een snelheid van 46.440 kilometer per uur zal
halen bij het binnengaan van de atmosfeer.
Als Stardust de capsule loslaat, bevindt deze zich na vier uur op 125 kilometer hoogte boven de Grote Oceaan.
De capsule
zal de atmosfeer binnendringen zoals een meteoriet dit doet,
wat betekent dat men een vuurbal te zien krijgt met een staart.
Helaas zal dit enkel te zien zijn boven de Amerikaanse staten California en Nevada.

Stardust nadert de aarde
Op 32
kilometer hoogte opent de eerste parachute en op 3 kilometer
hoogte zal de hoofdparachute
zich openen, waarna de capsule om 11.12 uur zal landen
De capsule
zal na de "hopelijk geslaagde" landing in de woestijn
van de Amerikaanse staat Utah,
worden overgebracht naar het Johnson Space Center in Houston,
waar de deeltjes worden onderzocht.
De
wetenschappers verwachtten meer te weten te komen over de
samenstelling
van de oerwolk waaruit ons zonnestelsel en kometen zijn ontstaan.
De NASA heeft twee Stereosondes gelanceerd op 25 oktober
2006.
Het is de bedoeling om gedurende twee jaar, grote explosies en de
straling van de zon in 3D te onderzoeken.
De twee identieke ruimtevaartuigen komen na hun lancering in
verschillende omloopbanen om de aarde
en drijven dan in de loop van de tijd langzaam uit elkaar.
Deze grote explosies, de Coronale
Massa Ejecties, CME,
en de straling van de zon kunnen satellieten
beschadigen en zijn een gevaar voor de gezondheid van de
astronauten.
De wetenschappers hopen er achter te komen
wanneer de zon gevaarlijke straling uitzendt.
Als NASA ooit een bemande missie naar Mars onderneemt, is het
stralingsgevaar buiten
de beschermende atmosfeer van de aarde een van de grootste
problemen voor de astronauten.

Stereo
De naam staat voor Solar Terrestrial
Relations Observatory, de
kosten bedragen 460 miljoen dollar,
waarvan 60 miljoen afkomstig is uit Europese landen.
Stereo zal in de toekomst de SOHO vervangen.
Stereo-A draait in een baan, binnen de
baan van de aarde, in 347 dagen om de zon.
Stereo-B draait in een baan, buiten de baan van de aarde, in 387
dagen om de zon.
Stereo is gelanceerd, 26 oktober 2006
Stereo werd gelanceerd om 8:38 uur 's avonds (Amerikaanse
tijd) op Cape Canaveral in Florida.
In Nederland was het 2:38 uur 's nachts.
Deze missie heeft tot doel om gelijktijdig
vanuit verschillende posities naar de zon te kijken,
zodat een driedimensionale voorstelling kan worden gemaakt van de
verschijnselen die zich daar afspelen.

Stereo
De drietrapsraket Delta II werd vanaf de
ruimtevaartbasis gelanceerd.
De raket vervoerde de twee ruimtevaartuigen die ongeveer 25
minuten later
werden gescheiden van de raket en hun eigen antennes instelden.
NASA verwacht in april 2007 over de eerste foto's te beschikken.
Stereo bijna start klaar, 17 juli 2006
Voor de maand augustus staat de lancering
van de NASA-missie STEREO op het programma.
Stereo bestaat uit twee vrijwel dezelfde satellieten, die met
name bedoeld zijn om de uitbarstingen van de zon,
coronale massa-ejecties of CME’s, en de invloed van zulke
uitbarstingen op de aarde te onderzoeken.
Bij een CME wordt één tot tien miljard
ton zonnematerie met een snelheid van meer dan
een miljoen kilometer per uur de ruimte in geblazen.
Als dat in de richting van de aarde gebeurt, kan dat tot grote
verstoringen in het aardmagnetische veld leiden
en zelfs schade veroorzaken aan satellieten en elektrische
netwerken op aarde.
Het ontstaan van CME’s wordt nog niet
helemaal begrepen, men hoopt met Stereo meer te weten te komen
over dit verschijnsel
en eventueel zelfs te kunnen voorspellen wanneer er een nieuwe
grote uitbarsting zal plaatsvinden.
De beide satellieten zullen in vrijwel
dezelfde baan als de aarde om de zon gaan draaien, de ene
satelliet een stukje voor de aarde uit,
de andere achter de aarde aan. Hierdoor zal het mogelijk zijn
stereobeelden van de zon te maken.
Het heelal zit vol sterren.
Er zijn er miljarden van, elke ster is een grote bol van
ongelooflijk heet, lichtgevend gas,
dat door de zwaartekracht van de ster bijeengehouden wordt.

Ontstaan van sterren
Astronomen zijn vooral geïnteresseerd in
massa, de hoeveelheid gas waaruit een ster bestaat.
Sterren staan niet verspreid door het heelal, maar zijn
geconcentreerd in sterrenstelsels.
Elk ervan bestaat uit enorme aantallen sterren op grote afstand van elkaar.
Sterrenstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

Elliptisch stelsel
De schijfstelsels worden weer verdeelt in:

Spiraalstelsel

Balkspiraalstelsel
Daarnaast bestaan er nog de onregelmatige
stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.
De Spitzer Space Telescope heeft waargenomen dat jonge dwergsterrenstelsels
geboren
kunnen worden uit de brokstukken van kosmische botsingen.
Wanneer twee grote sterrenstelsels met
elkaar in botsing komen, of elkaar op korte afstand passeren
worden getijdenslierten van sterrengas uit de stelsels getrokken.
Zulke gasslierten vormen prachtige gebogen
structuren aan weerszijden van de botsende sterrenstelsels.
Uit het weggetrokken materiaal kunnen nieuwe, kleinere
sterrenstelsels ontstaan.
Met de infrarood opnamen van de Spitzer
zijn aanwijzingen gevonden dat in de slierten
van deze dwergsterrenstelsels veel steractiviteit voorkomt.

De dwergstelsels zijn rood en de grote sterrenstelsels
blauw
De vorming van sterrenhopen is meestal het
gevolg van wisselwerking van twee sterrenstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en
hierbij worden samengeperst.
Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.
De kans dat twee sterren elkaar raken is
gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.
Er zijn miljarden sterrenstelsels.
In sterrenstelsels ontstaan steeds nieuwe sterren.
Ze worden dus gevormd in gigantische
wolken van gas en stof, honderden en duizenden sterren
ontstaan samen in een groep, waarvan het merendeel uit de twee
meest voorkomende elementen
in het heelal bestaan, namelijk waterstof en helium.
In sommige groepen drijven de sterren
langzaam uiteen,
terwijl ze in andere voor altijd dicht bij elkaar blijven.
Grote sterrenstelsels ontstaan door botsingen en versmelten van kleine sterrenstelsels.
Eén van de grote vraagstukken in de
sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende
materie.
We kunnen deze donkere materie niet
waarnemen en weten ook niet waar deze materie uit bestaat.
Deze 96% is verdeeld in 74% donkere energie en 22% donkere
materie.
Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is
materie die we kunnen zien.
Sterrenstelsels kunnen wel tien keer
zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.
In het centrale binnengebied van een
sterrenstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De Hubble Space Telescope is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van
donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee sterrenstelsels in kaart gebracht.
De nieuwe resultaten bevestigen de theorie
dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.
Door het bestuderen van groepen
sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is
verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van
sterrenstelsels.
Het onderzoek laat zien dat
sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000 lichtjaar.
Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.
Het licht van deze heel verre
sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de
donkere materie.
De donkere materie houdt de
sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van 30
miljoen zonmassa’s.
Dit betekent dat een massa donkere materie
nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 74% uit donkere materie en 22%
uit donkere energie.
Bovendien blijkt donkere materie zich met
een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.
Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.
Soorten sterren: supernova, rode- en blauwe reus, witte- en bruine dwerg

Sterren en explosies
De
reuzen zijn tientallen keren zo groot als onze zon,
een superreus soms duizendmaal zo groot.
Sterren als onze zon behoren tot de
hoofdreekssterren
en zijn allemaal dwergen, andere typen dwergen zijn nog kleiner.
De namen wijzen op de kleur, temperatuur
en grootte van een ster.
Sterren verschillen in helderheid, kleur, grootte, leeftijd en
massa.
De zwaarste sterren hebben de kortste levensduur, slechts enkele
miljoenen jaren.
Minder zware sterren, zoals onze zon,
leven langer, wel miljarden jaren.
Als het waterstofgas van onze zon verbruikt is, zet de zon uit,
waarbij haar oppervlak afkoelt en rood wordt.
Dan is de zon een rode reus,
honderd keer zo groot als nu.
Uiteindelijk verandert de zon in een planetaire nevel.

Ontstaan en sterven van een ster
De meeste activiteiten van
een rode dwerg vinden plaats aan het begin van zijn ontstaan.
Oudere rode dwergen zijn veel minder actief.
Bovendien leven rode dwergen
zo lang dat het leven op een planeet tientallen miljarden jaren
heeft om zich aan de omstandigheden te passen.
Een rode reus is één van de minst hete
sterren, met een temperatuur van 3000 graden Celsius.
Meer dan de helft van de sterren in de zijn rode dwergen,
dit zijn kleine zwakke sterren, die in de M-klasse vallen.
Sterren worden ingedeeld op oppervlakte
temperatuur.
De zon behoord tot de G-klasse.
Sterren die iets heter zijn vallen in de F-klasse,
witte sterren van 10.000 graden, en de iets koelere
in de K-klasse, oranje sterren van 5000 graden,
Sterren die heter zijn dan de F-klasse leven te kort om op
planeten het ontstaan van leven te ontwikkelen,
blauwe sterren van 30.000 graden.
Onze zon en andere gele sterren hebben een
temperatuur van zo'n 5500 graden Celsius.
De heetste sterren, met een temperatuur van 30.000 graden Celsius
zijn blauwe reuzen.
Deze sterren zenden ultraviolet licht uit.
Als een ster begint te sterven blaast ze
de buitenste lagen de ruimte in.
Het resterende materiaal trekt samen en vormt een ster ter
grootte van de aarde, een witte dwerg.
Een witte dwerg is een stervende lichte
ster.
Hij heeft geen gas meer om, om te zetten en houdt binnenkort op
met de productie van licht en hitte.
Hij zal langzaam afkoelen en krimpen tot
het formaat van de aarde,
waarbij zijn materiaal steeds meer wordt samengedrukt, er
ontstaat een compacte ster.
Maar hoewel witte dwergen compact zijn, is de dichtheid van een neutronenster vele malen hoger.
De bruine dwerg ontstaat
o.a. uit het gas en stof van de Adelaarsnevel.
Als ze niet zwaar genoeg zijn kunnen ze in hun kern geen
waterstof via kernfusie omvormen
tot helium en produceren ze geen licht of hitte en worden bruine
dwergen genoemd.

De Adelaarsnevel
Een supernova vormt het einde van het leven van
een hele zware ster.
Bij een zware ster explodeert de buitenste schil, terwijl het
binnenste in elkaar stort.

Explosie supernova
De lichtsterkte van de supernova wordt 100
miljoen keer zo sterk.
Na de supernova blijft de neutronenster over, een klein superzwaar lichaam.
De neutronenster wordt pulsar genoemd, een
razendsnel ronddraaiende bal neutronen
van slechts 20 kilometer in doorsnede, maar met een massa groter
dan onze zon,
die regelmatig pulsen of lichtgolven uitzendt.
Zo'n neutronenster is omgeven door extreem
sterke zwaartekracht- en magnetische velden.
Als de massa daar groot genoeg voor is, ongeveer 5 tot 10 keer zo
zwaar als de zon, ontstaat een zwart gat.

Zwart gat
Een zwart gat ontstaat dus, wanneer de
kern van een exploderende ster, de supernova,
die ongeveer 5 tot 10 keer zo zwaar is als de zon, ineenstort.
De zwaartekracht van de neutronenster is
zo sterk dat ze alles vasthoudt.
Omdat licht er niet meer uitkomt, lijkt het een zwartgat.
Sterren, gas en stof in de buurt van het
zwarte gat worden er naar toe getrokken en opgezogen, hierbij
komt
veel straling vrij die sterrenkundigen kunnen waarnemen met
radiotelescopen. Een zwart gat zelf kunnen we niet zien,
maar we kunnen wel zien wat er in de buurt van een zwart gat
gebeurt.
Er zijn ook superzware zwarte gaten, die
wel 10 miljard keer zo zwaar zijn als een gewoon zwart gat,
maar hoe zo'n zwart gat ontstaat is nog niet bekend.
Het materiaal van stervende sterren wordt
het heelal ingeslingerd.
Daar vormt het een wolk van gas en stof, waaruit zich dan weer
nieuwe sterren vormen.
In
het donkere hart van de Adelaar, 9 januari 2009
Herschel
maakte op 24 oktober zijn eerste opname van een
donkere stofwolk op
een afstand van 1000 lichtjaar in het sterrenbeeld
Aquila, de Adelaar.
Het gebied is 65 lichtjaar groot en is zo door stof
omgeven dat niet eerder een
infrarood satelliet in staat is geweest om
er in te kijken.
De opname is gemaakt met behulp van twee
instrumenten van Herschel:
de Array Camera and
Spectrometer, PACS en de Spectrale en Photometric Imaging Receiver,
SPIRE.

HERSCHEL en het donkere hart van Adelaar
In de twee
heldere gebieden laten grote pasgeboren
sterren het waterstof schijnen,
er vormen zich in het gebied ongeveer
700 nieuwe sterren.
Proba-2 en SMOS werken goed, 21 november 2009
Twee
weken na de lancering heeft Proba 2 zijn de eerste testen goed
uitgevoerd,
en een
opname gemaakt van de sterren.

Proba-2
maakt opname
Proba-2
gaat de zon en de corona waarnemen in
ultravioletlicht, electronendichtheid
en de plasmatemperatuur meten in de
magnetosfeer van de aarde.
Ook worden
metingen verricht aan de samenstelling en dichtheid
van ionen in de
baan om de aarde.
Het
MIRAS-instrument van de SMOS is ingeschakeld om de waterkringloop op
aarde te onderzoeken.
MIRAS
staat voor
Microwave Imaging Radiometer with Aperture Synthesis.
Gammaflits verste
object in het heelal, 1
november 2009
Gammaflits (Gamma Ray Burst) GRB 090423
werd op 23 april 2009 gedetecteerd door de Swift
uit de
richting van het sterrenbeeld Leeuw en is tot nu toe de oudste
lichtbron in het heelal.
Het
licht, van een exploderende ster, deed er 13,1 miljard jaar
over om de
aarde te bereiken
en vond plaats toen het heelal 600 miljoen jaar oud
was. De vorige recordhouder,
ontdekt in september 2008, explodeerde
toen het heelal 750 miljoen jaar oud was.
De sterexplosie vond plaats
in de kosmische Middeleeuwen, dit is het tijdperk van ongeveer
350.000
jaar na het ontstaan van het heelal tot ongeveer 800 miljoen jaar later.
Enkele minuten na de explosie konden de grootste telescopen op
aarde de snel
in helderheid afnemende nagloeier lokaliseren. De
nagloeier was alleen zichtbaar
in het infrarood, wat aangeeft dat de
gammaflits van heel ver kwam en
een van de helderste en krachtigste explosies in het universum.

Botsende sterrenstelsels, 13 oktober 2009
De Hubble
Space Telescope heeft een opname
gemaakt van twee sterrenstelsels
die met elkaar botsen en nu versmelten tot
één reuzensterrenstelsel.
De botsende stelsels staan
samen bekend als NGC 2623.
Ze bevinden zich
op 250 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kreeft.
De onderlinge zwaartekrachtswerking veroorzaakt
langgerekte slierten gas, die uit
de sterrenstelsels zijn getrokken, waarin vele tientallen
jonge sterrenhopen zijn ontstaan.

Hubble werkt goed, 11 september
2009
NASA
heeft op 9 september een serie foto's vrijgegeven die de Hubble
Space Telescope na de
reparatiemissie STS-125 in mei gemaakt heeft met vier van de zes
instrumenten
die het nog bezit.
De uitgebreide onderhoudsbeurt om de
prestaties van de
Hubble te verbeteren lijkt geslaagd te zijn.

Hubble ontdekt snel bewegende sterren, 15 januari 2009
Sommige
sterren vliegen in het heelal met
snelheden van 180.000 kilometer per
uur
door dichte interstellaire gaswolken die ze onderweg
tegenkomen.
De Hubble Space Telescope heeft
veertien van deze jonge sterren onderzocht,
die een vorm van boeggolven
veroorzaken net als bij een boot.
Wanneer de sterrenwind op het
omringende gas botst, ontstaat
een heldere,
wigvormige structuur. Volgens
schattingen heeft de boeggolf vanaf de punt,
een lengte van 150 miljard
tot anderhalf biljard kilometer.

Begin van supernova-explosie gezien, 25 mei 2008
Sterrenkundigen hebben bij toeval aan het
begin van dit jaar met de Swift voor het eerst,
het begin van een supernova-explosie kunnen waarnemen.
Supernovae zijn ontploffende sterren, dit
is een zeldzaam verschijnsel, in elk sterrenstelsel vinden
er slechts enkele van deze ontploffingen per eeuw plaats. Maar
omdat er zoveel verschillende
sterrenstelsels zijn, worden er vanaf de aarde jaarlijks honderden
supernovae waargenomen.
Op 9 januari 2008 onderzocht men met de
Swift op een ster in NGC 2770, toen een andere ster in
hetzelfde sterrenstelsel begon te exploderen en men gedurende
zeven minuten de röntgenuitbarsting
zag die het begin van supernova-explosie SN2008D aankondigde.
Supernova-explosie SN2008D, vond plaats in
het spiraalstelsel NGC 2770 en ligt in het sterrenbeeld Lynx
op een afstand van 90 miljoen lichtjaar van de aarde. Dit type ontstaat als de kern van een zware ster
zonder brandstof komt te zitten en instort door zijn eigen
zwaartekracht tot een neutronenster.
Hierdoor ontstaat een terugslag, waarbij
een schokgolf door de buitenste gaslagen van de oorspronkelijke
ster
trekt en deze sterk verhit. Zo'n schokgolf doet er vele uren over
voordat hij door het oppervlak
van de ster heen breekt en een uitbarsting van röntgenstraling
produceert.

Supernova voor de ontploffing, links in röntgen- en rechts in UV-straling

Supernova na de ontploffing
De ster die explodeerde was anderhalf maal
zo groot als onze zon. Gassen werden weggeslingerd
met snelheden van 10.000 tot meer dan 200.000 kilometer per
seconde.
Direct na de ontdekking van de
röntgenuitbarsting werden instrumenten ingezet van
de Hubble Space Telescope, Chandra en op Palomar Mountain (Californië) en Mauna Kea
(Hawaï).
De uitbarsting had een helderheid die
honderd miljard keer groter was dan die van onze zon.
De dood van een ster geeft in één seconde meer energie dan alle
andere sterren in het zichtbare gedeelte van het heelal.
Minder dan 1 procent van alle sterren
eindigen als een supernova. De meeste sterren, zoals ook onze zon,
zwellen eerst op en doven dan uit. Dan worden ze witte dwergen,
die nog maar weinig energie kunnen leveren.
Hubble opnames van botsende sterrenstelsels, 1 mei 2008
Ter gelegenheid van de achttiende
verjaardag van de Hubble Space Telescope heeft men 59 verschillende
foto's gepubliceerd van sterrenstelsels die met elkaar in botsing komen.
De ruimtetelescoop heeft sinds 24 april
1990 al meer dan honderdduizend keer rond de aarde gedraaid,
ongeveer 840.000 observaties gedaan, 540.000 foto's gemaakt en 27.000
objecten waargenomen.
Bij elkaar heeft de Hubble in die tijd, al meer dan 32 terabytes
aan gegegens verzameld.
De verzameling opnames van Hubble toont
sterrenstelsels zoals we ze nooit eerder zagen.
De 59 opnames van botsende sterrenstelsels vormen de grootste
verzameling die ooit werd vrijgegeven.
De beelden maken deel uit van het GOALS project
(Great Observatories All-sky
LIRG Survey).
Binnen het GOALS-project
worden de botsende sterrenstelsels ook waargenomen met andere
ruimtetelescopen,
zoals Spitzer (op infraroodgolflengten), Chandra (röntgen) en GALEX (ultraviolet).
Dit met het doel om een beter inzicht te krijgen in de manier
waarop twee sterrenstelsels met elkaar in wisselwerking
treden, en hoe botsingen en versmeltingen leiden tot de vorming
van nieuwe sterrenhopen en sterren.
In het huidige heelal botsen één op een
miljoen sterrenstelsels met elkaar.
Vroeger kwamen de botsingen meer voor, toen sterrenstelsels nog
dichter bij elkaar lagen.
Dit komt doordat sterrenstelsels verder uit elkaar liggen, omdat
ons universum uitbreidt.
De Hubble Space Telescope is achttien jaar
geleden ontstaan uit een internationaal samenwerkingsverband
tussen NASA en ESA. Een nieuw tijdperk ging in voor sterrenkunde na
de lancering op 24 april 1990 van de Hubble
en het is de grootste vooruitgang sinds bijna 400 jaar geleden de
telescoop werd uitgevonden door Galileo.
In de toekomst zal er ook een passage of
zelfs een botsing plaatsvinden
tussen het Andromedastelsel en ons eigen Melkwegstelsel.
Hieronder zie je een aantal opnames van samengevoegde sterrenstelsels gemaakt door de Hubble

NGC 2356

NGC 520

NGC 6621

IC 2810

NGC 5257
Klik hier voor meer opnames van Hubble
Omega Centauri gefotografeerd door Spitzer, 13 april 2008
Spitzer Space Telescope heeft een infraroodopname gemaakt van de bolvormige sterrenhoop Omega Centauri.
Het is de grootste sterrenhoop van de ruim
150 bolhopen in het Melkwegstelsel en is met het blote oog
zichtbaar vanaf het zuidelijk halfrond. Op de infraroodopname
zijn vooral oude rode reuzensterren te zien,
die omgeven worden door uitdijende schijven van gas en stof.

Omega Centauri gefotografeerd door Spitzer
Deze sterren zijn op de opname zichtbaar
als rode en gele stippen. De blauwe en witte stippen zijn minder
ver ontwikkelde sterren, te vergelijken met onze eigen zon. In
Omega Centauri zijn minder rode reuzensterren
waargenomen dan werd verwacht. Mogelijk zegt dat iets over de
evolutie van de sterrenverzameling.
Omega Centauri heeft een centraal zwart gat, 6 april 2008
Uit waarnemingen met de Hubble Space Telescope en het Gemini Observatorium blijkt dat
de bolvormige sterrenhoop Omega Centauri een supermassief zwart gat met een
massa van
ongeveer 40.000 zonnen in zijn centrum heeft.
Omega Centauri is eigenlijk geen echte
bolhoop, maar het restant van een klein sterrenstelsel dat
uiteen is getrokken door de getijdenkrachten van de Melkweg en
zijn buitenste sterren is kwijt geraakt.

Omega Centauri
Bolvormige sterrenhopen bestaan uit
maximaal een miljoen sterren en zwermen op
ruime afstanden rond sterrenstelsels, zoals ons melkwegstelsel.
Ze zijn vrijwel kogelrond en bestaan doorgaans uit slechts één
generatie van oude sterren.
Omega Centauri is echter afgeplat, heeft
meerdere generaties sterren en bevat tien keer zo veel materie
als normale grote bolhopen. Dit zijn kenmerken die eerder bij een
klein sterrenstelsel passen.
Uit metingen van de snelheden van de
sterren in het kerngebied van Omega Centauri blijkt dat deze
sterren
veel sneller bewegen dan je op basis van de hoeveelheid zichtbare
materie in de kern mag verwachten.
Als deze ontdekking wordt bevestigd, moet Omega Centauri vrijwel
zeker als
een klein satellietstelsel van ons melkwegstelsel worden
beschouwd.
Hubble ontdekt dubbele Einsteinring, 16 januari 2008
Met de Hubble Space Telescope is een kosmische luchtspiegeling ontdekt,
het zijn twee ringen van licht, de ene ring binnen de andere.
De dubbele ring is veroorzaakt door de afbuiging van licht van
twee verre achtergrondsterrenstelsels
op verschillende afstanden die beide bijna recht achter een
voorgrondsterrenstelsel staan.
De lichtafbuiging wordt veroorzaakt door
de zwaartekracht van dat voorgrondstelsel,
een effect dat het gravitatielenseffect heet. De ringstructuren
die op deze manier ontstaan worden
Einsteinringen genoemd, dit wordt gevormd als een
achtergrondstelsel en het voorgrondstelsel
precies op één lijn staan, dan zal het gravitatielenseffect een
ringvormige lichtboog vormen.

Einsteinringen
Het is toeval dat deze Einsteinring dubbel
is, maar door deze ontdekking was het mogelijk om
de verdeling van de donkere materie in de meest nabije
sterrenstelsels na te bootsen en de massa
van het middelste stelsel vast te stellen, die vrijwel precies 1
miljard zonnemassa's blijkt te zijn.
Het
voorgrondstelsel staat op een afstand van 3 miljard lichtjaar, terwijl de achtergrondstelsels
op een afstand van respectievelijk 6 en 11 miljard lichtjaar
staan.
Zie ook eerder nieuws Einstein-ringen, 17 november 2005
Chandra ontdekt supersnelle neutronenster, 30 november 2007
De röntgensatelliet Chandra heeft de snelst bewegende neutronenster tot nu toe ontdekt.
De ster, RX J0822-4300, beweegt met een snelheid van 4,8 miljoen
kilometer per uur uit
het centrum van het restant van de supernova Puppis A, deze
gasnevel is 3700 jaar geleden
gevormd bij dezelfde stellaire explosie waarbij de neutronenster
is ontstaan.

Supersnelle ster in Puppis A
Sinds de explosie heeft de neutronenster
zich in 3700 jaar ongeveer 20 lichtjaar verplaatst
en zijn snelheid is groot genoeg om aan het melkwegstelsel te ontsnappen, maar zal nog
miljoenen jaren nodig hebben om geheel aan het melkwegstelsel te
ontsnappen.
Zwarte gaten gevonden in verre sterrenstelsels, 28 oktober 2007
Met behulp van de ruimtetelscopen, Spitzer (warmtestraling) en de Chandra (röntgenstraling)
zijn astronomen op het spoor gekomen van vele honderden
superzware zwarte gaten
op zeer grote afstanden in het heelal, miljarden lichtjaren van de aarde verwijderd.
Zwarte gaten komen voor in de kernen van
veel sterrenstelsels.
Deze zwarte gaten waren diep verborgen in stofrijke
sterrenstelsels.
Theorieën over de evolutie van
sterrenstelsels voorspellen veel meer zwarte gaten dan tot nu toe
werden waargenomen. Deze ontbrekende grote populatie van actieve,
zwarte gaten zijn nu dus
mogelijk gevonden in deze stofrijke, ver verwijderde
sterrenstelsels.
Deze hoog-energetische structuren behoren
tot een klasse van zwarte gaten, de quasars.
Een quasar bestaat uit een wolk van gas en stof, in de vorm van
een dougnut en voedt
een supermassief zwart gat. Tijdens het verslinden van deze wolk,
warmt
het zwarte gat op en schiet hij bundels röntgenstraling de
ruimte in.
Het is deze straling die kan worden
waargenomen door de ruimtetelescopen.
De quasars zelf zitten meestal verborgen in het stof en kunnen
niet direct worden waargenomen.

Veel zwarte gaten in het heelal
De ontdekking is het eerste bewijs dat de
meeste melkwegstelsels zwarte gaten vormen als ze
zo'n drieëneenhalf miljard jaar oud zijn. Het heelal is ongeveer
14 miljard jaar geleden ontstaan.
Het totale aantal zwarte gaten is door
deze ontdekking verdubbeld, de zwarte gaten kunnen
zo groot zijn als ons zonnestelsel en de massa hebben van meer
dan een miljard zonnen.
Hun aantrekkingskracht is zo sterk dat niets, zelfs licht niet,
eraan kan ontsnappen.
Vandaar de naam zwart gat.
Stervorming in gasstaart sterrenstelsel, 28 september 2007
In de lange gasstaart van het sterrenstelsel ESO 137-001 zijn zich miljoenen sterren aan het
vormen.
De komeetachtige gasstaart is op röntgengolflengten waargenomen
met de Chandra X-ray Observatory
en op zichtbare golflengten met de Southern Astrophysical
Research-telescoop in Chili.
De gasstaart waar de nieuwe sterren zich
vormen is van het sterrenstelsel afkomstig en is het gevolg
van het feit dat het sterrenstelsel zelf het centrum van een
massieve cluster Abell 3627 invalt.
Hierdoor wordt een deel van het gas uit
het sterrenstelsel gestript, wat een staart van
200.000 lichtjaar heeft gevormd, dit is twee keer zo groot als het melkwegstelsel.
De staart is waarschijnlijk ontstaan
doordat het stelsel zich een weg moet banen door het hete gas
in en om de cluster. Het is niet voor het eerst dat stervorming
buiten een sterrenstelsel is waargenomen, maar
de enorme aantallen zijn verrassend, ook omdat de sterren
waarschijnlijk niet veel ouder zijn dan 10 miljoen jaar.

Stervorming in gasstaart sterrenstelsel
Door grote hoeveelheden
gas en stof die noodzakelijk zijn voor de vorming van sterren,
dacht men dat stervorming buiten sterrenstelsels niet mogelijk
zou zijn.
Het stervormingsgebied bestaat ondermeer uit 29 gebieden met
gloeiend, geïoniseerd waterstofgas.
Deze gebieden bevinden zich in de gasstaart en bevatten
röntgenbronnen, nog een bewijs voor recente stervorming.
Ster Mira heeft een staart als een komeet, 19 augustus 2007
Sterrenkundigen hebben bij de ster Mira Ceti, een staart van gas gevonden die al
ongeveer 30.000 jaar bestaat.
De staart van gas die de ster achter zich aan sleept heeft een
lengte van maar liefst dertien lichtjaar.
Dit is ontdekt door GALEX-satelliet, Galaxy
Evolution Explorer, van de NASA,
die het heelal op ultraviolette golflengten onderzoekt.
Mira, in het sterrenbeeld Walvis, beweegt
met een snelheid van 130 kilometer per seconde
door het Melkwegstelsel. De ultraviolette gloed ontstaat
waarschijnlijk doordat
koele waterstofmoleculen fluoresceren onder invloed van snel
bewegende elektronen.
Op andere golflengten is de staart onzichtbaar. Verschillen in de
breedte en de helderheid
van de staart bieden informatie over het massaverlies van Mira
over de afgelopen dertigduizend jaar.

Mira met komeetstaart
De staart zelf bestaat uit restanten van
de ster, waaronder koolstof, zuurstof en andere elementen.
Mira is de rode reus Mira A en ligt op een afstand van 350
lichtjaar bij ons vandaan.
Deze wisselende ster pulseert iedere 330 dagen. Tijdens dit
moment is Mira A met het blote oog zichtbaar.
Mira B is een andere ster die met Mira A meereist en is of een
witte dwerg of een kleinere versie van onze zon.
Beide sterren zijn 90 astronomische eenheden van elkaar
gescheiden, 1 AE is de afstand
van aarde tot de zon en ze hebben een snelheid van 468.000
kilometer per uur.
Verste sterrenstelsels ooit ontdekt, 16 juli 2007
Met de Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn zes sterrenstelsels ontdekt die tot nu toe het allerverst weg staan.
Ze staan op afstanden van meer dan 13 miljard lichtjaar. Het licht van de stelsels vertrok dus ruim 13
miljard jaar geleden,
toen het heelal nog maar 500 miljoen jaar oud was, dit is vier
procent van de leeftijd die het heelal nu heeft.
De verst verwijderde sterrenstelsels
konden waargenomen worden door de zwaartekrachtlenswerking van
een dichterbij gelegen cluster.De zwaartekracht van deze cluster
van sterrenstelsels werkt als een soort
kosmisch vergrootglas, waardoor verder weg gelegen objecten iets
vervormd raken, maar vooral
worden versterkt. Dankzij die zwaartekrachtlens zijn de verre
sterrenstelsels twintig keer zo helder
als normaal, waardoor ze net gezien konden worden door de 10-meter
Keck-telescoop.
Men meet dergelijke afstanden via een
meetschaal die roodverschuiving of redshift wordt
genoemd,
waarbij men meet in welke mate het licht is uitgerekt als gevolg
van het uitdijen van het heelal.
Het sterrenstelsel dat eerst bekend stond
als de meest verre ooit had een redshift van 7, wat overeenkomt
met een tijd dat het heelal slechts 750 miljoen jaar oud was. Nu
heeft men sterrenstelsels waargenomen,
die met een redshift van 9 nog veel verder staan.Het licht dat
ons vanuit deze stelsels bereikt
is uitgezonden in een tijd dat het heelal slechts 500 miljoen
jaar oud was.

Verste sterrenstelsels
De nieuwe resultaten bieden informatie
over de snelle ontwikkeling van het jonge heelal, waarin
waarschijnlijk
kort na de oerknal al volwaardige sterrenstelsels ontstonden. De
sterrenstelsels zijn vrij klein,
met een lichtkracht van slechts 1 tot 10 miljoen zonnen.
Het melkwegstelsel heeft een lichtkracht van 100 miljard zonnen. Men
ging ervan uit dat sterrenstelsels
zeldzaam zijn in de periode van 500 miljoen jaar na de oerknal,
maar de ontdekking van de nieuwe sterrenstelsels
geeft aan dat sterrenstelsels uit vroegere tijden een grotere rol
hebben gespeeld dan voorheen werd gedacht.
De wetenschap zal moeten wachten op de lancering van de James
Webb ruimtetelescoop om uitsluitsel te krijgen.
Coma cluster zit vol met dwergsterrenstelsels, 30 mei 2007
De Spitzer Space Telescope heeft in korte tijd meer dan duizend dwergstelsels
ontdekt in
een gigantische cluster van sterrenstelsels, de Coma cluster, met een doorsnede van
20 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Hoofdhaar. In deze enorme
verzameling van sterrenstelsels,
op een afstand van 320 miljoen lichtjaar, bevinden zich ook nog
enkele honderden
grote sterrenstelsels, waarvan het bestaan al langer bekend is.
Sterrenkundigen denken dat de
dwergsterrenstelsels kort na de oerknal de eerste sterrenstelsels
in het heelal waren.
Ze zijn waarschijnlijk de bouwstenen voor grotere sterrenstelsels,
zoals ons eigen melkwegstelsel.
Daarnaast behoren veruit de meeste sterrenstelsels in het heelal
tot deze groep van dwergstelsels, die ondanks
hun geringe afmetingen waarschijnlijk een belangrijke rol bij de
kosmische evolutie hebben gespeeld.

Coma Cluster
De Spitzer-waarnemingen laten slechts een
deel van de sterrencluster zien, het totale aantal dwergstelsels
in de cluster wordt op minstens vierduizend geschat. De ontdekte
dwergstelsels zijn over het algemeen
kleiner en hebben minder massa dan de Kleine Magelhaanse Wolk.
De Kleine Magelhaanse Wolk is het tweede grootste
satellietstelsel van ons melkwegstelsel.
Volgens de onderzoekers zijn 1.600 van de
30.000 zwakke objecten, die zijn waargenomen
met de Spitzer, dwergstelsels in de Coma cluster.
De andere zwakke objcten behoren niet tot de cluster of zijn geen
dwergstelsels.
In totaal werden 288 verschillende foto's gemaakt, gedurende 6,5
uur, om de mozaïekopname te realiseren.
Hubble fotografeert sterrenstelsel M81, 29 mei 2007
Hubble Space Telescope heeft de scherpste foto, tot nu toe, van het grote
spiraalsterrenstelsel M81,
Messier 81, gemaakt. M81 bevindt zich op een afstand van 11,6
miljoen lichtjaar van de aarde
in de richting van het sterrenbeeld Grote Beer en lijkt veel op
ons
eigen melkwegstelsel. Een belangrijk verschil is de verdikking in het
centrum van M81,
die is aanzienlijk groter dan van ons melkwegstelsel.
Het centrale midden is veel ouder en in
ieder geval groter dan het midden van ons melkwegstelsel.
In het centrum bevindt zich een zwart gat met een massa van 70
miljoen zonnen.
Het zwarte gat is ongeveer vijftien keer massiever dan het zwarte
gat van ons melkwegstelsel.

Messier 81
De foto van de Hubble is zo scherp, dat
zelfs individuele sterren zichtbaar zijn, ook lukt het om
open sterrenclusters en bolvormige sterrenhopen van elkaar te
onderscheiden.
In de spiraalarmen bevinden zich jonge, blauwe, hete sterren,
waarvan de meeste slechts enkele miljoenen jaren oud zijn.
Ook bevinden zich in de spiraalarmen sterren met een leeftijd van
ongeveer 600 miljoen jaar.
De groene gebieden op de foto zijn
gebieden waar op dit moment actieve stervorming plaatsvindt.
Het ultraviolette licht van hete jonge sterren fluoresceert de
omringende wolken van waterstofgas.
In het sterrenstelsel zijn ook donkere stofbanden zichtbaar.
Op het moment vindt er in M81
waarschijnlijk nog steeds actieve sterformatie plaats in de
spiraalarmen.
Dit is mogelijk veroorzaakt door NGC 3077 en M82, deze
sterrenstelsels passeerden M81 ongeveer 300 miljoen jaar geleden
en de sporen zijn nu nog goed te zien. De foto die de Hubble van
M81 heeft gemaakt, is samengesteld uit opnamen,
die tussen 2004 en 2006 met de Advanced Camera for Surveys zijn
gemaakt, deze is inmiddels uitgevallen.
Fuse ziet dubbelster in Grote Magelhaense Wolk, 28 mei 2007
Sterrenkundigen hebben, met behulp van de FUSE, een ultravioletsatelliet en de Curtis Schmidt
Telescope in Chili,
de eigenschappen bepaald van een zeer zware, jonge en extreme dubbelster in de Grote Magelhaense Wolk,
één van de satellietsterrenstelsels van ons melkwegstelsel, op
een afstand van 165.000 lichtjaar van de aarde.
De dubbelster, LH54-425 in het stelsel LH54,
bestaat uit twee O-sterren, dit is het zwaarste en helderste
stertype in het heelal.
Door het bestuderen van het spectrum heeft men ontdekt dat de
sterren een massa hebben van respectievelijk 62 en 37 zonnen.
De twee sterren draaien dicht rondom elkaar, met een omlooptijd
van slechts 2,25 dagen.
Hun onderlinge afstand is zes keer zo klein als de gemiddelde
afstand tussen de zon en de aarde.

Dubbelster LH54-425
Beide sterren hebben een extreem krachtige
sterrenwind en door de waarnemingen van de FUSE heeft men voor
het eerst kunnen
vaststellen wat er precies gebeurd als beide krachtige winden op
elkaar inwerken, waardoor ze heel veel materie verliezen.
De grootste van de twee sterren verliest
500 biljoen ton materiaal per seconde in de ruimte, met een
snelheid
van 8,6 miljoen kilometer per uur. Een dergelijk massaverlies is
heel normaal voor O-sterren.
In vergelijking met de zon verloopt het leven van O-sterren
bijzonder snel, O-sterren leven slechts
enkele miljoenen jaren, dit in tegenstelling tot de vele
miljarden jaren van zonachtige sterren.
Door de kleine onderlinge afstand is de kans groot dat de sterren
zullen samensmelten tot één ster van het type Eta Carinae.

Dubbelster (pijl) in de Grote Magelhaense Wolk
Ster ontdekt uit kosmische oertijd, 12 mei 2007
Met de Very Large Telescope is de oudst
bekende ster in het heelal ontdekt.
Het gaat om de onopvallende ster HE 1523-0901 in ons melkwegstelsel in het sterrenbeeld Weegschaal.
Uit nauwkeurige metingen aan de ster blijkt dat hij 13,2 miljard
jaar oud is, en dus 500 miljoen jaar na de oerknal moet zijn ontstaan.

Oudste ster in heelal
De leeftijd van sterren kan worden
afgeleid uit metingen hoeveel radioactief uranium en thorium in
de ster aanwezig is,
d.m.v. de kosmische koolstof 14-methode, die het radioactieve
verval van koolstof-14 meet.
De onderzoekers gebruikten de elementen europium, osmium en
iridium om nog preciezer te werk te gaan.
Deze techniek wordt ook gebruikt bij het
dateren van archeologische vondsten, maar het dateren van sterren
is veel moeilijker,
omdat de tijdschaal veel breder is. Het radioactief verval gaat
redelijk snel, waardoor wetenschappers een ster goed moeten
onderzoeken om het element koolstof-14 te vinden, want na 13
miljard jaar is er namelijk heel weinig van over.
Helderste supernova ooit, 9 mei 2007
Chandra X-ray Observatory heeft de helderste supernova-explosie ooit
waargenomen.
Het gaat mogelijk om een nieuw type van supernovamechanisme van
heel massieve, jonge sterren.
In het jonge heelal kwamen dit soort
massieve sterren vrij veel voor. Dit in tegenstelling tot de
gewone supernova's,
die ontstaan door uitputting van de brandstof in de kern en deze
sterren exploderen door de enorme druk van fotonen.
SN 2006gy was honderdmaal helderder dan
eengewone supernova, wat betekent dat de ontplofte ster
zeker 150 keer zo zwaar als de zon moet zijn geweest. De
supernova vond plaats in
het sterrenstelsel NGC 1260, op een afstand van 240 miljoen lichtjaar van de aarde.

Supernova SN 2006gy
Eta Carinae, een massieve ster in ons
eigen melkwegstelsel, op een afstand va 7500 lichtjaar (32 000
keer dichterbij dan SN 2006gy),
bevindt zich momenteel in dit stadium. Het is niet duidelijk of
Eta Carinae in de toekomst een supernova zou kunnen worden.
Gemini-telescoop ontleed Orionnevel, Sterren, 22 maart 2007
De Gemini-telescoop (twee
acht meter telescopen) heeft, met het vorig jaar geïnstalleerde
lasersysteem
waardoor de verstoringen in de aardse atmosfeer worden weggefilterd, een zeer scherpe
opname van
de Orionnevel kunnen maken. De opname laat gaskogels zien, die
door het stervormingsgebied heen schieten.
De kogels en hun lange golven
zijn in 1983 voor het eerst waargenomen, maar pas sinds 1992 is
bekend
dat de snel bewegende gaswolken door een nog onbekend proces uit
het centrum van de Orionnevel,
waar tal van zware sterren zijn ontstaan, worden weggeschoten met
snelheden tot
400 kilometer per seconde, dit is meer dan duizend keer sneller
dan de snelheid van het geluid.
De kogels hebben reusachtige
afmetingen, de punt van de kogel is ongeveer tien keer zo groot
als de baan
van Neptunus om de zon, ongeveer 60 miljard kilometer en de golven zijn
ongeveer 1/5 van een lichtjaar lang.
De Orionnevel is een
stervormingsgebied op een afstand van 1.500 lichtjaar bij ons
vandaan.
Het bevat veel jonge sterren, waarvan vele zich in een omhulsel
van donker gas bevinden.
Wetenschappers denken dat hier nieuwe planeten gevormd worden.

Orionnevel

Orionnevel, gaskogels uitvergroot
Neutronenster verbreekt snelheidsrecord, 17 februari 2007
Met behulp van de Europese gammasatelliet
Integral heeft men een neutronenster ontdekt,
die het snelst om zijn as draait van alle neutronensterren die
ooit zijn waargenomen.
De nieuwe recordhouder staat op een afstand van 35.000 lichtjaar, heeft een doorsnede van 15 kilometer,
maar bevat evenveel materie als de zon en draait iedere seconde maar liefst 1122 keer om
zijn as.
Een gewone ster zou bij zo'n snelle
rotatie, die vergelijkbaar is met die van een ultracentrifuge
voor het
verrijken van uranium, allang uiteen zijn geslingerd. Maar deze
ster is echter zo klein en compact,
dat zijn aantrekkings nog net voldoende is om zijn materie bijeen
te houden.

Neutronenster (rechts) trekt materie aan
De betreffende neutronenster, XTE J1739-285,
is in 1999 ontdekt door de Rossi X-Ray Timing Explorer, RXTE
van de NASA, in augustus 2005 zag de Integral de ster weer
terug tot leven komen, waarna men de ster gedurende
enkele maanden heeft gevolgd en de Integral 20 uitbarstingen van
röntgenstralen heeft waargenomen.
Aanvullende observaties zijn echter noodzakelijk om te bevestigen
dat
de waargenomen snelheid niet het gevolg is van opsporingsfouten.
De neutronenster draait om een andere,
gewone ster en zuigt daarvan het gas op
dat zich over het oppervlak van de neutronenster verspreidt.
Als die laag 5 tot 10 meter dik is geworden, gaan er kernreacties
optreden, die tot
waterstof-bomachtige explosies leiden, waarbij veel
röntgenstraling wordt uitgezonden.
Nobelprijs natuurkunde voor Amerikanen, 3 oktober 2006
De Nobelprijs voor de natuurkunde is dit
jaar toegekend aan de Amerikaanse sterrenkundigen
John Mather en George Smoot. Zij krijgen de onderscheiding voor
hun onderzoek naar het ontstaan
van sterrenstelsels en sterren. Aan de prijs is een bedrag van 1 miljoen euro
verbonden.
Zij danken deze toekenning aan hun
onderzoek van het vroege heelal,
met name aan hun betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Cosmic
Background Explorer, COBE,
die in 1989 door de NASA is gelanceerd. Aan het project met COBE
werkten meer dan
duizend wetenschappers, technici en andere betrokkenen.
De twee sterrenkundigen maakten ongekend
nauwkeurige metingen naar de kosmische achtergrondstraling,
het overblijfsel van de eerste warmtestraling na de oerknal, die
zich vrij door het heelal
kon verplaatsen en heel kleine temperatuurvariaties vertoont.

Temperatuur kosmische achtergrondstraling
Deze variaties worden beschouwd als een
afspiegeling
van kleine dichtheidsverschillen in de materie die het jonge
heelal vulde.
Het vroege heelal was extreem heet, bij het uidijen van het
heelal, koelde het af.
Op plekken waar de dichtheid iets groter
was dan gemiddeld,
zouden de eerste sterren en sterrenstelsels zijn ontstaan.
De kleurrijke kaart van de
temperatuur van de kosmische achtergrondstraling is ook wel
omschreven
als de babyfoto van het heelal of het gezicht van God.
De COBE wordt opgevolgd
door de Planck satelliet, deze is tien keer gevoeliger
en heeft een vijftig keer scherper vermogen dan de COBE,
al deze kwaliteiten
maken de Planck satelliet duizend keer krachtiger dan de COBE.

Planck satelliet
Andromedastelsel is groter dan gedacht, 7 januari 2007
Astronomen
hebben bij het Andromedastelsel een enorme halo van sterren ontdekt,
die zich tot ver voorbij de grenzen van de zichtbare schijf
uitstrekt.
De ontdekking houdt in dat het Andromedastelsel maar liefst vijf
keer groter is dan gedacht.
De doorsnede
van de zichtbare schijf van Andromeda is 100.000 lichtjaar. Vorig jaar heeft men ontdekt,
dat veel sterren die zich buiten de schijf bevinden met de
zichtbare schijf meedraaien.
Hierdoor kwam men tot de conclusie dat Andromeda, naast de
zichtbare schijf, nog een ijlere buitenschijf heeft.
De doorsnede werd zo verdubbeld tot 200.000 lichtjaar.
De halo van het
Andromedastelsel bestaat uit een ijle groep van oude, rode
sterren,
die tot 500.000 lichtjaar van het centrum van het enorme
spiraalstelsel aangetroffen kunnen worden.
Toch zijn ze zelfs op die grote afstand door de zwaartekracht aan
het stelsel gebonden.

Andromedanevel met halo
Hubble fotografeert botsende sterrenstelsels, 18 oktober 2006
Hubble Space Telescope fotografeerde de botsing tussen twee spiraalsterrenstel,
die ongeveer 500 miljoen jaar geleden begon.
De sterrenstelsels in het sterrenbeeld Raaf, worden de
Antennestelsels genoemd
en zijn de jongste en de het dichtstbij van twee botstende
sterrenstelsels.
Terwijl de twee sterrenstelsels tegen elkaar botsen worden
miljarden sterren geboren.
Op de foto zie je aan de linkerkant oranje
vlekken en een grote vlek rechts van het midden
dit zijn de twee kernen van de vroegere sterrenstelsels.
De kernen bestaan voornamelijk uit oude sterren en delen van
donkerbruin gas en stof.
De doorsnede van de sterrenstelsels is 500.000 lichtjaar, 5 keer groter dan ons melkwegstelsel.

Botsende sterrenstelsels
Beide sterrenstelsels worden omgeven door
blauwe stervormingsgebieden en roze waterstofgas.
De sterrenhopen, blauw en roze, ontstaan door schokgolven in het
gas tussen de sterren.
Het sterk verhitte waterstofgas zendt vooral rozerode straling
uit
en de pasgeboren hete sterren stralen vooral blauw-wit licht uit.
De Antennestelsels hebben hun naam te
danken aan de lange antenneachtige armen,
die een enorm grote lengte hebben en zich ver uitstrekken.
De twee armen werden ook 500 miljoen jaar geleden gevormd en
geven een beeld over wat er met
ons melkwegstelsel kan gebeuren als het over zes miljard jaar met
het Andromedastelsel botst.
Waarschijnlijk ontstaat er dan ook een soortgelijke situatie.
De Andromedanevel, 4 oktober 2006
De Andromedanevel is te zien op een nieuwe
compositiefoto, die is samengesteld uit afbeeldingen
van de Spitzer Space Telescope en de Galaxy Evolution Explorer
(GALEX).
De lengte van het stelsel is 260.000 lichtjaar.
Er zijn hete gebieden met volwassen sterren en koele gebieden met rustige stervorming te zien.
De ultraviolette opnamen van GALEX laten het hete deel van de
Andromedanevel zien.
De infrarode opnamen van Spitzer laten het koele deel zien.

Andromedanevel
Hete, jonge sterren zijn op de
compositiefoto zichtbaar als blauwe gebieden,
de oude sterren zijn zichtbaar als groene vlekken. De heldere
gele vlek in het centrum
wordt gevormd door een uitzonderlijk dicht gebied van oude
sterren.
De rode vegen zijn koele gebieden waar
sterren zich aan het vormen zijn.
De vormende sterren worden omgeven door kosmische wolken van gas
en stof, die het licht van de sterren
tegenhouden, als deze sterren straks groot genoeg zijn zullen ze
het gas en stof verwarmen en wegblazen.
Botsing sterrenstelsels laat donkere materie zien, 21 augustus 2006
Wanneer twee groepen sterrenstelsels op elkaar botsen, kan het hete gas gedeeltelijk
van
de donkere materie worden gescheiden. De donkere materie volgt
gedurende de botsing
een baan die helemaal door de zwaartekracht wordt bepaald.
Het hete gas daarentegen kan met
elektromagnetische krachten wisselwerken,
als het hete gas van het ene sterrenstelsel op dat van het andere
stelsel bots,
ontstaat daardoor een schok, die de beweging van het hete gas
afremt.
Daardoor blijft de beweging van het hete gas achter bij de
beweging van de donkere materie.
De Chandra X-ray Observatory heeft zo'n botsing waargenomen
bij het sterrenstelsel 1E 0657-56, of de Kogel-cluster.

Kogel-cluster botst met een sterrenstelsel
Op de opname zie je de botsing en
het door elkaar heen gaan van twee sterrenstelsels,
de donkere materie wordt met blauw aangegeven en is niet
vertraagd door de botsing,
maar het hete gas van beide sterrenstelsels, ongeveer 10%, is met
een schok afgeremd.
Hierdoor heeft het hete gas een vertraging opgelopen in
vergelijking met
de donkere materie en zijn beide van elkaar gescheiden.
De verdeling van het hete gas is
gemeten door de Chandra, de andere sterrenstelsels op de
onderliggende foto (samengevoegd), zijn gemaakt door de Hubble Space Telescope en de Magellan-telescope.
De Kogelcluster, dankt zijn naam
aan de rode, kogelvormige uitstulping aan de rechterkant.
De opnamen zijn gemaakt met gewoon licht, röntgenlicht en de
zwaartekracht-lensmethode.
Supersnel bewegende neutronenster, 12 augustus 2006
Men heeft de snelheid van een
neutronenster gemeten.
De snelheid van die neutronenster was meer dan 1500 kilometer per
seconde.
Daarmee is het één van de snelst bewegende neutronensterren in
het heeal.
Hoe neutronensterren van die
hoge snelheden kunnen bereiken is nog niet bekend.
De ster bevindt zich op een afstand van 6500 lichtjaar van de aarde en heeft een hele grote dichtheid,
een theelepel materiaal van de ster kan miljarden tonnen wegen.

De snelste neutronenster
De ontdekking is gedaan door
de Chandra X-ray Observatory, die met tussenpozen van vijf jaar opnames
heeft gemaakt van de neutronenster RX J0822-4300 in de Puppis-A
supernova.
Onderzoekers ontdekten dat de
ster zich aan de hemel 44 miljoenste deel van een graad per jaar
beweegt.
Gezien de afstand van 6500 lichtjaar komt dat neer op 1500
kilometer per seconde.
De ster en de supernova bewegen beide in tegenovergestelde
richting.
Hubble fotografeert sterrenstelsel van de zijkant, 9 juni 2006
Met de Hubble Space Telescope is een opname gemaakt van het spiraalsterrenstelsel NGC 5866.
Het bijzondere van dit stelsel is dat we het van opzij zien,
hierdoor lijkt het niet groot,
meestal hebben deze stelsels een doorsnede van 100.000 lichtjaar en een dikte van slechts een paar duizend
lichtjaar.
Wat vooral opvalt is de
donkere stofband die in het schijfvlak ligt en het stelsel in
twee helften verdeelt.
Van de zijkant bekeken is zo'n sterrenstelsel, met miljarden
sterren, vaak niet meer dan een streepje aan de hemel.
In het midden is de centrale bol te zien, de zijkant van de
spiraalarmen en de lange slierten van jonge, hete sterren
evenwijdig aan de stofband en de ijle halo die het sterrenstelsel
omhult.

Spiraalsterrenstelsel NGC 5866
Deze halo is dermate
doorzichtig, dat het licht van verder weg gelegen melkwegstelsels
er vrijwel ongehinderd
doorheen schijnt, NGC 5866 wordt officieel tot de spiraalstelsels
gerekend, maar eigenlijk is het
een lensvormig stelsel, het is wel plat, maar vertoont van
bovenaf gezien bijna geen spiraalvorm.
NGC 5866 staat in het
sterrenbeeld Draak en wordt ook wel spinklos-stelsel genoemd, de
afstand tot
de aarde is ongeveer 44 miljoen lichtjaar en is iets
kleiner dan ons eigen melkwegstelsel.
ESTEC meet nauwkeurige pulsar in Krabnevel, 8 juni 2006
Astronomen van ESTEC in
Noordwijk, hebben pulsen die afkomstig zijn van de pulsar in
de Krabnevel in het sterrenbeeld Taurus - stier - nauwkeurig de
gemeten in het zichtbare licht.
Het is voor het eerst dat deze pulsen iets eerder worden
waargenomen dan op radiofrequenties.
De Krabnevel en de pulsar
zijn overblijfselen van een supernova,
waargenomen door Chinezen in het jaar 1054 (zie nieuws
rotstekeningen 7 juni 2006).

Krabnevel
De Krabnevel bevindt zich
op een afstand van ongeveer 6500 lichtjaar van de aarde en wordt met
een snelheid van 1500 kilometer per seconde groter, de doorsnede
is nu ongeveer 6 lichtjaar.
De pulsar in de nevel heeft een doorsnede van 10 tot 20 kilometer,
en draait 30 keer per seconde om zijn as.
De straling die de pulsar uitzendt heeft een ruim bereik, van
radiogolven tot gammastraling.
Al eerder hebben
astronomen ontdekt dat de pulsen in röntgen- en gammastraling
iets vooruitlopen
op de radiopuls, maar in het zichtbare licht bleek het meten van
dit verschijnsel lastig.
Waarnemingen op de Canarische eilanden door de ESTEC-astronomen
laten zien dat ook de pulsen
van de pulsar in de Krabnevel vooruitlopen, de puls komt in het
zichtbare licht ongeveer
270 microseconden eerder op aarde aan dan op radiofrequenties.
Voor dit verschijnsel zijn
twee verklaringen:
1. de straling op radiofrequenties ontstaat wat dichter bij de
pulsar dan in het zichtbare licht, door het tijdsverschil
zou het verschil in afstand iets minder dan 100 kilometer moeten
zijn.
2. of de straal van de radiopuls en de lichtpuls vallen niet
precies samen, dan maakt de straal van de radiopuls
een hoek van ongeveer 3 graden met de straal in het zichtbare
licht.
Rotstekening misschien supernova-explosie, 7 juni 2006
Op een rotstekening in
White Tanks Regional Parks, net buiten Phoenix, in de staat
Arizona in de Verenigde Staten
is misschien een weergave ontdekt, waarop een explosie van een ster te zien is.
De rotstekening is
waarschijnlijk gemaakt door een Indiaanse stam genaamd de Hohokam.
Deze stam leefde van 500 tot 1100 na Christus, de rotstekening is
waarschijnlijk gemaakt in het jaar 1006.
Op de rotstekening zijn verschillende figuren zichtbaar,
waaronder een schorpioen en een ster,
de ster stond in de buurt van het sterrenbeeld Schorpioen.

Rotstekening Supernova

Opname Supernova SN 1006 door Chandra X-Ray
Tegenwoordig is het
restant van de supernova, SN 1006, gefotografeerd door de Chandra röntgensatelliet, nauwelijks zichtbaar
en gaat het object de geschiedenis in als de helderste supernova-explosie
in de geschiedenis van de mensheid.
Eerder zijn in het
zuidwesten van de Verenigde Staten rotstekeningen gevonden die
vermoedelijk
een supernova in het jaar 1054 laten zien, op een afstand van
6300 lichtjaar (zie nieuws Pulsar Krabnevel 8 juni 2006).
Met de röntgensatelliet, Chandra X-Ray Observatory is ontdekt dat het zwart gat, NGC 4696,
in het centrum van het Centaurus sterrenstelsel, een zeer zuinig
zwart gat is.
Het sterrenstelsel staat op een afstand van 150 miljoen lichtjaar van de aarde.

Zwart gat met holtes aan de zijkant in het centrum van
Centaurus
Zwarte gaten hebben maar heel weinig
brandstof tot hun beschikking, maar toch produceren ze enorm veel
energie.
Zwarte gaten slokken materie, de brandstof, uit hun omgeving op
en zetten die materie voor een belangrijk deel
om in energie, deze energie wordt vervolgens, in
tegenovergestelde richtingen, grotendeels de ruimte in geblazen
in de vorm van twee straalstromen, ook wel jets genoemd.

Centaurus sterrenbeeld
De Chandra heeft nu ontdekt dat deze
rustige zwarte gaten in de kernen van elliptische sterrenstelsels,
die maar weinig materie uit hun omgeving opslokken, toch heel
veel energie aan de polen de ruimte in blazen,
in de vorm van bundels elektrisch geladen deeltjes.
De actieve zwarte gaten, ook wel quasars genoemd, produceren extreem krachtige jets in de
vorm van
energierijke röntgenstraling, men heeft zich toen afgevraagd
hoeveel gas een zwart gat
moet verzwelgen om jets te produceren, en hoe groot die jets dan
zijn.
Met behulp van de Chandra hebben
wetenschappers negen sterrenstelsel op 400 miljoen lichtjaar
afstand
waargenomen, die allen ooit quasars geweest zijn. Dit heeft men
kunnen vaststellen aan de hand van
de enorme holtes die door de zwarte gaten in de sterrenstelsels
geblazen zijn.
De grootte van deze holtes hebben een
verband met de snelheid waarmee het gas in het zwarte gat
verdwijnt.
Het bepalen van beide levert een schatting van de hoeveelheid
energie per hoeveelheid materie,
die door het zwarte gat worden omgezet. Het blijkt dat de jets
ongeveer 2,5 % van hetgeen het zwarte gat
opneemt wordt uitgestoten als energie.
De energie van de jets, straalstromen
verhit het gas in de sterrenstelsels, hierdoor kan het gas niet
afkoelen
en wordt de vorming van nieuwe sterren belemmerd.
Planetenstelsel-in-wording ontdekt rond pulsar, 5 april 2006
Spitzer
Space Telescope heeft een
planetenstelsel-in-wording ontdekt bij een pulsar op 13.000 lichtjaar afstand
van de aarde. De schijf bevat naar schatting genoeg materiaal
voor de vorming van tien planeten ter grootte
van de aarde. Spitzer registreerde de warmtestraling van een
ronddraaiende stofschijf,
die zich op zo'n anderhalf miljoen kilometer afstand van de
pulsar bevindt.

Pulsar met stofschijf
Pulsars zijn de kleine, compacte en snel
ronddraaiiende overblijfselen van zware sterren, die aan het eind van
hun leven als supernova explodeerden. Eerder zijn bij een andere
pulsar al planeten gevonden, maar het was nooit
helemaal duidelijk of dat oude planeten zijn, die de supernova-explosie
hebben overleefd, of nieuwe planeten,
die ontstaan zijn in de nasleep van de explosie.
De ontdekking van de stofschijf rond de
pulsar in het sterrenbeeld Cassiopeia, laat zien dat er inderdaad
sprake
kan zijn van een tweede generatie planeten. De ster heeft
waarschijnlijk 10 miljoen jaar bestaan.
Ongeveer 100.000 jaar geleden bezweek de
ster door zijn eigen gewicht en ontstond er een supernova-explosie,
deze explosie waarbij de pulsar ontstond, moet ongeveer
honderdduizend jaar geleden hebben plaatsgevonden
en was een hele grote, heldere ster met een massa van tien tot
twintig keer de massa van onze zon.
Twee bruine dwergen draaien samen, 15 maart 2006
Sterrenkundigen hebben een dubbelster
ondekt, die uit twee bruine dwergen bestaat en om de tien dagen
voor elkaar langs schuiven, hierdoor neemt hun gezamelijke
helderheid enkele uren af.
Er zijn al meer van deze paren ontdekt, maar het unieke van deze sterren is dat ze zo dicht bij elkaar staan,
dat ze zich als één ster met een periodiek veranderende
helderheid laten zien.
Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in
geslaagd om de massa's van de twee om elkaar draaiende
bruine dwergen te bepalen. Bovendien kon van beide sterren ook de
doorsnede worden gemeten.
De metingen waren mogelijk, doordat we vanaf de aarde tegen de zijkant van het baanvlak van
de bruine dubbelster aan kijken. Hierdoor bedekken de beide
sterren elkaar bij elke omloop.

Bruine dwergen, dubbelster
Bruine dwergen kunnen worden beschouwd als
mislukte sterren, ze zijn te klein en te licht om fusiereacties
in hun kern op gang te houden. De onderzochte dubbelster, die
zich in de Orionnevel bevindt, waar veel
sterren worden gevormd, bestaat uit bruine dwergen die 0,7 en 0,5
maal zo klein zijn als onze zon.
De bruine dwergen zijn respectievelijk 55
en 35 maal zo zwaar zijn als de planeet Jupiter.
Opmerkelijk genoeg blijkt de zwaarste van de twee ook de koelste
te zijn, wat in strijd is met
de bestaande theorieën over de temperaturen van bruine dwergen
van dezelfde leeftijd.
Dat betekent dat de beide sterren of niet
even oud zijn of dat de huidige modellen onjuist zijn.
Mogelijk ontstonden ze op verschillende plaatsen in de Orionnevel
en werden ze pas tijdens
een latere ontmoeting aan elkaar verbonden.

Orionnevel
Hyperreuzen ontdekt, 8 februari 2006
Met NASA's Spitzer Space Telescope zijn stofschijven ontdekt rond hyperreuzen,
dit zijn gigantisch zware, grote en heldere sterren.
Mogelijk gaat het om protoplanetaire
schijven, waaruit in de toekomst planetenstelsels kunnen ontstaan.
Eerder werd altijd aangenomen dat zulke protoplanetaire schijven
geen overlevingskans
zouden hebben in de directe omgeving van hyperreuzen.

Hyperreus met stofschijf
Hyperreuzen zijn namelijk enorm heet en
produceren een intense sterrenwind en
hyperreuzen ontploffen al enkele miljoenen jaren na hun geboorte
als supernova.
De twee hyperreuzen bevinden zich in de Grote Magelhaense Wolk en zijn 30 en 70 maal zo zwaar als de zon.
Ze zijn zo groot dat de hele omloopbaan van de aarde erin zou passen.
Overigens kan niet worden uitgesloten dat
de hyperreuzen kleinere begeleiders hebben
en dat de stofschijven zich rond die begeleiders bevinden.
Sneldraaiende
pulsar, 12 januari 2006
Pulsars staan bekend om hun snelle draaiing, maar nu heeft men er
één gevonden
die zich niet aan de gangbare theorieën houdt.
Deze pulsar
draait maar liefst 716 keer per seconde om zijn eigen as,
veel sneller dan tot nu toe voor mogelijk werd gehouden.
Pulsars
zijn neutronensterren die aan hun polen bundels van straling de
ruimte in schieten.
Neutronensterren zijn de overblijfselen van supernova’s.

Pulsar
De meeste pulsars draaien enkele tot honderden keren per seconde om hun as.
De pulsar
is gevonden in een 10 miljard jaar oude sterrencluster, Terzan-5,
die zich op 28.000 lichtjaar afstand van de aarde bevindt.
De pulsar
is waarschijnlijk niet groter dan 16 kilometer in doorsnede,
anders zou hij door de snelle draaiing uit elkaar vliegen.
De massa van de pulsar ligt rond de 2 zonnemassa’s.
Hubble fotografeerd
Polaris Ab, 9 januari 2006
Polaris, beter bekend als de poolster, heeft twee begeleidende sterren, Polaris B en Polaris Ab.
Polaris B bevindt zich ver genoeg van de ster vandaan om met een
kleine telescoop waar te nemen.
Polaris B werd voor het eerst gezien door William Herschel in 1780.
Er is nog een tweede
begeleider, namelijk Polaris Ab - Alfa Ursae Minoris Ab.
Onderzoekers wisten al sinds 30 jaar dat er nog een begeleider
moest zijn.
Deze ster bevindt zich zo
dicht bij Polaris, dat de ster nu pas door
de Hubble Space Telescope kon worden gefotografeerd.

Poolster
Het driesterrensysteem
bevindt zich op een afstand van 430 lichtjaren bij ons vandaan. De afstand tussen
Polaris en Polaris Ab is ongeveer 3,2 miljard kilometer en de
baan om Polaris duurt 30 jaar.
Polaris B staat op 386 miljard kilometer afstand van de hoofdster Polaris.
De gemiddelde afstand tussen
de zon en Pluto is 4 miljard kilometer.
Het helderheidsverschil maakt het nog moeilijker om de sterren
van elkaar te onderscheiden.
Polaris is een superreus die
2.000 keer helderder is dan de zon en een massa heeft van 4,3 keer de massa van de
zon.
De hoofdster maakt deel uit van het sterrenbeeld Kleine Beer.
De ster markeert het punt waar de sterrenhemel op het noordelijk halfrond omheen lijkt te draaien.
De Polaris Ab is een ster, die iets zwaarder, iets heter en iets helderder is dan de zon.
Orionnevel, 11
januari 2006
Met de Hubble Space Telescope is een mooie gedetailleerde fotomozaïek gemaakt
van
de Orionnevel en laat duizenden sterren, stervormingen en bruine dwergen zien.
De fotomozaïek is samengesteld uit 520 afzonderlijke opnamen, waar een half jaar aan gewerkt is.
De Orionnevel bevindt zich in het sterrenbeeld Orion, op een afstand van 1500 lichtjaar van de aarde.
De nevel behoort tot de
mooiste objecten aan de nachthemel, maar het zal niet eeuwig zo
blijven.
Uiteindelijk zal de nevel uit Orion verdwijnen en komt er een
prachtige open sterrenhoop voor in de plaats.

Orionnevel
Nauwkeurige klok, 1
december 2005
Telescopen op de McDonaldsterrenwacht in Texas hebben in het
sterrenbeeld de Kleine Leeuw
een witte dwerg waargenomen, die de nauwkeurigste klok is die tot
nu toe is ontdekt.
De ster is ongeveer 400 miljoen jaar oud en zend elke 3
minuten en 35 seconden een lichtstraling uit.
Deze licht- of radiogolven worden door de aarde als de tikken van een heel nauwkeurige klok
opgevangen.
De lengte van de tik wordt
bepaald door de draaisnelheid van de ster.
De ster staat op een afstand van 200 lichtjaar jaar van de aarde.

Witte dwerg
De witte dwerg is het
overblijfsel ven een ster die aan het einde van zijn leven opzwol
en zijn buitenste lagen
de ruimte inblies, er blijft dan een zeer hete kern over die niet
veel groter is dan de aarde.
Sommige van deze witte dwergen pulseren en heten dan pulsars.
De lichtgolven nemen heel langzaam af doordat de witte dwerg heel langzaam afkoelt.
De ster in de Kleine Leeuw
draait elke 8,9 miljoen jaar één seconde langzamer
om zijn as en vormt zo een stabiele klok.
Einstein-ringen, 17
november 2005
Een team van Nederlandse en Amerikaanse astronauten hebben
het grootste aantal Einstein-ringen ooit gevonden.
Tot nu toe waren er drie Einstein-ringen bekend.
De opnamen van acht verschillende
sterrenstelsels op een afstand van 2 tot 4 miljard lichtjaar,
zijn gemaakt door de Hubble Space Telescope samen met de SDSS.
Deze sterrenstelsels zijn grote
elliptische sterrenstelsels, die het licht verstoren van
sterrenstelsels
die erachter staan op een afstand van 4 tot 8 miljard lichtjaar
tot de aarde.

Einstein-ringen
Terwijl het licht van de achterste
sterrenstelsels naar de aarde reist wordt het verstoord
door de aantrekkingskracht van de grote elliptische
sterrenstelsels.
Hierdoor ontstaat soms een blauwe ring, dit wordt de Einstein-ring genoemd.
Dit gebeurt alleen als de sterrenstelsels en de aarde, recht op één lijn achter elkaar staan.
De Einstein-ringen zijn het mooiste
voorbeeld van kromming van tijd en ruimte
door afbuiging door grote objecten zoals sterrenstelsels.
Dit was voorspeld door Albert Einstein, toen hij zijn beroemde
Algemene Relativiteitstheorie ontwikkelde.
Jonge sterren, 16 november 2005
Met de Spitzer Space Telescope zijn vele tientallen jonge sterren ontdekt
in een stervorminggebied in het sterrenbeeld Perseus.
De sterren zijn minder dan één miljoen jaar oud en staan op ongeveer 1000 lichtjaar afstand.

Stervorming
Op gewone foto's zijn de sterren niet
zichtbaar doordat de donkere wolken
van gas en stof het licht van de sterren opnemen.
De infraroodstraling van deze sterren
dringt wel door het stof heen
en kan door de Spitzer worden waargenomen.
Ongeveer 80 van deze nieuw ontdekte
sterren worden omringd door een afgeplatte,
ronddraaiende gasschijf waaruit planetenstelsels kunnen ontstaan.
Supernova-restanten, 16
november 2005
Twee supernova-restanten waargenomen door de Chandra, een röntgensatelliet.
De twee bevinden zich in de Grote Magelhaense Wolk.
Door deze nieuwe opname weten
wetenschappers nu meer over het tweetal,
waaronder een belangrijk verschil in het ontstaan.

Twee supernova-restanten
Ze zijn op verschillende manieren ontstaan.
De bovenste supernova bevat meer ijzer en
is waarschijnlijk het product van
een witte dwerg, die in elkaar is gestort tot neutronenster.
De onderste supernova bevat minder ijzer
en is veroorzaakt door een hele zware ster,
die na een paar miljoen jaar explodeert.
Kleine Magelhaense Wolk, 11
november 2005
Een mooie opname van de Kleine Magelhaense Wolk, gemaakt door de Hubble Space Telescope.

Kleine Magelhaense Wolk
In de Kleine Magelhaense Wolk bevindt zich
één van de meest dynamische
stervorminggebieden, op een afstand van 210.000 lichtjaar vanaf
de aarde.
De Kleine Magelhaense Wolk is een
satellietstelsel van ons melkwegstelsel.
Midden in het centrum zie je een stervorminggebied van een
heldere sterrengroep (NGC 346).
De Magelhaense Wolken zijn genoemd naar
Ferdinand Magelhaen, een Portugese ontdekker
die in 1519 als één van de eerste Europeanen deze
sterrenstelsels ontdekte.
Supersnelle ster, 9
november 2005
Door de ontdekking van een supersnelle ster, HE 0437-5439, in de
kern van de Grote Magelhaense Wolk
vermoeden astronomen dat zich in de kern een zwaar zwart gat bevindt.
De ster heeft een snelheid van 2,6 miljoen kilometer per uur en zal in de toekomst de ruimte invliegen.

Supersnelle ster en Grote Magelhaense Wolk
De ontdekking werd gedaan door de Very Large Telescope in Chili.
Het gaat om een jonge, zware ster van
ongeveer 35 miljoen jaar oud, staat 200.000 lichtjaar
vanaf de aarde en heeft een massa van 9 keer de zon. Hij blijkt
een chemische
samenstelling te hebben die kenmerkend is voor de Magelhaense
Wolk.
Waarschijnlijk is de ster afkomstig uit de
kern van de Grote Magelhaense Wolk, waar zich
waarschijnlijk ook het zwarte gat bevindt, met waarschijnlijk een
massa van 1000 zonnen.
Sterren ontstaan niet met zulke hoge
snelheden, hij moet een keer sterk versneld zijn geraakt.
De hogesnelheidsster zal oorspronkelijk deel uit hebben gemaakt
van een dubbelstersysteem
dat op korte afstand langs dit zwarte gat bewoog. Daarbij werd de
dubbelster
uiteengerukt, en werd één van de twee sterren de ruimte in
geslingerd.
De Grote Magelhaense Wolk is een naaste
buur van ons melkwegstelsel
en staat 170.000 lichtjaar van ons vandaan.
Eerste sterren, 2
november 2005
De Spitzer
Space Telescope heeft een zwakke
gloed waargenomen van de vorming van
de allereerste generatie sterren in het heelal.
De sterren ontstonden na de oerknal toen het heelal nog geen tweehonderd miljoen jaar
was
en korte tijd erna als supernova's explodeerden.
Het sterrenlicht dateert uit de tijd dat er nog geen sterrenstelsels bestonden.

vorming van de allereerste sterren
Deze gebieden liggen op miljarden lichtjaren afstand in het heelal.
Het is heel moeilijk om zo ver terug in de
tijd te kijken en de infraroodstraling van de eerste sterren
te onderscheiden van de latere sterrenstelsels en andere objecten.
Het is astronomen nu toch gelukt om al
deze stralingen die samen werden waargenomen als
kosmische infrarood-achtergrond
straling van elkaar te scheidden,
door de storende straling van verre
sterrenstelsels, gas -en stofwolken te verwijderen.
Er bleef een vage infraroodgloed over die volgens de onderzoekers van de allereerste sterren moet komen.
13 september 2005
Astronomen hebben een sterexplosie op een recordafstand van 13
miljard lichtjaar waargenomen,
dus daterend uit de tijd dat het heelal nog geen miljard jaar oud
was.
Het licht heeft er 12,7 miljard jaar over gedaan om bij de aarde te komen.

Sterexplosie
De gebeurtenis werd waargenomen door de
Amerikaanse satelliet Swift,
die op 4 september ruim drie minuten lang op één punt aan de
hemel een sterke gammastraling
ontdekte aan de rand van het waarneembare heelal.

Swift
Met telescopen op aarde werd daarna de
afstand van deze gammastraal uitbarsting bepaald.
Een gammastraal ontstaat als een zware ster ineenstort tot een zwart gat.
Een zwart gat ontstaat, wanneer de kern
van een zware exploderende ster,
die ongeveer 5 keer zo zwaar is als de zon, ineenstort.
De zwaartekracht is zo sterk dat ze alles
vasthoudt.
Omdat licht er niet meer uitkomt, lijkt het een zwart gat.
Deze ster was waarschijnlijk ook een zware
reuzenster, die na een heel kort bestaan ineenstortte
en een zwart gat vormde met een bijna oneindig sterke
zwaartekracht.
Daarbij kwam 300 maal zoveel energie vrij als de zon in 10 miljard jaar uitzendt.
Hoewel deze explosies al jarenlang worden
waargenomen, weten astronomen nog steeds niet
hoe al deze energie wordt gemaakt.