INFO OVER HET ZONNESTELSEL


M

 

Maan

De maan is de natuurlijke satelliet van de aarde.

Ze cirkelt op een afstand van 384.500 kilometer om de aarde heen en heeft een doorsnede van 3475,6 kilometer.
Ze draait in 27,3 dagen één rondje om de aarde.

 


De maan

 

De maan is een koude, levenloze, stenen bal, ze is vier keer zo klein als de aarde,
heeft geen dampkring of vloeibaar water en haar oppervlak is bedekt met kraters.

De temperatuur loopt overdag op tot 115°C en zakt ’s nachts tot 160°C onder nul.

De vlekken die we op de maan zien, noemen we zee of mare, dit zijn donkere gebieden,
die bestaan uit vulkanische lava, de lichtere gebieden zijn ouder, hoger land.

Net als de planeten geeft de maan zelf geen licht.
Dat je hem als een lichte bol of sikkel ziet, komt doordat er zonlicht op de maan valt.
Zo lijkt het alsof de maan zelf licht geeft.

De maan is waarschijnlijk 4.5 miljard jaar geleden ontstaan,
toen een hemellichaam ter grootte van
Mars op de jonge aarde insloeg.

Gesmolten gesteente van de twee hemellichamen werden de ruimte ingeslingerd.
Dit gesteente klonterde samen en hieruit is waarschijnlijk de maan ontstaan.

Op 21 juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan,
de astronaut
Neil Armstrong stapte als eerste mens op de maan, gevolgd door Edwin Aldrin.
Deze historische gebeurtenis werd op de televisie gevolgd door miljoenen mensen.


Nieuws van de maan

 


 

Mariner 10

De Mariner 10 was de laatste missie uit het Mariner-programma,
de lancering vond plaats op 3 november 1973.

 


Mariner 10

 

Het doel was via een flyby op 5 februari langs Venus te vliegen en daarna naar Mercurius.
Mercurius werd bereikt op 29 maart 1974, na twee rondjes om de
zon werd op 21 september 1974
Mercurius voor de tweede keer bereikt, daarna voor de derde keer op 13 maart 1975.
In totaal werd 45% van de planeet in kaart gebracht en er werden ook metingen verricht.

 


Foto van Mercurius

 

 


 

Mars

Mars is twee keer zo klein als de aarde, Mars was de Romeinse god van de oorlog.
De planeet is al heel lang, sinds de oudheid bekend.

Een koude en droge woestijn, zo moet je je Mars voorstellen, overal ligt fijn rood zand en gesteente.

De rode kleur van Mars is afkomstig van ijzeroxide (roest) in de bodem van de planeet.

De samenstelling van de atmosfeer:

Het kan er behoorlijk hard vriezen, ongeveer –120°C.
Toch kan het op sommige plaatsen wel 63°C worden.

 


Mars

 

Mars heeft droge geulen, ravijnen en polen met ijskappen van droogijs.
Net als op de aarde heeft Mars seizoenen, lente, zomer, herfst en winter.

Hij draait in ruim 24,5 uur om zijn as en in 687 dagen om de zon.
Een dag duurt er ongeveer even lang als op aarde, maar een jaar duurt wel twee keer zo lang.

Dat komt omdat Mars anderhalf keer verder van de zon af staat dan de aarde.
Hij doet dus langer over zijn baan rondom de zon.
De gemiddelde afstand tot de zon is 228 miljoen km.

Op Mars ligt een vulkaan, de Olympus Mons,
die drie keer zo hoog is als de hoogste berg op aarde, de Mount Everest.

 


Olympus Mons

 

De Olympus Mons is de grootste vulkaan uit ons zonnestelsel,
is 24 kilometer hoog en heeft een doorsnede van 600 kilometer.

Het oppervlak wordt ingesneden door een stelsel van canyons, de Valles Marineris,
dat 4500 kilometer lang is en 8 kilometer diep.

 


Valles Marineris

 

De korst van Mars bestond vroeger, een paar miljard jaar geleden, net zoals nu de korst van de aarde
uit enkele platen of schollen die ten opzichte van elkaar bewogen.

Dit blijkt uit onderzoek van de magnetische sporen in gesteenten van het Marsoppervlak.

Dit zou ook het ontstaan van de 4500 kilometer lange Valles Marineres kunnen verklaren
en het feit dat de grote, oude vulkanen in het Tharsis-gebied op één lijn liggen,
net zoals die van Hawaï op de aarde.

DEIMOS

Deimos is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 16 kilometer.

 


Deimos

 

PHOBOS

Phobos is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 22 kilometer.

 


Phobos


Nieuws:
Mars Express
Mars Odyssey
Phoenix
Mars Global Surveyor & MRO
Opportunity & Spirit
Overig


 


 

Mars Exploration Rovers

Juli 2003
De twee Mars Exploration Rovers zijn gelanceerd met aan boord de Spirit en de Opportunity.

 


Spirit

 

De Spirit landde 4 januari 2004 in de Gusev-krater.
De Opportunity landde 25 januari 2004 in Terra Meridiani, aan de andere kant van
Mars.

 


Opportunity

 

Het doel is om rotsen, stenen en de bodem te onderzoeken op aanwezigheid van water lang geleden
en als er water is of is geweest, is er misschien ook leven (geweest).

Het was de bedoeling dat ze een half jaar rond zouden rijden, maar tot nu toe doen ze het nog steeds goed,
zodat ze waarschijnlijk tot eind 2005 zullen doorrijden.

22 november 2005
De Spirit bevindt zich bijna één Martiaans jaar op Mars, 670 dagen nu.
Een jaar op Mars duurt 687 dagen.

Op 11 december zijn de Spirit en de Opportunity één Marsjaar lang op Mars

In januari zijn beide rovers twee aardse jaren op Mars.
Op het moment is het bijna zomer op Mars.

De rovers hebben alle seizoenen overleeft.
Het overleven van de winter was de belangrijkste prestatie van de rovers.

 


Spirit één Martiaans jaar op Mars

 

Oorspronkelijk zouden ze 90 dagen op Mars rijden, maar dit is bijna
zeven keer zo lang geworden en ze doen het nog steeds goed.

Het stof op de zonnepanelen wordt door stofhozen, dust devils, af en toe schoongeblazen.

 

 


 

Mars Express

Op 2 juni 2003 is de Mars Express van de ESA met aan boord de Beagle 2 is gelanceerd,
de Beagle 2 zou op 25 december 2004 op
Mars landden, maar de Beagle 2 verongelukte.

 


Beagle 2

 

De Mars Express draait nog steeds rond Mars, net als de Mars Odyssey en de Mars Global Surveyor van de NASA.

 


Mars Express met de Beagle 2

 

De missie van de Mars Express wordt in december 2005 met 23 maanden verlengd.

Een speciale meter op de Mars Express heeft methaan en sporen van formaldehyde waargenomen.
Methaan en formaldehyde zijn stoffen die nodig zijn voor het ontstaan van leven.

De spectrometer van de Mars Express, de Omega, kan zichtbaar licht en infraroodstraling meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.

 


Omega

 

Beagle 2, 20 december 2005
De zoekgeraakte Beagle 2 die twee jaar geleden afdaalde naar Mars om sporen van leven te zoeken
is mogelijk gevonden en lijkt nog in redelijke staat.

De Beagle 2 bevindt zich in een kleine krater en is ontdekt op foto's, gemaakt door de Mars Global Surveyor.

Op de foto kunnen de lichte vlekken de airbags zijn en de donkere de zonnepanelen van de Beagle.

 


Mogelijke landingsplaats Beagle 2

 

De lander is waarschijnlijk met een te hoge snelheid op Mars terecht gekomen
doordat de dampkring ijler was dan verwacht, als gevolg van stofstormen.

Misschien dat de Mars Express betere opnamen van de plek kan nemen
om meer duidelijkheid te krijgen over de Beagle 2.

 

 


 

Mars Global Surveyor

Ruimtesonde van de NASA is gelanceerd op 7 november 1996 en kwam op
12 september 1997 in een baan om
Mars.

De Mars Global Surveyor moet het oppervlak van Mars zo duidelijk mogelijk in kaart brengen.

 


Mars Global Surveyor

 

 


 

Mars Reconnaissance Orbiter

Op 12 augustus 2005 is de Mars Reconnaissance Orbiter gelanceerd en zal op 10 maart 2006 bij Mars aankomen
en ongeveer 4 jaar gebruikt worden en kostte 720 miljoen dollar.

De MRO is niet alleen groter dan de meeste sondes, 6 meter hoog, maar heeft ook de grootste
telescoop die ooit zo ver de ruimte in is geschoten, de lens heeft een doorsnede van 50 centimeter.
De schotelantenne heeft een doorsnede van 3 meter.

 


Mars Reconnaissance Orbiter

 

De orbiter zal het oppervlak onderzoeken en onderzoeken of er in de bodem water aanwezig is.
Meer duidelijkheid over klimaat, dampkring, geologische geschiedenis
en mogelijke aanwezigheid van leven op Mars.

Er wordt ook onderzocht waar het landschap geschikt is voor toekomstige landingsplaatsen
voor bemande en onbemande ruimtemissies.

21 november 2005
De eerste koerswijziging door de
NASA is gemaakt, er zullen nog vier wijzigingen volgen.

De Mars Reconnaissance Orbiter heeft nu al meer dan de helft van de afstand afgelegd.
Als hij bij Mars aankomt zal de MRO een half jaar nodig hebben om in de goede baan te komen.

 

 


 

Melkwegstelsel en exoplaneten

Onze zon is één van de ongeveer 200-400 miljard sterren in het melkwegstelsel.
Ons
zonnestelsel bevindt zich aan de rand van het centrum in één van de armspiralen van dit melkwegstelsel.

Astronomen vermoeden dat ons melkwegstelsel een balkspiraal is, maar dat is moeilijk te zien
en ze heeft een massa van meer dan 100 miljard zonmassa's.

De doorsnede van onze melkweg is van het ene uiteinde
naar het andere uiteinde is 100.000
lichtjaar ofwel 946.000.000 miljard kilometer.

De melkweg heeft een dikte van 2300 tot 2600 lichtjaar.
Het centrum van het melkwegstelsel heeft een dikte van 13.000 lichtjaar.

Zie je een heldere, melkachtige band aan de hemel, dan kijk je naar het centrum van de melkweg.
De melkweg draait eens in de 220 miljoen jaar om haar eigen middelpunt rond.

 


Ons melkwegstelsel

 

De melkweg is tussen de één miljoen en één miljard jaar na de oerknal ontstaan,
toen het heelal weinig meer was dan een enorme nevel van waterstof en helium.

Uit deze nevels werden de sterrenstelsels/melkwegstelsels gevormd.

In ons melkwegstelsel wordt ongeveer één zonmassa per jaar aan gas in sterren omgezet,
dit zijn gemiddeld 7 à 8 nieuwe sterren.

Uit onderzoek door de ESA met de gammasatelliet Integral blijkt dat er gemiddeld
elke vijftig jaar, ergens in de melkweg een
supernova-explosie plaatsvindt.

Doordat gammastraling door stofwolken heen gaat, kan er beter worden waargenomen.
Uit het gas dat vrijkomt bij een supernova-explosie kunnen zich weer nieuwe sterren vormen.

Alle elementen die we hier op aarde vinden, zijn het resultaat van dergelijke sterexplosies.

Melkwegstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

 


Spiraalstelsel

 

De schijfstelsels worden weer verdeeld in:

 


Balkspiraalstelsel

 

Daarnaast bestaan er nog de onregelmatige stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.

De Andromeda-nevel is één van de meest nabije sterrenstelsels en staat op een afstand van 2,52 miljoen lichtjaar.

Meestal verwijderen sterrenstelsels zich van elkaar, maar de Andromedanevel komt met
een snelheid van 140 kilometer per seconde dichter naar ons
zonnestelsel in de melkweg.
Over ongeveer 4 miljard jaar ontmoeten ze elkaar.

 


Andromeda-nevel

 

De vorming van sterrenhopen is meestal het gevolg van wisselwerking van twee melkwegstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en hierbij worden samengeperst.

Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.

De kans dat twee sterren elkaar raken is gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.

Het kleinste sterrenstelsel heeft een doorsnede van een paar duizend lichtjaar,
het grootste een doorsnede van ruim een miljoen lichtjaar.

Astronomen denken dat de meeste sterrenstelsels een superzwaar zwart gat in hun centrum hebben,
onze melkweg is daar geen uitzondering op.

Eerst dachten wetenschappers dat het zwarte gat van ons melkwegstelsel de dubbelster Cygnus X-1 was,
maar volgens de laatste berichten is het gebied van het zwarte gat
Sagittarius A.

 


Cygnus X-1

 

De ster Eta Carina zou wel eens de grootste en zwaarste ster van ons melkwegstelsel kunnen zijn.
Hij staat op een afstand van 7500 lichtjaar en is vanuit Nederland niet te zien

Hij heeft een massa van 100 tot 150 keer die van de zon en astronomen vermoeden dat de grootte
dichtbij het maximum ligt, worden ze nog groter dan kunnen ze niet blijven bestaan.

Als zo'n megaster aan het eind van zijn levensduur komt, krijg je een supernova-explosie.

 


Sirius

 

Sirius A, de hondsster, is de helderste ster aan de hemel, hij is twee keer zo zwaar als de zon met
een temperatuur van 10.000°C en staat op een afstand van minder dan 8,6
lichtjaar
van ons vandaan, terwijl Eta Carina op een afstand van 7500 lichtjaar te vinden is.

Sirius B is een kleine witte dwergster die rond Sirius draait, een dubbelster dus.
De ster heeft een massa van 98% van de
zon, de temperatuur van het oppervlak is ongeveer 25.000°C.

De doorsnede is slechts 12.000 kilometer, de ster heeft een zwaartekrachtsveld die 350.000 keer sterker is
dan op aarde en is eigenlijk al in 1862 ontdekt, maar was door de helderheid van Sirius heel moeilijk te zien.

Volgens de relativiteitstheorie van Einstein veroorzaakt een dergelijke zwaartekracht
een roodverschuiving in het licht, hierdoor kun je metingen verrichten.

Met de Hubble Space Telescope is de ster nu in beeld gebracht.

 

Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B
Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B

 

In 1995 werd de eerste planeet buiten ons zonnestelsel gevonden.
Deze exoplaneet heet 51 Pegasi B en draait rondjes om 51 Pegasi, een gele dwergster die op onze zon lijkt.
51 Pegasi B is ongeveer half zo zwaar als Jupiter en het is er zo'n 1000°C.

In het melkwegstelsel bevinden zich sterrenhopen en nevels,
Sterrenhopen kunnen open of bolvormig zijn.

Bolvormige sterrenhopen bevatten tienduizenden tot miljoenen sterren en de meeste ontstonden
tegelijk met de melkweg zelf, zo'n tien miljard jaar geleden.

De grootste bolvormige sterrenhoop in onze melkweg is Omega Centauri.
De Omega Centauri is één van de weinige sterrenhopen die je zonder telescoop kunt zien,
terwijl hij zich ruim 16.000 lichtjaar van ons vandaan bevindt.

 


Omega Centauri

 

Open sterrenhopen bestaan uit veel minder sterren, tientallen tot honderden sterren.
De Plejaden en de Hyaden zijn de bekendste open sterrenhopen.

De Plejaden bestaan uit een aantal hete, blauwe sterren en onder
ideale omstandigheden kun je er veertien met het blote oog zien.
In totaal bevat de groep ongeveer 500 sterren.

 


De Plejaden

 

De nevels bevatten bouwmaterialen, waterstof en helium,
om weer nieuwe sterren en planeten te vormen, zoals
Adelaarsnevel en Helixnevel.

De Nederlandse astronomen Jan Hendrik Oort en Hendrik van de Hulst hebben door waarnemingen
van de golflengte van lichtstraling, in 1951 de melkweg en de spiraalvorm in kaart gebracht,
zonder dat we zelf de hele melkweg kunnen zien.

Eén van de grote vraagstukken in de sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet waar deze materie uit bestaat.

Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.

Melkwegstelsels kunnen wel tien keer zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.

In het centrale binnengebied van een melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

 

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De lichte vlekken geven donkere materie aan

 

De Hubble Space Telescope is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee
sterrenstelsels in kaart gebracht.

De nieuwe resultaten bevestigen de theorie dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.

Door het bestuderen van groepen sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van sterrenstelsels.

Het onderzoek laat zien dat sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000
lichtjaar.

Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.

Het licht van deze heel verre sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard lichtjaar bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de donkere materie.

De donkere materie houdt de sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de
VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van 30 miljoen zonmassa’s.

Dit betekent dat een massa donkere materie nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 96% uit donkere materie.

Bovendien blijkt donkere materie zich met een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.

Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.

Jongste exoplaneet ontdekt, 1 maart 2010

De jongste exoplaneet is ongeveer 35 miljoen jaar oud, zesmaal zo zwaar
als Jupiter en draait op kleine afstand om de jonge
ster BD+20 1790.
De op één na jongste exoplaneet is ongeveer 100 miljoen jaar oud.

Door deze ontdekking kan meer kennis over het beginstadium van planeetvorming
worden verkregen, want veel informatie is er nog niet. Jonge sterren laten veel
(magnetische) activiteit zien in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden,
waardoor de aanwezigheid van een eventuele planeet moeilijk is vast te stellen.


Jongste exoplaneet


Toch is het gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren
die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van
de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, zijn aanzienlijk ouder.

Kepler ontdekt zijn eerste planeten, 7 januari 2010

Tijdens de eerste zes onderzoeksweken heeft Kepler zijn eerste vijf planeten ontdekt.
De gegevens zijn vanaf maart 2009 verzameld, waarbij naar regelmatige
veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren werd gekeken.

De eerste vijf planeten zijn veel groter dan de aarde.
Eén is ongeveer zo groot als Neptunus, de andere vier als Jupiter.


Kepler ontdekt eerste vijf planeten

Ze bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster, zijn zeer heet 2200 tot
3000 graden Fahrenheit en draaien in 3,3 tot 4,9 dagen om hun as.
De planeten heten Kepler 4b, 5b, 6b, 7b and 8b.

Met deze ontdekking staat sinds januari 2010 de teller op 424 exoplaneten.

Exoplaneet met veel water ontdekt, 16 december 2009

Bij een niet al te grote ster, GJ 1214 in het sterrenbeeld Slangendrager,
is een exoplaneet, GJ 1214b, ontdekt die mogelijk water bevat.

De doorsnede van de exoplaneet is 2,7 keer die van de aarde, haar gewicht
is 6,6 keer zwaarder en ze staat op een afstand van op 42
lichtjaar.
De exoplaneet valt in de categorie tussen de aarde en Jupiter of Saturnus.


Aarde en GJ 1214b

Volgens de ontdekkers kan GJ 1214b voor meer dan de helft uit water bestaan, en de atmosfeer
uit waterstof en helium. De atmosfeer is heet, omdat er bijna geen licht op het oppervlak komt.


De oppervlaktetemperatuur zou tussen de 280 en 120 graden zijn.
Mogelijk bestaat een deel van het water uit ijs.


Om het object te vinden, hebben de astronomen 8 kleine telescopen moeten gebruiken.
GJ 1214b viel op tussen 2.000 uitgekozen dwergsterren doordat zich in de helderheid van
de moederster eens in de 1,6 dagen een kleine verzwakking voordeed en het licht van de ster
gedurende 52 minuten van de omlooptijd van 38 uur met 1,3 procent verminderde.
Dit duidt erop dat er een planeet voor de ster langs trekt.

Er zijn in totaal al 412 planeten buiten ons
zonnestelsel ontdekt.


Melkwegcentrum in beeld gebracht, 20 november 2009

Spitzer, Chandra en Hubble Space Telescope, drie ruimtetelescopen van de NASA,
hebben ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde
opnamen gemaakt van het midden van ons Melkwegstelsel.



Centrum melkwegstelsel


Van de opnamen in het infrarood, röntgen en zichtbaar licht is één gedetailleerde afbeelding
samengesteld. In het Melkwegstelsel bevinden zich verschillende stervorminggebieden,
waar sterren geboren worden, jonge hete sterren, oude koele sterren en
stellaire zwart gaten zijn, en ook de hete omgeving van het bijna 4 miljoen zonsmassa's
zware zwarte gat (Sagittarius A) dat zich in het centrum schuilhoudt.

De Melkweg draait sneller en is zwaarder, 12 januari 2009

De aarde draait met een snelheid van 965.000 kilometer per uur om het centrum van de Melkweg.
Eerst ging men er vanuit dat we een snelheid van 750.000 km per uur bereikten.
Met behulp van heldere stervormingsgebieden is de nieuwe snelheid gemeten, dit betekent ook dat
de Melkweg veel zwaarder is dan gedacht.
De massa van ons sterrenstelsel is dus 50 procent hoger.

Door de nieuwe afstands- en snelheidsmetingen te combineren vonden de astronomen
een nieuw gewicht voor onze Melkweg: zo’n 700 miljard keer zo zwaar als onze
zon.
Massa en snelheid zijn via zwaartekracht aan elkaar gekoppeld, en daarom
betekent een zwaarder sterrenstelsel ook een sneller sterrenstelsel.



Centrum van onze Melkweg


Het sterrenstelsel Andromeda is dus niet veel groter dan de Melkweg, maar ongeveer even groot en neemt
de kans op een botsing met het Andromedastelsel of kleinere sterrensterrenstelsels in de buurt toe.
Ons zonnestelsel bevindt zich op een afstand van bijna 28.000
lichtjaar van het centrum van de Melkweg

In ons universum zijn ongeveer 100 miljard sterrenstelsels. Door naar hun helderheid en beweging
te kijken, kunnen we afleiden hoe zwaar de stelsels zijn, en hoeveel sterren er ongeveer in zitten.
Van sommige nabije sterrenstelsels weten we meer dan over onze eigen Melkweg. Dat komt doordat we
daar zelf middenin zitten, en het moeilijk is om overzicht te krijgen van wat er in ons stelsel aanwezig is.


De onderzoekers ontdekten ook dat de Melkweg waarschijnlijk niet twee, maar vier spiraalarmen heeft.
Twee van die armen zitten vol met volwassen sterren zoals onze zon, terwijl de andere twee
bijna geheel uit gas en stof bestaan. Hoe dit komt weet men nog niet.

De binnendelen van de Melkweg heeft twee symmetrische spiraalarmen, die zich uitstrekken tot
de buitendelen van de Melkweg, daar waaieren ze in vier grote spiraalarmen uiteen, plus enkele kleinere
zijtakken. Het is de eerste keer dat de spiraalarmen over hun gehele lengte in kaart zijn gebracht.



Hubble maakt mozaiekopname van de Melkweg


Van februari tot juni 2008 heeft de Hubble Space Telescope meer dan tweeduizend opnamen
gemaakt van het centrum van ons Melkwegstelsel. Op het mozaïek van opnamen is
een nieuwe groep van zware sterren ontdekt en structuren van heet, geïoniseerd gas
dat in de binnenste 300 lichtjaar van ons sterrenstelsel wervelt.

De Melkweg bestaat uit twee delen: een centrale bolvormige verdikking met een lange balkvormige
structuur van sterren en een omringende, afgeplatte schijf. Deze schijf wordt overheerst door
een aantal spiraalarmen, die de plaats van actieve stervorming aangeven.
Het licht van de vele jonge en hete sterren veroorzaken de helderheid van de spiraalarmen.

Zwart gat in onze Melkweg, 11 december 2008
 
In  het centrum van onse
Melkweg bevindt zich een zwart gat, Sagittarius A,
(Boogschutter A) en is ongeveer vier miljoen keer zo zwaar als onze
zon.

Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, staat op een afstand van 27.000
lichtjaar van de aarde.
Astronomen uit een aantal landen hebben met behulp van telescopen in Chili de bewegingen
van 28
sterren, die om het centrum van ons melkwegstelsel draaien, gedurende 16 jaar in de gaten
gehouden.
Deze langdurige studie heeft het bewijs geleverd dat superzware zwarte gaten bestaan.
Een zwart gat is een bijzonder hemellichaam, waaruit geen licht of materie kan ontsnappen.


In 1992 is het onderzoek naar de stellaire baanbewegingen van de sterren begonnen met
de New Technology Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.
De laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan met één van de vier telescopen
die de Very Large Telescope,
VLT, van ESO vormen.



Zwart gat in onze Melkweg


De  opname is gemaakt door de VLT, er zijn blauwe, hete gebieden naast
rode sterren te zien, die als rode gaswolken oplichten.
De sterren die zijn gevolgd bevinden zich in het midden van de opname.

De binnenste 22 sterren vormen een zwerm en draaien in willekeurige banen om het zwarte gat.
De buitenste zes sterren volgen banen die in hetzelfde vlak liggen, zoals de planeetbanen
van ons
zonnestelsel. De overgang tussen de twee groepen sterren ligt op ongeveer
een lichtmaand afstand, dit is 800 miljard kilometer van Sagittarius A.


Door verdere waarnemingen, waarbij de vier telescopen van de VLT als interferometer worden gebruikt,
wil men onderzoeken hoe deze sterren zijn ontstaan en in hun omloopbaan terecht zijn gekomen.

Een van de sterren die gevolgd werd, de S2, beweegt zich zo snel
dat deze tijdens het onderzoek een rondje maakte rond het zwarte gat.

Bijzondere neutronenster in de Melkweg ontdekt, 28 september 2008

Met de SWIFT-satelliet is een bron, SWIFT J195509+261406, ontdekt die eerst als gammaflits
in het verre heelal werd gezien, maar daarna activiteiten vertoonde waarvan men vermoed
dat het om een nieuw soort
neutronenster gaat, de magnetar, in onze eigen Melkweg.

Na eerst gammastraling te laten zien vertoonde SWIFT J195509+261406 drie dagen lang
optisch vuurwerk, gevolgd door een periode van elf dagen van nabij-infrarodemissie.
Er werden acht telescopen gebruikt, waaronder SWIFT-satelliet (
NASA),
XMM-Newton (
ESA) en Very Large Telescope (ESO) in Chili.

Magnetars zijn jonge neutronensterren met een heel hoog magnetisch veld, die zich
tientallen jaren lang rustig kunnen houden. Waarschijnlijk vormen zij een groot aantal
in de Melkweg, ook al zijn er pas twaalf gevonden. Volgens sommige theorieën ontwikkelen
de hoog-energetische magnetars zich tot objecten die radiostraling uitzenden, zoals pulsars,
maar tot nu toe is er geen enkele bron gevonden waarbij dit gebeurd.
SWIFT J195509+261406 is het eerste object dat hiervoor in aanmerking komt.

 


Neutronenster in de Melkweg

 

Tot nu toe werden magnetars onderverdeeld in twee soorten: de Soft gamma-ray repeaters (SGR’s),
deze objecten zenden gammastraling uit en Anomalous X-ray pulsars (AXP’s), deze objecten
zijn anders dan normale pulsars en vertonen geen SGR kenmerken.

Vervolgwaarnemingen op röntgen- en optische golflengten moeten definitief uitwijzen
of SWIFT J195509+261406 inderdaad een nieuw type neutronenster is tussen
de SGR’s/AXP’s en de geïsoleerde, donkere neutronensterren in.
Een ander alternatief is dat het hier een ultracompacte röntgendubbelster betreft,
waarin een lichte
ster en een neutronenster in een zeer dichte baan om elkaar heen draaien.

Melkwegstelsel heeft twee grote spiraalarmen, 5 juni 2008

Waarnemingen met de Spitzer Space Telescope laten een ander beeld van de structuur
van de
Melkweg zien. Het blijkt dat de Melkweg slechts twee belangrijke spiraalarmen heeft en
twee minder belangrijke spiraalarmen, hierdoor is het een normaal
spiraalsterrenstelsel geworden.

Men ging ervan uit dat de Melkweg vier belangrijke spiraalarmen zou hebben,
terwijl de meeste grote spiraalstelsels er twee hebben.

Na onderzoek in de jaren ’50 werd het bestaan aangetoond van drie spiraalarmen van hete sterren.
Deze werden genoemd naar de sterrenbeelden waarin hun bestaan voor het eerst werd aangetoond:
Perseus, Orion en Sagittarius. Vervolg onderzoek in de jaren ’60 en ’70 waarbij men gebruik maakte
van radio-astronomie, om de vorm van de spiraalarmen te achterhalen, bleek dat de Melkweg uit
vier spiraalarmen bestaat, namelijk Norma, Scutum-Centaurus, Sagittarius en Perseus.

De zon bevindt zich in de onvolledige spiraalarm van Orion, die zich uitstrekt tussen de Sagittarius en Perseus.
In de jaren ’80 en ’90 heeft men nog enkele onvolledige spiraalarmen ontdekt, waaronder een zwakke
buitenste arm en verschillende zwakke ringen van sterren, die rondom de Melkweg gewikkeld zijn.

Begin juni 2008 is de ontdekking van een aanvullende spiraalarm bekend gemaakt, de 3 kpc-arm.
Het bestaan van een onvolledige spiraalarm met deze naam was al bekend, maar nu heeft men
ook het ontbrekende deel van de arm ontdekt.

 


Melkweg en spiraalarmen

 

De minder belangrijke spiraalarmen van de Melkweg hebben veel minder heldere sterren dan men dacht,
het zijn kleine concentraties van gaswolken en jonge sterren. Dit zijn de Sagittarius-, Norma- en 3 kpc-armen.
De twee andere belangrijke spiraalarmen, Scutum-Centaurus en Perseus, blijken juist veel belangrijker te zijn.

Scutum-Centaurus en Perseus zijn volwaardige spiraalarmen, met veel jonge sterren en rode reuzen.
De twee grote spiraalarmen beginnen aan de uiteinden van de centrale balk, een langgerekte
structuur van voornamelijk oude sterren in het centrum van het melkwegstelsel.
De aanwezigheid van die balk werd pas in de jaren negentig ontdekt.

De metingen aan de sterdichtheden van de spiraalarmen werden samengevoegd op een nieuw
Melkwegmozaiek (ongeveer een derde van de Melkwegband) van honderdduizenden infraroodfoto's,
waarop Spitzer in totaal meer dan honderd miljoen sterren vastlegde ook stervorminsgebieden, ijle bellen en
schillen, stofwolken, supernova-restanten en moleculaire wolken waarin onder andere koolwaterstof voorkomt.

 


Infraroodopname Melkweg

 

Infrarode golflengten kijken door absorberende stofwolken heen, zodat de structuur van het Melkwegstelsel
beter opvalt dan in zichtbaar licht. Spitzer keek tot afstanden van ongeveer zestigduizend
lichtjaar,
ver voorbij het centrum van het Melkwegstelsel.

Supernova's in het Melkwegstelsel, 10 april 2008

Op eerder opnamen van de infraroodsatelliet Spitzer Space Telescope zijn op korte afstand
van elkaar, twee
sterrenclusters ontdekt in het centrale midden van de Melkweg,
waarin elke paar duizend jaar een supernova-explosie plaatsvindt.

Deze sterren worden rode superreuzen genoemd en vormen meestal het laatste stadium in het leven
van massieve sterren. De twee nieuwe clusters bevatten ongeveer 40 rode superreuzen,
dit is 20% van het totale aantal rode superreuzen die op in de Melkweg bekend zijn.

Uit vervolgwaarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï blijkt dat het om sterrenhopen gaat
op ongeveer 20.000
lichtjaar afstand van de aarde, aan het uiteinde van de balkvormige structuur
die zich in het centrum van het Melkwegstelsel bevindt.

De sterrenhopen staan slechts 800 lichtjaar uit elkaar, en hebben leeftijden van 12 en 17 miljoen jaar.
De eerste cluster bevat 14 rode superreuzen, de tweede heeft er 26.

 


Melkwegstelsel met namen

 

De superreuzen zijn de directe voorlopers van supernova-explosies.
Volgens de onderzoekers kan er elk moment weer zo'n sterexplosie plaatsvinden.
De twee sterrenclusters zijn vermoedelijk ontstaan door de wisselwerking
tussen de centrale balk en de schijf van het Melkwegstelsel.

Protoplaneet waargenomen, 6 april 2008

Astronomen hebben mogelijk voor het eerst een zeer jonge planeet bij een andere ster gefotografeerd.
Dit blijkt uit de verspreiding van materiaal in de stofschijf rondom de jonge ster AB Aurigae.

Een foto van deze stofschijf laat enkele verdichtingen van materiaal zien, naast een gebied die arm aan stof lijkt te zijn.
In het midden van deze regio bevindt zich een klein en helder object, vermoedelijk het ontstaan van een rotsachtige planeet.

Een test-telescoop van de Amerikaanse luchtmacht maakte de foto. Deze telescoop maakt gebruik van
een speciale camera die in 2010 gemonteerd zal worden op de 8-meter Gemini South Telescope.

De ontdekking geeft mogelijk duidelijkheid over de manier waarop een planetenstelsel kan ontstaan,
vanuit een dikke gas- en stofschijf, waarin afzonderlijke grote objecten voorkomen, in een zeer dunne schijf.

 


Protoplaneet AB Aurigae

 

 

Met behulp van radiotelescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen weer een zeer jonge planeet
ontdekt, die zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is.
De afstand tot de moederster bedraagt het dubbele van de afstand tussen Neptunus en de
zon.

Deze ster bevindt zich op een afstand van 520 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld Stier (Taurus).
De stofschijf rondom HL Taurus is uitzonderlijk helder en massief en
vormt een ideale plaats om te zoeken naar planeten-in-wording.
Nu is een tweede planeet-in-wording binnen een week ontdekt na de eerste planeet-in-wording.

 


Protoplaneet aangegeven met b

 

Met de radiotelescopen is vastgesteld dat deze stofschijf heel veel brokstukjes ter grootte
van kiezelstenen heeft, dat duidt erop dat hier al sprake is van een samenklonteringsproces.
De bol van gas en stof zal uiteindelijk veranderen in een planeet ter grootte van Jupiter.

De ontdekking werd bij toeval gedaan bij de bestudering van de omgeving rond de ster HL Tauri.

Methaan op exoplaneet, 20 maart 2008

De onderzoekers ontdekten met behulp van de Hubble Space Telescope voor het eerst methaan
in de atmosfeer van een planeet buiten ons
zonnestelsel. De planeet met het formaat van Jupiter
is waarschijnlijk te heet, ongeveer 900 graden, om leven mogelijk te maken.

De organische verbinding methaan is gevonden in de atmosfeer van de planeet HD 189733b bij
de ster, HD 189733, op een afstand van ongeveer 63
lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld het Vosje.

De waarnemingen met de spectrometer van de Hubble hebben ook nog bevestigd dat de atmosfeer
van HD 189733b water bevat, dit was vorig jaar ontdekt met de infraroodsatelliet
Spitzer.
De exoplaneet draait in een krappe baan met een omlooptijd van twee dagen om zijn
ster.

 


Ster HD 189733

 

De ster op de foto (in het midden) bevindt zich in het linker deel van het sterrenstelsel Nebula Messier 27.

Methaan, dat bestaat uit waterstof en koolstof, is de simpelste organische verbinding.
Het komt in veel atmosferen van ons zonnestelsel voor, zoals in die van
Mars en de aarde.
Methaan wordt op de aarde door een groot aantal processen, o.a. biologische, geproduceerd.
Termieten, moerassen en vee zijn natuurlijke producenten van methaan.
Het is een bestanddelen van aardgas en een broeikasgas wat tot milieuproblemen kan leiden.

Onder bepaalde omstandigheden kan methaan een rol spelen bij chemische reacties
die nodig zijn voor het ontstaan van leven. De ontdekking geldt als een belangrijke stap
bij het verkennen van nieuwe werelden waar mogelijk leven voorkomt.

Jongste exoplaneet ontdekt, 5 januari 2007

De exoplaneet, TW Hydrae b, die bij een zonachtige ster is aangetroffen is de jongste tot nu toe.
Door deze ontdekking wordt duidelijk dat het ontstaan van gasplaneten plaats vindt door het instorten
van verdichtingen in de protoplanetaire schijf i.p.v. het condenseren rondom een vaste kern.
De leeftijd van de exoplaneet wordt geschat op 8 tot 10 miljoen jaar.

Eerdere exoplaneten waren niet jonger dan 100 miljoen jaar. De aarde is 4,5 miljard jaar oud.
De schijf is waarschijnlijk nog steeds bezig met het vormen van nieuwe werelden.
De exoplaneet bevindt zich op een afstand van 180 lichtjaar tot de
aarde,
in de richting van het sterrenbeeld Waterslang, Hydra.

 


Planeetvorming

 

De ontdekking laat zien dat een gasplaneet binnen tien miljoen jaar kan ontstaan,
nog voordat de schijf zijn gas verliest als gevolg van stellaire winden en straling.
TW Hydrae b is tien keer zo zwaar als Jupiter, een zwaargewicht onder de planeten en
bevindt zich in het grensgebied tussen een supermassieve planeet en een kleine bruine dwerg.

Uit de kleine, regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd van
de exoplaneet 3,56 dagen is en zijn afstand tot de ster ongeveer zes miljoen kilometer.

Exoplaneten bij Gliese 581 bewoonbaar? 15 december 2007

Uit onderzoek blijkt dat twee planeten Gliese 581c en Gliese 581d, uit het planetenstelsel
bij
ster Gliese 581, die vermoedelijk rotsachtig van aard zijn, zich in de leefbare zone van
hun zwakke rode dwergster bevinden, waar zich vloeibaar water aan het oppervlak kan bevinden.

Er zijn bijna 250 exoplaneten, die rondom andere sterren draaien bekend.
De meeste hiervan zijn Jupiterachtige gasreuzen, waarvan bovendien een groot deel
op bijzonder korte afstand tot de moederster staan. De laatste jaren hebben astronomen
een aantal planeten ontdekt met minder dan 10 aardmassa's, super-aardes genoemd.

In april 2007 werd de ontdekking bekend gemaakt van twee nieuwe planeten met een massa
van respectievelijk 5 en 8
aardes bij Gliese 581, een zwakke ster uit de M-klasse (een rode dwerg).

 


Gliese 581c en de aarde

 

Met nieuwe telescopen zal het mogelijk zijn om de juiste eigenschappen van deze planeten
te bepalen, waaronder de en atmosferische samenstelling.
Dan is men beter in staat om de bewoonbaarheid van een planeet te achterhalen.

Gliese 581c en Gliese 581d zullen belangrijke doelen zijn voor toekomstige missies
om aardachtige planeten te zoeken, zoals een gezamenlijke missie
van
ESA's Darwin en NASA's Terrestrial Planet Finder.
De Darwin/TPF zal het mogelijk moeten maken om de atmosferische eigenschappen te bepalen.

Atmosfeer van exoplaneet waargenomen, 5 december 2007

Met behulp van de Hubby-Eberly Telescope is de atmosfeer waargenomen van een planeet bij
de
ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en zwaarder is dan Jupiter, beweegt
vanaf de
aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn moederster langs.

 


Hubby-Eberly Telescope

 

Tijdens de passage schijnt een klein deel van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de atmosfeer
van de planeet heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van deze atmosfeer te bepalen.
In juli maakten sterrenkundigen bekend dat ze met de infraroodsatelliet
Spitzer waterdamp in de atmosfeer
van de exoplaneet hadden ontdekt, daar is nu het element natrium aan toegevoegd.

Het betreft de eerste waarneming van atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde.
Eerdere waarnemingen vonden vanuit de ruimte plaats.

Planeetvorming in de Plejaden, 15 november 2007

In de Plejaden, het Zevengesternte, de bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier,
zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten die op de
aarde lijken.

Astronomen ontdekten grote hoeveelheden warm stof rond de ster HD23514, één van de zwakkere sterren
in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk afkomstig van de onderlinge botsing van grotere protoplaneten.

 


Plejaden met ster HD 23514 (rode pijl)

 

De enorme hoeveelheden stof die hierdoor zijn ontstaan kunnen in de slotfase een planetenstelsel vormen.
Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons eigen
zonnestelsel hebben plaatsgevonden
en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de
maan. De ontdekking werd gedaan met een
gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North Telescope op Mauna Kea, Hawaï.

De Plejaden bevinden zich op een afstand van ongeveer vierhonderd lichtjaar en zijn ongeveer honderd
miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop kan planeetvorming op gang zijn gekomen.
Het warme stof bij de jonge ster HD23514, die veel op de
zon lijkt, bevindt zich in een gebied
dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons eigen zonnestelsel.

Vijfde planeet ontdekt bij ster 55 Cancri, 7 november 2007

Astronomen hebben rond de ster 55 Cancri een vijfde planeet ontdekt.
Net als de vier eerder ontdekte planeten is de vijfde planeet op indirecte wijze opgespoord.
De planeet is ontdekt met de Doppler techniek. Door haar zwaartekracht, trekt de planeet
aan haar begeleidende ster, waardoor deze een beetje van plaats verschuift.

Deze beweging kan door de moderne telescopen worden waargenomen.
Hieruit kan men dan indirect de aanwezigheid van begeleiders bij een ster aantonen.

De planeet is ongeveer 45 keer zo zwaar als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri.
De ster bevindt zich 41
lichtjaar van ons vandaan en heeft bijna dezelfde massa en leeftijd als onze zon.
De zonachtige ster 55 Cancri is wat ouder, koeler en lichtzwakker dan onze zon
en bevindt in de richting van het sterrenbeeld Kreeft.

 


Exoplaneet bij ster 55 Cancri

 

Hij bevindt zich in de leefbare zone, de gordel om de ster waar de temperatuur geschikt
is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. De afstand tot 55 Cancri bedraagt 116,7 miljoen km
(onze aarde staat 150 miljoen km van de zon).
Waarschijnlijk heeft de planeet geen vast oppervlak, qua samenstelling en uiterlijk lijkt zij op Saturnus.

Of er manen om de planeet draaien, is niet bekend. Het bijzondere aan het planetenstelsel
van 55 Cancri is, dat er veel planeten zijn, maar ook dat de meeste in cirkelbanen om hun ster draaien.
Ze vallen alle vijf in de categorie reuzenplaneten of gasreuzen.

Drie staan zeer dicht bij hun moederster en één op een veel grotere afstand.
De kleinste (en binnenste) heeft een vergelijkbare massa als Neptunus, draait in 3 dagen rond de ster
en de grootste (en buitenste) vier keer zwaarder is dan Jupiter, draait in 14 jaar rond.

Zwart gat met recordmassa, 1 november 2007

Astronomen hebben met de Chandra X-ray Observatory en de Swift een zwart gat met een recordmassa
ontdekt in het nabije
dwergsterrenstelsel IC 10 op een afstand van 1,8 miljoen lichtjaar van de aarde.
Het stellaire gat heeft een massa van 24 tot 33 keer de
zon, is kilometers breed en verbreekt daarmee
het oude record van enkele weken geleden, want toen maakten sterrenkundigen de ontdekking
van een stellair zwart gat met een massa van 16 zonnen in het sterrenstelsel M33 bekend.

Stellaire gaten ontstaan als een ster met een explosie sterft. Als de ster zwaar genoeg is kan
een zwart gat overblijven. Dit is een zwaar compact object, dat zo'n grote aantrekkingskracht
heeft dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen.

 


Enorm zwart gat

 

Belangrijk is dat er een hete ster om het zwarte gat heen draait, die materie overdraagt.
Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij röntgenstraling uit, omdat de ster
vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes bedekt, waardoor
de röntgenhelderheid daalt, kan zijn omlooptijd worden vastgesteld.

Er zijn ook superzware zwarte gaten, die op een andere manier ontstaan en miljoenen keren
groter zijn dan de stellaire zwarte gaten. Maar een middelgroot zwart gat, is nog nooit gevonden.

HIFI gaat water zoeken in het heelal, 13 september 2007

Het Nederlandse ruimteonderzoeksinstituut SRON ontwikkelde Heterodyne Instrument for the
Far Infrared, HIFI en is klaar om ingebouwd te worden in de ruimtetelescoop Herschel van de
ESA.

Vanaf een punt op anderhalf miljoen kilometer van de aarde gaat Nederlandse ruimtetechnologie
de aanwezigheid van water in kaart brengen in de verste uithoeken van het heelal.
De lancering is gepland in de tweede helft (juli) van volgend jaar. Herschel wordt
met zijn spiegeldoorsnede van 3,5 meter de grootste telescoop in de ruimte.

HIFI gaat als één van de drie wetenschappelijke instrumenten op Herschel straling analyseren uit het
heelal met een golflengte tussen infrarood en radiostraling in. Waarnemingen in dit golflengtegebied
zijn echter belangrijk omdat veel koele objecten in het heelal alleen hierin waarneembaar zijn.
Ook veel atomen en moleculen verraden zich via hun spectraallijnen in dit golflengtegebied.

Zo kunnen astronomen allerlei eigenschappen daarvan te weten komen, zoals hun chemische
samenstelling, temperatuur en snelheid. Ook watermoleculen, die in vele processen in het heelal
een sleutelrol vervullen, hebben spectraallijnen in dit deel van het elektromagnetische spectrum.

Omdat deze straling alleen vanuit de ruimte goed is te bestuderen en HIFI het eerste instrument is
dat dit gaat doen, zijn de verwachtingen hooggespannen. HIFI zal vooral veel leren over de aanwezigheid
van moleculen in het heelal. Een belangrijk zichtbaar molecuul is water. Veel astronomen zien de
aanwezigheid van water als een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van leven in het heelal.
Onderzoek met HIFI gaat wereldwijd veel informatie opleveren over het ontstaan van en planeten.

 


HIFI

 

Tot aan de lancering van Herschel volgt nog een traject van samenbouw met de satelliet en vooral testen.
Dat gebeurt onder andere op de triltafel en in de Large Space Simulator van ESTEC, waar Herschel en HIFI
blootgesteld worden aan het geweld dat bij lancering optreedt en aan de omstandigheden in de ruimte.

De ontwikkeling van HIFI heeft meer dan 15 jaar geduurd. Het is het meest complexe en kostbaarste
ruimtevaartproject dat ooit onder Nederlandse leiding gebouwd is. De kosten, rond de 200 miljoen euro,
zijn gedurende de ontwikkelingstijd bijeengebracht door de 23 instituten, waaronder
NASA en uit 11
verschillende landen die aan de bouw van HIFI hebben meegewerkt.
Nederland heeft ongeveer 60 miljoen euro bijgedragen.

HIFI is geen instrument dat zoals de Hubble Space Telescope, fraaie opnamen van hemellichamen maakt.
Hij splitst de ontvangen straling uiteen tot een spectrum dat gedetailleerd wordt geanalyseerd.
Het grootste deel van HIFI bevindt zich in een reusachtige thermosfles met 220 liter supervloeibaar helium.
Die zorgt ervoor dat het instrument een constante temperatuur heeft van slechts enkele graden boven
het absolute nulpunt en niet overstraald wordt door de warmte van de satelliet en het instrument zelf.

Superholte in heelal ontdekt met doorsnede van een miljard lichtjaar, 26 augustus 2007

Op ongeveer acht miljard lichtjaar afstand van de zoals de aarde is een gigantische holte in het heelal
ontdekt, in de richting van het sterrenbeeld Eridanus, ten zuidwesten van Orion.
Het gaat om een gebied met een doorsnede van ongeveer een miljard
lichtjaar
waarin vrijwel geen normale materie zoals sterrenstelsels en gas voorkomen.

Ook bevat de superholte geen grote hoeveelheden intergalactisch gas of donkere materie.
Het bestaan van zulke enorm uitgestrekte lege gebieden is moeilijk te verklaren
met de huidige theorieën over de ontwikkeling van het heelal.
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat het heelal vol zit met leegtes,
maar nog nooit is er zo'n grote leegte ontdekt.

 


Superholte in heelal

 

De ligging van de superholte aan de hemel komt overeen met een relatief koel gebied in
de hemelkaart van de kosmische achtergrondstraling. Deze WMAP Cold Spot, genoemd
naar de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe waarmee de achtergrondstraling in kaart
is gebracht, ontstaat waarschijnlijk doordat fotonen van de achtergrondstraling
een beetje energie verliezen tijdens hun lange reis door het lege gebied.

Data van een radiotelescoop en een satellietmissie toonde aan dat het aantal
sterrenstelsels flink daalde in de buurt van het sterrenbeeld Eridanus, ook is
het gebied blauw op de kaart van de kosmische achtergrondstraling.
De achtergrondstraling vanuit Eridanus is koeler dan vanuit de andere sterrenbeelden.

LISA Pathfinder, 9 augustus 2007

ESA en NASA gaan samen werken aan de LISA Pathfinder, Laser Interferometer Space Antenna,
deze moet als één van de eerste zwaartekrachtgolven gaan onderzoeken.

Zwaartekrachtgolven zijn zeer kleine verstoringen in de ruimtetijd, deze zwaartekrachtgolven ontstaan
door bijvoorbeeld een klein dubbelstersysteem van twee neutronensterren in ons
melkwegstelsel en veroorzaken
volgens de theorie variaties van de afstand tussen de testmassa’s in de orde van een paar duizendste nanometer.

Dit is de voorspelde Einsteins relativiteitstheorie, maar ze zijn nog nooit waargenomen.
Onderzoekers gaan dat nu onderzoeken door zeer kleine verschillen te meten in de afstand
tussen testmassa’s die op vijf miljoen kilometer van elkaar vliegen.
De testmassa’s bevinden zich in een opstelling van drie satellieten.

 


LISA Pathfinder

 

Deze ruimtesonde moet ze vanuit een baan om de zon gaan onderzoeken met behulp van moderne technologieën.
Het ontwikkelen van de LISA Pathfinder begon in 2002 en de ruimtesonde moet rond 2010 gelanceerd worden
is de voorloper van de Laser Interferometer Space Antenna, LISA, die omstreeks 2017
de ruimte in moet gaan en ook om onder andere de ruimte-interferometrietechnieken te laten zien.

Op exoplaneet Gliese 581c is misschien water, 14 juni 2007

De kans dat er op de exoplaneet Gliese 581c vloeibaar water en leven is wordt groter, omdat de temperatuur gunstig is.
In april 2007 werd de ontdekking van deze aardachtige exoplaneet bekend gemaakt.
De exoplaneet draait om de
ster Gliese 581 en bevat mogelijk vloeibaar water en misschien leven.

Tijdens zes weken onderzoek met de Canadese satelliet MOST blijkt dat de rode dwergster Gliese 581 vrijwel
geen variaties in helderheid laat zien. Er zijn geen flinke pieken en dalen.
Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en energierijke uitbarstingen, wat ongunstig is voor
de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet, deze bezwaren lijken bij ster Gliese 581 niet op te gaan.
Waarmee nog niet gezegd is dat er op de exoplaneet Gliese 581c inderdaad iets leeft.

 


Exoplaneet Gliese 581c en rode dwergster Gliese 581

 

Het onderzoek geeft ook aan, dat de ster vrij oud is en zich al geruime tijd op deze plek bevindt.
Mogelijk hebben de exoplaneten rondom deze ster een leeftijd van enkele miljarden jaren, waardoor eventueel leven zich
misschien verder heeft ontwikkeld. Op
aarde duurde het ongeveer 3,5 miljard jaar voordat leven zich complex ging ontwikkelen.

Andromedastelsel laat melkwegstelsel verdwijnen, 15 mei 2007

Door de uitdijing van het heelal beweegt bijna ieder sterrenstelsel van ons af, alleen het Andromedastelsel of M31
beweegt met een snelheid van 120 kilometer per seconde naar ons toe.
Uiteindelijk zullen het
melkwegstelsel en het Andromedastelsel over ongeveer 2 miljard jaar met elkaar in botsing komen,
maar het zal geen frontale botsing worden en wat gebeurt er met de
zon en aarde?

 


Melkwegstelsel

 


Andromedastelsel

 

Bij de eerste dichte nadering van het Andromedastelsel zal de melkweg geheel uiteenvallen.
We krijgen dan een bolvormig centraal deel te zien van een elliptische sterrenstelsel, de bekende zijaanblik
van ons melkwegstelsel tijdens donkere nachten aan de hemel zal dan niet meer te zien zijn.

Beide sterrenstelsels zullen eerst over 2 miljard jaar een aantal rondjes om elkaar heen draaien.
Er is een kans van 12% dat het zonnestelsel de melkweg wordt uitgeslingerd en deel uit gaat maken van
een lange getijdenstroom of een kleine kans, 3%, dat het
zonnestelsel deel uitmaakt van Andromeda.

Bij het ontstaan van het zonnestelsel 4.7 miljard jaar geleden, was de afstand tussen de melkweg
en Andromeda 4,2 miljoen
lichtjaar. Deze afstand is nu 2.6 miljoen lichtjaar.

Aardachtige exoplaneet ontdekt, 25 april 2007

Europese wetenschappers hebben buiten ons zonnestelsel een planeet ontdekt die op de aarde lijkt, vermoedelijk met een
gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 40 graden Celsius, op het rotsachtige hemellichaam zou dus water (leven) kunnen zijn.
Maar het kan ook zijn dat deze exoplaneet voornamelijk uit gas bestaat en op Uranus of Neptunus lijkt.

De nieuwe planeet is anderhalve keer groter dan de aarde en is ongeveer drie tot vijf keer massiever en krijgt
de naam Gliese 581 C, vernoemd naar de
ster Gliese 581, dit is een rode dwergster in het sterrenbeeld Weegschaal
op een afstand van 20,5
lichtjaar bij ons vandaan.

Gliese 581 C is de kleinste exoplaneet die tot nu toe is ontdekt.
De planeet draait vijftien keer dichter om zijn ster dan de aarde om de
zon. Een jaar op Gliese 581 C
duurt maar 13 aardse dagen (rondje om zijn ster), de afstand tot Gliese 581 is minder dan elf miljoen kilometer.

In ons zonnestelsel is het op die afstand gloeiend heet, maar Gliese 581 is een rode dwergster en straalt veel minder warmte uit dan onze zon.
Twee jaar geleden werd heel dicht bij deze ster al een gasplaneet (Jupiter) ontdekt met een massa van ruim 15 keer die van de aarde
en er zijn ook tekenen van een derde planeet met een massa van 8 keer die van de aarde, maar deze ligt buiten de leefbare zone.
Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is in de leefbare zone van een ster.
Sinds 1995 zijn buiten ons zonnestelsel 227 planeten ontdekt. De meesten zijn gasreuzen (Jupiter) waar geen leven is.

 


Ster Gliese 581

 

Computermodellen voorspellen dat paneet Gliese 581 C of een rotsachtige planeet is (zoals de aarde) of een waterwereld
en is ontdekt met behulp van een telescoop van het European Southern Observatory (ESO) in Chili, met de gevoelige spectrograaf
(het HARP instrument) op de 3,6-meter telescoop. Zelf kunnen de astronomen de ster niet zien.
Voor hun ontdekking gebruikten zij een zeer gevoelig instrument dat kleine schommelingen meet in de snelheid van de ster,
veroorzaakt door de zwaartekracht van een planeet, met de wiebel-techniek werd de grootte en massa van de planeet bepaald.
Een ster wordt heel vaak beïnvloed door de zwaartekracht van een naburige planeet.

Zonder water geen leven, maar ook uitbarstingen van sterrenvlammen kunnen dat onmogelijk maken.
Die sterrenvlammen kunnen juist bij een rode ster veel voorkomen.

Planeten zijn, als ze dichtbij een ster staan, vaak met één zijde naar hun ster gekeerd.
Dan kan één kant heel koud zijn en een andere heel heet, dit zorgt voor rare effecten.
Het duurt nog wel een jaar of tien voor er meer duidelijk wordt over de planeet bij ster Gliese 581.
Want daar zijn nieuwe satellieten en technieken voor nodig.

Water ontdekt op exoplaneet, 10 april 2007

Astronomen hebben voor het eerst de aanwezigheid van water aangetoond in de atmosfeer van een exoplaneet bij een andere ster
dan de
zon. Het is geen vloeibare vorm, maar waterdamp in de atmosfeer van de exoplaneet HD209458b rond de ster HD209458.

Deze Jupiter-achtige reuzenplaneet, ontdekt in 1999, draait in een kleine omloopbaan op een afstand van
7 miljoen kilometer rond de ster. Tot de
aarde is de afstand 150 lichtjaar.
Vanaf de aarde zien we de baan van opzij, waardoor de exoplaneet elke paar dagen voor de ster langs beweegt.

 


Water ontdekt op exoplaneet HD209458b

 

Het water werd ontdekt toen de planeet voor de ster langs draaide. Vanaf de aarde kunnen wij dit niet visueel zien,
omdat de planeet daarvoor te klein en te lichtzwak is, maar we zien wel de spectra van de ster en de exoplaneet.
Wanneer de exoplaneet voor de ster langs draait, versterkt de waterdamp in de atmosfeer het infrarode licht van de ster.
Het infrarode licht wordt naar de aarde gestuurd, wat dan een afdruk van de waterdamp laat zien.

Ook al bestaat de atmosfeer van de exoplaneet uit water, leven zoals wij dat kennen is onmogelijk op HD209458b.
De exoplaneet verliest ook iedere seconde 10.000 ton gas door de hitte en aantrekkingskracht van de ster.

Rosetta maakt opname van Mars, melkweg en planetoïde Lutetia, 28 januari 2007

De ruimtesonde Rosetta heeft mooie foto's gemaakt van Mars, de melkweg en de planetoïde Lutetia.
De Europese ruimtesonde, die in 2014 aankomt bij de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko,
fotografeerde gedurende 36 uur de verschillende objecten met de OSIRIS
(Optical, Spectroscopic and Infrared Remote Imaging System) camera.

 


Planetoïde Lutetia

 

Rosetta begon met het fotograferen van de planetoïde op 2 januari 2007.
Lutetia bevond zich op een afstand van 245 miljoen kilometer bij de ruimtesonde vandaan.
De planetoïde is één van de twee onderzoeksobjecten van Rosetta tijdens de reis naar de komeet 67P.
De andere planetoïde is 2867 Steins, deze wordt in september 2008 onderzocht, Lutetia pas in 2010.

 


Rosetta maakt opname van Mars en melkweg

 

Op 3 december 2006 een mooie foto gemaakt van Mars (boven het midden) en de melkweg,
Mars is overbelicht is, waardoor de planeet omringd wordt door een halo.

Tijdens de nadering van Mars zal de zwaartekracht op 25 februari, flyby, gebruikt worden om
Rosetta af te remmen, in november van dit jaar zal dat nog eens bij de aarde gebeuren.
Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid te geven.

Vijf nieuwe exoplaneten ontdekt, 4 oktober 2006

De Hubble Space Telescope heeft vijf exoplaneten ontdekt, die tot een nieuwe klasse van
Ultra-Hete Jupiters behoren, Ultra Short Period Planets of USPP’s.
De vijf exoplaneten bevinden zich in de centrale midden van onze
melkweg,
op een afstand van 26.000
lichtjaar.
In het centrum van de melkweg heeft men ook nog elf gewone exoplaneten gevonden.

 


Nieuwe Exoplaneten (kleine rondjes)

 

Er zijn al meer dan 200 exoplaneten ontdekt, de meeste bevinden zich op een afstand van
enkele duizenden lichtjaren van de
zon en door de ontdekking van deze zestien planeten
op grote afstand, kan men een betere schatting maken van het totaal aantal planeten in de melkweg.
Als je de zestien exoplaneten naar de gehele melkweg omrekent, kom je uit op
zes miljard exoplaneten, die ongeveer de massa van Jupiter hebben.

De exoplaneten draaien zo snel om hun ster, dat hun omlooptijd korter is dan een dag, ongeveer 10 uur.
De onderzoekers vonden de planeten door afwijkingen te meten in de lichtsterkte van de sterren
waar zij omheen draaien. De kortste omlooptijd die tot nu toe was vastgesteld bedroeg 1,2 tot 2,5 dagen.

De meeste bekende exoplaneten bestaan uit gas en hebben ongeveer de omvang van Jupiter.
Ze staan alleen veel dichter bij hun ster dan Jupiter bij de zon en zijn dus veel heter.
Dat geldt ook voor de nu ontdekte exoplaneten, die echter afwijken door hun hele korte omlooptijd.

Drie exoplaneten ontdekt die op Neptunus lijken, 19 mei 2006

Europese astronomen hebben met de 3,6 meter telescoop in La Silla op Chili, drie nieuwe exoplaneten en
een planetoïdengordel ontdekt rond de
ster HD 69803, deze ster is vanuit het zuidelijk halfrond nog net
zichtbaar met het blote oog, op een afstand van 41
lichtjaar bij de aarde vandaan, in het sterrenbeeld Puppis.
De planetoïdengordel is met de
Spitzer Space Telescope, infraroodsatelliet, waargenomen.

De binnenste planeet is waarschijnlijk rotsachtig, terwijl de buitenste van de drie, de eerste planeet is,
die het meest op Neptunus lijkt en zich in de leefbare zone rond de ster bevindt.
Onze aarde bevindt zich in de leefbare zone rond onze
zon.

De leefbare zone is de zone waarin water in vloeibare vorm aangetroffen zou kunnen worden
op het oppervlak van een planeet.
Venus en Mars vallen er net buiten.

 


Ster met de drie planeten

 

De astronomen bestudeerden de ster gedurende meer dan twee jaar.
Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen, het bestaan ervan wordt afgeleid uit kleine, regelmatige
verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830, die duiden erop dat de ster heen en weer wordt
getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden van 8,67, 31,6 en 197 dagen.

De drie exoplaneten bevinden zich dichter bij de ster, dan de aarde bij onze zon.
Hun massa's zijn minimaal 10, 12 en 18 keer de massa van de aarde.

Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1995 zijn er al ongeveer 180 planeten gevonden rondom
andere sterren. Meer dan 40 van deze exoplaneten liggen in systemen die bestaan uit twee of meer planeten.

De buitenste planeet heeft waarschijnlijk een rotsachtige kern heeft en een waterige laag eromheen,
maar de planeet heeft waarschijnlijk een dikke gasachtige atmosfeer. Op het water ontstaat dan een hoge druk,
waardoor de temperatuur op kan lopen tot boven de 1.000 Kelvin. Hierdoor is leven bijna onmogelijk.

Eenvoudige techniek neemt exoplaneet waar, 18 mei 2006

Een team van professionele en amateur-astronomen, die met behulp van eenvoudige apparatuur werkt,
heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord.
Het gaat om planeet XO-1b, ter grootte van Jupiter, die in 4 dagen rond een zonachtige
ster draait.

 


XO-1b, Exoplaneet

 

XO-1b bevindt zich op een afstand van 650 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Corona Borealis.
Bij elke overgang van XO-1b dooft het licht van de ster met zo'n 2%, XO-1b is de tiende exoplaneet,
die werd gevonden met de transit-methode, deze methode neemt waar, als een planeet in een baan rond een ster,
de helderheid van de ster vermindert, wanneer de planeet voor de ster schuift.

De vermindering van de helderheid is klein, maar groot genoeg om waarneembaar te zijn hier op aarde.
De ontdekte planeet is tot XO-1b omgedoopt en beweegt zich rond de ster XO-1, ook wel bekend als
GSC 02041-01657, deze ster lijkt veel op onze eigen
zon.
De massa van XO-1b is ongeveer 0,9 Jupitermassa's en de doorsnede ligt tussen 170.000 en 200.000 kilometer.

Het team maakt gebruik van de geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker,
die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere standaardcomponenten bestaat.
Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in de gaten gehouden,
om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige helderheidsveranderingen vertonen.

 


XO-telescoop

Dubbele helixachtige nevel gevonden, 15 maart 2006

Met de Spitzer Space Telescope zijn opnamen gemaakt van een gasnevel in de buurt van het centrum van
het melkwegstelsel, de dubbele helix heeft een lengte van 80
lichtjaar en lijkt erg op de vorm een DNA-molecule.

De nevel bevindt zich op ongeveer 300 lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in het centrum van
het melkwegstelsel en heeft zijn vorm te danken aan een sterk magnetisch veld dat vast zit aan
de schijf van hete materie, die het zwarte gat omringd.

 


Dubbele helixnevel

 

Deze schijf draait eenmaal in de 10.000 jaar in het rond
daarbij worden zijn magnetische veldlijnen als elastiekjes opgewonden.

We zien eigenlijk twee gaszuilen die om elkaar lopen, zoiets heeft nog niemand gezien.
De meeste nevels zijn of spiraalstelsels vol met
sterren of een vormloze samenklontering, bestaande uit gas en stof.
De
aarde bevindt zich op een afstand van 25.000 lichtjaar bij het zwarte gat vandaan.

Ons Melkwegstelsel en Andromedanevel zijn op vergelijkbare wijze ontstaan, 28 februari 2006

Waarnemingen met de Keck-2 telescoop, van de bewegingen en metaalgehaltes van tienduizend sterren in de Andromedanevel
duiden erop dat dit nabije sterrenstelsel ongeveer dezelfde voorgeschiedenis heeft als ons eigen melkwegstelsel.

Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel, de halo waar zich minder sterren bevinden,
van de Andromedanevel metaalarm zijn, dit betekent dat ze weinig elementen zwaarder dan helium bevatten.

Dat is enigszins verrassend, omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo
van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren.

 


Andromedanevel

 

Sterren die zich dichter in het centrum van de Andromedanevel bewegen, zijn van latere datum en metaalrijker.
Met metalen bedoelen sterrenkundigen alle elementen zwaarder dan helium, ook al zijn veel van die elementen
scheikundig gezien helemaal geen metalen (zuurstof, stikstof, silicium).

Doordat beide sterrenstelsels in dit opzicht veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op vergelijkbare wijze zijn ontstaan.
Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo’s van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot
vier miljard jaar na de
oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben ingevangen.

Zowel de Andromedanevel als ons melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer
tweehonderd kleinere
sterrenstelsels en sterren van oorspronkelijke melkwegstelsels hebben opgeslokt.

Wegvliegende sterren, 27 januari 2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer twee
sterren ontdekt die zo snel door het melkwegstelsel
bewegen dat ze uiteindelijk de ruimte, buiten ons melkwegstelsel, in zullen vliegen.

Ze hebben snelheden van ruim 1,5 miljoen kilometer per uur.
De sterren bevinden zich in de richting van de sterrenbeelden Grote Beer en Kreeft.

 


Supersnelle ster in de melkweg

 

In 2005 werden ook al drie van deze supersnelle sterren ontdekt.
Naar schatting moet het melkwegstelsel ongeveer duizend van zulke wegvliegende sterren bevatten.

Op 9 november 2005 is ook zo'n supersnelle ster in de Grote Maegelhaense Wolk ontdekt.

Vermoedelijk worden ze versneld in de kern van het melkwegstelsel, wanneer een dubbelster op korte afstand
langs een andere ster beweegt, of langs het superzware
zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel.

De sterren van zo’n dubbelster worden in deze situatie van elkaar gescheiden,
de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt weggeslingerd.

De sterren hebben de centrale schijf van onze melkweg, die 120.000 lichtjaar in doorsnede is,
inmiddels verlaten, maar bevinden zich nog wel in de bolvormige halo van onze melkweg,
die zich in alle richtingen vanaf de kern van de melkweg 300.000 lichtjaar uitstrekt.

Ze zullen de melkweg uiteindelijk verlaten.

Exoplaneet ontdekt, 26 januari 2006
De
ESA heeft een exoplaneet ontdekt die op de aarde lijkt, de planeet is 5,5 keer zo zwaar als de aarde.
De planeet draait in een vrij wijde baan, in ongeveer 10 jaar rond een koele rode
dwergster.

De rode dwergster waar de planeet omheen draait, is vijf keer minder helder dan onze zon,
dat betekend in combinatie met de afstand, die ruim 2 keer zo groot is als de afstand tussen
de aarde en de zon, dat het op de planeet zeer koud is, ongeveer -220 °C.

De exoplaneet is ontdekt op 10 augustus 2005, heeft waarschijnlijk een dunne atmosfeer en is mogelijk
bedekt met een dikke rotsachtige ijslaag en bevroren oceanen.

De afstand tussen de planeet en de rode dwergster is ongeveer 400 miljoen kilometer.

 


Exoplaneet

 

De nieuwe planeet heet voorlopig OGLE-2005-BLG-390Lb en is de lichtste exoplaneet die tot nu toe ontdekt is.
Als de planeet in ons
zonnestelsel gezet zou worden, zou hij zich ongeveer op de plek
van de
planetoïdengordel bevinden, tussen Mars en Jupiter.

Tien jaar geleden werd de allereerste exoplaneet gevonden, inmiddels staat de teller op ruim 160,
maar er werd nog nooit een planeet gevonden die zoveel op onze aarde lijkt.

De planeten die bij andere sterren zijn ontdekt, bestaan meestal uit gas, zoals Jupiter of Neptunus.
Deze planeet is de eerste die een vast oppervlak heeft, maar doordat het er zo koud is, is er geen leven.

De ster waar de exoplaneet omheen draait, staat in de buurt van het centrum van ons melkwegstelsel,
op een afstand van ongeveer 25.000
lichtjaar van de aarde.

 


Centrum melkwegstelsel

 

De planeet werd gevonden met een techniek die microlensing wordt genoemd, in dit geval werd het licht
van een ver weg gelegen ster gebruikt om een object tussen die ster en de aarde zichtbaar te maken.

Het object in het midden buigt door zijn zwaartekracht het licht van de verre bron af, dit wordt feller en daarna
zwakt het weer af, hierdoor kon de exoplaneet ontdekt worden, die zelf niet te zien is.

Dit is gebaseerd op de theorie van Albert Einstein in 1915 voorspelde.

Uit nauwkeurige waarnemingen door deze microlensing, verricht door telescopen over de wereld, PLANET,
en European Southern Observatory, kon de aanwezigheid, de baan en de massa van de planeet berekend worden.

Volgens de ESA is het de eerste keer dat een systeem ontdekt wordt,
dat voldoet aan de kenmerken van een zonnestelsel.

Twee ruimtemissies gaan de komende tijd het onderzoek naar aardachtige exoplaneten voortzetten.

Eind dit jaar wordt door de NASA de missie Corot gelanceerd, waar ESA aan meewerkt.
Die zoekt vooral naar planeten die een paar keer groter zijn dan de
aarde.

De Corot zal naar verwachting in juni gelanceerd worden en blijft in de buurt van de aarde.
Hij krijgt een telescoop van 30 centimeter in doorsnede, die erop wordt gemaakt om te zien wanneer
een planeet voor een ster langs trekt.

 


Corot telescoop

 

Bij ESA start de missie Darwin.

Vier ruimtetelescopen werken in die missie samen om planeten op te sporen,
die net zo groot zijn als onze aarde en niet al te ver weg staan.

Darwin zoekt bij ongeveer duizend sterren in onze buurt naar exoplaneten met een atmosfeer en tekenen van leven.

 


Darwin telescoop

 

Centrum melkwegstelsel, 14 januari 2006
Op een infrarode mozaïekfoto gemaakt door de
Spitzer Space Telescope
is het centrum van ons
melkwegstelsel te zien.

Het is de scherpste foto die ooit is gemaakt van onze melkweg.

 


Centrum melkweg

 

Op de foto zijn voornamelijk oude sterren te zien en honderdduizenden wolken van heet stof en gas
die oplichten door jonge, massieve
sterren.

Onze zon bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van het centrum vandaan.
De zon doet 225 miljoen jaar over een rondje om het centrum van de melkweg.

Sinds haar ontstaan heeft de zon al 20 rondjes afgelegd.

Op 20 december 2005 is er met de Keck-2 telescoop ook een opname gemaakt van het centrum.

Perseus-spiraalarm, 27 december 2005
Uit waarnemingen met de
VLBA hebben radioastronomen ontdekt dat de Perseus-spiraalarm
van het melkwegstelsel, buiten de baan van de zon, veel minder ver van de
aarde
verwijderd is, dan uit eerdere onderzoeken was gebleken.

Het vaststellen van het melkwegstelsel is niet eenvoudig, omdat we er middenin zitten.

 


Perseus-spiraalarm en de zon

 

Op basis van bewegingen van sterren in de Perseus-spiraalarm was een afstand van 14.000 lichtjaar geschat.
De nieuwe VLBA waarnemingen hebben een afstand geschat van slechts 6400 lichtjaar.

Centrum melkwegstelsel, 20 december 2005
Astronomen hebben met behulp van de
Keck-2 telescoop een vrij scherpe
infraroodopname gemaakt van het centrum van het melkwegstelsel.

 


Het centrum van het melkwegstelsel is aangegeven door een kruis

 

In het midden van de opname is het nevelige centrum van het melkwegstelsel te zien,
dicht in de buurt van het superzware
zwarte gat.

2 november 2005
Superzwaar
zwart gat in de melkweg.

De VLBA heeft duidelijke waarnemingen gemaakt van de kern van de melkweg.

De Very Long Baseline Array, afgekort VLBA zijn 10 radiotelescopen
die aan elkaar gekoppeld, verspreid staan over de Verenigde Staten.

Met deze waarnemingen ontdekten radiosterrenkundigen een superzwaar zwart gat.
Dit zwarte gat heeft een massa van bijna 4 miljoen keer de massa van de
zon.

In de omgeving van het zwarte gat wordt sterke radiostraling opgewekt.
Deze bron werd ontdekt in 1974 en sindsdien aangewezen als mogelijk zwart gat van de melkweg.

De bron van deze straling is Sagittarius A en heeft hoogstens de afstand van de aarde tot de zon.
De afstand van de
aarde tot het zwarte gat is ongeveer 26.000 lichtjaar.

 


Sagittarius A, de witte bol is het zwarte gat

 

Door gebruik te maken van de Very Long Baseline Array kon de afmeting bepaald worden.

De astronomen deden hun VLBA-waarnemingen aan het melkwegstelsel in november 2002.
De conclusie is dat Sagittarius A zo goed als zeker een superzwaar zwart gat is.

Nieuwere nog betere waarnemingen moeten Sagittarius A dan laten zien als een schaduwschijfje
met een heldere ring eromheen.

Zo'n waarneming zou het zwarte gat in het centrum van de melkweg dan eindelijk rechtstreeks aantonen.

1 november 2005
De
FUSE heeft ontdekt dat de reuzenster Eta Carinae een dubbelster is.

Het is één van de zwaarste sterren van het melkwegstelsel, die op het punt staat zijn leven
in een krachtige
supernova-explosie te beëindigen.

 


Gaswolken van Eta Carinae gefotografeerd door de Hubble

 

De afgelopen jaren vermoedden de astronomen al een begeleider die in
5½ jaar in een baan om de ster heen draait.

De FUSE heeft nu de ultraviolette straling van een witte dwerg waargenomen
die om Eta Carinae heen draait.

De twee sterren produceren beiden een krachtige sterrenwind van elektrisch geladen deeltjes
en waar die met elkaar in botsing komen ontstaat elektromagnetische straling, dit is röntgenstraling.

17 september 2005
Onze melkweg heeft een grotere balkvorm in het midden (het oog), dan verwacht.

Deze conclusie trokken Amerikaanse astronomen uit infrarood beelden
van de
Spitzer-telescoop.

 


Balkspiraal

 

De balk bestaat uit oude, rode sterren en is ongeveer 27 duizend lichtjaar lang.
Hij staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de zon en het midden van de melkweg.

Dit betekent dat we in een sterrenstelsel leven met een ongewone vorm.

 

 


 

Mercurius

Mercurius staat het dichtst bij de zon.
Op
Pluto na is het de kleinste planeet.

Mercurius is een kale, droge planeet vol inslagkraters en lijkt op on.
De doorsnede van Mercurius is 4880 kilometer.

Mercurius heeft een magnetisch veld, wat je niet zou verwachten bij zo'n kleine planeet.
Dit wijst erop dat Mercurius een kern heeft van gesmolten ijzer.

Het magnetisch veld werd ontdekt door de ruimtesonde Mariner 10, die in 1974 en 1975
langs Mercurius vloog op een afstand zo groot als die tussen de
aarde en de maan.

De samenstelling van de atmosfeer:

Mercurius heeft geen manen en is sinds de vroegere oudheid bekend.

De zon lijkt er wel drie keer zo groot als bij ons.
De gemiddelde afstand vanaf de zon is 58 miljoen kilometer.

 


Mercurius

 

Overdag is het er erg heet, gemiddeld 400°C (700 Kelvin), ’s nachts daalt de temperatuur sterk tot -183°C (90 Kelvin).
De zon schijnt er 11 keer zo sterk als op aarde.

Mercurius draait om zijn as in 58 dagen, 15 uur en 30 minuten en om de zon in 88 dagen.
Een jaar op Mercurius duurt veel korter dan op aarde.

Een dag duurt echter twee jaar, dit komt doordat Mercurius in dezelfde richting draait als de zon
en langzaam om haar as draait, zodat één kant lang naar de zon is gericht.

Dynamische planeet Mercurius, 23 juli 2010

Uit gegevens van de derde flyby in september 2009 van de MESSENGER blijkt dat
Mercurius beduidend langer vulkanisch actief is geweest dan werd vermoed.
Het grote inslagbekken, ontdekt bij de derde en laatste flyby, heeft een vrijwel gave
bodem, dit wijst er op dat deze zich recent met vulkanische lava heeft gevuld.



Krater Debussy op Mercurius



Oppervlak Mercurius bijna compleet, 17 december 2009


De eerste vrijwel complete mozaïek van het oppervlak van Mercurius is gemaakt.
Bijna 98 procent van het oppervlak is nu in beeld gebracht door MESSENGER.

Vanaf maart 2011 zal MESSENGER in een baan om Mercurius draaien, het oppervlak
verder onderzoeken en de laatste twee procent van het oppervlak fotograferen.


Mercurius bijna compleet


MESSENGER vliegt langs Mercurius, 29 september, 2009

Om 23.55 uur vanavond vliegt MESSENGER op een afstand van 230 kilometer langs Mercurius.

Deze manoeuvre is de derde en laatste die nodig is om de ruimtesonde de juiste koers en snelheid
te geven om op 18 maart 2011, in een baan om de planeet te kunnen worden gebracht

Net als bij de twee vorige vluchten worden ongeveer 1500 opnamen van het oppervlak gemaakt
en wordt de extreem ijle atmosfeer onderzocht.


Derde flyby van de MESSENGER

Opnames gemaakt tijdens de flyby laten een deel van het oppervlak zien dat nog niet eerder in
kaart is gebracht, waaronder een inslagbekken van 290 kilometer groot, het Rachmaninoff bekken.

Toen MESSENGER door de schaduw van Mercurius vloog, werd het contact met de aarde verbroken.
Waarom de ruimtesonde naar de veilige modus overschakelde is niet duidelijk,
maar later kon hij weer gewoon worden opgestart.


Nieuw groot inslagbasin


Groot inslagbekken op Mercurius krijgt een naam
, 3 mei 2009

Op Mercurius heeft een inslagbekken de naam gekregen van de schilder Rembrandt van Rijn.
Het inslagbekken is ontdekt op 6 oktober 2009, heeft een doorsnede van
715 kilometer en is bijna 4 miljard jaar oud.
Bijna alle kraters en andere oppervlaktestructuren
zijn genoemd naar schrijvers, componisten en beeldend kunstenaars.

Op 14 januari en op 6 oktober 2008 vloog Messenger op 200 kilometer afstand langs
Mercurius en legde tijdens de flyby van 6 oktober 30% van onbekend oppervlak vast.
In totaal is nu 95% van het oppervlak in kaart gebracht.
Op 29 september 2009 is de derde flyby.


Inslagbekken Rembrandt op Mercurius

De grootste inslagstructuur is het Caloris-bekken, met een doorsnede van 1550 kilometer,
dit is bijna 1/3 van de doorsnede van Mercurius en is ontdekt
op opnamen in 1974 en 1975
gemaakt door Mariner 10. Net als Beethoven (625 kilometer) en Tolstoj (510 kilometer),
hun bodembekkens bestaan uit gestolde lavavlakken.

Sommige sterrenkundigen denken dat de hoge soortelijke dichtheid van Mercurius veroorzaakt
is door inslagen, waarbij de buitenste delen van de mantel in de ruimte zijn geslingerd,
terwijl de veel zwaardere mantel intact bleef.

Kraters op Mercurius krijgen namen, 2 december 2008

Op Mercurius krijgen vijftien kraters, die in beeld zijn gebracht door de MESSENGER,
een officiële naam van de Internationale Astronomische Unie.

 


Mercurius met namen

 

Kraters op Mercurius krijgen namen van schrijvers, componisten en beelden kunstenaars.
In april werden al kraters op Mercurius benoemd. De anderen zijn vernoemd naar
de Spaanse kunstenaar, schilder Salvador Dalí, de Russische componist Mikhail Glinka,
de Noorse schilder Edvard Munch en de Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe.

Mercurius voor 95% in beeld gebracht, 8 november 2008

Door de flyby van MESSENGER op 6 oktober langs Mercurius, is nu 95 procent van
het oppervlak gefotografeerd. Mariner 10 legde in 1974 ruim de helft van het oppervlak vast.

MESSENGER fotografeerde in januari 2008 een klein deel van het onbekende halfrond,
en daarna nog eens dertig procent van het oppervlak, ter grootte van Zuid-Amerika.

 


MESSENGER flyby's

 

Uit de ruim 1200 foto's blijkt dat het oppervlak er in grote lijnen overal hetzelfde uitziet:
oude kratervelden, afgewisseld met inslagbekkens. Meetinstrumenten van MESSENGER
stelden vast dat Mercurius een symmetrisch magnetisch veld heeft, en dat er in
de extreem ijle exosfeer natrium, calcium, waterstof en magnesium.

MESSENGER maakt opnames van Mercurius, 9 oktober 2008

MESSENGER heeft honderden opnamen van het kraterrijke oppervlak van Mercurius
gemaakt en doorgegeven naar de
aarde. Op de eerste foto die de NASA
heeft vrijgegeven, is de opvallend heldere krater Kuiper te zien, die
genoemd is naar de Nederlands/Amerikaanse astronoom Gerard Kuiper.

De heldere krater in het midden van de opname is de Kuiper krater, die ook al te zien was
op foto's die in de zeventiger jaren werden gemaakt tijdens de missie van de Mariner 10.

 


Mercurius in het midden Kuiper krater (wit)

 

Het gebied ten oosten van deze krater, dit is aan de rechterkant, is nooit eerder gefotografeerd.
Opvallend zijn de grote stralenstelsels die zich bijna over de gehele planeet uitstrekken.
Deze lange kraterstralen zijn lichte strepen op het oppervlak, die zich vanuit het kratercentrum lopen.

De kraterstralen en de lichte kraterbassins in bovenstaande foto wijzen op jonge kraters.
De kraterstralen worden door de tijd uitgewist door zonnewind en meteorieten. MESSENGER
maakte deze compositiefoto op 27000 kilometer afstand, anderhalf uur na de dichtstbijzijnde flyby.

Op de opname ligt de Kuiper krater links van het midden en is waarschijnlijk de jongste
en helderste krater met een doorsnede van 60 kilometer.

Machaut is een krater met een doorsnede van ongeveer 100 kilometer.
MESSENGER maakte de opname op 6 oktober 2008.

De schaduwen van een paar kleinere kraters in de grote krater zijn goed te zien.
De grootste krater is waarschijnlijk vol gelopen met lava net als de rest van de bodem
van Machaut. De bodem en de richels in de krater worden onderzocht.

 


Machaut krater op Mercurius

 

Messenger ziet Mercurius, 3 oktober 2008

Maandag 6 oktober vliegt MESSENGER voor een tweede keer langs Mercurius.
Er zal een groot deel van het oppervlak, wat nog niet bekend is, worden gefotografeerd.
Daarbij wordt het kraterrijke oppervlak tot 200 kilometer genaderd.

Er zal gebruik gemaakt worden van een laser hoogtemeter, zodat foto's en hoogtemetingen
met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Ook zal MESSENGER de atmosfeer en geladen
deeltjes in zijn magnetisch veld onderzoeken. De topografie bepalen en de massa opmeten.

 


Messenger ziet Mercurius

 

Deze flyby is de tweede van de drie die plaatsvinden voordat MESSENGER in een baan
om de planeet komt in 2011. Voor de eerste flyby in januari dit jaar, was bijna
de helft van het oppervlak van Mercurius nog nooit gezien.

Tijdens de flyby worden honderden foto's gemaakt en metingen verricht,
maar het hoofddoel is het verkrijgen van de juiste koers en snelheid.

Mercurius en zijn geheimen, 6 juli 2008

Het oppervlak van Mercurius is voor een belangrijk deel bepaald door vulkanisme.
De planeet is 35 procent sterker gekrompen doordat de kern afkoelt dan tot nu toe werd gedacht.
Dit komt onder andere door haar sterke magnetische veld, die wordt opgewekt in de vloeibare buitenkern.

De kern die voornamelijk uit ijzer bestaat neemt zestig procent van de totale massa in.
Sinds het ontstaan van Mercurius is ze al 1,5 kilometer kleiner geworden.

De gesteenten in de mantel zijn opmerkelijk arm aan ijzer. Dit zijn conclusies die onderzoekers trekken,
door bestudering van foto's en metingen die in januari 2008 werden verkregen door de
MESSENGER.
Deze vloog op een afstand van 200 kilometer langs Mercurius.

 


Mercurius opname door Messenger

 

Onechte kleurenfoto van het grote Caloris-inslagbekken op Mercurius (gele plek).

Op de opnamen zijn talrijke inslagvormen te zien die op vulkanische activiteit wijzen.
Het gaat om heldere afzettingen langs de randen van het bekken, inslagkraters in het bekken
zijn volgelopen met lava, dit is te zien aan de vervormende structuren van de lava.

Hierdoor lijkt Mercurius op de maan, die ook volgelopen bekkens met lava heeft (Mare).
Het verschil met de
aarde en Mars is, dat hier het vulkanisme vooral grote vulkanen achterliet.

Door eerder onderzoek was men al meer te weten gekomen over de atmosfeer van Mercurius
en zijn Si-, Na-, H-ionen ontdekt, (silicium, natrium en waterstofionen).

Donkere kransen op Mercurius, 9 maart 2008

Op opnamen van de Messenger die op 14 januari 2008 van Mercurius zijn gemaakt, laten kraters zien
met een merkwaardige donkere krans of halo. Op de bodem van één van die kraters ligt juist weer
helder materiaal. Waar deze opmerkelijke kenmerken vandaan komen, is nog onduidelijk.

Mogelijk is er op Mercurius een ondergrondse laag van donker materiaal aanwezig, die boven komt als
inslaande objecten de juiste diepte bereiken en donkerkleurige richels rondom de kraters vormen.

Een andere mogelijkheid is dat het donkere materiaal rond de kraters bij de inslag zelf is ontstaan,
waarbij de onderliggende rotsen zijn gesmolten. Dit materiaal is naar buiten geslingerd en weer gestold in
de vorm van donker, glasachtig materiaal, zoals die ook rond kraters op de
aarde en de maan is aangetroffen.

 


Kraters in het Caloris basin

 

De donkere halo's op Mercurius zijn veel opvallender en completer dan op de maan,
maar dat kan komen door de grotere zwaartekracht van Mercurius, die ervoor zorgt
dat het materiaal zich niet ver van de inslagplek kan verwijderen.

Maar hoe het heldere materiaal is ontstaan in één van de kraters is niet duidelijk. Dit materiaal
weerkaatst het zonlicht op dezelfde manier als ijs zou doen, maar het is onmogelijk dat het heldere materiaal
uit ijs bestaat. De temperatuur binnen de kraters kan overdag immers oplopen tot 400 graden Celsius.

Misschien dat onderzoek van de spectrometrische waarnemingen meer
duidelijkheid geeft over het materiaal waar deze krater uit bestaat.

 


Een andere krater op de zuidpool

 

Magnetisch veld van Mercurius, 3 februari 2008

Mercurius lijkt op de maan, maar toch zijn de verschillen groot. Mercurius heeft enorme kliffen
die zich over honderden kilometers uitstrekken, dit is ontstaan door breukvorming
die vroeg in de geschiedenis van Mercurius heeft plaatsgevonden.

Messenger heeft opnamen gemaakt van het centrum van het reusachtige inslagbekken Caloris,
die een merkwaardige structuur heeft in de vorm van een spin met een krater in het midden,
die een doorsnede heeft van 40 kilometer.

In het zonnestelsel zijn geen vergelijkbare structuren bekend, zodat de spin vrij bijzonder is.
De spin bestaat uit scheuren die vanuit het midden van de spin naar buiten lopen.
De scheuren lijken te zijn ontstaan door het plaatselijk uitzetten van de korst.

 


De spin in de Caloris krater

 

Alle kraters op Mercurius zijn anders dan die op de maan, waarschijnlijk komt dit
door de grotere zwaartekracht aan het oppervlak. Hierdoor valt het materiaal
dat bij een inslag wordt opgeworpen niet ver van de kraterrand neer.
Opnamen van de Messenger laten zien dat het oppervlak van Mercurius grotendeels
gevormd is door vulkanische activiteit. De inslagkraters zijn gedeeltelijk opgevuld met lava.

Het magnetisch veld is in de afgelopen dertig jaar sinds de Mariner 10 langs Mercurius scheerde,
vrij constant qua sterkte gebleven. Waarschijnlijk wordt het magnetische veld van Mercurius,
net als dat van de
aarde, door de dynamowerking van vloeibare metalen in de kern opgewekt.
Het is niet bekend hoe de planeet nog een vloeibare kern kan hebben, terwijl dat bij
Venus en Mars niet meer is.

Metingen van het magnetisch veld van Mercurius wijzen uit dat deze tweepolig is, dit betekent
dat het magnetisch veld een noord- en een zuidpool heeft, net als bij de aarde. Dit is ook
een aanwijzing dat het magnetisch veld van Mercurius zijn oorsprong heeft in de kern.

 


Magnetisch veld van Mercurius

 

Messenger heeft daarnaast metingen verricht van de gasvormige staart van waterstof en natrium,
die afkomstig zijn uit de zeer ijle atmosfeer van Mercurius en aan de planeet ontsnappen.
De grootste concentratie van gassen bevinden zich boven het noordelijk halfrond van de planeet.

Messenger zal nog twee flyby's bij Mercurius verrichten, op 6 oktober 2008 en 29 september 2009.
Bij iedere flyby wordt hij door de zwaartekracht van Mercurius afgeremd,
om op 18 maart 2011 in zijn omloopbaan terecht te komen.
Het is de bedoeling dat Messenger dan nog minstens een jaar zal functioneren.

Nieuwe opnamen van Mercurius, 22 januari 2008

Er zijn 1200 opnamen van de Messenger binnengekomen, van wat voorheen
onbekend gebied was, het zijn voornamelijk kraterlandschappen.

 


Zuidpool van Mercurius

 


Krater Sholem Aleichem (in de schaduw) op Mercurius

 

De inslagkrater Caloris, die tot de grootste van het zonnestelsel behoort,
laat een beetje de bodem van
Mercurius zien.
Onderzoekers hadden verwacht dat de bodem van Caloris donker zou zijn,
net als de grote zeeën (Mare) van gestolde lava op de
maan.
Maar de bodem is helder van kleur, met verschillende kleurcombinaties, die iets
kunnen zeggen over de mineralogische samenstelling van de korst van Mercurius.

Opname van Mercurius, 17 januari 2008

Na de flyby van Messenger langs Mercurius is een foto vrijgegeven.
De foto is 80 minuten na de dichtste nadering van Messenger gemaakt op een afstand van 27.000 km, het
meeste op de foto is nog niet eerder gezien op foto's van
Mariner 10 en laat een zwaar bekraterd oppervlak zien.

 


Messenger maakt opname van Mercurius

 

De foto is genomen op 14 januari om 21:24 uur.
Het lichte gebied rechtsboven is het Caloris bassin, of Bassin van de Hitte.
Wanneer Mercurius het dichtst bij de
zon staat, ontvangt het bassin de meeste hitte.
Het grote inslagbekken Caloris heeft een doorsnede van 1550 kilometer en is 3,8 tot 3,9 miljard jaar oud.

Op 16 januari is een tweede foto (onder) vrijgegeven, waarop rechtsboven de bekende dubbele krater Vivaldi te zien is.

 


Krater Vivaldi op Mercurius

 

Messenger vliegt langs Mercurius, 10 januari 2008

Mercurius krijgt 14 januari voor het eerst in bijna 33 jaar weer bezoek van ruimtesonde, Messenger.
Op 9 januari zal Mercury Dual Imaging System, de camera van de Messenger, foto's gaan nemen,
terwijl de ruimtesonde op Mercurius afkoerst.

 


Opname Mercurius gemaakt door Messenger

 

De Messenger ligt goed op koers om Mercurius op een hoogte van 202 kilometer voorbij te scheren,
maar heeft nog niet de juiste snelheid om in een baan om de planeet te komen,
hier zijn nog drie scheervluchten (flyby's) voor nodig.

Bij deze eerste flyby zullen 1200 opnamen worden gemaakt, waarvan sommige van een afstand
van niet meer dan 200 kilometer. Het is voor het eerst dat een deel van Mercurius in beeld wordt gebracht,
dat niet eerder door een ruimtesonde gefotografeerd is, waaronder een stuk van het Caloris-bekken,
een 1550 kilometer grote inslagkrater. Er worden observaties gemaakt van de samenstelling van
het oppervlak en de atmosfeer en de magnetosfeer wordt onderzocht.

Mercurius vloeibare kern, 6 mei 2007

Met radartechnieken hebben onderzoekers vastgesteld dat de kern van Mercurius op zijn minst voor een deel vloeibaar is.
Dit is afgeleid uit een heel kleine variatie in de aswenteling van de planeet tijdens zijn baan om de
zon.
Deze schommelingen wijzen erop dat de kern van Mercurius min of meer vrij kan bewegen ten opzichte van
de omringende mantel (en korst) en dat is alleen mogelijk als die kern (deels) vloeibaar is.

Mercurius behoort net als Uranus en Neptunus tot de minst onderzochte planeten van ons zonnestelsel en heeft in 1974 éénmaal
bezoek gehad van een ruimtesonde, de
Mariner 10, deze ontdekte onder meer dat Mercurius een zwak magnetisch veld heeft.
Dit zou in een vloeibare kern kunnen worden opgewekt, maar ook van een fossiel veld uit vroeger tijden kunnen zijn.

 


Binnenste van Mercurius

 

Mercurius is dermate klein (massa van vijf procent van de aarde) dat men verwachtte dat zijn kern al lang geleden gestold zou zijn.
Om dit te onderzoeken heeft men met de radiotelescoop van Goldstone in de VS, radiogolven naar Mercurius gestuurd.
De radiotelescoop van Green Bank ving de zwakke radarreflecties op om minuscule schommelingen in zijn draaiing op te sporen.

Vooraf was berekend dat een vloeibare kern tot tweemaal zo grote schommelingen zou veroorzaken als een vaste kern.
Uit de metingen blijkt volgens de onderzoekers met 95% zekerheid dat de kern van Mercurius vloeibaar is.

Messenger flyby langs Venus, 5 juni 2007

Dinsdagmiddag 5 juni, is de tweede flyby van de MESSENGER langs Venus, de kortste afstand tot Venus is dan 340 km.
De flyby helpt de MESSENGER verder op weg naar
Mercurius en om zijn snelheid te verlagen van 37 naar 28 kilometer per seconde.

 


Messenger flyby langs Venus

 

Tijdens de eerste flyby in oktober 2006, werden geen wetenschappelijke waarnemingen gedaan, omdat Venus
toen aan de andere kant van de zon stond, wat radiocommunicatie met de
aarde onmogelijk maakte.
Nu is de stand van Venus goed en zal onder andere het wolkendek van Venus bestudeerd worden.
MESSENGER gaat samen met de
Venus Express, die al geruime tijd om Venus draait, de invloed
van de zonnewind op de ionosfeer van de planeet onderzoeken.

Pas in januari 2008 heeft MESSENGER zijn eerste flyby bij Mercurius in oktober 2008 de tweede
en in september 2009 de derde flyby, de MESSENGER heeft aan het eind in 7 jaar
een afstand afgelegd van 7,9 miljard kilometer en 15 loopings langs de
zon.

 


Flyby langs Venus

 

MESSENGER heeft zeven wetenschappelijke instrumenten aan boord en zal het eerste ruimtevaartuig zijn die in een baan
om Mercurius draait en de eerste die onderzoek gaat uitvoeren over Mercurius sinds meer dan 30 jaar geleden.

Gedurende deze week zijn Venus en Mercurius aan de hemel te zien in de westelijke en noordwestelijke richting.
Venus is in het westen te zien als heldere avondster.

Messenger nadert Mercurius, 24 juni 2006

De Messenger van de NASA komt steeds dichter in de buurt van Mercurius.
De ruimtesonde heeft zich afgelopen woensdag 180 graden gedraaid,
dit vanwege de warmte van de
zon.

De zonnewering, een soort hitteschild, is nu gericht naar de zon,
waardoor de temperaturen in de ruimtesonde niet te hoog stijgen.

De manoeuvre duurde 16 minuten en was bedoeld om de temperaturen laag te houden,
anders zouden de onderdelen in de ruimtesonde te warm worden.
De afstand tot de
aarde was 196.5 miljoen kilometer en 144.6 miljoen kilometer tot de zon.

 


Messenger nadert Mercurius

 

De eerste flyby van de Messenger langs Venus is op 24 oktober dit jaar, daarvoor zullen nog
diverse testen plaatsvinden om te kijken of alle instrumenten goed functioneren.

Pas in 2011 zal de Messenger in een baan om Mercurius draaien. Tot die tijd volgen er nog een paar flyby's.
Tweemaal langs Venus (2006 en 2007) en driemaal langs Mercurius (twee keer in 2008 en een keer in 2009).

Mercurius-materiaal mogelijk ook op aarde, 5 april 2006

Mercurius is de binnenste planeet van het zonnestelsel en bevat een ongewoon grote kern van ijzer en nikkel, rood
op de foto. Bij het ontstaan van het zonnestelsel gaat men er vanuit, dat Mercurius een veel dikkere gesteentemantel
heeft gehad. De mantel, blauw op de foto, zou bij een zware kosmische botsing in de ontstaansperiode van
het zonnestelsel, 4,6 miljard jaar geleden, voor het grootste deel zijn verbrijzeld en de ruimte in zijn geslingerd.

 


Computermodel van de inslag op Mercurius

 

Dat er op aarde meteorieten liggen die afkomstig zijn van de maan en van Mars is al langer bekend.
Maar dat onze aarde ook zestien triljoen kilogram - een 1 met 18 nullen - Mercuriusmateriaal bevat, is nieuw.

Computernabootsingen laten nu zien dat het weggeworpen materiaal in zo'n geval voor een belangrijk deel
naar buiten geblazen kan worden door de stralingsdruk van de
zon en grote hoeveelheden
Mercurius-materiaal op
Venus en op de aarde terecht konden komen.

Hieruit heeft men afgeleid dat de planeet zeer dicht is en daardoor voor het grootste deel uit een metalen kern bestaat.
Het is nu aan
de Messenger om te kijken of dat ook inderdaad zo is.

Mercurius krijgt bezoek van twee ruimtesondes, 30 maart 2006

In augustus 2013 zal de ESA voor het eerst een ruimtesonde lanceren, de BepiColombo missie,
die een bezoek moet brengen aan Mercurius en ook wel de Boodschapper van de goden wordt genoemd.
Mercurius is de binnenste planeet, hij draait zo dicht bij de zon dat er hoge temperaturen heersen en dat
er sterke straling is. Door zijn bijzondere baan is het zeker de moeite om een ruimtesonde naar Mercurius te sturen.

De missie werd vernoemd naar de Italiaanse wiskundige Giuseppe Bepi Colombo en zal gelanceerd worden
door middel van een Soyuz-Fregat raket van op de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana,
hiervandaan zullen in 2008 Soyuz raketten gelanceerd worden.

BepiColombo bestaat uit drie componenten: een Europese en Japanse ruimtesonde
en een motorgedeelte dat beide sondes bij Mercurius moet sturen.
De ruimtesonde is bijna vijf meter hoog zijn en weegt ongeveer drie ton,
waarvan de helft door brandstof wordt ingenomen.

De lanceerraket zal een Sojoez 2-1B zijn met een aangepaste bovenste Fregat M-rakettrap.
Na een reis van zes jaar zal BepiColombo in augustus 2019 zijn doel bereiken en beginnen aan het onderzoek van Mercurius.

 


BepiColombo missie

 

Er worden met deze missie twee ruimtevaartuigen gelanceerd de Europese Mercury Planetary Orbiter, MPO
en de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter, MMO, die gebouwd wordt door de Japanse ruimtevaartorganisatie
JAXA. ESA en JAXA zijn enorm geïnteresseerd in onze binnenste planeet, omdat men tot nu toe zeer weinig weet
over de structuur, het oppervlak en het magnetisch veld van Mercurius.

MPO zal bij het lanceren een gewicht hebben van 600 kilogram en wordt ontworpen om Mercurius
gedurende één jaar lang te onderzoeken, MMO heeft bij het lanceren een gewicht van 250 kilogram
en zal eveneens een levensduur hebben van één jaar.

Beide sondes zullen er na de lancering in 2013 er zes jaar over doen voor ze in 2019 bij Mercurius aankomen, waarna
de twee ruimtesondes elk in een verschillende baan om de planeet gebracht worden en kunnen ze van start gaan
met hun wetenschappelijk onderzoek die vooral bestaat uit het onderzoeken van het Mercurius oppervlak,
zijn inwendige structuur en zijn magnetisch veld. De Japanse ruimtesonde MMO zal tijdens dit onderzoek al zijn
gegevens doorsturen naar de Europese ruimtesonde MPO, die ze dan op zijn beurt zal doorsturen naar de aarde.

 


MPO

 

De Europese MPO ruimtesonde zal zich in een baan om Mercurius bevinden op een hoogte tussen
de 400 en 12.000 kilometer boven het oppervlak en als beide sondes na een jaar lang nog optimaal
functioneren kunnen beide missies met nog één jaar verlengd worden.

Mariner 10 van de NASA ontdekte dat Mercurius over een redelijk sterk magnetisch veld beschikt.
Dit magnetisch veld zal één van de belangrijkste onderdelen zijn die de twee BepiColombo ruimtesondes
moeten onderzoeken en dit zal gebeuren door een magnetometer aan boord van de MPO die wordt
ontwikkeld door Duitse, Oostenrijkse, Britse en Japanse onderzoekers.

Dit is niet de eerste keer dat Europa samenwerkt met andere ruimtevaartorganisaties tijdens een onbemande missie
en tevens ook de duurste en grootste missie zal worden uit het Europese onbemande ruimtevaartprogramma.

Op technisch vlak zal eveneens zeer veel verlangt worden van deze twee ruimtevaartuigen en de reis naar Mercurius
zal een hele moeilijke onderneming worden, doordat de twee ruimtevaartuigen de aantrekkingskracht van de
zon
moeten weerstaan en dit kan alleen verwezenlijkt worden door gebruik te maken van de aantrekkingskracht van
de
maan, Venus en Mercurius. Vandaag de dag wordt in het ESA onderzoekcentrum ESTEC, dat gevestigd is in
Noordwijk, begonnen aan de eerste belangrijke onderdelen die beide ruimtevaartuigen aan boord zullen hebben
en worden verschillende technologieën en materialen getest die weerstand kunnen bieden aan de hoge temperaturen
die zich nabij Mercurius voordoen, doordat deze planeet zich zeer dicht bij de zon bevind.

 

 


 

Messenger

De Messenger werd in augustus 2004 gelanceerd, om in maart 2011 bij Mercurius aan te komen.

De Messenger is door de NASA ontworpen om Mercurius te onderzoeken,
de kosten bedragen 427 miljoen dollar en weegt 1100 kilogram.

Messenger betekent Mercury Surface, Space Environment, Geochemistry and Ranging.

 


Messenger

 

Messenger is op de helft van haar reis, 22 november 2007

De Messenger heeft de helft van haar 6,6 jaar durende reis afgelegd.

Op 14 januari 2008, zal ze voor de eerste keer langs haar uiteindelijke doel Mercurius vliegen
op een afstand van maar 200 km. Het is 32 jaar geleden dat de Mariner 10 in 1974 en 1975
Mercurius passeerde, tijd voor een nieuw onderzoek aan de binnenste planeet van ons
zonnestelsel.

Na enkele koerscorrecties en 2 passages langs deze planeet om haar snelheid te verminderen,
zal Messenger op 18 maart 2011 haar doel bereiken.

 


Messenger en Mercurius

 

Messenger op weg naar Mercurius, 27 oktober 2007

Op 250 miljoen kilometer afstand van onze aarde, heeft de Messenger
met succes twee kritische koerscorrecties ondernomen.

Zijn baan is nu zo gewijzigd dat hij Mercurius voor het eerst zal naderen op 14 januari 2008.

Deze correctie was de tweede in een reeks van 5 Deep-Space Maneuvers (DSM)
die de ruimtesonde helpen zijn uiteindelijke doel te bereiken.

 


Waar is Messenger

 

13 december 2005
Om 12.30 uur werd een grote succesvolle koerswijziging uitgevoerd om de Messenger
in de goede baan te brengen, om op 24 oktober 2006 langs Venus te vliegen.

 


Baan van de Messenger

 

De grote motor ging 524 seconden aan en veranderde de koers met 316 meter per seconde.
dit moet nog 5 keer gebruikt worden voor koerswijziging.

De ruimtesonde vliegt één keer langs de aarde, twee keer rond Venus,
3 keer rond Mercurius en ook nog 15 loopings rond de zon.

3 augustus 2004
De Messenger is gelanceerd, het doel is om de planeet Mercurius gedurende een jaar in kaart te brengen.
Via een ingewikkelde weg komt de Messenger bij Mercurius aan.

De ruimtesonde kan niet in één keer naar Mercurius, want dan is de snelheid
van dertien kilometer oer seconde bij aankomst veel te hoog.

De Messenger moet afgeremd worden door langs de binnenkant van de planeten te vliegen,
waardoor de snelheid wordt afgeremd, door flyby's krijgen ze juist meer snelheid.

In 2006 en 2007 komt hij langs Venus, in 2008 en 2009 ook nog eens 3 keer langs Mercurius
voordat hij in maart 2011 in een baan rond de planeet komt,
op een afstand van ongeveer 200 kilometer van het oppervlak.

In 2012 zal de reis van de Messenger eindigen door een inslag in één van de kraters op de planeet.

 

 


 

Meteosat Second Generation, MSG

Op 28 augustus 2002 werd de eerste weersatelliet, de Meteosat-8 van de nieuwe serie
Meteosat Second Generation, MGS, gelanceerd en in januari 2004 in gebruik genomen.

MSG wordt ontwikkeld door ESA in samenwerking EUMETSAT.

De satellieten zijn 2,4 meter hoog en hebben een doorsnede van 3,2 meter.
Het gewicht van de MSG satelliet is 2035 kilogram en het is de bedoeling
dat de satelliet ongeveer 7 jaar zijn werk doet.

De totale kosten bedragen 1,3 miljard euro, waarvan 2/3 wordt betaald door ESA en 1/3 door EUMETSAT.

 


Meteosat-satelliet

 

De Meteosat-satellieten verruimen de mogelijkheden voor weersverwachtingen en waarschuwingen
voor extreem weer, maar ook voor klimaatonderzoek, met name voor onderzoek naar straling,
temperatuur van zee- en landoppervlak, wolken en neerslag.

Ook de vegetatie op het aardoppervlak kan in kaart worden gebracht.

MSG satellieten staan op een vast punt, 35.800 kilometer, boven de aarde en zenden ieder kwartier gegevens door.
De derde Meteosat-satelliet wordt gelanceerd in 2008-2009 en vervangt na verloop van tijd Meteosat-8.

De vierde satelliet wordt gelanceerd in 2010-2011, vervangt Meteosat-9 en zal dienst doen tot ongeveer 2018.

De oude Meteosat-satellieten hebben 25 jaar gewerkt.

Meteosat-9 gelanceerd, 22 december 2005
ESA's nieuwste weersatelliet Meteosat-9 is gelanceerd vanaf de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana.

Het is de tweede satelliet in de MSG-serie, Meteosat Second Generation,
die in een baan om de
aarde werd gebracht.

 


Lancering Meteosat-9

 

Sinds 1977 gebruiken meteorologen weersatellieten om het weer te voorspellen.
De oude Meteosat-satellieten worden vervangen door de nieuwe tweede serie satellietsystemen.

Tot 2018 gaan 4 satellieten voordurend voor weersinformatie zorgen.
Verwacht wordt dat Meteosat-9 over een half jaar volledig in gebruik kan worden genomen.

 

 


 

MIR

MIR betekent in het Russisch vrede en wereld.

De eerste module van het ruimtestation werd gelanceerd op 19 februari 1986
en het laatste deel in 1996, het ruimteschip diende voor wetenschappelijk onderzoek.

 


MIR

 

Op 23 maart 2001 keerde de MIR na 15 jaar terug naar de aarde om in grote brokstukken
neer te storten in de Grote Oceaan, hij werd te onstabiel en was onveilig.