De maan is de natuurlijke satelliet van de aarde.
Ze
cirkelt op een afstand van
384.500 kilometer om de aarde heen en heeft een doorsnede van
3475,6 kilometer.
Ze draait in 27,3 dagen één rondje om de aarde.

De maan
De maan
is een koude,
levenloze, stenen bal, ze is vier keer zo klein als de aarde,
heeft geen dampkring of vloeibaar water en haar oppervlak is
bedekt met kraters.
De temperatuur loopt overdag op tot 115°C en zakt ’s nachts tot 160°C onder nul.
De
vlekken die we op de maan
zien, noemen we zee of mare, dit zijn donkere gebieden,
die bestaan uit vulkanische lava, de lichtere gebieden zijn ouder,
hoger land.
Net
als de planeten
geeft de maan zelf geen licht.
Dat je hem als een lichte bol of sikkel ziet, komt doordat er
zonlicht op de maan valt.
Zo lijkt het alsof de maan zelf licht geeft.
De maan
is waarschijnlijk 4.5
miljard jaar geleden ontstaan,
toen een hemellichaam ter grootte van Mars op de jonge aarde insloeg.
Gesmolten
gesteente van de
twee hemellichamen werden de ruimte ingeslingerd.
Dit gesteente klonterde samen en hieruit is waarschijnlijk de
maan ontstaan.
Op 21
juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan,
de astronaut Neil
Armstrong
stapte als eerste mens op de maan, gevolgd door Edwin Aldrin.
Deze historische gebeurtenis werd op de televisie gevolgd door
miljoenen mensen.
De
Mariner 10 was de laatste
missie uit het Mariner-programma,
de lancering vond plaats op 3 november 1973.

Mariner 10
Het doel
was via een flyby op
5 februari langs Venus te vliegen en daarna naar Mercurius.
Mercurius werd bereikt op 29 maart 1974, na twee rondjes om de zon werd op 21 september 1974
Mercurius voor de tweede keer bereikt, daarna voor de derde keer
op 13 maart 1975.
In totaal werd 45% van de planeet in kaart gebracht en er werden
ook metingen verricht.

Foto van Mercurius
Mars
is twee keer zo
klein als de aarde, Mars was de Romeinse god van de oorlog.
De planeet is al heel lang, sinds de oudheid bekend.
Een koude en droge woestijn, zo moet je je Mars voorstellen, overal ligt fijn rood zand en gesteente.
De rode kleur van Mars is afkomstig van ijzeroxide (roest) in de bodem van de planeet.
De samenstelling van de atmosfeer:
Het
kan er behoorlijk
hard vriezen, ongeveer –120°C.
Toch kan het op sommige plaatsen wel 63°C worden.

Mars
Mars
heeft droge geulen,
ravijnen en polen met ijskappen van droogijs.
Net als op de aarde heeft Mars seizoenen, lente, zomer, herfst en
winter.
Hij
draait in ruim 24,5
uur om zijn as en in 687 dagen om de zon.
Een dag duurt er ongeveer even lang als op aarde, maar een jaar
duurt wel twee keer zo lang.
Dat
komt omdat Mars
anderhalf keer verder van de zon af staat dan de aarde.
Hij doet dus langer over zijn baan rondom de zon.
De gemiddelde afstand tot de zon is 228 miljoen km.
Op
Mars ligt een vulkaan,
de Olympus Mons,
die drie keer zo hoog is als de hoogste berg op aarde, de Mount
Everest.

Olympus Mons
De
Olympus Mons is de
grootste vulkaan uit ons zonnestelsel,
is 24 kilometer hoog en heeft een doorsnede van 600 kilometer.
Het
oppervlak wordt
ingesneden door een stelsel van canyons, de Valles Marineris,
dat 4500 kilometer lang is en 8 kilometer diep.

Valles Marineris
De korst
van Mars bestond vroeger, een paar miljard jaar geleden, net
zoals nu de korst van de aarde
uit enkele platen of schollen die ten opzichte van elkaar bewogen.
Dit blijkt uit onderzoek van de magnetische sporen in gesteenten van het Marsoppervlak.
Dit zou ook
het ontstaan van de 4500 kilometer lange Valles Marineres kunnen
verklaren
en het feit dat de grote, oude vulkanen in het Tharsis-gebied op
één lijn liggen,
net zoals die van Hawaï op de aarde.
DEIMOS
Deimos
is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 16 kilometer.

Deimos
PHOBOS
Phobos
is
ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 22 kilometer.

Phobos
| Nieuws: |
| Mars Express |
| Mars Odyssey |
| Phoenix |
| Mars Global Surveyor & MRO |
| Opportunity & Spirit |
| Overig |
Juli
2003
De twee Mars Exploration Rovers zijn gelanceerd met aan boord de
Spirit en de Opportunity.

Spirit
De
Spirit landde 4
januari 2004 in de Gusev-krater.
De Opportunity landde 25 januari 2004 in Terra Meridiani, aan de
andere kant van Mars.

Opportunity
Het
doel is om rotsen,
stenen en de bodem te onderzoeken op aanwezigheid van water lang
geleden
en als er water is of is geweest, is er misschien ook leven (geweest).
Het
was de bedoeling dat
ze een half jaar rond zouden rijden, maar tot nu toe doen ze het
nog steeds goed,
zodat ze waarschijnlijk tot eind 2005 zullen doorrijden.
22 november 2005
De Spirit bevindt zich bijna één Martiaans jaar op Mars, 670
dagen nu.
Een jaar op Mars duurt 687 dagen.
Op 11 december zijn de Spirit en de Opportunity één Marsjaar lang op Mars
In
januari zijn beide
rovers twee aardse jaren op Mars.
Op het moment is het bijna zomer op Mars.
De
rovers hebben alle
seizoenen overleeft.
Het overleven van de winter was de belangrijkste prestatie van de
rovers.

Spirit één Martiaans jaar op Mars
Oorspronkelijk
zouden ze
90 dagen op Mars rijden, maar dit is bijna
zeven keer zo lang geworden en ze doen het nog steeds goed.
Het stof op de zonnepanelen wordt door stofhozen, dust devils, af en toe schoongeblazen.
Op 2
juni 2003
is de Mars Express van de ESA met aan boord de Beagle 2 is gelanceerd,
de Beagle 2 zou op 25 december 2004 op Mars landden, maar de Beagle 2 verongelukte.

Beagle 2
De Mars Express draait nog steeds rond Mars, net als de Mars Odyssey en de Mars Global Surveyor van de NASA.

Mars Express met de Beagle 2
De missie van de Mars Express wordt in december 2005 met 23 maanden verlengd.
Een
speciale meter op de Mars Express heeft methaan en sporen van
formaldehyde waargenomen.
Methaan en formaldehyde zijn stoffen die nodig zijn voor het
ontstaan van leven.
De
spectrometer van de Mars Express, de Omega, kan zichtbaar licht en infraroodstraling
meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.

Omega
Beagle
2, 20
december 2005
De zoekgeraakte Beagle 2 die twee jaar geleden afdaalde naar Mars
om sporen van leven te zoeken
is mogelijk gevonden en lijkt nog in redelijke staat.
De Beagle 2 bevindt zich in een kleine krater en is ontdekt op foto's, gemaakt door de Mars Global Surveyor.
Op de foto kunnen de lichte vlekken de airbags zijn en de donkere de zonnepanelen van de Beagle.

Mogelijke landingsplaats Beagle 2
De lander
is waarschijnlijk met een te hoge snelheid op Mars terecht
gekomen
doordat de dampkring ijler was dan verwacht, als gevolg van
stofstormen.
Misschien
dat de Mars Express betere opnamen van de plek kan nemen
om meer duidelijkheid te krijgen over de Beagle 2.
Ruimtesonde van de NASA is gelanceerd op 7 november 1996
en kwam op
12 september 1997 in een baan om Mars.
De Mars Global Surveyor moet het oppervlak van Mars zo duidelijk mogelijk in kaart brengen.

Mars Global Surveyor
Op 12
augustus
2005 is de Mars Reconnaissance
Orbiter gelanceerd en zal op 10 maart 2006
bij Mars aankomen
en ongeveer 4 jaar gebruikt worden en kostte 720 miljoen dollar.
De MRO
is niet alleen groter dan de meeste sondes, 6 meter hoog, maar
heeft ook de grootste
telescoop die ooit zo ver de ruimte in is geschoten, de lens
heeft een doorsnede van 50 centimeter.
De schotelantenne heeft een doorsnede van 3 meter.

Mars Reconnaissance Orbiter
De
orbiter zal het
oppervlak onderzoeken en onderzoeken of er in de bodem water
aanwezig is.
Meer duidelijkheid over klimaat, dampkring, geologische
geschiedenis
en mogelijke aanwezigheid van leven op Mars.
Er
wordt ook onderzocht
waar het landschap geschikt is voor toekomstige landingsplaatsen
voor bemande en onbemande ruimtemissies.
21
november 2005
De eerste koerswijziging door de NASA is gemaakt, er zullen nog vier wijzigingen
volgen.
De
Mars
Reconnaissance Orbiter
heeft nu al meer
dan de helft van de afstand afgelegd.
Als hij bij Mars aankomt zal de MRO een
half
jaar nodig hebben om in de goede baan te komen.
Onze
zon is één van de ongeveer 200-400 miljard sterren in het melkwegstelsel.
Ons zonnestelsel bevindt zich aan de rand van het centrum in
één
van de armspiralen van dit melkwegstelsel.
Astronomen
vermoeden dat
ons melkwegstelsel een balkspiraal is, maar dat is moeilijk te
zien
en ze heeft een massa van meer dan 100 miljard zonmassa's.
De
doorsnede van onze
melkweg is van het ene uiteinde
naar het andere uiteinde is 100.000 lichtjaar ofwel 946.000.000 miljard kilometer.
De
melkweg heeft een
dikte van 2300 tot 2600 lichtjaar.
Het centrum van het melkwegstelsel heeft een dikte van 13.000
lichtjaar.
Zie
je een heldere,
melkachtige band aan de hemel, dan kijk je naar het centrum van
de melkweg.
De melkweg draait eens in de 220 miljoen jaar om haar eigen
middelpunt rond.

Ons melkwegstelsel
De melkweg
is tussen de één miljoen en één miljard jaar na de oerknal ontstaan,
toen het heelal weinig meer was dan een enorme nevel van
waterstof en helium.
Uit deze nevels werden de sterrenstelsels/melkwegstelsels gevormd.
In ons
melkwegstelsel wordt ongeveer één zonmassa per jaar aan gas in
sterren omgezet,
dit zijn gemiddeld 7 à 8 nieuwe sterren.
Uit
onderzoek door de ESA met de gammasatelliet Integral blijkt dat er
gemiddeld
elke vijftig jaar, ergens in de melkweg een supernova-explosie plaatsvindt.
Doordat gammastraling door
stofwolken heen
gaat, kan er beter worden waargenomen.
Uit het gas dat vrijkomt bij een supernova-explosie kunnen zich
weer nieuwe sterren vormen.
Alle elementen die we hier op aarde vinden, zijn het resultaat van dergelijke sterexplosies.
Melkwegstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

Spiraalstelsel
De schijfstelsels worden weer verdeeld in:

Balkspiraalstelsel
Daarnaast bestaan er nog de
onregelmatige
stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.
De Andromeda-nevel is één van de meest nabije sterrenstelsels en staat op een afstand van 2,52 miljoen lichtjaar.
Meestal verwijderen
sterrenstelsels zich
van elkaar, maar de Andromedanevel komt met
een snelheid van 140 kilometer per seconde dichter naar ons zonnestelsel in de melkweg.
Over ongeveer 4 miljard jaar ontmoeten ze elkaar.

Andromeda-nevel
De vorming van sterrenhopen
is meestal het
gevolg van wisselwerking van twee melkwegstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en
hierbij worden samengeperst.
Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.
De kans dat twee sterren
elkaar raken is
gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.
Het
kleinste sterrenstelsel heeft een doorsnede van een paar duizend
lichtjaar,
het grootste een doorsnede van ruim een miljoen lichtjaar.
Astronomen
denken dat de
meeste sterrenstelsels een superzwaar zwart gat in hun centrum
hebben,
onze melkweg is daar geen uitzondering op.
Eerst
dachten
wetenschappers dat het zwarte gat van ons melkwegstelsel de
dubbelster Cygnus X-1 was,
maar volgens de laatste berichten is het gebied van het zwarte
gat Sagittarius
A.

Cygnus X-1
De
ster Eta Carina zou
wel eens de grootste en zwaarste ster van ons melkwegstelsel
kunnen zijn.
Hij staat op een afstand van 7500 lichtjaar en is vanuit
Nederland niet te zien
Hij
heeft een massa van
100 tot 150 keer die van de zon en astronomen vermoeden dat de
grootte
dichtbij het maximum ligt, worden ze nog groter dan kunnen ze
niet blijven bestaan.
Als zo'n megaster aan het eind van zijn levensduur komt, krijg je een supernova-explosie.

Sirius
Sirius
A, de hondsster,
is de helderste ster aan de hemel, hij is twee keer zo zwaar als
de zon met
een temperatuur van 10.000°C en staat op een afstand van minder
dan 8,6 lichtjaar
van ons vandaan, terwijl Eta Carina op een afstand van 7500
lichtjaar te vinden is.
Sirius
B is een kleine
witte dwergster die rond Sirius draait, een dubbelster dus.
De ster heeft een massa van 98% van de zon, de temperatuur van het oppervlak is ongeveer
25.000°C.
De
doorsnede is slechts
12.000 kilometer, de ster heeft een zwaartekrachtsveld die 350.000
keer sterker is
dan op aarde en is eigenlijk al in 1862 ontdekt, maar was door de
helderheid van Sirius heel moeilijk te zien.
Volgens
de
relativiteitstheorie van Einstein veroorzaakt een dergelijke
zwaartekracht
een roodverschuiving in het licht, hierdoor kun je metingen
verrichten.
Met de Hubble Space Telescope is de ster nu in beeld gebracht.

Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B
In
1995 werd de eerste
planeet buiten ons zonnestelsel gevonden.
Deze exoplaneet heet 51 Pegasi B en draait rondjes om 51 Pegasi,
een gele dwergster die op onze zon lijkt.
51 Pegasi B is ongeveer half zo zwaar als Jupiter en het is er zo'n
1000°C.
In
het melkwegstelsel
bevinden zich sterrenhopen en nevels,
Sterrenhopen kunnen open of bolvormig zijn.
Bolvormige
sterrenhopen
bevatten tienduizenden tot miljoenen sterren en de meeste
ontstonden
tegelijk met de melkweg zelf, zo'n tien miljard jaar geleden.
De
grootste bolvormige
sterrenhoop in onze melkweg is Omega Centauri.
De Omega Centauri is één van de weinige sterrenhopen die je
zonder telescoop kunt zien,
terwijl hij zich ruim 16.000 lichtjaar van ons vandaan bevindt.

Omega Centauri
Open
sterrenhopen
bestaan uit veel minder sterren, tientallen tot honderden sterren.
De Plejaden en de Hyaden zijn de bekendste open sterrenhopen.
De
Plejaden bestaan uit
een aantal hete, blauwe sterren en onder
ideale omstandigheden kun je er veertien met het blote oog zien.
In totaal bevat de groep ongeveer 500 sterren.

De Plejaden
De
nevels bevatten
bouwmaterialen, waterstof en helium,
om weer nieuwe sterren en planeten te vormen, zoals Adelaarsnevel en Helixnevel.
De
Nederlandse
astronomen Jan Hendrik
Oort en Hendrik
van de Hulst hebben door waarnemingen
van de golflengte van lichtstraling, in 1951 de melkweg en de
spiraalvorm in kaart gebracht,
zonder dat we zelf de hele melkweg kunnen zien.
Eén van de grote vraagstukken
in de
sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende
materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet
waar deze materie uit bestaat.
Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.
Melkwegstelsels kunnen wel
tien keer
zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.
In het centrale binnengebied
van een
melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De Hubble
Space Telescope
is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van
donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee sterrenstelsels in kaart gebracht.
De nieuwe resultaten
bevestigen de theorie
dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.
Door het bestuderen van
groepen
sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is
verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van
sterrenstelsels.
Het onderzoek laat zien dat
sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000 lichtjaar.
Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.
Het licht van deze heel verre
sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard lichtjaar bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de
donkere materie.
De donkere materie houdt de
sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van
30
miljoen zonmassa’s.
Dit betekent dat een massa
donkere materie
nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 96% uit donkere materie.
Bovendien blijkt donkere
materie zich met
een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.
Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.
Jongste exoplaneet ontdekt, 1 maart 2010





Zwart gat in onze Melkweg, 11
december 2008
In het centrum van onse Melkweg bevindt zich een zwart gat,
Sagittarius A,
(Boogschutter A) en is ongeveer vier miljoen keer zo
zwaar als onze zon.
Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, staat op een afstand van
27.000 lichtjaar van de aarde.
Astronomen uit een
aantal landen
hebben met behulp van telescopen in Chili de bewegingen
van 28 sterren, die om
het centrum van ons melkwegstelsel draaien, gedurende 16 jaar in de gaten
gehouden.
Deze langdurige studie heeft het bewijs geleverd dat
superzware zwarte gaten bestaan.
Een zwart gat is een bijzonder hemellichaam, waaruit geen licht of
materie kan ontsnappen.
In 1992 is
het onderzoek
naar de stellaire
baanbewegingen van
de sterren begonnen met
de New Technology
Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.
De
laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan met
één van
de vier
telescopen
die de Very
Large Telescope, VLT, van ESO vormen.

Bijzondere neutronenster in de Melkweg ontdekt, 28 september 2008
Met de
SWIFT-satelliet is een
bron, SWIFT J195509+261406, ontdekt die eerst als gammaflits
in het verre heelal werd gezien, maar daarna activiteiten
vertoonde waarvan men vermoed
dat het om een nieuw soort neutronenster gaat, de magnetar, in onze eigen Melkweg.
Na eerst
gammastraling te
laten zien vertoonde SWIFT J195509+261406 drie dagen lang
optisch vuurwerk, gevolgd door een periode van elf dagen van
nabij-infrarodemissie.
Er werden acht telescopen gebruikt, waaronder SWIFT-satelliet ( NASA),
XMM-Newton (ESA) en Very Large Telescope (ESO) in Chili.
Magnetars
zijn jonge
neutronensterren met een heel hoog magnetisch veld, die zich
tientallen jaren lang rustig kunnen houden. Waarschijnlijk vormen
zij een groot aantal
in de Melkweg, ook al zijn er pas twaalf gevonden. Volgens
sommige theorieën ontwikkelen
de hoog-energetische magnetars zich tot objecten die
radiostraling uitzenden, zoals pulsars,
maar tot nu toe is er geen enkele bron gevonden waarbij dit
gebeurd.
SWIFT J195509+261406 is het eerste object dat hiervoor in
aanmerking komt.

Neutronenster in de Melkweg
Tot nu toe werden magnetars
onderverdeeld
in twee soorten: de Soft gamma-ray repeaters (SGR’s),
deze objecten zenden gammastraling uit en Anomalous
X-ray
pulsars (AXP’s), deze objecten
zijn anders dan normale pulsars en vertonen geen SGR kenmerken.
Vervolgwaarnemingen op
röntgen- en
optische golflengten moeten definitief uitwijzen
of SWIFT J195509+261406 inderdaad een nieuw type neutronenster is
tussen
de SGR’s/AXP’s en de geïsoleerde, donkere
neutronensterren in.
Een ander alternatief is dat het hier een ultracompacte
röntgendubbelster betreft,
waarin een lichte ster en een neutronenster in een zeer dichte baan
om
elkaar heen draaien.
Melkwegstelsel heeft twee grote spiraalarmen, 5 juni 2008
Waarnemingen met de Spitzer
Space
Telescope laten
een ander beeld
van de structuur
van de Melkweg zien. Het blijkt dat de Melkweg slechts twee
belangrijke spiraalarmen heeft en
twee minder belangrijke spiraalarmen, hierdoor is het een normaal
spiraalsterrenstelsel geworden.
Men ging ervan uit dat de
Melkweg vier
belangrijke spiraalarmen zou hebben,
terwijl de meeste grote spiraalstelsels er twee hebben.
Na
onderzoek in de jaren
’50 werd het bestaan aangetoond van drie spiraalarmen van
hete sterren.
Deze werden genoemd naar de sterrenbeelden waarin hun bestaan
voor het eerst werd aangetoond:
Perseus, Orion en Sagittarius. Vervolg onderzoek in de jaren
’60 en ’70 waarbij men gebruik maakte
van radio-astronomie, om de vorm van de spiraalarmen te
achterhalen, bleek dat de Melkweg uit
vier spiraalarmen bestaat, namelijk Norma, Scutum-Centaurus,
Sagittarius en Perseus.
De zon bevindt zich in de onvolledige spiraalarm van
Orion, die zich uitstrekt tussen de Sagittarius en Perseus.
In de jaren ’80 en ’90 heeft men nog enkele onvolledige
spiraalarmen ontdekt, waaronder een zwakke
buitenste arm en verschillende zwakke ringen van sterren, die
rondom de Melkweg gewikkeld zijn.
Begin
juni 2008 is de
ontdekking van een aanvullende spiraalarm bekend gemaakt, de 3
kpc-arm.
Het bestaan van een onvolledige spiraalarm met deze naam was al
bekend, maar nu heeft men
ook het ontbrekende deel van de arm ontdekt.

Melkweg en spiraalarmen
De
minder belangrijke
spiraalarmen van de Melkweg hebben veel minder heldere sterren
dan men dacht,
het zijn kleine concentraties van gaswolken en jonge sterren. Dit
zijn de Sagittarius-, Norma- en 3 kpc-armen.
De twee andere belangrijke spiraalarmen, Scutum-Centaurus en
Perseus, blijken juist veel belangrijker te zijn.
Scutum-Centaurus
en
Perseus zijn volwaardige spiraalarmen, met veel jonge sterren en
rode reuzen.
De twee grote spiraalarmen beginnen aan de uiteinden van de
centrale balk, een langgerekte
structuur van voornamelijk oude sterren in het centrum van het
melkwegstelsel.
De aanwezigheid van die balk werd pas in de jaren negentig
ontdekt.
De
metingen aan de
sterdichtheden van de spiraalarmen werden samengevoegd op een
nieuw
Melkwegmozaiek (ongeveer een derde van de Melkwegband) van
honderdduizenden infraroodfoto's,
waarop Spitzer in totaal meer dan honderd miljoen sterren
vastlegde ook stervorminsgebieden, ijle bellen en
schillen, stofwolken, supernova-restanten en moleculaire wolken
waarin onder andere koolwaterstof voorkomt.

Infraroodopname Melkweg
Infrarode
golflengten
kijken door absorberende stofwolken heen, zodat de structuur van
het Melkwegstelsel
beter opvalt dan in zichtbaar licht. Spitzer keek tot afstanden
van ongeveer zestigduizend lichtjaar,
ver voorbij het centrum van het Melkwegstelsel.
Supernova's in het Melkwegstelsel, 10 april 2008
Op eerder opnamen van de
infraroodsatelliet Spitzer
Space Telescope
zijn op korte afstand
van elkaar, twee sterrenclusters ontdekt in het centrale midden van de Melkweg,
waarin elke paar duizend jaar een supernova-explosie plaatsvindt.
Deze sterren worden rode
superreuzen
genoemd en vormen meestal het laatste stadium in het leven
van massieve sterren. De twee nieuwe clusters bevatten ongeveer
40 rode superreuzen,
dit is 20% van het totale aantal rode superreuzen die op in de
Melkweg bekend zijn.
Uit vervolgwaarnemingen met
de Keck-telescoop
op Hawaï blijkt dat het om sterrenhopen gaat
op ongeveer 20.000 lichtjaar afstand van de aarde, aan het uiteinde van de balkvormige structuur
die zich in het centrum van het Melkwegstelsel bevindt.
De sterrenhopen staan slechts
800
lichtjaar uit elkaar, en hebben leeftijden van 12 en 17 miljoen
jaar.
De eerste cluster bevat 14 rode superreuzen, de tweede heeft er
26.

Melkwegstelsel met namen
De
superreuzen
zijn de directe voorlopers van supernova-explosies.
Volgens de onderzoekers kan er elk moment weer zo'n sterexplosie
plaatsvinden.
De twee sterrenclusters zijn vermoedelijk ontstaan door de
wisselwerking
tussen de centrale balk en de schijf van het Melkwegstelsel.
Protoplaneet waargenomen, 6 april 2008
Astronomen hebben mogelijk
voor het eerst
een zeer jonge planeet bij een andere ster gefotografeerd.
Dit blijkt uit de verspreiding van materiaal in de stofschijf
rondom de jonge ster AB Aurigae.
Een foto van deze stofschijf
laat enkele
verdichtingen van materiaal zien, naast een gebied die arm aan
stof lijkt te zijn.
In het midden van deze regio bevindt zich een klein en helder
object, vermoedelijk het ontstaan van een rotsachtige planeet.
Een test-telescoop van de
Amerikaanse
luchtmacht maakte de foto. Deze telescoop maakt gebruik van
een speciale camera die in 2010 gemonteerd zal worden op de 8-meter
Gemini South Telescope.
De ontdekking geeft mogelijk
duidelijkheid
over de manier waarop een planetenstelsel kan ontstaan,
vanuit een dikke gas- en stofschijf, waarin afzonderlijke grote
objecten voorkomen, in een zeer dunne schijf.

Protoplaneet AB Aurigae
Met behulp van
radiotelescopen in de VS en
Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen weer een zeer jonge
planeet
ontdekt, die zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die
naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is.
De afstand tot de moederster bedraagt het dubbele van de afstand
tussen Neptunus en de zon.
Deze ster bevindt zich op een
afstand van
520 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld Stier (Taurus).
De stofschijf rondom HL Taurus is uitzonderlijk helder en massief
en
vormt een ideale plaats om te zoeken naar planeten-in-wording.
Nu is een tweede planeet-in-wording binnen een week ontdekt na de
eerste planeet-in-wording.

Protoplaneet aangegeven met b
Met de radiotelescopen is
vastgesteld dat
deze stofschijf heel veel brokstukjes ter grootte
van kiezelstenen heeft, dat duidt erop dat hier al sprake is van
een samenklonteringsproces.
De bol van gas en stof zal uiteindelijk veranderen in een planeet
ter grootte van Jupiter.
De ontdekking werd bij toeval gedaan bij de bestudering van de omgeving rond de ster HL Tauri.
Methaan op exoplaneet, 20 maart 2008
De onderzoekers ontdekten met
behulp van
de Hubble
Space Telescope
voor het eerst methaan
in de atmosfeer van een planeet buiten ons zonnestelsel. De planeet met het formaat van Jupiter
is waarschijnlijk te heet, ongeveer 900 graden, om leven mogelijk
te maken.
De organische verbinding
methaan is
gevonden in de atmosfeer van de planeet HD 189733b bij
de ster, HD 189733, op een afstand van ongeveer 63 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld het Vosje.
De waarnemingen met de
spectrometer van de
Hubble hebben ook nog bevestigd dat de atmosfeer
van HD 189733b water bevat, dit was vorig jaar ontdekt met de
infraroodsatelliet Spitzer.
De exoplaneet draait in een krappe baan met een omlooptijd van
twee dagen om zijn ster.

Ster HD 189733
De ster op de foto (in het midden) bevindt zich in het linker deel van het sterrenstelsel Nebula Messier 27.
Methaan, dat bestaat uit
waterstof en
koolstof, is de simpelste organische verbinding.
Het komt in veel atmosferen van ons zonnestelsel voor, zoals in
die van Mars en de aarde.
Methaan wordt op de aarde door een groot aantal processen, o.a.
biologische, geproduceerd.
Termieten, moerassen en vee zijn natuurlijke producenten van
methaan.
Het is een bestanddelen van aardgas en een broeikasgas wat tot
milieuproblemen kan leiden.
Onder bepaalde omstandigheden
kan methaan
een rol spelen bij chemische reacties
die nodig zijn voor het ontstaan van leven. De ontdekking geldt
als een belangrijke stap
bij het verkennen van nieuwe werelden waar mogelijk leven
voorkomt.
Jongste exoplaneet ontdekt, 5 januari 2007
De exoplaneet, TW Hydrae b,
die bij een
zonachtige ster is aangetroffen is de jongste tot nu toe.
Door deze ontdekking wordt duidelijk dat het ontstaan van
gasplaneten plaats vindt door het instorten
van verdichtingen in de protoplanetaire schijf i.p.v. het
condenseren rondom een vaste kern.
De leeftijd van de exoplaneet wordt geschat op 8 tot 10 miljoen
jaar.
Eerdere
exoplaneten
waren niet jonger dan 100 miljoen jaar. De aarde is 4,5 miljard
jaar oud.
De schijf is waarschijnlijk nog steeds bezig met het vormen van
nieuwe werelden.
De exoplaneet bevindt zich op een afstand van 180 lichtjaar tot
de aarde,
in de richting van het sterrenbeeld Waterslang, Hydra.

Planeetvorming
De
ontdekking laat zien
dat een gasplaneet binnen tien miljoen jaar kan ontstaan,
nog voordat de schijf zijn gas verliest als gevolg van stellaire
winden en straling.
TW Hydrae b is tien keer zo zwaar als Jupiter, een zwaargewicht
onder de planeten en
bevindt zich in het grensgebied tussen een supermassieve planeet
en een kleine bruine dwerg.
Uit
de kleine,
regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd
van
de exoplaneet 3,56 dagen is en zijn afstand tot de ster ongeveer
zes miljoen kilometer.
Exoplaneten bij Gliese 581 bewoonbaar? 15 december 2007
Uit onderzoek blijkt dat twee
planeten
Gliese 581c en Gliese 581d, uit het planetenstelsel
bij ster Gliese 581, die vermoedelijk rotsachtig van
aard
zijn, zich in de leefbare zone van
hun zwakke rode dwergster bevinden, waar zich vloeibaar water aan
het oppervlak kan bevinden.
Er zijn bijna 250
exoplaneten, die rondom
andere sterren draaien bekend.
De meeste hiervan zijn Jupiterachtige gasreuzen, waarvan
bovendien een groot deel
op bijzonder korte afstand tot de moederster staan. De laatste
jaren hebben astronomen
een aantal planeten ontdekt met minder dan 10 aardmassa's, super-aardes
genoemd.
In april 2007 werd de
ontdekking bekend
gemaakt van twee nieuwe planeten met een massa
van respectievelijk 5 en 8 aardes bij Gliese 581, een zwakke ster uit de
M-klasse (een
rode dwerg).

Gliese 581c en de aarde
Met nieuwe telescopen zal het
mogelijk
zijn om de juiste eigenschappen van deze planeten
te bepalen, waaronder de en atmosferische samenstelling.
Dan is men beter in staat om de bewoonbaarheid van een planeet te
achterhalen.
Gliese 581c en Gliese 581d
zullen
belangrijke doelen zijn voor toekomstige missies
om aardachtige planeten te zoeken, zoals een gezamenlijke missie
van ESA's Darwin en NASA's Terrestrial Planet Finder.
De Darwin/TPF zal het mogelijk moeten
maken om
de atmosferische eigenschappen te bepalen.
Atmosfeer van exoplaneet waargenomen, 5 december 2007
Met behulp van de
Hubby-Eberly Telescope
is de atmosfeer waargenomen van een planeet bij
de ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en
zwaarder is dan Jupiter, beweegt
vanaf de aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn
moederster langs.

Hubby-Eberly Telescope
Tijdens de passage schijnt
een klein deel
van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de atmosfeer
van de planeet heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van
deze atmosfeer te bepalen.
In juli maakten sterrenkundigen bekend dat ze met de
infraroodsatelliet Spitzer waterdamp in de atmosfeer
van de exoplaneet hadden ontdekt, daar is nu het element natrium
aan toegevoegd.
Het betreft de eerste
waarneming van
atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde.
Eerdere waarnemingen vonden vanuit de ruimte plaats.
Planeetvorming in de Plejaden, 15 november 2007
In de Plejaden, het
Zevengesternte, de
bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier,
zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten die op de
aarde lijken.
Astronomen ontdekten grote
hoeveelheden
warm stof rond de ster HD23514, één van de zwakkere sterren
in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk afkomstig van de
onderlinge botsing van grotere protoplaneten.

Plejaden met ster HD 23514 (rode pijl)
De enorme hoeveelheden stof
die hierdoor
zijn ontstaan kunnen in de slotfase een planetenstelsel vormen.
Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons
eigen zonnestelsel hebben plaatsgevonden
en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de maan. De ontdekking werd gedaan met een
gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North
Telescope op Mauna Kea, Hawaï.
De Plejaden bevinden zich op
een afstand
van ongeveer vierhonderd lichtjaar en zijn ongeveer honderd
miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop
kan planeetvorming op gang zijn gekomen.
Het warme stof bij de jonge ster HD23514, die veel op de zon lijkt, bevindt zich in een gebied
dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons
eigen zonnestelsel.
Vijfde planeet ontdekt bij ster 55 Cancri, 7 november 2007
Astronomen hebben rond de ster 55 Cancri een vijfde planeet ontdekt.
Net als de vier eerder ontdekte planeten is de vijfde planeet op
indirecte wijze opgespoord.
De planeet is ontdekt met de Doppler techniek. Door haar
zwaartekracht, trekt de planeet
aan haar begeleidende ster, waardoor deze een beetje van plaats
verschuift.
Deze beweging kan door de
moderne
telescopen worden waargenomen.
Hieruit kan men dan indirect de aanwezigheid van begeleiders bij
een ster aantonen.
De planeet is ongeveer 45
keer zo zwaar
als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri.
De ster bevindt zich 41 lichtjaar van ons vandaan en heeft bijna dezelfde massa
en
leeftijd als onze zon.
De zonachtige ster 55 Cancri is wat ouder, koeler en lichtzwakker
dan onze zon
en bevindt in de richting van het sterrenbeeld Kreeft.

Exoplaneet bij ster 55 Cancri
Hij bevindt zich in de
leefbare zone, de
gordel om de ster waar de temperatuur geschikt
is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. De afstand tot 55
Cancri bedraagt 116,7 miljoen km
(onze aarde staat 150 miljoen km van de zon).
Waarschijnlijk heeft de planeet geen vast oppervlak, qua
samenstelling en uiterlijk lijkt zij op Saturnus.
Of er manen om de planeet
draaien, is niet
bekend. Het bijzondere aan het planetenstelsel
van 55 Cancri is, dat er veel planeten zijn, maar ook dat de
meeste in cirkelbanen om hun ster draaien.
Ze vallen alle vijf in de categorie reuzenplaneten of gasreuzen.
Drie staan zeer dicht bij hun
moederster
en één op een veel grotere afstand.
De kleinste (en binnenste) heeft een vergelijkbare massa als
Neptunus, draait in 3 dagen rond de ster
en de grootste (en buitenste) vier keer zwaarder is dan Jupiter,
draait in 14 jaar rond.
Zwart gat met recordmassa, 1 november 2007
Astronomen hebben met de
Chandra X-ray
Observatory en de Swift een zwart gat met een recordmassa
ontdekt in het nabije dwergsterrenstelsel IC 10 op een afstand van 1,8 miljoen lichtjaar van de aarde.
Het stellaire gat heeft een massa van 24 tot 33 keer de zon, is kilometers breed en verbreekt daarmee
het oude record van enkele weken geleden, want toen maakten
sterrenkundigen de ontdekking
van een stellair zwart gat met een massa van 16 zonnen in het
sterrenstelsel M33 bekend.
Stellaire gaten ontstaan als
een ster met
een explosie sterft. Als de ster zwaar genoeg is kan
een zwart gat overblijven. Dit is een zwaar compact object, dat
zo'n grote aantrekkingskracht
heeft dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen.

Enorm zwart gat
Belangrijk is dat er een hete
ster om het
zwarte gat heen draait, die materie overdraagt.
Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij
röntgenstraling uit, omdat de ster
vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes
bedekt, waardoor
de röntgenhelderheid daalt, kan zijn omlooptijd worden
vastgesteld.
Er zijn ook superzware zwarte
gaten, die
op een andere manier ontstaan en miljoenen keren
groter zijn dan de stellaire zwarte gaten. Maar een middelgroot
zwart gat, is nog nooit gevonden.
HIFI gaat water zoeken in het heelal, 13 september 2007
Het Nederlandse
ruimteonderzoeksinstituut
SRON ontwikkelde Heterodyne
Instrument
for the
Far Infrared,
HIFI
en is klaar om ingebouwd te worden in de ruimtetelescoop Herschel
van de ESA.
Vanaf een punt op anderhalf
miljoen
kilometer van de aarde gaat Nederlandse ruimtetechnologie
de aanwezigheid van water in kaart brengen in de verste uithoeken
van het heelal.
De lancering is gepland in de tweede helft (juli) van volgend
jaar. Herschel wordt
met zijn spiegeldoorsnede van 3,5 meter de grootste telescoop in
de ruimte.
HIFI
gaat als één van
de drie wetenschappelijke instrumenten op Herschel straling
analyseren uit het
heelal met een golflengte tussen infrarood en radiostraling in.
Waarnemingen in dit golflengtegebied
zijn echter belangrijk omdat veel koele objecten in het heelal
alleen hierin waarneembaar zijn.
Ook veel atomen en moleculen verraden zich via hun
spectraallijnen in dit golflengtegebied.
Zo kunnen astronomen allerlei
eigenschappen daarvan te weten komen, zoals hun chemische
samenstelling, temperatuur en snelheid. Ook watermoleculen, die
in vele processen in het heelal
een sleutelrol vervullen, hebben spectraallijnen in dit deel van
het elektromagnetische spectrum.
Omdat deze straling alleen
vanuit de
ruimte goed is te bestuderen en HIFI het
eerste
instrument is
dat dit gaat doen, zijn de verwachtingen hooggespannen. HIFI
zal vooral veel leren over de aanwezigheid
van moleculen in het heelal. Een belangrijk zichtbaar molecuul is
water. Veel astronomen zien de
aanwezigheid van water als een belangrijke voorwaarde voor het
ontstaan van leven in het heelal.
Onderzoek met HIFI gaat wereldwijd veel
informatie opleveren over het ontstaan van en planeten.

HIFI
Tot aan de lancering van
Herschel volgt
nog een traject van samenbouw met de satelliet en vooral testen.
Dat gebeurt onder andere op de triltafel en in de Large Space
Simulator van ESTEC, waar Herschel en HIFI
blootgesteld worden aan het geweld dat bij lancering optreedt en
aan de omstandigheden in de ruimte.
De ontwikkeling van HIFI
heeft meer dan 15 jaar geduurd. Het is het meest complexe en
kostbaarste
ruimtevaartproject dat ooit onder Nederlandse leiding gebouwd is.
De kosten, rond de 200 miljoen euro,
zijn gedurende de ontwikkelingstijd bijeengebracht door de 23
instituten, waaronder NASA en uit 11
verschillende landen die aan de bouw van HIFI
hebben meegewerkt.
Nederland heeft ongeveer 60 miljoen euro bijgedragen.
HIFI
is geen instrument
dat zoals de Hubble
Space Telescope,
fraaie opnamen van hemellichamen maakt.
Hij splitst de ontvangen straling uiteen tot een spectrum dat
gedetailleerd wordt geanalyseerd.
Het grootste deel van HIFI bevindt zich
in een
reusachtige thermosfles met 220 liter supervloeibaar helium.
Die zorgt ervoor dat het instrument een constante temperatuur
heeft van slechts enkele graden boven
het absolute nulpunt en niet overstraald wordt door de warmte van
de satelliet en het instrument zelf.
Superholte in heelal ontdekt met doorsnede van een miljard lichtjaar, 26 augustus 2007
Op ongeveer acht miljard
lichtjaar afstand
van de zoals de aarde is een gigantische holte in het heelal
ontdekt, in de richting van het sterrenbeeld Eridanus, ten
zuidwesten van Orion.
Het gaat om een gebied met een doorsnede van ongeveer een miljard
lichtjaar
waarin vrijwel geen normale materie zoals sterrenstelsels en gas
voorkomen.
Ook bevat de superholte geen
grote
hoeveelheden intergalactisch gas of donkere materie.
Het bestaan van zulke enorm uitgestrekte lege gebieden is
moeilijk te verklaren
met de huidige theorieën over de ontwikkeling van het heelal.
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat het heelal vol zit met
leegtes,
maar nog nooit is er zo'n grote leegte ontdekt.

Superholte in heelal
De ligging van de superholte
aan de hemel
komt overeen met een relatief koel gebied in
de hemelkaart van de kosmische achtergrondstraling. Deze WMAP
Cold Spot, genoemd
naar de Wilkinson Microwave
Anisotropy
Probe waarmee de achtergrondstraling in
kaart
is gebracht, ontstaat waarschijnlijk doordat fotonen van de
achtergrondstraling
een beetje energie verliezen tijdens hun lange reis door het lege
gebied.
Data van een radiotelescoop
en een
satellietmissie toonde aan dat het aantal
sterrenstelsels flink daalde in de buurt van het sterrenbeeld
Eridanus, ook is
het gebied blauw op de kaart van de kosmische achtergrondstraling.
De achtergrondstraling vanuit Eridanus is koeler dan vanuit de
andere sterrenbeelden.
LISA Pathfinder, 9 augustus 2007
ESA en NASA gaan samen werken aan de LISA
Pathfinder, Laser Interferometer
Space Antenna,
deze moet als één van de eerste zwaartekrachtgolven gaan
onderzoeken.
Zwaartekrachtgolven zijn zeer
kleine
verstoringen in de ruimtetijd, deze zwaartekrachtgolven ontstaan
door bijvoorbeeld een klein dubbelstersysteem van twee
neutronensterren in ons melkwegstelsel en veroorzaken
volgens de theorie variaties van de afstand tussen de
testmassa’s in de orde van een paar duizendste nanometer.
Dit is de voorspelde Einsteins
relativiteitstheorie,
maar ze zijn
nog nooit waargenomen.
Onderzoekers gaan dat nu onderzoeken door zeer kleine verschillen
te meten in de afstand
tussen testmassa’s die op vijf miljoen kilometer van elkaar
vliegen.
De testmassa’s bevinden zich in een opstelling van drie
satellieten.

LISA Pathfinder
Deze ruimtesonde moet ze
vanuit een baan
om de zon gaan onderzoeken met behulp van moderne technologieën.
Het ontwikkelen van de LISA Pathfinder
begon in
2002 en de ruimtesonde moet rond 2010 gelanceerd worden
is de voorloper van de Laser Interferometer
Space Antenna,
LISA,
die omstreeks 2017
de ruimte in moet gaan en ook om onder andere de
ruimte-interferometrietechnieken
te laten zien.
Op exoplaneet Gliese 581c is misschien water, 14 juni 2007
De kans dat er op de
exoplaneet Gliese 581c
vloeibaar water en leven is wordt groter, omdat de temperatuur
gunstig is.
In april 2007 werd de ontdekking van deze aardachtige exoplaneet
bekend gemaakt.
De exoplaneet draait om de ster Gliese 581 en bevat mogelijk vloeibaar water
en
misschien leven.
Tijdens zes weken onderzoek
met de
Canadese satelliet MOST blijkt dat de rode dwergster Gliese 581
vrijwel
geen variaties in helderheid laat zien. Er zijn geen flinke
pieken en dalen.
Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en
energierijke uitbarstingen, wat ongunstig is voor
de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet, deze
bezwaren lijken bij ster Gliese 581 niet op te gaan.
Waarmee nog niet gezegd is dat er op de exoplaneet Gliese 581c
inderdaad iets leeft.

Exoplaneet Gliese 581c en rode dwergster Gliese 581
Het onderzoek geeft ook aan,
dat de ster
vrij oud is en zich al geruime tijd op deze plek bevindt.
Mogelijk hebben de exoplaneten rondom deze ster een leeftijd van
enkele miljarden jaren, waardoor eventueel leven zich
misschien verder heeft ontwikkeld. Op aarde duurde het ongeveer 3,5 miljard jaar voordat
leven
zich complex ging ontwikkelen.
Andromedastelsel laat melkwegstelsel verdwijnen, 15 mei 2007
Door de uitdijing van het
heelal beweegt
bijna ieder sterrenstelsel van ons af, alleen het Andromedastelsel of M31
beweegt met een snelheid van 120 kilometer per seconde naar ons
toe.
Uiteindelijk zullen het melkwegstelsel en het Andromedastelsel over ongeveer 2
miljard
jaar met elkaar in botsing komen,
maar het zal geen frontale botsing worden en wat gebeurt er met
de zon en aarde?

Melkwegstelsel

Andromedastelsel
Bij de eerste dichte nadering
van het
Andromedastelsel zal de melkweg geheel uiteenvallen.
We krijgen dan een bolvormig centraal deel te zien van een
elliptische sterrenstelsel, de bekende zijaanblik
van ons melkwegstelsel tijdens donkere nachten aan de hemel zal
dan niet meer te zien zijn.
Beide sterrenstelsels zullen
eerst over 2
miljard jaar een aantal rondjes om elkaar heen draaien.
Er is een kans van 12% dat het zonnestelsel de melkweg wordt
uitgeslingerd en deel uit gaat maken van
een lange getijdenstroom of een kleine kans, 3%, dat het zonnestelsel deel uitmaakt van Andromeda.
Bij het ontstaan van het
zonnestelsel 4.7
miljard jaar geleden, was de afstand tussen de melkweg
en Andromeda 4,2 miljoen lichtjaar. Deze afstand is nu 2.6 miljoen lichtjaar.
Aardachtige exoplaneet ontdekt, 25 april 2007
Europese wetenschappers
hebben buiten ons zonnestelsel een planeet ontdekt die op de aarde lijkt, vermoedelijk met een
gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 40 graden Celsius, op het
rotsachtige hemellichaam zou dus water (leven) kunnen zijn.
Maar het kan ook zijn dat deze exoplaneet voornamelijk uit gas
bestaat en op Uranus of Neptunus lijkt.
De nieuwe planeet is
anderhalve keer
groter dan de aarde en is ongeveer drie tot vijf keer massiever
en krijgt
de naam Gliese 581 C, vernoemd naar de ster Gliese 581, dit is een rode dwergster in het
sterrenbeeld Weegschaal
op een afstand van 20,5 lichtjaar bij ons vandaan.
Gliese 581 C is de kleinste
exoplaneet die
tot nu toe is ontdekt.
De planeet draait vijftien keer dichter om zijn ster dan de aarde
om de zon. Een jaar op Gliese 581 C
duurt maar 13 aardse dagen (rondje om zijn ster), de afstand tot
Gliese 581 is minder dan elf miljoen kilometer.
In ons zonnestelsel is het op
die afstand
gloeiend heet, maar Gliese 581 is een rode dwergster en straalt
veel minder warmte uit dan onze zon.
Twee jaar geleden werd heel dicht bij deze ster al een gasplaneet
(Jupiter) ontdekt met een massa van ruim 15 keer die van de aarde
en er zijn ook tekenen van een derde planeet met een massa van 8
keer die van de aarde, maar deze ligt buiten de leefbare zone.
Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is
in de leefbare zone van een ster.
Sinds 1995 zijn buiten ons zonnestelsel 227 planeten ontdekt. De
meesten zijn gasreuzen (Jupiter) waar geen leven is.

Ster Gliese 581
Computermodellen voorspellen
dat paneet
Gliese 581 C of een rotsachtige planeet is (zoals de aarde) of
een waterwereld
en is ontdekt met behulp van een telescoop van het European
Southern Observatory (ESO) in Chili, met de gevoelige
spectrograaf
(het HARP instrument) op de 3,6-meter telescoop. Zelf kunnen de
astronomen de ster niet zien.
Voor hun ontdekking gebruikten zij een zeer gevoelig instrument
dat kleine schommelingen meet in de snelheid van de ster,
veroorzaakt door de zwaartekracht van een planeet, met de
wiebel-techniek
werd de grootte en massa van de planeet bepaald.
Een ster wordt heel vaak beïnvloed door de zwaartekracht van een
naburige planeet.
Zonder water geen leven, maar
ook
uitbarstingen van sterrenvlammen kunnen dat onmogelijk maken.
Die sterrenvlammen kunnen juist bij een rode ster veel voorkomen.
Planeten zijn, als ze
dichtbij een ster
staan, vaak met één zijde naar hun ster gekeerd.
Dan kan één kant heel koud zijn en een andere heel heet, dit
zorgt voor rare effecten.
Het duurt nog wel een jaar of tien voor er meer duidelijk wordt
over de planeet bij ster Gliese 581.
Want daar zijn nieuwe satellieten en technieken voor nodig.
Water ontdekt op exoplaneet, 10 april 2007
Astronomen hebben voor het
eerst de
aanwezigheid van water aangetoond in de atmosfeer van een
exoplaneet bij een andere ster
dan de zon. Het is geen vloeibare vorm, maar waterdamp
in de
atmosfeer van de exoplaneet HD209458b rond de ster HD209458.
Deze Jupiter-achtige
reuzenplaneet,
ontdekt in 1999, draait in een kleine omloopbaan op een afstand
van
7 miljoen kilometer rond de ster. Tot de aarde is de afstand 150 lichtjaar.
Vanaf de aarde zien we de baan van opzij, waardoor de exoplaneet
elke paar dagen voor de ster langs beweegt.

Water ontdekt op exoplaneet HD209458b
Het water werd ontdekt toen
de planeet
voor de ster langs draaide. Vanaf de aarde kunnen wij dit niet
visueel zien,
omdat de planeet daarvoor te klein en te lichtzwak is, maar we
zien wel de spectra van de ster en de exoplaneet.
Wanneer de exoplaneet voor de ster langs draait, versterkt de
waterdamp in de atmosfeer het infrarode licht van de ster.
Het infrarode licht wordt naar de aarde gestuurd, wat dan een
afdruk van de waterdamp laat zien.
Ook al bestaat de atmosfeer
van de
exoplaneet uit water, leven zoals wij dat kennen is onmogelijk op
HD209458b.
De exoplaneet verliest ook iedere seconde 10.000 ton gas door de
hitte en aantrekkingskracht van de ster.
Rosetta maakt opname van Mars, melkweg en planetoïde Lutetia, 28 januari 2007
De
ruimtesonde Rosetta heeft mooie foto's gemaakt van Mars, de melkweg en de planetoïde Lutetia.
De Europese ruimtesonde, die in 2014 aankomt bij de komeet
67P/Churyumov-Gerasimenko,
fotografeerde gedurende 36 uur de verschillende objecten met de
OSIRIS
(Optical, Spectroscopic and Infrared Remote Imaging System)
camera.

Planetoïde Lutetia
Rosetta
begon met het
fotograferen van de planetoïde op 2 januari 2007.
Lutetia bevond zich op een afstand van 245 miljoen kilometer bij
de ruimtesonde vandaan.
De planetoïde is één van de twee onderzoeksobjecten van
Rosetta tijdens de reis naar de komeet 67P.
De andere planetoïde is 2867 Steins, deze wordt in september
2008 onderzocht, Lutetia pas in 2010.

Rosetta maakt opname van Mars en melkweg
Op 3
december 2006 een mooie
foto gemaakt van Mars (boven het midden) en de melkweg,
Mars is overbelicht is, waardoor de planeet omringd wordt door
een halo.
Tijdens
de nadering van Mars
zal de zwaartekracht op 25 februari, flyby, gebruikt worden om
Rosetta af te remmen, in november van dit jaar zal dat nog eens
bij de aarde gebeuren.
Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid
te geven.
Vijf nieuwe exoplaneten ontdekt, 4 oktober 2006
De Hubble
Space Telescope
heeft vijf exoplaneten ontdekt, die tot een nieuwe
klasse van
Ultra-Hete Jupiters behoren, Ultra Short Period Planets of
USPP’s.
De vijf exoplaneten bevinden zich in de centrale midden van onze melkweg,
op een afstand van 26.000 lichtjaar.
In het centrum van de melkweg heeft men ook nog elf gewone
exoplaneten gevonden.

Nieuwe Exoplaneten (kleine rondjes)
Er zijn al meer dan 200
exoplaneten
ontdekt, de meeste bevinden zich op een afstand van
enkele duizenden lichtjaren van de zon en door de ontdekking van deze zestien
planeten
op grote afstand, kan men een betere schatting maken van het
totaal aantal planeten in de melkweg.
Als je de zestien exoplaneten naar de gehele melkweg omrekent,
kom je uit op
zes miljard exoplaneten, die ongeveer de massa van Jupiter hebben.
De exoplaneten draaien zo
snel om hun ster, dat hun omlooptijd korter is dan een dag,
ongeveer 10 uur.
De onderzoekers vonden de planeten door afwijkingen te meten in
de lichtsterkte van de sterren
waar zij omheen draaien. De kortste omlooptijd die tot nu toe was
vastgesteld bedroeg 1,2 tot 2,5 dagen.
De meeste bekende exoplaneten
bestaan uit
gas en hebben ongeveer de omvang van Jupiter.
Ze staan alleen veel dichter bij hun ster dan Jupiter bij de zon
en zijn dus veel heter.
Dat geldt ook voor de nu ontdekte exoplaneten, die echter
afwijken door hun hele korte omlooptijd.
Drie exoplaneten ontdekt die op Neptunus lijken, 19 mei 2006
Europese astronomen hebben
met de 3,6
meter telescoop in La Silla op Chili, drie nieuwe exoplaneten en
een planetoïdengordel ontdekt rond de ster HD 69803, deze ster is vanuit het zuidelijk
halfrond nog net
zichtbaar met het blote oog, op een afstand van 41 lichtjaar bij de aarde vandaan, in het sterrenbeeld Puppis.
De planetoïdengordel is met de Spitzer
Space Telescope,
infraroodsatelliet, waargenomen.
De binnenste planeet is
waarschijnlijk
rotsachtig, terwijl de buitenste van de drie, de eerste planeet
is,
die het meest op Neptunus lijkt en zich in de leefbare zone rond
de ster bevindt.
Onze aarde bevindt zich in de leefbare zone rond onze zon.
De leefbare zone is de zone
waarin water
in vloeibare vorm aangetroffen zou kunnen worden
op het oppervlak van een planeet. Venus en Mars vallen er net buiten.

Ster met de drie planeten
De astronomen bestudeerden de
ster
gedurende meer dan twee jaar.
Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen, het bestaan
ervan wordt afgeleid uit kleine, regelmatige
verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830,
die duiden erop dat de ster heen en weer wordt
getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden
van 8,67, 31,6 en 197 dagen.
De drie exoplaneten bevinden
zich dichter
bij de ster, dan de aarde bij onze zon.
Hun massa's zijn minimaal 10, 12 en 18 keer de massa van de aarde.
Sinds de ontdekking van de
eerste
exoplaneet in 1995 zijn er al ongeveer 180 planeten gevonden
rondom
andere sterren. Meer dan 40 van deze exoplaneten liggen in
systemen die bestaan uit twee of meer planeten.
De buitenste planeet heeft
waarschijnlijk
een rotsachtige kern heeft en een waterige laag eromheen,
maar de planeet heeft waarschijnlijk een dikke gasachtige
atmosfeer. Op het water ontstaat dan een hoge druk,
waardoor de temperatuur op kan lopen tot boven de 1.000 Kelvin.
Hierdoor is leven bijna onmogelijk.
Eenvoudige techniek neemt exoplaneet waar, 18 mei 2006
Een team van professionele en
amateur-astronomen,
die met behulp van eenvoudige apparatuur werkt,
heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord.
Het gaat om planeet XO-1b, ter grootte van Jupiter, die in 4
dagen rond een zonachtige ster draait.

XO-1b, Exoplaneet
XO-1b bevindt zich op een
afstand van 650 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Corona Borealis.
Bij elke overgang van XO-1b dooft het licht van de ster met zo'n
2%, XO-1b is de tiende exoplaneet,
die werd gevonden met de transit-methode, deze methode neemt waar,
als een planeet in een baan rond een ster,
de helderheid van de ster vermindert, wanneer de planeet voor de
ster schuift.
De vermindering van de
helderheid is klein,
maar groot genoeg om waarneembaar te zijn hier op aarde.
De ontdekte planeet is tot XO-1b omgedoopt en beweegt zich rond
de ster XO-1, ook wel bekend als
GSC 02041-01657, deze ster lijkt veel op onze eigen zon.
De massa van XO-1b is ongeveer 0,9 Jupitermassa's en de doorsnede
ligt tussen 170.000 en 200.000 kilometer.
Het team maakt gebruik van de
geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker,
die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere
standaardcomponenten bestaat.
Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in
de gaten gehouden,
om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige
helderheidsveranderingen vertonen.

XO-telescoop
Dubbele helixachtige nevel gevonden, 15 maart 2006
Met de Spitzer
Space Telescope
zijn opnamen gemaakt van een gasnevel in de buurt
van het centrum van
het melkwegstelsel, de dubbele helix heeft een lengte van 80 lichtjaar en lijkt erg op de vorm een DNA-molecule.
De nevel
bevindt zich op
ongeveer 300 lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in het centrum van
het melkwegstelsel en heeft zijn vorm te danken aan een sterk
magnetisch veld dat vast zit aan
de schijf van hete materie, die het zwarte gat omringd.

Dubbele helixnevel
Deze
schijf draait eenmaal in
de 10.000 jaar in het rond
daarbij worden zijn magnetische veldlijnen als elastiekjes
opgewonden.
We zien
eigenlijk twee
gaszuilen die om elkaar lopen, zoiets heeft nog niemand gezien.
De meeste nevels zijn of spiraalstelsels vol met sterren of een vormloze samenklontering, bestaande
uit gas
en stof.
De aarde bevindt zich op een afstand van 25.000
lichtjaar
bij het zwarte gat vandaan.
Ons Melkwegstelsel en Andromedanevel zijn op vergelijkbare wijze ontstaan, 28 februari 2006
Waarnemingen
met de Keck-2
telescoop, van
de bewegingen en metaalgehaltes van
tienduizend sterren in de Andromedanevel
duiden erop dat dit nabije sterrenstelsel ongeveer dezelfde
voorgeschiedenis heeft als ons eigen melkwegstelsel.
Uit het
onderzoek blijkt
namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel, de halo waar
zich minder sterren bevinden,
van de Andromedanevel metaalarm zijn, dit betekent dat ze weinig
elementen zwaarder dan helium bevatten.
Dat is
enigszins verrassend,
omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo
van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren.

Andromedanevel
Sterren
die zich dichter in
het centrum van de Andromedanevel bewegen, zijn van latere datum
en metaalrijker.
Met metalen bedoelen sterrenkundigen alle elementen zwaarder dan
helium, ook al zijn veel van die elementen
scheikundig gezien helemaal geen metalen (zuurstof, stikstof,
silicium).
Doordat
beide sterrenstelsels
in dit opzicht veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op
vergelijkbare wijze zijn ontstaan.
Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo’s
van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot
vier miljard jaar na de oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben
ingevangen.
Zowel de
Andromedanevel als
ons melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer
tweehonderd kleinere sterrenstelsels en sterren van oorspronkelijke
melkwegstelsels
hebben opgeslokt.
Wegvliegende
sterren, 27 januari
2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer twee sterren ontdekt die zo snel door het melkwegstelsel
bewegen dat ze uiteindelijk de ruimte, buiten ons melkwegstelsel,
in zullen vliegen.
Ze hebben snelheden van ruim
1,5 miljoen
kilometer per uur.
De sterren bevinden zich in de richting van de sterrenbeelden
Grote Beer en Kreeft.

Supersnelle ster in de melkweg
In 2005 werden ook al drie
van deze
supersnelle sterren ontdekt.
Naar schatting moet het melkwegstelsel ongeveer duizend van zulke
wegvliegende sterren bevatten.
Op 9 november 2005 is ook zo'n supersnelle ster in de Grote Maegelhaense Wolk ontdekt.
Vermoedelijk worden ze
versneld in de kern
van het melkwegstelsel, wanneer een dubbelster op korte afstand
langs een andere ster beweegt, of langs het superzware zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel.
De sterren van zo’n
dubbelster worden
in deze situatie van elkaar gescheiden,
de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt
weggeslingerd.
De sterren hebben de centrale
schijf van
onze melkweg, die 120.000 lichtjaar in doorsnede is,
inmiddels verlaten, maar bevinden zich nog wel in de bolvormige
halo van onze melkweg,
die zich in alle richtingen vanaf de kern van de melkweg 300.000
lichtjaar uitstrekt.
Ze zullen de melkweg uiteindelijk verlaten.
Exoplaneet
ontdekt, 26 januari
2006
De ESA heeft een exoplaneet ontdekt die op de aarde
lijkt,
de planeet is 5,5 keer zo zwaar als de aarde.
De planeet draait in een vrij wijde baan, in ongeveer 10 jaar
rond een koele rode dwergster.
De rode dwergster waar de
planeet omheen
draait, is vijf keer minder helder dan onze zon,
dat betekend in combinatie met de afstand, die ruim 2 keer zo
groot is als de afstand tussen
de aarde en de zon, dat het op de planeet zeer koud is, ongeveer
-220 °C.
De exoplaneet is ontdekt op
10 augustus
2005, heeft waarschijnlijk een dunne atmosfeer en is mogelijk
bedekt met een dikke rotsachtige ijslaag en bevroren oceanen.
De afstand tussen de planeet en de rode dwergster is ongeveer 400 miljoen kilometer.

Exoplaneet
De nieuwe planeet heet
voorlopig OGLE-2005-BLG-390Lb
en is de lichtste exoplaneet die tot nu toe ontdekt is.
Als de planeet in ons zonnestelsel gezet zou worden, zou hij zich ongeveer op de
plek
van de planetoïdengordel bevinden, tussen Mars en Jupiter.
Tien jaar geleden werd de
allereerste
exoplaneet gevonden, inmiddels staat de teller op ruim 160,
maar er werd nog nooit een planeet gevonden die zoveel op onze
aarde lijkt.
De planeten die bij andere
sterren zijn
ontdekt, bestaan meestal uit gas, zoals Jupiter of Neptunus.
Deze planeet is de eerste die een vast oppervlak heeft, maar
doordat het er zo koud is, is er geen leven.
De ster waar de exoplaneet
omheen draait,
staat in de buurt van het centrum van ons melkwegstelsel,
op een afstand van ongeveer 25.000 lichtjaar van de aarde.

Centrum melkwegstelsel
De planeet werd gevonden met
een techniek
die microlensing wordt genoemd, in dit geval werd het licht
van een ver weg gelegen ster gebruikt om een object tussen die
ster en de aarde zichtbaar te maken.
Het object in het midden
buigt door zijn
zwaartekracht het licht van de verre bron af, dit wordt feller en
daarna
zwakt het weer af, hierdoor kon de exoplaneet ontdekt worden, die
zelf niet te zien is.
Dit is gebaseerd op de theorie van Albert Einstein in 1915 voorspelde.
Uit nauwkeurige waarnemingen
door deze
microlensing, verricht door telescopen over de wereld, PLANET,
en European Southern Observatory, kon de aanwezigheid, de baan en
de massa van de planeet berekend worden.
Volgens de ESA is het de eerste keer dat een systeem ontdekt
wordt,
dat voldoet aan de kenmerken van een zonnestelsel.
Twee ruimtemissies gaan de komende tijd het onderzoek naar aardachtige exoplaneten voortzetten.
Eind dit jaar wordt door de NASA de missie Corot gelanceerd, waar ESA aan
meewerkt.
Die zoekt vooral naar planeten die een paar keer groter zijn dan
de aarde.
De Corot zal naar verwachting
in juni
gelanceerd worden en blijft in de buurt van de aarde.
Hij krijgt een telescoop van 30 centimeter in doorsnede, die erop
wordt gemaakt om te zien wanneer
een planeet voor een ster langs trekt.

Corot telescoop
Bij ESA start de missie Darwin.
Vier ruimtetelescopen werken
in die missie
samen om planeten op te sporen,
die net zo groot zijn als onze aarde en niet al te ver weg staan.
Darwin zoekt bij ongeveer duizend sterren in onze buurt naar exoplaneten met een atmosfeer en tekenen van leven.

Darwin telescoop
Centrum
melkwegstelsel, 14 januari 2006
Op een infrarode mozaïekfoto gemaakt door de Spitzer
Space Telescope
is het centrum van ons melkwegstelsel te zien.
Het is de scherpste foto die ooit is gemaakt van onze melkweg.

Centrum melkweg
Op de
foto zijn voornamelijk
oude sterren te zien en honderdduizenden wolken van heet stof en
gas
die oplichten door jonge, massieve sterren.
Onze zon bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van het centrum vandaan.
De zon doet 225 miljoen jaar over een rondje om het centrum van
de melkweg.
Sinds haar ontstaan heeft de zon al 20 rondjes afgelegd.
Op 20 december 2005 is er met de Keck-2 telescoop ook een opname gemaakt van het centrum.
Perseus-spiraalarm,
27 december 2005
Uit waarnemingen met de VLBA hebben radioastronomen ontdekt dat de
Perseus-spiraalarm
van het melkwegstelsel, buiten de baan van de zon, veel minder
ver van de aarde
verwijderd is, dan uit eerdere onderzoeken was gebleken.
Het vaststellen van het melkwegstelsel is niet eenvoudig, omdat we er middenin zitten.

Perseus-spiraalarm en de zon
Op basis
van bewegingen van sterren in de Perseus-spiraalarm was een afstand van
14.000
lichtjaar geschat.
De nieuwe VLBA waarnemingen hebben een afstand geschat van
slechts 6400 lichtjaar.
Centrum
melkwegstelsel, 20 december 2005
Astronomen hebben met behulp van de Keck-2
telescoop een
vrij scherpe
infraroodopname gemaakt van het centrum van het melkwegstelsel.

Het centrum van het melkwegstelsel is aangegeven door een
kruis
In het
midden van de opname
is het nevelige centrum van het melkwegstelsel te zien,
dicht in de buurt van het superzware zwarte gat.
2 november 2005
Superzwaar zwart gat in de melkweg.
De VLBA heeft duidelijke waarnemingen gemaakt van de kern van de melkweg.
De Very
Long
Baseline Array,
afgekort VLBA
zijn 10 radiotelescopen
die aan elkaar gekoppeld, verspreid staan over de Verenigde
Staten.
Met deze
waarnemingen
ontdekten radiosterrenkundigen een superzwaar zwart gat.
Dit zwarte gat heeft een massa van bijna 4 miljoen keer de massa
van de zon.
In de
omgeving van het zwarte
gat wordt sterke radiostraling opgewekt.
Deze bron werd ontdekt in 1974 en sindsdien aangewezen als
mogelijk zwart gat van de melkweg.
De bron
van deze straling is
Sagittarius A en heeft hoogstens de afstand van de aarde tot de zon.
De afstand van de aarde tot het zwarte gat is ongeveer 26.000
lichtjaar.

Sagittarius A, de witte bol is het zwarte gat
Door gebruik te maken van de Very Long Baseline Array kon de afmeting bepaald worden.
De
astronomen deden hun VLBA-waarnemingen
aan het melkwegstelsel in november 2002.
De conclusie is dat Sagittarius A zo goed als zeker een
superzwaar zwart gat is.
Nieuwere
nog betere
waarnemingen moeten Sagittarius A dan laten zien als een
schaduwschijfje
met een heldere ring eromheen.
Zo'n waarneming zou het zwarte gat in het centrum van de melkweg dan eindelijk rechtstreeks aantonen.
1
november 2005
De FUSE heeft ontdekt dat de reuzenster Eta Carinae
een dubbelster is.
Het is
één van de zwaarste
sterren van het melkwegstelsel, die op het punt staat zijn leven
in een krachtige supernova-explosie te beëindigen.

Gaswolken van Eta Carinae gefotografeerd door de Hubble
De
afgelopen jaren vermoedden
de astronomen al een begeleider die in
5½ jaar in een baan om de ster heen draait.
De FUSE
heeft nu de
ultraviolette straling van een witte dwerg waargenomen
die om Eta Carinae heen draait.
De twee
sterren produceren
beiden een krachtige sterrenwind van elektrisch geladen deeltjes
en waar die met elkaar in botsing komen ontstaat
elektromagnetische straling, dit is röntgenstraling.
17
september
2005
Onze melkweg heeft een grotere balkvorm in het midden (het oog),
dan verwacht.
Deze
conclusie trokken
Amerikaanse astronomen uit infrarood beelden
van de Spitzer-telescoop.

Balkspiraal
De
balk bestaat uit oude,
rode sterren en is ongeveer 27 duizend lichtjaar lang.
Hij staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de zon en
het midden van de melkweg.
Dit betekent dat we in een sterrenstelsel leven met een ongewone vorm.
Mercurius
staat het
dichtst bij de zon.
Op Pluto na is het de kleinste planeet.
Mercurius
is een kale,
droge planeet vol inslagkraters en lijkt op on.
De doorsnede van Mercurius is 4880 kilometer.
Mercurius
heeft een
magnetisch veld, wat je niet zou verwachten bij zo'n kleine
planeet.
Dit wijst erop dat Mercurius een kern heeft van gesmolten ijzer.
Het
magnetisch veld werd
ontdekt door de ruimtesonde Mariner 10, die in 1974 en 1975
langs Mercurius vloog op een afstand zo groot als die tussen de aarde en de maan.
De samenstelling van de atmosfeer:
Mercurius heeft geen manen en is sinds de vroegere oudheid bekend.
De
zon lijkt er wel drie
keer zo groot als bij ons.
De gemiddelde afstand vanaf de zon is 58 miljoen kilometer.

Mercurius
Overdag
is het er erg
heet, gemiddeld 400°C (700 Kelvin), ’s nachts daalt de temperatuur sterk tot
-183°C
(90 Kelvin).
De zon schijnt er 11 keer zo sterk als op aarde.
Mercurius
draait om zijn
as in 58 dagen, 15 uur en 30 minuten en om de zon in 88 dagen.
Een jaar op Mercurius duurt veel korter dan op aarde.
Een dag
duurt echter
twee jaar, dit komt doordat Mercurius in dezelfde richting draait
als de zon
en langzaam om haar as draait, zodat één kant lang naar de zon
is gericht.


MESSENGER vliegt langs Mercurius, 29 september, 2009
Om 23.55 uur vanavond vliegt MESSENGER op een afstand van 230 kilometer langs Mercurius.
Deze manoeuvre is de derde
en laatste die nodig is
om de ruimtesonde de juiste koers en snelheid
te geven om op 18
maart 2011, in een baan om de planeet te kunnen worden gebracht
Net als
bij de twee vorige vluchten worden ongeveer 1500 opnamen
van het oppervlak gemaakt
en wordt de extreem ijle
atmosfeer onderzocht.


Op Mercurius heeft een inslagbekken de naam
gekregen van de schilder Rembrandt van Rijn.
Het
inslagbekken is ontdekt op 6 oktober 2009, heeft een doorsnede van
715 kilometer en is bijna 4 miljard jaar oud. Bijna alle kraters en andere
oppervlaktestructuren
zijn genoemd naar
schrijvers, componisten en beeldend kunstenaars.

Inslagbekken Rembrandt op Mercurius
De grootste inslagstructuur is
het Caloris-bekken, met een doorsnede van 1550 kilometer,
dit is bijna 1/3 van de doorsnede van Mercurius en is ontdekt op opnamen in 1974 en 1975
gemaakt door Mariner 10. Net als Beethoven (625 kilometer) en Tolstoj
(510 kilometer),
hun bodembekkens bestaan uit gestolde lavavlakken.
Sommige sterrenkundigen denken
dat de hoge soortelijke dichtheid van Mercurius veroorzaakt
is door inslagen, waarbij de buitenste delen van de mantel in de ruimte
zijn geslingerd,
terwijl de veel zwaardere mantel intact bleef.
Op Mercurius krijgen vijftien kraters, die in beeld zijn
gebracht door de MESSENGER,
een officiële naam van de Internationale Astronomische Unie.

Mercurius met namen
Kraters
op Mercurius krijgen
namen van schrijvers, componisten en beelden kunstenaars.
In april werden al kraters op Mercurius benoemd. De anderen zijn
vernoemd naar
de Spaanse kunstenaar, schilder Salvador Dalí, de Russische
componist Mikhail Glinka,
de Noorse schilder Edvard Munch en de Amerikaanse schrijver Edgar
Allan Poe.
Door de
flyby van MESSENGER op 6 oktober langs Mercurius, is nu 95 procent van
het oppervlak gefotografeerd. Mariner 10 legde in 1974 ruim de
helft van het oppervlak vast.
MESSENGER
fotografeerde in
januari 2008 een klein deel van het onbekende halfrond,
en daarna nog eens dertig procent van het oppervlak, ter grootte
van Zuid-Amerika.

MESSENGER flyby's
Uit de
ruim 1200 foto's
blijkt dat het oppervlak er in grote lijnen overal hetzelfde
uitziet:
oude kratervelden, afgewisseld met inslagbekkens.
Meetinstrumenten van MESSENGER
stelden vast dat Mercurius een symmetrisch magnetisch veld heeft,
en dat er in
de extreem ijle exosfeer natrium, calcium, waterstof en magnesium.
MESSENGER maakt opnames van Mercurius, 9 oktober 2008
MESSENGER heeft honderden opnamen van het kraterrijke
oppervlak van Mercurius
gemaakt en doorgegeven naar de aarde. Op de eerste foto die de NASA
heeft vrijgegeven, is de opvallend heldere krater Kuiper te zien,
die
genoemd is naar de Nederlands/Amerikaanse astronoom Gerard Kuiper.
De heldere krater in het
midden van de
opname is de Kuiper krater, die ook al te zien was
op foto's die in de zeventiger jaren werden gemaakt tijdens de
missie van de Mariner 10.

Mercurius in het midden Kuiper krater (wit)
Het gebied ten oosten van
deze krater, dit
is aan de rechterkant, is nooit eerder gefotografeerd.
Opvallend zijn de grote stralenstelsels die zich bijna over de
gehele planeet uitstrekken.
Deze lange kraterstralen zijn lichte strepen op het oppervlak,
die zich vanuit het kratercentrum lopen.
De kraterstralen en de lichte
kraterbassins in bovenstaande foto wijzen op jonge kraters.
De kraterstralen worden door de tijd uitgewist door zonnewind en
meteorieten. MESSENGER
maakte deze compositiefoto op 27000 kilometer afstand, anderhalf
uur na de dichtstbijzijnde flyby.
Op de opname ligt de Kuiper
krater links
van het midden en is waarschijnlijk de jongste
en helderste krater met een doorsnede van 60 kilometer.
Machaut is een krater met een
doorsnede
van ongeveer 100 kilometer.
MESSENGER maakte de opname op 6 oktober 2008.
De schaduwen van een paar
kleinere kraters
in de grote krater zijn goed te zien.
De grootste krater is waarschijnlijk vol gelopen met lava net als
de rest van de bodem
van Machaut. De bodem en de richels in de krater worden
onderzocht.

Machaut krater op Mercurius
Messenger ziet Mercurius, 3 oktober 2008
Maandag 6 oktober vliegt MESSENGER voor een tweede keer langs Mercurius.
Er zal een groot deel van het oppervlak, wat nog niet bekend is,
worden gefotografeerd.
Daarbij wordt het kraterrijke oppervlak tot 200 kilometer
genaderd.
Er zal gebruik gemaakt worden
van een
laser hoogtemeter, zodat foto's en hoogtemetingen
met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Ook zal MESSENGER
de atmosfeer en geladen
deeltjes in zijn magnetisch veld onderzoeken. De topografie
bepalen en de massa opmeten.

Messenger ziet Mercurius
Deze flyby is de tweede van
de drie die
plaatsvinden voordat MESSENGER in een baan
om de planeet komt in 2011. Voor de eerste flyby in januari dit
jaar, was bijna
de helft van het oppervlak van Mercurius nog nooit gezien.
Tijdens de flyby worden
honderden foto's
gemaakt en metingen verricht,
maar het hoofddoel is het verkrijgen van de juiste koers en
snelheid.
Mercurius en zijn geheimen, 6 juli 2008
Het oppervlak van Mercurius is voor een belangrijk deel bepaald door
vulkanisme.
De planeet is 35 procent sterker gekrompen doordat de kern
afkoelt dan tot nu toe werd gedacht.
Dit komt onder andere door haar sterke magnetische veld, die
wordt opgewekt in de vloeibare buitenkern.
De kern die voornamelijk uit
ijzer bestaat
neemt zestig procent van de totale massa in.
Sinds het ontstaan van Mercurius is ze al 1,5 kilometer kleiner
geworden.
De gesteenten in de mantel
zijn
opmerkelijk arm aan ijzer. Dit zijn conclusies die onderzoekers
trekken,
door bestudering van foto's en metingen die in januari 2008
werden verkregen door de MESSENGER.
Deze vloog op een afstand van 200 kilometer langs Mercurius.
Mercurius opname door Messenger
Onechte kleurenfoto van het grote Caloris-inslagbekken op Mercurius (gele plek).
Op de opnamen
zijn talrijke
inslagvormen te zien die op vulkanische activiteit wijzen.
Het gaat om heldere afzettingen langs de randen van het bekken,
inslagkraters in het bekken
zijn volgelopen met lava, dit is te zien aan de vervormende
structuren van de lava.
Hierdoor
lijkt Mercurius op de maan, die ook volgelopen bekkens
met lava heeft (Mare).
Het verschil met de aarde en Mars is, dat hier het vulkanisme
vooral grote vulkanen
achterliet.
Door eerder onderzoek was men
al meer te
weten gekomen over de atmosfeer van Mercurius
en zijn Si-, Na-, H-ionen ontdekt, (silicium, natrium en
waterstofionen).
Donkere kransen op Mercurius, 9 maart 2008
Op opnamen van de Messenger die op 14 januari 2008 van Mercurius zijn gemaakt, laten kraters zien
met een merkwaardige donkere krans of halo. Op de bodem van één
van die kraters ligt juist weer
helder materiaal. Waar deze opmerkelijke kenmerken vandaan komen,
is nog onduidelijk.
Mogelijk is er op Mercurius
een
ondergrondse laag van donker materiaal aanwezig, die boven komt
als
inslaande objecten de juiste diepte bereiken en donkerkleurige
richels rondom de kraters vormen.
Een andere mogelijkheid is
dat het donkere
materiaal rond de kraters bij de inslag zelf is ontstaan,
waarbij de onderliggende rotsen zijn gesmolten. Dit materiaal is
naar buiten geslingerd en weer gestold in
de vorm van donker, glasachtig materiaal, zoals die ook rond
kraters op de aarde en de maan is aangetroffen.

Kraters in het Caloris basin
De donkere halo's op
Mercurius zijn veel
opvallender en completer dan op de maan,
maar dat kan komen door de grotere zwaartekracht van Mercurius,
die ervoor zorgt
dat het materiaal zich niet ver van de inslagplek kan verwijderen.
Maar hoe het heldere
materiaal is ontstaan
in één van de kraters is niet duidelijk. Dit materiaal
weerkaatst het zonlicht op dezelfde manier als ijs zou doen, maar
het is onmogelijk dat het heldere materiaal
uit ijs bestaat. De temperatuur binnen de kraters kan overdag
immers oplopen tot 400 graden Celsius.
Misschien dat onderzoek van
de
spectrometrische waarnemingen meer
duidelijkheid geeft over het materiaal waar deze krater uit
bestaat.

Een andere krater op de zuidpool
Magnetisch veld van Mercurius, 3 februari 2008
Mercurius lijkt op de maan, maar toch zijn de verschillen groot. Mercurius heeft enorme kliffen
die zich over honderden kilometers uitstrekken, dit is ontstaan
door breukvorming
die vroeg in de geschiedenis van Mercurius heeft plaatsgevonden.
Messenger heeft opnamen gemaakt van het centrum van het
reusachtige inslagbekken Caloris,
die een merkwaardige structuur heeft in de vorm van een spin met
een krater in het midden,
die een doorsnede heeft van 40 kilometer.
In het zonnestelsel zijn geen
vergelijkbare structuren bekend, zodat de spin vrij bijzonder is.
De spin bestaat uit scheuren die vanuit het midden van de spin
naar buiten lopen.
De scheuren lijken te zijn ontstaan door het plaatselijk
uitzetten van de korst.

De spin in de Caloris krater
Alle kraters op Mercurius
zijn anders dan
die op de maan, waarschijnlijk komt dit
door de grotere zwaartekracht aan het oppervlak. Hierdoor valt
het materiaal
dat bij een inslag wordt opgeworpen niet ver van de kraterrand
neer.
Opnamen van de Messenger laten zien dat het oppervlak van
Mercurius grotendeels
gevormd is door vulkanische activiteit. De inslagkraters zijn
gedeeltelijk opgevuld met lava.
Het
magnetisch
veld is in de afgelopen dertig jaar sinds de Mariner 10 langs
Mercurius scheerde,
vrij constant qua sterkte gebleven. Waarschijnlijk wordt het
magnetische veld van Mercurius,
net als dat van de aarde, door de dynamowerking van vloeibare metalen
in de
kern opgewekt.
Het is niet bekend hoe de planeet nog een vloeibare kern kan
hebben, terwijl dat bij Venus en Mars niet meer is.
Metingen
van
het magnetisch veld van Mercurius wijzen uit dat deze tweepolig
is, dit betekent
dat het magnetisch veld een noord- en een zuidpool heeft, net als
bij de aarde. Dit is ook
een aanwijzing dat het magnetisch veld van Mercurius zijn
oorsprong heeft in de kern.

Magnetisch veld van Mercurius
Messenger
heeft daarnaast metingen verricht van de gasvormige staart van
waterstof en natrium,
die afkomstig zijn uit de zeer ijle atmosfeer van Mercurius en
aan de planeet ontsnappen.
De grootste concentratie van gassen bevinden zich boven het
noordelijk halfrond van de planeet.
Messenger
zal
nog twee flyby's bij Mercurius verrichten, op 6 oktober 2008 en
29 september 2009.
Bij iedere flyby wordt hij door de zwaartekracht van Mercurius
afgeremd,
om op 18 maart 2011 in zijn omloopbaan terecht te komen.
Het is de bedoeling dat Messenger dan nog minstens een jaar zal
functioneren.
Nieuwe opnamen van Mercurius, 22 januari 2008
Er zijn 1200 opnamen van de Messenger binnengekomen, van wat voorheen
onbekend gebied was, het zijn voornamelijk kraterlandschappen.

Zuidpool van Mercurius

Krater Sholem Aleichem (in de schaduw) op Mercurius
De inslagkrater Caloris, die
tot de
grootste van het zonnestelsel behoort,
laat een beetje de bodem van Mercurius zien.
Onderzoekers hadden verwacht dat de bodem van Caloris donker zou
zijn,
net als de grote zeeën (Mare) van gestolde lava op de maan.
Maar de bodem is helder van kleur, met verschillende
kleurcombinaties, die iets
kunnen zeggen over de mineralogische samenstelling van de korst
van Mercurius.
Opname van Mercurius, 17 januari 2008
Na de flyby van Messenger langs Mercurius is een foto vrijgegeven.
De foto is 80 minuten na de dichtste nadering van Messenger
gemaakt op een afstand van 27.000 km, het
meeste op de foto is nog niet eerder gezien op foto's van Mariner 10 en laat een zwaar bekraterd oppervlak zien.

Messenger maakt opname van Mercurius
De foto is genomen op 14
januari om 21:24
uur.
Het lichte gebied rechtsboven is het Caloris bassin, of Bassin
van de Hitte.
Wanneer Mercurius het dichtst bij de zon staat, ontvangt het bassin de meeste hitte.
Het grote inslagbekken Caloris heeft een doorsnede van 1550
kilometer en is 3,8 tot 3,9 miljard jaar oud.
Op 16 januari is een tweede foto (onder) vrijgegeven, waarop rechtsboven de bekende dubbele krater Vivaldi te zien is.

Krater Vivaldi op Mercurius
Messenger vliegt langs Mercurius, 10 januari 2008
Mercurius krijgt 14 januari voor het eerst in bijna 33
jaar
weer bezoek van ruimtesonde, Messenger.
Op 9 januari zal Mercury Dual Imaging System, de camera van de
Messenger, foto's gaan nemen,
terwijl de ruimtesonde op Mercurius afkoerst.

Opname Mercurius gemaakt door Messenger
De Messenger ligt goed op
koers om
Mercurius op een hoogte van 202 kilometer voorbij te scheren,
maar heeft nog niet de juiste snelheid om in een baan om de
planeet te komen,
hier zijn nog drie scheervluchten (flyby's) voor nodig.
Bij deze eerste flyby zullen
1200 opnamen
worden gemaakt, waarvan sommige van een afstand
van niet meer dan 200 kilometer. Het is voor het eerst dat een
deel van Mercurius in beeld wordt gebracht,
dat niet eerder door een ruimtesonde gefotografeerd is, waaronder
een stuk van het Caloris-bekken,
een 1550 kilometer grote inslagkrater. Er worden observaties
gemaakt van de samenstelling van
het oppervlak en de atmosfeer en de magnetosfeer wordt onderzocht.
Mercurius vloeibare kern, 6 mei 2007
Met radartechnieken hebben
onderzoekers
vastgesteld dat de kern van Mercurius op zijn minst voor een deel vloeibaar is.
Dit is afgeleid uit een heel kleine variatie in de aswenteling
van de planeet tijdens zijn baan om de zon.
Deze schommelingen wijzen erop dat de kern van Mercurius min of
meer vrij kan bewegen ten opzichte van
de omringende mantel (en korst) en dat is alleen mogelijk als die
kern (deels) vloeibaar is.
Mercurius behoort net als
Uranus en
Neptunus tot de minst onderzochte planeten van ons zonnestelsel
en heeft in 1974 éénmaal
bezoek gehad van een ruimtesonde, de Mariner 10, deze ontdekte onder meer dat Mercurius een
zwak
magnetisch veld heeft.
Dit zou in een vloeibare kern kunnen worden opgewekt, maar ook
van een fossiel veld uit vroeger tijden kunnen zijn.

Binnenste van Mercurius
Mercurius is dermate klein
(massa van vijf
procent van de aarde) dat men verwachtte dat zijn kern al lang
geleden
gestold zou zijn.
Om dit te onderzoeken heeft men met de radiotelescoop van
Goldstone in de VS, radiogolven naar Mercurius gestuurd.
De radiotelescoop van Green Bank ving de zwakke radarreflecties
op om minuscule schommelingen in zijn draaiing op te sporen.
Vooraf was berekend dat een
vloeibare kern
tot tweemaal zo grote schommelingen zou veroorzaken als een vaste
kern.
Uit de metingen blijkt volgens de onderzoekers met 95% zekerheid
dat de kern van Mercurius vloeibaar is.
Messenger flyby langs Venus, 5 juni 2007
Dinsdagmiddag 5 juni, is de
tweede flyby
van de MESSENGER langs Venus, de kortste afstand tot Venus is dan 340 km.
De flyby helpt de MESSENGER verder op weg naar Mercurius en om zijn snelheid te verlagen van 37 naar
28
kilometer per seconde.

Messenger flyby langs Venus
Tijdens de eerste flyby in
oktober 2006,
werden geen wetenschappelijke waarnemingen gedaan, omdat Venus
toen aan de andere kant van de zon stond, wat radiocommunicatie
met de aarde onmogelijk maakte.
Nu is de stand van Venus goed en zal onder andere het wolkendek
van Venus bestudeerd worden.
MESSENGER gaat samen met de Venus
Express, die al
geruime tijd om Venus draait, de invloed
van de zonnewind op de ionosfeer van de planeet onderzoeken.
Pas in januari 2008 heeft
MESSENGER zijn
eerste flyby bij Mercurius in oktober 2008 de tweede
en in september 2009 de derde flyby, de MESSENGER heeft aan het
eind in 7 jaar
een afstand afgelegd van 7,9 miljard kilometer en 15 loopings
langs de zon.

Flyby langs Venus
MESSENGER heeft zeven
wetenschappelijke
instrumenten aan boord en zal het eerste ruimtevaartuig zijn die
in een baan
om Mercurius draait en de eerste die onderzoek gaat uitvoeren
over Mercurius sinds meer dan 30 jaar geleden.
Gedurende deze week zijn
Venus en
Mercurius aan de hemel te zien in de westelijke en
noordwestelijke richting.
Venus is in het westen te zien als heldere avondster.
Messenger nadert Mercurius, 24 juni 2006
De Messenger van de NASA komt steeds dichter in de buurt van Mercurius.
De ruimtesonde heeft zich afgelopen woensdag 180 graden gedraaid,
dit vanwege de warmte van de zon.
De zonnewering, een soort
hitteschild, is
nu gericht naar de zon,
waardoor de temperaturen in de ruimtesonde niet te hoog stijgen.
De manoeuvre duurde 16
minuten en was
bedoeld om de temperaturen laag te houden,
anders zouden de onderdelen in de ruimtesonde te warm worden.
De afstand tot de aarde was 196.5 miljoen kilometer en 144.6 miljoen
kilometer tot de zon.

Messenger nadert Mercurius
De eerste flyby van de
Messenger langs Venus is op 24 oktober dit jaar, daarvoor zullen nog
diverse testen plaatsvinden om te kijken of alle instrumenten
goed functioneren.
Pas in 2011 zal de Messenger
in een baan
om Mercurius draaien. Tot die tijd volgen er nog een paar flyby's.
Tweemaal langs Venus (2006 en 2007) en driemaal langs Mercurius (twee
keer in 2008 en een keer in 2009).
Mercurius-materiaal mogelijk ook op aarde, 5 april 2006
Mercurius is de binnenste
planeet van het zonnestelsel en bevat een ongewoon grote kern van ijzer en
nikkel, rood
op de foto. Bij het ontstaan van het zonnestelsel gaat men er
vanuit, dat Mercurius een veel dikkere gesteentemantel
heeft gehad. De mantel, blauw op de foto, zou bij een zware
kosmische botsing in de ontstaansperiode van
het zonnestelsel, 4,6 miljard jaar geleden, voor het grootste
deel zijn verbrijzeld en de ruimte in zijn geslingerd.

Computermodel van de inslag op Mercurius
Dat er op aarde meteorieten liggen die afkomstig zijn van de maan en van Mars is al langer bekend.
Maar dat onze aarde ook zestien triljoen kilogram - een 1 met 18
nullen - Mercuriusmateriaal bevat, is nieuw.
Computernabootsingen laten nu
zien dat het
weggeworpen materiaal in zo'n geval voor een belangrijk deel
naar buiten geblazen kan worden door de stralingsdruk van de zon en grote hoeveelheden
Mercurius-materiaal op Venus en op de aarde terecht konden komen.
Hieruit heeft men afgeleid
dat de planeet
zeer dicht is en daardoor voor het grootste deel uit een metalen
kern bestaat.
Het is nu aan
de Messenger om te
kijken of dat ook inderdaad zo is.
Mercurius krijgt bezoek van twee ruimtesondes, 30 maart 2006
In augustus 2013 zal de ESA voor het eerst een ruimtesonde lanceren, de
BepiColombo missie,
die een bezoek moet brengen aan Mercurius en ook wel de
Boodschapper van de goden wordt genoemd.
Mercurius is de binnenste planeet, hij draait zo dicht bij de zon
dat er hoge temperaturen heersen en dat
er sterke straling is. Door zijn bijzondere baan is het zeker de
moeite om een ruimtesonde naar Mercurius te sturen.
De missie werd vernoemd naar
de Italiaanse
wiskundige Giuseppe Bepi Colombo en zal gelanceerd worden
door middel van een Soyuz-Fregat raket van op de Europese
lanceerbasis Kourou in Frans Guyana,
hiervandaan zullen in 2008 Soyuz raketten gelanceerd worden.
BepiColombo bestaat uit drie
componenten:
een Europese en Japanse ruimtesonde
en een motorgedeelte dat beide sondes bij Mercurius moet sturen.
De ruimtesonde is bijna vijf meter hoog zijn en weegt ongeveer
drie ton,
waarvan de helft door brandstof wordt ingenomen.
De lanceerraket zal een
Sojoez 2-1B zijn
met een aangepaste bovenste Fregat M-rakettrap.
Na een reis van zes jaar zal BepiColombo in augustus 2019 zijn
doel bereiken en beginnen aan het onderzoek van Mercurius.

BepiColombo missie
Er worden met deze missie
twee
ruimtevaartuigen gelanceerd de Europese Mercury
Planetary
Orbiter, MPO
en de Japanse Mercury Magnetospheric
Orbiter, MMO,
die gebouwd wordt
door de Japanse ruimtevaartorganisatie
JAXA. ESA en JAXA zijn enorm geïnteresseerd in onze binnenste
planeet, omdat men tot nu toe zeer weinig weet
over de structuur, het oppervlak en het magnetisch veld van
Mercurius.
MPO
zal bij het lanceren
een gewicht hebben van 600 kilogram en wordt ontworpen om Mercurius
gedurende één jaar lang te onderzoeken, MMO
heeft bij het lanceren een gewicht van 250 kilogram
en zal eveneens een levensduur hebben van één jaar.
Beide sondes zullen er na de
lancering in
2013 er zes jaar over doen voor ze in 2019 bij Mercurius aankomen,
waarna
de twee ruimtesondes elk in een verschillende baan om de planeet
gebracht worden en kunnen ze van start gaan
met hun wetenschappelijk onderzoek die vooral bestaat uit het
onderzoeken van het Mercurius oppervlak,
zijn inwendige structuur en zijn magnetisch veld. De Japanse
ruimtesonde MMO zal tijdens dit onderzoek
al
zijn
gegevens doorsturen naar de Europese ruimtesonde MPO,
die ze dan op zijn beurt zal doorsturen naar de aarde.

MPO
De Europese MPO
ruimtesonde zal zich in een baan om Mercurius bevinden op een
hoogte tussen
de 400 en 12.000 kilometer boven het oppervlak en als beide
sondes na een jaar lang nog optimaal
functioneren kunnen beide missies met nog één jaar verlengd
worden.
Mariner 10 van de NASA ontdekte dat Mercurius over een redelijk
sterk
magnetisch veld beschikt.
Dit magnetisch veld zal één van de belangrijkste onderdelen
zijn die de twee BepiColombo ruimtesondes
moeten onderzoeken en dit zal gebeuren door een magnetometer aan
boord van de MPO die wordt
ontwikkeld door Duitse, Oostenrijkse, Britse en Japanse
onderzoekers.
Dit is niet de eerste keer
dat Europa
samenwerkt met andere ruimtevaartorganisaties tijdens een
onbemande missie
en tevens ook de duurste en grootste missie zal worden uit het
Europese onbemande ruimtevaartprogramma.
Op technisch vlak zal
eveneens zeer veel
verlangt worden van deze twee ruimtevaartuigen en de reis naar
Mercurius
zal een hele moeilijke onderneming worden, doordat de twee
ruimtevaartuigen de aantrekkingskracht van de zon
moeten weerstaan en dit kan alleen verwezenlijkt worden door
gebruik te maken van de aantrekkingskracht van
de maan, Venus en Mercurius. Vandaag de dag wordt in het ESA
onderzoekcentrum
ESTEC, dat gevestigd is in
Noordwijk, begonnen aan de eerste belangrijke onderdelen die
beide ruimtevaartuigen aan boord zullen hebben
en worden verschillende technologieën en materialen getest die
weerstand kunnen bieden aan de hoge temperaturen
die zich nabij Mercurius voordoen, doordat deze planeet zich zeer
dicht bij de zon bevind.
De Messenger werd in augustus 2004 gelanceerd, om in maart 2011 bij Mercurius aan te komen.
De
Messenger is door de NASA ontworpen om Mercurius te onderzoeken,
de kosten bedragen 427 miljoen dollar en weegt 1100 kilogram.
Messenger betekent Mercury Surface, Space Environment, Geochemistry and Ranging.

Messenger
Messenger is op de helft van haar reis, 22 november 2007
De Messenger heeft de helft van haar 6,6 jaar durende reis afgelegd.
Op 14 januari 2008, zal ze
voor de eerste
keer langs haar uiteindelijke doel Mercurius vliegen
op een afstand van maar 200 km. Het is 32 jaar geleden dat de
Mariner 10 in 1974 en 1975
Mercurius passeerde, tijd voor een nieuw onderzoek aan de
binnenste planeet van ons zonnestelsel.
Na enkele koerscorrecties en
2 passages
langs deze planeet om haar snelheid te verminderen,
zal Messenger op 18 maart 2011 haar doel bereiken.

Messenger en Mercurius
Messenger op weg naar Mercurius, 27 oktober 2007
Op 250 miljoen kilometer
afstand van onze aarde, heeft de Messenger
met succes twee kritische koerscorrecties ondernomen.
Zijn baan is nu zo gewijzigd dat hij Mercurius voor het eerst zal naderen op 14 januari 2008.
Deze correctie was de tweede
in een reeks
van 5 Deep-Space Maneuvers (DSM)
die de ruimtesonde helpen zijn uiteindelijke doel te bereiken.

Waar is Messenger
13
december 2005
Om 12.30 uur werd een grote succesvolle koerswijziging uitgevoerd
om de Messenger
in de goede baan te brengen, om op 24 oktober 2006 langs Venus te
vliegen.

Baan van de Messenger
De
grote motor ging 524
seconden aan en veranderde de koers met 316 meter per seconde.
dit moet nog 5 keer gebruikt worden voor koerswijziging.
De
ruimtesonde vliegt
één keer langs de aarde, twee keer rond Venus,
3 keer rond Mercurius en ook nog 15 loopings rond de zon.
3
augustus 2004
De Messenger is gelanceerd, het doel is om de planeet Mercurius
gedurende een jaar in kaart te brengen.
Via een ingewikkelde weg komt de Messenger bij Mercurius aan.
De
ruimtesonde kan niet
in één keer naar Mercurius, want dan is de snelheid
van dertien kilometer oer seconde bij aankomst veel te hoog.
De
Messenger moet
afgeremd worden door langs de binnenkant van de planeten te
vliegen,
waardoor de snelheid wordt afgeremd, door flyby's krijgen ze
juist meer snelheid.
In
2006 en 2007 komt hij
langs Venus, in 2008 en 2009 ook nog eens 3 keer langs
Mercurius
voordat hij in maart 2011 in een baan rond de planeet komt,
op een afstand van ongeveer 200 kilometer van het oppervlak.
In 2012 zal de reis van de Messenger eindigen door een inslag in één van de kraters op de planeet.
Meteosat Second Generation, MSG
Op 28
augustus 2002 werd de eerste weersatelliet, de Meteosat-8 van de
nieuwe serie
Meteosat Second
Generation,
MGS, gelanceerd en in januari 2004 in
gebruik
genomen.
MSG wordt ontwikkeld door ESA in samenwerking EUMETSAT.
De
satellieten zijn 2,4 meter hoog en hebben een doorsnede van 3,2
meter.
Het gewicht van de MSG satelliet is 2035
kilogram en het is de bedoeling
dat de satelliet ongeveer 7 jaar zijn werk doet.
De totale kosten bedragen 1,3 miljard euro, waarvan 2/3 wordt betaald door ESA en 1/3 door EUMETSAT.

Meteosat-satelliet
De Meteosat-satellieten
verruimen de mogelijkheden voor weersverwachtingen en
waarschuwingen
voor extreem weer, maar ook voor klimaatonderzoek, met name voor
onderzoek naar straling,
temperatuur van zee- en landoppervlak, wolken en neerslag.
Ook de vegetatie op het aardoppervlak kan in kaart worden gebracht.
MSG
satellieten staan op een vast punt, 35.800 kilometer, boven de aarde en zenden ieder kwartier gegevens door.
De derde Meteosat-satelliet wordt gelanceerd in 2008-2009 en
vervangt na verloop van tijd Meteosat-8.
De vierde satelliet wordt gelanceerd in 2010-2011, vervangt Meteosat-9 en zal dienst doen tot ongeveer 2018.
De oude Meteosat-satellieten hebben 25 jaar gewerkt.
Meteosat-9
gelanceerd,
22 december 2005
ESA's nieuwste weersatelliet Meteosat-9 is
gelanceerd
vanaf de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana.
Het is de
tweede satelliet in
de MSG-serie, Meteosat
Second
Generation,
die in een baan om de aarde werd gebracht.

Lancering Meteosat-9
Sinds
1977 gebruiken
meteorologen weersatellieten om het weer te voorspellen.
De oude Meteosat-satellieten worden vervangen door de nieuwe
tweede serie satellietsystemen.
Tot 2018
gaan 4 satellieten
voordurend voor weersinformatie zorgen.
Verwacht wordt dat Meteosat-9 over een half jaar volledig in
gebruik kan worden genomen.
MIR betekent in het Russisch vrede en wereld.
De eerste
module van het ruimtestation werd gelanceerd op 19 februari 1986
en het laatste deel in 1996, het ruimteschip diende voor
wetenschappelijk onderzoek.

MIR
Op 23 maart
2001 keerde de MIR na 15 jaar terug naar de aarde om in grote brokstukken
neer te storten in de Grote Oceaan, hij werd te onstabiel en was
onveilig.