INFO OVER HET ZONNESTELSEL
De maan is de natuurlijke satelliet van de aarde.
Ze cirkelt op een afstand van
384.500 kilometer om de aarde heen en heeft een doorsnede van
3475,6 kilometer.
Ze draait in 27,3 dagen één rondje om de aarde.

De maan
De maan is een koude,
levenloze, stenen bal, ze is vier keer zo klein als de aarde,
heeft geen dampkring of vloeibaar water en haar oppervlak is
bedekt met kraters.
De temperatuur loopt overdag op tot 115°C en zakt ’s nachts tot 160°C onder nul.
De vlekken die we op de maan
zien, noemen we zee of mare, dit zijn donkere gebieden,
die bestaan uit vulkanische lava, de lichtere gebieden zijn ouder,
hoger land.
Net als de planeten
geeft de maan zelf geen licht.
Dat je hem als een lichte bol of sikkel ziet, komt doordat er
zonlicht op de maan valt.
Zo lijkt het alsof de maan zelf licht geeft.
De maan is waarschijnlijk 4.5
miljard jaar geleden ontstaan,
toen een hemellichaam ter grootte van Mars op de jonge aarde insloeg.
Gesmolten gesteente van de
twee hemellichamen werden de ruimte ingeslingerd.
Dit gesteente klonterde samen en hieruit is waarschijnlijk de
maan ontstaan.
Op 21 juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan,
de astronaut Neil Armstrong stapte als eerste mens op de maan, gevolgd door Edwin Aldrin.
Deze historische gebeurtenis werd op de televisie gevolgd door
miljoenen mensen.



De ontdekking kan het
mogelijke opzetten van een permanente basis op
de maan vergemakkelijken. Eerder waren al sporen van
enkele watermoleculen
op de maan gevonden en deze ontdekking is gunstig voor een permanente
basis.
De NASA wil voor 2020
weer een missie naar de maan. Tot nu toe
hebben tussen
1969 en 1972, twaalf Amerikanen op de oppervlakte van de maan gelopen.

Inslag op de
maan, 9 oktober 2009
NASA laat vrijdag 9 oktober LCROSS
(700 kilo) met een snelheid van ongeveer
9000 kilometer per uur op het oppervlak van de maan inslaan.
De LRO neemt de inslag waar en brengt het oppervlak van de maan nauwkeurig in kaart.
De tweede satelliet, de
LCROSS, is betrokken bij de inslag op vrijdag.
In de stofwolken hopen
wetenschappers sporen van water en ijs te
vinden,
dit is van levensbelang voor een eventuele basis op de maan.


Door de botsing ontstaat
een krater van ongeveer twintig meter in doorsnede
en een diepte van vijf meter. Er zal ongeveer 385 ton aan materiaal
los komen.
De LCROSS vliegt door de
ongeveer 10 kilometer hoge stofwolk heen
en slaat vier
minuten later zelf in, nadat eerst de gegevens over
de
samenstelling van de stofwolk terug zijn gestuurd naar de aarde.
Het is niet voor het eerst
dat door inslagen naar water of ijs wordt gezocht.
Ook de Lunar Prospector (1999), de Europese Smart-1 (2004) en de
Japanse Kayaguya (2009)
liet men inslaan. Tekenen van ijs werden niet gevonden.

LRO fotografeert maanlanders, 18 juli 2009
Tussen 11
en 15 juli
is van de maanlander Eagle van Apollo 11 een opname
gemaakt,
net als van de maanlanders van Apollo 14, 15, 16 en 17.



LRO maakt
eerste foto's van de
maan, 6 juli
2009
De eerste foto's van de LRO zijn gemaakt van het gebied Mare Nubium,
de Zee der Wolken.



Een gebruikt onderdeel van de LRO wordt tijdens de missie met hoge
snelheid op
een maankrater afgeschoten, waardoor een grote stofwolk
vrijkomt.
LCROSS zal
door die wolk vliegen en op zoek gaan naar sporen van water en ijs.
LRO gelanceerd, 20 juni 2009
Lunar
Reconnaissance Orbiter, LRO
is 18 juni om 23.32 uur
gelanceerd.
Door onweersbuien gingen de eerste twee
lanceermogelijkheden,
om 23.12 en 23.22 uur, niet door.



De Lunar Reconnaissance Orbiter heeft in
Goddard Space Flight Center van de NASA,
in Greenbelt, Maryland, een vijf
weken durende thermische vacuümtest doorstaan.
De
ruimtesonde is blootgesteld aan de omstandigheden zoals die ook in de
ruimte voorkomen.
De lancering staat
gepland voor 24 april 2009.

LRO heeft zeven
wetenschappelijke
instrumenten die onderzoek gaan doen aan
de topografie en de
mineralogische samenstelling van het oppervlak van de maan.
Op de
koudste plek van de maan in de krater Shackleton, waarvan de bodem
nooit direct zonlicht ontvangt, ligt geen grote hoeveelheid ijs.
Terwijl de bovenrand van de krater vrijwel constant zonlicht
ontvangt.
De camera
van de Japanse
maansatelliet Kaguya kan ook de donkere delen van
het maanoppervlak in beeld kan brengen en hieruit blijkt dat in
de krater geen
oppervlakte-ijs te vinden is. De beelden van Shackleton laten
alleen maanstof zien.
De krater
op de zuidpool van
de maan heeft een doorsnede van ongeveer 19 kilometer,
is vier kilometer diep en de temperatuur is iets minder dan 248
graden Celsius onder nul,
wat geschikt kan zijn voor het invriezen van levensvormen.

Shackleton krater op de zuidpool
De Lunar
Prospector ontdekte
tien jaar geleden grote concentraties waterstof
dichtbij het oppervlak van de maan. Onderzoekers dachten dat de
bron van het waterstof
uit de voorraden bevroren water in diepe kraters rond de polen
van de maan kwam,
die door inslagen van kometen zouden zijn aangevoerd.
Maar uit
de opnamen van
Kaguya, die sinds oktober 2007 om de maan draait, blijkt dit niet
zo te zijn.
Misschien is er wel een kleine hoeveelheid ijs in de kraterbodem
dat vermengd is met maanstof.
Maar de hoeveelheden zijn waarschijnlijk veel geringer dan
gehoopt en misschien zelfs nihil.
Radar fotografeerde zuidpool maan, 1 maart 2008
De zuidpool van de maan is veel heuvelachtiger dan men dacht. Dit blijkt
uit metingen met
de Goldstone Solar System Radar, van de NASA, die vanaf de aarde de zuidpool heeft onderzocht,
deze radar staat in de Mojave-woestijn in Californië.
De zuidpool, met de enorme
Shackletonkrater, geldt als een mogelijke plek voor een maanbasis.
De nieuwe gegevens over het oppervlak verkleinen de geschiktheid
hiervoor.
De nieuwe foto's zijn vijftig keer zo
scherp als de foto's die in de jaren negentig gemaakt werden
door de ruimtesonde Clementine. Uit de radargegevens verkrijgt
men informatie over het reliëf
en de ruwheid van het terrein. De kleinste details die te zien
zijn hebben afmetingen van twintig meter.
De signalen zijn verstuurd met de
hoofdschotel van Goldstone, die 70 meter lang is.
Het weerkaatste signaal is vervolgens weer opgevangen met de twee
34-meter antenne's.

Zuidpool van de maan
Dicht bij de zuidpool van de maan zijn
bergpieken te vinden die voortdurend zonlicht ontvangen, dit zou handig
zijn voor de energievoorziening, de kraterbodems liggen altijd in
de schaduw, waar zich misschien ijs (water) bevindt.
De Lunar Reconnaissance Orbiter is een
zeer geavanceerde maansonde die later dit jaar gelanceerd zal
worden naar de maan. De LRO zal een serie foto's van het
maanoppervlak maken, waarmee
ondermeer een driedimensionale kaart van het maanoppervlak
gemaakt kan worden.
De NASA heeft nieuwe maanwagens ontwikkeld
die in de toekomst op de maan kunnen rondrijden.
NASA hoopt rond 2020 astronauten naar de maan te kunnen sturen.
De bedoeling is dat er uiteindelijk
een semi-permanent bemande maanbasis wordt gebouwd.
Voor het afleggen van grote afstanden op
de maan is een maan-truck ontwikkeld met zeswielaandrijving.
Voor onbemand onderzoek is een robotwagentje ontworpen die een
boor aan boord heeft
om op zoek te gaan naar ondergronds ijs en zuurstofrijk
bodemmateriaal.

Robotrover op de maan
Komt er een radiotelescoop op de maan, 1 maart 2008
De NASA heeft het plan voor verdere ontwikkeling
goedgekeurd om een array van radiotelescopen
op de achterzijde van de maan te zetten. Het betreft het Lunar
Array for Radio Cosmology-project,
LARC, dat tot doel heeft om op zeer lage
frequenties radiostraling uit de begintijd van het heelal
op te vangen, ook wel de era van de kosmische duisternis genoemd,
dit is vanaf de aarde niet mogelijk
doordat de zwakke radiogolven door de ionosfeer, een hoge laag
van elektrisch geladen gas
worden tegengehouden en worden overstemd door radio- en tv-signalen.
De array zou moeten bestaan uit honderden
radiotelescopen, verspreid over een gebied van maximaal
twee vierkante kilometer. Het voordeel van het gekozen
frequentiegebied is dat de plaatsing van
de telescopen op de maan volledig is afgeschermd tegen verstoring
van radio- en TV-signalen.

Maquette radiotelescoop op de maan
De era van de kosmische duisternis is een
periode in de geschiedenis van het jonge heelal waarin het heelal
voldoende was afgekoeld om het ontstaan van neutrale
waterstofwolken mogelijk te maken.
Deze wolken werkten als een ondoordringbare mist, waarin de
meeste vormen van licht geabsorbeerd werden.
De mist klaarde pas op toen de eerste sterren, sterrenstelsels en
clusters van sterrenstelsels
die erin waren ontstaan dit gas weer verhit hadden.
Radiogolven van LARC zijn
in staat om door de kosmische mist heen te dringen en de
informatie
te geven over deze mysterieuze periode in de geschiedenis van het
heelal.
Behalve voor kosmologisch onderzoek zou LARC
ook kunnen worden gebruikt voor het onderzoek
van uitbarstingen op de zon. Ingenieurs krijgen een jaar om het
meer dan 1 miljard dollar kostende
plan uit te werken. Mogelijk kan de constructie na het jaar 2025
van start gaan.
Totale maansverduistering in aantocht, 18 februari 2008
In de nacht van woensdag 20 op donderdag
21 februari vindt een totale maansverduistering plaats,
om 2.43 uur valt in Nederland de eerste schaduw van de aarde over de maan.
Bij een totale maansverduistering beweegt
de Volle Maan door de schaduw van de aarde,
het verschijnsel doet zich voor als de zon, de aarde en de maan in één rechte lijn liggen.
Er valt dan geen direct zonlicht meer op de maan. De maan krijgt
dan een oranjerode kleur
doordat de atmosfeer rond de aarde nog een aantal rode
zonnestralen richting maan buigt
en is dan een indrukwekkende, oranjerode bol aan de hemel.
Tussen 4.01 uur en 4.51 uur is de
maansverduistering, eclips, volledig en bevindt zich geheel
in de schaduw van de aarde. Aan de linkeronderzijde wordt dan
weer een onverduisterd deel
van de maan zichtbaar. Nog eens ruim vijf kwartier later, om 06.09
uur,
is de maan helemaal uit de schaduw van de aarde tevoorschijn
gekomen.

Maansverduistering
Tijdens het maximum van de verduistering,
om 04.26 uur, staat de maan hoog in het zuidzuidwesten.
Direct rechtsboven de verduisterde maan is de ster Regulus zichtbaar, de hoofdster van het
sterrenbeeld Leeuw.
Op grotere afstand linksboven de maan is Saturnus te zien.
Tijdens de maansverduistering zijn ze
veel opvallender dan ervoor en erna, wanneer ze worden
overstraald door het felle licht van de Volle Maan.
De maansverduistering van 21 februari is
voorlopig de laatste die vanuit Nederland en België helemaal
kan worden waargenomen: de totale eclipsen van 21 december 2010,
15 juni 2011 en 10 december 2011
zijn hier slechts voor een deel zichtbaar omdat ze rond
maansopkomst of maansondergang plaatsvinden.
Pas op 28 september 2015 is vanuit onze omgeving weer een totale
maansverduistering van begin tot einde te zien.
Ontstaan van de maan was zeldzame gebeurtenis, 21 november 2007
Er zijn maar weinig planeten in het heelal
die net zo'n grote maan hebben als de aarde.
Dit beweren sterrenkundigen naar aanleiding van een onderzoek aan
vierhonderd jonge sterren,
die ongeveer 300 miljoen jaar oud zijn, net zo oud als onze zon
toen onze maan werd gevormd.
Onze maan is enkele tientallen miljoenen
jaren na de vorming van de zon ontstaan bij een
enorme botsing tussen de jonge aarde en een kleinere jonge
planeet ter grootte van Mars.

Grote inslag op een planeet
Bij zulke enorme botsingen ontstaan grote
hoeveelheden stof.
Met de Spitzer Space Telescope is bij andere jonge sterren naar zulke stofwolken
gezocht,
maar die zijn zeer zeldzaam, de conclusie die hieruit getrokken
kan worden is dat er in hooguit
vijf tot tien procent van alle planetenstelsels deze zware
botsingen plaatsvinden, waarbij
grote manen ontstaan op dezelfde manier als waarop de maan van de
aarde is ontstaan.
Magnetisch veld van de aarde gevaarlijk voor maanreizigers? 17 april 2007
De maan draait eenmaal per 28 dagen door het magnetische
veld van de aarde en bevindt zich, tijdens
deze omloop, vier dagen lang in een uitloper van het magnetische
veld aan de schaduwkant van de aarde.
Delen van het maanoppervlak krijgen hierdoor een statische lading.
Het magnetische veld van de aarde laat
elektronen op het oppervlak van de maan achter, waardoor maanstof
elektrisch geladen wordt en dit kan gevoelige elektronica
beschadigen, als er ontlading plaatsvindt.
Het magnetische veld beschermd de aarde tegen gevaarlijke
straling, maar is een bedreiging voor astronauten op de maan.

Maanstof met maanrover
Tijdens de Apollo 17 missie moest de
maanrover regelmatig gerepareerd en afgeplakt worden om het stof
van de rover weg te houden, wat overal omhoogsprong als de
astronauten over het maanoppervlak rondreden.
Deze statische elektriciteit vormt een
serieus probleem voor astronauten, want het kan soms leiden tot
kleine schokken, ook gaan
elektrisch geladen maanstofdeeltjes zweven en kunnen de
ruimtepakken en verblijven van de astronauten binnendringen.
Onderzoek wijst erop dat de hoeveelheid
elektrische elektronen een 18-jarige cyclus kent.
Dit heeft te maken met de stand van de baan van de maan en het
lijkt erop dat de lading na 2012 weer toeneemt,
dit zou kunnen betekenen, dat de plannen om rond 2020 weer
astronauten op de maan te zetten, extra risico lopen.
Volledige maansverduistering 3 maart, 25 februari 2007
In de nacht van zaterdag 3 maart op zondag
4 maart zal een volledige maansverduistering plaatsvinden,
die in heel Nederland en België te zien is. De verduistering
begint om 22.30 uur 's avonds.
Het hoogtepunt van de verduistering is om
0.21 uur, na middernacht, op dat moment krijgt de maan
een volle roestbruine/rode kleur en vanaf 0.58 uur komt de maan
weer tevoorschijn.
Om 2.11 uur is de maan weer volledig zichtbaar. De totale
verduistering duurt 1 uur en 14 minuten.

Maansverduistering 3 maart
Een maansverduistering komt 66 keer per
eeuw voor, ongeveer twee maal in de drie jaar.
Het verschijnsel treedt op wanneer de aarde zich tussen de zon en de maan bevindt.
Lukt het niet om deze maansverduistering
te volgen? Op 28 augustus dit jaar is er weer
een maansverduistering, maar hiervoor moet je wel naar Nieuw-Zeeland
of Australië.

Maansverduistering 2007
Basis op de Maan, 5 december 2006
NASA gaat vanaf 2020 een blijvend internationaal
basiskamp vestigen op één van de polen van de maan.
Dit in overleg met dertien andere ruimtevaartorganisaties,
waaronder ook de ESA.
Het plan bestaat uit de ontwikkeling van een maanbasis, die
draait op zonne-energie in de buurt van één van de polen.
Er kan dan onderzocht worden
of de maan voldoende natuurlijke hulpbronnen heeft om van te
kunnen leven,
zoals zonne-energie en waterstof, zuurstof en ijs.
De basis kan ook worden gebruikt om een reis naar Mars voor te
bereiden en allerlei wetenschappelijk onderzoek te doen.
De eerste missie zou in 2020 moeten plaatsvinden, maar zal worden
voorafgegaan door onbemande verkenningsmissies.
Het verkenningsruimtevaartuig Orion dat in
2020 naar de maan gaat, lijkt op de Apollo
die in de jaren zestig de eerste astronauten op de maan zette,
maar daar houdt de gelijkenis op.
De Apollo's vlogen rond de evenaar van de maan, maar de NASA
richt zijn aandacht op de polen,
die geschikter zijn voor een langdurig verblijf vanwege het
gematigder klimaat en meer zonneschijn.
De Orion zal worden uitgerust met een
maanlander, die het eerste begin moet vormen van een basiskamp.
De nieuwe maanlander lijkt op een open bestelwagen, die is in te
zetten voor vervoer van vracht en personen.

Orion 500
In 2009 wil de NASA een eerste test
uitvoeren met één van de maancapsules.
In 2014/15 is de eerste bemande testvlucht van de Orion gepland,
maar dan wordt er niet op de maan geland.
In 2020 zullen vier Orion-astronauten hun eerste landing op de
maan maken. Daarna zal met de blijvende basis begonnen worden.
Het verblijf van de astronauten zal in het
begin hooguit een week duren. Later wordt dit verlengd tot een
half jaar.
NASA heeft een budget van 16 miljard dollar per jaar.
Maan langer actief geweest dan gedacht, 8 november 2006
Wetenschappers dachten dat de maan al meer dan drie miljard jaar niet meer vulkanisch
actief is.
Nu zijn er echter nieuwe bewijzen dat de maan waarschijnlijk een
paar miljoen jaar geleden nog
vulkanisch gas uitstootte. Dit denken wetenschappers na het
onderzoeken van Ina, een vulkanische structuur
in de vorm van een D met een doorsnede van 2800 kilometer, op het
oppervlak van onze maan.
Ina heeft hele scherpe randen, die voor
het eerst tijdens de Apollo-missies zijn gefotografeerd.
Dit is vreemd, omdat kenmerken van het oppervlak, zelfs in het
luchtledige van de maan meestal na
duizenden jaren verweren en binnen vijftig miljoen jaar zijn de
kenmerken verdwenen.

Maan met de structuur van Ina
Verder zijn er nauwelijks inslagkraters
zichtbaar.
De wetenschappers hebben twee kraters groter dan 30 meter
gevonden in een gebied
met een oppervlak van acht vierkante kilometer. Mocht het
oppervlak ouder zijn,
dan zouden er veel meer inslagkraters zichtbaar moeten zijn op
Ina.
Op aarde wordt het oppervlak regelmatig veranderd door wind
en water.
Op de maan gebeurt dat alleen door inslagen van meteorieten.
Volgens de onderzoekers kan Ina niet veel
ouder zijn dan twee miljoen jaar.
Ina ligt op het kruispunt van twee lange, diepe breuken in de
maankorst.
Het lijkt er niet op dat er veel magma
naar buiten is gekomen, het zou eerder kunnen gaan
om de uitstoot van gassen, zoals kooldioxide en misschien zelfs
waterdamp, waarbij afzettingen
op het oppervlak zijn weggeblazen en minder verweerde materialen
kwamen bloot te liggen.
In de omgeving zijn nog vier van
dergelijke structuren aangetroffen.
De recente uitstoot van gassen zou de waarnemingen van het
radioactieve gas radon door
de Lunar Prospector in 1997-1999, de afgelopen 60 jaar ontsnapt
uit de maan, kunnen verklaren.
Geen ijs op zuidpool van de maan, 18 oktober 2006
De enorme 300-meter Arecibo radiotelescoop
in Puerto Rico heeft een radarfoto van het zuidpoolgebied
van de maan gemaakt en op deze foto is geen waterijs te zien.
Er is nu weinig hoop, dat er zich veel waterijs bevindt in de
donkere kraters op de zuidpool van de maan.
Waar moeten toekomstige bemande maanmissies dan hun water en
brandstof vandaan halen?
Dicht bij de zuidpool van de maan bevinden
zich enkele diepe kraters die altijd in de schaduw liggen.
Maanverkenners ontdekten een paar jaar geleden, dat op de manier
hoe de radargolven uit die kraters weerkaatsten,
veroorzaakt kon worden door ijsvelden, koude vallen, die nooit
aan zonlicht worden blootgesteld.

Zuidpoolgebied, ongeveer 250 bij 100 kilometer groot,
A is Shackleton krater, 19 kilometer doorsnede en B is Shoemaker
krater, 51 kilometer doorsnede
Zulke ijsvoorraden zijn heel belangrijk
voor toekomstige maanbases, niet alleen voor zuurstof en
drinkwater,
maar ook voor het maken van brandstof.
Nu is het wachten op de Lunar
Reconnaissance Orbiter, van de NASA, deze zal in 2008 twee objecten
op de maan laten storten om te zien of er zich waterijs op de
zuidpool bevindt.
Nieuwe maanmeteoriet gevonden, Maan, 13 september 2006
Op Antarctica is eind vorig jaar een
stukje steen van de maan gevonden.
De maanmeteoriet, die lang geleden bij een inslag op de maan moet
zijn weggeschoten,
is iets groter dan een golfbal en weegt 142 gram.

Maanmeteoriet
De samenstelling van het exemplaar komt
overeen met die van de basaltlava’s waarmee de zeeën, mare,
op de maan gevuld zijn, maar bevat ook zeer grote kristallen, wat
op een langzame afkoeling duidt.
Dit betekent dat het gesteente ooit diep in de maankorst heeft
gezeten.
Tot nu toe zijn op aarde ruim veertig
maanmeteorieten aangetroffen,
bij elkaar is het ruim dertig kilogram maangesteente.
Einde missie Smart-1, Maan, 3 september 2006
Om 7:42 uur Nederlandse tijd
stortte Smart-1 op het oppervlak van de maan.
Het was zijn 2890ste rondje om de maan en tevens zijn laatste.
Het gebied heet de zee van voortreffelijkheid of Mare Excellence.
Aan de driejarige missie is nu een eind gekomen.

Inslag Smart-1 op de maan
De ESA heeft zaterdag op het allerlaatste moment de koers
van de Smart-1 nog aangepast.
De omloopbaan van de maansonde is met 600 meter verhoogd zodat de
sonde zonder gevaar
kan neerstorten op de geplande plek aan de zuidkant van de maan
en niet in de krater Clausius.
Zie het nieuws van 31 augustus.
Smart-1 "landt" zondag op de maan, Maan, 31 augustus 2006
Zondag 3 september rond 7.42 uur "landt"
de Smart-1 met een klap op de maan,
die mogelijk vanaf de aarde, op de zuidwestelijke helft van de maan zichtbaar
is.
De succesvolle Smart-1, die al anderhalf
jaar om de maan omcirkelde,
stort dan met de snelheid van een geweerkogel, 2 kilometer per
seconde,
gecontroleerd neer op de maan, dit is meer dan 7.000 kilometer
per uur.
Een toren van stof en gruis kan tien tot
vijftig kilometer opstijgen
boven de krater die Smart-1 in het maanoppervlak zal slaan.
De krater van de inslag zal ongeveer drie bij tien meter groot
zijn.

Inslagplaats Smart-1 (de rode cirkel in het midden)
De kans om de inslag in Nederland te zien
gaat niet door, omdat de zon dan al volop schijnt.
De inslag wordt ook gevolgd door een netwerk van radiotelescopen,
waaronder die in het Drentse Dwingeloo.
Die gaan tot aan de laatste seconde mee en deskundigen proberen
aan de hand van de stofwolk
uit te maken uit welk materiaal de oppervlakte bestaat waarop de
Smart-1 neerstort.

Maanoppervlak, gefotografeerd door Smart-1 op een hoogte van 744
kilometer
Het belangrijkste was de aandrijving door
een ionenmotor.
De motor heeft heel goed gewerkt en was een heel groot succes.
Smart-1 bleef nu nog dichtbij, maar de ESA wil over een paar jaar
met dezelfde techniek missies naar Mercurius en de zon sturen.
De 367 kilo zware Smart-1 heeft ruim 100
miljoen euro gekost.
Smart-1 wordt het twintigste ruimtevaartuig dat op de maan zal
crashen.
Zie ook het nieuws van 26 juni 2006
Smart-1 bijna einde missie, Maan, 26 juni 2006
Na zestien maanden in een baan om de maan
te hebben gedraaid, bereidt ESA
de Smart-1 voor op het einde van zijn wetenschappelijke
missie.
Op 19 juni begon de ruimtesonde aan een serie handelingen die 17
dagen zullen duren.
De Smart-1 zal tijdens zijn afdaling naar
het maanoppervlak, nog steeds
wetenschappelijke gegevens doorsturen naar de aarde.
Smart-1 zal op 3 september crashen op het maanoppervlak
Heel diep zal de krater niet worden, niet dieper dan één meter
met een doorsnede van drie tot tien meter.

Maan en Smart-1
Dankzij de wetenschappelijke gegevens die
de ruimtesonde verzamelde, hebben wetenschappers vanuit
de hele wereld toegang tot de beste foto's die ooit genomen
werden vanuit een baan om de maan.
Daarnaast bestudeerde Smart-1 ook de samenstelling van het
oppervlak van de maan.
Zo werden ondermeer calcium en magnesium op het maanoppervlak
waargenomen.

Baan Smart 1
Om brandstof te sparen is SMART-1 niet
rechtstreeks naar de maan gevlogen.
Via ingewikkelde baanbewegingen werd zoveel mogelijk gebruik
gemaakt van de zwaartekracht.
De ruimtesonde is ontwikkeld om nieuwe
technieken uit te testen, waaronder de ionenmotor, gravitationele
tunnelmanoeuvres,
verbeterde ruimtecommunicatie, automatische navigatie en sterk
verkleinde wetenschappelijke instrumenten (zoals de camera).
SMART-1 heeft het veel langer volgehouden
dan oorspronkelijk gepland. De missieduur bedroeg eigenlijk zes
maanden,
maar de ionenmotor bleek behoorlijk efficiënt te zijn en na in
een baan rond de maan te zijn gebracht, was er voldoende
brandstof
om een paar keer een inslag af te wenden. Hierdoor werd de
levensduur van de ruimtesonde steeds verlengd.
Nieuwe krater op de maan, 14 juni 2006
Op 2 mei 2006 zijn studenten en
begeleiders van de universiteit van Villanova erin geslaagd, met
een 25cm telescoop,
een inslag van een meteoriet op het maanoppervlak te filmen, de lichtflits duurde 0,4 seconde.
De inslag veroorzaakte een krater met een doorsnede van 14 meter
in en 3 meter diep,
in het gebied Mare Nubium, Zee van de Wolken.
Bij de inslag kwam een hoeveelheid energie vrij die gelijk is aan
4 ton TNT.
De rots die de inslag veroorzaakte had een
doorsnede van slechts 25 centimeter en op het moment
van de inslag een snelheid van 38 kilometer per seconde. Wanneer
zo'n rotsblok de aarde zou raken,
zou het de grond nooit bereiken, maar verbranden in de
aardatmosfeer.

Meteorietinslag op de maan
Het team van de NASA wil nog meer observaties op de maan verrichten, in
verband met de mogelijke vestiging van
een permanent bemande basis op de maan. De inslag van 2 mei was
de tweede inslag, die in een tijdsperiode
van ongeveer twintig waarneemuren is waargenomen.
LRO gaat ijs zoeken op de maan, 10 april 2006
Door de NASA zal in oktober 2008 een nieuwe ruimtemissie naar
de maan gelanceerd worden.
De LCROSS, Lunar Crater
Observation and Sensing
Satellite worden tegelijkertijd gelanceerd met
de Lunar Reconnaissance Orbiter,
LRO, die vanuit een baan om de maan onderzoek gaat doen.
Als alles volgens plan gaat, zal in het
najaar van 2008, twee keer met opzet een inslag op de maan
worden veroorzaakt, op die manier hopen onderzoekers erachter te
komen of er in de poolgebieden
van de maan water of ijs verborgen ligt, in diepe kraters die
zich permanent in de schaduw bevinden.
LCROSS zal eerst een
projectiel afvuren in de richting van de maankrater Shackleton,
bij de zuidpool van de maan.
Hierdoor wordt een pluim van stof en mogelijk waterdamp de ruimte
in geworpen.
Die wordt door LCROSS waargenomen en bemonsterd,
gelijkertijd zal de satelliet door de pluim heen vliegen.
Daarna zal LCROSS zelf ook op de maan neer
storten en deze pluim zal uit bijna 5 miljoen kilo deeltjes
bestaan.
De inslag zal met telescopen op aarde en door de Lunar Reconnaissance
Orbiter bekeken worden.

LRO ruimtevaartuig
De NASA hoopt een goede landingsplaats
voor toekomstige reizen te vinden en ziet de missie als een
opstap
voor een verkenningsonderzoek op Mars, de totale kosten voor de reis van het 543 kilo
zware ruimtevaartuig,
worden geraamd op 64 miljoen euro.
Tussen 2015 en 2020 vertrekken astronauten
naar de maan om te onderzoeken of het voor de mens mogelijk
is er te leven, als we er genoeg water vinden, kan dat gebruikt
worden door astronauten die een bezoek brengen
aan de maan, deze kunnen daar weer brandstof van kunnen maken.
Het laatste ruimteveer van de NASA dat op
de maan landde, was de Apollo in 1972.
In 1994 maakte Clementine een baan om de maan, maar landde er niet.
Misvorming van de maan door inslag lang geleden, 9 februari 2006
Vier miljard jaar geleden botste een grote
planetoïde op de achterkant van de maan.
De maan was toen net ontstaan en het binnenste was nog
grotendeels gesmolten.
De inslag was zo krachtig dat een grote
schokgolf dwars door de maan heen is gegaan.
Deze gebeurtenis kan verklaren waarom de voorkant van de maan een
beetje uitpuilt en de achterkant
een beetje ingedeukt is, dit werd tot nog toe aan de
getijdenwerking van de aarde toegeschreven.
Iets eerder zou een ander object aan de
voorkant van de maan zijn ingeslagen.
Beide inslagen vonden ongeveer vier miljard jaar geleden plaats,
toen de maan
nog voor een deel uit vloeibaar gesteente - magma - bestond.

Maan
Na de inslagen is het magma door barsten
in de korst naar buiten gestroomd
en raakten de laaggelegen gebieden aan de voorkant van de maan
overstroomd.
Het ontstaan van de donkere lavavlakten,
die de maanzeeën of mare vormen,
is waarschijnlijk indirect veroorzaakt door de reuzeninslag.
Amerikaanse wetenschappers kwamen de
gevolgen van de inslag op het spoor toen ze
de structuur van het inwendige van de maan nabootsten op basis van nauwkeurige
zwaartekrachtsmetingen van de ruimtesondes Clementine en Lunar
Prospector.

Clementine en Lunar Prospector
20 november 2005
De NASA wil tussen 2008 en 2011 robots en sondes naar de
maan sturen.
Dit project is het Robotic Lunar Exploration Program.
De vorige missie, de Lunar
Prospectsonde bevestigde het bestaan van waterijs
op de polen van de maan, in de diepe kraters.
De robots en sondes moeten
het oppervlak onderzoeken en in kaart brengen.
Het aanwijzen van landingsplaatsen voor astronauten voor een
toekomstige maanbasis
en of grondstoffen als zuurstof, waterstof en metalen beschikbaar
zijn voor gebruik door de NASA.
Op 3 maart 2007 is er om 23:21
uur een volledige maansverduistering.
En op 28 augustus om 10:35 uur.
20 september 2005
De NASA wil in 2018 vier astronauten naar de maan sturen.
De astronauten reizen in de
capsule, Crew Exploration Vehicle,
die wordt aangedreven door een nieuw te bouwen raket.
De reis gaat een week duren en kost zo'n 104 miljard dollar.

Crew Exploration Vehicle
De laatste bemande missie
naar de maan was in 1972, met de Apollo 17.
Tussen 1969 en 1972 hebben in totaal twaalf mensen op de maan
gestaan.
De nieuwe capsule moet in
2012 klaar zijn.
Hij bestaat uit twee raketten, één met bagage en één met de
bemanning.
De Amerikanen willen op de
maan een blijvende basis maken,
van waaruit ze naar Mars kunnen.
De astronauten zullen in ploegen enkele maanden op de maan
verblijven.

Toekomstige Maanbasis
Het maanstof vormt echter een
probleem.
De astronauten van de Apollo-missies klaagden over stof op hun pakken en op de
apparatuur.
Vooral elektronische
apparatuur kan makkelijk beschadigen door maanstof.
Sommige astronauten kregen ademhalingsproblemen en allergische
reacties door het stof.
Er wordt nu de Lunar
lawnmower, een maangrasmaaier ontwikkeld die door straling het
stof,
waar de maanbasis wordt gebouwd, laat samensmelten tot een harde
stof,
die als ondergrond kan dienen.
Het stof is kleverig, door
statische elektriciteit, waardoor het overal op en in gaat zitten.
Op aarde komt ook statische stof voor, maar op de maan is dit
veel erger.
Dit heeft te maken met de UV-straling van de zon, die zorgt ervoor dat het maanstof positief geladen wordt.
19
september 2005
De laatste foto's van de Smart-1.
De Alpen Valley, de valley heeft een breedte van ongeveer 10
kilometer.
De foto is genomen op een afstand van 3000 kilometer van de maan.

Alpen valley op de maan
17 september
2005
De ionenmotor van de Smart-1 is op 17 september
opgebrand.
Vanaf nu zal de Smart-1 rondjes draaien om de maan en
computerberekeningen geven aan
dat de Smart-1 missie door een inslag op de maan zal eindigen
rond midden augustus 2006.
25 juli 2005
Foto van de Glushko krater, deze krater heeft een doorsnede van
43 kilometer.

Glushko krater
29
januari 2005
Fotografeerde de Smart-1 de Pythagoras-inslagkrater, 120
kilometer in doorsnede.

Pythagoras-krater
19 januari 2005
De Smart-1 heeft de noordpool van de maan gefotografeerd.

Noordpool van de maan
De Mariner 10 was de laatste
missie uit het Mariner-programma,
de lancering vond plaats op 3 november 1973.

Mariner 10
Het doel was via een flyby op
5 februari langs Venus te vliegen en daarna naar Mercurius.
Mercurius werd bereikt op 29 maart 1974, na twee rondjes om de zon werd op 21 september 1974
Mercurius voor de tweede keer bereikt, daarna voor de derde keer
op 13 maart 1975.
In totaal werd 45% van de planeet in kaart gebracht en er werden
ook metingen verricht.

Foto van Mercurius
Mars is twee keer zo
klein als de aarde, Mars was de Romeinse god van de oorlog.
De planeet is al heel lang, sinds de oudheid bekend.
Een koude en droge woestijn, zo moet je je Mars voorstellen, overal ligt fijn rood zand en gesteente.
De rode kleur van Mars is afkomstig van ijzeroxide (roest) in de bodem van de planeet.
De samenstelling van de atmosfeer:
Het kan er behoorlijk
hard vriezen, ongeveer –120°C.
Toch kan het op sommige plaatsen wel 63°C worden.

Mars
Mars heeft droge geulen,
ravijnen en polen met ijskappen van droogijs.
Net als op de aarde heeft Mars seizoenen, lente, zomer, herfst en
winter.
Hij draait in ruim 24,5
uur om zijn as en in 687 dagen om de zon.
Een dag duurt er ongeveer even lang als op aarde, maar een jaar
duurt wel twee keer zo lang.
Dat komt omdat Mars
anderhalf keer verder van de zon af staat dan de aarde.
Hij doet dus langer over zijn baan rondom de zon.
De gemiddelde afstand tot de zon is 228 miljoen km.
Op Mars ligt een vulkaan,
de Olympus Mons,
die drie keer zo hoog is als de hoogste berg op aarde, de Mount
Everest.

Olympus Mons
De Olympus Mons is de
grootste vulkaan uit ons zonnestelsel,
is 24 kilometer hoog en heeft een doorsnede van 600 kilometer.
Het oppervlak wordt
ingesneden door een stelsel van canyons, de Valles Marineris,
dat 4500 kilometer lang is en 8 kilometer diep.

Valles Marineris
De korst
van Mars bestond vroeger, een paar miljard jaar geleden, net
zoals nu de korst van de aarde
uit enkele platen of schollen die ten opzichte van elkaar bewogen.
Dit blijkt uit onderzoek van de magnetische sporen in gesteenten van het Marsoppervlak.
Dit zou ook
het ontstaan van de 4500 kilometer lange Valles Marineres kunnen
verklaren
en het feit dat de grote, oude vulkanen in het Tharsis-gebied op
één lijn liggen,
net zoals die van Hawaï op de aarde.
DEIMOS
Deimos
is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 16 kilometer.

Deimos
PHOBOS
Phobos is
ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 22 kilometer.

Phobos





De Mars Express maakte geen foto's,
alle instrumenten werden uitgezet zodat er
nauwkeurig naar het radiosignaal van de ruimtesonde geluisterd kon
worden. Hiermee
kan bepaald worden hoe hard de zwaartekracht van Phobos aan de
ruimtesonde trekt.

Tijdens de komende flyby's zal de
high-resolution camera
van Mars Express het radiosignaal weer overnemen
en foto's van het oppervlak naar de aarde sturen.







De
nieuwe meteoriet lijkt qua samenstelling veel op de eerder
ontdekte
exemplaren, ook een ijzermeteoriet. De meteoriet heeft de
bijnaam
Mackinac gekregen, naar een eiland in de Amerikaanse staat Michigan.




Misschien
als Viking 2, in 1976 in
de bodem op de middelste breedtegraden van Mars
tien centimeter dieper had gegraven, het op ijs zou zijn
gestoten.
De landers Viking 1 en 2
brachten de structuur en de samenstelling van de atmosfeer
en de bodem in kaart en er werden verschillende
biologische proeven
voor leven uitgevoerd, maar ijs werd niet gevonden.




Proef voor de Marsmissie, 1 april 2009
Sinds dinsdagochtend 31 maart zitten
zes vrijwilligers voor 105 dagen opgesloten
in een namaakruimteschip, voor de toekomstige reis naar Mars, in Moskou.
Het Russisch
Instituut voor Biomedische Problemen (IBMP). Er werken
vier
Russische astronauten, een Brit en een Fransman in het
nagebouwde ruimteschip.

Spirit maakt een omweg, 8 maart 2009
Spirit bevindt zich sinds 2008 aan de noordkant van de kleine hoogvlakte, Home Plate, waar zich los
zand heeft opgehoopt en kan niet de kortste route nemen naar zijn volgende bestemming op Mars.



Spirit weigerde te rijden, 5 februari 2009
Waarschijnlijk heeft Spirit last van een tijdelijke storing.
Spirit reed niet verder nadat onderzoekers hiervoor opdracht gaven.
Van
de missie die 90 dagen moest duren heeft Spirit 30 centimeter afgelegd.
Het
rechtervoorwiel, dat niet meer werkt, kwam in botsing met een
gedeeltelijk
verborgen steen, sindsdien reageert hij niet meer. Spirit sleept het wiel achter zich aan.

Methaanbronnen op Mars ontdekt,
18 januari 2009
Over een periode van
zeven jaar zijn waarnemingen uitgevoerd door
drie telescopen
vanaf Mauna Kea op het eiland Hawaï en hieruit blijkt dat er
een grote hoeveelheid
methaan te vinden is in de atmosfeer van Mars.
In 2003 zijn op het
noordelijk
halfrond, waar het toen zomer was, pluimen
methaangas ontdekt,
die van bepaalde locaties leken te komen. De belangrijkste pluim
bevatte zelfs een keer 19.000 ton gas,
vergelijkbaar met de uitstoot van grote natuurlijke bronnen van
koolwaterstoffen op aarde.
De hoeveelheid van het gas wisselt
sterk, want in 2006 was het merendeel van het methaan weer
verdwenen
uit de atmosfeer van Mars. Op aarde wordt methaan vooral
uitgestoten in lichaamsgassen
van
dieren zoals koeien, maar ook door rottende organismen zoals bladeren.

De
uitstoot van het methaan is geen definitief bewijs voor de aanwezigheid
van leven.
Het kan ook zijn uitgestoten door vulkanen of ontstaan bij
een geologisch proces, waarbij
koolstofdioxide, water en andere
chemicaliën zich onder de grond met elkaar vermengen.



Phoenix-missie ten einde, 12 november 2008
Na vijf maanden zijn de
onderzoeksactiviteiten van de Phoenix gestopt.
NASA blijft nog wel tot 18 november luisteren naar
signalen.
Door de naderende winter op
het noordelijk halfrond Mars en het korter worden van
de dagen krijgen de zonnepanelen onvoldoende zonlicht om nog energie op te wekken.
Op 2 november zond hij zijn
laatste signalen naar de aarde.
Er zijn meer dan 25.000 opnamen van het Marsoppervlak naar de aarde gezonden.

Werkgebied Phoenix
Gedurende 5 maanden onderzoek van de bodem
en atmosfeer heeft Phoenix meer dan 25 000 foto's
van Mars teruggestuurd naar de aarde. Ook heeft Phoenix het door
Odyssey gevonden waterijs, bevestigd.
Phoenix in standby, 1 november 2008
Phoenix heeft zichzelf, waarschijnlijk
door de slechte weersomstandigheden
op Mars in de nacht van 28 op 29 oktober in standby gezet.
De afgelopen dagen was er bewolking en een kleine stofstorm.
Door de naderende winter op het noordelijk halfrond is de
temperatuur
overdag gedaald tot 45 graden onder nul en 's nachts 96 graden
onder nul.
De dagen duren korter en de zon staat
lager boven de horizon. De zonnepanelen
van de lander leveren daardoor minder energie, terwijl door de
beginnende winter
meer energie nodig is, onder andere voor het warm houden van
boordapparatuur.
De lander schakelt nu alle belangrijke
functies uit en wacht op nieuwe instructies van de aarde.
Ook schakelde hij over naar de reserve-elektronica en werd een
van de batterijen uitgeschakeld,
dit was niet de bedoeling en werd het commando gegeven om de
batterij weer opnieuw op te laden.

Robotarm Phoenix
Men wil de hoofdcamera en de
meteorologische instrumenten van de lander
zo lang mogelijk waarnemingen laten doen. De robotarm van Phoenix
werd een paar
dagen geleden al uitgeschakeld, waardoor de levensduur verder kan
worden opgerekt.
Door twee van de vier verwarmingselementen
uit te schakelen is het stroomverbruik kleiner en
kan de operationele levensduur misschien nog enkele weken worden
gerekt tot eind van het jaar.
Phobos bestaat uit los ruimtepuin, 28 oktober 2008
Uit de waarnemingen die Mars
Express heeft verzameld, blijkt
dat Phobos
waarschijnlijk uit los ruimtepuin bestaat, in plaats van een vast
geheel.
Phobos lijkt eigenlijk op een hoop puin
van enkele tientallen kilometers,
bijeen gehouden door de zwaartekracht.
Berekeningen laten zien dat de gemiddelde
dichtheid van Phobos 1,85 gram per kubieke
centimeter bedraagt, dit is te vergelijken met de dichtheid van
de meeste planetoïden.
Maar ingevangen planetoïden draaien meestal vreemde banen,
terwijl Phobos
een cirkelvormige baan om de evenaar van Mars draait.
De gemiddelde dichtheid van het
oppervlaktegesteente van Mars is 2,7-3,3 gram
per kubieke centimeter, De planetoïden waar Phobos nog het meest
op lijkt, zijn
die van de D-klasse, hierin zitten grote holtes omdat ze niet
massief zijn.

Mars Express opname Phobos
De opname is gemaakt op 26 juli 2008.
Men vermoedde al langer dat Phobos en
Deimos of ingevangen planetoïden zijn of
bestaan uit puin van Mars dat bij een grote inslag de ruimte in
is geblazen.
Toekomstig onderzoek, zoals met de
Russische ruimtesonde Phobos-Grunt, waarvan
de lancering en landing in 2009 of 2011 staat gepland, kan
hierover meer uitsluitsel geven.
Mars Odyssey krijgt baanwijziging, 10 oktober 2008
De missie van de Mars Odyssey, die sinds
2001 bezig is met het onderzoek en het in kaart
brengen van de minerale samenstelling van Mars, wordt weer met twee jaar verlengd.
Mars Odyssey is de oudste van de zes nog werkende ruimtesondes
die om Mars draait.
Om de kwaliteit van de metingen te
verbeteren, wordt de polaire baan van de ruimtesonde
zo gewijzigd, dat hierdoor zijn infraroodcamera THEMIS de
gebieden eerder te zien krijgt
waar de zon hoog aan de hemel staat. Tot nu toe was dit laat in
de middag.
Door de nieuwe baan zijn de gesteenten dan
op het warmst en zenden meer infraroodstraling uit.
Een nadeel is dat één van de gamma-instrument dan geen metingen
meer kan doen.
De baanwijziging is op 30 september
begonnen en zal eind 2009 voltooid zijn.
Misschien kan de Mars Odyssey nog wel langer mee, er is nog
genoeg brandstof tot 2015.

Mars Odessey
Sneeuw en water op Mars, 30 september 2008
Phoenix heeft met een
laserinstrument van het weerstation sneeuw uit de bewolking boven
de landingsplaats
op 4 kilometer hoogte waargenomen. De sneeuw valt niet op de
grond, maar verdampt onderweg.
In de bodem van Mars zijn calciumcarbonaat, een belangrijk bestanddeel
van kalk
en kleiachtige deeltjes, filosilicaat, aangetoond. Op aarde ontstaan carbonaten en klei
alleen op plaatsen waar vloeibaar water is of is geweest.
Phoenix had op zijn landingsplek al ontdekt dat er bevroren water in de bodem is.

Steen verwijderd door Phoenix
Op 22 september heeft Phoenix
een steen, Headless, ter grootte van een videoband, 40 centimeter
uit een gleuf geduwd, omdat er onder een (ijs)grondmonster
genomen moest worden
De missieduur van Phoenix is
verlengd tot het einde van het jaar, afhankelijk van hoelang
de lander het vol kan houden. NASA investeert bijna vier miljoen
euro voor de verlenging.
De nachten in het
noordpoolgebied op Mars worden langer, dit betekent een
verminderde opbrengst
van zijn zonnepanelen en zal er te weinig stroom zijn om de
graafarm te kunnen blijven gebruiken.

Grondmonster uit Snow White afgeleverd bij Phoenix
De opname is gemaakt op 12 september.
Opportunity heeft een nieuw reisdoel, 23 september 2008
Opportunity heeft een nieuw doel gekregen: de krater Endeavour
op Mars
en moet 12 kilometer afleggen om in de krater bodemonderzoek te
doen.
De inslagkrater is 22
kilometer in doorsnede, 300 meter diep en ligt ongeveer 11
kilometer
ten zuidoosten van de veel kleinere krater Victoria, die
Opportunity de afgelopen twee jaar
heeft onderzocht . Het is de vraag of Opportunity door slijtage
verschijnselen ooit
bij Endeavour zal aankomen, want de rit gaat waarschijnlijk twee
jaar duren.

Krater Endeavour
In de krater Endeavour zou
Opportunity veel diepere en dus oudere bodemlagen kunnen
bekijken dan in de Victoria krater. Onderweg komt hij
waarschijnlijk stenen tegen die bij
het ontstaan van Endeavour en andere grote inslagkraters in de
omgeving terecht zijn gekomen.
De teller van Opportunity staat nu op iets
meer dan 12 kilometer, dus het moet te doen zijn.
De software van Opportunity in de afgelopen tijd dusdanig
geüpgrade, dat hij
in staat is tot ongeveer 100 meter per dag zelf te overbruggen.
Mars Reconnaissance
Orbiter maakt
opnames om een veilige weg uit te zoeken.
Phoenix maakt opname stofhozen op Mars, 15 september 2008
Phoenix heeft op 8 september
minstens zes kleine stofhoosjes gefotografeerd in het
noordpoolgebied.
Ze werden ontdekt op 12 van de 29 foto's die Phoenix van de zuid-zuidwestelijke
horizon maakte.
Phoenix nam ook een kort
durende afname van de zeer geringe luchtdruk op Mars waar.
Zulke luchtdrukverschillen zijn eerder gemeten en ontstaan door
luchtwervelingen.
Die waren de afgelopen dagen krachtig genoeg om stof op te zuigen.




Stofhoos gefilmd door Phoenix
Het bestaan van stofhozen in
het noordpoolgebied had men wel verwacht, maar waren hier nog
niet
eerder vastgelegd. Waarschijnlijk komen ze de komende tijd vaker
voor, doordat de dagelijkse
temperatuurverschillen op Mars toenemen nu de zomer op het
noordelijk halfrond ten einde loopt.
Overdag is de temperatuur ongeveer 30 graden onder nul en 's
nachts 90 graden onder nul.
Marsgrond is droog, ondanks het water, 4 september 2008
Uit metingen van een
vorkachtig instrument van Phoenix blijkt dat de grond op Mars heel droog is.
Het instrument meet de elektrische geleidingseigenschappen van de
bodem.
Op aarde zijn altijd wel wat vloeibare watermoleculen
aanwezig op het oppervlak van zandkorrels
of ander bodemmateriaal. Ook bij temperaturen onder het vriespunt,
maar op Mars blijkt dit niet zo te zijn.

Meetinstrument Phoenix
Onderzoekers hadden dit wel
verwacht, omdat de bodem zo plakkerig was.
Het onderzoek wordt nu op een andere manier herhaalt, waarbij
materiaal
wordt onderzocht dat zich dichter bij de ondergrondse ijslaag
bevindt.
Phoenix heeft twee soorten
laboratoria. In het natte laboratorium wordt grond van Mars
vermengd met gezuiverd water afkomstig van de aarde.
Dit lab bestaat uit vier afzonderlijke cellen, waarvan er drie al
zijn gebruikt.
Daarnaast beschikt Phoenix
over acht kleine oventjes, die elk één keer gebruikt kunnen
worden,
er zijn er nog vier over. Grond uit de geul Snow White zal
binnenkort opgeschraapt worden en
over de vier resterende oventjes en de laatste cel van het natte
lab verdeeld worden. Dit zal binnenkort
gebeuren, omdat de zomer in het noordpoolgebied ten einde loopt
en er minder zonne-energie beschikbaar is.
Tot nu toe heeft Phoenix ijs gevonden vlak
onder het oppervlak van het noordpoolgebied.
Er bevindt zich waterdamp in de de ijle dampkring van Mars en
meetinstrumenten van Phoenix
geven aan dat de relatieve luchtvochtigheid in de loop van het
etmaal sterk wisselt.
Phoenix laatste maand, 1 september 2008
Phoenix begint aan zijn
laatste werkmaand op Mars.
Eind juli werd de levensduur verlengd tot 30 september.
Phoenix heeft bevroren water
op Mars gevonden, bodemmonsters onderzocht
en de samenstelling ervan bepaald. Er zijn ongeveer
twintigduizend foto's gemaakt.
Ondanks technische problemen,
zoals het opscheppen van bodemmonsters
en het afleveren in de oventjes van Phoenix is de missie geslaagd.
Op de opname zie je grond
verzamelt door Phoenix, dat uit de uitgegraven geulen werd
geschept
en niet bruikbaar is voor onderzoek. De berg is 10 centimeter
hoog en wordt Caterpillar genoemd.

Overgebleven grond
De komende dagen wordt met de
robotarm grond uit de eerder gegraven geul Stone Soup geschept
om deze te verbreden en te verdiepen tot 18 centimeter. Dit is
tot nu toe de diepste geul die is gegraven.
De diepe klonterige grond wordt in het natte mini-laboratorium
van Phoenix onderzocht.

Grondmonster 18 centimeter diep in Stone Soup
Tijdens de graafwerkzaamheden
zijn opnames gemaakt, waarop te zien is dat de diepere bodem
mogelijk meer zouten bevat die in water oplosbaar zijn, dan het
oppervlaktelaagje.

Stone Soup
Het onderzoek van de meetgegevens zal na de beëindiging van de Phoenix-missie worden uitgebreid.
Opportunity uit de krater, 2 september 2008
Eind augustus is Opportunity er in geslaagd om uit de Victoria krater te komen.

Opportunity uit Victoria krater
Opportunity gaat krater verlaten, 28 augustus 2008
Op 11 september 2007 reed Opportunity langs de binnenwand van de Victoriakrater
omlaag, hij heeft zijn onderzoek nu afgerond en is aan de
terugweg begonnen om
de krater op dezelfde plek te verlaten als waar hij erin kwam.
Het onderzoek van de gelaagde
structuur, de klif Cape Verde, in de Victoriakrater, wijst erop
dat
de sedimentlagen door de wind zijn afgezet en er zijn
aanwijzingen voor de inwerking van grondwater.

Cape Verde
Net als de Spirit, vertoont Opportunity tekenen van slijtage.
Een van zijn zes wielen is aan het kapot gaan en ook de motor van
zijn robotarm hapert.
Opportunity kan met vijf wielen waarschijnlijk niet uit de krater
komen.
Op de omringende vlakte is dat geen probleem.
Als Opportunity uit de krater
is moet hij de vuistgrote keien onderzoeken in de omgeving
van de krater, die bij grote inslagen over het oppervlak van Mars zijn verspreid.
Onderzoekers willen door onderzoek de samenstelling van de stenen
achterhalen
om op die manier meer te weten te komen over de geologie van het
gebied Meridiani Planum.
Bevroren dauw op Mars, 26 augustus 2008
Op het oppervlak van Mars rondom de Phoenix, kun je een dunne laag bevroren
water (dauw) zien.
Het laagje verdwijnt kort na 6 uur 's morgens als de zon opkomt op de landingsplaats.

Bevroren water
De opname is gemaakt op 14
augustus en je kijkt in de richting oost zuidoost.
De steen op de voorgrond wordt Quadlings genoemd en de steen
dichtbij het midden Winkies.
Grondmonstergebied Phoenix, 26 augustus 2008
Op de mozaïek-opname gemaakt
door de Phoenix is het werkgebied van de Phoenix te zien.
Het gebied wordt Wonderland genoemd.

Grondmonstergebied
Het gebied ligt ten noorden van de lander.
Stofkorreltje van Mars, 19 augustus 2008
Phoenix heeft met zijn
atoomkrachtmicroscoop, AFM, een stofkorreltje van Mars onderzocht.
Met deze microscoop kunnen driedimensionale afbeeldingen van
kleine deeltjes worden
gemaakt, door de deeltjes met de scherpe punt van een naald af te
tasten.
Tijdens het maken van de
afbeelding worden de deeltjes vastgehouden door kuiltjes,
die in een siliciumplaatje zijn geëtst. Met deze techniek kunnen
afbeeldingen van
de vormen van deeltjes worden gemaakt tot afmetingen van 0,1
micrometer.

Stofkorrels van Mars in kleur
Het is de bedoeling dat nu
meer van deze stofjes worden onderzocht,
om meer te weten te komen over de eigenschappen ervan.
Het ronde deeltje dat
vastgehouden wordt in het bovenste linker kuiltje is een
micrometer,
een duizendste millimeter, groot. Zulke deeltjes zijn overal op
Mars aanwezig
en geven de atmosfeer zijn roze/rode tint. Ook bevinden ze zich
in de
stofstormen en geven de de bodem van Mars de kenmerkende rode
kleur.
Marsoppervlak vertoont veranderingen, 9 augustus 2008
Opnames van de camera van Phoenix die eind
juli zijn gemaakt, laten zien
dat de structuur van het heldere, harde oppervlak onder de lander,
die de
bijnaam Snow Queen heeft gekregen, de afgelopen maand is
veranderd.
Er zijn tot ongeveer tien centimeter lange
scheuren ontstaan en het gladde oppervlak is
zichtbaar ruwer geworden. Snow Queen wordt sinds eind mei in de
gaten gehouden en is ontstaan
bij de landing van Phoenix waarbij de uitlaat van de remraketten
het oppervlak van Mars schoon blies.

Snow Queen
De eerste drie weken waren er geen
waarneembare veranderingen.
Hoe de scheuren in de bevroren ijsbodem zijn ontstaan, is
onduidelijk, misschien
door het stijgen en dalen van de omgevingstemperatuur. Maar het
kan ook dat
de scheuren er al zaten en zich onder een inmiddels verdampt
ijslaagje bevonden.
Marsklei wijst op water, 8 augustus 2008
Op Mars zijn in Mawrth Vallis lagen van kleirijk gesteente
gevonden.
Deze lagen, die op een opgedroogd stroomgebied van een rivier
lijken,
geven aan dat er vroeger behoorlijke hoeveelheden water aanwezig
waren.
Het dal is kilometers breed en ligt in het
oude kraterrijke noordelijke hoogland van Mars.
Mars Reconnaissance
Orbiter heeft met
zijn spectrometer onderzocht dat de gesteenten in het dal
rijk zijn aan phyllosilicaten, dit zijn ijzer- en magnesiumrijke
kleimineralen die in vloeibaar water
ontstaan, als de kleilagen in aanraking komen met het basalt dat
hier veel voorkomt.
Het dal wordt misschien in de toekomst een mogelijke landingsplaats waar Marswagentjes zullen rondrijden.

Mawrth Vallis
Zout van Mars wordt onderzocht, 6 augustus 2008
Er zijn aanwijzingen gevonden dat zich in
de bodem van Mars perchloraatzouten bevinden.
De ontdekking werd gedaan door MECA, het laboratorium om natte
grond te onderzoeken van Phoenix.
Maar verder is er nog niet veel meer
bekend over ontdekte levensvormen op Mars.
Perchloraat is een ion bestaande uit ??n atoom chloor en vier
atomen zuurstof.
Op aarde komt het van nature voor en speelt het een kleine rol in
de levenscyclus van sommige micro-organismen en planten.

Snow White
Phoenix bevestigt aanwezigheid van water op Mars, 1 augustus 2008
De Phoenix heeft bevroren water ontdekt in
een grondmonster van Mars.
Woensdag is dit monster met behulp van de robotarm in het
onderzoeksoventje
geplaatst dat de dampen van de grond analyseert na opwarming.
Er was eerder waterijs gezien dankzij de
waarnemingen van Mars Odyssey
maar dit is de eerste keer dat water is ontdekt en aangeraakt.

Werkgebied Phoenix
Cupboard en Neverland zijn toekomstige gebieden waar later monster worden genomen.
Nu proberen de onderzoekers te achterhalen
of er koolstof en andere ruwe materialen aanwezig zijn
om te kunnen ontdekken of er ooit leven, mogelijk in de vorm van
microben is geweest.
Door deze goede resultaten van Phoenix
heeft NASA bekend gemaakt om de missie te verlengen
tot 30 september. Eigenlijk zou de missie van Phoenix eind deze
maand eindigen.
De extra tijd kan men goed gebruiken,
omdat het onderzoek tot nu toe wat moeizaam is verlopen,
de eerste twee pogingen om ijsrijke grond te verzamelen mislukten
doordat de bodemmonsters
onverwacht plakkerig bleek te zijn. Het meeste materiaal dat nu
is geanalyseerd is enkele dagen
aan de lucht blootgesteld, om een deel van het water te laten
verdampen.
In het begin was men bang voor
kortsluiting in de oven, daarna bleek de grond plakkerig
en bleef het grondmonster kleven aan de robotarm, hierdoor kwam
er te weinig zand in
de oven om te onderzoeken. Uiteindelijk lukte het om materiaal in
de oven te verwarmen.

Panoramafoto Mars is compleet
Het Canadian Meteorological Station van
Phoenix volgde de veranderingen in het dagelijkse weer
op Mars van 26 mei tot 22 juli 2008 over de periode van eind
lente tot begin zomer in het noorden van Mars.
Het zomer weerrapport geeft aan dat de
dagelijkse temperaturen maar 4 graden Celsius verschillen met het
begin
van de missie. De tijd was ook lang genoeg om de andere gegevens,
zoals wind en luchtdruk samen te stellen.

Weerrapport Mars
Mars Express maakt opnames van Phobos, 1 augustus 2008
Op 23 juli vloog de Mars
Express op een afstand van 93
kilometer langs Phobos.
Er stonden tussen 12 juli en 3 augustus drie flyby's op het
programma.
Phobos is een donker, onregelmatig
gevormde maan van Mars,
ongeveer 23 kilometer groot, dat mogelijk een ingevangen planeto?de is.
De maan is niet vaak van zo dichtbij gefotografeerd en delen van
het oppervlak
zijn nu pas voor het eerst in beeld gebracht.
Volgend jaar wil Rusland de ruimtesonde,
Phobos Grunt dit betekent Phobos grond, naar Phobos te sturen,
die bodemmonsters van de maan moet verzamelen en op aarde
terugbrengen. Misschien wordt dan duidelijk
hoe de groeven op het oppervlak van Phobos zijn ontstaan. Dit kan
door materiaal dat werd opgeworpen
bij inslagen op Mars of door aardverschuivingen op Phobos zelf.
Ook wordt de omgeving rond Phobos
onderzocht, waaronder het plasma dat de maan omringd
en de interactie tussen Phobos en de zonnewind.

Flyby langs Phobos
Over de twee
manen van Mars is weinig bekend. Niemand weet waar Phobos en
Deimos vandaan komen.
Misschien ingevangen door de zwaartekracht van Mars en vervolgens
in een omloopbaan
rond de planeet blijven draaien of de restanten van een enorme
inslag op Mars.
De omloopbaan van Mars
Express is heel elliptisch, waardoor de afstand tot Mars kan vari?ren
van 270 km tot 7000 kilometer, hierdoor was het mogelijk om
Phobos van dichtbij waar te nemen.
Marsgrond blijft plakkerig, 29 juli 2008
Het blijft lastig om een ijsrijk bodemmonster van Mars te onderzoeken.
Met een nieuwe methode is het afgelopen
weekend een test uitgevoerd om
een ijsrijk bodemmonster van Mars in het oventje van Phoenix te
krijgen.
De plakkerige grond bleef grotendeels aan
de schep plakken, zelfs nadat de schep was
omgekeerd en de rasp was ingeschakeld om het los te trillen.

Plakkerig grondmonster
Er is wel wat materiaal in het oventje
terecht gekomen, maar te weinig om
het onderzoek van het waterhoudende bodemmonster te kunnen
starten.
Phoenix gaat door met onderzoek, 28 juli 2008
Met de robotarm van de lander werd op 23
juli in de bevroren grond geschraapt,
onderzoekers hopen zo een ijsrijk bodemmonster uit Snow White op
te schrapen.

Rasp van de robotarm Phoenix wordt gebruikt voor een bodemmonster
Het materiaal werd met tussenpozen
gefotografeerd, omdat kleurverschillen de snelheid
van verdamping aangeven. Zo wil men op het koudste moment op Mars, zeer vroeg in de ochtend,
een bodemmonster in een van de kleine oventjes aan boord van de
lander deponeren.
Door verhitting en verdamping kan de samenstelling worden
onderzocht.

Monster genomen op 26 juli
Phoenix vergroot zijn onderzoeksgebied, 14 juli
Phoenix verwijdert met zijn robotarm de
losse bovengrond, hierdoor wordt de harde laag
met ijs eronder blootgelegd voor verder onderzoek.
De geul is vergroot van ongeveer 20cm bij 30cm naar 30cm bij 45cm.

Phoenix in actie, foto genomen op 14 juli
Volgende week gaat Phoenix voor het eerst
een nacht doorwerken om metingen aan het oppervlak uit te voeren.
Hiermee wil men met hulp van Mars Reconnaissance
Orbiter de
dagelijkse cycli op Mars onderzoeken.
Overdag kan een klein deel van het ijs in
de bodem in dampvorm overgaan,
om 's nachts weer in bevroren vorm op het oppervlak neer te
vallen.
Het weerstation van Phoenix werkt en er
worden metingen verricht aan
de thermische en elektrische geleiding van bodem en lucht.
Ook wordt onderzocht wat de beste manier (en wanneer) is om
een ijsrijk bodemmonster op te scheppen voor onderzoek.
Harde bevroren bodem op Mars, 10 juli 2008
Het is nog niet in gelukt om met het bakje
van de robotarm een bodemmonster met ijs
van Mars op te scheppen. Met de robotarm van de Phoenix is
wel een korrelig bodemmonster
losgeschraapt van de harde, bevroren ondergrond.
Er wordt nu geprobeerd om de rasp in het
bakje zelf te gebruiken om het ijs van de bodem te schrapen.
Hierdoor duurt het langer voordat het eerste chemische onderzoek
van het ijs kan worden uitgevoerd.

Afgegraven bodem Mars, Snow White, opname gemaakt op 7 juli 2008
Grootste krater ontdekt op Mars, 3 juli 2008
De Mars Reconnaissance
Orbiter en Mars
Global Surveyor hebben op Mars de grootste krater
ontdekt van ons zonnestelsel. De krater, het Borealis Basin,
beslaat ongeveer 40 procent van Mars.
Het is een overblijfsel van een enorme
inslag 3,9 miljard jaar geleden door een voorwerp
groter dan Pluto, met een doorsnede van ongeveer 2000 kilometer.
Dit was aan het begin van de vorming van
het zonnestelsel, toen er nog veel grote planetoiden waren.
Het noordelijk halfrond bestaat hierdoor uit jonge laagvlakten,
terwijl de zuidelijke helft
wordt gekenmerkt door oude, kraterrijke hooglanden.

Inslag op Mars
Een minder zichtbaar verschil tussen beide
helften is de planeetkorst, die in het noorden 25 kilometer
dunner is.
De inslag was groot genoeg om de halve planeetkorst weg te blazen,
maar niet zo groot dat de planeet smolt.
Volgens onderzoek is dit mogelijk als een
object dat ruim half zo groot was als onze maan met een snelheid
van
6 tot 10 kilometer per seconde en onder een hoek van 30 tot 60
graden is ingeslagen op het noordelijk halfrond.
Deze inslag zou hebben plaatsgevonden rond
dezelfde tijd dat de aarde werd getroffen door de inslag
die tot het ontstaan van de maan leidde, meer dan vier miljard
jaar geleden.
Het basin Borealis dat hierdoor ontstond
heeft een elliptische vorm en strekt zich uit over een gebied van
ongeveer tienduizend kilometer, dit is voor een deel verborgen
achter het enorme vulkanische gebergte Tharsis,
die Mars in twee helften verdeelt. Mogelijk ontstonden daarbij
ook de manen Phobos en Deimos.
De inslag was te vergelijken met de explosie van 7500 tot 15.000
miljard megaton dynamiet.
Om een idee van zo'n klap te krijgen, de
doorsnede van Mars zelf is met 6.780 kilometer
maar enkele keren groter. Het is dan alsof de maan tegen de aarde aan zou klappen.
Een andere krater die al op Mars is aangetroffen is 8500 kilometer breed en wordt Hellas genoemd.
Phoenix graaft door, 3 juli 2008
Zaterdag 1 juli is de Phoenix begonnen met
het afschrapen van de ijsachtige bodemlaag van Mars in
de gleuf Snow White en gaat voor het eerst een chemische analyse
uitvoeren op het bodemmonster.
De meting is nog niet afgerond en heeft als belangrijkste doel de
levensvatbaarheid van het milieu vast te stellen.

Phoenix graaft gleuven uit
De opname is gemaakt op 29 juni, de gleuf is 4 tot 5 centimeter diep, 24 centimeter breed en 33 centimeter lang
Marsgrond onderzocht in chemielab van Phoenix, 27 juni 2008
Het eerste bodemmonster is door de
robotarm in het natte-chemielaboratorium
van de Phoenix gedeponeerd en op de zuurgraad getest om te
onderzoeken
of het waterijs onder het oppervlak ooit gesmolten is geweest.
Het onderzoek van grond werd bemoeilijkt
doordat vier van de acht luikjes niet helemaal
open kunnen, mogelijk veroorzaakt door het getril van het eerste
klonterige bodemmonster,
om de grond door de smalle openingen van de eerste onderzoekscel
te krijgen.

Opname grondmonster 24 juni
Uit onderzoek van dit eerste bodemmonster
van Mars, blijkt het overeenkomsten
te vertonen met de grond van de droge en hoge dalen op Antarctica.
De grond is erg basisch en bevat allerlei
magnesium-, natrium- en kaliumzouten.
De samenstelling lijkt op tuinaarde. Maar waarschijnlijk zijn de
diepere lagen
veel zouter of hebben een andere zuurgraad. De komende tijd zal
de robotarm van Phoenix dieper gaan graven om dat te onderzoeken.

Materiaal onderzocht door de Phoenix
Verdampend ijs op Mars, 20 juni 2008
Het witte materiaal onder het oppervlak in
het noordpoolgebied van Mars is bevroren water.
Op de bodem van de sleuf, Dodo-Goldilocks, werden op 15 juni
enkele stukjes hard, wit materiaal
(ijs of zout) gefotografeerd in de linkerhoek onderin. De brokjes,
ter grootte van dobbelstenen,
lagen een paar dagen geleden nog in een kuil die Phoenix gegraven
had.
Op nieuwe foto's van 19 juni, zijn de
witte brokjes niet te zien. Door de ijle dampkring en het
schaarse
zonlicht is het materiaal waarschijnlijk langzaam maar zeker van
vaste vorm overgegaan in de dampvorm.
De tijdslijn van een paar dagen van deze overgang sluit de
mogelijkheid van koolstofdioxide-ijs of zouten uit.
Dat betekent dat het inderdaad om ijs of waterijs moet gaan.

Verdampend ijs op Mars, foto's gemaakt op 15 en 19 juni
Phoenix heeft in een andere gleuf op
enkele centimeters diepte ook een laag van
hard materiaal aangetroffen, dat zo goed als zeker ook ijs is.
Door een softwareprobleem zijn opgeslagen
meetgegevens verloren gegaan, dit is opgelost
door het uploaden van nieuwe programmatuur, het waren geen
belangrijke gegevens.
Phoenix graaft in onderzoeksgebied, 19 juni 2008
Phoenix heeft afgelopen dinsdag de
volgende 30 centimeter lange en 2 centimeter diepe gleuf gegraven
in het onderzoeksgebied, de polygonen, de veelhoekige structuren
in het landingsgebied van Phoenix.
De graafarm zal de komemde dagen op een
grotere diepte gaan graven dan tot nu toe,
om te proberen de harde, witte onderlaag van Mars te bereiken.
Er worden namen aan de verschillende
structuren in de directe omgeving van de lander gegeven,
de polygoon waar nu gegraven wordt heet Wonderland, de nieuwe
gleuf heet Snow White, Sneeuwwitje.

Grondmonster in gebied Wonderland, Sneeuwwitje
In het polygoon naast Wonderland ligt
Cheshire Cat, hier verwachten de onderzoekers
een dikkere grondlaag bovenop het witte materiaal.
De opslagplaats voor overtollige grond ligt het verst weg van de
lander en heet Croquet Ground.
Nog geen ijs gevonden op Mars, 18 juni 2008
Phoenix heeft tot nu toe geen ijs gevonden
op Mars. Het eerste bodemmonster werd
langzaam verwarmd tot 35 graden Celsius en daarna tot 175 graden
Celsius.
De gassen die vrijkomen zijn met een massaspectrograaf onderzocht,
waterdamp is niet ontdekt.
De komende dagen wordt de temperatuur
opgevoerd tot 1000 graden Celsius, hierdoor
verdampen mineralen die eventueel water, kooldioxide of
zwaveldioxide kunnen bevatten.

Zonnepaneel en robotarm Phoenix
Op 6 tot 7 centimeter diepte bevindt zich
een laagje wit materiaal, dit zou ijs of zout kunnen zijn.
IJs wordt zeker op 20 centimeter diepte onder het oppervlak
verwacht. Als het witte materiaal ijs is,
zal er de komende dagen een verdamping optreden, waardoor het
uiterlijk van het witte laagje verandert.
Volgende test bodemmonster Mars, 12 juni 2008
Het is gelukt om ??n van de oventjes van
de Phoenix met een bodemmonster te vullen.
Het monster komt van een plek waar men niet zo veel water of
waterijs verwacht op Mars en doordat
het monster langere tijd op het filter lag heeft eventueel water
alle tijd gehad om gasvormig te worden.
De oventjes zijn voorzien van een filter
dat moet voorkomen dat de nauwe ovenopening verstopt raakt.
Door trilling van het filter worden kleine deeltjes naar de oven
gebracht. Uiteindelijk na drie trilpogingen,
tien seconden, waren er enkele deeltjes in oven nummer 4
terechtgekomen, waarschijnlijk door het schudden
of doordat het bodemmonster al een paar dagen op het filterscherm
lag en daardoor is opgedroogd.

Bodemmonster Mars
De foto is genomen op 8 juni, het linker
grondmonster wordt Dodo-Goldilocks genoemd
en was gegraven voor de test, de rechter heet Baby Bear.
Op 12 juni is er dieper in de linker gleuf
gegraven.
Deze is 35 centimeter lang, 22 centimeter breed en 7 tot 8
centimeter diep,
onderzoekers zijn vooral ge?nteresseerd in het witte materiaal in
de gleuf.
De vraag is ook welk chemisch of mineralogisch proces er voor zorgt dat de bodem zo vasthoudend is.
Bodemmonster van Mars te grof, 10 juni 2008
Afgelopen weekend heeft Phoenix zijn
eerste bodemmonster geprobeerd te onderzoeken met de TEGA.
Het filter in de openingen, met trillende platen, van TEGA lijken
iets te fijn te zijn voor de zandmonsters,
van Mars geen enkel deel van het monster is het filter,
zelfs na twintig minuten trillen, gepasseerd.

Zandkorrels op Mars te groot
De filters zijn zo ontworpen, dat deze
alleen deeltjes doorlaten die kleiner zijn dan 1 millimeter,
hierdoor raakt de nauwe doorgang naar de acht kleine ovens niet
verstopt. Door verhitting
worden de dampen van de zandmonsters op hun samenstelling
geanalyseerd.
Nu laat men de bodemmonsters eerst flink
schudden voordat ze naar de TEGA worden gebracht.
Naast het schudden van de bodemmonsters is er ook de mogelijkheid
om kleinere bodemmonsters
te nemen en deze eerst voorzichtig uit te strooien.

Zandmonster van Mars bij de oven
De TEGA-ovens hebben een opening van 2
millimeter en zijn ontworpen
om ongeveer 30 milligram aan materiaal te verzamelen.
Eerste onderzoek bodemmonster Mars, 7 juni 2008
Phoenix heeft een bodemmonster van Mars genomen dat onderzocht wordt door de
Thermal and Evolved Gas Analyzer (TEGA) in het boordlaboratorium.
De schep van de robotarm heeft enkele
centimeters diep gegraven en er wordt gezocht naar
de aanwezigheid van ijs en mineralen. Dat gebeurt door het
grondmonster geleidelijk te verhitten
en de gassen die daarbij vrijkomen worden op hun chemische
samenstelling onderzocht.

Grondmonster wordt naar Phoenix gebracht voor onderzoek
De instructies om zijn eerste bodemmonster
te verzamelen en te bestuderen waren eigenlijk
eerder deze week al verstuurd, maar toen weigerde Mars Odyssey
deze door te sturen.
De meeste
stofdeeltjes van de microscoop-opname laten een samenstelling
zien die overeenkomt
met wat men had verwacht, een grote verscheidenheid aan
roodbruine stofkorrels in
verschillende vormen en kleuren. Er is ook een deeltje gevonden
dat op een zoutkorrel lijkt.
Marsgrond onderzocht, 6 juni 2008
De Optical Microscope aan boord van de
Phoenix heeft een gedetailleerde opname
van het Marszand gemaakt en naar de aarde doorgestuurd.
Het is genomen op de negende dag van de missie, 3 juni 2008.
Nooit eerder zagen we microscoopbeelden
van Marszand (en van een ander hemellichaam)
van zo'n grote resolutie. Stof- en zanddeeltjes zijn ongeveer 3
millimeter in doorsnede,
maar sommige deeltjes zijn tien keer zo klein als de doorsnede
van een mensenhaar.

Opname Marsgrond, deeltjes rechts drie millimeter groot
De radiocommunicatie tussen de lander, de Mars Reconnaissance
Orbiter en Mars
Odyssey,
die als tussenstation worden gebruikt, verloopt niet erg soepel.
Af en toe schakelen ze
in safe mode, waardoor radiocontact met de lander tijdelijk niet
mogelijk was.
Bodemmonsters van Mars, 4 juni 2008
Closeup van het eerste bodemmonster van Mars. Het witte materiaal is ijs en/of zout.
Donderdag zullen de monsters geanalyseerd worden.

Bodemmonster van Mars
De grootste verrassing deze week, is dat
de afdalingsmotoren van Phoenix
waarschijnlijk een stuk ijs hebben blootgelegd, waar de lander nu
op staat.
Verder is het weerstation opgestart, de
graafarm graaft en het laboratorium aan boord
is open voor monsters die met de graafarm worden aangeleverd.

Phoenix zelf in beeld
Phoenix in actie, 2 juni 2008
Phoenix heeft zijn robotarm uitgestrekt en
de bodem van Mars aangeraakt. Deze beweging
zorgde voor een afdruk die te zien is op onderstaande foto
gemaakt op 31 mei
en heeft de vorm van een grote voetafdruk. De afdruk kreeg de
naam Yeti.

Afdruk van de robotarm van Phoenix
Tijdens de landing werd
oppervlaktemateriaal weggeblazen door de remraketjes van Phoenix.
De camera van de robotarm moest aan de onderkant van de lander
kijken om te bepalen of de
graafwerkzaamheden gestart konden worden, het vermoedelijke ijs
is te zien onder de lander.

Bodem van Mars met stuk ijs of rots

Opgegraven bodemmonster
Uit chemische analyses van bodemmonsters,
die komende week verzameld worden door de robotarm
moet blijken of het inderdaad ijs is of bepaalde zouten. Het stuk
ijs heeft de naam Holy Cow gekregen.
Phoenix is bovendien op nog meer ijs of
steen gestuit dat tevoorschijn is gekomen
tijdens de landing en dit stuk wordt Snow Queen genoemd.

IJs onder Phoenix
Robotarm Marslander Phoenix, 29 mei 2008
De eerste commando's om de robotarm van
Phoenix te laten bewegen zijn goed afgerond.
Dit was een kritisch moment, omdat de arm alle dataverzameling
moet doen van de grond.

Robotarm Phoenix
Op de linkerfoto is de robotarm nog niet
actief, rechts heeft de arm net
het commando omhoog en weg van het landingsdek volbracht.
De handeling liep één dag vertraging op
door het wegvallen van de radioverbinding
met Mars Reconnaissance
Orbiter, maar de
verbinding is inmiddels weer hersteld.
Phoenix heeft ook gewerkt aan een panorama van zijn omgeving in het noordpoolgebied van Mars.

Panorama van Mars
Net als een echte arm heeft de robotarm
een schouder-, elleboog- en polsgewricht.
Met een schepje aan het uiteinde van de arm kunnen bodemmonsters
worden opgegraven.
Binnen enkele dagen zal er voor het eerst
in de koude Marsgrond worden gegraven.
Ook het Canadese lidar-instrument van Phoenix functioneerd,
hierbij wordt een smalle lichtstraal
recht omhoog gestuurd om de reflectie op stofdeeltjes te meten,
er wordt onderzoek
gedaan aan wolkenlagen, stof en mist in de ijle dampkring van de
planeet.
Op het oppervlak van Mars in het
noordpoolgebied zijn polygonen zichtbaar, dit zijn veelhoekige
structuren, die ontstaan waar het ijs in de bodem regelmatig met
spanningen te maken heeft.

Phoenix kijkt in de richting noordwest
MRO fotografeerd Phoenix, 28 mei 2008
De opname die ongeveer 22 uur na de
landing werd gemaakt, laat de parachute,
het hitteschild en de lander zien. Mars Reconnaissance
Orbiter bevond
zich
tijdens het nemen van de foto ongeveer zevenhonderd kilometer
boven Phoenix.

Phoenix geland
Op de bovendste foto zie je Phoenix in de vorm van een blauwe vlinder, dit zijn de zonnepanelen.
Twintig seconden na het openen van de
parachute van Phoenix is te zien in welk gebied de lander afdaalt.
Het lijkt of het ruimtevaartuig terecht zal komen in de krater
Heimdall, maar Phoenix is naast de krater geland.

Phoenix met krater op de achtergrond
Woensdag zal voor de eerste keer met de robotarm van Phoenix worden gewerkt.
Het weerstation, van de Canadian Space
Agency, werd een uur na aankomst van Phoenix geactiveerd.
De temperaturen op Mars variëren tussen miniumum min 80 graden Celcius
onder nul en maximum
min 30 graden Celcius onder nul, bij een heldere hemel. De
windsnelheid is ongeveer 20 kilometer per uur.
Afdaling Marslander Phoenix, 27 mei 2008
Mars Reconnaissance
Orbiter ziet
Marslander Phoenix met parachute afdalen naar het oppervlak van Mars.
Het is voor het eerst dat een ruimtesatelliet een andere
satelliet fotografeerd tijdens een afdaling.

MRO ziet Marslander
Om de foto te maken moest Mars Reconnaissance Orbiter scheef naar beneden kijken in plaats van recht.
Phoenix geland op Mars, 26 mei 2008
De Phoenix heeft om 01.38 uur Nederlandse
tijd een zachte landing, op drie poten,
uitgevoerd in het noordpoolgebied, Vastitas Borealis, van Mars.

Noordpool van Mars
Tijdens de landing nam in zeven minuten de
snelheid van de Marslander af van twintigduizend kilometer
per uur, de snelheid waarmee hij de ijle dampkring binnenkwam,
tot acht kilometer per uur.
Voor het afremmen werd eerst gebruik gemaakt van de wrijving in
de dampkring.
Na het afwerpen van het hitteschild werd
een parachute ontplooid, deze werd ook afgeworpen
en daarna ontstak Phoenix twaalf kleine remraketten. De laatste
minuten van de landing waren
het gevaarlijkste onderdeel van de ruim negen maanden en 680
miljoen kilometer lange reis.
Medewerkers van de NASA in Pasedena hadden zondag besloten geen laatste baanwijziging meer uit te voeren.
De bevestiging van de landing kwam om 01.53
uur binnen bij het vluchtleidingscentrum van de NASA,
de radiosignalen doen er een kwartier over om de afstand van Mars
naar de aarde te overbruggen.
De NASA ontving twee uur later de eerste beelden die camera's in de robot van de omgeving hebben gemaakt.

Kleurenfoto oppervlakte van Mars
De Phoenix bevindt zich op vlak terrein en
heeft zijn zonnepanelen voor de energievoorziening kunnen
ontvouwen.
Het noordpoolgebied van Mars ziet er op de eerste foto's uit als
een mooi vlak terrein,
zonder veel rotsblokken die tot nu toe kenmerkend waren voor
andere landingsplaatsen op Mars
en toont dezelfde veelhoekige patronen als permafrostgebieden op
aarde.

Zonnepanelen en landingsvoet (30 cm doorsnede) van de Phoenix
Phoenix bestaat voor een deel uit
onderdelen en instrumenten die voor Mars Polar Lander
en voor de Mars Surveyor-lander (geen lancering in 2001) zijn
ontwikkeld.

Marslander Phoenix
De lander gaat de komende weken en maanden
chemisch onderzoek doen aan ondergronds ijs,
dat met behulp van een graafarm wordt opgegraven.
De geplande operationele levensduur van Phoenix bedraagt minimaal
drie maanden.
Van de elf missies voor Phoenix die sinds
1971 hebben geprobeerd om op Mars te landen,
slaagden er vijf in hun landingspoging.
In 1976 kwamen twee Amerikaanse
Vikinglanders op Mars neer. Mars Pahtfinder in 1997
en de twee Marsrovers Spirit en Opportunity begin 2004, deze twee landden met een veel hogere
snelheid
en maakten gebruik van airbags om hun val te breken. De Mars
Polar Lander crashte in november 1999
in het zuidpoolgebied toen de remraketten door een softwarefout
te vroeg werden uitgeschakeld.
Landing Phoenix op Mars, 25 mei 2008
In de nacht van 25 op 26 mei landt de
Phoenix op Mars. Mars Express volgt de aankomst, afdaling en landing.
Op 25 mei zet Mars Express bij de aankomst van het ruimtevoertuig,
het MELACOM
(Mars Express Lander Communications) systeem in de richting van
Phoenix,
om alle signalen van de marslander te kunnen ontvangen.
Dit radio-instrument was oorspronkelijk
ontworpen voor de communicatie met de Europese lander Beagle 2.
De gegevens worden kort daarop naar de aarde doorgestuurd. De
camera en een spectrometer van Mars Express
brengen de route van Phoenix tijdens zijn afdaling naar het
oppervlak in beeld. Maar of dit lukt is de vraag,
want het is niet mogelijk om precies te voorspellen welke route
Phoenix zal volgen.

Landing Phoenix
De landing staat gepland voor 26 mei 01:53 uur Nederlandse tijd.
Na de landing vliegt Mars Express over de
landingsplaats van Phoenix om signalen van de lander op te vangen.
Dat gebeurt op 26 mei om 08:12 uur Nederlandse tijd. In de week
erna volgen nog veertien passages.
Tenminste één hiervan wordt gebruikt om te demonstreren dat
Mars Express kan functioneren
als een tussenstation tussen NASA’s grondteam en de Phoenix lander.
Deze toepassing werd eerder al getest met de Marsrovers Spirit en Opportunity.
Zie ook het nieuws van 15 mei 2008
Enorme stofhozen gezien op landingslocatie Phoenix, 15 mei 2008
Mars Reconnaissance
Orbiter heeft
opnames gemaakt van twee enorme stofhozen,
die zich meer dan een kilometer boven het oppervlak uitstrekken.
Beide stofhozen bevinden zich op de plek waar de landing op 25
mei van de Phoenix
Marslander plaatsvindt, in een ovaalvormig gebied dat Green
Valley genoemd wordt,
niet ver van de noordpool van Mars.
Dit gebied heeft een oppervlakte van 20
bij 100 kilometer en wordt ter voorbereiding van de landing van
de
Phoenix in de gaten gehouden door de MRO. Maar
de stofhozen leveren waarschijnlijk geen gevaar voor de Phoenix.
Stofhozen ontstaan wanneer luchtwervels,
die op windstille dagen ontstaan vanuit opstijgende luchtkolommen,
de grond raken en hierbij stof mee omhoog trekken. Stofhozen
kunnen op Mars veel groter worden dan op aarde,
dit komt door de geringe zwaartekracht op Mars. Stofhozen hebben
er in het verleden voor gezorgd dat de Spirit
en Opportunity nog steeds rondrijden, aangezien zij de
zonnepanelen van de Mars Exploration Rovers vrijmaken van stof.


Stofhozen op Mars
Landingsplaats Phoenix op Mars vastgesteld
Eind van de maand landt de Phoenix op het
oppervlak van Mars. Men heeft nu vastgesteld dat de Marslander
binnen een gebied van honderd bij negentien kilometer moet landen,
net boven de noordpoolcirkel van Mars.
Phoenix moet nog iets meer dan 54 miljoen
kilometer afleggen voor de landing en het ruimtevaartuig heeft
momenteel een snelheid van bijna tachtigduizend kilometer per uur.
De Marslander heeft sinds de lancering
al bijna 233 miljoen kilometer afgelegd en zal op 25 mei,
ongeveer anderhalf uur na middernacht,
zijn parachutes ontplooien en beginnen aan de afdaling naar het
oppervlak van Mars.

Landingsplaats Phoenix
De Phoenix gaat gedurende drie maanden
onderzoek doen in de bevroren bodem in het gebied Vastitas
Borealis,
waar de Mars Odyssey eerder water ontdekte. Met behulp van een
robotarm, die 2,35 meter ver kan reiken,
kan de Marslander een halve meter diep in de bodem graven.
Het opgeschepte mengsel van zand en ijs
wordt in een klein automatisch laboratorium aan boord onderzocht.
Men hoopt zo de aanwezigheid, vroeger of nu van microleven op
Mars te vinden.
Naast een robotarm heeft de Marslander ook nog een meteorologisch
station, een gasanalysator en drie camera's.
Phobos met krater, 13 april 2008
De HiRISE-camera van de Mars
Reconnaissance Orbiter heeft op 23 maart opnames in kleur
gemaakt van Phobos. De onregelmatig gevormde maan van Mars met een doorsnede van
ongeveer 22 kilometer. Op het maantje bevindt zich een 9
kilometer grote inslagkrater Stickney,
die in verhouding met Phobos zo groot is dat de maan bij de
inslag bijna werd verbrijzeld.
De langgerekte groeven op het oppervlak
zijn gevormd tijdens het ontstaan van Stickney.
Op de opnames zijn op de kraterhellingen kleine verschuivingen
zichtbaar.
Het materiaal rond de kraterrand is blauwer van kleur dan de rest
van het oppervlak.
De opnames zijn om de tien minuten gemaakt, op afstanden van 6800
en 5800 kilometer
van Phobos en laten details zien van 15 à 20 meter in doorsnede.

Phobos en inslagkrater Stickney
De twee manen van Mars worden beschouwd
als planetoïden die
lang geleden zijn ingevangen door de zwaartekracht van Mars.
Phoenix op koers naar Groene Vallei, 13 april 2008
Phoenix heeft de eerste van zijn vier
koerscorrecties uitgevoerd voor de landing op 25 mei.
De landingsplaats is voorlopig een gebied gekozen dat ligt in de
Groene Vallei op Mars.
Het landingsgebied van 100 bij 20
kilometer, is onderzocht door de Mars Reconnaissance Orbiter,
hieruit bleek dat het zuidoosten van deze brede, vlakke vallei
weinig rotsblokken heeft die een geslaagde landing
zouden kunnen verhinderen. Phoenix kan tussen nu en 25 mei nog
drie maal een kleine koerswijziging uitvoeren.

Phoenix en lander bij Mars
Phoenix gaat op hoge noordelijke breedte
onderzoek doen aan ondergronds ijs en het klimaat.
Bodemmonsters moeten uitwijzen of de omstandigheden op Mars in
het verleden gunstig zijn geweest voor leven.
Zoutafzettingen op Mars, 23 maart 2008
De opname van het oppervlak van Mars gemaakt door de Mars Odyssey laten zien dat zich
ook op de
oude zuidelijke hooglanden van Mars, waar de oudste gesteenten
liggen, zoutachtige afzettingen bevinden.
Het gaat om ongeveer tweehonderd gebieden
die op allerlei hoogten liggen, meestal gaat het om bekkens
waar geulen naartoe lopen en de kans is klein dat ze uit één
grote watermassa, zoals een zee, zijn ontstaan.
Het kan ook zijn dat het grondwater was
dat naar lager gelegen gebieden is gestroomd en vervolgens
is verdampt. De exacte samenstelling van de chloridenrijke
mineralen is onbekend.
Hun voorkomen en verspreiding wijst er echter op, dat grote delen
van het oppervlak
van Mars 3,5 tot 3,9 miljard jaar geleden met water bedekt moet
zijn geweest.
De omgevingen zijn vermoedelijk een stuk
minder zuur geweest dan de meeste natte plaatsen op Mars.
Zuur water laat andere afzettingen achter, zoals klei en hydraten
en organismen zijn beter in staat om
grote zoutconcentraties te verdragen dan een hoge zuurgraad.
Aangezien zout organisch materiaal goed
bewaard, zijn de zoutkristallen geschikt om te onderzoeken of er
ooit leven is geweest op Mars.

Zoutafzetting op Mars
De kleuren zijn niet echt, maar hiermee
kan de samenstelling van de verschillende materialen
worden aangegeven. De blauwe kleur wordt veroorzaakt door
mineralen die chloriden bevatten,
verbindingen die ook voorkomen in zouten, die lijken op tafelzout.
Op aarde ontstaan deze zouten in gebieden waar water
verdampt, of waar vulkanische gassen uit
het oppervlak ontsnappen, de oudste organismen die op aarde
ontdekt zijn zaten opgesloten in zoutkristallen.
Restanten van levensvatbaar meer ontdekt op Mars, 10 maart 2008
Nieuwe foto's van Mars Reconnaissance
Orbiter van de
kraterwand laten zien dat de krater Holden
op Mars in het verleden gevuld is geweest met een
watermassa, waarin leven kan zijn ontstaan.
Dit water heeft de krater gevuld met puin
en sedimenten, zoals rotsblokken en kleinere deeltjes
die megabreccia genoemd worden. Uit onderzoek van de foto's is
gebleken dat de fijne sedimentlaag
die bovenop de megabreccië ligt voor vijf procent uit
kleideeltjes bestaat.
Waar deze kleideeltjes vandaan komen is onzeker, maar
waarschijnlijk betreft het sedimenten
van een meer dat hier zeker enkele duizenden jaren moet hebben
bestaan.
Holden is een inslagkrater die ontstaan is
in een veel grotere inslag van een ruimterots,
die het Holden-bekken wordt genoemd. Voordat de krater ontstond,
liepen er
allerlei waterstromen door het bekken die sedimenten achterlieten.

Krater Holden op Mars
Bij de inslag die de Holden-krater vormde,
werden grote brokstukken van wel 50 meter groot
opgeworpen en verpulverd, waarna een deel weer is terug gevallen
in de krater
en andere delen zich over de omgeving verspreidden.
De krater is vervolgens gevuld met water,
waarbij sedimentaire afzettingen (zoals klei) gevormd zijn.
De MRO heeft het bestaan van klei in de Holden-krater zonder
twijfel aangetoond.
De Holden-krater is gevormd in een tijd
dat de oceanen op Mars al waren verdwenen,
waardoor het Holden-meer niet blijvend is geweest. Het gewicht
van het water heeft de kraterwand
waarschijnlijk doorbroken, waarna deze is leeggestroomd. Waarna
het langzaam is bevroren en/of verdampt.
De Holden-krater wordt dan ook gezien als
plek voor een toekomstige Marsrover, het Mars Science
Laboratory,
die volgend jaar gelanceerd zal worden. De krater is één van de
zes mogelijke landingsplaatsen voor de MSL.
Lawine op Mars, 5 maart 2008
Op 19 februari 2008 heeft Mars Reconnaissance
Orbiter bij
toeval vier lawines op Mars vastgelegd.
Het is voor het eerst dat rechtstreeks grondbewegingen op Mars
zijn gefotografeerd.
Op de opname waar een lawine met fijn
gruis en misschien ook kleine ijskorreltjes of juist grotere
rotsblokken
naar beneden is gekomen, zijn de stofwolken te zien, die
opstuiven aan de voet van een steile helling.
De klif is ongeveer 700 meter hoog en
bevindt zich in het noordelijke poolgebied van Mars.
De klif is nog bedekt met de rest van het kooldioxide-ijs (wit)
dat in de winter op de noordpool ligt.
NASA heeft eerdere foto's van dit gebied en zal de klif
vaker fotograferen om te zien
of er meer materiaal naar beneden gaat vallen tijdens de zomer op
de noordpool van Mars.
Ook zal het materiaal aan de voet van de helling worden
onderzocht.

Aardverschuiving op Mars
De grootste wolk van stof en ijs heeft een
doorsnede van 180 en strekt zich uit tot 190 meter van de klif.
Het zonlicht komt van de rechter bovenkant.
Het is nog niet bekend wat de lawine heeft
veroorzaakt, misschien is er sprake is van een seizoenseffect
door de temperatuurstijging aan het begin van de lente of dit
soort lawines ontstaan het hele jaar door.
Het kan ook zijn dat koolzuurijs van vast
naar gasvormig is overgegaan en hierdoor instabiliteit heeft
veroorzaakt.
Andere mogelijkheden zijn Marsbevingen of een inslag van een
meteoriet.

Aardverschuiving op Mars
Watergeulen op Mars veroorzaakt door droog zand of grind, 2 maart 2008
In december 2006 ontdekten
onderzoekers dat sommige geulen op de binnenhellingen
van inslagkraters op Mars in de afgelopen paar jaar opeens veel helderder
zijn geworden.
Ze dachten dat dit werd
veroorzaakt door recente waterstromen, mogelijk als gevolg van
het smelten van ondergronds ijs. Maar
de opvallend heldere
stromingspatronen aan
de binnenwanden van de kraters op Mars zijn waarschijnlijk
ontstaan door lawines
van droog materiaal, zoals zand of grind en zijn niet ontstaan door vloeibaar water.
Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Met de
HIRISE-camera van de Mars Reconnaissance
Orbiter
is één van de geulen nauwkeurig met stereoscopische foto's in
beeld gebracht.
Door het topografisch hoogtemodel kon berekend worden hoe water
in een dergelijke geul
zou stromen en hoe de
stromings- en afzettingspatronen eruit
zouden zien door ander materiaal,
zoals modder en droog zand of gruis.

Heldere stroom op Mars
Het blijkt dat de vorm van het heldere
patroon het best verklaard kan worden door een lawine
van droog materiaal, of hooguit een dikke modderstroom, maar in elk geval niet van
stromend water.
Men is vrij zeker over de
aanwezigheid van ondergronds ijs op Mars. Op 25 mei landt de
Phoenix
in het noordpoolgebied van Mars, onder andere om ijsmonsters op
te boren voor nader onderzoek.
Marslander Phoenix wordt opgewacht, 2 maart 2008
Als de Phoenix op 25 mei afdaalt naar het
oppervlak van Mars, wordt hij in de gaten gehouden
door drie ruimtesondes die in een baan om Mars draaien. Ze zullen
de Phoenix begeleiden en ondersteunen,
onder meer door middel van het doorsturen en versterken van de
gegevensstroom tussen Phoenix en de aarde.
Deze drie zijn de Mars Odyssee en Mars
Reconnaissance Orbiter van de NASA en de Mars Express van de ESA.
Ook Spirit en Opportunity zullen een bijdrage leveren in de vorm van het
simuleren van de signalen van Phoenix,
waarmee de rol van de drie eerder genoemde ruimtesondes getest
zal worden.

Radiotelescoop Cebreros bij Avila in Spanje
Op aarde wordt de afdaling en landing gevolgd door twee radiotelescopen in Cebreros, Spanje en New Norcia, in Australië.
Phoenix is op 4 augustus gelanceerd en
moet een zachte landing maken op de meest noordelijke locatie
die ooit door een Marslander is bezocht, waar onder andere
gezocht gaat worden naar een
ondergronds mengsel van ijs en stof. Phoenix zal de atmosfeer van
Mars binnentreden met
een snelheid van 5,7 kilometer per seconde. De totale afdaling
zal 7 minuten in beslag nemen.
Bij de landing wordt gebruik gemaakt van
een hitteschild, parachutes, en remraketten.
Tijdens de afdaling door de ijle dampkring van Mars worden de
radiosignalen van Phoenix
opgevangen door de drie ruimtesondes. De banen van de drie
kunstmanen worden
de komende weken geleidelijk aangepast zodat ze zich eind mei
boven de landingszone
van Phoenix bevinden. De precieze landingsplaats is overigens nog
niet vastgesteld.
Rivierdelta’s op Mars in korte tijd gevormd, 2 maart 2008
Bijna vier miljard jaar geleden zijn de
rivierdelta’s op Mars in zeer korte tijd gevormd.
Dit blijkt uit experimenten aan de Universiteit Utrecht waarin
het ontstaan van delta’s werd nagebootst.
Enkele tientallen delta’s in
inslagkraters liggen verspreid over het zuidelijk halfrond van
Mars.
Deze kraters stroomden vol met water vanuit rivierdalen. Het
water voerde zand, grind en rotsen mee
en sleet zo de dalen uit. Het sediment kwam terecht in de
kratermeren en vormde daar de delta’s.
De schattingen hoe lang de vorming duurde, variërenden van één
jaar tot miljoenen jaren.

Fossiele resten in Melas Chasma op Mars
Dit proces op Mars is nu nagebootst in het
Eurotanklaboratorium aan de Universiteit Utrecht.
De Eurotank is een zandbak van 6,5 bij 13 meter waarin een robot
met een laser
en digitale camera’s nauwkeurig het oppervlak opmeet.
De onderzoekers groeven kratervormige
gaten en lieten daar water en zand naartoe stromen,
vergelijkbaar met die op Mars. Eerst sleet zich een geul uit door
de rand van de krater.
Het zand uit de geul werd vervolgens door het water versleept
naar de bodem van de krater
waar het een waaier vormde. Ondertussen liep de krater vol met
water zodat een meer ontstond.
De waaier hervormde zich daarbij tot een
delta met lobben van zand. De specifieke waaiervorm
van de delta laat duidelijk zien hoe snel het meer volliep met
water, en met name na hoeveel tijd
het water ophield met stromen. Dat levert de maximumduur op van
enkele tientallen jaren
voor de vorming van delta’s met vergelijkbare vormen op Mars.
Het verrassende resultaat van de Utrechtse
experimenten is dat de vormingsduur van gelijkvormige
delta’s op Mars ten hoogste enkele tientallen jaren is, en
een half uur in het laboratorium.

Marsdelta in Eurotank
Een opgedroogde delta in de Eurotank. Het
witte zand op het bruine zand van de kraterbodem
vormen de oude kustlijnen en zijn goed te zien.
Mars sinds 4 miljard jaar levenloos, 20 februari 2008
Onderzoek van Opportunity heeft uitgewezen dat in de vermoedelijke oceanen
op Mars, zich de afgelopen
vier miljard jaar waarschijnlijk geen micro-organismen bevonden,
deze mineralen zijn al lang verdwenen.
Gedurende het grootste deel van hun
bestaan zijn de oceanen bijzonder zuur en zout geweest.
Een dergelijke omgeving is bijzonder ongeschikt voor micro-organismen.
Opportunity onderzocht
de chemische samenstelling van een gesteentenlaag aan de
binnenzijde van de inslagkrater Victoria,
waar de mineralen van 4 miljard jaar oud, zijn opgelost en later
in grote concentraties weer zijn afgezet.
Mogelijk kunnen er in de toekomst nog wel
sporen van leven gevonden worden
in nog oudere gesteenten op Mars, of op plaatsen op grotere
diepte onder het oppervlak.

Rotsrand aan binnenkant Victoriakrater
Opportunity
nam deze opname van de heldere rotsrand in de Victoria krater,
ook wel Lyell genoemd
en is de onderste van de drie lagen die de rover heeft onderzocht.
Spirit en Opportunity zijn aan hun vijfde jaar op Mars
begonnen.
Ze landden in januari 2004 op Mars en houden het al zestien keer
langer uit dan verwacht.
Ook legden ze in totaal een twintig maal zo grote afstand af op
het Marsoppervlak.
Als de rovers
het vol blijven houden zullen ze gezelschap gaan krijgen van twee
zeer
geavanceerde robotverkenners, de Phoenix-lander en het Mars
Science Laboratory.
De Phoenix is een lander, die op 25 mei 2008 bij Mars aankomt.
Phoenix zal landen
op de ijzige grond nabij de noordpool, om te onderzoeken wat zich
onder deze grond bevindt.
Na Phoenix
staat Mars Science Laboratory op het programma. Dit zal de meest
geavanceerde rover
zijn die ooit naar een andere wereld is gestuurd en weegt vier
keer dan Spirit en Opportunity.
Nieuwe gegevens van de Omega-spectrometer
van de Mars Express laten
zien dat Mars hoge
uitgestrekte wolken van koolzuurijskristallen heeft, die genoeg
dichtheid hebben om schaduwen
op het oppervlak te werpen. Uit de metingen blijkt dat de wolken
zo dicht zijn dat ze veertig procent
van het zonlicht kunnen tegenhouden, waardoor de
oppervlaktetemperatuur in de schaduw van de wolken
tien graden lager is dan in de omgeving. Voorheen dacht men dat
wolken op Mars een zeldzaamheid waren.
Er waren in het verleden wel aanwijzingen
gevonden voor het bestaan van zulke wolken, omdat de ijle
atmosfeer van Mars vooral uit kooldioxide bestaat, maar niemand
had verwacht dat ze zo groot zouden zijn.
De wolken bestaan uit ijskristallen die
ruim een micrometer (1/1000 millimeter) groot zijn, ze bevinden
zich
op een hoogte van meer dan tachtig kilometer en hebben afmetingen
van enkele honderden kilometers.
De CO2-wolken komen voornamelijk in het gebied rond de evenaar
van Mars voor en ontstaan
waarschijnlijk als gevolg van de grote dag-nachttemperatuurverschillen
rond de evenaar.

CO2 wolken op Mars
De koude nachttemperaturen en hoge
dagtemperaturen veroorzaken een atmosferische convectie (stijgende
lucht),
vooral als de zon ’s morgens de grond verwarmd. Bellen van
warm gas stijgen op en bereiken een hoogte
waarop de temperatuur voldoende daalt om de kooldioxide te laten
bevriezen.
Wolken van waterijs waren al bekend op
Mars, deze bevinden zich vooral aan de flanken van de vulkanen op
Mars.
Nu blijkt dat Mars ook wolken van kooldioxide-ijs kent, die zich
op veel grotere hoogte bevinden.
Dit is de eerste keer dat men de kooldioxidewolken van Mars van
bovenaf heeft waargenomen.
Kans op inslag op Mars heel klein, 9 januari 2008
De kans dat de planetoïde 2007 WD5 die op
Mars afkomt de planeet zal treffen, wordt steeds
kleiner.
Nieuwe waarnemingen om zijn baan nauwkeuriger te bepalen laten
zien dat de kans,
dat het op 30 januari tot een inslag komt, is gedaald tot 1 op 10.000.
Waarschijnlijk zal 2007 WD5 op een afstand van 4000 tot 26.000
kilometer langs Mars scheren.

Koers van de planetoïde
De lichtblauwe lijn geeft de koers aan van de planetoïde
Wordt Mars geraakt door een planetoïde? 26 december 2007
Een planetoïde nadert Mars en de kans is
1 op 75 dat hij op 30 januari rond de middag inslaat.
De planetoïde heet 2007 WD5 en heeft een doorsnede van ongeveer
50 meter.
2007 WD5 zal Mars op een afstand van ongeveer 48.000 kilometer
naderen.
Dit is ongeveer één vierde van de afstand tussen de aarde en de
maan.
De baan is nog niet nauwkeurig genoeg om een inslag uit te
sluiten.
Het object, ontdekt op november 2007 door
de Catalina Sky Survey, is ongeveer
net zo groot als de ruimterots die in 1908 neerkwam in Siberië.
Door de inslag werden over een groot gebied tientallen miljoenen
bomen verwoest.
Mocht er een botsing plaats vinden dan zal
dit ongeveer een 3 megaton, dit is 200 maal de kracht
van de atoombom op Hiroshima, aan energie vrijmaken en een
inslagkrater van ongeveer
1 kilometer veroorzaken, waarbij een enorme hoeveelheid stof de
dampkring in wordt geblazen.

De meteoriet op 21 december
De kans is veel groter dat de planetoïde
Mars mist, maar er is dus wel een kleine kans.
Als de planetoïde inslaat zal hij rond de evenaar inslaan, hier
bevindt zich ook de Opportunity,
al zal de marsrover zich waarschijnlijk buiten de inslagzone
bevinden.
De inslag zal een krater veroorzaken die
vergelijkbaar is met de Meteor Crater in Arizona, VS.
In de jaren ’90 sloegen de restanten van de komeet Shoemaker-Levy
9 in op Jupiter.
Het kan wel de eerste keer zijn dat een planetoïde i.p.v. een
komeet in zal slaan op een andere planeet.

Richting van de planetoïde
De komende dagen zal van de planetoïde in
de gaten worden gehouden om de baan beter te bepalen.
De nieuwe krater kan binnen enkele dagen gefotografeerd worden
met de HIRISE-camera van
de Mars Reconnaissance
Orbiter, terwijl
het niet uitgesloten is dat de Spirit en Opportunity
een verhoogde stofconcentratie in de ijle dampkring van Mars
constateren.
De planetoïde is op 31 januari 2008 Mars
gepasseerd op een afstand van 22.000 kilometer,
in kosmische termen scheelde dat een haartje.
Belangrijke ontdekking Spirit, 13 december 2007
In het wielspoor van Spirit is tot nu toe de sterkste aanwijzing van micro-organismen
gevonden.
De afzettingen (silica rijke stenen) zijn waarschijnlijk ontstaan
door heet bronwater waarin siliciumdioxide
is opgelost, om later weer neer te slaan of contact met zure
gasdampen van de omliggende vulkanen.
De zuren lossen het siliciumdioxine ook op, waarna het weer
neerslaat.
Op aarde komen dit soort omstandigheden
ook voor en bevatten bacteriën,
die zich helemaal aan deze extreme omstandigheden hebben
aangepast.
Na een eerste analyse in het voorjaar (nieuws
21 mei 2006), bleek de helder witte laag veel silica
(siliciumdioxide) te bevatten, het materiaal waaruit ook het glas
van onze ramen uit bestaat.
Het
rechtervoorwiel van Spirit werkt sinds maart 2006 niet meer en
sleept voortdurend over de grond,
terwijl hij achterstevoren rijdt. In dit wielspoor zijn de
afzettingen aangetroffen. De kiezellaag werd toen
bij toeval blootgelegd en bestaat voor negentig procent uit puur
silica of siliciumdioxide (kiezel)
en is dit de aanwijzing dat er ooit iets op Mars kan hebben geleefd.

Sporen van Spirit
Spirit is niet
in staat om dit leven ook op te sporen, daar is hij niet voor
ontworpen.
We moeten wachten op de volgende generatie Marsrovers: NASA's Mars Science Laboratory
en ESA's ExoMars, die in 2009 en 2011 gelanceerd gaan
worden om hier verder te zoeken.
Spirit komt los uit zandkuil, 5 december 2007
Spirit heeft twee weken vastgezeten in een gebied met
zeer losse ondergrond, Tartarus,
genoemd naar de Kerker van de Onderwereld in de Griekse
mythologie.
Volgens de NASA is het begin december gelukt om de Spirit weer aan
het rijden te krijgen,
zodat hij op zoek kan naar een beschutte plek op Home Plate voor
de winter en de accu op kan laden.
Hopelijk zal
Spirit zijn plek op 1 januari bereiken. Deze deadline wordt
steeds kritischer, daar de
stroomvoorraad van Spirit al beperkt is door het vele stof dat op
de zonnepanelen is neergeslagen.
Spirit heeft momenteel slechts 310 watt/uur per dag tot zijn
beschikking,
wat niet te vergelijken is met de oorspronkelijke 900 watt/uur
per dag.

Route Spirit
Spirit zit vast, 29 november 2007
Spirit zit al dagen vast in zeer losse grond, terwijl hij
op weg zou moeten zijn naar
een schuilplaats voor de naderende winter. Een ander probleem is
dat de zonnepanelen van Spirit
door grote hoeveelheden stof bedekt worden van de stofstormen op Mars enige maanden geleden.
Hierdoor is het tijdelijk 20 tot 30 graden warmer geworden op
Mars.
Spirit heeft
sinds 2006 een kapot rechtervoorwiel en kan alleen achteruit
rijden.
Twee weken geleden is de rover op weg gegaan naar de noordelijke
rand van Home Plate,
een plateau van 90 meter breed met vele steile hellingen richting
het noorden.
Dit maakt de plek geschikt als schuilplaats voor de winter op het
zuidelijk halfrond.

Spirit in de cirkel
Mars Reconnaissance Orbiter heeft Spirit vanuit de ruimte gefotografeerd.
Opportunity in de Victoria-krater, 28 september 2007
Opportunity heeft de binnenkant bereikt van de Victoria krater
op Mars.
De rover begon op 13 september aan de afdaling langs de steile
kraterrand en
legde gemiddeld twee tot zeven meter per dag af. Opportunity
bevindt zich bij een
lichtgekleurde rotsformatie die zich enkele meters onder de rand
van Victoria bevindt.

Opportunity over de rand van de Victoria krater
Op de opname zie je een laag lichtgetinte
rotsen aan de binnenkant van de Victoria krater
in het gebied Meridiani Planum, die lijkt de oppervlakte aan te
geven van
vele miljoenen jaren geleden, voordat een inslag de krater vormde.
De komende dagen zullen de
meetinstrumenten aan het uiteinde van de robotarm
van Opportunity gebruikt worden om het gesteente te onderzoeken.
Maar eerst moeten enkele veiligheidstests worden uitgevoerd,
omdat de rover op een helling van vijfentwintig graden staat.
Grotten op Mars? 28 september 2007
Hoog op de vulkaan Arsia Mons op Mars, die wel 20 kilometer boven het omringende
landschap uitkomt zijn waarschijnlijk grot-openingen gevonden.
De Arsia Mons is de meest zuidelijke van de drie grootste (uitgedoofde)
vulkaan op Mars.
Onderzoekers denken dat de gaten een
doorgang zijn tot ondergrondse ruimtes.
Dat konden ze bepalen door temperatuurmetingen met de
infraroodcamera
van de Mars Odyssey, die al zes jaar rond Mars draait.
De zeven openingen, de Zeven Zusters
genoemd, hebben afmetingen van 100 tot 225 meter en
zijn buitengewoon donker. Ze bevinden zich tussen de
inzakkingskraters, maar zien er anders uit.
Ze vertonen namelijk geen steile wanden of kraterbodems, ook
vertonen ze
geen opgeworpen randen, die kenmerkend zijn voor meteorietkraters.
Op deze grote hoogte is het vrijwel
onmogelijk dat er in de grotten leven voorkomt, maar
dit soort vormen op minder grote hoogte zouden mogelijk micro-organismen
kunnen bevatten,
die onder de grond beschermd zijn tegen de schadelijke
ultraviolette straling van de zon.

Grotten op Mars
De Zeven Zusters zijn overdag koeler dan
hun omgeving, maar 's nachts juist warmer, dit klopt als er
openingen in de bodem van Mars zitten, die in verbinding staan
met ondergrondse grotten.
Ze zijn overdag koeler dan de oppervlaktetemperatuur, maar 's
avonds juist warmer.
De onderzoekers denken dat ze zijn
ontstaan doordat ondergronds materiaal is weggezakt
in diepe scheuren of breuken in de vulkaanhelling. Uit metingen
en de stand van de zon,
leidden onderzoekers af dat de grotten minstens 70 tot 130 meter
diep zijn.
Waterstromen op Mars? 23 september 2007
Vorig jaar ontdekten en dachten
onderzoekers dat er vloeibaar water aanwezig was op Mars
door veranderingen in geulen aan de randen van kraters.
Een nieuw onderzoek naar deze ontdekking laat zien dat het
destijds ging om lava,
afkomstig uit de Athabasca Valles.
NASA onderzoekt nu grote delen van het oppervlak en
heeft geconstateerd dat verschillende
kenmerken van het oppervlak mogelijk gevormd zijn door de
aanwezigheid van water.
Dat het er wel degelijk geweest is, lijkt een zekerheid. Er zijn
diverse geulen op Mars gevonden
die zeer waarschijnlijk door vloeibaar water zijn ontstaan. De
geulen zijn te diep om door
droog materiaal, zoals zand of stof, te zijn ontstaan.

Geulen in een krater op de zuidelijke hooglanden van Mars
Vorig jaar werden opnamen van Mars Global Surveyor bekend gemaakt van geulen op Mars,
mogelijk veroorzaakt door stromend water. Nieuwe opnamen van Mars Reconnaissance Orbiter
wijzen erop dat sommige geulen waarschijnlijk zijn ontstaan door
aardverschuivingen
in het oppervlak van los, droog materiaal.
Dit volgt uit onderzoek met de infrarood-spectrometer
van de MRO, waaruit blijkt dat de verse, heldere
afzettingen in elk geval niet uit rijp, ijs of zoutachtige
mineralen bestaan, dat is afgezet door zout water.
Andere geulen vormen echter wel sterk
bewijs voor vloeibaar water dat miljoenen jaren geleden op Mars
gestroomd heeft, toen de planeet een warmer klimaat had dan nu.
Ook andere MRO-beelden bevestigt
de indruk dat Mars in het verleden meerdere natte periodes moet
hebben gekend.

Waterstromen op Mars
Mars kent, net als aarde, periodieke klimaatsveranderingen. Sommige van de
periodes zijn warmer
dan andere. Enkele van de geulen die op Mars zijn aangetroffen
zijn niet stijl genoeg om droge stromen
te veroorzaken. Opnamen van de MRO laten duidelijk kenmerken van
een vloeibare stroom zien,
zoals vertakte kanalen en terrassen binnen de geulen.
Men heeft onderzocht of de afzettingen aan
de zuidpool uit materiaal van hoge dichtheid bestaan,
zoals rots, of gemaakt zijn van materiaal van lage dichtheid,
zoals ijs.
De waarnemingen bevestigen de aanname dat de afzettingen vooral
uit water bestaan.
Ook heeft men ontdekt dat sommige
kenmerken die als vloeibare waterstromen werden gezien,
in werkelijkheid lavastromen zijn. Vloeibare stromen op Mars
hoeven niet persé waterstromen te zijn.
Afdaling Opportunity in krater Victoria, 14 september 2007
Voorzichtig probeert Opportunity de krater Victoria in te rijden.
Op 11 september gaf het vluchtleidingcentrum opdracht om vier
meter vooruit te rijden, zodat
de eigenlijke kraterrand werd gepasseerd. Vervolgens reed
Opportunity weer drie meter terug.

Opportunity over de rand van de Victoria krater
Deze manoeuvres waren voornamelijk bedoeld
om de Opportunity van instructies te voorzien,
die moeten voorkomen dat zijn wielen te veel gaan slippen. Dat
laatste gebeurde aan het eind van
de rit inderdaad, waardoor het wagentje nu op de rand van de
krater stilstaat.
Via de Mars Odyssey kregen wetenschappers van NASA berichten dat
alles goed ging.
De komende dagen zal Opportunity langzaam
naar beneden rijden en de komende weken
en maanden op zoek naar sporen van water en misschien leven op Mars.
Opportunity klaar voor afdaling in Victoria krater, 9 september 2007
Opportunity gaat misschien begin volgende
week op 11 september, aan zijn afdaling in de
Victoria krater beginnen. Spirit en Opportunity hebben de afgelopen maanden last gehad van
de zware stofstormen op Mars, maar die zijn inmiddels gaan liggen.
Opportunity staat op het punt om de 800
meter grote inslagkrater Victoria binnen te rijden.
Voorlopig richt het robotwagentje zich op een lichtgekleurde
gesteentelaag op ongeveer 12 meter
beneden de kraterrand. Na een eerste kleine afdaling wordt
Opportunity weer omhoog gestuurd,
om te bekijken hoe moeilijk het is om ook weer tegen de steile
kraterwand op te rijden.
Waarschijnlijk zal de rover uiteindelijk voorgoed in de krater
achterblijven.

Rand Victoria krater
Spirit is op 5 september bovenop Home
Plate aangekomen, een hooggelegen plateau van gelaagde
gesteenteafzettingen. Helaas liggen er nog de nodige stofdeeltjes
op de zonnepanelen van de rover,
waardoor de energieproductie maar 325 watturen per dag bedraagt,
maar dat is genoeg om te rijden.
Op 29 augustus kwam 8% van het zonnelicht
door de atmosfeer, dat is wel 2% meer dan een week eerder.
Maar het percentage stof op de zonnepanelen met 3% toegenomen,
waardoor slechts 59%
van het zonlicht de zonnepanelen raakt en wordt omgezet in
elektriciteit.
Spirit en Opportunity landden in januari 2004 op Mars, met een
geplande levensduur van drie maanden.
Marsrovers rijden weer, 28 augustus 2007
Na zes weken wachtten vanwege de stofstorm
op Mars, waardoor de opbrengst van hun
zonnepanelen sterk verminderde, zijn de Spirit en Opportunity weer aan het werk gegaan.
Op 21 augustus is Opportunity dertien meter dichter naar de rand
van de krater Victoria gereden,
Spirit is 42 centimeter achteruit gereden om foto’s te maken
van een eerder onderzochte steen.
Opportunity heeft op het moment twee keer
minder energie dan twee maanden geleden, maar
moet nog even wachten tot het nog wat helderder wordt, zodat meer
zonne-energie opgevangen
kan worden. Het opklaren van de atmosfeer kan maanden duren. De
komende dagen zal worden
geschat wanneer Opportunity met de afdaling in de Victoria krater
kan beginnen.

Opname gemaakt door Opportunity op 21 augustus
Een andere belangrijke zorg is het omlaag
dwarrelende stof, dat zich onder meer op de lens
van de microscoopcamera van Spirit heeft afgezet. Ondertussen
gaat Spirit gewoon weer door
met zijn dagelijkse werkzaamheden en reist binnenkort mogelijk
naar het gebied, Home Plate.
Stofdeeltjes op Marsrovers, 19 augustus 2007
De stofstorm op Mars lijkt langzaam te gaan liggen. Maar de
stofdeeltjes dwarrelen nu
naar beneden en komen op de zonnepanelen van de Spirit en Opportunity terecht.
De Marsrovers kunnen dan niet genoeg energie uit het zonlicht halen
en de kans bestaat dan dat de batterijen het naar een tijdje
opgeven.
Hoewel de zonnepanelen met stof bedekt
worden, wordt de atmosfeer van Mars steeds helderder.
De zonne-energie is nodig om de elektronica van de rovers warm te
houden.
Op Mars is het gemiddeld -81° Celsius en dat is te koud voor de
onderdelen aan boord van de rovers.
Geen energie betekent geen warmte voor de elektronica.
Spirit heeft op 13 augustus een record
gevestigd, eerst waren de twee Viking landers
de langst functionerende robots op Mars. Op 13 augustus, versloeg
Spirit de Viking Lander 2.

Overzicht stofstorm op Mars
Op de opname is het verloop van de storm vanaf de Opportunity te zien van 14 juni tot 19 juli 2007.
Koerscorrectie Phoenix, maandag 13 augustus 2007
De Phoenix heeft afgelopen weekend een
koerscorrectie uitgevoerd.
Deze correctie vormt een belangrijk onderdeel van de reis van
Phoenix naar Mars.
In de toekomst staan nog vijf correcties gepland, maar die zijn
minder ingrijpend dan deze correctie.
De Marsverkenner zal op 25 mei 2008 gaan
landen op de meest noordelijke locatie
van alle landingen die ooit op Mars zijn verricht.

Landingsplaats Phoenix
Phoenix zal
dan gaan graven naar ondergronds ijs en onderzoeken of er leven
mogelijk is.
Phoenix vliegt nu met een snelheid van 33,2 kilometer per seconde.
De koerscorrectie is uitgevoerd door de snelheid te verlagen naar
18,5 meter per seconde.
Hiervoor zijn
de vier middelste stuwraketten van de Phoenix, 3 minuten en 17
seconden aangezet.
Na afloop van de manoeuvre functioneerden alle subsystemen nog
goed.
De volgende koerscorrectie staat gepland voor half oktober.
Storm op Mars wordt minder, 13 augustus 2007
Het stof in de atmosfeer van Mars wordt minder, waardoor meer zonlicht de zonnepanelen
van Spirit en Opportunity kan bereiken. De energieproductie van Spirit is
met 12% gestegen,
van 261 naar 295 watturen en van Opportunity is de
energieproductie met 53% gestegen.
Voordat de stofstorm begon was de
gemiddelde energieproductie 700 watturen per dag.
Genoeg om een lamp van 100 watt zeven uur te laten branden.
Ook is de temperatuur aan boord van Opportunity gestegen van -37
graden Celsius naar -33,4 graden Celsius.
Verwacht wordt dat de temperatuur de komende weken nog blijft
stijgen.
Spirit gaat haar robotarm uitsteken, om
met de microscopic imager foto's te maken van stukken grond
en een steen. Opportunity moet nog even wachten met het ingaan
van de Victoriakrater.
Pas als de storm gaat liggen is het veilig om naar beneden te
gaan.

Robotarm Spirit
Phoenix gelanceerd, 4 augustus 2007
NASA heeft zaterdag 4 augustus, de Phoenix gelanceerd. De lancering vond plaats om 11:26 Nederlandse tijd.

Lancering Phoenix
De afdaling naar het oppervlak van Mars in 2008, zal worden gevolgd door de Mars Express.
De baan van Mars Express zal in april 2008 zodanig worden
bijgesteld, dat hij Phoenix
tijdens de meest kritieke fase van zijn afdaling voortdurend kan
blijven volgen.
Lancering van de Phoenix uitgesteld, 2 augustus 2007
Phoenix Mars lander is 24 uur uitgesteld
naar zaterdag 4 augustus.
Er waren stormen voorspeld en NASA wilde met het tanken van de Delta II raket vandaag
geen risico nemen.
Zaterdag kan de lancering plaats vinden om 11:26 of 12:03 uur.
Als de lancering slaagt, dan komt de
Phoenix in mei 2008 aan bij Mars. De Phoenix moet dan
landen op de noordpool van Mars, waar temperaturen van min 73 °C
tot min 33 °C heersen.
In tegenstelling tot eerdere missies, zoals de Spirit en Opportunity en de Mars Pathfinder,
zal bij de landing geen gebruik gemaakt worden van airbags, maar
van remraketten.
Zo'n soort landing is sinds 1977 niet meer succesvol uitgevoerd.

Phoenix lander
Phoenix zou eerst op 2 augustus 2007
gelanceerd worden.
De Marsverkenner gaat naar ijs boren in het noordpoolgebied van
Mars.
De verwachting is dat ondergrondse ijsvoorraden daar minder diep
liggen
dan dichter bij de evenaar, waar Marslanders tot nu toe altijd
afdaalden.
Met een boor- en graafarm worden
bodemmonsters van vijftig centimeter diepte omhoog gehaald.
Die worden vervolgens aan boord onderzocht op chemische en
mineralogische samenstelling.
Phoenix heeft daarvoor een oven en een chemisch
laboratorium aan boord. Mogelijk bevatten
de ijsmonsters organische moleculen die zouden kunnen wijzen op
het bestaan van micro-organismen.
Verder heeft Phoenix een stereocamera aan
boord en instrumenten om metingen te doen
aan de directe omgeving en aan de dampkring van Mars. De lander
is echter niet mobiel,
zoals de Spirit en Opportunity, die in januari 2004 op Mars
landden.
De verwachte levensduur van Phoenix op Mars bedraagt 150 dagen.
Stofstorm bedreigt Marsrovers, 21 juli 2007
De grote storm op Mars blijft groeien en vormt nu een bedreiging voor Spirit en Opportunity.
Zonlicht weet nog maar nauwelijks het oppervlak te bereiken
en daar halen de marsrovers hun energie uit.
De marsrovers gebruiken elektrische
verwarmers om te voorkomen dat belangrijke elektronica te koud
wordt,
dus zelfs in hun spaarstand hebben ze zonne-energie nodig om hun
verwarmingselementen in bedrijf te houden.
Op 17 juli kreeg Opportunity nog maar 148
watturen stroom per dag, woensdag zakte dit naar 128 watturen.
Spirit is er iets beter aan toe, maar dat komt doordat de storm
in de Gusevkrater iets minder actief is.
Normaal gesproken levert het zonnepaneel van Opportunity 0,7
kilowattuur elektriciteit per dag.

Stofstorm op Mars, juli 2007
De NASA is bang dat de Mars Exploration Rovers voorgoed
worden beschadigd of uitgeschakeld.
Als de storm de komende dagen of weken nog doorgaat, betekent dit
waarschijnlijk het einde voor de missie.
De rovers hebben dan niet meer genoeg
energie om zichzelf warm te houden en door te gaan met onderzoek.
Er wordt alles aan gedaan om zo min mogelijk stroom te verbruiken,
Opportunity staat stil, doet vrijwel geen
onderzoek en zelfs de communicatie met de aarde is op een laag
pitje gezet, de Spirit doet het rustig aan.
Het stormt nog steeds op Mars, 19 juli 2007
Bij de Spirit en Opportunity wordt de stroomtoevoer minder door de hevige
stofstorm, die sinds eind juni woedt.
De stofdeeltjes in de atmosfeer houden het zonlicht tegen. Ze kunnen nog wel wetenschappelijk
onderzoek uitvoeren,
maar Opportunity moet nog wachten met het binnengaan van de
Victoriakrater.
Na de landing kregen Spirit en Opportunity
dagelijks 900 wattuur aan stroom binnen.
Opportunity moet het nu doen met 300 wattuur en Spirit met 400
wattuur per dag.
Pas als de dagelijkse stroomtoevoer onder de 250 wattuur ligt
wordt de situatie kritiek.

Stofstorm op Mars in 2001
Wanneer de afdaling van Opportunity in de
krater plaatsvindt is nog niet bekend. Eerst was het 7 juli, maar
dit heeft
al een vertraging van meer dan tien dagen opgelopen, wanneer de
afdaling nu plaatsvindt hangt helemaal af van het weer.
De zonnepanelen van Opportunity zijn door de storm nu wel schoner
dan op zijn 25ste dag op Mars, dit is 3,5 jaar geleden.

Mars Reconnaissance Orbiter maakt opname van een Dust Devil
Mars Reconnaissance
Orbiter heeft een
foto van een dust devil gemaakt.
Dust devils zijn kleine stofstormen op het oppervlak van Mars, al
eerder waargenomen door Spirit en Opportunity,
maar nog nooit zo duidelijk door een ruimtesonde in een
omloopbaan om de planeet.
Dust devils ontstaan wanneer de
temperatuur van de atmosfeer dicht bij de grond warmer is dan de
atmosfeer er boven.
Warme lucht stijgt op, waardoor er zich in sommige gevallen een
vortex vormt die nog meer warme lucht zuigt.
Als de vortex sterk genoeg is, worden stofdeeltjes in de vortex
opgenomen en vormt er zich een dust devil.
De doorsnede van de dust devil is 200
meter, maar op het oppervlak is deze veel kleiner.
De stofstorm heeft waarschijnlijk een hoogte van 500 meter, dit
is te zien aan de schaduw van de vortex
en bevindt zich in een gebied ten oosten van de Hellas
inslagkrater, ten zuiden van Reull Vallis.
Poolkappen van Mars worden veroorzaakt door baanveranderingen, 17 juli 2007
Metingen van de Mars Express en klimaatmodellen van Mars laten zien dat ijsafzettingen op de poolkappen
van Mars worden veroorzaakt door trage veranderingen in de baan
van de planeet.
Mars Express ontdekte afzettingen van bevroren water op de
zuidpool van Mars, soms bedekt
door een dunne laag bevroren kooldioxide, waarvan de vorming tot
nu toe niet duidelijk was.
Uit klimaatmodellen blijkt dat het
waterijs, via overgang van ijs naar damp, met een cyclus van 51.000
jaar
van de noordpool naar de zuidpool verhuist en weer terug. Mars
draait in een nogal excentrische baan
om de zon, en nu bereikt de planeet de kleinste afstand tot
de zon op het moment dat het zomer
is op het zuidelijk halfrond, en de grootste afstand terwijl het
daar winter is.

Zuidpool op Mars door Mars Express
De seizoensvariaties op het zuidelijk
halfrond zijn daardoor sterker dan op het noordelijk halfrond.
Ruim twintigduizend jaar geleden waren de seizoenen net andersom.
Die trage verandering brengt
een proces op gang waarbij ijs van de ene poolkap verdampt en
neerslaat op de andere poolkap.
Dit proces is
heel langzaam, per jaar wordt 1 millimeter ijs op deze manier op
de zuidpool afgezet.
Na 10.000 jaar is zo een laag waterijs ontstaan met een dikte van
6 meter.
Nu wordt het ijs aan de zuidpool instabiel en keert het langzaam
terug naar de noordpool.
Afdaling Opportunity loopt vertraging op, 5 juli 2007
De afdaling van Opportunity in de Victoriakrater laat nog enkele dagen op zich
wachten.
Er heerst nu een enorme stofstorm op een groot gedeelte van Mars en omdat de stofdeeltjes
het zonlicht dimmen, komt de energie-opbrengst van de
zonnepanelen in gevaar.

Opportunity bij de Victoriakrater
Een paar weken terug kon de Opportunity
nog 765 watturen aan energie opbrengen, maar nu
is dat gedaald naar 402 watturen. Een afdaling in de krater staat
nu gepland op 13 juli.
Dagelijks verrichten Opportunity en Spirit
metingen, waaruit de hoeveelheid stof in de atmosfeer kan worden
afgeleid.
Sinds de landing op Mars is nog niet eerder zo veel stof
waargenomen, maar het ergste lijkt voorbij.
Marsrover Opportunity gaat Victoria krater in, 29 juni 2007
Opportunity begint aan de reis omlaag, via ingang Duck Bay
langs de stenige hellingen van de grote inslagkrater Victoria.
Dit is de minst steile plek op de kraterrand, hier gaat de
Marsrover waarschijnlijk op 7 of 9 juli naar beneden.
De onderneming is niet zonder risico, maar daar staat misschien
wetenschappelijke nieuws over Mars tegenover.

Victoria krater
Opportunity heeft de gesteentelagen rondom
de Victoria krater al onderzocht, maar door een verkenning in de
krater zelf,
kunnen diepere en oudere lagen onderzocht worden. Of de Marsrover
er na afloop in zal slagen om uit de 730 meter brede
en 70 meter diepe krater te komen, is nog afwachten, dit lukt
alleen als alle zes de aandrijfwielen blijven werken.

Route Opportunity
Van Spirit is ruim een jaar geleden een wiel stukgegaan,
waardoor hij minder goed kan klimmen.
Zou dit bij Opportunity ook gebeuren, dan kunnen ze de krater
zelf nog maanden onderzoeken.
Vroeger toch oceanen op Mars, 17 juni 2007
Mars heeft in het verleden misschien toch uitgestrekte
oceanen gehad. Als belangrijk bewijs heeft men uitgestrekte
rotsformaties op het noordelijk halfrond gebruikt, die eruit zien
alsof ze ooit een kustlijn gevormd hebben.
Het noordelijk halfrond van
Mars ligt een paar kilometer lager dan het zuidelijk halfrond, op
oude Viking-foto's uit 1989
zijn rond dit enorme bekken, duizenden kilometers lange
structuren ontdekt die doen denken aan oude kustlijnen.

Mars en oceaan
Het beeld van
Mars zoals het er misschien meer dan 2 miljard jaar geleden
uitzag, met een oceaan
die het laaglandbassin (bekken) vulde, dat nu het noordpoolgebied
inneemt.
Onderzoekers denken nu dat
Mars een paar miljard jaar geleden een andere stand had ten
opzichte van zijn rotatieas.
Dit betekent dat de noord- en de zuidpool in de afgelopen periode
over duizenden kilometers zijn verschoven
ten opzichte van het oppervlak, de oceaan lag eerst veel dichter
bij de evenaar.

Vloeibaar water op Mars
Naarmate een planeet
ronddraait, hebben massieve objecten de neiging om in de richting
de evenaar te bewegen,
waar ze het meest stabiel zijn en hierdoor ontstaat er een
equatoriale verdikking. De aarde heeft ook een dergelijke verdikking.
Alleen is op Mars vermoedelijk een verdikking op de verkeerde
plek ontstaan en heeft het evenwicht hersteld door een
plotselinge en massale verschuiving richting de evenaar te
bewerkstelligen, waardoor de kustlijnen zijn vervormd.
Phoenix kan last krijgen van poolwind op Mars, 17 juni 2007
Phoenix, die in het voorjaar 2008 moet
afdalen naar het noordpoolgebied van Mars, krijgt mogelijk te maken
met wind en dwarrelend stof dat door de motoren van het oppervlak
wordt weggeblazen, waardoor het nemen
en onderzoeken van bevroren bodemmonsters uit de ondergrond van
de planeet bemoeilijkt kan worden.
Phoenix gebruikt twaalf remraketten
tijdens de landing. Grote stofwolken zullen opdwarrelen en
misschien
chemische verontreiniging van de bodem tot gevolg hebben. Dit
dwarrelende stof kan later voor problemen
zorgen als de bodemmonsters naar het mini-laboratorium van
Phoenix gebracht worden.
De zoektocht naar microscopisch leven, het hoofddoel van de
missie, kan hierdoor gevaar lopen.
Het is belangrijk dat het mini-laboratorium van de Phoenix
stofvrij blijft.

Phoenix Lander
Ook kunnen hoge windsnelheden op Mars voor
problemen zorgen, wanneer opgegraven materiaal ongeveer tien
centimeter
boven de opening van het meetinstrument wordt losgelaten, dan kan
het materiaal volgens laboratoriumexperimenten wegwaaien.
Op basis van de experimenten zal NASA vermoedelijk nog aanpassingen aanbrengen in de
programmering
van de robotarm van Phoenix. Het is voor het eerst dat
ijsmonsters uit de bodem van Mars
worden opgegraven voor onderzoek aan boord van een ruimtesonde.
Phoenix gaat naar Mars, 28 mei 2007
Op 2 augustus 2007 wordt de Phoenix
gelanceerd, deze verkenner van de NASA gaat naar ijs boren
in het noordpoolgebied van Mars. De verkenner zal op 25 mei 2008 bij Mars aankomen,
en door een
zachte landing terecht komen in het noordpoolgebied, dit gebied
komt overeen met de Noordpool op aarde.
Men verwacht dat de ondergrondse ijsvoorraden daar minder diep
liggen dan dichter bij de evenaar,
waar de andere Marslanders tot nu toe afdaalden.
Met een boor- en graafarm worden
bodemmonsters van vijftig centimeter diepte omhoog gehaald.
Aan boord worden de monsters onderzocht op chemische en
mineralogische samenstelling.
De Phoenix heeft hiervoor een oven en een chemisch laboratorium.
Mogelijk bevatten
de ijsmonsters organische moleculen die zouden kunnen wijzen op
het bestaan van micro-organismen.
De Phoenix heeft een stereocamera aan
boord en instrumenten om metingen te doen
aan de directe omgeving, want de lander is niet mobiel
zoals de Spirit en Opportunity, en aan de dampkring van Mars.
De geplande levensduur van de Phoenix voor onderzoek op Mars is
150 dagen.
Het ontwerp van de Phoenix is al van
enkele jaren geleden, de ruimtesonde zou eigenlijk
deel uitmaken van het Mars Global Surveyor-programma van de NASA, dit werd echter geschrapt
na technische en financiële tegenslagen. Veel van de
instrumenten aan boord van de Phoenix-lander
zijn kopieën van instrumenten aan boord van de Mars Polar Lander,
die eind 1999 op Mars te pletter sloeg.
De naam Phoenix, dit is een mythologische vogel die uit zijn eigen as herrijst, past wel bij dit project.

Phoenix
Spirit vindt siliciumdioxide op Mars, 21 mei 2007
Spirit heeft in een bodemmonster van Mars een enorm hoge concentratie siliciumdioxide (SiO2)
aangetroffen.
Het SiO2 werd gemeten door de röntgenspectrometer aan het
uiteinde van de robotarm van Spirit en heeft gehalte van
ongeveer 90%, dit is een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid
van vloeibaar water in het geologisch verleden van Mars.
Spirit landde ruim drie jaar geleden in de
Gusev krater en heeft al genoeg bewijzen gevonden,
maar dit is het beste bewijs tot nu toe, dat er vroeger water
stroomde in deze krater.
Doordat één van de zes wielen niet meer werkt, werden er soms
diepe sporen in de bodem getrokken.
Op die manier kwam ook het siliciumhoudende bodemmonster in beeld.

Spirit vindt siliciumdioxide
Een mogelijke verklaring voor het
siliciumdioxide is de inwerking van zure gassen op het
bodemmateriaal.
Waarschijnlijk is vulkanisch lava in contact gekomen met water,
waarbij giftige dampen vrijkwamen.
Deze dampen nestelden zich in de bodem, waar later
siliciumdioxide ontstond.
Ook is het mogelijk dat de oorsprong gezocht moet worden bij
warmwaterbronnen.
Het SiO2 bodemmonster is Gertrude Weise genoemd, dit is een
beroemde Amerikaanse baseballspeelster.
Spirit ontdekt sporen van oude vulkaanuitbarsting, 6 mei 2007
Spirit heeft aanwijzingen ontdekt van een
vulkaanuitbarsting die lang geleden, in de omgeving van
zijn landingsplaats in de Gusev krater bij Home Plate moet hebben
plaatsgevonden.
Dit gebied bestaat uit een plateau van rotslagen op de Columbia
heuvels op Mars en wordt gekenmerkt
door basalt, dit is vulkanisch stollingsgesteente dat ontstaat
door de uitstroom van zeer vloeibare lava.
Het is de eerste keer dat een Mars Exploration Rover zulke
vulkanische sporen ontdekt.

Spirit ziet vulkanisch gesteente
Deze vulkanische uitbarstingen gaan
meestal niet met explosies gepaard, tenzij de lava bijvoorbeeld
in aanraking komt met water. Door de druk van stoom kan het dan
ontploffen.
Uit bestudering van de bodemlagen in de omgeving blijkt dat dit
gebeurd kan zijn.
Het gesteente heeft een hoog chloorgehalte,
waarschijnlijk is het basalt in aanraking geweest met zout water.
In de gesteentelagen is een kratertje van vier centimeter groot
aangetroffen, dat ontstaan is doordat
gesteente dat bij een explosie is opgeworpen in een zachte bodem
neerviel.

Home Plate op Mars
Als De Phoenix Mars Lander in 2008 in de
bodem van Mars gaat graven,
is het de vraag wanneer hij bevroren water tegenkomt.
Uit onderzoek met de Mars Odyssey blijkt dat de diepte waarop dit
ijs zich bevindt van plek tot plek verschilt.
De ijsdiepte is afhankelijk van de
bodemlaag die erboven ligt.
Binnen enkele meters kan het waterijs een paar meter dieper of
minder diep in het oppervlak van Mars zitten.
Het oppervlak reageert sterk op het
waterijs. Op stenige plaatsen warmt het oppervlak in de lente
sneller op,
hier ligt de vaste ijslaag op grotere diepte dan op terreinen die
met een isolerende stoflaag bedekt zijn,
hier verandert de oppervlaktetemperatuur minder snel als het
warmer of kouder wordt.

Waterijs op Mars
Blauw heeft een diepte van 5 centimeter terwijl rood een diepte van 18 of meer centimeter aangeeft.
Onderzoekers kunnen de diepte van het
waterijs bepalen door temperatuurschommelingen aan het oppervlak
van Mars waar te nemen, maar ze moeten wel eerst weten hoe warm
het plaatselijk is
en of de hoogte van het landschap invloed heeft op de temperatuur
van de bodem.
Spirit ziet stofstormen, 14 april 2007
Op 26 februari en 28 maart
heeft de Spirit twee stofstormen op Mars gefilmd.
Deze stormen zijn een soort mini-tornado's van stof op Mars.
Onderzoekers hopen zo meer over het gedrag van dit
natuurverschijnsel te weten te komen.

Stofstorm op Mars
Uitvallen Mars Global Surveyor waarschijnlijk door stroomuitval, 13 april 2007
In november 2006 kwam
plotseling een einde aan de succesvolle werking van de Mars Global Surveyor.
Na tien jaar viel de radioverbinding uit, onderzoek duidt erop
dat dit het gevolg was van een aantal gebeurtenissen,
die vijf maanden eerder waren begonnen met een computerfout.
Op 2 november 2006 werden de
zonnepanelen bijgesteld, waardoor één van de accu’s van de
ruimtesonde
naar de zon werd gericht. Hierdoor ontvingen de accu’s
teveel zonnewarmte,
met oververhitting tot gevolg, wat tot uitputting van de beide
accu’s leidde.

MGS
Het team van de NASA op aarde kon niets doen. De antenne was niet naar de aarde
gericht,
de batterijen liepen langzaam leeg en de ruimtesonde ondernam
niet zelf een poging om het op te lossen.
Een verlies van deze oude en meest belangrijke Marssonde in de
geschiedenis van de mensheid.
De MGS werd
gelanceerd op 7 november 1996 en kwam op 12 september 1997 bij Mars aan.
Tussen 12 september 1997 en 31 januari 2001 werden 8505 omlopen
om Mars uitgevoerd, er werden
meer dan 58.000 foto’s gemaakt, 490 miljoen hoogtemetingen
uitgevoerd en 97 miljoen spectra genomen.
Foto 100.000 werd op 5 november 2001 ontvangen.
ESA wil naar Mars, 6 april 2007
ESA zoekt zes vrijwilligers voor een reis naar Mars, gedurende vijfhonderd dagen
leven ze op een oppervlakte van 200 vierkante meter.
Twee van de deelnemers aan het Mars500-experiment worden door ESA
geleverd.
In Moskou zullen de Mars-reizigers een gesimuleerde ruimtereis
naar Mars maken,
inclusief lancering, heenreis (250 dagen), verblijf en excursie
op Mars en terugreis (250 dagen) naar huis.
Het testcentrum bestaat uit aan elkaar
geschakelde metalen tanks. Smalle doorgangsluiken
bieden doorgang naar een medische hoek, het
onderzoekslaboratorium, de keuken en het woongedeelte,
ook worden allerlei psychologische en medische experimenten
uitgevoerd, die ruimtevaartorganisaties
een beter beeld moeten geven van de problemen die tijdens zo'n
langdurige missie de kop op kunnen steken.
De simulatie wordt zo echt mogelijk
gehouden, bijvoorbeeld wat te doen als het licht uitvalt,
maar ook als iemand een blindedarmontsteking krijgt, is dit geen
reden om te stoppen.
Ook zullen rampen of bijna-rampen in scène worden gezet en een
vertraging in de communicatie van 40 minuten.
Belangrijk is het effect van anderhalf
jaar volledig van huis weg te zijn en het besef al die tijd niet
terug te kunnen keren.
Stress en ziektes of aandoeningen waaraan van te voren niet is
gedacht.

Mens op Mars
Het Mars500-experiment is opgezet door het
Russische Instituut voor Biomedische Problemen,
ESA doet mee omdat het de psychologie van een langdurige reis wil
onderzoeken,
tijdens de reis is er voldoende tijd voor wetenschappelijke
experimenten.
Half juni komt er een oproep voor
vrijwilligers. De selectie is vergelijkbaar met die voor
astronauten,
mensen moeten techniek beheersen en beschikken over een medische
en wetenschappelijke achtergrond.
De vrijwilligers krijgen een vergoeding, maar dit zal geen hoog
salaris zijn,
er wordt nog onderhandeld met de Russische collega's
In november wordt verwacht klaar te zijn
met de selectie. De ESA-deelname wordt gezien als een
eerste belangrijke stap op weg naar een toekomstige bemande
Europese reis naar Mars.
IJskap op de zuidpool van Mars, 15 maart 2007
Mars heeft evenals de aarde een ijskap op de zuidpool, dit blijkt uit
radarmetingen van de MARSIS
van de Mars Express, het gaat om ongeveer 1,6 miljoen kubieke
kilometer ijs van vrijwel zuiver water.
Als de ijskap zou smelten, zou het water op de planeet elf meter
hoog staan.
De radar gaf aan, dat op sommige plaatsen het waterijsreservoir
meer dan 3,7 kilometer dik is.
De radar van de MARSIS kan
bijna vier kilometer diep in de bodem van Mars kijken.
De gelaagde afzettingen van bevroren water rond de zuidpool van
Mars zijn van zeer uiteenlopende dikte en strekken
zich uit tot op 300 kilometer van het poolgebied, dit is ver
buiten de witte poolkap die aan het oppervlak te zien is.
Op veel plaatsen zijn de ijsafzettingen op het oppervlak bedekt
met stof.
De hoeveelheid ijs op de zuidpool van Mars
is 2/3 van het ijs op Groenland.
Eind vorig jaar waren er ook aanwijzingen over een ijskap op de
noordpool van Mars.
Sommige onderzoeken wijzen erop dat Mars vroeger gedeeltelijk met
water was bedekt
en men vermoedt, dat daarin mogelijk eenvoudige vormen van leven
voorkwamen.

Zuidpool van Mars met waterijs in de bodem
Deze topografische kaart van
de zuidpool van Mars is samengesteld door de data tussen 1997 en
2001
van de Mars Global Surveyor te verzamelen, over een gebied 1670 bij 1800
kilometer.
De paarse en blauwe gebieden
zijn laag, de oranje en rode gebieden zijn hoog, ze verschillen
ongeveer
5 kilometer in hoogte. De zwarte lijn geeft het gebied aan waar
zich het waterijs in de bodem bevindt
en is onderzocht door de MARSIS van de Mars Express.
Aanwijzingen voor vloeistof of water op Mars, 15 februari 2007
Op opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter zijn aanwijzingen te zien dat er lang geleden
vloeistof en misschien
water, door barsten in het gesteente van één van de ravijnen
van de Valles Marineris op Mars heeft gesijpeld.
Het gesteente in het gebied
Candor Chasma laat sporen zien van mineraalafzettingen in de
barsten.
Vroeger lagen deze gesteenten verborgen onder het oppervlak, maar
door erosie van miljoenen jaren
zijn ze aan de oppervlakte komen te liggen of de mineralen door
water zijn afgezet, is niet zeker.
Het is ook mogelijk dat gassen, wel of niet vermengd met
waterdamp, de oorzaak zijn.

Valles Marineris, het gebied Candor Chasma
Mars Reconnaissance Orbiter last van storingen, 9 februari 2007
De Mars Reconnaissance
Orbiter van de NASA zal in februari het record
breken,
omdat het ruimtevaartuig tot nu toe de meeste data heeft
doorgestuurd over Mars.
Sinds november 2006 heeft de ruimtesonde genoeg data doorgestuurd
om bijna 1000 Cd-roms
te vullen en verbreekt daarmee het record van Mars
Global Surveyor tussen 1997 en
2006.

Duinen in de Proctor krater op het zuidelijk halfrond op Mars
De ruimtesonde blijft in hoog tempo data
doorsturen, maar wetenschappers zijn bezorgd
over 2 instrumenten aan boord, namelijk de HiRISE-camera, waarmee
zeer gedetailleerde opnamen
van het oppervlak worden gemaakt, deze heeft af en toe last van
veel ruis en de Mars Climate Sounder,
die metingen aan de dampkring verricht, heeft een probleem met de
oriëntatie,
waardoor hij af en toe net niet op het goede deel van de
atmosfeer is gericht.
De Mars Climate Sounder meet temperatuur,
stof en ijswolken elk dag tijdens 13 omwentelingen rond Mars.
De hoeveelheid data zal nog toenemen door het kleiner worden van
de afstand tussen de aarde en Mars.
Aan het einde van de eerste deel van wetenschappelijke
experimenten in 2008
zal er waarschijnlijk genoeg data zijn om 5000 Cd-roms te vullen.
Marsbacteriën waarschijnlijk heel diep in de grond, 29 januari 2007
Als er bacteriën op Mars leven, dan bevinden ze zich erg diep in de grond,
volgens een team geologen.
Bacteriën kunnen niet aan het oppervlak overleven, omdat
ultraviolette en kosmische straling van de zon
en uit het heelal ongehinderd op het oppervlak van Mars terecht
komen,
doordat de planeet geen beschermend magnetisch veld heeft.

Zonsondergang op Mars
Een belangrijke plaats om
naar bacteriën op Mars te zoeken is het Elysium-gebied.
Daar heeft de Mars Express een bevroren ijszee ontdekt, die waarschijnlijk in
de laatste vijf miljoen jaar is ontstaan.
Ook in geulen aan de binnenkant van jonge kraters, waar af en toe
ondergronds water vrijkomt,
zouden levende micro-organismen gevonden kunnen worden.
Toekomstige boringen op Mars
van de Phoenix-lander zullen nu waarschijnlijk niet diep
genoeg gaan om deze levende bacteriën te vinden.

De Phoenix
De Phoenix-missie, waarvan de
lander in augustus 2007 naar Mars wordt gelanceerd kost 417
miljoen dollar.
Phoenix vestigt zich in mei 2008 blijvend op de noordpool van
Mars, waar de lander met een robotarm in de grond
gaat boren om waterijs onder het oppervlak te onderzoeken, in de
hoop er organische moleculen te vinden.
Ontwikkeling van leven op Mars, 16 januari 2007
De Viking-sondes, die in 1976 en 1977 naar
Mars werden gezonden, hadden misschien een verkeerd
oordeel over het leven op Mars. De ruimtesondes vonden destijds
geen aanwijzing voor leven op Mars,
maar volgens sommige onderzoekers werd er gezocht naar de
verkeerde soorten van leven.
De Viking-sondes zochten voornamelijk naar
tekenen van levensvormen,
die leven op basis van zuurstof en water, zoals op de aarde.
Mogelijk zal de Phoenix wel levensvormen
vinden.
Deze ruimtesonde wordt in augustus 2007 door de NASA gelanceerd
en moet als alles volgens plan verloopt 25 mei 2008 bij Mars
aankomen.

Phoenix
Geschiedenis Mars wordt langzaam bekend, 13 december 2006
De eerste radarmetingen van de Mars Reconnaissance Orbiter laten zien dat er duidelijke lagen
in de ijsafzettingen aan de polen te zien zijn. De waargenomen
wisselingen in de dikte en de samenstelling
van de lagen kunnen gebruikt worden om klimaatveranderingen op Mars na te bootsen.
Dit soort lagen heeft de Marsrover
Opportunity ook waargenomen in de wanden van de Victoria krater,
waar hij nu bovenlangs rijdt. Deze lagen zijn waarschijnlijk oude
overblijfselen van zandduinen
en ze bevinden zich onder het materiaal dat bij het ontstaan van
de krater is opgeworpen.

Lagen op de noordpool van Mars, in de Chasma Boreale Canyon
Mars begon warm en nat (Noachiaanse
periode), werd daarna vulkanisch (Hesperiaanse periode) en
eindigde
koud en droog (Amazoniaanse periode), iedere periode is vernoemd
naar een gebied op Mars.
Geologen op aarde hebben de perioden vormgegeven door het
bestuderen van data van de Mars Express.
Hieronder volgt een beknopte beschrijving per periode.
- De Noachiaanse periode
(+/- 4,5 miljard jaar geleden tot 3,5 - 3,8 miljard jaar geleden).
Mars werd voortdurend gebombardeerd, wat resulteerde in veel
kraters.
De watererosie duidt erop dat de periode warm en nat was.
- De Hesperiaanse periode
(3,5 - 3,8 miljard jaar geleden tot 1,8 miljard jaar geleden)
staat bekend als
een vulkanisch actieve periode. Veel kraters uit de Noachiaanse
periode werden gevuld met vulkanisch lava.
- De Amazoniaanse periode
(1,8 miljard jaar geleden tot nu) staat bekend als een rustige
koude periode.
Het is op het oppervlak te koud voor vloeibaar water. Daarnaast
is Mars enorm droog.
Stromend water op Mars, 7 december 2006
Wetenschappers dachten dat
stromend water op Mars tot het verleden behoorde.
Tien jaar geleden hadden wetenschappers het nog over miljarden
jaren geleden, vijf jaar geleden was de gedachte over
stromend water, miljoenen jaren geleden. Op dit moment is er
stromend water op Mars, volgens één van de wetenschappers.
Uit opnames, die de afgelopen
jaren met de Mars Global Surveyor zijn gemaakt,
(waarmee vorige maand alle contact verloren is gegaan), blijkt
dat er nog steeds vloeibaar water is op Mars.
De aanwijzingen zijn nieuwe afzettingen aan de binnenwanden van
twee kraters,
die door omlaag stromend water lijken te zijn veroorzaakt.

Stromend water in Krater Terra Sirenum

Stromend water in Krater Centauri Montes Region
De atmosfeer is zo ijl en de
temperatuur op Mars is zo laag, dat water er niet lang vloeibaar
kan blijven.
Het water verdampt of bevriest hierdoor erg snel, alleen onder de
grond kan misschien nog
vloeibaar water bestaan, dat op zwakke plekken omhoog komt.
Volgens de wetenschappers
bevriest dit water langzaam genoeg om de waargenomen afzettingen,
die enkele honderden meters lang zijn, te kunnen verklaren.
De lichte kleur van de afzettingen kan wijzen op de aanwezigheid
van ijskristallen of zoutafzettingen.
Dit kan dus betekenen dat er
ondergrondse waterbronnen aanwezig zijn op Mars.
Heel misschien is daar zelfs leven gevormd, als dit al zo is, dan
alleen in de vorm van micro-organismen.
Dat alleen zou al een historische ontdekking zijn.
Contact met Mars Global Surveyor uitgevallen, 14 november 2006
NASA meldt dat het contact met de ruimteverkenner Mars Global Surveyor uitgevallen is.
Op 2 november stuurden ingenieurs opdracht
naar de ruimtesonde om de zonnepanelen bij te stellen.
De MGS stuurde een boodschap terug dat er een
motor haperde, waarna de ingenieurs opdracht gaven
de reservemotor te gebruiken. Op 5 november ontvingen de
ingenieurs nog een zwak signaal
van de ruimtesonde, maar dat signaal viel enkele uren later weg.

Mars Global Surveyor
De MSG heeft zichzelf
vermoedelijk in de veilige mode geschakeld, dit is te vergelijken
met een winterslaap.
Eenmaal in de veilige mode zijn ze moeilijk wakker te maken om
weer goed te kunnen werken.
De Mars Global
Surveyor is de oudste van de vijf verkenners van
de NASA, die nog rond Mars draaien.
Op 7 november werd zijn tiende verjaardag gevierd. De
oorspronkelijke missie zou ongeveer twee jaar duren,
maar de MGS bleef prima werken en de missie werd
alleen maar verlengd. De laatste keer was op 1 oktober dit jaar.
Mars is al vier miljard jaar droog, 16 oktober 2006
Met de OMEGA en de MARSIS van de Mars Express wordt onderzocht waar en wanneer het water op Mars
in vloeibare toestand voorkwam. Dit water werd in overvloed
gevonden in de vorm van ijs in de poolgebieden
van Mars, maar ook in een inslagkrater, waar zich in een dikke
laag waarschijnlijk waterhoudend materiaal bevindt.
De OMEGA ziet de mineralen op de
oppervlakte van de planeet en de MARSIS kijkt duizenden meters
diep
in de grond. De metingen laten zien dat vloeibaar water slechts
tijdens de eerste paar honderd miljoen jaar
na het ontstaan van Mars vloeide en dat deze periode niet erg
lang was. Dit wordt afgeleid uit de ontdekking
van klei-achtige mineralen op de oudste gebieden van Mars.
Na vier miljard jaar is de planeet
voornamelijk koud en droog geweest en is er af en toe sprake
geweest
van stromend water, vaak als gevolg van vulkanische activiteit,
waardoor ijs in de bodem van Mars smolt.

Gletsjer Vastitas Borealis
Het Mars Express-team wacht nu op de
aanvullende metingen die verricht worden door de Mars Reconnaissance
Orbiter.
MRO heeft in de eerste week van oktober op
tientallen plaatsen het oppervlak van Mars in detail onderzocht,
van afzettingen in de poolgebieden tot zeer oude kleilagen die
miljarden jaren geleden zijn ontstaan toen er
op sommige plaatsen op Mars stromend water voorkwam. In een
krater op het zuidelijk halfrond van Mars zijn
onlangs gevormde geulen in beeld gebracht, die waarschijnlijk ook
door vloeibaar water zijn veroorzaakt.

Opname MRO van een kraterwand in het gebied Terra Sirenum
De belangrijkste taak van Mars
Reconnaissance Orbiter is het achterhalen van de rol die water
heeft gespeeld in de geologische geschiedenis van de planeet. Ook
moet MRO op zoek naar
een geschikte landingsplaats voor de toekomstige Phoenix-lander
van de NASA.
Victoria-krater en Opportunity, 7 oktober 2006
De Opportunity is nu aan de rand van de
Victoria-krater.
De Mars Reconnaissance
Orbiter heeft een
foto genomen van de krater en de Opportunity.

De Victoria-krater en de Opportunity
In de Victoria-krater zijn dikke gesteentelagen aangetroffen.

Rotswanden van de Victoria-krater
De foto's zijn gemaakt op een afstand van
279 kilometer van het oppervlak van Mars.
Zie ook het nieuws van 25 september 2006.
Mars Reconnaissance Orbiter maakt eerste foto, 29 september 2006
De Mars Reconnaissance
Orbiter heeft
zijn eerste opname gemaakt van het oppervlak van Mars,
Ius Chasma, dit is een klein stukje van de bekende kloof Valles
Marineris.
De MRO bevond zich tijdens het maken van de opname op een hoogte van 280 kilometer boven het oppervlak.

Eerste foto MRO
De hoge-resolutiecamera
van de MRO legt vanuit zijn baan om Mars
ongekend kleine details vast.
Het eigenlijke werk van de MRO, die op hoogten
van 250 tot 316 kilometer om Mars draait, begint in november.
Gedurende twee jaar zal hij de hele planeet gedetailleerd in
kaart brengen, maar ook gegevens verzamelen
over de mineralogisch samenstelling van het oppervlak en de
eventuele aanwezigheid van bevroren water.
Voor alle ruimtesondes die
nu om Mars draaien of op het oppervlak rondrijden breken nu
rustige tijden aan, omdat de planeet in oktober vanaf de aarde gezien bijna recht achter
de zon staat, waardoor de contacten een poosje stil komen
te liggen.
Mars-programma’s worden verlengd, 25 september 2006
De missies van de twee Marsrovers, Spirit en Opportunity, die in januari 2004 zijn begonnen,
verlopen zo voorspoedig, dat de NASA geld heeft uitgetrokken om ze langer te laten
werken.
Spirit en Opportunity kunnen nog een jaar doorgaan met hun
verkenning van het Marsoppervlak.

Spirit
De Opportunity bevindt zich aan de rand
van de Victoria krater in de Meridiani Planum,
deze krater heeft een doorsnede van 750 meter en is 70 meter diep.
De kraterwanden zijn bedekt met rotsafzettingen met een dikte van
30 tot 40 meter.
Binnenkort wordt besloten of de rover in de krater gaat of veilig
langs de kant gaat rijden.

Victoria krater
Ook komt er geld beschikbaar voor de Mars
Global Surveyor, die sinds 1997 om Mars draait,
en de Mars Odyssey, die in 2001 bij Mars aankwam, beide missies
worden met twee jaar verlengd.
De samenwerking met de Mars Express van de ESA met de NASA wordt voortgezet.
De missie van de Mars Reconnaissance
Orbiter begint op
1 oktober 2006.
Al deze ruimteverkenners hebben andere en verschillende
instrumenten en vullen de onderzoeken
van elkaar goed aan, de gegevens die de komende jaren worden
verzameld,
zullen een beter beeld geven van het weer en het klimaat op Mars.
MRO in baan om Mars, Mars, 14 september 2006
De Mars Reconnaissance
Orbiter draait nu
in een goede baan om Mars.
Gisteren werd de laatste koerscorrectie uitgevoerd, die twaalf
minuten duurde.
De hoogte boven het oppervlak wisselt tussen de 250 kilometer
boven de zuidpool tot 315 kilometer boven de noordpool.
De komende maanden zal de MRO
zijn drie meter lange antenne uitklappen
en wordt het kapje voor de lens van één van zijn instrumenten
verwijderd.

MRO in een goede baan om Mars
In november zal de MRO van de NASA beginnen met het verzamelen foto's en gegevens.
Hoge wolken op Mars, 29 augustus 2006
Wetenschappers hebben op Mars hoge wolken ontdekt met het SPICAM instrument van
de Mars Express.
Tot nog toe kenden de wetenschappers alleen wolken bij de
oppervlakte en de lagere atmosfeerlagen van Mars.
De wolkenlaag bestaat
waarschijnlijk uit koolstofdioxide en bevindt zich tussen 80 en
100 kilometers hoogte.
De wolken lijken op de lichtende nachtwolken, die zich op de aarde op hoogten van rond de 85 kilometer
kunnen vormen en hebben misschien gevolgen bij het landen en
opstijgen voor toekomstige missies naar Mars,
want de wolken geven aan dat de atmosfeer wel eens dichter zou
kunnen zijn dan voorheen werd gedacht.

Hoge wolken op Mars
Daar de atmosfeer van Mars
voornamelijk uit kooldioxide bestaat en de temperatuur op die
hoogte
rond de -195°C ligt, moeten de wolken daar uit kristalletjes
kooldioxideijs bestaan.
De kooldioxide bevriest rond kleine stofdeeltjes op die hoogte,
die de Mars Express ook heeft waargenomen.
De ijle nachtwolken op aarde
zijn alleen te zien aan een vrij donkere hemel wanneer ze worden
beschenen door het licht van de zon, die al onder de horizon staat.
Waterstofperoxide dodelijk voor bacteriën op Mars, 31 juli 2006
Aan het oppervlak van Mars komt waarschijnlijk geen leven voor.
Als er al micro-organismen zouden zijn ontstaan op Mars, zouden
die aan het oppervlak
niet in leven kunnen blijven door de agressieve werking van o.a.
waterstofperoxide,
dit is een molecuul dat wordt gebruikt om het hoofdhaar te
blonderen.
Deze moleculen ontstaan in de
ijle dampkring van Mars, door statische elektriciteit, die
opgewekt
wordt in grote stofstormen en kleinere dust devils, hierdoor
worden koolzuur- en watermoleculen
in de Marsdampkring gesplitst in de samenstellende atomen.

Stormen op Mars
Daaruit ontstaat het
agressieve waterstofperoxide, H2O2 en andere moleculen, die
waarschijnlijk in grote
hoeveelheden op het oppervlak neerdaalt in de vorm van een soort
sneeuw.
Waterstofperoxide versnelt de
afbraak van methaanmoleculen, die ook zijn waargenomen in de
dampkring van Mars.
Dat betekent dat methaan in grote hoeveelheden geproduceerd moet
worden, maar niemand weet hoe dat gebeurt.
Op aarde ontstaat methaan vrijwel alleen langs biologische
weg.
Omloopbanen MRO komen steeds dichter bij Mars, Mars, 20 juni 2006
Mars Reconnaissance
Orbiter,
MRO, verandert zijn omloopbaan sinds eind maart door te
aeroremmen.
Er zijn nu tachtig omloopbanen achter de rug, maar er volgen er
nog vierhonderd voordat de satelliet
zijn definitieve omloopbaan heeft aangenomen, dit is naar
verwachting in september.
Tijdens het aeroremmen duikt de MRO
voorzichtig in de atmosfeer van Mars, waardoor hij afremt.
In september zal daardoor de omloopbaan nog maar twee uur duren,
in maart duurde een baan nog 35 uur.
Het ruimtevaartuig begint in november met onderzoek, na
ontbrandingen en testen van de motoren,
het uitklappen van de radarantenne en andere noodzakelijke taken.
Het onderzoek zal ongeveer twee jaar duren.
Met behulp van de foto's gaat de NASA op zoek naar landingsplaatsen voor landers,
die in 2007 en 2009 naar Mars gestuurd worden.

Afremmen MRO
De MRO maakt gebruik van
een speciale techniek tijdens het aeroremmen.
Hij kan zelf berekenen wanneer hij de atmosfeer weer in moet
duiken, in het verleden moesten de tijden
voor het aeroremmen door onderzoekers op aarde uitgerekend worden en naar de satelliet gestuurd
worden.
Nu kan de MRO dat zelf, dit is handig wanneer de
satelliet meerdere keren per dag de atmosfeer in moet duiken.
De MRO is de derde NASA-missie
die de techniek van het aeroremmen gebruikt.
De Mars Global Surveyor en de Mars Odyssey gebruikten de techniek
in 1997 en 2001.
Door de techniek kan de satelliet met veel minder brandstof
gelanceerd worden dan wanneer de motoren
worden gebruikt om het ruimtevaartuig af te remmen.
Als de MRO in de
atmosfeer van Mars duikt, wordt zijn snelheid met zo'n twee meter
per seconde verminderd.
Om dezelfde snelheidsvermindering te krijgen, als je motoren zou
gebruiken, heb je bijna één kilogram brandstof nodig.
Elke kilogram die gelanceerd moet worden veel geld kost, daarom
kiest men voor een iets riskantere vorm van afremmen.
Lavakanalen op Mars, 24 mei 2006
Mars Express heeft foto's gemaakt van kanalen op Mars, die veroorzaakt zijn door lava.
De lava is afkomstig van de Pavonis Mons vulkaan, dit is een
schildvulkaan die zich al een lange tijd
in een diepe slaap bevindt. De vulkaan is de middelste vulkaan
van de drie Tharsis Montes vulkanen,
ook wel het Tharsis trio genoemd.

Pavonis Mons lavakanalen
Pavonis Mons heeft een
hoogte van 12 kilometer en bestaat bijna volledig uit vulkanisch
gesteente.
De vorm van de vulkaan is anders dan op aarde, het lijkt het
meest op een enorme heuvel.
Mars Express maakte de foto's terwijl het zijn 902ste rondje om
de planeet maakte.
Heel lang geleden was er leven mogelijk op Mars, 20 april 2006
Het OMEGA-instrument van de Mars Express heeft de mineralogische geschiedenis verzameld van Mars.
Er zijn drie belangrijke tijdperken
geweest, na het ontstaan was het klimaat op de planeet leefbaar (warm)
en nat,
waarna binnen 500 miljoen jaar een grote verandering optrad,
waarschijnlijk door vulkanische activiteit
en tenslotte werd het een koude, droge planeet.
Het is al langer bekend dat de planeet
vroeger waarschijnlijk oppervlaktewater kende.
De twee Mars Exploration Rovers hebben al mineralen gevonden, die in water op een
bepaalde manier reageren.
De onderzoekers trekken hieruit de
conclusie dat eventueel leven op Mars alleen tijdens
de beginfase mogelijk kan zijn geweest. Alleen in de oudste
gesteenten op Mars worden kleimineralen aangetroffen,
die op de aanwezigheid van vloeibaar water duiden. Ongeveer 3,5
miljard jaar geleden was het milieu op Mars al
te droog en te zuur om leven in stand te houden. Om fossiele
overblijfselen van dit leven op te sporen,
moeten de toekomstige missies naar Mars dus naar oude, kleirijke
afzettingen gelanceerd worden.

Kleimineralen
Nu heeft de OMEGA van de Mars Express de
mineralen in kaart gebracht, het donkere gebied is rechts
uitvergroot
en laat de aanwezigheid van kleimineralen zien. Blauw bevat
weinig mineralen en oranje/geel grote hoeveelheden
kleimineralen, er werden bijna 25 plaatsen gevonden, die rijk
zijn aan mineralen die zich vormden in water.
Deze plaatsen bevinden zich vaak in oude kraters en ze komen
overal op de planeet voor.
Uit de gegevens kan het team meer te weten
komen over de drie verschillende tijdperken van Mars.
De eerste 600 miljoen jaar vormde Mars een atmosfeer en werd het
oppervlak gedeeltelijk bedekt met water.
Door de hitte die werd opgebouwd binnen de planeet, ontstond er
daarna een actieve periode met vulkanisme.
Overal op Mars barstten vulkanen uit en vloeide lava over het
oppervlak.
De aarde kende in het verleden ook zo'n periode.
Toen het vulkanisme stopte, verdween het
magnetische veld ook voor het grootste deel.
De atmosfeer werd de afgelopen 3,5 miljard jaar door zonnewind
verdund tot hoe Mars nu is.
Spirit en Opportunity werken nog steeds, 13 april 2006
De twee marsrovers Spirit en Opportunity, die sinds januari 2004 op Mars rondrijden,
verkeren na meer
dan twee jaar later nog steeds in goede staat. Beide wagentjes
krijgen wel ouderdomsverschijnselen,
maar verrichten tot nu toe nog steeds belangrijk onderzoek.
Spirit ging de afgelopen maanden op het
Home Plate, een laaggelegen plateau, op zoek naar restanten
van een mogelijke vroegere uitbarsting.

Home Plate plateau
Tijdens die zoektocht viel één van de
zes wielen van de rover definitief uit, waardoor hij nog maar
tien meter
per dag kon rijden. Daarom werd de missie afgebroken, Spirit werd
naar een plekje gereden
waar hij veilig de ijskoude Marswinter kan doorbrengen.
Ingenieurs denken dat de motor van het
wieltje geen stroom meer krijgt en dat er ergens een los contact
zit.
De rustplaats wordt de Low Ridge Haven genoemd en is een plaats
waar de rover van
de maximale hoeveelheid zonlicht gebruik kan maken, om op te
laden.

Spirit spoor in Low Ridge Haven
Beide rovers hebben intussen rond de 7
kilometer afgelegd, en dat is meer dan 11 keer zoveel
dan oorspronkelijk gepland, samen stuurden ze meer dan 150.000
foto's naar de aarde terug.
Opportunity, op het zuidelijk halfrond,
bracht de afgelopen vier maanden door bij de Erebus,
een verweerde inslagkrater van ongeveer 300 meter in doorsnede.
Ook Opportunity kampt met problemen, een schoudergewricht van de
robotarm kan niet meer behoorlijk bewegen.
Hierdoor moesten de wetenschappers een nieuwe techniek
ontwikkelen om rotsblokken te onderzoeken.
In de krater vond de rover een dunne, geribbelde laag op het oppervlak, misschien afkomstig van vloeibaar water.

Erebuskrater
Het vrolijke gezicht, Happy face van Mars, 11 april 2006
We kennen allemaal wel het bekende Gezicht
van Mars, maar er is ook een ander gezicht op Mars,
namelijk het vrolijke gezicht van Mars. Op nieuwe foto's van Mars Express is te zien dat
het vrolijke gezicht het resultaat is van een paar bergen en
dalen ontstaan door weer en wind.
In 1976 werden de eerste foto's van het
Gezicht gemaakt door de Viking 1.
Veel mensen geloofden in die tijd dat het gezicht was gemaakt
door een buitenaardse intelligente beschaving.
In 2001 bleek uit opnames van de Mars
Global Surveyor, gemaakt terwijl de zon het gezicht
onder een andere hoek bescheen dat er weinig meer te zien was van
het gezicht.

Het Gezicht en het Vrolijke Gezicht van Mars
Foto's van de Mars Express laten zien dat
het om verbeeldingen gaat. Toch is het vrolijke gezicht nog wel
duidelijk te herkennen. Het vrolijke gezicht, Smiley, ligt in de
Galle krater, vernoemd naar de Duitse astronoom Galle.
Galle heeft een doorsnede van 230 kilometer en bevindt zich aan
de oostelijke rand van de Argyre Planita inslagkrater.
Maar één zandstorm en het vrolijke gezicht is weg van Smiley.
Eerste foto's MRO, Mars, 24 maart 2006
De HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance
Orbiter nam deze
foto's van de zuidelijke hooglanden
op Mars op een hoogte van 2489 kilometer.

Het witte vakje is hieronder uitvergroot en is 4.5 bij 2.1
kilometer groot

Deze testopnames laten nu al heel veel
details zien, de toekomstige opnames door drie camera's van de MRO
zullen nog duidelijker zijn, omdat de baan van de MRO
op een hoogte van ongeveer 300 kilometer komt
en door de testen kunnen de instrumenten nog beter worden
ingesteld voor het onderzoek in november.
De drie camera's van de MRO,
de High Resolution Imaging
Science Experiment, de Context
Camera en
de Mars Color Imager, werden donderdag gedurende 40 minuten naar
de planeet gericht om de eerste gegevens
te verzamelen, de twee opnames laten een mooi beeld zien van de
rode planeet bij zonsopgang.
De komende weken zal de baan van de
ruimtesonde verschuiven tot deze zijn definitieve positie bereikt,
waarbij de Mars Reconnaissance Orbiter
steeds in de middag over Mars zal vliegen,
zoals de baan van de Mars Global Surveyor en de Mars Odyssey.
Mars Reconnaissance
Orbiter zal ook op zoek gaan naar een geschikte
landingsplaats
voor de Phoenix-lander, die in augustus 2007 gelanceerd wordt.
Waterijs onder het oppervlak van Mars, 18 maart 2006
MARSIS heeft waarschijnlijk onder de
zuidpool van Mars een groot reservoir van waterijs ontdekt,
radarwaarnemingen toonden aan dat er iets zit. Wetenschappers
kunnen aan diepe ravijnen en
rivierachtige kanalen zien dat er vroeger grote hoeveelheden
water op het oppervlak zelf stroomde.
Het water is echter verdwenen, maar waar
het is gebleven weet niemand. Wetenschappers hebben Marsis,
van de Mars Express gebruikt om te kijken of het water misschien onder
het oppervlak terecht is gekomen.
MARSIS zendt met zijn 40 meter lange
antenne radiopulsen naar het oppervlak en analyseert hoe lang het
duurt
voordat de signalen terugkomen, ook de sterkte van de signalen
die terugkaatsen, worden onderzocht.
Radiogolven die door het oppervlak dringen, worden weer
teruggekaatst als er water onder het oppervlak zit.

Zuidpool van Mars
De antenne werd in juni 2005 uitgeklapt en
al snel werd er waterijs op een diepte van 1,8 kilometer onder
het oppervlak van de noordpool gevonden. Nu heeft de antenne
waarschijnlijk ijs gevonden
op een diepte van 3,5 kilometer onder de zuidpool.
Als je al het waterijs op Mars zou smelten,
dan zou de hele planeet bedekt zijn door een oceaan met een
diepte
van 33 meter, maar wat de planeet mist is warmte. Mocht het ijs
ooit smelten, dan zal Mars dit snel kwijtraken,
omdat het water verdampt en in de ruimte terechtkomt en niet
wordt vastgehouden door de geringe aantrekkingskracht.
Mars Reconnaissance Orbiter in baan om Mars, 11 maart 2006
Mars Reconnaissance
Orbiter is met
succes in een elliptische baan om Mars gebracht.
Een groot deel van deze manoeuvre gebeurde achter de planeet
waardoor het vluchtleidingcentrum
geen signalen meer kon ontvangen van de ruimtesonde, maar
omstreeks 23.25 uur
kwam de bevestiging dat de MRO zich in de juiste
baan bevond.
De MRO kan
echter nog niet met zijn wetenschappelijke onderzoek van Mars
beginnen, daarvoor
moet hij eerst, stapje voor stapje, in een veel lagere, bijna
cirkelvormige baan worden gebracht.
Om dat voor elkaar te krijgen,
zal de sonde vele malen in de Marsatmosfeer afdalen, om te kunnen
afremmen.
Als dat allemaal goed gaat, kan dan in november het onderzoek van
start gaan.
Het is de bedoeling dat MRO tot 2010 in gebruik
zal zijn.

MRO in een baan om Mars
Vanaf een hoogte van ongeveer
300 kilometer, zo laag zijn andere ruimtevaartuigen nog niet bij
Mars geweest,
zal de MRO de mineralogisch samenstelling van
het marsoppervlak onderzoeken en met behulp van
een radarinstrument ondergrondse watervoorraden proberen op te
sporen.
Mars Reconnaissance Orbiter komt aan bij Mars, 9 maart 2006
Na een reis van zeven maanden bereikt Mars Reconnaissance
Orbiter, MRO
van de NASA vrijdag 10 maart, Mars.
De MRO moet vanuit een baan om Mars onder meer
onderzoek gaan doen naar zijn atmosfeer, de aanwezigheid
van water, of er lang genoeg water op de rode planeet is geweest
om leven mogelijk te maken
en op zoek gaan naar mogelijke toekomstige landingsplaatsen op de
rode planeet.
Het contact met het controlecentrum in de
Verenigde Staten is vrijdag een half uur lang verbroken als de
sonde
de achterkant van de planeet passeert. Daarna wordt duidelijk of
de MRO in de juiste baan om Mars
is gekomen of dat het ruimteschip verder door het heelal vliegt.
De MRO heeft na de
lancering in augustus vorig jaar een afstand van ongeveer 500
miljoen kilometer afgelegd.
Mars is een gewild onderzoeksobject van de NASA en de ESA vanwege de gelijkenis met de aarde.
De VS hebben plannen voor een bemande ruimtevlucht naar Mars rond
2020.
Vrijdag om 22.25 uur zullen de remraketten
van de MRO, 27 minuten
ontstoken worden.
Daardoor zal zijn snelheid afnemen en komt hij in een baan boven
het zuidelijke halfrond van Mars terecht.

Mars Reconnaissance Orbiter bij Mars
De missie gaat dan een heel gevaarlijke
fase in, de afgelopen 15 jaar zijn 4 sondes gelanceerd,
die in een baan om Mars terecht moesten komen en daarvan zijn er
maar 2 geslaagd.
Volgens plan moet het contact met de aarde om 23.16 uur hersteld
worden.
De wetenschappelijke waarnemingen starten
in de herfst. De MRO heeft eerst nog zeven
maanden nodig voor
verschillende baan- en remmanoeuvres, voor de sonde zich in de
goede baan om Mars bevindt.
Mars Reconnaissance Orbiter nadert Mars, 25 februari 2006
Op 10 maart komt de Mars Reconnaissance
Orbiter, MRO
bij Mars aan en zal Mars vanaf de bovenkant
van de atmosfeer tot onder het oppervlak heel precies in kaart
gaan brengen.

MRO nadert Mars
Op 12 augustus 2005 werd de Mars
Reconnaissance Orbiter
gelanceerd.
Tegen de tijd dat de MRO aankomt bij Mars heeft
hij ongeveer 500 miljoen kilometer afgelegd.
Op 10 maart begint de sonde
nog niet meteen met het onderzoek:
eerst wordt de baan gewijzigd, dit duurt ongeveer 7 maanden.
Daarna begint de missie pas
echt, hij vult elke zestien minuten één Cd-rom met data.
MRO zal meer informatie over klimaat en dampkring gaan
verzamelen dan alle Marsmissies tot nu toe bij elkaar.
Wetenschappers zijn vooral geïnteresseerd of er zich ijs of
water in de bodem van Mars bevindt.

Gegevens verzamelen MRO
De belangrijkste doelen van
de missie zijn: het bepalen of er ooit leven is geweest op Mars
en of dat
er nog steeds is, het in kaart brengen van het klimaat en
dampkring, de geologie van Mars
onderzoeken en het voorbereiden op bemande ruimtemissies naar
Mars.
Gletsjers op Mars, 19
januari 2006
Sneeuw op Mars veroorzaakte nog niet zo lang geleden, 0,3 tot 4
miljoen jaar,
gletsjerafzettingen in de buurt van de evenaar.
Dit ontstond bij de evenaar,
doordat de scheefte van de draaias van Mars toen, heel anders was
dan nu.
De polen waren naar de zon gericht, waardoor enorme hoeveelheden waterdamp in
de atmosfeer kwamen.

Oude gletsjer op Mars
Wind nam de waterdamp mee
naar de evenaar, dit viel neer als sneeuw
en vormde gletsjers bij de evenaar, niet bij de polen.
Dit komt overeen met waarnemingen bij de evenaar door Mars Express, Mars Surveyor en Mars Odessey.
Mars heeft in het verleden grote klimaatsveranderingen ondergaan, vergelijkbaar met ijstijden op aarde.
Waarschijnlijk bevinden zich
ondergronds restanten van gletsjers, dit is belangrijk
voor de watervoorziening van toekomstige missies.
Sporen van leven op Mars
moeten eerder onder de grond gezocht worden, dan aan het
oppervlak.
Dit concludeerde de Leidse astrobiologe Inge Loes ten Kate in
januari 2006.
Aminozuren hielden geen stand
onder de door de onderzoekster nagebootste Marsomstandigheden
en zelfs extremofiele bacteriën legden het loodje.
Gelukkig neemt de nieuwe
Europese missie van de ESA, ExoMars, een goede boor mee.
De ExoMars wordt in juni 2011 gelanceerd en moet in juni 2013
landen op Mars.

ExoMars
Rivierdelta's op Mars,
5 januari 2006
Rivierdelta's op Mars zijn bijna 4 miljard jaar geleden, in zeer korte
tijd gevormd.
Uit onderzoek van de
Utrechtse wetenschapper Maarten Kleinhans,
blijkt dat sommige delta's zelfs binnen een jaar ontstaan kunnen
zijn.

Delta's op Mars
Mars heeft ook maar relatief korte tijd stromend water gehad, veel korter dan werd verondersteld.
Op de foto zie je de delta's tussen de oude slingerende rivieren.
Vlinder krater, 5
januari 2006
Mars Express heeft een foto gemaakt van de Vlinder krater, in
het gebied Hesperia Planum.
De Vlinder krater is een
langwerpige, elliptische krater in de vorm van een vlinder.
De krater is 24,4 kilometer lang, 11,2 kilometer breed en heeft
een diepte van ongeveer 650 kilometer.

Vlinder krater
Inslagkraters zijn meestal
rond, alleen als het inslaande object
onder een kleine hoek inslaat, ontstaat een elliptische vorm.
Meridiani Planum, 21
december 2005
Meridiani Planum, waarvan onderzoekers aannamen dat het ooit een
ondiep meer
is geweest, is mogelijk toch niet zo nat geweest.
Misschien is het
zwavelhoudende gesteente, dat de Opportunity onderzocht,
van vulkanische oorsprong.

Meridiani Planum
Veel meer dan stoom en kleine, tijdelijke hoeveelheden water zouden er niet aan te pas zijn gekomen.
De gelaagdheid kan ontstaan
zijn door meteorietinslagen, waarbij de puinwolken de
rotsformaties
en afzettingslagen hebben gevormd in plaats van een langzaam
verdampend meer.
Poollicht op
Mars, 12 december 2005
Op Mars komt veel poollicht voor, hoewel de naam Aurora er beter
bij past,
omdat het lichtverschijnsel niet bij de polen optreedt.
Poollicht is het
opgloeien van ijle lagen in de dampkring, als gevolg van het
binnendringen
van elektrisch geladen deeltjes van de zon.
Op de aarde komen die deeltjes vooral in de buurt van de magnetische polen in de atmosfeer terecht.
Mars heeft geen sterk
magnetisch veld, maar het lichtverschijnsel komt veel voor in de
gebieden
waar plaatselijke magnetische velden in de korst aanwezig zijn.
De eerste aanwijzingen, wel honderden lichtverschijnsels, werden ontdekt door Mars Express.
30 november 2005
MARSIS vindt bewijs voor ijs en water op
ongeveer 1½ tot 2½ kilometer diep.
De radar van de Mars Express scant
tot op ongeveer 2 kilometer diepte.
Onder het oppervlak van
Mars van de laagvlakte Chryse Planitia,
heeft de MARSIS een 250 kilometer grote inslagkrater gevonden op
een diepte van 2 kilometer.
De radar heeft naast
tekenen van waterijs ook bewijs voor vloeibaar water gevonden.
dat zich waarschijnlijk op of onder de bodem van de inslagkrater
bevindt.

MARSIS scant de bodem van Mars
De inslagkrater is
waarschijnlijk bedekt door vulkanische as enkele miljarden jaren
geleden.
De bodem van de krater lijkt gevuld met een kleiachtig materiaal.
In het verre verleden vormde de krater de samenstroom van verschillende rivieren.
De radiogolven verliezen
niets aan kracht als ze door de krater gaan, dit betekent dat
zich hier
grote hoeveelheden ijs kunnen bevinden, want ijs is doorzichtig
voor de radar.
Op de bodem van de
krater wordt het signaal weerkaatst,
dit zou er op kunnen wijzen dat zich hier vloeibaar water bevind.
De radiogolven worden
door de verschillende oppervlakten, op verschillende manieren
teruggekaatst,
zo kunnen rotsen en water van elkaar onderscheiden worden.
Op de noordpool vonden
de onderzoekers afzettingen van waterijs tot een diepte
van 1,8 kilometer met daaronder een ijzige laag van zand.

Marwth Vallesgebied, de waterrijke mineralen zijn
lichtblauw
Het onderzoek gaat
langzaam, omdat de MARSIS alleen zijn werk kan doen als de Mars
Express op het
dichtste punt bij de planeet is en dat is slechts 26 minuten van
de 7 uur durende omloopbaan om Mars.
De spectrometer van de
Mars Express, de Omega, kan licht en infraroodstraling meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.
Door de Omega vonden
onderzoekers op grote schaal kleilaagjes.
Deze klei wordt gevormd als vulkanisch gesteente lange tijd in
water is gedompeld.
De aanwezigheid van
water is belangrijk voor de NASA, want die wil over
ongeveer 20 jaar de eerste mens naar Mars sturen.
De toekomstige basis zou dan water uit de grond kunnen halen, in plaats van het mee te nemen.
Het is nog steeds een
grote vraag hoe het water op Mars is verdwenen.
Misschien doordat hij zijn magnetisch veld kwijtraakte.
Maar hoe het magnetisch veld weer verdween is de volgende vraag.
30 november 2005
In het landingsgebied van Opportunity, onder
andere de Endurance krater en Burns Cliff, heeft meerdere malen
vloeibaar water gestroomd, maar testen laten zien dat de
zuurgraad erg hoog was.

Burns Cliff
Dat maakt het
onwaarschijnlijk dat op Mars dezelfde chemische reacties hebben
plaatsgevonden,
die op aarde tot het ontstaan van leven hebben geleid.
Op sommige plaatsen
komen zeer oude kleiachtige mineralen voor, dit doet vermoeden
dat er
heel lang geleden, 3,8 miljard jaar, gedurende lange tijd
vloeibaar water aanwezig is geweest.
Volgens onderzoekers
zijn dit prima plaatsen om in de toekomst landingsmissies uit te
voeren.
Mars Express heeft ook aanwijzingen gevonden voor recente
vulkanische en gletsjeractiviteiten op Mars.
15 november 2005
Vloeibaar water kan op Mars.
Op Mars zijn geologische
aanwijzingen dat er ooit vloeibaar water
op het oppervlak van de planeet heeft gestroomd.
Dit is te zien aan de kustlijn van een zoute zee en diep ingesneden kanalen.
Samen met de ontdekking
van de blauwe ronde boontjes (blueberries)
en de aanwezigheid van waterijs op de polen was dit reden genoeg
voor wetenschappers om te zoeken naar vloeibaar water op Mars.

Blueberries in de Meridiani Planum op Mars
De lage temperatuur en
de extreem lage luchtdruk zorgen ervoor
dat het waterijs zo snel verdampt dat het de vloeibare fase
overslaat.
Maar op basis van
onderzoeken blijkt dat als het water zout genoeg is,
het water vloeibaar kan blijven op Mars.

Waterijs op de polen van Mars
Zaterdagnacht 29
oktober 2005
Mars staat vannacht op een afstand van 69,4 miljoen kilometer tot
de aarde.
Dat is heel dichtbij.
Gemiddeld bedraagt de
afstand tussen de aarde en Mars 225 miljoen kilometer.
In 2003 stond Mars nog iets dichterbij, het was toen 57.000 jaar
geleden
dat Mars zo dichtbij de aarde had gestaan.
Met een kleine telescoop kun je de valleien en het poolgebied zien.
23 september
2005
De missie van de Mars Express is met
twee jaar verlengd.
Het was de bedoeling dat
de Mars Express tot eind 2005 zou werken,
maar de missie is zeer succesvol, daarom heeft de ESA besloten om de missie te verlengen.
De Mars Express heeft
methaan in de dampkring ontdekt en
heeft zeer gedetailleerde foto's van het oppervlak van Mars
gemaakt.
Er zijn aanwijzingen dat
er ijsmeren (zeeën) aanwezig zijn,
dit wordt onderzocht door de MARSIS.
21 september 2005
De oppervlakte van Mars is de afgelopen jaren veranderd.
Nieuwe foto's, gemaakt door de Mars
Global Surveyor die al acht jaar
om Mars cirkelt,
laten zien dat er geulen in een zandduin zijn ontstaan die er in
2002 nog niet waren.
Astronomen vermoeden dat de geulen zijn
ontstaan door het verdampen van bevroren kooldioxide,
het wordt warmer op Mars en door Marsbevingen.
Dit geeft aan dat Mars een actievere planeet is dan we hadden
vermoed.

Geulen op Mars
Op andere foto's is te zien
dat op de zuidpool de kooldioxideafzettingen zijn afgenomen.
Dat is voor het derde achtereenvolgende jaar, wat mogelijk duidt
op klimaatveranderingen op Mars.
3 september 2005
De Spirit, één van de Mars Exploration Rovers, heeft na maanden klimmen
de top van de berg Husband Hill op Mars bereikt.
De foto's laten een woestijnlandschap zien met enkele bergtoppen in de verte, de Tennessee Valley.

Uitzicht op de Tennessee Valley
Net voordat
de Spirit boven kwam, maakte hij een panoramafoto van de Husband
Hill,
deze ligt in Columbia Hills in de Gusev-krater.

Panoramafoto van de Husband Hill
Mei 2005
De radar MARSIS, van de Mars Express werd in werking gesteld,
die in de bodem en onder het bevroren ijs kan zoeken.
Het is voor het eerst in de geschiedenis van het planetenonderzoek dat zoiets mogelijk is.
De MARSIS heeft een 40
meter lange dipoolantenne die langgolvige radiostraling
naar Mars zendt en weerkaatsingen daarvan opvangt.
De meeste echo's komen
van het oppervlak van Mars, maar een deel van de radiogolven,
met golflengten tussen de 55 en 230 meter, dringt door in de
korst en wordt door diepere lagen
van verschillende samenstelling teruggekaatst.
De waarnemingen worden verricht vanaf hoogten tussen 250 en 800 kilometer.
Februari 2005
De Mars Express
ontdekte een bevroren ijszee ter grootte van de Noordzee bij de
evenaar van Mars.
De ijsmassa is tientallen kilometers dik en is bedekt met een
dunne laag stof en as.

IJszee op Mars
Waarschijnlijk is de zee 2 á 5 miljoen jaar geleden ontstaan.
Najaar 2004
De Opportunity, één van de Mars Exploration Rovers, stelde vast dat er zout water
op Mars heeft bestaan omdat er chloor en broom is ontdekt.
Juli 2003
De twee Mars Exploration Rovers zijn gelanceerd met aan boord de
Spirit en de Opportunity.

Spirit
De Spirit landde 4
januari 2004 in de Gusev-krater.
De Opportunity landde 25 januari 2004 in Terra Meridiani, aan de
andere kant van Mars.

Opportunity
Het doel is om rotsen,
stenen en de bodem te onderzoeken op aanwezigheid van water lang
geleden
en als er water is of is geweest, is er misschien ook leven (geweest).
Het was de bedoeling dat
ze een half jaar rond zouden rijden, maar tot nu toe doen ze het
nog steeds goed,
zodat ze waarschijnlijk tot eind 2005 zullen doorrijden.
22 november 2005
De Spirit bevindt zich bijna één Martiaans jaar op Mars, 670
dagen nu.
Een jaar op Mars duurt 687 dagen.
Op 11 december zijn de Spirit en de Opportunity één Marsjaar lang op Mars
In januari zijn beide
rovers twee aardse jaren op Mars.
Op het moment is het bijna zomer op Mars.
De rovers hebben alle
seizoenen overleeft.
Het overleven van de winter was de belangrijkste prestatie van de
rovers.

Spirit één Martiaans jaar op Mars
Oorspronkelijk zouden ze
90 dagen op Mars rijden, maar dit is bijna
zeven keer zo lang geworden en ze doen het nog steeds goed.
Het stof op de zonnepanelen wordt door stofhozen, dust devils, af en toe schoongeblazen.
Op 2 juni 2003
is de Mars Express van de ESA met aan boord de Beagle 2 is gelanceerd,
de Beagle 2 zou op 25 december 2004 op Mars landden, maar de Beagle 2 verongelukte.

Beagle 2
De Mars Express draait nog steeds rond Mars, net als de Mars Odyssey en de Mars Global Surveyor van de NASA.

Mars Express met de Beagle 2
De missie van de Mars Express wordt in december 2005 met 23 maanden verlengd.
Een
speciale meter op de Mars Express heeft methaan en sporen van
formaldehyde waargenomen.
Methaan en formaldehyde zijn stoffen die nodig zijn voor het
ontstaan van leven.
De
spectrometer van de Mars Express, de Omega, kan zichtbaar licht en infraroodstraling meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.

Omega
Beagle
2, 20 december 2005
De zoekgeraakte Beagle 2 die twee jaar geleden afdaalde naar Mars
om sporen van leven te zoeken
is mogelijk gevonden en lijkt nog in redelijke staat.
De Beagle 2 bevindt zich in een kleine krater en is ontdekt op foto's, gemaakt door de Mars Global Surveyor.
Op de foto kunnen de lichte vlekken de airbags zijn en de donkere de zonnepanelen van de Beagle.

Mogelijke landingsplaats Beagle 2
De lander
is waarschijnlijk met een te hoge snelheid op Mars terecht
gekomen
doordat de dampkring ijler was dan verwacht, als gevolg van
stofstormen.
Misschien
dat de Mars Express betere opnamen van de plek kan nemen
om meer duidelijkheid te krijgen over de Beagle 2.
Ruimtesonde van de NASA is gelanceerd op 7 november 1996
en kwam op
12 september 1997 in een baan om Mars.
De Mars Global Surveyor moet het oppervlak van Mars zo duidelijk mogelijk in kaart brengen.

Mars Global Surveyor
Op 12 augustus
2005 is de Mars Reconnaissance
Orbiter gelanceerd en zal op 10 maart 2006 bij Mars aankomen
en ongeveer 4 jaar gebruikt worden en kostte 720 miljoen dollar.
De MRO
is niet alleen groter dan de meeste sondes, 6 meter hoog, maar
heeft ook de grootste
telescoop die ooit zo ver de ruimte in is geschoten, de lens
heeft een doorsnede van 50 centimeter.
De schotelantenne heeft een doorsnede van 3 meter.

Mars Reconnaissance Orbiter
De orbiter zal het
oppervlak onderzoeken en onderzoeken of er in de bodem water
aanwezig is.
Meer duidelijkheid over klimaat, dampkring, geologische
geschiedenis
en mogelijke aanwezigheid van leven op Mars.
Er wordt ook onderzocht
waar het landschap geschikt is voor toekomstige landingsplaatsen
voor bemande en onbemande ruimtemissies.
21 november 2005
De eerste koerswijziging door de NASA is gemaakt, er zullen nog vier wijzigingen volgen.
De Mars
Reconnaissance Orbiter heeft nu al meer
dan de helft van de afstand afgelegd.
Als hij bij Mars aankomt zal de MRO een half
jaar nodig hebben om in de goede baan te komen.
Onze zon is één van de ongeveer 200-400 miljard sterren in het melkwegstelsel.
Ons zonnestelsel bevindt zich aan de rand van het centrum in één
van de armspiralen van dit melkwegstelsel.
Astronomen vermoeden dat
ons melkwegstelsel een balkspiraal is, maar dat is moeilijk te
zien
en ze heeft een massa van meer dan 100 miljard zonmassa's.
De doorsnede van onze
melkweg is van het ene uiteinde
naar het andere uiteinde is 100.000 lichtjaar ofwel 946.000.000 miljard kilometer.
De melkweg heeft een
dikte van 2300 tot 2600 lichtjaar.
Het centrum van het melkwegstelsel heeft een dikte van 13.000
lichtjaar.
Zie je een heldere,
melkachtige band aan de hemel, dan kijk je naar het centrum van
de melkweg.
De melkweg draait eens in de 220 miljoen jaar om haar eigen
middelpunt rond.

Ons melkwegstelsel
De melkweg
is tussen de één miljoen en één miljard jaar na de oerknal ontstaan,
toen het heelal weinig meer was dan een enorme nevel van
waterstof en helium.
Uit deze nevels werden de sterrenstelsels/melkwegstelsels gevormd.
In ons
melkwegstelsel wordt ongeveer één zonmassa per jaar aan gas in
sterren omgezet,
dit zijn gemiddeld 7 à 8 nieuwe sterren.
Uit
onderzoek door de ESA met de gammasatelliet Integral blijkt dat er
gemiddeld
elke vijftig jaar, ergens in de melkweg een supernova-explosie plaatsvindt.
Doordat gammastraling door stofwolken heen
gaat, kan er beter worden waargenomen.
Uit het gas dat vrijkomt bij een supernova-explosie kunnen zich
weer nieuwe sterren vormen.
Alle elementen die we hier op aarde vinden, zijn het resultaat van dergelijke sterexplosies.
Melkwegstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

Spiraalstelsel
De schijfstelsels worden weer verdeeld in:

Balkspiraalstelsel
Daarnaast bestaan er nog de onregelmatige
stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.
De Andromeda-nevel is één van de meest nabije sterrenstelsels en staat op een afstand van 2,52 miljoen lichtjaar.
Meestal verwijderen sterrenstelsels zich
van elkaar, maar de Andromedanevel komt met
een snelheid van 140 kilometer per seconde dichter naar ons zonnestelsel in de melkweg.
Over ongeveer 4 miljard jaar ontmoeten ze elkaar.

Andromeda-nevel
De vorming van sterrenhopen is meestal het
gevolg van wisselwerking van twee melkwegstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en
hierbij worden samengeperst.
Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.
De kans dat twee sterren elkaar raken is
gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.
Het kleinste sterrenstelsel heeft een doorsnede van een paar duizend lichtjaar,
het grootste een doorsnede van ruim een miljoen lichtjaar.
Astronomen denken dat de
meeste sterrenstelsels een superzwaar zwart gat in hun centrum
hebben,
onze melkweg is daar geen uitzondering op.
Eerst dachten
wetenschappers dat het zwarte gat van ons melkwegstelsel de
dubbelster Cygnus X-1 was,
maar volgens de laatste berichten is het gebied van het zwarte
gat Sagittarius A.

Cygnus X-1
De ster Eta Carina zou
wel eens de grootste en zwaarste ster van ons melkwegstelsel
kunnen zijn.
Hij staat op een afstand van 7500 lichtjaar en is vanuit
Nederland niet te zien
Hij heeft een massa van
100 tot 150 keer die van de zon en astronomen vermoeden dat de
grootte
dichtbij het maximum ligt, worden ze nog groter dan kunnen ze
niet blijven bestaan.
Als zo'n megaster aan het eind van zijn levensduur komt, krijg je een supernova-explosie.

Sirius
Sirius A, de hondsster,
is de helderste ster aan de hemel, hij is twee keer zo zwaar als
de zon met
een temperatuur van 10.000°C en staat op een afstand van minder
dan 8,6 lichtjaar
van ons vandaan, terwijl Eta Carina op een afstand van 7500
lichtjaar te vinden is.
Sirius B is een kleine
witte dwergster die rond Sirius draait, een dubbelster dus.
De ster heeft een massa van 98% van de zon, de temperatuur van het oppervlak is ongeveer 25.000°C.
De doorsnede is slechts
12.000 kilometer, de ster heeft een zwaartekrachtsveld die 350.000
keer sterker is
dan op aarde en is eigenlijk al in 1862 ontdekt, maar was door de
helderheid van Sirius heel moeilijk te zien.
Volgens de
relativiteitstheorie van Einstein veroorzaakt een dergelijke
zwaartekracht
een roodverschuiving in het licht, hierdoor kun je metingen
verrichten.
Met de Hubble Space Telescope is de ster nu in beeld gebracht.

Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B
In 1995 werd de eerste
planeet buiten ons zonnestelsel gevonden.
Deze exoplaneet heet 51 Pegasi B en draait rondjes om 51 Pegasi,
een gele dwergster die op onze zon lijkt.
51 Pegasi B is ongeveer half zo zwaar als Jupiter en het is er zo'n
1000°C.
In het melkwegstelsel
bevinden zich sterrenhopen en nevels,
Sterrenhopen kunnen open of bolvormig zijn.
Bolvormige sterrenhopen
bevatten tienduizenden tot miljoenen sterren en de meeste
ontstonden
tegelijk met de melkweg zelf, zo'n tien miljard jaar geleden.
De grootste bolvormige
sterrenhoop in onze melkweg is Omega Centauri.
De Omega Centauri is één van de weinige sterrenhopen die je
zonder telescoop kunt zien,
terwijl hij zich ruim 16.000 lichtjaar van ons vandaan bevindt.

Omega Centauri
Open sterrenhopen
bestaan uit veel minder sterren, tientallen tot honderden sterren.
De Plejaden en de Hyaden zijn de bekendste open sterrenhopen.
De Plejaden bestaan uit
een aantal hete, blauwe sterren en onder
ideale omstandigheden kun je er veertien met het blote oog zien.
In totaal bevat de groep ongeveer 500 sterren.

De Plejaden
De nevels bevatten
bouwmaterialen, waterstof en helium,
om weer nieuwe sterren en planeten te vormen, zoals Adelaarsnevel en Helixnevel.
De Nederlandse
astronomen Jan Hendrik Oort en Hendrik van de Hulst hebben door waarnemingen
van de golflengte van lichtstraling, in 1951 de melkweg en de
spiraalvorm in kaart gebracht,
zonder dat we zelf de hele melkweg kunnen zien.
Eén van de grote vraagstukken in de
sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende
materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet
waar deze materie uit bestaat.
Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.
Melkwegstelsels kunnen wel tien keer
zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.
In het centrale binnengebied van een
melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De Hubble Space Telescope is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van
donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee sterrenstelsels in kaart gebracht.
De nieuwe resultaten bevestigen de theorie
dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.
Door het bestuderen van groepen
sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is
verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van
sterrenstelsels.
Het onderzoek laat zien dat
sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000 lichtjaar.
Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.
Het licht van deze heel verre
sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard lichtjaar bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de
donkere materie.
De donkere materie houdt de
sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van 30
miljoen zonmassa’s.
Dit betekent dat een massa donkere materie
nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 96% uit donkere materie.
Bovendien blijkt donkere materie zich met
een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.
Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.
Jongste exoplaneet ontdekt, 1 maart 2010





Zwart gat in onze Melkweg, 11
december 2008
In het centrum van onse Melkweg bevindt zich een zwart gat,
Sagittarius A,
(Boogschutter A) en is ongeveer vier miljoen keer zo
zwaar als onze zon.
Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, staat op een afstand van
27.000 lichtjaar van de aarde.
Astronomen uit een
aantal landen
hebben met behulp van telescopen in Chili de bewegingen
van 28 sterren, die om
het centrum van ons melkwegstelsel draaien, gedurende 16 jaar in de gaten
gehouden.
Deze langdurige studie heeft het bewijs geleverd dat
superzware zwarte gaten bestaan.
Een zwart gat is een bijzonder hemellichaam, waaruit geen licht of
materie kan ontsnappen.
In 1992 is
het onderzoek
naar de stellaire
baanbewegingen van
de sterren begonnen met
de New Technology
Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.
De
laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan met
één van
de vier
telescopen
die de Very
Large Telescope, VLT, van ESO vormen.

Bijzondere neutronenster in de Melkweg ontdekt, 28 september 2008
Met de SWIFT-satelliet is een
bron, SWIFT J195509+261406, ontdekt die eerst als gammaflits
in het verre heelal werd gezien, maar daarna activiteiten
vertoonde waarvan men vermoed
dat het om een nieuw soort neutronenster gaat, de magnetar, in onze eigen Melkweg.
Na eerst gammastraling te
laten zien vertoonde SWIFT J195509+261406 drie dagen lang
optisch vuurwerk, gevolgd door een periode van elf dagen van
nabij-infrarodemissie.
Er werden acht telescopen gebruikt, waaronder SWIFT-satelliet ( NASA),
XMM-Newton (ESA) en Very Large Telescope (ESO) in Chili.
Magnetars zijn jonge
neutronensterren met een heel hoog magnetisch veld, die zich
tientallen jaren lang rustig kunnen houden. Waarschijnlijk vormen
zij een groot aantal
in de Melkweg, ook al zijn er pas twaalf gevonden. Volgens
sommige theorieën ontwikkelen
de hoog-energetische magnetars zich tot objecten die
radiostraling uitzenden, zoals pulsars,
maar tot nu toe is er geen enkele bron gevonden waarbij dit
gebeurd.
SWIFT J195509+261406 is het eerste object dat hiervoor in
aanmerking komt.

Neutronenster in de Melkweg
Tot nu toe werden magnetars onderverdeeld
in twee soorten: de Soft gamma-ray repeaters (SGR’s),
deze objecten zenden gammastraling uit en Anomalous X-ray
pulsars (AXP’s), deze objecten
zijn anders dan normale pulsars en vertonen geen SGR kenmerken.
Vervolgwaarnemingen op röntgen- en
optische golflengten moeten definitief uitwijzen
of SWIFT J195509+261406 inderdaad een nieuw type neutronenster is
tussen
de SGR’s/AXP’s en de geïsoleerde, donkere
neutronensterren in.
Een ander alternatief is dat het hier een ultracompacte
röntgendubbelster betreft,
waarin een lichte ster en een neutronenster in een zeer dichte baan om
elkaar heen draaien.
Melkwegstelsel heeft twee grote spiraalarmen, 5 juni 2008
Waarnemingen met de Spitzer Space
Telescope laten een ander beeld
van de structuur
van de Melkweg zien. Het blijkt dat de Melkweg slechts twee
belangrijke spiraalarmen heeft en
twee minder belangrijke spiraalarmen, hierdoor is het een normaal
spiraalsterrenstelsel geworden.
Men ging ervan uit dat de Melkweg vier
belangrijke spiraalarmen zou hebben,
terwijl de meeste grote spiraalstelsels er twee hebben.
Na onderzoek in de jaren
’50 werd het bestaan aangetoond van drie spiraalarmen van
hete sterren.
Deze werden genoemd naar de sterrenbeelden waarin hun bestaan
voor het eerst werd aangetoond:
Perseus, Orion en Sagittarius. Vervolg onderzoek in de jaren
’60 en ’70 waarbij men gebruik maakte
van radio-astronomie, om de vorm van de spiraalarmen te
achterhalen, bleek dat de Melkweg uit
vier spiraalarmen bestaat, namelijk Norma, Scutum-Centaurus,
Sagittarius en Perseus.
De zon bevindt zich in de onvolledige spiraalarm van
Orion, die zich uitstrekt tussen de Sagittarius en Perseus.
In de jaren ’80 en ’90 heeft men nog enkele onvolledige
spiraalarmen ontdekt, waaronder een zwakke
buitenste arm en verschillende zwakke ringen van sterren, die
rondom de Melkweg gewikkeld zijn.
Begin juni 2008 is de
ontdekking van een aanvullende spiraalarm bekend gemaakt, de 3
kpc-arm.
Het bestaan van een onvolledige spiraalarm met deze naam was al
bekend, maar nu heeft men
ook het ontbrekende deel van de arm ontdekt.

Melkweg en spiraalarmen
De minder belangrijke
spiraalarmen van de Melkweg hebben veel minder heldere sterren
dan men dacht,
het zijn kleine concentraties van gaswolken en jonge sterren. Dit
zijn de Sagittarius-, Norma- en 3 kpc-armen.
De twee andere belangrijke spiraalarmen, Scutum-Centaurus en
Perseus, blijken juist veel belangrijker te zijn.
Scutum-Centaurus en
Perseus zijn volwaardige spiraalarmen, met veel jonge sterren en
rode reuzen.
De twee grote spiraalarmen beginnen aan de uiteinden van de
centrale balk, een langgerekte
structuur van voornamelijk oude sterren in het centrum van het
melkwegstelsel.
De aanwezigheid van die balk werd pas in de jaren negentig
ontdekt.
De metingen aan de
sterdichtheden van de spiraalarmen werden samengevoegd op een
nieuw
Melkwegmozaiek (ongeveer een derde van de Melkwegband) van
honderdduizenden infraroodfoto's,
waarop Spitzer in totaal meer dan honderd miljoen sterren
vastlegde ook stervorminsgebieden, ijle bellen en
schillen, stofwolken, supernova-restanten en moleculaire wolken
waarin onder andere koolwaterstof voorkomt.

Infraroodopname Melkweg
Infrarode golflengten
kijken door absorberende stofwolken heen, zodat de structuur van
het Melkwegstelsel
beter opvalt dan in zichtbaar licht. Spitzer keek tot afstanden
van ongeveer zestigduizend lichtjaar,
ver voorbij het centrum van het Melkwegstelsel.
Supernova's in het Melkwegstelsel, 10 april 2008
Op eerder opnamen van de
infraroodsatelliet Spitzer Space Telescope zijn op korte afstand
van elkaar, twee sterrenclusters ontdekt in het centrale midden van de Melkweg,
waarin elke paar duizend jaar een supernova-explosie plaatsvindt.
Deze sterren worden rode superreuzen
genoemd en vormen meestal het laatste stadium in het leven
van massieve sterren. De twee nieuwe clusters bevatten ongeveer
40 rode superreuzen,
dit is 20% van het totale aantal rode superreuzen die op in de
Melkweg bekend zijn.
Uit vervolgwaarnemingen met de Keck-telescoop
op Hawaï blijkt dat het om sterrenhopen gaat
op ongeveer 20.000 lichtjaar afstand van de aarde, aan het uiteinde van de balkvormige structuur
die zich in het centrum van het Melkwegstelsel bevindt.
De sterrenhopen staan slechts 800
lichtjaar uit elkaar, en hebben leeftijden van 12 en 17 miljoen
jaar.
De eerste cluster bevat 14 rode superreuzen, de tweede heeft er
26.

Melkwegstelsel met namen
De superreuzen
zijn de directe voorlopers van supernova-explosies.
Volgens de onderzoekers kan er elk moment weer zo'n sterexplosie
plaatsvinden.
De twee sterrenclusters zijn vermoedelijk ontstaan door de
wisselwerking
tussen de centrale balk en de schijf van het Melkwegstelsel.
Protoplaneet waargenomen, 6 april 2008
Astronomen hebben mogelijk voor het eerst
een zeer jonge planeet bij een andere ster gefotografeerd.
Dit blijkt uit de verspreiding van materiaal in de stofschijf
rondom de jonge ster AB Aurigae.
Een foto van deze stofschijf laat enkele
verdichtingen van materiaal zien, naast een gebied die arm aan
stof lijkt te zijn.
In het midden van deze regio bevindt zich een klein en helder
object, vermoedelijk het ontstaan van een rotsachtige planeet.
Een test-telescoop van de Amerikaanse
luchtmacht maakte de foto. Deze telescoop maakt gebruik van
een speciale camera die in 2010 gemonteerd zal worden op de 8-meter
Gemini South Telescope.
De ontdekking geeft mogelijk duidelijkheid
over de manier waarop een planetenstelsel kan ontstaan,
vanuit een dikke gas- en stofschijf, waarin afzonderlijke grote
objecten voorkomen, in een zeer dunne schijf.

Protoplaneet AB Aurigae
Met behulp van radiotelescopen in de VS en
Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen weer een zeer jonge
planeet
ontdekt, die zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die
naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is.
De afstand tot de moederster bedraagt het dubbele van de afstand
tussen Neptunus en de zon.
Deze ster bevindt zich op een afstand van
520 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld Stier (Taurus).
De stofschijf rondom HL Taurus is uitzonderlijk helder en massief
en
vormt een ideale plaats om te zoeken naar planeten-in-wording.
Nu is een tweede planeet-in-wording binnen een week ontdekt na de
eerste planeet-in-wording.

Protoplaneet aangegeven met b
Met de radiotelescopen is vastgesteld dat
deze stofschijf heel veel brokstukjes ter grootte
van kiezelstenen heeft, dat duidt erop dat hier al sprake is van
een samenklonteringsproces.
De bol van gas en stof zal uiteindelijk veranderen in een planeet
ter grootte van Jupiter.
De ontdekking werd bij toeval gedaan bij de bestudering van de omgeving rond de ster HL Tauri.
Methaan op exoplaneet, 20 maart 2008
De onderzoekers ontdekten met behulp van
de Hubble Space Telescope voor het eerst methaan
in de atmosfeer van een planeet buiten ons zonnestelsel. De planeet met het formaat van Jupiter
is waarschijnlijk te heet, ongeveer 900 graden, om leven mogelijk
te maken.
De organische verbinding methaan is
gevonden in de atmosfeer van de planeet HD 189733b bij
de ster, HD 189733, op een afstand van ongeveer 63 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld het Vosje.
De waarnemingen met de spectrometer van de
Hubble hebben ook nog bevestigd dat de atmosfeer
van HD 189733b water bevat, dit was vorig jaar ontdekt met de
infraroodsatelliet Spitzer.
De exoplaneet draait in een krappe baan met een omlooptijd van
twee dagen om zijn ster.

Ster HD 189733
De ster op de foto (in het midden) bevindt zich in het linker deel van het sterrenstelsel Nebula Messier 27.
Methaan, dat bestaat uit waterstof en
koolstof, is de simpelste organische verbinding.
Het komt in veel atmosferen van ons zonnestelsel voor, zoals in
die van Mars en de aarde.
Methaan wordt op de aarde door een groot aantal processen, o.a.
biologische, geproduceerd.
Termieten, moerassen en vee zijn natuurlijke producenten van
methaan.
Het is een bestanddelen van aardgas en een broeikasgas wat tot
milieuproblemen kan leiden.
Onder bepaalde omstandigheden kan methaan
een rol spelen bij chemische reacties
die nodig zijn voor het ontstaan van leven. De ontdekking geldt
als een belangrijke stap
bij het verkennen van nieuwe werelden waar mogelijk leven
voorkomt.
Jongste exoplaneet ontdekt, 5 januari 2007
De exoplaneet, TW Hydrae b, die bij een
zonachtige ster is aangetroffen is de jongste tot nu toe.
Door deze ontdekking wordt duidelijk dat het ontstaan van
gasplaneten plaats vindt door het instorten
van verdichtingen in de protoplanetaire schijf i.p.v. het
condenseren rondom een vaste kern.
De leeftijd van de exoplaneet wordt geschat op 8 tot 10 miljoen
jaar.
Eerdere exoplaneten
waren niet jonger dan 100 miljoen jaar. De aarde is 4,5 miljard
jaar oud.
De schijf is waarschijnlijk nog steeds bezig met het vormen van
nieuwe werelden.
De exoplaneet bevindt zich op een afstand van 180 lichtjaar tot
de aarde,
in de richting van het sterrenbeeld Waterslang, Hydra.

Planeetvorming
De ontdekking laat zien
dat een gasplaneet binnen tien miljoen jaar kan ontstaan,
nog voordat de schijf zijn gas verliest als gevolg van stellaire
winden en straling.
TW Hydrae b is tien keer zo zwaar als Jupiter, een zwaargewicht
onder de planeten en
bevindt zich in het grensgebied tussen een supermassieve planeet
en een kleine bruine dwerg.
Uit de kleine,
regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd
van
de exoplaneet 3,56 dagen is en zijn afstand tot de ster ongeveer
zes miljoen kilometer.
Exoplaneten bij Gliese 581 bewoonbaar? 15 december 2007
Uit onderzoek blijkt dat twee planeten
Gliese 581c en Gliese 581d, uit het planetenstelsel
bij ster Gliese 581, die vermoedelijk rotsachtig van aard
zijn, zich in de leefbare zone van
hun zwakke rode dwergster bevinden, waar zich vloeibaar water aan
het oppervlak kan bevinden.
Er zijn bijna 250 exoplaneten, die rondom
andere sterren draaien bekend.
De meeste hiervan zijn Jupiterachtige gasreuzen, waarvan
bovendien een groot deel
op bijzonder korte afstand tot de moederster staan. De laatste
jaren hebben astronomen
een aantal planeten ontdekt met minder dan 10 aardmassa's, super-aardes
genoemd.
In april 2007 werd de ontdekking bekend
gemaakt van twee nieuwe planeten met een massa
van respectievelijk 5 en 8 aardes bij Gliese 581, een zwakke ster uit de M-klasse (een
rode dwerg).

Gliese 581c en de aarde
Met nieuwe telescopen zal het mogelijk
zijn om de juiste eigenschappen van deze planeten
te bepalen, waaronder de en atmosferische samenstelling.
Dan is men beter in staat om de bewoonbaarheid van een planeet te
achterhalen.
Gliese 581c en Gliese 581d zullen
belangrijke doelen zijn voor toekomstige missies
om aardachtige planeten te zoeken, zoals een gezamenlijke missie
van ESA's Darwin en NASA's Terrestrial Planet Finder.
De Darwin/TPF zal het mogelijk moeten maken om
de atmosferische eigenschappen te bepalen.
Atmosfeer van exoplaneet waargenomen, 5 december 2007
Met behulp van de Hubby-Eberly Telescope
is de atmosfeer waargenomen van een planeet bij
de ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en
zwaarder is dan Jupiter, beweegt
vanaf de aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn
moederster langs.

Hubby-Eberly Telescope
Tijdens de passage schijnt een klein deel
van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de atmosfeer
van de planeet heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van
deze atmosfeer te bepalen.
In juli maakten sterrenkundigen bekend dat ze met de
infraroodsatelliet Spitzer waterdamp in de atmosfeer
van de exoplaneet hadden ontdekt, daar is nu het element natrium
aan toegevoegd.
Het betreft de eerste waarneming van
atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde.
Eerdere waarnemingen vonden vanuit de ruimte plaats.
Planeetvorming in de Plejaden, 15 november 2007
In de Plejaden, het Zevengesternte, de
bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier,
zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten die op de
aarde lijken.
Astronomen ontdekten grote hoeveelheden
warm stof rond de ster HD23514, één van de zwakkere sterren
in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk afkomstig van de
onderlinge botsing van grotere protoplaneten.

Plejaden met ster HD 23514 (rode pijl)
De enorme hoeveelheden stof die hierdoor
zijn ontstaan kunnen in de slotfase een planetenstelsel vormen.
Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons
eigen zonnestelsel hebben plaatsgevonden
en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de maan. De ontdekking werd gedaan met een
gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North
Telescope op Mauna Kea, Hawaï.
De Plejaden bevinden zich op een afstand
van ongeveer vierhonderd lichtjaar en zijn ongeveer honderd
miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop
kan planeetvorming op gang zijn gekomen.
Het warme stof bij de jonge ster HD23514, die veel op de zon lijkt, bevindt zich in een gebied
dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons
eigen zonnestelsel.
Vijfde planeet ontdekt bij ster 55 Cancri, 7 november 2007
Astronomen hebben rond de ster 55 Cancri een vijfde planeet ontdekt.
Net als de vier eerder ontdekte planeten is de vijfde planeet op
indirecte wijze opgespoord.
De planeet is ontdekt met de Doppler techniek. Door haar
zwaartekracht, trekt de planeet
aan haar begeleidende ster, waardoor deze een beetje van plaats
verschuift.
Deze beweging kan door de moderne
telescopen worden waargenomen.
Hieruit kan men dan indirect de aanwezigheid van begeleiders bij
een ster aantonen.
De planeet is ongeveer 45 keer zo zwaar
als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri.
De ster bevindt zich 41 lichtjaar van ons vandaan en heeft bijna dezelfde massa en
leeftijd als onze zon.
De zonachtige ster 55 Cancri is wat ouder, koeler en lichtzwakker
dan onze zon
en bevindt in de richting van het sterrenbeeld Kreeft.

Exoplaneet bij ster 55 Cancri
Hij bevindt zich in de leefbare zone, de
gordel om de ster waar de temperatuur geschikt
is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. De afstand tot 55
Cancri bedraagt 116,7 miljoen km
(onze aarde staat 150 miljoen km van de zon).
Waarschijnlijk heeft de planeet geen vast oppervlak, qua
samenstelling en uiterlijk lijkt zij op Saturnus.
Of er manen om de planeet draaien, is niet
bekend. Het bijzondere aan het planetenstelsel
van 55 Cancri is, dat er veel planeten zijn, maar ook dat de
meeste in cirkelbanen om hun ster draaien.
Ze vallen alle vijf in de categorie reuzenplaneten of gasreuzen.
Drie staan zeer dicht bij hun moederster
en één op een veel grotere afstand.
De kleinste (en binnenste) heeft een vergelijkbare massa als
Neptunus, draait in 3 dagen rond de ster
en de grootste (en buitenste) vier keer zwaarder is dan Jupiter,
draait in 14 jaar rond.
Zwart gat met recordmassa, 1 november 2007
Astronomen hebben met de Chandra X-ray
Observatory en de Swift een zwart gat met een recordmassa
ontdekt in het nabije dwergsterrenstelsel IC 10 op een afstand van 1,8 miljoen lichtjaar van de aarde.
Het stellaire gat heeft een massa van 24 tot 33 keer de zon, is kilometers breed en verbreekt daarmee
het oude record van enkele weken geleden, want toen maakten
sterrenkundigen de ontdekking
van een stellair zwart gat met een massa van 16 zonnen in het
sterrenstelsel M33 bekend.
Stellaire gaten ontstaan als een ster met
een explosie sterft. Als de ster zwaar genoeg is kan
een zwart gat overblijven. Dit is een zwaar compact object, dat
zo'n grote aantrekkingskracht
heeft dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen.

Enorm zwart gat
Belangrijk is dat er een hete ster om het
zwarte gat heen draait, die materie overdraagt.
Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij
röntgenstraling uit, omdat de ster
vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes
bedekt, waardoor
de röntgenhelderheid daalt, kan zijn omlooptijd worden
vastgesteld.
Er zijn ook superzware zwarte gaten, die
op een andere manier ontstaan en miljoenen keren
groter zijn dan de stellaire zwarte gaten. Maar een middelgroot
zwart gat, is nog nooit gevonden.
HIFI gaat water zoeken in het heelal, 13 september 2007
Het Nederlandse ruimteonderzoeksinstituut
SRON ontwikkelde Heterodyne Instrument
for the
Far Infrared, HIFI
en is klaar om ingebouwd te worden in de ruimtetelescoop Herschel
van de ESA.
Vanaf een punt op anderhalf miljoen
kilometer van de aarde gaat Nederlandse ruimtetechnologie
de aanwezigheid van water in kaart brengen in de verste uithoeken
van het heelal.
De lancering is gepland in de tweede helft (juli) van volgend
jaar. Herschel wordt
met zijn spiegeldoorsnede van 3,5 meter de grootste telescoop in
de ruimte.
HIFI gaat als één van
de drie wetenschappelijke instrumenten op Herschel straling
analyseren uit het
heelal met een golflengte tussen infrarood en radiostraling in.
Waarnemingen in dit golflengtegebied
zijn echter belangrijk omdat veel koele objecten in het heelal
alleen hierin waarneembaar zijn.
Ook veel atomen en moleculen verraden zich via hun
spectraallijnen in dit golflengtegebied.
Zo kunnen astronomen allerlei
eigenschappen daarvan te weten komen, zoals hun chemische
samenstelling, temperatuur en snelheid. Ook watermoleculen, die
in vele processen in het heelal
een sleutelrol vervullen, hebben spectraallijnen in dit deel van
het elektromagnetische spectrum.
Omdat deze straling alleen vanuit de
ruimte goed is te bestuderen en HIFI het eerste
instrument is
dat dit gaat doen, zijn de verwachtingen hooggespannen. HIFI
zal vooral veel leren over de aanwezigheid
van moleculen in het heelal. Een belangrijk zichtbaar molecuul is
water. Veel astronomen zien de
aanwezigheid van water als een belangrijke voorwaarde voor het
ontstaan van leven in het heelal.
Onderzoek met HIFI gaat wereldwijd veel
informatie opleveren over het ontstaan van en planeten.

HIFI
Tot aan de lancering van Herschel volgt
nog een traject van samenbouw met de satelliet en vooral testen.
Dat gebeurt onder andere op de triltafel en in de Large Space
Simulator van ESTEC, waar Herschel en HIFI
blootgesteld worden aan het geweld dat bij lancering optreedt en
aan de omstandigheden in de ruimte.
De ontwikkeling van HIFI
heeft meer dan 15 jaar geduurd. Het is het meest complexe en
kostbaarste
ruimtevaartproject dat ooit onder Nederlandse leiding gebouwd is.
De kosten, rond de 200 miljoen euro,
zijn gedurende de ontwikkelingstijd bijeengebracht door de 23
instituten, waaronder NASA en uit 11
verschillende landen die aan de bouw van HIFI
hebben meegewerkt.
Nederland heeft ongeveer 60 miljoen euro bijgedragen.
HIFI is geen instrument
dat zoals de Hubble Space Telescope, fraaie opnamen van hemellichamen maakt.
Hij splitst de ontvangen straling uiteen tot een spectrum dat
gedetailleerd wordt geanalyseerd.
Het grootste deel van HIFI bevindt zich in een
reusachtige thermosfles met 220 liter supervloeibaar helium.
Die zorgt ervoor dat het instrument een constante temperatuur
heeft van slechts enkele graden boven
het absolute nulpunt en niet overstraald wordt door de warmte van
de satelliet en het instrument zelf.
Superholte in heelal ontdekt met doorsnede van een miljard lichtjaar, 26 augustus 2007
Op ongeveer acht miljard lichtjaar afstand
van de zoals de aarde is een gigantische holte in het heelal
ontdekt, in de richting van het sterrenbeeld Eridanus, ten
zuidwesten van Orion.
Het gaat om een gebied met een doorsnede van ongeveer een miljard
lichtjaar
waarin vrijwel geen normale materie zoals sterrenstelsels en gas
voorkomen.
Ook bevat de superholte geen grote
hoeveelheden intergalactisch gas of donkere materie.
Het bestaan van zulke enorm uitgestrekte lege gebieden is
moeilijk te verklaren
met de huidige theorieën over de ontwikkeling van het heelal.
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat het heelal vol zit met
leegtes,
maar nog nooit is er zo'n grote leegte ontdekt.

Superholte in heelal
De ligging van de superholte aan de hemel
komt overeen met een relatief koel gebied in
de hemelkaart van de kosmische achtergrondstraling. Deze WMAP
Cold Spot, genoemd
naar de Wilkinson Microwave Anisotropy
Probe waarmee de achtergrondstraling in kaart
is gebracht, ontstaat waarschijnlijk doordat fotonen van de
achtergrondstraling
een beetje energie verliezen tijdens hun lange reis door het lege
gebied.
Data van een radiotelescoop en een
satellietmissie toonde aan dat het aantal
sterrenstelsels flink daalde in de buurt van het sterrenbeeld
Eridanus, ook is
het gebied blauw op de kaart van de kosmische achtergrondstraling.
De achtergrondstraling vanuit Eridanus is koeler dan vanuit de
andere sterrenbeelden.
LISA Pathfinder, 9 augustus 2007
ESA en NASA gaan samen werken aan de LISA
Pathfinder, Laser Interferometer
Space Antenna,
deze moet als één van de eerste zwaartekrachtgolven gaan
onderzoeken.
Zwaartekrachtgolven zijn zeer kleine
verstoringen in de ruimtetijd, deze zwaartekrachtgolven ontstaan
door bijvoorbeeld een klein dubbelstersysteem van twee
neutronensterren in ons melkwegstelsel en veroorzaken
volgens de theorie variaties van de afstand tussen de
testmassa’s in de orde van een paar duizendste nanometer.
Dit is de voorspelde Einsteins
relativiteitstheorie, maar ze zijn
nog nooit waargenomen.
Onderzoekers gaan dat nu onderzoeken door zeer kleine verschillen
te meten in de afstand
tussen testmassa’s die op vijf miljoen kilometer van elkaar
vliegen.
De testmassa’s bevinden zich in een opstelling van drie
satellieten.

LISA Pathfinder
Deze ruimtesonde moet ze vanuit een baan
om de zon gaan onderzoeken met behulp van moderne technologieën.
Het ontwikkelen van de LISA Pathfinder begon in
2002 en de ruimtesonde moet rond 2010 gelanceerd worden
is de voorloper van de Laser Interferometer
Space Antenna, LISA,
die omstreeks 2017
de ruimte in moet gaan en ook om onder andere de ruimte-interferometrietechnieken
te laten zien.
Op exoplaneet Gliese 581c is misschien water, 14 juni 2007
De kans dat er op de exoplaneet Gliese 581c
vloeibaar water en leven is wordt groter, omdat de temperatuur
gunstig is.
In april 2007 werd de ontdekking van deze aardachtige exoplaneet
bekend gemaakt.
De exoplaneet draait om de ster Gliese 581 en bevat mogelijk vloeibaar water en
misschien leven.
Tijdens zes weken onderzoek met de
Canadese satelliet MOST blijkt dat de rode dwergster Gliese 581
vrijwel
geen variaties in helderheid laat zien. Er zijn geen flinke
pieken en dalen.
Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en
energierijke uitbarstingen, wat ongunstig is voor
de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet, deze
bezwaren lijken bij ster Gliese 581 niet op te gaan.
Waarmee nog niet gezegd is dat er op de exoplaneet Gliese 581c
inderdaad iets leeft.

Exoplaneet Gliese 581c en rode dwergster Gliese 581
Het onderzoek geeft ook aan, dat de ster
vrij oud is en zich al geruime tijd op deze plek bevindt.
Mogelijk hebben de exoplaneten rondom deze ster een leeftijd van
enkele miljarden jaren, waardoor eventueel leven zich
misschien verder heeft ontwikkeld. Op aarde duurde het ongeveer 3,5 miljard jaar voordat leven
zich complex ging ontwikkelen.
Andromedastelsel laat melkwegstelsel verdwijnen, 15 mei 2007
Door de uitdijing van het heelal beweegt
bijna ieder sterrenstelsel van ons af, alleen het Andromedastelsel of M31
beweegt met een snelheid van 120 kilometer per seconde naar ons
toe.
Uiteindelijk zullen het melkwegstelsel en het Andromedastelsel over ongeveer 2 miljard
jaar met elkaar in botsing komen,
maar het zal geen frontale botsing worden en wat gebeurt er met
de zon en aarde?

Melkwegstelsel

Andromedastelsel
Bij de eerste dichte nadering van het
Andromedastelsel zal de melkweg geheel uiteenvallen.
We krijgen dan een bolvormig centraal deel te zien van een
elliptische sterrenstelsel, de bekende zijaanblik
van ons melkwegstelsel tijdens donkere nachten aan de hemel zal
dan niet meer te zien zijn.
Beide sterrenstelsels zullen eerst over 2
miljard jaar een aantal rondjes om elkaar heen draaien.
Er is een kans van 12% dat het zonnestelsel de melkweg wordt
uitgeslingerd en deel uit gaat maken van
een lange getijdenstroom of een kleine kans, 3%, dat het zonnestelsel deel uitmaakt van Andromeda.
Bij het ontstaan van het zonnestelsel 4.7
miljard jaar geleden, was de afstand tussen de melkweg
en Andromeda 4,2 miljoen lichtjaar. Deze afstand is nu 2.6 miljoen lichtjaar.
Aardachtige exoplaneet ontdekt, 25 april 2007
Europese wetenschappers hebben buiten ons zonnestelsel een planeet ontdekt die op de aarde lijkt, vermoedelijk met een
gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 40 graden Celsius, op het
rotsachtige hemellichaam zou dus water (leven) kunnen zijn.
Maar het kan ook zijn dat deze exoplaneet voornamelijk uit gas
bestaat en op Uranus of Neptunus lijkt.
De nieuwe planeet is anderhalve keer
groter dan de aarde en is ongeveer drie tot vijf keer massiever
en krijgt
de naam Gliese 581 C, vernoemd naar de ster Gliese 581, dit is een rode dwergster in het
sterrenbeeld Weegschaal
op een afstand van 20,5 lichtjaar bij ons vandaan.
Gliese 581 C is de kleinste exoplaneet die
tot nu toe is ontdekt.
De planeet draait vijftien keer dichter om zijn ster dan de aarde
om de zon. Een jaar op Gliese 581 C
duurt maar 13 aardse dagen (rondje om zijn ster), de afstand tot
Gliese 581 is minder dan elf miljoen kilometer.
In ons zonnestelsel is het op die afstand
gloeiend heet, maar Gliese 581 is een rode dwergster en straalt
veel minder warmte uit dan onze zon.
Twee jaar geleden werd heel dicht bij deze ster al een gasplaneet
(Jupiter) ontdekt met een massa van ruim 15 keer die van de aarde
en er zijn ook tekenen van een derde planeet met een massa van 8
keer die van de aarde, maar deze ligt buiten de leefbare zone.
Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is
in de leefbare zone van een ster.
Sinds 1995 zijn buiten ons zonnestelsel 227 planeten ontdekt. De
meesten zijn gasreuzen (Jupiter) waar geen leven is.

Ster Gliese 581
Computermodellen voorspellen dat paneet
Gliese 581 C of een rotsachtige planeet is (zoals de aarde) of
een waterwereld
en is ontdekt met behulp van een telescoop van het European
Southern Observatory (ESO) in Chili, met de gevoelige
spectrograaf
(het HARP instrument) op de 3,6-meter telescoop. Zelf kunnen de
astronomen de ster niet zien.
Voor hun ontdekking gebruikten zij een zeer gevoelig instrument
dat kleine schommelingen meet in de snelheid van de ster,
veroorzaakt door de zwaartekracht van een planeet, met de wiebel-techniek
werd de grootte en massa van de planeet bepaald.
Een ster wordt heel vaak beïnvloed door de zwaartekracht van een
naburige planeet.
Zonder water geen leven, maar ook
uitbarstingen van sterrenvlammen kunnen dat onmogelijk maken.
Die sterrenvlammen kunnen juist bij een rode ster veel voorkomen.
Planeten zijn, als ze dichtbij een ster
staan, vaak met één zijde naar hun ster gekeerd.
Dan kan één kant heel koud zijn en een andere heel heet, dit
zorgt voor rare effecten.
Het duurt nog wel een jaar of tien voor er meer duidelijk wordt
over de planeet bij ster Gliese 581.
Want daar zijn nieuwe satellieten en technieken voor nodig.
Water ontdekt op exoplaneet, 10 april 2007
Astronomen hebben voor het eerst de
aanwezigheid van water aangetoond in de atmosfeer van een
exoplaneet bij een andere ster
dan de zon. Het is geen vloeibare vorm, maar waterdamp in de
atmosfeer van de exoplaneet HD209458b rond de ster HD209458.
Deze Jupiter-achtige reuzenplaneet,
ontdekt in 1999, draait in een kleine omloopbaan op een afstand
van
7 miljoen kilometer rond de ster. Tot de aarde is de afstand 150 lichtjaar.
Vanaf de aarde zien we de baan van opzij, waardoor de exoplaneet
elke paar dagen voor de ster langs beweegt.

Water ontdekt op exoplaneet HD209458b
Het water werd ontdekt toen de planeet
voor de ster langs draaide. Vanaf de aarde kunnen wij dit niet
visueel zien,
omdat de planeet daarvoor te klein en te lichtzwak is, maar we
zien wel de spectra van de ster en de exoplaneet.
Wanneer de exoplaneet voor de ster langs draait, versterkt de
waterdamp in de atmosfeer het infrarode licht van de ster.
Het infrarode licht wordt naar de aarde gestuurd, wat dan een
afdruk van de waterdamp laat zien.
Ook al bestaat de atmosfeer van de
exoplaneet uit water, leven zoals wij dat kennen is onmogelijk op
HD209458b.
De exoplaneet verliest ook iedere seconde 10.000 ton gas door de
hitte en aantrekkingskracht van de ster.
Rosetta maakt opname van Mars, melkweg en planetoïde Lutetia, 28 januari 2007
De ruimtesonde Rosetta heeft mooie foto's gemaakt van Mars, de melkweg en de planetoïde Lutetia.
De Europese ruimtesonde, die in 2014 aankomt bij de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko,
fotografeerde gedurende 36 uur de verschillende objecten met de
OSIRIS
(Optical, Spectroscopic and Infrared Remote Imaging System)
camera.

Planetoïde Lutetia
Rosetta begon met het
fotograferen van de planetoïde op 2 januari 2007.
Lutetia bevond zich op een afstand van 245 miljoen kilometer bij
de ruimtesonde vandaan.
De planetoïde is één van de twee onderzoeksobjecten van
Rosetta tijdens de reis naar de komeet 67P.
De andere planetoïde is 2867 Steins, deze wordt in september
2008 onderzocht, Lutetia pas in 2010.

Rosetta maakt opname van Mars en melkweg
Op 3 december 2006 een mooie
foto gemaakt van Mars (boven het midden) en de melkweg,
Mars is overbelicht is, waardoor de planeet omringd wordt door
een halo.
Tijdens de nadering van Mars
zal de zwaartekracht op 25 februari, flyby, gebruikt worden om
Rosetta af te remmen, in november van dit jaar zal dat nog eens
bij de aarde gebeuren.
Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid
te geven.
Vijf nieuwe exoplaneten ontdekt, 4 oktober 2006
De Hubble Space Telescope heeft vijf exoplaneten ontdekt, die tot een nieuwe
klasse van
Ultra-Hete Jupiters behoren, Ultra Short Period Planets of
USPP’s.
De vijf exoplaneten bevinden zich in de centrale midden van onze melkweg,
op een afstand van 26.000 lichtjaar.
In het centrum van de melkweg heeft men ook nog elf gewone
exoplaneten gevonden.

Nieuwe Exoplaneten (kleine rondjes)
Er zijn al meer dan 200 exoplaneten
ontdekt, de meeste bevinden zich op een afstand van
enkele duizenden lichtjaren van de zon en door de ontdekking van deze zestien planeten
op grote afstand, kan men een betere schatting maken van het
totaal aantal planeten in de melkweg.
Als je de zestien exoplaneten naar de gehele melkweg omrekent,
kom je uit op
zes miljard exoplaneten, die ongeveer de massa van Jupiter hebben.
De exoplaneten draaien zo snel om hun ster, dat hun omlooptijd korter is dan een dag,
ongeveer 10 uur.
De onderzoekers vonden de planeten door afwijkingen te meten in
de lichtsterkte van de sterren
waar zij omheen draaien. De kortste omlooptijd die tot nu toe was
vastgesteld bedroeg 1,2 tot 2,5 dagen.
De meeste bekende exoplaneten bestaan uit
gas en hebben ongeveer de omvang van Jupiter.
Ze staan alleen veel dichter bij hun ster dan Jupiter bij de zon
en zijn dus veel heter.
Dat geldt ook voor de nu ontdekte exoplaneten, die echter
afwijken door hun hele korte omlooptijd.
Drie exoplaneten ontdekt die op Neptunus lijken, 19 mei 2006
Europese astronomen hebben met de 3,6
meter telescoop in La Silla op Chili, drie nieuwe exoplaneten en
een planetoïdengordel ontdekt rond de ster HD 69803, deze ster is vanuit het zuidelijk
halfrond nog net
zichtbaar met het blote oog, op een afstand van 41 lichtjaar bij de aarde vandaan, in het sterrenbeeld Puppis.
De planetoïdengordel is met de Spitzer Space Telescope, infraroodsatelliet, waargenomen.
De binnenste planeet is waarschijnlijk
rotsachtig, terwijl de buitenste van de drie, de eerste planeet
is,
die het meest op Neptunus lijkt en zich in de leefbare zone rond
de ster bevindt.
Onze aarde bevindt zich in de leefbare zone rond onze zon.
De leefbare zone is de zone waarin water
in vloeibare vorm aangetroffen zou kunnen worden
op het oppervlak van een planeet. Venus en Mars vallen er net buiten.

Ster met de drie planeten
De astronomen bestudeerden de ster
gedurende meer dan twee jaar.
Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen, het bestaan
ervan wordt afgeleid uit kleine, regelmatige
verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830,
die duiden erop dat de ster heen en weer wordt
getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden
van 8,67, 31,6 en 197 dagen.
De drie exoplaneten bevinden zich dichter
bij de ster, dan de aarde bij onze zon.
Hun massa's zijn minimaal 10, 12 en 18 keer de massa van de aarde.
Sinds de ontdekking van de eerste
exoplaneet in 1995 zijn er al ongeveer 180 planeten gevonden
rondom
andere sterren. Meer dan 40 van deze exoplaneten liggen in
systemen die bestaan uit twee of meer planeten.
De buitenste planeet heeft waarschijnlijk
een rotsachtige kern heeft en een waterige laag eromheen,
maar de planeet heeft waarschijnlijk een dikke gasachtige
atmosfeer. Op het water ontstaat dan een hoge druk,
waardoor de temperatuur op kan lopen tot boven de 1.000 Kelvin.
Hierdoor is leven bijna onmogelijk.
Eenvoudige techniek neemt exoplaneet waar, 18 mei 2006
Een team van professionele en amateur-astronomen,
die met behulp van eenvoudige apparatuur werkt,
heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord.
Het gaat om planeet XO-1b, ter grootte van Jupiter, die in 4
dagen rond een zonachtige ster draait.

XO-1b, Exoplaneet
XO-1b bevindt zich op een afstand van 650 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Corona Borealis.
Bij elke overgang van XO-1b dooft het licht van de ster met zo'n
2%, XO-1b is de tiende exoplaneet,
die werd gevonden met de transit-methode, deze methode neemt waar,
als een planeet in een baan rond een ster,
de helderheid van de ster vermindert, wanneer de planeet voor de
ster schuift.
De vermindering van de helderheid is klein,
maar groot genoeg om waarneembaar te zijn hier op aarde.
De ontdekte planeet is tot XO-1b omgedoopt en beweegt zich rond
de ster XO-1, ook wel bekend als
GSC 02041-01657, deze ster lijkt veel op onze eigen zon.
De massa van XO-1b is ongeveer 0,9 Jupitermassa's en de doorsnede
ligt tussen 170.000 en 200.000 kilometer.
Het team maakt gebruik van de
geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker,
die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere
standaardcomponenten bestaat.
Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in
de gaten gehouden,
om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige
helderheidsveranderingen vertonen.

XO-telescoop
Dubbele helixachtige nevel gevonden, 15 maart 2006
Met de Spitzer Space Telescope zijn opnamen gemaakt van een gasnevel in de buurt
van het centrum van
het melkwegstelsel, de dubbele helix heeft een lengte van 80 lichtjaar en lijkt erg op de vorm een DNA-molecule.
De nevel bevindt zich op
ongeveer 300 lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in het centrum van
het melkwegstelsel en heeft zijn vorm te danken aan een sterk
magnetisch veld dat vast zit aan
de schijf van hete materie, die het zwarte gat omringd.

Dubbele helixnevel
Deze schijf draait eenmaal in
de 10.000 jaar in het rond
daarbij worden zijn magnetische veldlijnen als elastiekjes
opgewonden.
We zien eigenlijk twee
gaszuilen die om elkaar lopen, zoiets heeft nog niemand gezien.
De meeste nevels zijn of spiraalstelsels vol met sterren of een vormloze samenklontering, bestaande uit gas
en stof.
De aarde bevindt zich op een afstand van 25.000 lichtjaar
bij het zwarte gat vandaan.
Ons Melkwegstelsel en Andromedanevel zijn op vergelijkbare wijze ontstaan, 28 februari 2006
Waarnemingen met de Keck-2 telescoop, van de bewegingen en metaalgehaltes van
tienduizend sterren in de Andromedanevel
duiden erop dat dit nabije sterrenstelsel ongeveer dezelfde
voorgeschiedenis heeft als ons eigen melkwegstelsel.
Uit het onderzoek blijkt
namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel, de halo waar
zich minder sterren bevinden,
van de Andromedanevel metaalarm zijn, dit betekent dat ze weinig
elementen zwaarder dan helium bevatten.
Dat is enigszins verrassend,
omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo
van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren.

Andromedanevel
Sterren die zich dichter in
het centrum van de Andromedanevel bewegen, zijn van latere datum
en metaalrijker.
Met metalen bedoelen sterrenkundigen alle elementen zwaarder dan
helium, ook al zijn veel van die elementen
scheikundig gezien helemaal geen metalen (zuurstof, stikstof,
silicium).
Doordat beide sterrenstelsels
in dit opzicht veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op
vergelijkbare wijze zijn ontstaan.
Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo’s
van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot
vier miljard jaar na de oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben
ingevangen.
Zowel de Andromedanevel als
ons melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer
tweehonderd kleinere sterrenstelsels en sterren van oorspronkelijke melkwegstelsels
hebben opgeslokt.
Wegvliegende sterren, 27 januari
2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer twee sterren ontdekt die zo snel door het melkwegstelsel
bewegen dat ze uiteindelijk de ruimte, buiten ons melkwegstelsel,
in zullen vliegen.
Ze hebben snelheden van ruim 1,5 miljoen
kilometer per uur.
De sterren bevinden zich in de richting van de sterrenbeelden
Grote Beer en Kreeft.

Supersnelle ster in de melkweg
In 2005 werden ook al drie van deze
supersnelle sterren ontdekt.
Naar schatting moet het melkwegstelsel ongeveer duizend van zulke
wegvliegende sterren bevatten.
Op 9 november 2005 is ook zo'n supersnelle ster in de Grote Maegelhaense Wolk ontdekt.
Vermoedelijk worden ze versneld in de kern
van het melkwegstelsel, wanneer een dubbelster op korte afstand
langs een andere ster beweegt, of langs het superzware zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel.
De sterren van zo’n dubbelster worden
in deze situatie van elkaar gescheiden,
de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt
weggeslingerd.
De sterren hebben de centrale schijf van
onze melkweg, die 120.000 lichtjaar in doorsnede is,
inmiddels verlaten, maar bevinden zich nog wel in de bolvormige
halo van onze melkweg,
die zich in alle richtingen vanaf de kern van de melkweg 300.000
lichtjaar uitstrekt.
Ze zullen de melkweg uiteindelijk verlaten.
Exoplaneet ontdekt, 26 januari
2006
De ESA heeft een exoplaneet ontdekt die op de aarde lijkt,
de planeet is 5,5 keer zo zwaar als de aarde.
De planeet draait in een vrij wijde baan, in ongeveer 10 jaar
rond een koele rode dwergster.
De rode dwergster waar de planeet omheen
draait, is vijf keer minder helder dan onze zon,
dat betekend in combinatie met de afstand, die ruim 2 keer zo
groot is als de afstand tussen
de aarde en de zon, dat het op de planeet zeer koud is, ongeveer
-220 °C.
De exoplaneet is ontdekt op 10 augustus
2005, heeft waarschijnlijk een dunne atmosfeer en is mogelijk
bedekt met een dikke rotsachtige ijslaag en bevroren oceanen.
De afstand tussen de planeet en de rode dwergster is ongeveer 400 miljoen kilometer.

Exoplaneet
De nieuwe planeet heet voorlopig OGLE-2005-BLG-390Lb
en is de lichtste exoplaneet die tot nu toe ontdekt is.
Als de planeet in ons zonnestelsel gezet zou worden, zou hij zich ongeveer op de plek
van de planetoïdengordel bevinden, tussen Mars en Jupiter.
Tien jaar geleden werd de allereerste
exoplaneet gevonden, inmiddels staat de teller op ruim 160,
maar er werd nog nooit een planeet gevonden die zoveel op onze
aarde lijkt.
De planeten die bij andere sterren zijn
ontdekt, bestaan meestal uit gas, zoals Jupiter of Neptunus.
Deze planeet is de eerste die een vast oppervlak heeft, maar
doordat het er zo koud is, is er geen leven.
De ster waar de exoplaneet omheen draait,
staat in de buurt van het centrum van ons melkwegstelsel,
op een afstand van ongeveer 25.000 lichtjaar van de aarde.

Centrum melkwegstelsel
De planeet werd gevonden met een techniek
die microlensing wordt genoemd, in dit geval werd het licht
van een ver weg gelegen ster gebruikt om een object tussen die
ster en de aarde zichtbaar te maken.
Het object in het midden buigt door zijn
zwaartekracht het licht van de verre bron af, dit wordt feller en
daarna
zwakt het weer af, hierdoor kon de exoplaneet ontdekt worden, die
zelf niet te zien is.
Dit is gebaseerd op de theorie van Albert Einstein in 1915 voorspelde.
Uit nauwkeurige waarnemingen door deze
microlensing, verricht door telescopen over de wereld, PLANET,
en European Southern Observatory, kon de aanwezigheid, de baan en
de massa van de planeet berekend worden.
Volgens de ESA is het de eerste keer dat een systeem ontdekt
wordt,
dat voldoet aan de kenmerken van een zonnestelsel.
Twee ruimtemissies gaan de komende tijd het onderzoek naar aardachtige exoplaneten voortzetten.
Eind dit jaar wordt door de NASA de missie Corot gelanceerd, waar ESA aan meewerkt.
Die zoekt vooral naar planeten die een paar keer groter zijn dan
de aarde.
De Corot zal naar verwachting in juni
gelanceerd worden en blijft in de buurt van de aarde.
Hij krijgt een telescoop van 30 centimeter in doorsnede, die erop
wordt gemaakt om te zien wanneer
een planeet voor een ster langs trekt.

Corot telescoop
Bij ESA start de missie Darwin.
Vier ruimtetelescopen werken in die missie
samen om planeten op te sporen,
die net zo groot zijn als onze aarde en niet al te ver weg staan.
Darwin zoekt bij ongeveer duizend sterren in onze buurt naar exoplaneten met een atmosfeer en tekenen van leven.

Darwin telescoop
Centrum
melkwegstelsel, 14 januari 2006
Op een infrarode mozaïekfoto gemaakt door de Spitzer Space Telescope
is het centrum van ons melkwegstelsel te zien.
Het is de scherpste foto die ooit is gemaakt van onze melkweg.

Centrum melkweg
Op de foto zijn voornamelijk
oude sterren te zien en honderdduizenden wolken van heet stof en
gas
die oplichten door jonge, massieve sterren.
Onze zon bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van het centrum vandaan.
De zon doet 225 miljoen jaar over een rondje om het centrum van
de melkweg.
Sinds haar ontstaan heeft de zon al 20 rondjes afgelegd.
Op 20 december 2005 is er met de Keck-2 telescoop ook een opname gemaakt van het centrum.
Perseus-spiraalarm,
27 december 2005
Uit waarnemingen met de VLBA hebben radioastronomen ontdekt dat de Perseus-spiraalarm
van het melkwegstelsel, buiten de baan van de zon, veel minder
ver van de aarde
verwijderd is, dan uit eerdere onderzoeken was gebleken.
Het vaststellen van het melkwegstelsel is niet eenvoudig, omdat we er middenin zitten.

Perseus-spiraalarm en de zon
Op basis van bewegingen van sterren in de Perseus-spiraalarm was een afstand van 14.000
lichtjaar geschat.
De nieuwe VLBA waarnemingen hebben een afstand geschat van
slechts 6400 lichtjaar.
Centrum
melkwegstelsel, 20 december 2005
Astronomen hebben met behulp van de Keck-2 telescoop een vrij scherpe
infraroodopname gemaakt van het centrum van het melkwegstelsel.

Het centrum van het melkwegstelsel is aangegeven door een
kruis
In het midden van de opname
is het nevelige centrum van het melkwegstelsel te zien,
dicht in de buurt van het superzware zwarte gat.
2 november 2005
Superzwaar zwart gat in de melkweg.
De VLBA heeft duidelijke waarnemingen gemaakt van de kern van de melkweg.
De Very Long
Baseline Array, afgekort VLBA
zijn 10 radiotelescopen
die aan elkaar gekoppeld, verspreid staan over de Verenigde
Staten.
Met deze waarnemingen
ontdekten radiosterrenkundigen een superzwaar zwart gat.
Dit zwarte gat heeft een massa van bijna 4 miljoen keer de massa
van de zon.
In de omgeving van het zwarte
gat wordt sterke radiostraling opgewekt.
Deze bron werd ontdekt in 1974 en sindsdien aangewezen als
mogelijk zwart gat van de melkweg.
De bron van deze straling is
Sagittarius A en heeft hoogstens de afstand van de aarde tot de zon.
De afstand van de aarde tot het zwarte gat is ongeveer 26.000 lichtjaar.

Sagittarius A, de witte bol is het zwarte gat
Door gebruik te maken van de Very Long Baseline Array kon de afmeting bepaald worden.
De astronomen deden hun VLBA-waarnemingen
aan het melkwegstelsel in november 2002.
De conclusie is dat Sagittarius A zo goed als zeker een
superzwaar zwart gat is.
Nieuwere nog betere
waarnemingen moeten Sagittarius A dan laten zien als een
schaduwschijfje
met een heldere ring eromheen.
Zo'n waarneming zou het zwarte gat in het centrum van de melkweg dan eindelijk rechtstreeks aantonen.
1 november 2005
De FUSE heeft ontdekt dat de reuzenster Eta Carinae een dubbelster is.
Het is één van de zwaarste
sterren van het melkwegstelsel, die op het punt staat zijn leven
in een krachtige supernova-explosie te beëindigen.

Gaswolken van Eta Carinae gefotografeerd door de Hubble
De afgelopen jaren vermoedden
de astronomen al een begeleider die in
5½ jaar in een baan om de ster heen draait.
De FUSE heeft nu de
ultraviolette straling van een witte dwerg waargenomen
die om Eta Carinae heen draait.
De twee sterren produceren
beiden een krachtige sterrenwind van elektrisch geladen deeltjes
en waar die met elkaar in botsing komen ontstaat
elektromagnetische straling, dit is röntgenstraling.
17 september
2005
Onze melkweg heeft een grotere balkvorm in het midden (het oog),
dan verwacht.
Deze conclusie trokken
Amerikaanse astronomen uit infrarood beelden
van de Spitzer-telescoop.

Balkspiraal
De balk bestaat uit oude,
rode sterren en is ongeveer 27 duizend lichtjaar lang.
Hij staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de zon en
het midden van de melkweg.
Dit betekent dat we in een sterrenstelsel leven met een ongewone vorm.
Mercurius staat het
dichtst bij de zon.
Op Pluto na is het de kleinste planeet.
Mercurius is een kale,
droge planeet vol inslagkraters en lijkt op onze maan.
De doorsnede van Mercurius is 4880 kilometer.
Mercurius heeft een
magnetisch veld, wat je niet zou verwachten bij zo'n kleine
planeet.
Dit wijst erop dat Mercurius een kern heeft van gesmolten ijzer.
Het magnetisch veld werd
ontdekt door de ruimtesonde Mariner 10, die in 1974 en 1975
langs Mercurius vloog op een afstand zo groot als die tussen de aarde en de maan.
De samenstelling van de atmosfeer:
Mercurius heeft geen manen en is sinds de vroegere oudheid bekend.
De zon lijkt er wel drie
keer zo groot als bij ons.
De gemiddelde afstand vanaf de zon is 58 miljoen kilometer.

Mercurius
Overdag is het er erg
heet, gemiddeld 400°C (700 Kelvin), ’s nachts daalt de temperatuur sterk tot -183°C
(90 Kelvin).
De zon schijnt er 11 keer zo sterk als op aarde.
Mercurius draait om zijn
as in 58 dagen, 15 uur en 30 minuten en om de zon in 88 dagen.
Een jaar op Mercurius duurt veel korter dan op aarde.
Een dag duurt echter
twee jaar, dit komt doordat Mercurius in dezelfde richting draait
als de zon
en langzaam om haar as draait, zodat één kant lang naar de zon
is gericht.

MESSENGER vliegt langs Mercurius, 29 september, 2009
Om 23.55 uur vanavond vliegt MESSENGER op een afstand van 230 kilometer langs Mercurius.
Deze manoeuvre is de derde
en laatste die nodig is
om de ruimtesonde de juiste koers en snelheid
te geven om op 18
maart 2011, in een baan om de planeet te kunnen worden gebracht
Net als
bij de twee vorige vluchten worden ongeveer 1500 opnamen
van het oppervlak gemaakt
en wordt de extreem ijle
atmosfeer onderzocht.


Op Mercurius heeft een inslagbekken de naam
gekregen van de schilder Rembrandt van Rijn.
Het
inslagbekken is ontdekt op 6 oktober 2009, heeft een doorsnede van
715 kilometer en is bijna 4 miljard jaar oud. Bijna alle kraters en andere
oppervlaktestructuren
zijn genoemd naar
schrijvers, componisten en beeldend kunstenaars.

Inslagbekken Rembrandt op Mercurius
De grootste inslagstructuur is
het Caloris-bekken, met een doorsnede van 1550 kilometer,
dit is bijna 1/3 van de doorsnede van Mercurius en is ontdekt op opnamen in 1974 en 1975
gemaakt door Mariner 10. Net als Beethoven (625 kilometer) en Tolstoj
(510 kilometer),
hun bodembekkens bestaan uit gestolde lavavlakken.
Sommige sterrenkundigen denken
dat de hoge soortelijke dichtheid van Mercurius veroorzaakt
is door inslagen, waarbij de buitenste delen van de mantel in de ruimte
zijn geslingerd,
terwijl de veel zwaardere mantel intact bleef.
Op Mercurius krijgen vijftien kraters, die in beeld zijn
gebracht door de MESSENGER,
een officiële naam van de Internationale Astronomische Unie.

Mercurius met namen
Kraters
op Mercurius krijgen
namen van schrijvers, componisten en beelden kunstenaars.
In april werden al kraters op Mercurius benoemd. De anderen zijn
vernoemd naar
de Spaanse kunstenaar, schilder Salvador Dalí, de Russische
componist Mikhail Glinka,
de Noorse schilder Edvard Munch en de Amerikaanse schrijver Edgar
Allan Poe.
Door de flyby van MESSENGER op 6 oktober langs Mercurius, is nu 95 procent van
het oppervlak gefotografeerd. Mariner 10 legde in 1974 ruim de
helft van het oppervlak vast.
MESSENGER fotografeerde in
januari 2008 een klein deel van het onbekende halfrond,
en daarna nog eens dertig procent van het oppervlak, ter grootte
van Zuid-Amerika.

MESSENGER flyby's
Uit de ruim 1200 foto's
blijkt dat het oppervlak er in grote lijnen overal hetzelfde
uitziet:
oude kratervelden, afgewisseld met inslagbekkens.
Meetinstrumenten van MESSENGER
stelden vast dat Mercurius een symmetrisch magnetisch veld heeft,
en dat er in
de extreem ijle exosfeer natrium, calcium, waterstof en magnesium.
MESSENGER maakt opnames van Mercurius, 9 oktober 2008
MESSENGER heeft honderden opnamen van het kraterrijke
oppervlak van Mercurius
gemaakt en doorgegeven naar de aarde. Op de eerste foto die de NASA
heeft vrijgegeven, is de opvallend heldere krater Kuiper te zien,
die
genoemd is naar de Nederlands/Amerikaanse astronoom Gerard Kuiper.
De heldere krater in het midden van de
opname is de Kuiper krater, die ook al te zien was
op foto's die in de zeventiger jaren werden gemaakt tijdens de
missie van de Mariner 10.

Mercurius in het midden Kuiper krater (wit)
Het gebied ten oosten van deze krater, dit
is aan de rechterkant, is nooit eerder gefotografeerd.
Opvallend zijn de grote stralenstelsels die zich bijna over de
gehele planeet uitstrekken.
Deze lange kraterstralen zijn lichte strepen op het oppervlak,
die zich vanuit het kratercentrum lopen.
De kraterstralen en de lichte
kraterbassins in bovenstaande foto wijzen op jonge kraters.
De kraterstralen worden door de tijd uitgewist door zonnewind en
meteorieten. MESSENGER
maakte deze compositiefoto op 27000 kilometer afstand, anderhalf
uur na de dichtstbijzijnde flyby.
Op de opname ligt de Kuiper krater links
van het midden en is waarschijnlijk de jongste
en helderste krater met een doorsnede van 60 kilometer.
Machaut is een krater met een doorsnede
van ongeveer 100 kilometer.
MESSENGER maakte de opname op 6 oktober 2008.
De schaduwen van een paar kleinere kraters
in de grote krater zijn goed te zien.
De grootste krater is waarschijnlijk vol gelopen met lava net als
de rest van de bodem
van Machaut. De bodem en de richels in de krater worden
onderzocht.

Machaut krater op Mercurius
Messenger ziet Mercurius, 3 oktober 2008
Maandag 6 oktober vliegt MESSENGER voor een tweede keer langs Mercurius.
Er zal een groot deel van het oppervlak, wat nog niet bekend is,
worden gefotografeerd.
Daarbij wordt het kraterrijke oppervlak tot 200 kilometer
genaderd.
Er zal gebruik gemaakt worden van een
laser hoogtemeter, zodat foto's en hoogtemetingen
met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Ook zal MESSENGER
de atmosfeer en geladen
deeltjes in zijn magnetisch veld onderzoeken. De topografie
bepalen en de massa opmeten.

Messenger ziet Mercurius
Deze flyby is de tweede van de drie die
plaatsvinden voordat MESSENGER in een baan
om de planeet komt in 2011. Voor de eerste flyby in januari dit
jaar, was bijna
de helft van het oppervlak van Mercurius nog nooit gezien.
Tijdens de flyby worden honderden foto's
gemaakt en metingen verricht,
maar het hoofddoel is het verkrijgen van de juiste koers en
snelheid.
Mercurius en zijn geheimen, 6 juli 2008
Het oppervlak van Mercurius is voor een belangrijk deel bepaald door
vulkanisme.
De planeet is 35 procent sterker gekrompen doordat de kern
afkoelt dan tot nu toe werd gedacht.
Dit komt onder andere door haar sterke magnetische veld, die
wordt opgewekt in de vloeibare buitenkern.
De kern die voornamelijk uit ijzer bestaat
neemt zestig procent van de totale massa in.
Sinds het ontstaan van Mercurius is ze al 1,5 kilometer kleiner
geworden.
De gesteenten in de mantel zijn
opmerkelijk arm aan ijzer. Dit zijn conclusies die onderzoekers
trekken,
door bestudering van foto's en metingen die in januari 2008
werden verkregen door de MESSENGER.
Deze vloog op een afstand van 200 kilometer langs Mercurius.
Mercurius opname door Messenger
Onechte kleurenfoto van het grote Caloris-inslagbekken op Mercurius (gele plek).
Op de opnamen zijn talrijke
inslagvormen te zien die op vulkanische activiteit wijzen.
Het gaat om heldere afzettingen langs de randen van het bekken,
inslagkraters in het bekken
zijn volgelopen met lava, dit is te zien aan de vervormende
structuren van de lava.
Hierdoor lijkt Mercurius op de maan, die ook volgelopen bekkens met lava heeft (Mare).
Het verschil met de aarde en Mars is, dat hier het vulkanisme vooral grote vulkanen
achterliet.
Door eerder onderzoek was men al meer te
weten gekomen over de atmosfeer van Mercurius
en zijn Si-, Na-, H-ionen ontdekt, (silicium, natrium en
waterstofionen).
Donkere kransen op Mercurius, 9 maart 2008
Op opnamen van de Messenger die op 14 januari 2008 van Mercurius zijn gemaakt, laten kraters zien
met een merkwaardige donkere krans of halo. Op de bodem van één
van die kraters ligt juist weer
helder materiaal. Waar deze opmerkelijke kenmerken vandaan komen,
is nog onduidelijk.
Mogelijk is er op Mercurius een
ondergrondse laag van donker materiaal aanwezig, die boven komt
als
inslaande objecten de juiste diepte bereiken en donkerkleurige
richels rondom de kraters vormen.
Een andere mogelijkheid is dat het donkere
materiaal rond de kraters bij de inslag zelf is ontstaan,
waarbij de onderliggende rotsen zijn gesmolten. Dit materiaal is
naar buiten geslingerd en weer gestold in
de vorm van donker, glasachtig materiaal, zoals die ook rond
kraters op de aarde en de maan is aangetroffen.

Kraters in het Caloris basin
De donkere halo's op Mercurius zijn veel
opvallender en completer dan op de maan,
maar dat kan komen door de grotere zwaartekracht van Mercurius,
die ervoor zorgt
dat het materiaal zich niet ver van de inslagplek kan verwijderen.
Maar hoe het heldere materiaal is ontstaan
in één van de kraters is niet duidelijk. Dit materiaal
weerkaatst het zonlicht op dezelfde manier als ijs zou doen, maar
het is onmogelijk dat het heldere materiaal
uit ijs bestaat. De temperatuur binnen de kraters kan overdag
immers oplopen tot 400 graden Celsius.
Misschien dat onderzoek van de
spectrometrische waarnemingen meer
duidelijkheid geeft over het materiaal waar deze krater uit
bestaat.

Een andere krater op de zuidpool
Magnetisch veld van Mercurius, 3 februari 2008
Mercurius lijkt op de maan, maar toch zijn de verschillen groot. Mercurius heeft enorme kliffen
die zich over honderden kilometers uitstrekken, dit is ontstaan
door breukvorming
die vroeg in de geschiedenis van Mercurius heeft plaatsgevonden.
Messenger heeft opnamen gemaakt van het centrum van het
reusachtige inslagbekken Caloris,
die een merkwaardige structuur heeft in de vorm van een spin met
een krater in het midden,
die een doorsnede heeft van 40 kilometer.
In het zonnestelsel zijn geen
vergelijkbare structuren bekend, zodat de spin vrij bijzonder is.
De spin bestaat uit scheuren die vanuit het midden van de spin
naar buiten lopen.
De scheuren lijken te zijn ontstaan door het plaatselijk
uitzetten van de korst.

De spin in de Caloris krater
Alle kraters op Mercurius zijn anders dan
die op de maan, waarschijnlijk komt dit
door de grotere zwaartekracht aan het oppervlak. Hierdoor valt
het materiaal
dat bij een inslag wordt opgeworpen niet ver van de kraterrand
neer.
Opnamen van de Messenger laten zien dat het oppervlak van
Mercurius grotendeels
gevormd is door vulkanische activiteit. De inslagkraters zijn
gedeeltelijk opgevuld met lava.
Het magnetisch
veld is in de afgelopen dertig jaar sinds de Mariner 10 langs
Mercurius scheerde,
vrij constant qua sterkte gebleven. Waarschijnlijk wordt het
magnetische veld van Mercurius,
net als dat van de aarde, door de dynamowerking van vloeibare metalen in de
kern opgewekt.
Het is niet bekend hoe de planeet nog een vloeibare kern kan
hebben, terwijl dat bij Venus en Mars niet meer is.
Metingen van
het magnetisch veld van Mercurius wijzen uit dat deze tweepolig
is, dit betekent
dat het magnetisch veld een noord- en een zuidpool heeft, net als
bij de aarde. Dit is ook
een aanwijzing dat het magnetisch veld van Mercurius zijn
oorsprong heeft in de kern.

Magnetisch veld van Mercurius
Messenger
heeft daarnaast metingen verricht van de gasvormige staart van
waterstof en natrium,
die afkomstig zijn uit de zeer ijle atmosfeer van Mercurius en
aan de planeet ontsnappen.
De grootste concentratie van gassen bevinden zich boven het
noordelijk halfrond van de planeet.
Messenger zal
nog twee flyby's bij Mercurius verrichten, op 6 oktober 2008 en
29 september 2009.
Bij iedere flyby wordt hij door de zwaartekracht van Mercurius
afgeremd,
om op 18 maart 2011 in zijn omloopbaan terecht te komen.
Het is de bedoeling dat Messenger dan nog minstens een jaar zal
functioneren.
Nieuwe opnamen van Mercurius, 22 januari 2008
Er zijn 1200 opnamen van de Messenger binnengekomen, van wat voorheen
onbekend gebied was, het zijn voornamelijk kraterlandschappen.

Zuidpool van Mercurius

Krater Sholem Aleichem (in de schaduw) op Mercurius
De inslagkrater Caloris, die tot de
grootste van het zonnestelsel behoort,
laat een beetje de bodem van Mercurius zien.
Onderzoekers hadden verwacht dat de bodem van Caloris donker zou
zijn,
net als de grote zeeën (Mare) van gestolde lava op de maan.
Maar de bodem is helder van kleur, met verschillende
kleurcombinaties, die iets
kunnen zeggen over de mineralogische samenstelling van de korst
van Mercurius.
Opname van Mercurius, 17 januari 2008
Na de flyby van Messenger langs Mercurius is een foto vrijgegeven.
De foto is 80 minuten na de dichtste nadering van Messenger
gemaakt op een afstand van 27.000 km, het
meeste op de foto is nog niet eerder gezien op foto's van Mariner 10 en laat een zwaar bekraterd oppervlak zien.

Messenger maakt opname van Mercurius
De foto is genomen op 14 januari om 21:24
uur.
Het lichte gebied rechtsboven is het Caloris bassin, of Bassin
van de Hitte.
Wanneer Mercurius het dichtst bij de zon staat, ontvangt het bassin de meeste hitte.
Het grote inslagbekken Caloris heeft een doorsnede van 1550
kilometer en is 3,8 tot 3,9 miljard jaar oud.
Op 16 januari is een tweede foto (onder) vrijgegeven, waarop rechtsboven de bekende dubbele krater Vivaldi te zien is.

Krater Vivaldi op Mercurius
Messenger vliegt langs Mercurius, 10 januari 2008
Mercurius krijgt 14 januari voor het eerst in bijna 33 jaar
weer bezoek van ruimtesonde, Messenger.
Op 9 januari zal Mercury Dual Imaging System, de camera van de
Messenger, foto's gaan nemen,
terwijl de ruimtesonde op Mercurius afkoerst.

Opname Mercurius gemaakt door Messenger
De Messenger ligt goed op koers om
Mercurius op een hoogte van 202 kilometer voorbij te scheren,
maar heeft nog niet de juiste snelheid om in een baan om de
planeet te komen,
hier zijn nog drie scheervluchten (flyby's) voor nodig.
Bij deze eerste flyby zullen 1200 opnamen
worden gemaakt, waarvan sommige van een afstand
van niet meer dan 200 kilometer. Het is voor het eerst dat een
deel van Mercurius in beeld wordt gebracht,
dat niet eerder door een ruimtesonde gefotografeerd is, waaronder
een stuk van het Caloris-bekken,
een 1550 kilometer grote inslagkrater. Er worden observaties
gemaakt van de samenstelling van
het oppervlak en de atmosfeer en de magnetosfeer wordt onderzocht.
Mercurius vloeibare kern, 6 mei 2007
Met radartechnieken hebben onderzoekers
vastgesteld dat de kern van Mercurius op zijn minst voor een deel vloeibaar is.
Dit is afgeleid uit een heel kleine variatie in de aswenteling
van de planeet tijdens zijn baan om de zon.
Deze schommelingen wijzen erop dat de kern van Mercurius min of
meer vrij kan bewegen ten opzichte van
de omringende mantel (en korst) en dat is alleen mogelijk als die
kern (deels) vloeibaar is.
Mercurius behoort net als Uranus en
Neptunus tot de minst onderzochte planeten van ons zonnestelsel
en heeft in 1974 éénmaal
bezoek gehad van een ruimtesonde, de Mariner 10, deze ontdekte onder meer dat Mercurius een zwak
magnetisch veld heeft.
Dit zou in een vloeibare kern kunnen worden opgewekt, maar ook
van een fossiel veld uit vroeger tijden kunnen zijn.

Binnenste van Mercurius
Mercurius is dermate klein (massa van vijf
procent van de aarde) dat men verwachtte dat zijn kern al lang geleden
gestold zou zijn.
Om dit te onderzoeken heeft men met de radiotelescoop van
Goldstone in de VS, radiogolven naar Mercurius gestuurd.
De radiotelescoop van Green Bank ving de zwakke radarreflecties
op om minuscule schommelingen in zijn draaiing op te sporen.
Vooraf was berekend dat een vloeibare kern
tot tweemaal zo grote schommelingen zou veroorzaken als een vaste
kern.
Uit de metingen blijkt volgens de onderzoekers met 95% zekerheid
dat de kern van Mercurius vloeibaar is.
Messenger flyby langs Venus, 5 juni 2007
Dinsdagmiddag 5 juni, is de tweede flyby
van de MESSENGER langs Venus, de kortste afstand tot Venus is dan 340 km.
De flyby helpt de MESSENGER verder op weg naar Mercurius en om zijn snelheid te verlagen van 37 naar 28
kilometer per seconde.

Messenger flyby langs Venus
Tijdens de eerste flyby in oktober 2006,
werden geen wetenschappelijke waarnemingen gedaan, omdat Venus
toen aan de andere kant van de zon stond, wat radiocommunicatie
met de aarde onmogelijk maakte.
Nu is de stand van Venus goed en zal onder andere het wolkendek
van Venus bestudeerd worden.
MESSENGER gaat samen met de Venus Express, die al geruime tijd om Venus draait, de invloed
van de zonnewind op de ionosfeer van de planeet onderzoeken.
Pas in januari 2008 heeft MESSENGER zijn
eerste flyby bij Mercurius in oktober 2008 de tweede
en in september 2009 de derde flyby, de MESSENGER heeft aan het
eind in 7 jaar
een afstand afgelegd van 7,9 miljard kilometer en 15 loopings
langs de zon.

Flyby langs Venus
MESSENGER heeft zeven wetenschappelijke
instrumenten aan boord en zal het eerste ruimtevaartuig zijn die
in een baan
om Mercurius draait en de eerste die onderzoek gaat uitvoeren
over Mercurius sinds meer dan 30 jaar geleden.
Gedurende deze week zijn Venus en
Mercurius aan de hemel te zien in de westelijke en
noordwestelijke richting.
Venus is in het westen te zien als heldere avondster.
Messenger nadert Mercurius, 24 juni 2006
De Messenger van de NASA komt steeds dichter in de buurt van Mercurius.
De ruimtesonde heeft zich afgelopen woensdag 180 graden gedraaid,
dit vanwege de warmte van de zon.
De zonnewering, een soort hitteschild, is
nu gericht naar de zon,
waardoor de temperaturen in de ruimtesonde niet te hoog stijgen.
De manoeuvre duurde 16 minuten en was
bedoeld om de temperaturen laag te houden,
anders zouden de onderdelen in de ruimtesonde te warm worden.
De afstand tot de aarde was 196.5 miljoen kilometer en 144.6 miljoen
kilometer tot de zon.

Messenger nadert Mercurius
De eerste flyby van de Messenger langs Venus is op 24 oktober dit jaar, daarvoor zullen nog
diverse testen plaatsvinden om te kijken of alle instrumenten
goed functioneren.
Pas in 2011 zal de Messenger in een baan
om Mercurius draaien. Tot die tijd volgen er nog een paar flyby's.
Tweemaal langs Venus (2006 en 2007) en driemaal langs Mercurius (twee
keer in 2008 en een keer in 2009).
Mercurius-materiaal mogelijk ook op aarde, 5 april 2006
Mercurius is de binnenste planeet van het zonnestelsel en bevat een ongewoon grote kern van ijzer en
nikkel, rood
op de foto. Bij het ontstaan van het zonnestelsel gaat men er
vanuit, dat Mercurius een veel dikkere gesteentemantel
heeft gehad. De mantel, blauw op de foto, zou bij een zware
kosmische botsing in de ontstaansperiode van
het zonnestelsel, 4,6 miljard jaar geleden, voor het grootste
deel zijn verbrijzeld en de ruimte in zijn geslingerd.

Computermodel van de inslag op Mercurius
Dat er op aarde meteorieten liggen die afkomstig zijn van de maan en van Mars is al langer bekend.
Maar dat onze aarde ook zestien triljoen kilogram - een 1 met 18
nullen - Mercuriusmateriaal bevat, is nieuw.
Computernabootsingen laten nu zien dat het
weggeworpen materiaal in zo'n geval voor een belangrijk deel
naar buiten geblazen kan worden door de stralingsdruk van de zon en grote hoeveelheden
Mercurius-materiaal op Venus en op de aarde terecht konden komen.
Hieruit heeft men afgeleid dat de planeet
zeer dicht is en daardoor voor het grootste deel uit een metalen
kern bestaat.
Het is nu aan de Messenger om te kijken of dat ook inderdaad zo is.
Mercurius krijgt bezoek van twee ruimtesondes, 30 maart 2006
In augustus 2013 zal de ESA voor het eerst een ruimtesonde lanceren, de
BepiColombo missie,
die een bezoek moet brengen aan Mercurius en ook wel de
Boodschapper van de goden wordt genoemd.
Mercurius is de binnenste planeet, hij draait zo dicht bij de zon
dat er hoge temperaturen heersen en dat
er sterke straling is. Door zijn bijzondere baan is het zeker de
moeite om een ruimtesonde naar Mercurius te sturen.
De missie werd vernoemd naar de Italiaanse
wiskundige Giuseppe Bepi Colombo en zal gelanceerd worden
door middel van een Soyuz-Fregat raket van op de Europese
lanceerbasis Kourou in Frans Guyana,
hiervandaan zullen in 2008 Soyuz raketten gelanceerd worden.
BepiColombo bestaat uit drie componenten:
een Europese en Japanse ruimtesonde
en een motorgedeelte dat beide sondes bij Mercurius moet sturen.
De ruimtesonde is bijna vijf meter hoog zijn en weegt ongeveer
drie ton,
waarvan de helft door brandstof wordt ingenomen.
De lanceerraket zal een Sojoez 2-1B zijn
met een aangepaste bovenste Fregat M-rakettrap.
Na een reis van zes jaar zal BepiColombo in augustus 2019 zijn
doel bereiken en beginnen aan het onderzoek van Mercurius.

BepiColombo missie
Er worden met deze missie twee
ruimtevaartuigen gelanceerd de Europese Mercury Planetary
Orbiter, MPO
en de Japanse Mercury Magnetospheric
Orbiter, MMO, die gebouwd wordt
door de Japanse ruimtevaartorganisatie
JAXA. ESA en JAXA zijn enorm geïnteresseerd in onze binnenste
planeet, omdat men tot nu toe zeer weinig weet
over de structuur, het oppervlak en het magnetisch veld van
Mercurius.
MPO zal bij het lanceren
een gewicht hebben van 600 kilogram en wordt ontworpen om Mercurius
gedurende één jaar lang te onderzoeken, MMO
heeft bij het lanceren een gewicht van 250 kilogram
en zal eveneens een levensduur hebben van één jaar.
Beide sondes zullen er na de lancering in
2013 er zes jaar over doen voor ze in 2019 bij Mercurius aankomen,
waarna
de twee ruimtesondes elk in een verschillende baan om de planeet
gebracht worden en kunnen ze van start gaan
met hun wetenschappelijk onderzoek die vooral bestaat uit het
onderzoeken van het Mercurius oppervlak,
zijn inwendige structuur en zijn magnetisch veld. De Japanse
ruimtesonde MMO zal tijdens dit onderzoek al
zijn
gegevens doorsturen naar de Europese ruimtesonde MPO,
die ze dan op zijn beurt zal doorsturen naar de aarde.

MPO
De Europese MPO
ruimtesonde zal zich in een baan om Mercurius bevinden op een
hoogte tussen
de 400 en 12.000 kilometer boven het oppervlak en als beide
sondes na een jaar lang nog optimaal
functioneren kunnen beide missies met nog één jaar verlengd
worden.
Mariner 10 van de NASA ontdekte dat Mercurius over een redelijk sterk
magnetisch veld beschikt.
Dit magnetisch veld zal één van de belangrijkste onderdelen
zijn die de twee BepiColombo ruimtesondes
moeten onderzoeken en dit zal gebeuren door een magnetometer aan
boord van de MPO die wordt
ontwikkeld door Duitse, Oostenrijkse, Britse en Japanse
onderzoekers.
Dit is niet de eerste keer dat Europa
samenwerkt met andere ruimtevaartorganisaties tijdens een
onbemande missie
en tevens ook de duurste en grootste missie zal worden uit het
Europese onbemande ruimtevaartprogramma.
Op technisch vlak zal eveneens zeer veel
verlangt worden van deze twee ruimtevaartuigen en de reis naar
Mercurius
zal een hele moeilijke onderneming worden, doordat de twee
ruimtevaartuigen de aantrekkingskracht van de zon
moeten weerstaan en dit kan alleen verwezenlijkt worden door
gebruik te maken van de aantrekkingskracht van
de maan, Venus en Mercurius. Vandaag de dag wordt in het ESA onderzoekcentrum
ESTEC, dat gevestigd is in
Noordwijk, begonnen aan de eerste belangrijke onderdelen die
beide ruimtevaartuigen aan boord zullen hebben
en worden verschillende technologieën en materialen getest die
weerstand kunnen bieden aan de hoge temperaturen
die zich nabij Mercurius voordoen, doordat deze planeet zich zeer
dicht bij de zon bevind.
De Messenger werd in augustus 2004 gelanceerd, om in maart 2011 bij Mercurius aan te komen.
De Messenger is door de NASA ontworpen om Mercurius te onderzoeken,
de kosten bedragen 427 miljoen dollar en weegt 1100 kilogram.
Messenger betekent Mercury Surface, Space Environment, Geochemistry and Ranging.

Messenger
Messenger is op de helft van haar reis, 22 november 2007
De Messenger heeft de helft van haar 6,6 jaar durende reis afgelegd.
Op 14 januari 2008, zal ze voor de eerste
keer langs haar uiteindelijke doel Mercurius vliegen
op een afstand van maar 200 km. Het is 32 jaar geleden dat de
Mariner 10 in 1974 en 1975
Mercurius passeerde, tijd voor een nieuw onderzoek aan de
binnenste planeet van ons zonnestelsel.
Na enkele koerscorrecties en 2 passages
langs deze planeet om haar snelheid te verminderen,
zal Messenger op 18 maart 2011 haar doel bereiken.

Messenger en Mercurius
Messenger op weg naar Mercurius, 27 oktober 2007
Op 250 miljoen kilometer afstand van onze aarde, heeft de Messenger
met succes twee kritische koerscorrecties ondernomen.
Zijn baan is nu zo gewijzigd dat hij Mercurius voor het eerst zal naderen op 14 januari 2008.
Deze correctie was de tweede in een reeks
van 5 Deep-Space Maneuvers (DSM)
die de ruimtesonde helpen zijn uiteindelijke doel te bereiken.

Waar is Messenger
13 december 2005
Om 12.30 uur werd een grote succesvolle koerswijziging uitgevoerd
om de Messenger
in de goede baan te brengen, om op 24 oktober 2006 langs Venus te
vliegen.

Baan van de Messenger
De grote motor ging 524
seconden aan en veranderde de koers met 316 meter per seconde.
dit moet nog 5 keer gebruikt worden voor koerswijziging.
De ruimtesonde vliegt
één keer langs de aarde, twee keer rond Venus,
3 keer rond Mercurius en ook nog 15 loopings rond de zon.
3 augustus 2004
De Messenger is gelanceerd, het doel is om de planeet Mercurius
gedurende een jaar in kaart te brengen.
Via een ingewikkelde weg komt de Messenger bij Mercurius aan.
De ruimtesonde kan niet
in één keer naar Mercurius, want dan is de snelheid
van dertien kilometer oer seconde bij aankomst veel te hoog.
De Messenger moet
afgeremd worden door langs de binnenkant van de planeten te
vliegen,
waardoor de snelheid wordt afgeremd, door flyby's krijgen ze
juist meer snelheid.
In 2006 en 2007 komt hij
langs Venus, in 2008 en 2009 ook nog eens 3 keer langs
Mercurius
voordat hij in maart 2011 in een baan rond de planeet komt,
op een afstand van ongeveer 200 kilometer van het oppervlak.
In 2012 zal de reis van de Messenger eindigen door een inslag in één van de kraters op de planeet.
Meteosat Second Generation, MSG
Op 28
augustus 2002 werd de eerste weersatelliet, de Meteosat-8 van de
nieuwe serie
Meteosat Second Generation,
MGS, gelanceerd en in januari 2004 in gebruik
genomen.
MSG wordt ontwikkeld door ESA in samenwerking EUMETSAT.
De
satellieten zijn 2,4 meter hoog en hebben een doorsnede van 3,2
meter.
Het gewicht van de MSG satelliet is 2035
kilogram en het is de bedoeling
dat de satelliet ongeveer 7 jaar zijn werk doet.
De totale kosten bedragen 1,3 miljard euro, waarvan 2/3 wordt betaald door ESA en 1/3 door EUMETSAT.

Meteosat-satelliet
De Meteosat-satellieten
verruimen de mogelijkheden voor weersverwachtingen en
waarschuwingen
voor extreem weer, maar ook voor klimaatonderzoek, met name voor
onderzoek naar straling,
temperatuur van zee- en landoppervlak, wolken en neerslag.
Ook de vegetatie op het aardoppervlak kan in kaart worden gebracht.
MSG
satellieten staan op een vast punt, 35.800 kilometer, boven de aarde en zenden ieder kwartier gegevens door.
De derde Meteosat-satelliet wordt gelanceerd in 2008-2009 en
vervangt na verloop van tijd Meteosat-8.
De vierde satelliet wordt gelanceerd in 2010-2011, vervangt Meteosat-9 en zal dienst doen tot ongeveer 2018.
De oude Meteosat-satellieten hebben 25 jaar gewerkt.
Meteosat-9 gelanceerd,
22 december 2005
ESA's nieuwste weersatelliet Meteosat-9 is gelanceerd
vanaf de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana.
Het is de tweede satelliet in
de MSG-serie, Meteosat Second
Generation,
die in een baan om de aarde werd gebracht.

Lancering Meteosat-9
Sinds 1977 gebruiken
meteorologen weersatellieten om het weer te voorspellen.
De oude Meteosat-satellieten worden vervangen door de nieuwe
tweede serie satellietsystemen.
Tot 2018 gaan 4 satellieten
voordurend voor weersinformatie zorgen.
Verwacht wordt dat Meteosat-9 over een half jaar volledig in
gebruik kan worden genomen.
MIR betekent in het Russisch vrede en wereld.
De eerste
module van het ruimtestation werd gelanceerd op 19 februari 1986
en het laatste deel in 1996, het ruimteschip diende voor
wetenschappelijk onderzoek.

MIR
Op 23 maart
2001 keerde de MIR na 15 jaar terug naar de aarde om in grote brokstukken
neer te storten in de Grote Oceaan, hij werd te onstabiel en was
onveilig.