INFO OVER HET ZONNESTELSEL

 

S

 

Schmidt, Maarten 1929-

Hij identificeerde als eerste Nederlandse astronoom in 1963 de eerste quasar.

Quasars zijn krachtige kernen van zeer afgelegen sterrenstelsels.

 

 


 

Shenzhou 6

12 oktober 2005
China heeft woensdagochtend 3.00 uur 's ochtends Nederlandse tijd
een bemande ruimtevlucht, de Shenzhou 6, gelanceerd.

 


Shenzhou 6

 

De twee taikonauten (astronauten),
Fei Junlong en Nie Haisheng blijven vijf dagen in de ruimte.
Ze vertrokken van een basis in de Gobiwoestijn.

De taikonauten gaan experimenten uitvoeren in een klein laboratorium
dat de Shenzhou 6 aan boord heeft.

Twee jaar geleden maakten de Chinezen een vlucht met de Shenzhou 5
en bleven ongeveer een etmaal in de ruimte.

Als alles volgens plan verloopt, landt de Shenzhou 6 over vijf dagen in het
noordelijke gedeelte van de Noord-Chinese provincie Binnen-Mongolië.

China behoort sinds 2003 tot de drie landen ter wereld die
een eigen ruimtevaartprogramma hebben, namelijk
Amerika, Rusland en China.

17 oktober 2005
De Shenzhou 6 is gisteren met behulp van een parachute op aarde teruggekeerd.

Het toestel landde 22.32 uur Nederlandse tijd in Binnen-Mongolië en
legde in totaal 3 miljoen kilometer af ofwel 119 uur.

Het project kostte ongeveer 2,3 miljard dollar.

China wil in 2007 weer een vlucht de ruimte in sturen, inclusief ruimtewandelingen.
Peking hoopt binnen 5 jaar een ruimtestation te hebben.

14 oktober 2005
De bemanning van de Shenzhou 6 heeft zijn koers aangepast.
Gisteren werd bekend dat het een lichte koersafwijking vertoonde
en te dicht bij de
aarde kwam.

Het toestel vliegt op 343 kilometer hoogte en maakt elke 90 minuten
een baan om de aarde.

 

 


 

Smart-1

Smart-1 is een ruimtesonde van de ESA.

 


Logo van de Smart-1

 

Smart staat voor Small Missions for Advenced Research in Technology.
In het Nederlands betekent dat: kleine missies voor geavanceerd technologisch onderzoek.

Op 28 september 2003 is de Smart-1 is gelanceerd.
Hij kwam op 16 november 2004 aan en vliegt nu rondjes om de
maan.
Hij vliegt over de polen van de maan, die we vanaf de
aarde niet kunnen zien, met behulp van een ionenmotor.

 


Smart-1 met de maan

 

Dit is een nieuwe motor die één voor één ionen - positief geladen deeltjes - wegschiet,
hierdoor wordt de ruimtesonde voortgestuwd, waarbij gebruik wordt gemaakt van
het edelgas Xenon en zonne-energie om elektriciteit op te wekken.

De motor werkt al bijna twee jaar zonder problemen.

7 maart 2006
SMART-1 zal, als de wetenschappers de juiste baan hebben berekend,
begin september 2006 op het oppervlak van de maan neerstorten.
Daarbij raakt de ruimtesonde het oppervlak met een snelheid van 2 kilometer per seconde,
dit is meer dan 7.000 kilometer per uur.

Wetenschappers bekijken nu of het mogelijk is om de SMART-1 rond 1-2 september te laten neerstorten op de maan.
De twee manoeuvres die nodig zijn om de ruimtesonde op de maan te krijgen zullen eind juni gemaakt worden.

Begin juli zullen wetenschappers meer te weten komen over de baan van de ruimtesonde en de inslagtijd.
Later die maand zal de ruimtesonde langs het oppervlak van de maan vliegen op een hoogte van 200 kilometer.

Begin augustus zal de SMART-1 120 kilometer boven het oppervlak van de maan vliegen.
Begin september zal de SMART-1 dan daadwerkelijk de grond raken.
De inslag is te zien met een grote amateurtelescoop.

Januari 2005
De Smart-1 is begonnen met onderzoek.

De ESA heeft een nieuw ontwerp van een ionenmotor ontwikkeld, die tien keer beter werkt dan Smart-1.
Het kan nog wel 10 jaar duren voor de nieuwe ionenmotor wordt ingezet.

Een groep ionenmotoren kan een menselijke bemanning naar Mars sturen.

 

 


 

SOHO

SOHO is een samenwerking tussen de ESA en de NASA.

SOHO betekent Solar and Heliospheric Observatory.

Op 2 december 1995 is de SOHO gelanceerd naar de zon.

 


SOHO

 

Oorspronkelijk was SOHO gebouwd om zonne-uitbarstingen te volgen waarbij zonnevlammen ontstaan
die het aardmagnetisch veld storen, om zo beter het ruimteweer te kunnen voorspellen.

Er werd ook onderzocht hoe de zonnewind botste op atomen van de verre sterren,
snelle veranderingen in de magnetische velden.

In de atmosfeer van de zon werden door de SOHO explosies, grote schokgolven en tornado's onderzocht.

SOHO heeft zijn hoofdopdracht al in april 1998 afgewerkt.
Maar er is nog genoeg brandstof aan boord om ook nog tientallen jaren lang naar nieuwe
kometen te zoeken.

Bijna alle SOHO-kometen werden ontdekt aan de hand van opnamen met het instrument
LASCO (Large Angle and Spectrometric Coronagraph), dus dit instrument moet wel goed blijven werken.

LASCO onderzoekt de zwakke atmosfeer van de corona van de zon
waar temperaturen van miljoenen graden heersen.

 


Zonnevlam

 

Kometen worden vaak aan het zicht ontrokken omdat de zon hen overstraalt met zijn heldere licht.
Maar SOHO heeft hiervoor LASCO aan boord, waarmee hij de zon kan afdekken om de ruimte eromheen,
vooral de corona en kometen te onderzoeken die hierdoor beter zichtbaar worden tijdens hun passage langs de zon.

Ongeveer 85 procent van alle kometen die SOHO ontdekt behoren tot de Kreutz groep,
kometen die een omloopbaan hebben die hen vlakbij de zon brengt.
Het aantal kometen in de Kreutz groep wordt geschat op 100.000 duizend kometen.

Ze worden ook wel sungrazers (zonnescheerders) genoemd,
Sungrazers zijn kometen die in hun baan, op slechts 500.000 kilometer afstand, heel dicht bij de zon komen.

Sommige maken een ritje rond de zon en gaan dan weer helemaal terug
naar de buitenste gebieden van het
zonnestelsel, waar mogelijk heel veel kometen zijn.

Anderen halen het niet en worden naar de zon getrokken, waarna ze vernietigd worden door onze eigen ster.
Tot 2005 zijn er al meer dan duizend
kometen ontdekt.

 


Zon

 

28 november 2005
Op 2 december viert de SOHO zijn 10e jaar in de ruimte.

In deze 10 jaar heeft SOHO veel ontdekt over de atmosfeer, de magnetische velden,
de enorme zonnevlammen van de zon en de invloed van de
zon op onze aarde.

De SOHO heeft al meer dan 1000 kometen ontdekt.

De opvolger voor de SOHO is Stereo, dit zijn twee satellieten die in het voorjaar 2006 worden gelanceerd.

 

 


 

Spitzer

Op 25 augustus 2003 had de NASA de Spitzer ruimtetelescoop gelanceerd.

Hij draait achter de aarde aan om de zon.
De missie zal ongeveer 2½ jaar duren.

Spitzer heette vroeger Space Infrared Telescope Facility, SIRTF.
Hij is later vernoemd naar Lyman Spitzer.

Hij wordt gekoeld met vloeibaar helium.

 


De Spitzer

 

De Spitzer kan de infraroodstraling meten van de sterren en andere objecten door stofwolken heen
en levert daardoor veel nieuwe waarnemingen op.

 


Eerste foto's Spitzer

 

 


 

SSETI Express

Op 27 oktober 2005 is de SSETI Express, de studenten satelliet van de ESA om 8.52 uur vertrokken
vanaf lanceerbasis Plesetsk in Rusland en is meegelift met de lancering van andere satellieten.

De kosten van de missie bleven onder de 100.000 euro.

 


Lancering SSETI Express

 

De SSETI is geheel ontworpen door een paar honderd studenten van de universiteit
uit dertien West-Europese landen en er is bijna twee jaar lang aan gewerkt.
Het is opgestart door de Nederlandse astronaut/astronoom Wubbo Okkels.

SSETI staat voor Student Space Exploration and Technology Initiative en dient er voornamelijk voor om
de belangstelling voor ruimtevaarttechnologie onder Europese studenten te vergroten
en het is de bedoeling dat de studenten ervaring opdoen met de communicatie tussen
aarde en satelliet
en met het corrigeren van de baan.

 


SSETI Express

 

Het SSETI-team kon gratis gebruik maken van de testfaciliteiten van de ESA in Noordwijk,
waaronder een vacuümkamer en een trilbank.

De SSETI Express weegt maar 70 kilo en is niet groter dan een kleine wasmachine.

31 oktober 2005
Sinds vrijdagmorgen hebben wetenschappers en studenten geen verbinding meer met SSETI Express.

In de ruimtesonde zit een fout, waardoor de batterijen niet meer opgeladen kunnen worden.
De kans is groot dat het contact met de SSETI niet meer hersteld kan worden, maar het doel om
studenten aan een ruimtevaartmissie te laten werken is wel geslaagd.

Drie satellieten zijn wel succesvol van de SSETI losgekoppeld.
Deze satellieten beginnen ieder hun eigen missie.

 

 


 

Stardust

Op 7 februari 1999 is de Stardust gelanceerd en heeft als doel komeetstof en stofdeeltjes
op te vangen van de
komeet Wild 2  en mee terug te nemen naar de aarde.

In 2000 begint de sonde ruimtestof te verzamelen.

 


Komeet Wild 2

 

In januari 2004 kwam de Stardust bij de komeet aan, vloog er op een afstand van 240 kilometer langs,
maakte foto's en verzamelde stofdeeltjes van de
komeet.

Tijdens de passage werden 72 opnamen gemaakt.

Komeet Wild 2 is een ongeveer 5 kilometer grote bal van ijs, gruis en stof, die in een baan tussen Mars en Jupiter
om de zon draait, de
planetoïdengordel, maar is ontstaan in het gebied voorbij de baan van Neptunus, waar in de oernevel
ook veel ijs ontstond (van water en andere verbindingen). Kometen als Wild 2 zijn nog niet zo lang geleden
via de aantrekkingskracht van Neptunus en Jupiter in een kleinere baan om de
zon gestuurd.

Wild 2 is de vierde komeet die in de ruimte wordt bestudeerd, maar de eerste waarvan
materiaal naar de aarde wordt teruggebracht.

 


Stardust

 

Op 15 januari 2006 zal de Stardust naar de aarde terugkeren.
Als de sonde de capsule los heeft gelaten, vervolgt ze haar baan om de
zon,
met de mogelijkheid om andere kometen te fotograferen.

Bouwsteen van leven ontdekt in komeet Wild 2, 25 augustus 2009

De deeltjes in de aerogel, die de
Stardust in 2004 heeft verzameld bij de komeet Wild 2 en
in 2006 terug naar de
aarde bracht, bevatten na uitgebreid onderzoek, glycine, een aminozuur.

Glycine speelt een belangrijke rol bij het leven op aarde, levende organismen
gebruiken aminozuren om eiwitten te maken.
Het is voor het eerst dat er een aminozuur in een komeet is aangetroffen.

Stukjes komeet

Dit betekent dat sommige bouwstenen van leven niet van de aarde afkomstig hoeven te zijn
en een aantal andere bouwstenen voor het ontstaan van leven in de ruimte zijn gevormd
en lang geleden door meteorieten en kometen op aarde terecht zijn gekomen.
Het leven op aarde gebruikt 20 verschillende aminozuren om eiwitten op te bouwen.

Komeet Wild 2 lijkt op planetoïden, 29 januari 2008

De komeet Wild 2 blijkt net als een planetoïde, voornamelijk te bestaan uit rotsachtig materiaal,
in plaats van uit los stof zoals de meeste kometen. Dit blijkt uit de analyse van stofdeeltjes
die afkomstig zijn van Wild 2 en in 2004 zijn opgevangen door de collectoren van
Stardust
en bestaan uit het licht siliciummateriaal, de aerogels.

De rotsachtige stofdeeltjes lijken op stofdeeltjes die afkomstig zijn van andere kometen, deze stofdeeltjes
worden GEMS genoemd. De atmosferische GEMS bestaan vooral uit glas (gesmolten silicium) gemengd
met metalen en zwavelverbindingen. De stofdeeltjes die Stardust heeft opgevangen zijn vergeleken
met de atmosferische GEMS. Hieruit is gebleken dat de stofdeeltjes die afkomstig zijn van
Wild 2 een geheel andere samenstelling hebben dan de atmosferische GEMS.

De snelheid waarmee de stofdeeltjes door de aerogels worden opgevangen, laat ze deels smelten
en dan zien ze eruit als GEMS. Ook zijn de atmosferische stofdeeltjes GEMS rijk aan koolstof,
terwijl de stofdeeltjes van Wild 2 juist arm zijn aan koolstof.

 


Komeet Wild 2 in 2004

 

Het was de verwachting dat het materiaal van Wild 2 uit GEMS zou bestaan dat afkomstig is
uit de oernevel waaruit het
zonnestelsel is ontstaan.
Maar nu lijkt het dat Wild 2 een soort planetoïde-achtige komeet is.

Hoe hij precies is ontstaan is niet duidelijk, misschien in het buitenzonnestelsel en daarna in
het binnenzonnestelsel terecht gekomen, of ontstaan in het binnenzonnestelsel en later
naar buiten is verplaatst. Wild 2 wordt nog steeds al een komeet gezien, want bij het naderen
van de zon stoot hij gas- en stofdeeltjes uit. Het onderzoek laat zien dat er geen duidelijke scheiding
bestaat tussen kometen en planetoïden en dat beide objecten deels in elkaar over kunnen gaan.

Kometenstof Stardust komt gedeeltelijk uit zonnestelsel, 5 januari 2007

Stardust heeft vier jaar geleden stofkorrels van de komeet Wild-2 verzameld.
Na onderzoek van de edelgassen helium en neon die in de stofdeeltjes zijn aangetroffen,
blijkt dat het stof dichtbij de zon moet zijn ontstaan, terwijl de komeet juist afkomstig is
uit de ijzige buitendelen van het
zonnestelsel.

Er zijn ook koolstofverbindingen, die in planetoïden en meteorieten voorkomen aangetroffen.
Blijkbaar is dit stof helemaal van het binnenzonnestelsel naar de Kuipergordel getransporteerd,
maar het is nog steeds een raadsel hoe dit precies gebeurd.

Stardust is op een afstand van 238 kilometer langs de komeetkern gevlogen en heeft
vervolgens de stofdeeltjes die van de kern afkomstig zijn, opgevangen met gelpacks,
met een snelheid van 21.000 km/u zijn de deeltjes op de gelpacks ingeslagen,
waarbij ze uiteen zijn gevallen en duidelijke sporen hebben achtergelaten.

 


Komeetstof Stardust

 

Onderzoekers denken dat de komeet voor ongeveer tien procent uit materiaal bestaat,
dat uit de binnendelen van het zonnestelsel afkomstig is. De ontdekking helpt astronomen
om de omstandigheden en processen van het jonge zonnestelsel te achterhalen.

Als deze gassen inderdaad afkomstig zijn uit kometen, kan het onderzoek van deze gassen
in de komeetdeeltjes meer vertellen over de opbouw van de oeratmosferen
van de rotsachtige planeten in het zonnestelsel.

Inslagkratertjes onderzoek Stardust, 18 april 2007

Wetenschappers bereiden zich voor op het onderzoek van de mini-inslagkratertjes die Stardust heeft verzameld,
terwijl hij door interstellaire stofstromen van
komeet Wild 2 vloog.
In de kratertjes moeten de overblijfselen zitten van stofdeeltjes die ouder zijn dan ons
zonnestelsel.

 


Inslagkratertje Stardust

 

De interstellaire stofdeeltjes zijn ongeveer tien nanometer (nanometer is een miljardste deel van een meter) groot
en daarmee nog kleiner dan de meeste deeltjes die Stardust later oppikte bij zijn tocht door de staart van komeet Wild 2.

De ervaring uit het onderzoek van de deeltjes van de komeet, zal worden gebruikt om de interstellaire deeltjes te ontleden.
Door een straaltje elektrisch geladen deeltjes worden de restanten van de ingeslagen deeltjes uit de mini-kratertjes getrokken,
waarna de deeltjes met een elektronenmicroscoop worden bekeken.

Stardust-onderzoek levert verrassende resultaten op, 14 december 2006

Uit het ontleden van de deeltjes die de Stardust in 2004 bij komeet Wild 2 heeft verzameld blijkt, dat de materie
in het jonge zonnestelsel zodanig was vermengd, dat er materiaal uit de omgeving van de
zon in
de ijzige verten van de kometen terechtkwam, dit in tegenstelling tot de bestaande wetenschappelijke kennis.

Hoe het materietransport precies in zijn werk is gegaan, is nog onduidelijk.
Het is mogelijk dat er een langzame wervelstroom in het jonge zonnestelsel actief was
of dat het is gebeurd door een meer explosieve oorzaak.

 


Stardust stofonderzoek

 

Duidelijk is wel dat kometen niet in volledige afzondering van de rest van het zonnestelsel zijn ontstaan.
Komeet Wild 2 bevat materiaal dat in de heetste delen van het zonnestelsel ontstaan moet zijn.
Volgens de onderzoekers is tot tien procent van de kometenmaterie afkomstig uit de omgeving van de zon.

Veel deeltjes bevatten mineralen als forsteriet en enstatiet, die alleen bij hoge temperaturen gevormd kunnen zijn.
Eén deeltje wijst zelfs op een productie bij een temperatuur van meer dan 1100 graden Celsius,
een hitte die alleen ver binnen de baan van
Mercurius heerst.

Een andere ontdekking is stikstofrijke organische moleculen in de monsters van Wild 2.
De aanwezigheid van die verbindingen duidt erop dat kometen waarschijnlijk een belangrijke rol hebben
gespeeld bij de aanvoer van verbindingen die een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van leven op
aarde.
Komeet Wild 2 is de eerste komeet waarvan materiaal naar de aarde is gebracht.

Stofdeeltjes van Wild 2 onderzocht, 14 maart 2006

Stardust, die de stofmonsters van komeet Wild 2, naar de aarde terugbracht, bevatten mineralen die dicht bij
de zon, in de schijfvormige wolk van gas en stof zijn gevormd en uitgestoten, heel vroeg in haar bestaan.

Deze mineralen zijn waarschijnlijk in het binnenste gedeelte van de schijf onstaan, bij een temperatuur van meer
dan 1000°C, daarna moeten ze op de één of andere manier in de buitenste gebieden van het
zonnestelsel
terecht zijn gekomen en bij komeet Wild 2.

 


Stofdeeltje

 

De mineralen kunnen alleen bij de hoge temperaturen in de buurt van de zon en andere sterren worden gevormd.
Omdat kometen op grote afstand van de zon, waar het erg koud is, zijn ontstaan, moeten de mineralen,
waaronder olivijn, dit is een mix van ijzer en magnesium, op de één of andere manier
aan de materie van de komeet zijn toegevoegd.

De meest voor de hand liggende verklaring is dat de zon vroeg in haar bestaan materie heeft uitgestoten
in de vorm van twee stralen ver de ruimte in, zoals die ook bij andere jonge sterren zijn waargenomen.
Een andere mogelijkheid is dat de stofdeeltjes overblijfselen zijn van een vroegere ster,
waarvan de restanten in de zonnenevel terecht zijn gekomen.

Eén op de vier stofdeeltjes, die tot nu toe zijn onderzocht, is gevormd bij een zeer hoge temperatuur.

Stardust in standby gezet, 31 januari 2006
NASA heeft het grootste deel van Stardust gedeactiveerd, nadat de ruimtesonde
voor het eerst in de geschiedenis kometenstof in de ruimte heeft verzameld.

De deeltjes van komeet Wild 2 en stof uit de ruimte zijn 15 januari
via de Stardust-capsule teruggestuurd naar de
aarde.

Stardust bleef achter in een baan rond de zon, vervolgens hebben missieleiders alle systemen
van Stardust uitgezet, behalve diens zonnepanelen en radio-ontvanger.

 


Stardust

 

Dit is noodzakelijk omdat Stardust waarschijnlijk nog wordt ingezet voor een tweede missie
en tot die tijd moet Stardust brandstof besparen.

Stardust heeft zeven jaar lang zonder problemen gewerkt
en heeft in totaal bijna 3,6 miljard kilometer gereisd.

De eerstvolgende keer dat Stardust langs de aarde vliegt is op 14 januari 2009.

Stardust-missie succesvol, 19 januari 2006
De
Stardust-capsule, die 15 januari stofdeeltjes van komeet Wild 2 terugbracht op aarde, overtrof alle verwachtingen.

Wetenschappers van het Johnson Space Center in Houston waren verrast en verbaasd
toen ze dinsdag de capsule openden van de Stardust-capsule.

De capsule waarin de stofdeeltjes zijn opgeborgen is geopend en de buit is gigantisch,
er zijn naar schatting meer dan één miljoen komeetdeeltes verzameld, met uiteenlopende afmetingen.
Van enkele nanometers (miljardstemeters) tot een paar honderd micrometer groot.

Tijdens de passage van de komeet, in januari 2004, werden stofdeeltjes opgevangen in aërogel.
Zij sloegen in met een snelheid van zes kilometer per seconde.

 


Sporen van stofdeeltjes in aërogel, tijdens een proeftest op aarde

 


Aërogel van Stardust van dichtbij

 

Dit is een bijzonder licht materiaaal, dat 99,9% lege ruimte bevat, waarin de snel bewegende
deeltjes langgerekte, trechtervormige sporen hebben gevormd voordat ze tot stilstand kwamen.

Hierdoor kunnen de komeetdeeltjes makkelijk opgespoord worden.

Meer dan 150 wetenschappers wereldwijd hebben zich aangemeld om te helpen met het bestuderen van de stofdeeltjes.

Capsule geland, 15 januari 2006
De capsule van de
Stardust, is zojuist succesvol geland in de Amerikaanse staat Utah.

Om 11.12 uur Nederlandse tijd landde de capsule veilig op de grond.

 


Capsule geland

 


Landingsplaats rechts

 

De capsule is om 11.54 uur in de woestijn gevonden.
Een helikopter zal binnen een half uur de capsule naar een onderzoekscentrum in Utah vliegen.

Zie ook het nieuws over de Stardust van 13 januari 2006.

 


De capsule in de atmosfeer lijkt op een meteoriet

 


De capsule heeft een hitteschild en weegt 50 kg

 

Naar schatting zijn enkele tienduizenden komeetdeeltjes uit de steeds verdampende komeetkern vrijgekomen
en samen met ongeveer honderd ruimtedeeltjes opgevangen, met een totaal gewicht van nog geen gram.

De uitkomsten worden pas over een paar maanden verwacht.

Terug naar de aarde, 13 januari 2006
Op 15 januari 2006 komt
Stardust, na een vlucht van 4,63 miljard kilometer, weer in de buurt van de aarde.

Stardust moet dan een capsule met stof- en ijsdeeltjes van de komeet Wild 2 afleveren.
In januari 2004 vloog Stardust door de staart van komeet Wild 2 en verzamelde er stof- en ijsdeeltjes.

Op vrijdag 13 januari vond de laatste koerswijziging plaats en op 15 januari om 6.57 uur laat Stardust de capsule los,
waarbij de capsule een snelheid van 46.440 kilometer per uur zal halen bij het binnengaan van de atmosfeer.

Als Stardust de capsule loslaat, bevindt deze zich na vier uur op 125 kilometer hoogte boven de Grote Oceaan.

De capsule zal de atmosfeer binnendringen zoals een meteoriet dit doet,
wat betekent dat men een vuurbal te zien krijgt met een staart.

Helaas zal dit enkel te zien zijn boven de Amerikaanse staten California en Nevada.

 


Stardust nadert de aarde

 

Op 32 kilometer hoogte opent de eerste parachute en op 3 kilometer hoogte zal de hoofdparachute
zich openen, waarna de capsule om 11.12 uur zal landen

De capsule zal na de "hopelijk geslaagde" landing in de woestijn van de Amerikaanse staat Utah,
worden overgebracht naar het Johnson Space Center in Houston, waar de deeltjes worden onderzocht.

De wetenschappers verwachtten meer te weten te komen over de samenstelling
van de oerwolk waaruit ons
zonnestelsel en kometen zijn ontstaan.

 

 


 

Stereo

De NASA heeft twee Stereosondes gelanceerd op 25 oktober 2006.
Het is de bedoeling om gedurende twee jaar, grote explosies en de straling van de
zon in 3D te onderzoeken.
De twee identieke ruimtevaartuigen komen na hun lancering in verschillende omloopbanen om de
aarde
en drijven dan in de loop van de tijd langzaam uit elkaar.

Deze grote explosies, de Coronale Massa Ejecties, CME, en de straling van de zon kunnen satellieten
beschadigen en zijn een gevaar voor de gezondheid van de astronauten.

De wetenschappers hopen er achter te komen wanneer de zon gevaarlijke straling uitzendt.
Als NASA ooit een bemande missie naar Mars onderneemt, is het stralingsgevaar buiten
de beschermende atmosfeer van de aarde een van de grootste problemen voor de astronauten.

 


Stereo

 

De naam staat voor Solar Terrestrial Relations Observatory, de kosten bedragen 460 miljoen dollar,
waarvan 60 miljoen afkomstig is uit Europese landen.

Stereo zal in de toekomst de SOHO vervangen.

Stereo-A draait in een baan, binnen de baan van de aarde, in 347 dagen om de zon.
Stereo-B draait in een baan, buiten de baan van de aarde, in 387 dagen om de zon.

Stereo is gelanceerd, 26 oktober 2006

Stereo werd gelanceerd om 8:38 uur 's avonds (Amerikaanse tijd) op Cape Canaveral in Florida.
In Nederland was het 2:38 uur 's nachts.

Deze missie heeft tot doel om gelijktijdig vanuit verschillende posities naar de zon te kijken,
zodat een driedimensionale voorstelling kan worden gemaakt van de verschijnselen die zich daar afspelen.

 


Stereo

 

De drietrapsraket Delta II werd vanaf de ruimtevaartbasis gelanceerd.
De raket vervoerde de twee ruimtevaartuigen die ongeveer 25 minuten later
werden gescheiden van de raket en hun eigen antennes instelden.

NASA verwacht in april 2007 over de eerste foto's te beschikken.

Stereo bijna start klaar, 17 juli 2006

Voor de maand augustus staat de lancering van de NASA-missie STEREO op het programma.
Stereo bestaat uit twee vrijwel dezelfde satellieten, die met name bedoeld zijn om de uitbarstingen van de zon,
coronale massa-ejecties of CME’s, en de invloed van zulke uitbarstingen op de aarde te onderzoeken.

Bij een CME wordt één tot tien miljard ton zonnematerie met een snelheid van meer dan
een miljoen kilometer per uur de ruimte in geblazen.
Als dat in de richting van de aarde gebeurt, kan dat tot grote verstoringen in het aardmagnetische veld leiden
en zelfs schade veroorzaken aan satellieten en elektrische netwerken op aarde.

Het ontstaan van CME’s wordt nog niet helemaal begrepen, men hoopt met Stereo meer te weten te komen over dit verschijnsel
en eventueel zelfs te kunnen voorspellen wanneer er een nieuwe grote uitbarsting zal plaatsvinden.

De beide satellieten zullen in vrijwel dezelfde baan als de aarde om de zon gaan draaien, de ene satelliet een stukje voor de aarde uit,
de andere achter de aarde aan. Hierdoor zal het mogelijk zijn stereobeelden van de zon te maken.

 

 


 

Sterren en sterrenstelsels

Het heelal zit vol sterren.
Er zijn er miljarden van, elke ster is een grote bol van ongelooflijk heet, lichtgevend gas,
dat door de zwaartekracht van de ster bijeengehouden wordt.

 


Ontstaan van sterren

 

Astronomen zijn vooral geïnteresseerd in massa, de hoeveelheid gas waaruit een ster bestaat.
Sterren staan niet verspreid door het heelal, maar zijn geconcentreerd in sterrenstelsels.

Elk ervan bestaat uit enorme aantallen sterren op grote afstand van elkaar.

Sterrenstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

 


Elliptisch stelsel

 

De schijfstelsels worden weer verdeelt in:

 


Spiraalstelsel

 


Balkspiraalstelsel

 

Daarnaast bestaan er nog de onregelmatige stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.

De Spitzer Space Telescope heeft waargenomen dat jonge dwergsterrenstelsels geboren
kunnen worden uit de brokstukken van kosmische botsingen.

Wanneer twee grote sterrenstelsels met elkaar in botsing komen, of elkaar op korte afstand passeren
worden getijdenslierten van sterrengas uit de stelsels getrokken.

Zulke gasslierten vormen prachtige gebogen structuren aan weerszijden van de botsende sterrenstelsels.
Uit het weggetrokken materiaal kunnen nieuwe, kleinere sterrenstelsels ontstaan.

Met de infrarood opnamen van de Spitzer zijn aanwijzingen gevonden dat in de slierten
van deze dwergsterrenstelsels veel steractiviteit voorkomt.

 


De dwergstelsels zijn rood en de grote sterrenstelsels blauw

 

De vorming van sterrenhopen is meestal het gevolg van wisselwerking van twee sterrenstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en hierbij worden samengeperst.

Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.

De kans dat twee sterren elkaar raken is gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.

Er zijn miljarden sterrenstelsels.
In sterrenstelsels ontstaan steeds nieuwe sterren.

Ze worden dus gevormd in gigantische wolken van gas en stof, honderden en duizenden sterren
ontstaan samen in een groep, waarvan het merendeel uit de twee meest voorkomende elementen
in het heelal bestaan, namelijk waterstof en helium.

In sommige groepen drijven de sterren langzaam uiteen,
terwijl ze in andere voor altijd dicht bij elkaar blijven.

Grote sterrenstelsels ontstaan door botsingen en versmelten van kleine sterrenstelsels.

Eén van de grote vraagstukken in de sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende materie.

We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet waar deze materie uit bestaat.
Deze 96% is verdeeld in 74% donkere energie en 22% donkere materie.
Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.

Sterrenstelsels kunnen wel tien keer zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.

In het centrale binnengebied van een sterrenstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

 

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De lichte vlekken geven donkere materie aan

 

De Hubble Space Telescope is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee
sterrenstelsels in kaart gebracht.

De nieuwe resultaten bevestigen de theorie dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.

Door het bestuderen van groepen sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van sterrenstelsels.

Het onderzoek laat zien dat sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000
lichtjaar.

Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.

Het licht van deze heel verre sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de donkere materie.

De donkere materie houdt de sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de
VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van 30 miljoen zonmassa’s.

Dit betekent dat een massa donkere materie nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 74% uit donkere materie en 22% uit donkere energie.

Bovendien blijkt donkere materie zich met een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.

Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.

Soorten sterren: supernova, rode- en blauwe reus, witte- en bruine dwerg

 


Sterren en explosies

 

De reuzen zijn tientallen keren zo groot als onze zon,
een superreus soms duizendmaal zo groot.

Sterren als onze zon behoren tot de hoofdreekssterren
en zijn allemaal dwergen, andere typen dwergen zijn nog kleiner.

De namen wijzen op de kleur, temperatuur en grootte van een ster.
Sterren verschillen in helderheid, kleur, grootte, leeftijd en massa.
De zwaarste sterren hebben de kortste levensduur, slechts enkele miljoenen jaren.

Minder zware sterren, zoals onze zon, leven langer, wel miljarden jaren.
Als het waterstofgas van onze zon verbruikt is, zet de zon uit,
waarbij haar oppervlak afkoelt en rood wordt.

Dan is de zon een rode reus, honderd keer zo groot als nu.
Uiteindelijk verandert de zon in een planetaire nevel.

 


Ontstaan en sterven van een ster

 

De meeste activiteiten van een rode dwerg vinden plaats aan het begin van zijn ontstaan.
Oudere rode dwergen zijn veel minder actief.

Bovendien leven rode dwergen zo lang dat het leven op een planeet tientallen miljarden jaren
heeft om zich aan de omstandigheden te passen.

Een rode reus is één van de minst hete sterren, met een temperatuur van 3000 graden Celsius.
Meer dan de helft van de sterren in de zijn rode dwergen,
dit zijn kleine zwakke sterren, die in de M-klasse vallen.

Sterren worden ingedeeld op oppervlakte temperatuur.
De
zon behoord tot de G-klasse.

Sterren die iets heter zijn vallen in de F-klasse, witte sterren van 10.000 graden, en de iets koelere
in de K-klasse, oranje sterren van 5000 graden,
Sterren die heter zijn dan de F-klasse leven te kort om op planeten het ontstaan van leven te ontwikkelen,
blauwe sterren van 30.000 graden.

Onze zon en andere gele sterren hebben een temperatuur van zo'n 5500 graden Celsius.
De heetste sterren, met een temperatuur van 30.000 graden Celsius zijn blauwe reuzen.
Deze sterren zenden ultraviolet licht uit.

Als een ster begint te sterven blaast ze de buitenste lagen de ruimte in.
Het resterende materiaal trekt samen en vormt een ster ter grootte van de
aarde, een witte dwerg.

Een witte dwerg is een stervende lichte ster.
Hij heeft geen gas meer om, om te zetten en houdt binnenkort op met de productie van licht en hitte.

Hij zal langzaam afkoelen en krimpen tot het formaat van de aarde,
waarbij zijn materiaal steeds meer wordt samengedrukt, er ontstaat een compacte ster.

Maar hoewel witte dwergen compact zijn, is de dichtheid van een neutronenster vele malen hoger.

De bruine dwerg ontstaat o.a. uit het gas en stof van de Adelaarsnevel.
Als ze niet zwaar genoeg zijn kunnen ze in hun kern geen waterstof via kernfusie omvormen
tot helium en produceren ze geen licht of hitte en worden bruine dwergen genoemd.

 


De Adelaarsnevel

 

Een supernova vormt het einde van het leven van een hele zware ster.
Bij een zware ster explodeert de buitenste schil, terwijl het binnenste in elkaar stort.

 


Explosie supernova

 

De lichtsterkte van de supernova wordt 100 miljoen keer zo sterk.
Na de supernova blijft de
neutronenster over, een klein superzwaar lichaam.

De neutronenster wordt pulsar genoemd, een razendsnel ronddraaiende bal neutronen
van slechts 20 kilometer in doorsnede, maar met een massa groter dan onze zon,
die regelmatig pulsen of lichtgolven uitzendt.

Zo'n neutronenster is omgeven door extreem sterke zwaartekracht- en magnetische velden.
Als de massa daar groot genoeg voor is, ongeveer 5 tot 10 keer zo zwaar als de zon, ontstaat een
zwart gat.

 


Zwart gat

 

Een zwart gat ontstaat dus, wanneer de kern van een exploderende ster, de supernova,
die ongeveer 5 tot 10 keer zo zwaar is als de zon, ineenstort.

De zwaartekracht van de neutronenster is zo sterk dat ze alles vasthoudt.
Omdat licht er niet meer uitkomt, lijkt het een zwartgat.

Sterren, gas en stof in de buurt van het zwarte gat worden er naar toe getrokken en opgezogen, hierbij komt
veel straling vrij die sterrenkundigen kunnen waarnemen met radiotelescopen. Een zwart gat zelf kunnen we niet zien,
maar we kunnen wel zien wat er in de buurt van een zwart gat gebeurt.

Er zijn ook superzware zwarte gaten, die wel 10 miljard keer zo zwaar zijn als een gewoon zwart gat,
maar hoe zo'n zwart gat ontstaat is nog niet bekend.

Het materiaal van stervende sterren wordt het heelal ingeslingerd.
Daar vormt het een wolk van gas en stof, waaruit zich dan weer nieuwe sterren vormen.


In het donkere hart van de Adelaar, 9 januari 2009

Herschel maakte op 24 oktober zijn eerste opname van een donkere stofwolk op
een afstand van 1000
lichtjaar in het sterrenbeeld Aquila, de Adelaar.

Het gebied is 65 lichtjaar groot en is zo door stof omgeven dat niet eerder een
infrarood satelliet in staat is geweest om er in te kijken.
De opname is gemaakt met behulp van twee instrumenten van Herschel:
de Array Camera and Spectrometer, PACS en de Spectrale en Photometric Imaging Receiver, SPIRE.


HERSCHEL en het donkere hart van Adelaar


In de twee heldere gebieden laten grote pasgeboren sterren het waterstof schijnen,
er vormen zich in het gebied ongeveer 700 nieuwe sterren.

Proba-2 en SMOS werken goed, 21 november 2009

Twee weken na de lancering heeft Proba 2 zijn de eerste testen goed uitgevoerd,
en een opname gemaakt van de sterren.



Proba-2 maakt opname


Proba-2 gaat de zon en de corona waarnemen in ultravioletlicht, electronendichtheid
en de plasmatemperatuur meten in de magnetosfeer van de aarde. Ook worden
metingen verricht aan de samenstelling en dichtheid van ionen in de baan om de aarde.

Het MIRAS-instrument van de SMOS is ingeschakeld om de waterkringloop op aarde te onderzoeken.
MIRAS staat voor Microwave Imaging Radiometer with Aperture Synthesis.

Gammaflits verste object in het heelal, 1 november 2009

Gammaflits (Gamma Ray Burst) GRB 090423 werd op 23 april 2009 gedetecteerd door de
Swift
uit de richting van het sterrenbeeld Leeuw en is tot nu toe de oudste lichtbron in het heelal.


Het licht, van een exploderende
ster, deed er 13,1 miljard jaar over om de aarde te bereiken
en vond plaats toen het heelal 600 miljoen jaar oud was. De vorige recordhouder,
ontdekt in september 2008, explodeerde toen het heelal 750 miljoen jaar oud was.

De sterexplosie vond plaats in de kosmische Middeleeuwen, dit is het tijdperk van ongeveer
350.000 jaar na het ontstaan van het heelal tot ongeveer 800 miljoen jaar later.

Enkele minuten na de explosie konden de grootste telescopen op aarde de snel
in helderheid afnemende nagloeier lokaliseren. De nagloeier was alleen zichtbaar
in het infrarood, wat aangeeft dat de gammaflits van heel ver kwam en
een van de helderste en krachtigste explosies in het universum.


GBR 090423

De nagloeier van GRB 090423 is de rode stip in het midden. De afbeelding is
gemaakt door opnames van Gemini-South en ESO’s VLT samen te stellen.

Een oude gammaflits is voor astronomen heel belangrijk om meer te weten
te komen uit de vroege periode van het heelal kort na de
oerknal.

GRB zijn korte maar extreem krachtige explosies die daarna waarschijnlijk een zwart gat vormen.
Gedurende hooguit enkele seconden geven ze meer energie dan de zon in tien miljard jaar.
Door de nagloei van de explosie in het infrarood te meten, kon de VLT de afstand bepalen.

Er wordt vanuit gegaan dat stervorming pas zo'n 200 tot 400 miljoen jaar na de oerknal is begonnen,
daarom bieden gamma ray bursts een mogelijkheid om deze eerste sterren te onderzoeken.

Door de uitdijing van het heelal is tijdens de reistijd van het licht, de afstand tussen
de geëxplodeerde ster en de aarde veel groter geworden. Hierdoor zijn de lichtgolven
uitgerekt, waardoor de straling met een veel langere golflengte op aarde aankwam dan waarmee
zij is uitgezonden. Uit metingen en berekeningen is de reistijd van de flits 13,1 miljard jaar.

Botsende sterrenstelsels, 13 oktober 2009

De Hubble Space Telescope heeft een opname gemaakt van twee sterrenstelsels
die met elkaar botsen en nu versmelten tot één reuzensterrenstelsel.

De botsende stelsels staan samen bekend als NGC 2623.
Ze bevinden zich op 250 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kreeft.
De onderlinge zwaartekrachtswerking veroorzaakt langgerekte slierten gas, die uit
de sterrenstelsels zijn getrokken, waarin vele tientallen jonge sterrenhopen zijn ontstaan.


Twee botsende sterrenstelsels



Hubble werkt goed, 11 september 2009

NASA heeft op 9 september een serie foto's vrijgegeven die de Hubble Space Telescope na de
reparatiemissie STS-125 in mei gemaakt heeft met vier van de zes instrumenten die het nog bezit.

De uitgebreide onderhoudsbeurt om de prestaties van de Hubble te verbeteren lijkt geslaagd te zijn.


Nieuwe opnames gemaakt door Hubble

Linksboven, planetaire nevel NGC 6302, daarnaast de groep sterrenstelsels Stephan’s Quintet,
linksonder een deel van de bekende bolvormige sterrenhoop Omega Centauri
en rechts een deel van de kleurrijke Carinanevel.

Hubble ontdekt snel bewegende sterren, 15 januari 2009

Sommige sterren vliegen in het heelal met snelheden van 180.000 kilometer per uur
door dichte interstellaire gaswolken die ze onderweg tegenkomen.

De
Hubble Space Telescope heeft veertien van deze jonge sterren onderzocht,
die een vorm van boeggolven veroorzaken net als bij een boot.

Wanneer de sterrenwind op het omringende gas botst, ontstaat een heldere,
wigvormige structuur. Volgens schattingen heeft de boeggolf vanaf de punt,
een lengte van 150 miljard tot anderhalf biljard kilometer.



Snel bewegende ster


De sterren op de opnamen zijn gemaakt door de Hubble tussen oktober 2005 en juli 2006.


Sterren kunnen snel gaan vliegen als ze worden verstoten uit de sterrenhoop
waarin ze ontstaan zijn. Bijvoorbeeld als twee dubbelsterren of een dubbelster
en een normale ster elkaar op kleine afstand passeren.
In de jaren tachtig zijn wel meer van deze sterren ontdekt.

Begin van supernova-explosie gezien, 25 mei 2008

Sterrenkundigen hebben bij toeval aan het begin van dit jaar met de Swift voor het eerst,
het begin van een supernova-explosie kunnen waarnemen.

Supernovae zijn ontploffende sterren, dit is een zeldzaam verschijnsel, in elk sterrenstelsel vinden
er slechts enkele van deze ontploffingen per eeuw plaats. Maar omdat er zoveel verschillende
sterrenstelsels zijn, worden er vanaf de aarde jaarlijks honderden supernovae waargenomen.

Op 9 januari 2008 onderzocht men met de Swift op een ster in NGC 2770, toen een andere ster in
hetzelfde sterrenstelsel begon te exploderen en men gedurende zeven minuten de röntgenuitbarsting
zag die het begin van supernova-explosie SN2008D aankondigde.

Supernova-explosie SN2008D, vond plaats in het spiraalstelsel NGC 2770 en ligt in het sterrenbeeld Lynx
op een afstand van 90 miljoen
lichtjaar van de aarde. Dit type ontstaat als de kern van een zware ster
zonder brandstof komt te zitten en instort door zijn eigen zwaartekracht tot een
neutronenster.

Hierdoor ontstaat een terugslag, waarbij een schokgolf door de buitenste gaslagen van de oorspronkelijke ster
trekt en deze sterk verhit. Zo'n schokgolf doet er vele uren over voordat hij door het oppervlak
van de ster heen breekt en een uitbarsting van röntgenstraling produceert.

 

 


Supernova voor de ontploffing, links in röntgen- en rechts in UV-straling

 


Supernova na de ontploffing

 

 

De ster die explodeerde was anderhalf maal zo groot als onze zon. Gassen werden weggeslingerd
met snelheden van 10.000 tot meer dan 200.000 kilometer per seconde.

Direct na de ontdekking van de röntgenuitbarsting werden instrumenten ingezet van
de
Hubble Space Telescope, Chandra en op Palomar Mountain (Californië) en Mauna Kea (Hawaï).

De uitbarsting had een helderheid die honderd miljard keer groter was dan die van onze zon.
De dood van een ster geeft in één seconde meer energie dan alle andere sterren in het zichtbare gedeelte van het heelal.

Minder dan 1 procent van alle sterren eindigen als een supernova. De meeste sterren, zoals ook onze zon,
zwellen eerst op en doven dan uit. Dan worden ze witte dwergen, die nog maar weinig energie kunnen leveren.

Hubble opnames van botsende sterrenstelsels, 1 mei 2008

Ter gelegenheid van de achttiende verjaardag van de Hubble Space Telescope heeft men 59 verschillende
foto's gepubliceerd van
sterrenstelsels die met elkaar in botsing komen.

De ruimtetelescoop heeft sinds 24 april 1990 al meer dan honderdduizend keer rond de aarde gedraaid,
ongeveer 840.000 observaties gedaan, 540.000 foto's gemaakt en 27.000 objecten waargenomen.
Bij elkaar heeft de Hubble in die tijd, al meer dan 32 terabytes aan gegegens verzameld.

De verzameling opnames van Hubble toont sterrenstelsels zoals we ze nooit eerder zagen.
De 59 opnames van botsende sterrenstelsels vormen de grootste verzameling die ooit werd vrijgegeven.
De beelden maken deel uit van het GOALS project (Great Observatories All-sky LIRG Survey).

Binnen het GOALS-project worden de botsende sterrenstelsels ook waargenomen met andere ruimtetelescopen,
zoals
Spitzer (op infraroodgolflengten), Chandra (röntgen) en GALEX (ultraviolet).
Dit met het doel om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop twee sterrenstelsels met elkaar in wisselwerking
treden, en hoe botsingen en versmeltingen leiden tot de vorming van nieuwe sterrenhopen en sterren.

In het huidige heelal botsen één op een miljoen sterrenstelsels met elkaar.
Vroeger kwamen de botsingen meer voor, toen sterrenstelsels nog dichter bij elkaar lagen.
Dit komt doordat sterrenstelsels verder uit elkaar liggen, omdat ons universum uitbreidt.

De Hubble Space Telescope is achttien jaar geleden ontstaan uit een internationaal samenwerkingsverband
tussen
NASA en ESA. Een nieuw tijdperk ging in voor sterrenkunde na de lancering op 24 april 1990 van de Hubble
en het is de grootste vooruitgang sinds bijna 400 jaar geleden de telescoop werd uitgevonden door Galileo.

In de toekomst zal er ook een passage of zelfs een botsing plaatsvinden
tussen het Andromedastelsel en ons eigen
Melkwegstelsel.

Hieronder zie je een aantal opnames van samengevoegde sterrenstelsels gemaakt door de Hubble

 


NGC 2356


NGC 520

 


NGC 6621

 


IC 2810

 


NGC 5257

 

Klik hier voor meer opnames van Hubble

 

Omega Centauri gefotografeerd door Spitzer, 13 april 2008

Spitzer Space Telescope heeft een infraroodopname gemaakt van de bolvormige sterrenhoop Omega Centauri.

Het is de grootste sterrenhoop van de ruim 150 bolhopen in het Melkwegstelsel en is met het blote oog
zichtbaar vanaf het zuidelijk halfrond. Op de infraroodopname zijn vooral oude rode reuzensterren te zien,
die omgeven worden door uitdijende schijven van gas en stof.

 


Omega Centauri gefotografeerd door Spitzer

 

Deze sterren zijn op de opname zichtbaar als rode en gele stippen. De blauwe en witte stippen zijn minder
ver ontwikkelde sterren, te vergelijken met onze eigen zon. In Omega Centauri zijn minder rode reuzensterren
waargenomen dan werd verwacht. Mogelijk zegt dat iets over de evolutie van de sterrenverzameling.

Omega Centauri heeft een centraal zwart gat, 6 april 2008

Uit waarnemingen met de Hubble Space Telescope en het Gemini Observatorium blijkt dat
de bolvormige
sterrenhoop Omega Centauri een supermassief zwart gat met een massa van
ongeveer 40.000 zonnen in zijn centrum heeft.

Omega Centauri is eigenlijk geen echte bolhoop, maar het restant van een klein sterrenstelsel dat
uiteen is getrokken door de getijdenkrachten van de Melkweg en zijn buitenste sterren is kwijt geraakt.

 

Omega Centauri

 

Bolvormige sterrenhopen bestaan uit maximaal een miljoen sterren en zwermen op
ruime afstanden rond sterrenstelsels, zoals ons melkwegstelsel.
Ze zijn vrijwel kogelrond en bestaan doorgaans uit slechts één generatie van oude sterren.

Omega Centauri is echter afgeplat, heeft meerdere generaties sterren en bevat tien keer zo veel materie
als normale grote bolhopen. Dit zijn kenmerken die eerder bij een klein sterrenstelsel passen.

Uit metingen van de snelheden van de sterren in het kerngebied van Omega Centauri blijkt dat deze sterren
veel sneller bewegen dan je op basis van de hoeveelheid zichtbare materie in de kern mag verwachten.
Als deze ontdekking wordt bevestigd, moet Omega Centauri vrijwel zeker als
een klein satellietstelsel van ons melkwegstelsel worden beschouwd.

Hubble ontdekt dubbele Einsteinring, 16 januari 2008

Met de Hubble Space Telescope is een kosmische luchtspiegeling ontdekt,
het zijn twee ringen van licht, de ene ring binnen de andere.
De dubbele ring is veroorzaakt door de afbuiging van licht van twee verre
achtergrondsterrenstelsels
op verschillende afstanden die beide bijna recht achter een voorgrondsterrenstelsel staan.

De lichtafbuiging wordt veroorzaakt door de zwaartekracht van dat voorgrondstelsel,
een effect dat het gravitatielenseffect heet. De ringstructuren die op deze manier ontstaan worden
Einsteinringen genoemd, dit wordt gevormd als een achtergrondstelsel en het voorgrondstelsel
precies op één lijn staan, dan zal het gravitatielenseffect een ringvormige lichtboog vormen.

 


Einsteinringen

 

Het is toeval dat deze Einsteinring dubbel is, maar door deze ontdekking was het mogelijk om
de verdeling van de donkere materie in de meest nabije sterrenstelsels na te bootsen en de massa
van het middelste stelsel vast te stellen, die vrijwel precies 1 miljard zonnemassa's blijkt te zijn.

Het voorgrondstelsel staat op een afstand van 3 miljard lichtjaar, terwijl de achtergrondstelsels
op een afstand van respectievelijk 6 en 11 miljard lichtjaar staan.

Zie ook eerder nieuws Einstein-ringen, 17 november 2005

Chandra ontdekt supersnelle neutronenster, 30 november 2007

De röntgensatelliet Chandra heeft de snelst bewegende neutronenster tot nu toe ontdekt.
De ster, RX J0822-4300, beweegt met een snelheid van 4,8 miljoen kilometer per uur uit
het centrum van het restant van de supernova Puppis A, deze gasnevel is 3700 jaar geleden
gevormd bij dezelfde stellaire explosie waarbij de neutronenster is ontstaan.

 


Supersnelle ster in Puppis A

 

Sinds de explosie heeft de neutronenster zich in 3700 jaar ongeveer 20 lichtjaar verplaatst
en zijn snelheid is groot genoeg om aan het
melkwegstelsel te ontsnappen, maar zal nog
miljoenen jaren nodig hebben om geheel aan het melkwegstelsel te ontsnappen.

Zwarte gaten gevonden in verre sterrenstelsels, 28 oktober 2007

Met behulp van de ruimtetelscopen, Spitzer (warmtestraling) en de Chandra (röntgenstraling)
zijn astronomen op het spoor gekomen van vele honderden superzware
zwarte gaten
op zeer grote afstanden in het heelal, miljarden
lichtjaren van de aarde verwijderd.

Zwarte gaten komen voor in de kernen van veel sterrenstelsels.
Deze zwarte gaten waren diep verborgen in stofrijke sterrenstelsels.

Theorieën over de evolutie van sterrenstelsels voorspellen veel meer zwarte gaten dan tot nu toe
werden waargenomen. Deze ontbrekende grote populatie van actieve, zwarte gaten zijn nu dus
mogelijk gevonden in deze stofrijke, ver verwijderde sterrenstelsels.

Deze hoog-energetische structuren behoren tot een klasse van zwarte gaten, de quasars.
Een quasar bestaat uit een wolk van gas en stof, in de vorm van een dougnut en voedt
een supermassief zwart gat. Tijdens het verslinden van deze wolk, warmt
het zwarte gat op en schiet hij bundels röntgenstraling de ruimte in.

Het is deze straling die kan worden waargenomen door de ruimtetelescopen.
De quasars zelf zitten meestal verborgen in het stof en kunnen niet direct worden waargenomen.

 


Veel zwarte gaten in het heelal

 

De ontdekking is het eerste bewijs dat de meeste melkwegstelsels zwarte gaten vormen als ze
zo'n drieëneenhalf miljard jaar oud zijn. Het heelal is ongeveer 14 miljard jaar geleden ontstaan.

Het totale aantal zwarte gaten is door deze ontdekking verdubbeld, de zwarte gaten kunnen
zo groot zijn als ons zonnestelsel en de massa hebben van meer dan een miljard zonnen.
Hun aantrekkingskracht is zo sterk dat niets, zelfs licht niet, eraan kan ontsnappen.
Vandaar de naam zwart gat.

Stervorming in gasstaart sterrenstelsel, 28 september 2007

In de lange gasstaart van het sterrenstelsel ESO 137-001 zijn zich miljoenen sterren aan het vormen.
De komeetachtige gasstaart is op röntgengolflengten waargenomen met de
Chandra X-ray Observatory
en op zichtbare golflengten met de Southern Astrophysical Research-telescoop in Chili.

De gasstaart waar de nieuwe sterren zich vormen is van het sterrenstelsel afkomstig en is het gevolg
van het feit dat het sterrenstelsel zelf het centrum van een massieve cluster Abell 3627 invalt.

Hierdoor wordt een deel van het gas uit het sterrenstelsel gestript, wat een staart van
200.000
lichtjaar heeft gevormd, dit is twee keer zo groot als het melkwegstelsel.

De staart is waarschijnlijk ontstaan doordat het stelsel zich een weg moet banen door het hete gas
in en om de cluster. Het is niet voor het eerst dat stervorming buiten een sterrenstelsel is waargenomen, maar
de enorme aantallen zijn verrassend, ook omdat de sterren waarschijnlijk niet veel ouder zijn dan 10 miljoen jaar.

 


Stervorming in gasstaart sterrenstelsel

 

Door grote hoeveelheden gas en stof die noodzakelijk zijn voor de vorming van sterren,
dacht men dat stervorming buiten sterrenstelsels niet mogelijk zou zijn.
Het stervormingsgebied bestaat ondermeer uit 29 gebieden met gloeiend, geïoniseerd waterstofgas.
Deze gebieden bevinden zich in de gasstaart en bevatten röntgenbronnen, nog een bewijs voor recente stervorming.

Ster Mira heeft een staart als een komeet, 19 augustus 2007

Sterrenkundigen hebben bij de ster Mira Ceti, een staart van gas gevonden die al ongeveer 30.000 jaar bestaat.
De staart van gas die de ster achter zich aan sleept heeft een lengte van maar liefst dertien
lichtjaar.
Dit is ontdekt door GALEX-satelliet, Galaxy Evolution Explorer, van de
NASA,
die het heelal op ultraviolette golflengten onderzoekt.

Mira, in het sterrenbeeld Walvis, beweegt met een snelheid van 130 kilometer per seconde
door het Melkwegstelsel. De ultraviolette gloed ontstaat waarschijnlijk doordat
koele waterstofmoleculen fluoresceren onder invloed van snel bewegende elektronen.
Op andere golflengten is de staart onzichtbaar. Verschillen in de breedte en de helderheid
van de staart bieden informatie over het massaverlies van Mira over de afgelopen dertigduizend jaar.

 


Mira met komeetstaart

 

De staart zelf bestaat uit restanten van de ster, waaronder koolstof, zuurstof en andere elementen.
Mira is de rode reus Mira A en ligt op een afstand van 350 lichtjaar bij ons vandaan.
Deze wisselende ster pulseert iedere 330 dagen. Tijdens dit moment is Mira A met het blote oog zichtbaar.
Mira B is een andere ster die met Mira A meereist en is of een witte dwerg of een kleinere versie van onze zon.
Beide sterren zijn 90 astronomische eenheden van elkaar gescheiden, 1 AE is de afstand
van aarde tot de zon en ze hebben een snelheid van 468.000 kilometer per uur.

Verste sterrenstelsels ooit ontdekt, 16 juli 2007

Met de Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn zes sterrenstelsels ontdekt die tot nu toe het allerverst weg staan.
Ze staan op afstanden van meer dan 13 miljard
lichtjaar. Het licht van de stelsels vertrok dus ruim 13 miljard jaar geleden,
toen het heelal nog maar 500 miljoen jaar oud was, dit is vier procent van de leeftijd die het heelal nu heeft.

De verst verwijderde sterrenstelsels konden waargenomen worden door de zwaartekrachtlenswerking van
een dichterbij gelegen cluster.De zwaartekracht van deze cluster van sterrenstelsels werkt als een soort
kosmisch vergrootglas, waardoor verder weg gelegen objecten iets vervormd raken, maar vooral
worden versterkt. Dankzij die zwaartekrachtlens zijn de verre sterrenstelsels twintig keer zo helder
als normaal, waardoor ze net gezien konden worden door de 10-meter Keck-telescoop.

Men meet dergelijke afstanden via een meetschaal die roodverschuiving of redshift wordt genoemd,
waarbij men meet in welke mate het licht is uitgerekt als gevolg van het uitdijen van het heelal.

Het sterrenstelsel dat eerst bekend stond als de meest verre ooit had een redshift van 7, wat overeenkomt
met een tijd dat het heelal slechts 750 miljoen jaar oud was. Nu heeft men sterrenstelsels waargenomen,
die met een redshift van 9 nog veel verder staan.Het licht dat ons vanuit deze stelsels bereikt
is uitgezonden in een tijd dat het heelal slechts 500 miljoen jaar oud was.

 


Verste sterrenstelsels

 

De nieuwe resultaten bieden informatie over de snelle ontwikkeling van het jonge heelal, waarin waarschijnlijk
kort na de
oerknal al volwaardige sterrenstelsels ontstonden. De sterrenstelsels zijn vrij klein,
met een lichtkracht van slechts 1 tot 10 miljoen
zonnen.

Het melkwegstelsel heeft een lichtkracht van 100 miljard zonnen. Men ging ervan uit dat sterrenstelsels
zeldzaam zijn in de periode van 500 miljoen jaar na de oerknal, maar de ontdekking van de nieuwe sterrenstelsels
geeft aan dat sterrenstelsels uit vroegere tijden een grotere rol hebben gespeeld dan voorheen werd gedacht.
De wetenschap zal moeten wachten op de lancering van de James Webb ruimtetelescoop om uitsluitsel te krijgen.

Coma cluster zit vol met dwergsterrenstelsels, 30 mei 2007

De Spitzer Space Telescope heeft in korte tijd meer dan duizend dwergstelsels ontdekt in
een gigantische cluster van
sterrenstelsels, de Coma cluster, met een doorsnede van
20 miljoen
lichtjaar in het sterrenbeeld Hoofdhaar. In deze enorme verzameling van sterrenstelsels,
op een afstand van 320 miljoen lichtjaar, bevinden zich ook nog enkele honderden
grote sterrenstelsels, waarvan het bestaan al langer bekend is.

Sterrenkundigen denken dat de dwergsterrenstelsels kort na de oerknal de eerste sterrenstelsels in het heelal waren.
Ze zijn waarschijnlijk de bouwstenen voor grotere sterrenstelsels, zoals ons eigen
melkwegstelsel.
Daarnaast behoren veruit de meeste sterrenstelsels in het heelal tot deze groep van dwergstelsels, die ondanks
hun geringe afmetingen waarschijnlijk een belangrijke rol bij de kosmische evolutie hebben gespeeld.

 


Coma Cluster

 

De Spitzer-waarnemingen laten slechts een deel van de sterrencluster zien, het totale aantal dwergstelsels
in de cluster wordt op minstens vierduizend geschat. De ontdekte dwergstelsels zijn over het algemeen
kleiner en hebben minder massa dan de Kleine Magelhaanse Wolk.
De Kleine Magelhaanse Wolk is het tweede grootste satellietstelsel van ons melkwegstelsel.

Volgens de onderzoekers zijn 1.600 van de 30.000 zwakke objecten, die zijn waargenomen
met de Spitzer, dwergstelsels in de Coma cluster.
De andere zwakke objcten behoren niet tot de cluster of zijn geen dwergstelsels.
In totaal werden 288 verschillende foto's gemaakt, gedurende 6,5 uur, om de mozaïekopname te realiseren.

Hubble fotografeert sterrenstelsel M81, 29 mei 2007

Hubble Space Telescope heeft de scherpste foto, tot nu toe, van het grote spiraalsterrenstelsel M81,
Messier 81, gemaakt. M81 bevindt zich op een afstand van 11,6 miljoen
lichtjaar van de aarde
in de richting van het sterrenbeeld Grote Beer en lijkt veel op ons
eigen
melkwegstelsel. Een belangrijk verschil is de verdikking in het centrum van M81,
die is aanzienlijk groter dan van ons melkwegstelsel.

Het centrale midden is veel ouder en in ieder geval groter dan het midden van ons melkwegstelsel.
In het centrum bevindt zich een zwart gat met een massa van 70 miljoen
zonnen.
Het zwarte gat is ongeveer vijftien keer massiever dan het zwarte gat van ons melkwegstelsel.

 


Messier 81

 

De foto van de Hubble is zo scherp, dat zelfs individuele sterren zichtbaar zijn, ook lukt het om
open sterrenclusters en bolvormige sterrenhopen van elkaar te onderscheiden.
In de spiraalarmen bevinden zich jonge, blauwe, hete sterren, waarvan de meeste slechts enkele miljoenen jaren oud zijn.
Ook bevinden zich in de spiraalarmen sterren met een leeftijd van ongeveer 600 miljoen jaar.

De groene gebieden op de foto zijn gebieden waar op dit moment actieve stervorming plaatsvindt.
Het ultraviolette licht van hete jonge sterren fluoresceert de omringende wolken van waterstofgas.
In het sterrenstelsel zijn ook donkere stofbanden zichtbaar.

Op het moment vindt er in M81 waarschijnlijk nog steeds actieve sterformatie plaats in de spiraalarmen.
Dit is mogelijk veroorzaakt door NGC 3077 en M82, deze sterrenstelsels passeerden M81 ongeveer 300 miljoen jaar geleden
en de sporen zijn nu nog goed te zien. De foto die de Hubble van M81 heeft gemaakt, is samengesteld uit opnamen,
die tussen 2004 en 2006 met de Advanced Camera for Surveys zijn gemaakt, deze is inmiddels uitgevallen.

Fuse ziet dubbelster in Grote Magelhaense Wolk, 28 mei 2007

Sterrenkundigen hebben, met behulp van de FUSE, een ultravioletsatelliet en de Curtis Schmidt Telescope in Chili,
de eigenschappen bepaald van een zeer zware, jonge en extreme
dubbelster in de Grote Magelhaense Wolk,
één van de satellietsterrenstelsels van ons melkwegstelsel, op een afstand van 165.000
lichtjaar van de aarde.

De dubbelster, LH54-425 in het stelsel LH54, bestaat uit twee O-sterren, dit is het zwaarste en helderste stertype in het heelal.
Door het bestuderen van het spectrum heeft men ontdekt dat de sterren een massa hebben van respectievelijk 62 en 37
zonnen.
De twee sterren draaien dicht rondom elkaar, met een omlooptijd van slechts 2,25 dagen.
Hun onderlinge afstand is zes keer zo klein als de gemiddelde afstand tussen de zon en de
aarde.

 


Dubbelster LH54-425

 

Beide sterren hebben een extreem krachtige sterrenwind en door de waarnemingen van de FUSE heeft men voor het eerst kunnen
vaststellen wat er precies gebeurd als beide krachtige winden op elkaar inwerken, waardoor ze heel veel materie verliezen.

De grootste van de twee sterren verliest 500 biljoen ton materiaal per seconde in de ruimte, met een snelheid
van 8,6 miljoen kilometer per uur. Een dergelijk massaverlies is heel normaal voor O-sterren.
In vergelijking met de zon verloopt het leven van O-sterren bijzonder snel, O-sterren leven slechts
enkele miljoenen jaren, dit in tegenstelling tot de vele miljarden jaren van zonachtige sterren.
Door de kleine onderlinge afstand is de kans groot dat de sterren zullen samensmelten tot één ster van het type Eta Carinae.

 


Dubbelster (pijl) in de Grote Magelhaense Wolk

 

Ster ontdekt uit kosmische oertijd, 12 mei 2007

Met de Very Large Telescope is de oudst bekende ster in het heelal ontdekt.
Het gaat om de onopvallende ster HE 1523-0901 in ons
melkwegstelsel in het sterrenbeeld Weegschaal.
Uit nauwkeurige metingen aan de ster blijkt dat hij 13,2 miljard jaar oud is, en dus 500 miljoen jaar na de
oerknal moet zijn ontstaan.

 


Oudste ster in heelal

 

De leeftijd van sterren kan worden afgeleid uit metingen hoeveel radioactief uranium en thorium in de ster aanwezig is,
d.m.v. de kosmische koolstof 14-methode, die het radioactieve verval van koolstof-14 meet.
De onderzoekers gebruikten de elementen europium, osmium en iridium om nog preciezer te werk te gaan.

Deze techniek wordt ook gebruikt bij het dateren van archeologische vondsten, maar het dateren van sterren is veel moeilijker,
omdat de tijdschaal veel breder is. Het radioactief verval gaat redelijk snel, waardoor wetenschappers een ster goed moeten
onderzoeken om het element koolstof-14 te vinden, want na 13 miljard jaar is er namelijk heel weinig van over.

Helderste supernova ooit, 9 mei 2007

Chandra X-ray Observatory heeft de helderste supernova-explosie ooit waargenomen.
Het gaat mogelijk om een nieuw type van supernovamechanisme van heel massieve, jonge
sterren.

In het jonge heelal kwamen dit soort massieve sterren vrij veel voor. Dit in tegenstelling tot de gewone supernova's,
die ontstaan door uitputting van de brandstof in de kern en deze sterren exploderen door de enorme druk van fotonen.

SN 2006gy was honderdmaal helderder dan eengewone supernova, wat betekent dat de ontplofte ster
zeker 150 keer zo zwaar als de zon moet zijn geweest. De supernova vond plaats in
het sterrenstelsel NGC 1260, op een afstand van 240 miljoen
lichtjaar van de aarde.

 


Supernova SN 2006gy

 

Eta Carinae, een massieve ster in ons eigen melkwegstelsel, op een afstand va 7500 lichtjaar (32 000 keer dichterbij dan SN 2006gy),
bevindt zich momenteel in dit stadium. Het is niet duidelijk of Eta Carinae in de toekomst een supernova zou kunnen worden.

Gemini-telescoop ontleed Orionnevel, Sterren, 22 maart 2007

De Gemini-telescoop (twee acht meter telescopen) heeft, met het vorig jaar geïnstalleerde lasersysteem
waardoor de verstoringen in de
aardse atmosfeer worden weggefilterd, een zeer scherpe opname van
de Orionnevel kunnen maken. De opname laat gaskogels zien, die door het
stervormingsgebied heen schieten.

De kogels en hun lange golven zijn in 1983 voor het eerst waargenomen, maar pas sinds 1992 is bekend
dat de snel bewegende gaswolken door een nog onbekend proces uit het centrum van de Orionnevel,
waar tal van zware sterren zijn ontstaan, worden weggeschoten met snelheden tot
400 kilometer per seconde, dit is meer dan duizend keer sneller dan de snelheid van het geluid.

De kogels hebben reusachtige afmetingen, de punt van de kogel is ongeveer tien keer zo groot als de baan
van Neptunus om de
zon, ongeveer 60 miljard kilometer en de golven zijn ongeveer 1/5 van een lichtjaar lang.

De Orionnevel is een stervormingsgebied op een afstand van 1.500 lichtjaar bij ons vandaan.
Het bevat veel jonge sterren, waarvan vele zich in een omhulsel van donker gas bevinden.
Wetenschappers denken dat hier nieuwe planeten gevormd worden.

 


Orionnevel


Orionnevel, gaskogels uitvergroot

 

Neutronenster verbreekt snelheidsrecord, 17 februari 2007

Met behulp van de Europese gammasatelliet Integral heeft men een neutronenster ontdekt,
die het snelst om zijn as draait van alle neutronensterren die ooit zijn waargenomen.
De nieuwe recordhouder staat op een afstand van 35.000
lichtjaar, heeft een doorsnede van 15 kilometer,
maar bevat evenveel materie als de
zon en draait iedere seconde maar liefst 1122 keer om zijn as.

Een gewone ster zou bij zo'n snelle rotatie, die vergelijkbaar is met die van een ultracentrifuge voor het
verrijken van uranium, allang uiteen zijn geslingerd. Maar deze ster is echter zo klein en compact,
dat zijn aantrekkings nog net voldoende is om zijn materie bijeen te houden.

 


Neutronenster (rechts) trekt materie aan

 

De betreffende neutronenster, XTE J1739-285, is in 1999 ontdekt door de Rossi X-Ray Timing Explorer, RXTE
van de
NASA, in augustus 2005 zag de Integral de ster weer terug tot leven komen, waarna men de ster gedurende
enkele maanden heeft gevolgd en de Integral 20 uitbarstingen van röntgenstralen heeft waargenomen.
Aanvullende observaties zijn echter noodzakelijk om te bevestigen dat
de waargenomen snelheid niet het gevolg is van opsporingsfouten.

De neutronenster draait om een andere, gewone ster en zuigt daarvan het gas op
dat zich over het oppervlak van de neutronenster verspreidt.
Als die laag 5 tot 10 meter dik is geworden, gaan er kernreacties optreden, die tot
waterstof-bomachtige explosies leiden, waarbij veel röntgenstraling wordt uitgezonden.

Nobelprijs natuurkunde voor Amerikanen, 3 oktober 2006

De Nobelprijs voor de natuurkunde is dit jaar toegekend aan de Amerikaanse sterrenkundigen
John Mather en George Smoot. Zij krijgen de onderscheiding voor hun onderzoek naar het ontstaan
van sterrenstelsels en
sterren. Aan de prijs is een bedrag van 1 miljoen euro verbonden.

Zij danken deze toekenning aan hun onderzoek van het vroege heelal,
met name aan hun betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Cosmic Background Explorer, COBE,
die in 1989 door de
NASA is gelanceerd. Aan het project met COBE werkten meer dan
duizend wetenschappers, technici en andere betrokkenen.

De twee sterrenkundigen maakten ongekend nauwkeurige metingen naar de kosmische achtergrondstraling,
het overblijfsel van de eerste warmtestraling na de oerknal, die zich vrij door het heelal
kon verplaatsen en heel kleine temperatuurvariaties vertoont.

 


Temperatuur kosmische achtergrondstraling

 

Deze variaties worden beschouwd als een afspiegeling
van kleine dichtheidsverschillen in de materie die het jonge heelal vulde.
Het vroege heelal was extreem heet, bij het uidijen van het heelal, koelde het af.

Op plekken waar de dichtheid iets groter was dan gemiddeld,
zouden de eerste sterren en sterrenstelsels zijn ontstaan.

De kleurrijke kaart van de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling is ook wel omschreven
als de babyfoto van het heelal of het gezicht van God.

De COBE wordt opgevolgd door de Planck satelliet, deze is tien keer gevoeliger
en heeft een vijftig keer scherper vermogen dan de COBE, al deze kwaliteiten
maken de Planck satelliet duizend keer krachtiger dan de COBE.

 


Planck satelliet

 

Andromedastelsel is groter dan gedacht, 7 januari 2007

Astronomen hebben bij het Andromedastelsel een enorme halo van sterren ontdekt,
die zich tot ver voorbij de grenzen van de zichtbare schijf uitstrekt.
De ontdekking houdt in dat het Andromedastelsel maar liefst vijf keer groter is dan gedacht.

De doorsnede van de zichtbare schijf van Andromeda is 100.000 lichtjaar. Vorig jaar heeft men ontdekt,
dat veel sterren die zich buiten de schijf bevinden met de zichtbare schijf meedraaien.
Hierdoor kwam men tot de conclusie dat Andromeda, naast de zichtbare schijf, nog een ijlere buitenschijf heeft.
De doorsnede werd zo verdubbeld tot 200.000 lichtjaar.

De halo van het Andromedastelsel bestaat uit een ijle groep van oude, rode sterren,
die tot 500.000 lichtjaar van het centrum van het enorme spiraalstelsel aangetroffen kunnen worden.
Toch zijn ze zelfs op die grote afstand door de zwaartekracht aan het stelsel gebonden.

 


Andromedanevel met halo

 

Hubble fotografeert botsende sterrenstelsels, 18 oktober 2006

Hubble Space Telescope fotografeerde de botsing tussen twee spiraalsterrenstel,
die ongeveer 500 miljoen jaar geleden begon.
De sterrenstelsels in het sterrenbeeld Raaf, worden de Antennestelsels genoemd
en zijn de jongste en de het dichtstbij van twee botstende sterrenstelsels.
Terwijl de twee sterrenstelsels tegen elkaar botsen worden miljarden sterren geboren.

Op de foto zie je aan de linkerkant oranje vlekken en een grote vlek rechts van het midden
dit zijn de twee kernen van de vroegere sterrenstelsels.
De kernen bestaan voornamelijk uit oude sterren en delen van donkerbruin gas en stof.
De doorsnede van de sterrenstelsels is 500.000
lichtjaar, 5 keer groter dan ons melkwegstelsel.

 


Botsende sterrenstelsels

 

Beide sterrenstelsels worden omgeven door blauwe stervormingsgebieden en roze waterstofgas.
De sterrenhopen, blauw en roze, ontstaan door schokgolven in het gas tussen de sterren.
Het sterk verhitte waterstofgas zendt vooral rozerode straling uit
en de pasgeboren hete sterren stralen vooral blauw-wit licht uit.

De Antennestelsels hebben hun naam te danken aan de lange antenneachtige armen,
die een enorm grote lengte hebben en zich ver uitstrekken.
De twee armen werden ook 500 miljoen jaar geleden gevormd en geven een beeld over wat er met
ons melkwegstelsel kan gebeuren als het over zes miljard jaar met het Andromedastelsel botst.
Waarschijnlijk ontstaat er dan ook een soortgelijke situatie.

De Andromedanevel, 4 oktober 2006

De Andromedanevel is te zien op een nieuwe compositiefoto, die is samengesteld uit afbeeldingen
van de
Spitzer Space Telescope en de Galaxy Evolution Explorer (GALEX).
De lengte van het stelsel is 260.000
lichtjaar.

Er zijn hete gebieden met volwassen sterren en koele gebieden met rustige stervorming te zien.
De ultraviolette opnamen van GALEX laten het hete deel van de Andromedanevel zien.
De infrarode opnamen van Spitzer laten het koele deel zien.

 


Andromedanevel

 

Hete, jonge sterren zijn op de compositiefoto zichtbaar als blauwe gebieden,
de oude sterren zijn zichtbaar als groene vlekken. De heldere gele vlek in het centrum
wordt gevormd door een uitzonderlijk dicht gebied van oude sterren.

De rode vegen zijn koele gebieden waar sterren zich aan het vormen zijn.
De vormende sterren worden omgeven door kosmische wolken van gas en stof, die het licht van de sterren
tegenhouden, als deze sterren straks groot genoeg zijn zullen ze het gas en stof verwarmen en wegblazen.

Botsing sterrenstelsels laat donkere materie zien, 21 augustus 2006

Wanneer twee groepen sterrenstelsels op elkaar botsen, kan het hete gas gedeeltelijk van
de donkere materie worden gescheiden. De donkere materie volgt gedurende de botsing
een baan die helemaal door de zwaartekracht wordt bepaald.

Het hete gas daarentegen kan met elektromagnetische krachten wisselwerken,
als het hete gas van het ene sterrenstelsel op dat van het andere stelsel bots,
ontstaat daardoor een schok, die de beweging van het hete gas afremt.
Daardoor blijft de beweging van het hete gas achter bij de beweging van de donkere materie.

De Chandra X-ray Observatory heeft zo'n botsing waargenomen
bij het sterrenstelsel 1E 0657-56, of de Kogel-cluster.

 


Kogel-cluster botst met een sterrenstelsel

 

Op de opname zie je de botsing en het door elkaar heen gaan van twee sterrenstelsels,
de donkere materie wordt met blauw aangegeven en is niet vertraagd door de botsing,
maar het hete gas van beide sterrenstelsels, ongeveer 10%, is met een schok afgeremd.
Hierdoor heeft het hete gas een vertraging opgelopen in vergelijking met
de donkere materie en zijn beide van elkaar gescheiden.

De verdeling van het hete gas is gemeten door de Chandra, de andere sterrenstelsels op de
onderliggende foto (samengevoegd), zijn gemaakt door de
Hubble Space Telescope en de Magellan-telescope.

De Kogelcluster, dankt zijn naam aan de rode, kogelvormige uitstulping aan de rechterkant.
De opnamen zijn gemaakt met gewoon licht, röntgenlicht en de zwaartekracht-lensmethode.

Supersnel bewegende neutronenster, 12 augustus 2006

Men heeft de snelheid van een neutronenster gemeten.
De snelheid van die neutronenster was meer dan 1500 kilometer per seconde.
Daarmee is het één van de snelst bewegende neutronensterren in het heeal.

Hoe neutronensterren van die hoge snelheden kunnen bereiken is nog niet bekend.
De ster bevindt zich op een afstand van 6500 lichtjaar van de
aarde en heeft een hele grote dichtheid,
een theelepel materiaal van de
ster kan miljarden tonnen wegen.

 


De snelste neutronenster

 

De ontdekking is gedaan door de Chandra X-ray Observatory, die met tussenpozen van vijf jaar opnames
heeft gemaakt van de neutronenster RX J0822-4300 in de Puppis-A supernova.

Onderzoekers ontdekten dat de ster zich aan de hemel 44 miljoenste deel van een graad per jaar beweegt.
Gezien de afstand van 6500 lichtjaar komt dat neer op 1500 kilometer per seconde.
De ster en de supernova bewegen beide in tegenovergestelde richting.

Hubble fotografeert sterrenstelsel van de zijkant, 9 juni 2006

Met de Hubble Space Telescope is een opname gemaakt van het spiraalsterrenstelsel NGC 5866.
Het bijzondere van dit stelsel is dat we het van opzij zien, hierdoor lijkt het niet groot,
meestal hebben deze stelsels een doorsnede van 100.000
lichtjaar en een dikte van slechts een paar duizend lichtjaar.

Wat vooral opvalt is de donkere stofband die in het schijfvlak ligt en het stelsel in twee helften verdeelt.
Van de zijkant bekeken is zo'n sterrenstelsel, met miljarden sterren, vaak niet meer dan een streepje aan de hemel.
In het midden is de centrale bol te zien, de zijkant van de spiraalarmen en de lange slierten van jonge, hete sterren
evenwijdig aan de stofband en de ijle halo die het sterrenstelsel omhult.

 


Spiraalsterrenstelsel NGC 5866

 

Deze halo is dermate doorzichtig, dat het licht van verder weg gelegen melkwegstelsels er vrijwel ongehinderd
doorheen schijnt, NGC 5866 wordt officieel tot de spiraalstelsels gerekend, maar eigenlijk is het
een lensvormig stelsel, het is wel plat, maar vertoont van bovenaf gezien bijna geen spiraalvorm.

NGC 5866 staat in het sterrenbeeld Draak en wordt ook wel spinklos-stelsel genoemd, de afstand tot
de
aarde is ongeveer 44 miljoen lichtjaar en is iets kleiner dan ons eigen melkwegstelsel.

ESTEC meet nauwkeurige pulsar in Krabnevel, 8 juni 2006

Astronomen van ESTEC in Noordwijk, hebben pulsen die afkomstig zijn van de pulsar in
de Krabnevel in het sterrenbeeld Taurus - stier - nauwkeurig de gemeten in het zichtbare licht.
Het is voor het eerst dat deze pulsen iets eerder worden waargenomen dan op radiofrequenties.

De Krabnevel en de pulsar zijn overblijfselen van een supernova,
waargenomen door Chinezen in het jaar 1054 (zie nieuws rotstekeningen 7 juni 2006).

 


Krabnevel

 

De Krabnevel bevindt zich op een afstand van ongeveer 6500 lichtjaar van de aarde en wordt met
een snelheid van 1500 kilometer per seconde groter, de doorsnede is nu ongeveer 6 lichtjaar.
De pulsar in de nevel heeft een doorsnede van 10 tot 20 kilometer, en draait 30 keer per seconde om zijn as.
De straling die de pulsar uitzendt heeft een ruim bereik, van radiogolven tot gammastraling.

Al eerder hebben astronomen ontdekt dat de pulsen in röntgen- en gammastraling iets vooruitlopen
op de radiopuls, maar in het zichtbare licht bleek het meten van dit verschijnsel lastig.
Waarnemingen op de Canarische eilanden door de ESTEC-astronomen laten zien dat ook de pulsen
van de pulsar in de Krabnevel vooruitlopen, de puls komt in het zichtbare licht ongeveer
270 microseconden eerder op aarde aan dan op radiofrequenties.

Voor dit verschijnsel zijn twee verklaringen:
1. de straling op radiofrequenties ontstaat wat dichter bij de pulsar dan in het zichtbare licht, door het tijdsverschil
zou het verschil in afstand iets minder dan 100 kilometer moeten zijn.
2. of de straal van de radiopuls en de lichtpuls vallen niet precies samen, dan maakt de straal van de radiopuls
een hoek van ongeveer 3 graden met de straal in het zichtbare licht.

Rotstekening misschien supernova-explosie, 7 juni 2006

Op een rotstekening in White Tanks Regional Parks, net buiten Phoenix, in de staat Arizona in de Verenigde Staten
is misschien een weergave ontdekt, waarop een explosie van een
ster te zien is.

De rotstekening is waarschijnlijk gemaakt door een Indiaanse stam genaamd de Hohokam.
Deze stam leefde van 500 tot 1100 na Christus, de rotstekening is waarschijnlijk gemaakt in het jaar 1006.
Op de rotstekening zijn verschillende figuren zichtbaar, waaronder een schorpioen en een ster,
de ster stond in de buurt van het sterrenbeeld Schorpioen.

 


Rotstekening Supernova

 


Opname Supernova SN 1006 door Chandra X-Ray

 

Tegenwoordig is het restant van de supernova, SN 1006, gefotografeerd door de Chandra röntgensatelliet, nauwelijks zichtbaar
en gaat het object de geschiedenis in als de helderste supernova-explosie in de geschiedenis van de mensheid.

Eerder zijn in het zuidwesten van de Verenigde Staten rotstekeningen gevonden die vermoedelijk
een supernova in het jaar 1054 laten zien, op een afstand van 6300
lichtjaar (zie nieuws Pulsar Krabnevel 8 juni 2006).

Zwart gat in sterrenstelsel Centaurus, 24 april 2006

Met de röntgensatelliet, Chandra X-Ray Observatory is ontdekt dat het zwart gat, NGC 4696,
in het centrum van het Centaurus sterrenstelsel, een zeer zuinig zwart gat is.
Het
sterrenstelsel staat op een afstand van 150 miljoen lichtjaar van de aarde.

 


Zwart gat met holtes aan de zijkant in het centrum van Centaurus

 

Zwarte gaten hebben maar heel weinig brandstof tot hun beschikking, maar toch produceren ze enorm veel energie.
Zwarte gaten slokken materie, de brandstof, uit hun omgeving op en zetten die materie voor een belangrijk deel
om in energie, deze energie wordt vervolgens, in tegenovergestelde richtingen, grotendeels de ruimte in geblazen
in de vorm van twee straalstromen, ook wel jets genoemd.

 


Centaurus sterrenbeeld

 

De Chandra heeft nu ontdekt dat deze rustige zwarte gaten in de kernen van elliptische sterrenstelsels,
die maar weinig materie uit hun omgeving opslokken, toch heel veel energie aan de polen de ruimte in blazen,
in de vorm van bundels elektrisch geladen deeltjes.

De actieve zwarte gaten, ook wel quasars genoemd, produceren extreem krachtige jets in de vorm van
energierijke röntgenstraling, men heeft zich toen afgevraagd hoeveel gas een zwart gat
moet verzwelgen om jets te produceren, en hoe groot die jets dan zijn.

Met behulp van de Chandra hebben wetenschappers negen sterrenstelsel op 400 miljoen lichtjaar afstand
waargenomen, die allen ooit quasars geweest zijn. Dit heeft men kunnen vaststellen aan de hand van
de enorme holtes die door de zwarte gaten in de sterrenstelsels geblazen zijn.

De grootte van deze holtes hebben een verband met de snelheid waarmee het gas in het zwarte gat verdwijnt.
Het bepalen van beide levert een schatting van de hoeveelheid energie per hoeveelheid materie,
die door het zwarte gat worden omgezet. Het blijkt dat de jets ongeveer 2,5 % van hetgeen het zwarte gat
opneemt wordt uitgestoten als energie.

De energie van de jets, straalstromen verhit het gas in de sterrenstelsels, hierdoor kan het gas niet afkoelen
en wordt de vorming van nieuwe
sterren belemmerd.

Planetenstelsel-in-wording ontdekt rond pulsar, 5 april 2006

Spitzer Space Telescope heeft een planetenstelsel-in-wording ontdekt bij een pulsar op 13.000 lichtjaar afstand
van de
aarde. De schijf bevat naar schatting genoeg materiaal voor de vorming van tien planeten ter grootte
van de aarde. Spitzer registreerde de warmtestraling van een ronddraaiende stofschijf,
die zich op zo'n anderhalf miljoen kilometer afstand van de pulsar bevindt.

 


Pulsar met stofschijf

 

Pulsars zijn de kleine, compacte en snel ronddraaiiende overblijfselen van zware sterren, die aan het eind van
hun leven als supernova explodeerden. Eerder zijn bij een andere pulsar al planeten gevonden, maar het was nooit
helemaal duidelijk of dat oude planeten zijn, die de supernova-explosie hebben overleefd, of nieuwe planeten,
die ontstaan zijn in de nasleep van de explosie.

De ontdekking van de stofschijf rond de pulsar in het sterrenbeeld Cassiopeia, laat zien dat er inderdaad sprake
kan zijn van een tweede generatie planeten. De ster heeft waarschijnlijk 10 miljoen jaar bestaan.

Ongeveer 100.000 jaar geleden bezweek de ster door zijn eigen gewicht en ontstond er een supernova-explosie,
deze explosie waarbij de pulsar ontstond, moet ongeveer honderdduizend jaar geleden hebben plaatsgevonden
en was een hele grote, heldere ster met een massa van tien tot twintig keer de massa van onze
zon.

Twee bruine dwergen draaien samen, 15 maart 2006

Sterrenkundigen hebben een dubbelster ondekt, die uit twee bruine dwergen bestaat en om de tien dagen
voor elkaar langs schuiven, hierdoor neemt hun gezamelijke helderheid enkele uren af.
Er zijn al meer van deze paren ontdekt, maar het unieke van deze
sterren is dat ze zo dicht bij elkaar staan,
dat ze zich als één ster met een periodiek veranderende helderheid laten zien.

Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om de massa's van de twee om elkaar draaiende
bruine dwergen te bepalen. Bovendien kon van beide sterren ook de doorsnede worden gemeten.
De metingen waren mogelijk, doordat we vanaf de
aarde tegen de zijkant van het baanvlak van
de bruine dubbelster aan kijken. Hierdoor bedekken de beide sterren elkaar bij elke omloop.

 


Bruine dwergen, dubbelster

 

Bruine dwergen kunnen worden beschouwd als mislukte sterren, ze zijn te klein en te licht om fusiereacties
in hun kern op gang te houden. De onderzochte dubbelster, die zich in de Orionnevel bevindt, waar veel
sterren worden gevormd, bestaat uit bruine dwergen die 0,7 en 0,5 maal zo klein zijn als onze zon.

De bruine dwergen zijn respectievelijk 55 en 35 maal zo zwaar zijn als de planeet Jupiter.
Opmerkelijk genoeg blijkt de zwaarste van de twee ook de koelste te zijn, wat in strijd is met
de bestaande theorieën over de temperaturen van bruine dwergen van dezelfde leeftijd.

Dat betekent dat de beide sterren of niet even oud zijn of dat de huidige modellen onjuist zijn.
Mogelijk ontstonden ze op verschillende plaatsen in de Orionnevel en werden ze pas tijdens
een latere ontmoeting aan elkaar verbonden.

 


Orionnevel

 

Hyperreuzen ontdekt, 8 februari 2006

Met NASA's Spitzer Space Telescope zijn stofschijven ontdekt rond hyperreuzen,
dit zijn gigantisch zware, grote en heldere
sterren.

Mogelijk gaat het om protoplanetaire schijven, waaruit in de toekomst planetenstelsels kunnen ontstaan.
Eerder werd altijd aangenomen dat zulke protoplanetaire schijven geen overlevingskans
zouden hebben in de directe omgeving van hyperreuzen.

 


Hyperreus met stofschijf

 

Hyperreuzen zijn namelijk enorm heet en produceren een intense sterrenwind en
hyperreuzen ontploffen al enkele miljoenen jaren na hun geboorte als supernova.

De twee hyperreuzen bevinden zich in de Grote Magelhaense Wolk en zijn 30 en 70 maal zo zwaar als de zon.
Ze zijn zo groot dat de hele omloopbaan van de
aarde erin zou passen.

Overigens kan niet worden uitgesloten dat de hyperreuzen kleinere begeleiders hebben
en dat de stofschijven zich rond die begeleiders bevinden.

Sneldraaiende pulsar, 12 januari 2006
Pulsars staan bekend om hun snelle draaiing, maar nu heeft men er één gevonden
die zich niet aan de gangbare theorieën houdt.

Deze pulsar draait maar liefst 716 keer per seconde om zijn eigen as,
veel sneller dan tot nu toe voor mogelijk werd gehouden.

Pulsars zijn neutronensterren die aan hun polen bundels van straling de ruimte in schieten.
Neutronensterren zijn de overblijfselen van supernova’s.

 


Pulsar

 

De meeste pulsars draaien enkele tot honderden keren per seconde om hun as.

De pulsar is gevonden in een 10 miljard jaar oude sterrencluster, Terzan-5,
die zich op 28.000
lichtjaar afstand van de aarde bevindt.

De pulsar is waarschijnlijk niet groter dan 16 kilometer in doorsnede,
anders zou hij door de snelle draaiing uit elkaar vliegen.

De massa van de pulsar ligt rond de 2 zonnemassa’s.

Hubble fotografeerd Polaris Ab, 9 januari 2006
Polaris, beter bekend als de poolster, heeft twee begeleidende
sterren, Polaris B en Polaris Ab.
Polaris B bevindt zich ver genoeg van de ster vandaan om met een kleine telescoop waar te nemen.

Polaris B werd voor het eerst gezien door William Herschel in 1780.

Er is nog een tweede begeleider, namelijk Polaris Ab - Alfa Ursae Minoris Ab.
Onderzoekers wisten al sinds 30 jaar dat er nog een begeleider moest zijn.

Deze ster bevindt zich zo dicht bij Polaris, dat de ster nu pas door
de
Hubble Space Telescope kon worden gefotografeerd.

 


Poolster

 

Het driesterrensysteem bevindt zich op een afstand van 430 lichtjaren bij ons vandaan. De afstand tussen
Polaris en Polaris Ab is ongeveer 3,2 miljard kilometer en de baan om Polaris duurt 30 jaar.

Polaris B staat op 386 miljard kilometer afstand van de hoofdster Polaris.

De gemiddelde afstand tussen de zon en Pluto is 4 miljard kilometer.
Het helderheidsverschil maakt het nog moeilijker om de sterren van elkaar te onderscheiden.

Polaris is een superreus die 2.000 keer helderder is dan de zon en een massa heeft van 4,3 keer de massa van de zon.
De hoofdster maakt deel uit van het sterrenbeeld Kleine Beer.

De ster markeert het punt waar de sterrenhemel op het noordelijk halfrond omheen lijkt te draaien.

De Polaris Ab is een ster, die iets zwaarder, iets heter en iets helderder is dan de zon.

Orionnevel, 11 januari 2006
Met de
Hubble Space Telescope is een mooie gedetailleerde fotomozaïek gemaakt van
de Orionnevel en laat duizenden
sterren, stervormingen en bruine dwergen zien.

De fotomozaïek is samengesteld uit 520 afzonderlijke opnamen, waar een half jaar aan gewerkt is.

De Orionnevel bevindt zich in het sterrenbeeld Orion, op een afstand van 1500 lichtjaar van de aarde.

De nevel behoort tot de mooiste objecten aan de nachthemel, maar het zal niet eeuwig zo blijven.
Uiteindelijk zal de nevel uit Orion verdwijnen en komt er een prachtige open sterrenhoop voor in de plaats.

 


Orionnevel

 

Nauwkeurige klok, 1 december 2005
Telescopen op de McDonaldsterrenwacht in Texas hebben in het sterrenbeeld de Kleine Leeuw
een witte dwerg waargenomen, die de nauwkeurigste klok is die tot nu toe is ontdekt.

De ster is ongeveer 400 miljoen jaar oud en zend elke 3 minuten en 35 seconden een lichtstraling uit.
Deze licht- of radiogolven worden door de
aarde als de tikken van een heel nauwkeurige klok opgevangen.

De lengte van de tik wordt bepaald door de draaisnelheid van de ster.
De ster staat op een afstand van 200
lichtjaar jaar van de aarde.

 


Witte dwerg

 

De witte dwerg is het overblijfsel ven een ster die aan het einde van zijn leven opzwol en zijn buitenste lagen
de ruimte inblies, er blijft dan een zeer hete kern over die niet veel groter is dan de aarde.

Sommige van deze witte dwergen pulseren en heten dan pulsars.

De lichtgolven nemen heel langzaam af doordat de witte dwerg heel langzaam afkoelt.

De ster in de Kleine Leeuw draait elke 8,9 miljoen jaar één seconde langzamer
om zijn as en vormt zo een stabiele klok.

Einstein-ringen, 17 november 2005
Een team van Nederlandse en Amerikaanse astronauten hebben
het grootste aantal Einstein-ringen ooit gevonden.

Tot nu toe waren er drie Einstein-ringen bekend.

De opnamen van acht verschillende sterrenstelsels op een afstand van 2 tot 4 miljard lichtjaar,
zijn gemaakt door de
Hubble Space Telescope samen met de SDSS.

Deze sterrenstelsels zijn grote elliptische sterrenstelsels, die het licht verstoren van sterrenstelsels
die erachter staan op een afstand van 4 tot 8 miljard lichtjaar tot de
aarde.

 


Einstein-ringen

 

Terwijl het licht van de achterste sterrenstelsels naar de aarde reist wordt het verstoord
door de aantrekkingskracht van de grote elliptische sterrenstelsels.

Hierdoor ontstaat soms een blauwe ring, dit wordt de Einstein-ring genoemd.

Dit gebeurt alleen als de sterrenstelsels en de aarde, recht op één lijn achter elkaar staan.

De Einstein-ringen zijn het mooiste voorbeeld van kromming van tijd en ruimte
door afbuiging door grote objecten zoals sterrenstelsels.

Dit was voorspeld door Albert Einstein, toen hij zijn beroemde
Algemene Relativiteitstheorie ontwikkelde.

Jonge sterren, 16 november 2005
Met de
Spitzer Space Telescope zijn vele tientallen jonge sterren ontdekt
in een stervorminggebied in het sterrenbeeld Perseus.

De sterren zijn minder dan één miljoen jaar oud en staan op ongeveer 1000 lichtjaar afstand.

 


Stervorming

 

Op gewone foto's zijn de sterren niet zichtbaar doordat de donkere wolken
van gas en stof het licht van de sterren opnemen.

De infraroodstraling van deze sterren dringt wel door het stof heen
en kan door de Spitzer worden waargenomen.

Ongeveer 80 van deze nieuw ontdekte sterren worden omringd door een afgeplatte,
ronddraaiende gasschijf waaruit planetenstelsels kunnen ontstaan.

Supernova-restanten, 16 november 2005
Twee supernova-restanten waargenomen door de
Chandra, een röntgensatelliet.
De twee bevinden zich in de Grote Magelhaense Wolk.

Door deze nieuwe opname weten wetenschappers nu meer over het tweetal,
waaronder een belangrijk verschil in het ontstaan.

 


Twee supernova-restanten

 

Ze zijn op verschillende manieren ontstaan.

De bovenste supernova bevat meer ijzer en is waarschijnlijk het product van
een witte dwerg, die in elkaar is gestort tot neutronenster.

De onderste supernova bevat minder ijzer en is veroorzaakt door een hele zware ster,
die na een paar miljoen jaar explodeert.

Kleine Magelhaense Wolk, 11 november 2005
Een mooie opname van de Kleine Magelhaense Wolk, gemaakt door de
Hubble Space Telescope.

 


Kleine Magelhaense Wolk

 

In de Kleine Magelhaense Wolk bevindt zich één van de meest dynamische
stervorminggebieden, op een afstand van 210.000 lichtjaar vanaf de
aarde.

De Kleine Magelhaense Wolk is een satellietstelsel van ons melkwegstelsel.
Midden in het centrum zie je een stervorminggebied van een heldere sterrengroep (NGC 346).

De Magelhaense Wolken zijn genoemd naar Ferdinand Magelhaen, een Portugese ontdekker
die in 1519 als één van de eerste Europeanen deze sterrenstelsels ontdekte.

Supersnelle ster, 9 november 2005
Door de ontdekking van een supersnelle ster, HE 0437-5439, in de kern van de Grote Magelhaense Wolk
vermoeden astronomen dat zich in de kern een zwaar
zwart gat bevindt.

De ster heeft een snelheid van 2,6 miljoen kilometer per uur en zal in de toekomst de ruimte invliegen.

 


Supersnelle ster en Grote Magelhaense Wolk

 

De ontdekking werd gedaan door de Very Large Telescope in Chili.

Het gaat om een jonge, zware ster van ongeveer 35 miljoen jaar oud, staat 200.000 lichtjaar
vanaf de aarde en heeft een massa van 9 keer de zon. Hij blijkt een chemische
samenstelling te hebben die kenmerkend is voor de Magelhaense Wolk.

Waarschijnlijk is de ster afkomstig uit de kern van de Grote Magelhaense Wolk, waar zich
waarschijnlijk ook het zwarte gat bevindt, met waarschijnlijk een massa van 1000 zonnen.

Sterren ontstaan niet met zulke hoge snelheden, hij moet een keer sterk versneld zijn geraakt.
De hogesnelheidsster zal oorspronkelijk deel uit hebben gemaakt van een dubbelstersysteem
dat op korte afstand langs dit zwarte gat bewoog. Daarbij werd de dubbelster
uiteengerukt, en werd één van de twee sterren de ruimte in geslingerd.

De Grote Magelhaense Wolk is een naaste buur van ons melkwegstelsel
en staat 170.000 lichtjaar van ons vandaan.

Eerste sterren, 2 november 2005
De
Spitzer Space Telescope heeft een zwakke gloed waargenomen van de vorming van
de allereerste generatie sterren in het heelal.

De sterren ontstonden na de oerknal toen het heelal nog geen tweehonderd miljoen jaar was
en korte tijd erna als
supernova's explodeerden.

Het sterrenlicht dateert uit de tijd dat er nog geen sterrenstelsels bestonden.

 


vorming van de allereerste sterren

 

Deze gebieden liggen op miljarden lichtjaren afstand in het heelal.

Het is heel moeilijk om zo ver terug in de tijd te kijken en de infraroodstraling van de eerste sterren
te onderscheiden van de latere sterrenstelsels en andere objecten.

Het is astronomen nu toch gelukt om al deze stralingen die samen werden waargenomen als
kosmische infrarood-achtergrond straling van elkaar te scheidden, door de storende straling van verre
sterrenstelsels, gas -en stofwolken te verwijderen.

Er bleef een vage infraroodgloed over die volgens de onderzoekers van de allereerste sterren moet komen.

 

 


 

Swift en sterexplosie

13 september 2005
Astronomen hebben een sterexplosie op een recordafstand van 13 miljard lichtjaar waargenomen,
dus daterend uit de tijd dat het heelal nog geen miljard jaar oud was.

Het licht heeft er 12,7 miljard jaar over gedaan om bij de aarde te komen.

 


Sterexplosie

 

Een lichtjaar is de eenheid die astronomen gebruiken voor afstanden buiten ons zonnestelsel.
Eén lichtjaar is de afstand die het licht in één jaar aflegt, namelijk 9.460 miljard kilometer
(per seconde heeft het licht een snelheid van 300.000 kilometer).

De gebeurtenis werd waargenomen door de Amerikaanse satelliet Swift,
die op 4 september ruim drie minuten lang op één punt aan de hemel een sterke
gammastraling
ontdekte aan de rand van het waarneembare heelal.

 


Swift

 

Met telescopen op aarde werd daarna de afstand van deze gammastraal uitbarsting bepaald.
Een gammastraal ontstaat als een zware
ster ineenstort tot een zwart gat.

Een zwart gat ontstaat, wanneer de kern van een zware exploderende ster,
die ongeveer 5 keer zo zwaar is als de
zon, ineenstort.

De zwaartekracht is zo sterk dat ze alles vasthoudt.
Omdat licht er niet meer uitkomt, lijkt het een zwart gat.

Deze ster was waarschijnlijk ook een zware reuzenster, die na een heel kort bestaan ineenstortte
en een zwart gat vormde met een bijna oneindig sterke zwaartekracht.

Daarbij kwam 300 maal zoveel energie vrij als de zon in 10 miljard jaar uitzendt.

Hoewel deze explosies al jarenlang worden waargenomen, weten astronomen nog steeds niet
hoe al deze energie wordt gemaakt.