INFO OVER HET ZONNESTELSEL

 

M

 

Maan

De maan is de natuurlijke satelliet van de aarde.

Ze cirkelt op een afstand van 384.500 kilometer om de aarde heen en heeft een doorsnede van 3475,6 kilometer.
Ze draait in 27,3 dagen één rondje om de aarde.

 


De maan

 

De maan is een koude, levenloze, stenen bal, ze is vier keer zo klein als de aarde,
heeft geen dampkring of vloeibaar water en haar oppervlak is bedekt met kraters.

De temperatuur loopt overdag op tot 115°C en zakt ’s nachts tot 160°C onder nul.

De vlekken die we op de maan zien, noemen we zee of mare, dit zijn donkere gebieden,
die bestaan uit vulkanische lava, de lichtere gebieden zijn ouder, hoger land.

Net als de planeten geeft de maan zelf geen licht.
Dat je hem als een lichte bol of sikkel ziet, komt doordat er zonlicht op de maan valt.
Zo lijkt het alsof de maan zelf licht geeft.

De maan is waarschijnlijk 4.5 miljard jaar geleden ontstaan,
toen een hemellichaam ter grootte van
Mars op de jonge aarde insloeg.

Gesmolten gesteente van de twee hemellichamen werden de ruimte ingeslingerd.
Dit gesteente klonterde samen en hieruit is waarschijnlijk de maan ontstaan.

Op 21 juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan,
de astronaut
Neil Armstrong stapte als eerste mens op de maan, gevolgd door Edwin Aldrin.
Deze historische gebeurtenis werd op de televisie gevolgd door miljoenen mensen.

Waterijs op de noordpool van de maan, 8 maart 2010

De Indiase Chandrayaan-1 heeft ijsafzettingen ontdekt in kraters
van 2 tot 15 kilometer groot, rond de noordpool van de
maan.

Het mini-SAR radarinstrument van
NASA heeft in ongeveer
40 kleine kraters radarreflecties van bevroren water waargenomen.
De hoeveelheden wisselen per krater, maar het kan gaan om 600 miljoen ton water.


IJskraters op noordpool maan

Het gebied op de noordpool, Cicular Polarization Ratio.

Met een ander instrument van de Chandrayaan-1 was al eerder vastgesteld
dat er aanwijzingen zijn van watermoleculen in de bovenste
paar millimeter van het maanoppervlak.
Ook in diepe kraters rond de zuidpool van de maan zijn ijsafzettingen ontdekt.


Chandrayaan-1


Blauwe Maan tijdens jaarwisseling, 29 december 2009


Dit jaar is tijdens oud en nieuw de Blauwe Maan te zien.
Het is sinds 1990 dat we dit weer tijdens oudjaar meemaken.

Ook is er op 31 december vanaf 19.00 uur een gedeeltelijke maansverduistering te zien.
Het maximum van de eclips is om 20.23 uur.
De vorige maansverduistering op 31 december was in het jaar 1107.
De volgende volledige maansverduistering is 28 september 2015.

Bij de Blauwe Maan is de maan voor de tweede keer in een maand vol (vorige 2 december).
Dat komt niet zo vaak voor en het is bijzonder wanneer dit tijdens oudjaar is.
Het verschijnsel komt eens in de 2,7 jaar voor.

De volgende Blauwe Maan tijdens de jaarwisseling zal zijn in 2028, dit heeft
sterrenkundige Theo Jurriëns van de Rijksuniversiteit Groningen uitgerekend.
De eerstvolgende maand die een dubbele volle maan heeft is augustus 2012 en daarna juli 2015.


Waar de naam Blauwe Maan vandaan komt, is niet bekend.
Misschien komt het uit het Engels, daar zeggen ze Blue Moon.
De uitdrukking Once in a Blue Moon betekent: iets wat maar zelden gebeurt.

Sommige sterrenkundigen denken dat Schotse sterrenkundigen in de jaren vijftig
van de vorige eeuw een tweede volle maan waarnamen die blauw was.
De verkleuring zou een gevolg geweest zijn van de vervuiling
van de atmosfeer door een bosbrand in Noord-Amerika.

Een andere verklaring is dat sterrenkundigen in de zestiende eeuw de tweede maan
al waarnamen en die een valse maan ofwel belewe moon noemden.
Belewe Moon werd Blue Moon - Blauwe Maan.

LCROSS vindt water op de maan, 15 november 2009

Bij de inslag op 9 oktober van LCROSS in krater Cabeus is materiaal uit de kraterbodem
opgeworpen, waarvan de damp/stofwolk die daarbij ontstond en het opgeworpen
vaste materiaal water, waarschijnlijk 90 liter, blijkt te bevatten.

De eeuwige kou in de diepe, donkere kraters bij de zuidpool, waar geen zonlicht bij komt,
voorkomt dat het water verdampt. Men vermoed dat het water, veel meer dan verwacht,
al miljarden jaren geleden op de
maan is gevormd of veroorzaakt door komeetinslagen.


Stofwolk in de maankrater

De ontdekking kan het mogelijke opzetten van een permanente basis op
de maan vergemakkelijken. Eerder waren al sporen van enkele watermoleculen
op de maan gevonden en deze ontdekking is gunstig voor een permanente basis.

De NASA wil voor 2020 weer een missie naar de maan. Tot nu toe hebben tussen
1969 en 1972, twaalf Amerikanen op de oppervlakte van de maan gelopen.

LCROSS heeft kleine inslagpluim gezien, 23 oktober 2009

LCROSS heeft de inslag van de rakettrap op de maan vastgelegd,
maar de inslagpluim was veel kleiner dan men had verwacht.

De instrumenten van de ruimtesonde hebben de korte flits opgenomen van
de inslag zelf en de daaropvolgende wolk van damp en stof.


Inslagwolk veroorzaakt door LCROSS

De neergestorte rakettrap heeft een ongeveer 28 meter grote krater veroorzaakt.
De komende weken worden de verzamelde gegevens geanalyseerd.

Inslag op de maan, 9 oktober 2009

NASA laat vrijdag 9 oktober LCROSS (700 kilo) met een snelheid van ongeveer
9000 kilometer per uur op het oppervlak van de maan inslaan.

De LRO neemt de inslag waar en brengt het oppervlak van de maan nauwkeurig in kaart.

De tweede satelliet, de LCROSS, is betrokken bij de inslag op vrijdag.

In de stofwolken hopen wetenschappers sporen van water en ijs te vinden,
dit is van levensbelang voor een eventuele basis op de maan.

De inslagen vinden plaats rond 13.30 uur Nederlandse tijd. Eerst wordt de overbodige trap (de Centaur-trap, 2270 kilo) van de Atlasraket,die de LRO en de LCROSS naar de maan heeft gebracht, afgeschoten op dekrater Cabeus met een doorsnede van 100 kilometer bij de zuidpool van de maan.


LCROSS inslagkrater


Centaur-raket en LCROSS

Door de botsing ontstaat een krater van ongeveer twintig meter in doorsnede
en een diepte van vijf meter. Er zal ongeveer 385 ton aan materiaal los komen.

De LCROSS vliegt door de ongeveer 10 kilometer hoge stofwolk heen
en slaat vier minuten later zelf in, nadat eerst de gegevens over
de samenstelling van de stofwolk terug zijn gestuurd naar de aarde.

Het is niet voor het eerst dat door inslagen naar water of ijs wordt gezocht.
Ook de Lunar Prospector (1999), de Europese Smart-1 (2004) en de Japanse Kayaguya (2009)
liet men inslaan. Tekenen van ijs werden niet gevonden.

Koudste plek van zonnestelsel is op de maan, 19 september 2009

Ruimtewetenschappers hebben met behulp van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO)
waarschijnlijk de koudste plek in ons zonnestelsel ontdekt.

De Lunar Reconnaissance Orbiter verzamelt gegevens over het klimaat op de maan
om een temperatuurmap van de maan te kunnen samenstellen.

Aan de hand van nieuwe gegevens hebben wetenschappers van de NASA vastgesteld
dat het in enkele gebieden op de zuidpool van de maan kouder is dan op de dwergplaneet Pluto,
die veel verder van de zon af staat.

De zuidpool van de maan is daarmee waarschijnlijk de koudste plek in ons 
zonnestelsel.


Zuidpool van de maan

De laagste temperaturen die op de zuidpool van de maan zijn geregistreerd, liggen rond de -238° Celsius.
Dat is maar 35 graden boven het absolute nulpunt (-273° C).

Deze extreme kou is gemeten in drie kraters die nooit in de zon komen.
In deze kraters (ook op de noordpool) komen mogelijk ook ijsafzettingen voor.

LRO fotografeert maanlanders, 18 juli 2009

Tussen 11 en 15 juli is van de maanlander Eagle van Apollo 11 een opname gemaakt,
net als van de maanlanders van Apollo 14, 15, 16 en 17.


Apollo 11 lander Eagle


Door de lage zonnestand zijn lange, zichtbare schaduwen op het maanoppervlak te zien.
In de omgeving van de Apollo 14-lander zijn ook wetenschappelijke
instrumenten gezien en voetsporen van astronauten.

De landingsplaats van Apollo 12 wordt binnen enkele weken gefotografeerd.



Apollolanders op de maan


Neil Armstrong en Buzz Aldrin maakten veertig jaar geleden op 20 juli 1969 hun eerste maanlanding.



Buzz Aldrin bij de Apollo 11

LRO maakt eerste foto's van de maan, 6 juli 2009

De eerste foto's van de LRO zijn gemaakt van het gebied Mare Nubium, de Zee der Wolken.



Mare Nubium op de maan


Als de ruimtesatelliet over een paar weken in zijn definitieve baan op 50 kilometer hoogte over
de polen van de 
maan draait, worden er foto's gemaakt waarop details van een meter groot te zien zijn.
LRO scant het maanoppervlak in langgerekte strips.



Mare Nubium van dichtbij



Het gebied op de gedetailleerde foto van de maan is 1400 meter breed en het noorden
bevindt zich aan de onderkant.
De LRO gaat ook op zoek naar de achtergebleven Apollo-landers.

LRO in een baan om de maan, 27 juni 2009

Vierenhalve dag na de lancering is de LRO in een baan om de maan gebracht.
De motoren worden nog verschillende keren gebruikt, om hem in de definitieve baan te brengen.
Ook de LCROSS ligt op koers.

De LRO gaat een jaar op lage hoogte rond de maan draaien om het oppervlak in kaart te brengen
en geschikte landingsplekken voor de nieuwe maanverkenners op te zoeken.


Een gebruikt onderdeel van de LRO wordt tijdens de missie met hoge snelheid op
een maankrater afgeschoten, waardoor een grote stofwolk vrijkomt.
LCROSS zal door die wolk vliegen en op zoek gaan naar sporen van water en ijs.

LRO gelanceerd, 20 juni 2009

Lunar Reconnaissance Orbiter, LRO is 18 juni om 23.32 uur gelanceerd.
Door onweersbuien gingen de eerste twee lanceermogelijkheden,
om 23.12 en 23.22 uur, niet door.



Lancering op Cape Canaveral in Florida


De satellieten bereikt over een paar dagen de
maan. Over enkele weken zal hij
in een lage cirkelbaan over de polen worden gebracht om het gehele maanoppervlak
heel nauwkeurig in kaart te brengen en de LCROSS gaat op zoek naar ijs.


LRO en LCROSS staan klaar voor lancering, 18 juni 2009

Vanavond om 23.12 uur Nederlandse tijd worden LRO en LCROSS gelanceerd,
in oktober staat een inslag gepland in een zuidpoolkrater van de
maan,
om te onderzoeken of zich daar ijs bevindt.

De lancering van de spaceshuttle Endeavour naar het
ISS is vanmorgen
uitgesteld tot 11 juli, weer door een lek in een waterstofleiding.

Als LRO en LCROSS niet voor zondag 21 juni zijn vertrokken,
moet ook deze lancering enkele weken worden uitgesteld.  




LRO en LCROSS klaar voor lancering


De ruimtesatellieten bevinden zich bovenop de Atlas V raket.

Ruimtesatellieten naar lanceerbasis, 28 februari 2009

Lunar Reconnaissance Orbiter, LRO, wordt naar het Kennedy Space Center in Florida gebracht.
De lancering staat gepland voor 24 april. LRO gaat vanuit een lage, polaire baan rond
de
maan onderzoek doen aan topografie en samenstelling van het maanoppervlak.

De waarnemingen
van de poolgebieden worden gebruikt om landingsplaatsen te zoeken
voor toekomstige bemande maanvluchten.  LRO wordt gelanceerd met de
Lunar Crater Observation and Sensing Satellite, LCROSS en gaat een inslag uitvoeren in
een permanent beschaduwde krater in het poolgebied om te onderzoeken of er ijs aanwezig is.



LRO ingepakt voor transport


LCROSS wordt met de bovenste trap van de lanceerraket in een baan om de maan
gebracht. De rakettrap wordt losgekoppeld en zal in een maankrater neerstorten.
Vier minuten later moet
LCROSS door de stofwolk vliegen om de samenstelling te onderzoeken.
Kort daarna zal ook de 
LCROSS neerstorten en een tweede stofwolk veroorzaken.

De
Lunar Reconnaissance Orbiter gaat de maan gedurende minimaal een jaar onderzoeken.

LRO ondergaat test, 15 januari 2009

De Lunar Reconnaissance Orbiter heeft in Goddard Space Flight Center van de NASA,
in Greenbelt, Maryland, een vijf weken durende thermische vacuümtest doorstaan.

De ruimtesonde is blootgesteld aan de omstandigheden zoals die ook in de ruimte voorkomen.
De lancering staat gepland voor 24 april 2009.



LRO in de testruimte

LRO heeft zeven wetenschappelijke instrumenten die onderzoek gaan doen aan
de topografie en de mineralogische samenstelling van het oppervlak van de maan.

De ruimtesonde wordt voor de lancering vervoerd naar Kennedy Space Center in Florida.

Geen grote ijsvoorraad op de zuidpool van de maan, 26 oktober 2008

Op de koudste plek van de maan in de krater Shackleton, waarvan de bodem
nooit direct zonlicht ontvangt, ligt geen grote hoeveelheid ijs.
Terwijl de bovenrand van de krater vrijwel constant zonlicht ontvangt.

De camera van de Japanse maansatelliet Kaguya kan ook de donkere delen van
het maanoppervlak in beeld kan brengen en hieruit blijkt dat in de krater geen
oppervlakte-ijs te vinden is. De beelden van Shackleton laten alleen maanstof zien.

De krater op de zuidpool van de maan heeft een doorsnede van ongeveer 19 kilometer,
is vier kilometer diep en de temperatuur is iets minder dan 248 graden Celsius onder nul,
wat geschikt kan zijn voor het invriezen van levensvormen.

 


Shackleton krater op de zuidpool

 

De Lunar Prospector ontdekte tien jaar geleden grote concentraties waterstof
dichtbij het oppervlak van de maan. Onderzoekers dachten dat de bron van het waterstof
uit de voorraden bevroren water in diepe kraters rond de polen van de maan kwam,
die door inslagen van kometen zouden zijn aangevoerd.

Maar uit de opnamen van Kaguya, die sinds oktober 2007 om de maan draait, blijkt dit niet zo te zijn.
Misschien is er wel een kleine hoeveelheid ijs in de kraterbodem dat vermengd is met maanstof.
Maar de hoeveelheden zijn waarschijnlijk veel geringer dan gehoopt en misschien zelfs nihil.
 

Radar fotografeerde zuidpool maan, 1 maart 2008

De zuidpool van de maan is veel heuvelachtiger dan men dacht. Dit blijkt uit metingen met
de Goldstone Solar System Radar, van de
NASA, die vanaf de aarde de zuidpool heeft onderzocht,
deze radar staat in de Mojave-woestijn in Californië.

De zuidpool, met de enorme Shackletonkrater, geldt als een mogelijke plek voor een maanbasis.
De nieuwe gegevens over het oppervlak verkleinen de geschiktheid hiervoor.

De nieuwe foto's zijn vijftig keer zo scherp als de foto's die in de jaren negentig gemaakt werden
door de ruimtesonde Clementine. Uit de radargegevens verkrijgt men informatie over het reliëf
en de ruwheid van het terrein. De kleinste details die te zien zijn hebben afmetingen van twintig meter.

De signalen zijn verstuurd met de hoofdschotel van Goldstone, die 70 meter lang is.
Het weerkaatste signaal is vervolgens weer opgevangen met de twee 34-meter antenne's.

 


Zuidpool van de maan

 

Dicht bij de zuidpool van de maan zijn bergpieken te vinden die voortdurend zonlicht ontvangen, dit zou handig
zijn voor de energievoorziening, de kraterbodems liggen altijd in de schaduw, waar zich misschien ijs (water) bevindt.

De Lunar Reconnaissance Orbiter is een zeer geavanceerde maansonde die later dit jaar gelanceerd zal
worden naar de maan. De LRO zal een serie foto's van het maanoppervlak maken, waarmee
ondermeer een driedimensionale kaart van het maanoppervlak gemaakt kan worden.

De NASA heeft nieuwe maanwagens ontwikkeld die in de toekomst op de maan kunnen rondrijden.
NASA hoopt rond 2020 astronauten naar de maan te kunnen sturen. De bedoeling is dat er uiteindelijk
een semi-permanent bemande maanbasis wordt gebouwd.

Voor het afleggen van grote afstanden op de maan is een maan-truck ontwikkeld met zeswielaandrijving.
Voor onbemand onderzoek is een robotwagentje ontworpen die een boor aan boord heeft
om op zoek te gaan naar ondergronds ijs en zuurstofrijk bodemmateriaal.

 


Robotrover op de maan

 

Komt er een radiotelescoop op de maan, 1 maart 2008

De NASA heeft het plan voor verdere ontwikkeling goedgekeurd om een array van radiotelescopen
op de achterzijde van de
maan te zetten. Het betreft het Lunar Array for Radio Cosmology-project,
LARC, dat tot doel heeft om op zeer lage frequenties radiostraling uit de begintijd van het heelal
op te vangen, ook wel de era van de kosmische duisternis genoemd, dit is vanaf de
aarde niet mogelijk
doordat de zwakke radiogolven door de ionosfeer, een hoge laag van elektrisch geladen gas
worden tegengehouden en worden overstemd door radio- en tv-signalen.

De array zou moeten bestaan uit honderden radiotelescopen, verspreid over een gebied van maximaal
twee vierkante kilometer. Het voordeel van het gekozen frequentiegebied is dat de plaatsing van
de telescopen op de maan volledig is afgeschermd tegen verstoring van radio- en TV-signalen.

 


Maquette radiotelescoop op de maan

 

De era van de kosmische duisternis is een periode in de geschiedenis van het jonge heelal waarin het heelal
voldoende was afgekoeld om het ontstaan van neutrale waterstofwolken mogelijk te maken.
Deze wolken werkten als een ondoordringbare mist, waarin de meeste vormen van licht geabsorbeerd werden.
De mist klaarde pas op toen de eerste sterren, sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels
die erin waren ontstaan dit gas weer verhit hadden.

Radiogolven van LARC zijn in staat om door de kosmische mist heen te dringen en de informatie
te geven over deze mysterieuze periode in de geschiedenis van het heelal.

Behalve voor kosmologisch onderzoek zou LARC ook kunnen worden gebruikt voor het onderzoek
van uitbarstingen op de zon. Ingenieurs krijgen een jaar om het meer dan 1 miljard dollar kostende
plan uit te werken. Mogelijk kan de constructie na het jaar 2025 van start gaan.

Totale maansverduistering in aantocht, 18 februari 2008

In de nacht van woensdag 20 op donderdag 21 februari vindt een totale maansverduistering plaats,
om 2.43 uur valt in Nederland de eerste schaduw van de
aarde over de maan.

Bij een totale maansverduistering beweegt de Volle Maan door de schaduw van de aarde,
het verschijnsel doet zich voor als de
zon, de aarde en de maan in één rechte lijn liggen.
Er valt dan geen direct zonlicht meer op de maan. De maan krijgt dan een oranjerode kleur
doordat de atmosfeer rond de aarde nog een aantal rode zonnestralen richting maan buigt
en is dan een indrukwekkende, oranjerode bol aan de hemel.

Tussen 4.01 uur en 4.51 uur is de maansverduistering, eclips, volledig en bevindt zich geheel
in de schaduw van de aarde. Aan de linkeronderzijde wordt dan weer een onverduisterd deel
van de maan zichtbaar. Nog eens ruim vijf kwartier later, om 06.09 uur,
is de maan helemaal uit de schaduw van de aarde tevoorschijn gekomen.

 


Maansverduistering

 

Tijdens het maximum van de verduistering, om 04.26 uur, staat de maan hoog in het zuidzuidwesten.
Direct rechtsboven de verduisterde maan is de
ster Regulus zichtbaar, de hoofdster van het sterrenbeeld Leeuw.
Op grotere afstand linksboven de maan is Saturnus te zien. Tijdens de maansverduistering zijn ze
veel opvallender dan ervoor en erna, wanneer ze worden overstraald door het felle licht van de Volle Maan.

De maansverduistering van 21 februari is voorlopig de laatste die vanuit Nederland en België helemaal
kan worden waargenomen: de totale eclipsen van 21 december 2010, 15 juni 2011 en 10 december 2011
zijn hier slechts voor een deel zichtbaar omdat ze rond maansopkomst of maansondergang plaatsvinden.
Pas op 28 september 2015 is vanuit onze omgeving weer een totale maansverduistering van begin tot einde te zien.

Ontstaan van de maan was zeldzame gebeurtenis, 21 november 2007

Er zijn maar weinig planeten in het heelal die net zo'n grote maan hebben als de aarde.
Dit beweren sterrenkundigen naar aanleiding van een onderzoek aan vierhonderd jonge sterren,
die ongeveer 300 miljoen jaar oud zijn, net zo oud als onze zon toen onze maan werd gevormd.

Onze maan is enkele tientallen miljoenen jaren na de vorming van de zon ontstaan bij een
enorme botsing tussen de jonge aarde en een kleinere jonge planeet ter grootte van
Mars.

 


Grote inslag op een planeet

 

Bij zulke enorme botsingen ontstaan grote hoeveelheden stof.
Met de
Spitzer Space Telescope is bij andere jonge sterren naar zulke stofwolken gezocht,
maar die zijn zeer zeldzaam, de conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat er in hooguit
vijf tot tien procent van alle planetenstelsels deze zware botsingen plaatsvinden, waarbij
grote manen ontstaan op dezelfde manier als waarop de maan van de aarde is ontstaan.

Magnetisch veld van de aarde gevaarlijk voor maanreizigers? 17 april 2007

De maan draait eenmaal per 28 dagen door het magnetische veld van de aarde en bevindt zich, tijdens
deze omloop, vier dagen lang in een uitloper van het magnetische veld aan de schaduwkant van de aarde.
Delen van het maanoppervlak krijgen hierdoor een statische lading.

Het magnetische veld van de aarde laat elektronen op het oppervlak van de maan achter, waardoor maanstof
elektrisch geladen wordt en dit kan gevoelige elektronica beschadigen, als er ontlading plaatsvindt.
Het magnetische veld beschermd de aarde tegen gevaarlijke straling, maar is een bedreiging voor astronauten op de maan.

 


Maanstof met maanrover

 

Tijdens de Apollo 17 missie moest de maanrover regelmatig gerepareerd en afgeplakt worden om het stof
van de rover weg te houden, wat overal omhoogsprong als de astronauten over het maanoppervlak rondreden.

Deze statische elektriciteit vormt een serieus probleem voor astronauten, want het kan soms leiden tot kleine schokken, ook gaan
elektrisch geladen maanstofdeeltjes zweven en kunnen de ruimtepakken en verblijven van de astronauten binnendringen.

Onderzoek wijst erop dat de hoeveelheid elektrische elektronen een 18-jarige cyclus kent.
Dit heeft te maken met de stand van de baan van de maan en het lijkt erop dat de lading na 2012 weer toeneemt,
dit zou kunnen betekenen, dat de plannen om rond 2020 weer astronauten op de maan te zetten, extra risico lopen.

Volledige maansverduistering 3 maart, 25 februari 2007

In de nacht van zaterdag 3 maart op zondag 4 maart zal een volledige maansverduistering plaatsvinden,
die in heel Nederland en België te zien is. De verduistering begint om 22.30 uur 's avonds.

Het hoogtepunt van de verduistering is om 0.21 uur, na middernacht, op dat moment krijgt de maan
een volle roestbruine/rode kleur en vanaf 0.58 uur komt de maan weer tevoorschijn.
Om 2.11 uur is de maan weer volledig zichtbaar. De totale verduistering duurt 1 uur en 14 minuten.

 


Maansverduistering 3 maart

 

Een maansverduistering komt 66 keer per eeuw voor, ongeveer twee maal in de drie jaar.
Het verschijnsel treedt op wanneer de
aarde zich tussen de zon en de maan bevindt.

Lukt het niet om deze maansverduistering te volgen? Op 28 augustus dit jaar is er weer
een maansverduistering, maar hiervoor moet je wel naar Nieuw-Zeeland of Australië.

 


Maansverduistering 2007

 

Basis op de Maan, 5 december 2006

NASA gaat vanaf 2020 een blijvend internationaal basiskamp vestigen op één van de polen van de maan.
Dit in overleg met dertien andere ruimtevaartorganisaties, waaronder ook de
ESA.
Het plan bestaat uit de ontwikkeling van een maanbasis, die draait op zonne-energie in de buurt van één van de polen.

Er kan dan onderzocht worden of de maan voldoende natuurlijke hulpbronnen heeft om van te kunnen leven,
zoals zonne-energie en waterstof, zuurstof en ijs.
De basis kan ook worden gebruikt om een reis naar Mars voor te bereiden en allerlei wetenschappelijk onderzoek te doen.
De eerste missie zou in 2020 moeten plaatsvinden, maar zal worden voorafgegaan door onbemande verkenningsmissies.

Het verkenningsruimtevaartuig Orion dat in 2020 naar de maan gaat, lijkt op de Apollo
die in de jaren zestig de eerste astronauten op de maan zette, maar daar houdt de gelijkenis op.
De Apollo's vlogen rond de evenaar van de maan, maar de NASA richt zijn aandacht op de polen,
die geschikter zijn voor een langdurig verblijf vanwege het gematigder klimaat en meer zonneschijn.

De Orion zal worden uitgerust met een maanlander, die het eerste begin moet vormen van een basiskamp.
De nieuwe maanlander lijkt op een open bestelwagen, die is in te zetten voor vervoer van vracht en personen.

 


Orion 500

 

In 2009 wil de NASA een eerste test uitvoeren met één van de maancapsules.
In 2014/15 is de eerste bemande testvlucht van de Orion gepland, maar dan wordt er niet op de maan geland.
In 2020 zullen vier Orion-astronauten hun eerste landing op de maan maken. Daarna zal met de blijvende basis begonnen worden.

Het verblijf van de astronauten zal in het begin hooguit een week duren. Later wordt dit verlengd tot een half jaar.
NASA heeft een budget van 16 miljard dollar per jaar.

Maan langer actief geweest dan gedacht, 8 november 2006

Wetenschappers dachten dat de maan al meer dan drie miljard jaar niet meer vulkanisch actief is.
Nu zijn er echter nieuwe bewijzen dat de maan waarschijnlijk een paar miljoen jaar geleden nog
vulkanisch gas uitstootte. Dit denken wetenschappers na het onderzoeken van Ina, een vulkanische structuur
in de vorm van een D met een doorsnede van 2800 kilometer, op het oppervlak van onze maan.

Ina heeft hele scherpe randen, die voor het eerst tijdens de Apollo-missies zijn gefotografeerd.
Dit is vreemd, omdat kenmerken van het oppervlak, zelfs in het luchtledige van de maan meestal na
duizenden jaren verweren en binnen vijftig miljoen jaar zijn de kenmerken verdwenen.

 


Maan met de structuur van Ina

 

Verder zijn er nauwelijks inslagkraters zichtbaar.
De wetenschappers hebben twee kraters groter dan 30 meter gevonden in een gebied
met een oppervlak van acht vierkante kilometer. Mocht het oppervlak ouder zijn,
dan zouden er veel meer inslagkraters zichtbaar moeten zijn op Ina.

Op aarde wordt het oppervlak regelmatig veranderd door wind en water.
Op de maan gebeurt dat alleen door inslagen van meteorieten.

Volgens de onderzoekers kan Ina niet veel ouder zijn dan twee miljoen jaar.
Ina ligt op het kruispunt van twee lange, diepe breuken in de maankorst.

Het lijkt er niet op dat er veel magma naar buiten is gekomen, het zou eerder kunnen gaan
om de uitstoot van gassen, zoals kooldioxide en misschien zelfs waterdamp, waarbij afzettingen
op het oppervlak zijn weggeblazen en minder verweerde materialen kwamen bloot te liggen.

In de omgeving zijn nog vier van dergelijke structuren aangetroffen.
De recente uitstoot van gassen zou de waarnemingen van het radioactieve gas radon door
de Lunar Prospector in 1997-1999, de afgelopen 60 jaar ontsnapt uit de maan, kunnen verklaren.

Geen ijs op zuidpool van de maan, 18 oktober 2006

De enorme 300-meter Arecibo radiotelescoop in Puerto Rico heeft een radarfoto van het zuidpoolgebied
van de
maan gemaakt en op deze foto is geen waterijs te zien.
Er is nu weinig hoop, dat er zich veel waterijs bevindt in de donkere kraters op de zuidpool van de maan.
Waar moeten toekomstige bemande maanmissies dan hun water en brandstof vandaan halen?

Dicht bij de zuidpool van de maan bevinden zich enkele diepe kraters die altijd in de schaduw liggen.
Maanverkenners ontdekten een paar jaar geleden, dat op de manier hoe de radargolven uit die kraters weerkaatsten,
veroorzaakt kon worden door ijsvelden, koude vallen, die nooit aan
zonlicht worden blootgesteld.

 


Zuidpoolgebied, ongeveer 250 bij 100 kilometer groot,
A is Shackleton krater, 19 kilometer doorsnede en B is Shoemaker krater, 51 kilometer doorsnede

 

Zulke ijsvoorraden zijn heel belangrijk voor toekomstige maanbases, niet alleen voor zuurstof en drinkwater,
maar ook voor het maken van brandstof.

Nu is het wachten op de Lunar Reconnaissance Orbiter, van de NASA, deze zal in 2008 twee objecten
op de maan laten storten om te zien of er zich waterijs op de zuidpool bevindt.

Nieuwe maanmeteoriet gevonden, Maan, 13 september 2006

Op Antarctica is eind vorig jaar een stukje steen van de maan gevonden.
De maanmeteoriet, die lang geleden bij een inslag op de maan moet zijn weggeschoten,
is iets groter dan een golfbal en weegt 142 gram.

 


Maanmeteoriet

 

De samenstelling van het exemplaar komt overeen met die van de basaltlava’s waarmee de zeeën, mare,
op de maan gevuld zijn, maar bevat ook zeer grote kristallen, wat op een langzame afkoeling duidt.
Dit betekent dat het gesteente ooit diep in de maankorst heeft gezeten.

Tot nu toe zijn op aarde ruim veertig maanmeteorieten aangetroffen,
bij elkaar is het ruim dertig kilogram maangesteente.

Einde missie Smart-1, Maan, 3 september 2006

Om 7:42 uur Nederlandse tijd stortte Smart-1 op het oppervlak van de maan.
Het was zijn 2890ste rondje om de maan en tevens zijn laatste.
Het gebied heet de zee van voortreffelijkheid of Mare Excellence.
Aan de driejarige missie is nu een eind gekomen.

 


Inslag Smart-1 op de maan

 

De ESA heeft zaterdag op het allerlaatste moment de koers van de Smart-1 nog aangepast.
De omloopbaan van de maansonde is met 600 meter verhoogd zodat de sonde zonder gevaar
kan neerstorten op de geplande plek aan de zuidkant van de maan en niet in de krater Clausius.

Zie het nieuws van 31 augustus.

Smart-1 "landt" zondag op de maan, Maan, 31 augustus 2006

Zondag 3 september rond 7.42 uur "landt" de Smart-1 met een klap op de maan,
die mogelijk vanaf de
aarde, op de zuidwestelijke helft van de maan zichtbaar is.

De succesvolle Smart-1, die al anderhalf jaar om de maan omcirkelde,
stort dan met de snelheid van een geweerkogel, 2 kilometer per seconde,
gecontroleerd neer op de maan, dit is meer dan 7.000 kilometer per uur.

Een toren van stof en gruis kan tien tot vijftig kilometer opstijgen
boven de krater die Smart-1 in het maanoppervlak zal slaan.
De krater van de inslag zal ongeveer drie bij tien meter groot zijn.

 


Inslagplaats Smart-1 (de rode cirkel in het midden)

 

De kans om de inslag in Nederland te zien gaat niet door, omdat de zon dan al volop schijnt.
De inslag wordt ook gevolgd door een netwerk van radiotelescopen, waaronder die in het Drentse Dwingeloo.
Die gaan tot aan de laatste seconde mee en deskundigen proberen aan de hand van de stofwolk
uit te maken uit welk materiaal de oppervlakte bestaat waarop de Smart-1 neerstort.

 


Maanoppervlak, gefotografeerd door Smart-1 op een hoogte van 744 kilometer

 

Het belangrijkste was de aandrijving door een ionenmotor.
De motor heeft heel goed gewerkt en was een heel groot succes.
Smart-1 bleef nu nog dichtbij, maar de
ESA wil over een paar jaar
met dezelfde techniek missies naar
Mercurius en de zon sturen.

De 367 kilo zware Smart-1 heeft ruim 100 miljoen euro gekost.
Smart-1 wordt het twintigste ruimtevaartuig dat op de maan zal crashen.

Zie ook het nieuws van 26 juni 2006

Smart-1 bijna einde missie, Maan, 26 juni 2006

Na zestien maanden in een baan om de maan te hebben gedraaid, bereidt ESA
de
Smart-1 voor op het einde van zijn wetenschappelijke missie.
Op 19 juni begon de ruimtesonde aan een serie handelingen die 17 dagen zullen duren.

De Smart-1 zal tijdens zijn afdaling naar het maanoppervlak, nog steeds
wetenschappelijke gegevens doorsturen naar de
aarde.
Smart-1 zal op 3 september crashen op het maanoppervlak
Heel diep zal de krater niet worden, niet dieper dan één meter met een doorsnede van drie tot tien meter.

 


Maan en Smart-1

 

Dankzij de wetenschappelijke gegevens die de ruimtesonde verzamelde, hebben wetenschappers vanuit
de hele wereld toegang tot de beste foto's die ooit genomen werden vanuit een baan om de
maan.
Daarnaast bestudeerde Smart-1 ook de samenstelling van het oppervlak van de maan.
Zo werden ondermeer calcium en magnesium op het maanoppervlak waargenomen.

 


Baan Smart 1

 

Om brandstof te sparen is SMART-1 niet rechtstreeks naar de maan gevlogen.
Via ingewikkelde baanbewegingen werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de zwaartekracht.

De ruimtesonde is ontwikkeld om nieuwe technieken uit te testen, waaronder de ionenmotor, gravitationele tunnelmanoeuvres,
verbeterde ruimtecommunicatie, automatische navigatie en sterk verkleinde wetenschappelijke instrumenten (zoals de camera).

SMART-1 heeft het veel langer volgehouden dan oorspronkelijk gepland. De missieduur bedroeg eigenlijk zes maanden,
maar de ionenmotor bleek behoorlijk efficiënt te zijn en na in een baan rond de maan te zijn gebracht, was er voldoende brandstof
om een paar keer een inslag af te wenden. Hierdoor werd de levensduur van de ruimtesonde steeds verlengd.

Nieuwe krater op de maan, 14 juni 2006

Op 2 mei 2006 zijn studenten en begeleiders van de universiteit van Villanova erin geslaagd, met een 25cm telescoop,
een inslag van een meteoriet op het
maanoppervlak te filmen, de lichtflits duurde 0,4 seconde.
De inslag veroorzaakte een krater met een doorsnede van 14 meter in en 3 meter diep,
in het gebied Mare Nubium, Zee van de Wolken.
Bij de inslag kwam een hoeveelheid energie vrij die gelijk is aan 4 ton TNT.

De rots die de inslag veroorzaakte had een doorsnede van slechts 25 centimeter en op het moment
van de inslag een snelheid van 38 kilometer per seconde. Wanneer zo'n rotsblok de
aarde zou raken,
zou het de grond nooit bereiken, maar verbranden in de aardatmosfeer.

 


Meteorietinslag op de maan

 

Het team van de NASA wil nog meer observaties op de maan verrichten, in verband met de mogelijke vestiging van
een permanent bemande basis op de maan. De inslag van 2 mei was de tweede inslag, die in een tijdsperiode
van ongeveer twintig waarneemuren is waargenomen.

LRO gaat ijs zoeken op de maan, 10 april 2006

Door de NASA zal in oktober 2008 een nieuwe ruimtemissie naar de maan gelanceerd worden.
De LCROSS, Lunar Crater Observation and Sensing Satellite worden tegelijkertijd gelanceerd met
de Lunar Reconnaissance Orbiter, LRO, die vanuit een baan om de
maan onderzoek gaat doen.

Als alles volgens plan gaat, zal in het najaar van 2008, twee keer met opzet een inslag op de maan
worden veroorzaakt, op die manier hopen onderzoekers erachter te komen of er in de poolgebieden
van de maan water of ijs verborgen ligt, in diepe kraters die zich permanent in de schaduw bevinden.

LCROSS zal eerst een projectiel afvuren in de richting van de maankrater Shackleton, bij de zuidpool van de maan.
Hierdoor wordt een pluim van stof en mogelijk waterdamp de ruimte in geworpen.
Die wordt door LCROSS waargenomen en bemonsterd, gelijkertijd zal de satelliet door de pluim heen vliegen.
Daarna zal LCROSS zelf ook op de maan neer storten en deze pluim zal uit bijna 5 miljoen kilo deeltjes bestaan.
De inslag zal met telescopen op
aarde en door de Lunar Reconnaissance Orbiter bekeken worden.

 


LRO ruimtevaartuig

 

De NASA hoopt een goede landingsplaats voor toekomstige reizen te vinden en ziet de missie als een opstap
voor een verkenningsonderzoek op
Mars, de totale kosten voor de reis van het 543 kilo zware ruimtevaartuig,
worden geraamd op 64 miljoen euro.

Tussen 2015 en 2020 vertrekken astronauten naar de maan om te onderzoeken of het voor de mens mogelijk
is er te leven, als we er genoeg water vinden, kan dat gebruikt worden door astronauten die een bezoek brengen
aan de maan, deze kunnen daar weer brandstof van kunnen maken.

Het laatste ruimteveer van de NASA dat op de maan landde, was de Apollo in 1972.
In 1994 maakte Clementine een baan om de
maan, maar landde er niet.

Misvorming van de maan door inslag lang geleden, 9 februari 2006

Vier miljard jaar geleden botste een grote planetoïde op de achterkant van de maan.
De maan was toen net ontstaan en het binnenste was nog grotendeels gesmolten.

De inslag was zo krachtig dat een grote schokgolf dwars door de maan heen is gegaan.
Deze gebeurtenis kan verklaren waarom de voorkant van de maan een beetje uitpuilt en de achterkant
een beetje ingedeukt is, dit werd tot nog toe aan de getijdenwerking van de
aarde toegeschreven.

Iets eerder zou een ander object aan de voorkant van de maan zijn ingeslagen.
Beide inslagen vonden ongeveer vier miljard jaar geleden plaats, toen de maan
nog voor een deel uit vloeibaar gesteente - magma - bestond.

 


Maan

 

Na de inslagen is het magma door barsten in de korst naar buiten gestroomd
en raakten de laaggelegen gebieden aan de voorkant van de maan overstroomd.

Het ontstaan van de donkere lavavlakten, die de maanzeeën of mare vormen,
is waarschijnlijk indirect veroorzaakt door de reuzeninslag.

Amerikaanse wetenschappers kwamen de gevolgen van de inslag op het spoor toen ze
de structuur van het inwendige van de
maan nabootsten op basis van nauwkeurige
zwaartekrachtsmetingen van de ruimtesondes Clementine en Lunar Prospector.

 


Clementine en Lunar Prospector

20 november 2005
De
NASA wil tussen 2008 en 2011 robots en sondes naar de maan sturen.

Dit project is het Robotic Lunar Exploration Program.

De vorige missie, de Lunar Prospectsonde bevestigde het bestaan van waterijs
op de polen van de maan, in de diepe kraters.

De robots en sondes moeten het oppervlak onderzoeken en in kaart brengen.
Het aanwijzen van landingsplaatsen voor astronauten voor een toekomstige maanbasis
en of grondstoffen als zuurstof, waterstof en metalen beschikbaar zijn voor gebruik door de NASA.

Op 3 maart 2007 is er om 23:21 uur een volledige maansverduistering.
En op 28 augustus om 10:35 uur.

20 september 2005
De
NASA wil in 2018 vier astronauten naar de maan sturen.

De astronauten reizen in de capsule, Crew Exploration Vehicle,
die wordt aangedreven door een nieuw te bouwen raket.
De reis gaat een week duren en kost zo'n 104 miljard dollar.

 


Crew Exploration Vehicle

 

De laatste bemande missie naar de maan was in 1972, met de Apollo 17.
Tussen 1969 en 1972 hebben in totaal twaalf mensen op de maan gestaan.

De nieuwe capsule moet in 2012 klaar zijn.
Hij bestaat uit twee raketten, één met bagage en één met de bemanning.

De Amerikanen willen op de maan een blijvende basis maken,
van waaruit ze naar
Mars kunnen.
De astronauten zullen in ploegen enkele maanden op de maan verblijven.

 


Toekomstige Maanbasis

 

Het maanstof vormt echter een probleem.
De astronauten van de
Apollo-missies klaagden over stof op hun pakken en op de apparatuur.

Vooral elektronische apparatuur kan makkelijk beschadigen door maanstof.
Sommige astronauten kregen ademhalingsproblemen en allergische reacties door het stof.

Er wordt nu de Lunar lawnmower, een maangrasmaaier ontwikkeld die door straling het stof,
waar de maanbasis wordt gebouwd, laat samensmelten tot een harde stof,
die als ondergrond kan dienen.

Het stof is kleverig, door statische elektriciteit, waardoor het overal op en in gaat zitten.
Op aarde komt ook statische stof voor, maar op de maan is dit veel erger.

Dit heeft te maken met de UV-straling van de zon, die zorgt ervoor dat het maanstof positief geladen wordt.

19 september 2005
De laatste foto's van de Smart-1.
De Alpen Valley, de valley heeft een breedte van ongeveer 10 kilometer.

De foto is genomen op een afstand van 3000 kilometer van de maan.

 


Alpen valley op de maan

 

17 september 2005
De ionenmotor van de Smart-1 is op 17 september opgebrand.
Vanaf nu zal de Smart-1 rondjes draaien om de maan en computerberekeningen geven aan
dat de Smart-1 missie door een inslag op de maan zal eindigen rond midden augustus 2006.

25 juli 2005
Foto van de Glushko krater, deze krater heeft een doorsnede van 43 kilometer.

 


Glushko krater

 

29 januari 2005
Fotografeerde de Smart-1 de Pythagoras-inslagkrater, 120 kilometer in doorsnede.

 


Pythagoras-krater

19 januari 2005
De
Smart-1 heeft de noordpool van de maan gefotografeerd.

 


Noordpool van de maan

 

 


 

Mariner 10

De Mariner 10 was de laatste missie uit het Mariner-programma,
de lancering vond plaats op 3 november 1973.

 


Mariner 10

 

Het doel was via een flyby op 5 februari langs Venus te vliegen en daarna naar Mercurius.
Mercurius werd bereikt op 29 maart 1974, na twee rondjes om de
zon werd op 21 september 1974
Mercurius voor de tweede keer bereikt, daarna voor de derde keer op 13 maart 1975.
In totaal werd 45% van de planeet in kaart gebracht en er werden ook metingen verricht.

 


Foto van Mercurius

 

 


 

Mars

Mars is twee keer zo klein als de aarde, Mars was de Romeinse god van de oorlog.
De planeet is al heel lang, sinds de oudheid bekend.

Een koude en droge woestijn, zo moet je je Mars voorstellen, overal ligt fijn rood zand en gesteente.

De rode kleur van Mars is afkomstig van ijzeroxide (roest) in de bodem van de planeet.

De samenstelling van de atmosfeer:

Het kan er behoorlijk hard vriezen, ongeveer –120°C.
Toch kan het op sommige plaatsen wel 63°C worden.

 


Mars

 

Mars heeft droge geulen, ravijnen en polen met ijskappen van droogijs.
Net als op de aarde heeft Mars seizoenen, lente, zomer, herfst en winter.

Hij draait in ruim 24,5 uur om zijn as en in 687 dagen om de zon.
Een dag duurt er ongeveer even lang als op aarde, maar een jaar duurt wel twee keer zo lang.

Dat komt omdat Mars anderhalf keer verder van de zon af staat dan de aarde.
Hij doet dus langer over zijn baan rondom de zon.
De gemiddelde afstand tot de zon is 228 miljoen km.

Op Mars ligt een vulkaan, de Olympus Mons,
die drie keer zo hoog is als de hoogste berg op aarde, de Mount Everest.

 


Olympus Mons

 

De Olympus Mons is de grootste vulkaan uit ons zonnestelsel,
is 24 kilometer hoog en heeft een doorsnede van 600 kilometer.

Het oppervlak wordt ingesneden door een stelsel van canyons, de Valles Marineris,
dat 4500 kilometer lang is en 8 kilometer diep.

 


Valles Marineris

 

De korst van Mars bestond vroeger, een paar miljard jaar geleden, net zoals nu de korst van de aarde
uit enkele platen of schollen die ten opzichte van elkaar bewogen.

Dit blijkt uit onderzoek van de magnetische sporen in gesteenten van het Marsoppervlak.

Dit zou ook het ontstaan van de 4500 kilometer lange Valles Marineres kunnen verklaren
en het feit dat de grote, oude vulkanen in het Tharsis-gebied op één lijn liggen,
net zoals die van Hawaï op de aarde.

DEIMOS

Deimos is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 16 kilometer.

 


Deimos

 

PHOBOS

Phobos is ontdekt door Asaph Hall in 1877.
Hij heeft een doorsnede van 22 kilometer.

 


Phobos


Marsmissie wordt voorbereid, 25 maart 2010

14 juli 2009 was de eerste bemanning van zes personen na 105 dagen
klaar met hun gesimuleerde Marsmissie in een speciale isolatie-inrichting
in Moskou. Hun missie was onderdeel van het Mars500 programma om de
psychologische en medische aspecten van de lange ruimtevluchten te volgen.


Crew Mars500 eerste missie

De volgende bemanning van zes, waaronder twee Europeanen, zal
volgend jaar zomer beginnen aan de gesimuleerde missie Mars500.
Het experiment, die net zo lang duurt als een echte reis naar Mars,
is een test van het menselijk uithoudingsvermogen.

De reis
naar Mars duurt 250 dagen, 30 dagen op het oppervlak en 240
dagen voor de terugreis, in totaal 520 dagen worden nagebootst.


Europese kandidaten tweede missie


Krater onderzocht door Opportunity, 25 maart 2010


Opportunity heeft de omgeving van de jonge inslagkrater Concepcion
(doorsnede 10 meter) onderzocht. Van bovenaf lijkt het donkere
materiaal van de inslag straalsgewijs verspreid en heeft dezelfde samenstelling
als het bodemmateriaal dat op tal van andere plekken is aangetroffen.

Het is zacht, zwavelrijk zandsteen met hardere, ijzerrijke, donkere op bolletjes
lijkende insluitsels, deze worden bosbessen genoemd. Het is voor het eerst
dat Opportunity deze bolletjes in grote concentraties heeft aangetroffen.


Chocolate Hills

De camera van Opportunity maakte een opname van de rots Chocolate Hills
op de rand van krater Conception en gaat de vorm en samenstelling met en zonder
het donkere materiaal onderzoeken. De rots is ongeveer zo groot als een brood.
Opportunity is ook van nieuwe software voorzien, waardoor hij zelf kan beslissen
welke steen interessant genoeg lijkt voor onderzoek door, via het AEGIS systeem,
te kijken naar vorm en kleur. Men verwacht dat dit autonome systeem
ook bij toekomstige Marsmissies zal worden ingezet.


Opportunity kiest eigen doel

Opportunity is zes jaar op Mars en heeft nu 20 kilometer afgelegd.


Mars Express onderzoekt door flyby's Phobos, 15 maart 2010


Mars Express vliegt, door een baancorrectie in 2009,
vanaf 16 februari weer een aantal keren langs Phobos.
Net als onze maan, staat Phobos altijd met dezelfde kant naar Mars,
dus alleen buiten die baan is het mogelijk om de andere kant te observeren.
Tijdens de flyby heeft de Mars Express opnamen gemaakt van het toekomstig
landingsgebied
, dit ligt op het halfrond dat altijd van Mars afgekeerd is,
voor de Russische Phobos-Grunt missie, die in 2011 van start moet gaan.

Het is de bedoeling om een bodemmonster van de maan te verzamelen en deze naar de aarde terug te brengen.


Landingsplaatsen op Phobos

Op 3 maart werd Phobos tot op slechts 67 kilometer genaderd. De laatste nadering is op 26 maart. De dichtste nadering tot Phobos
van 3 maart zal worden gebruikt om het zwaartekrachtsveld en eventuele
dichtheidsverschillen in het inwendige van de maan te onderzoeken.

De Mars Express maakte geen foto's, alle instrumenten werden uitgezet zodat er
nauwkeurig naar het radiosignaal van de ruimtesonde geluisterd kon worden. Hiermee
kan bepaald worden hoe hard de zwaartekracht van Phobos aan de ruimtesonde trekt.

De flyby van 3 maart heeft genoeg data verzameld om te bepalen
of dit ook werkelijk zo is. Bij de eerdere twee flyby's was de radar
ingeschakeld om een beeld te krijgen van onder het oppervlak.


Phobos dichtbij

Opname van het oppervlak van Phobos gemaakt door de Mars Express op
3 augustus 2008, de afstand tot het centrum van de maan was 656 kilometer. Phobos valt waarschijnlijk onder de tweede generatie-objecten in het
zonnestelsel.
Dit houdt in dat het maantje dan niet in de geboortewolk van Mars
is gemaakt maar pas later is samengevoegd in een baan rond Mars.

Vorige flyby's hebben al aangetoond dat Phobos 25 tot 35% poreus
moet zijn en is samengesteld uit grote en kleine rotsbrokken
met ruimtes ertussen waar de brokken niet goed in elkaar passen.

Tijdens de komende flyby's zal de high-resolution camera
van Mars Express het radiosignaal weer overnemen
en foto's van het oppervlak naar de aarde sturen.

Door het onderzoek hoopt men te kunnen bepalen wat de oorsprong van Phobos is.
De maan is of een ingevangen
planetoïde, of is in het bijzijn van Mars gevormd,
of is ontstaan uit materiaal dat vrijkwam bij een meteorietinslag.


Digitale mijlpaa
l voor Mars Reconnaissance Orbiter, 4 maart 2010

Sinds maart 2006 draait de Mars Reconnaissance Orbiter om Mars en heeft in vier jaar
100 terabits (100.000 gigabits) aan gegevens naar de
aarde gezonden.

Dit is de hoeveelheid van 35 uur hoge kwaliteit videobeelden en dit is meer dan drie keer
zo veel als alle andere ruimtemissies naar planeten in ons zonnestelsel bij elkaar.
Dit is een bijzondere mijlpaal,  nu is ongeveer de helft van Mars nauwkeurig onderzocht.

De drie meter grote schotelantenne zendt gegevens
met een snelheid van 6 megabits per seconde naar de aarde.


Krater in het gebied Arabia Terra

De krater op de opname ligt in het gebied Arabia Terra en is begin 2010
gemaakt door de MRO toen de 100 terabits bijna waren gehaald.


Spirit's laatste missie? 28 januari 2010

Spirit kan niet uit de kuil rijden waar hij sinds 10 maanden vast zit.
Voor de winter op
Mars begint moeten de zonnepanelen,
die nu naar het noorden zijn gericht, door het besturingsteam in
de richting de
zon worden gedraait, anders is er niet meer genoeg energie
voor communicatie met de aarde en om de winter te overleven.

Nu staan de zonnepanelen een beetje naar het zuiden, terwijl de zon in het noorden staat.
Door een klein stukje achteruit te rijden, komt zijn achterkant
een beetje omhoog en staat Spirit in een iets gunstigere positie.



Spirit staat stil


Deze opname is gemaakt op 23 januari en kijkt naar het noorden.

Vanuit deze plek kan Spirit nog onderzoek doen, zoals kleine schommelingen meten
in de rotatie van Mars, dit levert informatie op over het diepe inwendige.
De werkzame robotarm blijft bodemonderzoek doen.

Op 3 januari was het zes jaar geleden dat Spirit op Mars landde en maakte in de afgelopen
jaren al meer dan 250.000 foto's van de oppervlak, die naar de
aarde zijn gestuurd.


Spirit 26 december 2009


Opportunity onderzoekt steen op Mars, 23 januari 2010


De afgelopen twee maanden heeft Opportunity onderzoek verricht aan Marquette Island,
een donkere steen met de grootte van een basketbal. De steen wijkt af van
de tientallen stenen en meteorieten die Opportunity eerder heeft onderzocht.

De steen is samengesteld uit grofkorrelig basaltgesteente en wijst op vulkanische oorsprong,
diep uit de korst van
Mars. De grofkorreligheid ontstond uit gesmolten gesteente
dat langzaam is afgekoeld, waardoor zich kristallen konden vormen.
Oppervlaktegesteente koelt sneller af en heeft een fijnere structuur.




Marquette Island op Mars



De donkere onderzoeks-cirkel op de rots heeft een doorsnede van 5 centimeter.


Wiel van Spirit draaide weer even, 21 december 2009

Het rechter voorwiel van
Spirit dat sinds maart 2006 niet meer werkt heeft vorige
week ongeveer tien omwentelingen gemaakt, maar stopte daarna weer.


Wiel van Spirit


Spirit zit sinds mei van dit jaar vast in het zand op
Mars, door het vastgelopen wiel
moest Spirit al drie jaar achterstevoren rijden. Of het wiel ooit weer zal werken,
is niet duidelijk. Ook niet of het zich uit het zand weet los te maken.


Maantjes
van Mars op één foto, 15 december 2009

Phobos en Deimos zijn voor het eerst door de Mars Express samen in beeld gebracht.
begin november zijn 130 opnamen gemaakt, waarvan een filmpje is gemaakt
dat laat zien hoe Phobos voor Deimos langs trekt. Phobos, de grootste, beweegt in
een lagere baan om
Mars dan Deimos en heeft daardoor een grotere snelheid.



Phobos en Deimos

Opportunity ziet weer een meteoriet, 23 oktober 2009

Het is voor de derde keer (13 oktober) in een paar maanden dat Opportunity
een meteoriet heeft opgespoord op Mars
en de vierde sinds 2005.


Mackinac

De nieuwe meteoriet lijkt qua samenstelling veel op de eerder
ontdekte exemplaren, ook een ijzermeteoriet. De meteoriet heeft de bijnaam 
Mackinac gekregen, naar een eiland in de Amerikaanse staat Michigan.

Opportunity vindt tweede meteoriet, 5 oktober 2009

In juli vond
Opportunity een meteoriet, Block Island, op Mars en drie weken later,
ongeveer 700 meter verderop, de volgende meteoriet, die Shelter Island wordt genoemd.


Shelter Island op Mars

De meteoriet is een steen van ongeveer 47 centimeter lang.

De eerste meteoriet, Block Island, is zes weken lang door Opportunity onderzocht.


Block Island

Eind 2004 werd al een tien maal kleinere meteoriet op Mars gevonden
die de naam Heat Shield Rock kreeg en is samengesteld uit ijzer en nikkel.
 

Heat Shield Rock


Kraters op Mars brengen ijs aan oppervlak, 27 september 2009

Waarnemingen van de Mars Reconnaissance Orbiter laten zien dat er onder het oppervlak
van
Mars, op de middelste breedtegraden, bevroren water te vinden is.
Vorig jaar ontdekte de satelliet ijs in verschillende kraters, die de afgelopen paar jaar zijn ontstaan.

In de nieuwe kraters bevindt zich helderwit materiaal, die op oudere foto's van hetzelfde gebied
nog niet te zien zijn. De kleine kraters zijn hooguit een paar meter diep, in één krater was
de witte vlek groot genoeg om spectroscopisch te worden onderzocht,
en zo kon worden vastgesteld dat het om bevroren water gaat.
Dit ijs was enkele maanden later weer verdwenen door verdamping.


Waterijs op Mars

Misschien als Viking 2, in 1976 in de bodem op de middelste breedtegraden van Mars
tien centimeter dieper had gegraven, het op ijs zou zijn gestoten.

De landers Viking 1 en 2 brachten de structuur en de samenstelling van de atmosfeer
en de bodem in kaart en er werden verschillende biologische proeven
voor leven uitgevoerd, maar ijs werd niet gevonden.

Opportunity heeft misschien een meteoriet ontdekt, 1 augustus 2009

De camera van Opportunity maakte op 28 juli een opname van een steen op
Mars
met een doorsnede van een halve meter, en is misschien een meteoriet.

Het onderzoeksteam ontdekte de steen, Block Island genoemd, op 18 juli.
Opportunity reed eigenlijk in tegengestelde richting en men liet de rover
250 meter terug rijden om het van dichterbij te kunnen bekijken.


Opportunity en Block Island

De steen wordt met de X-ray spectrometer onderzocht
om te weten te komen of het om een meteoriet gaat.

Spirit waarschijnlijk vastgelopen op stenen, 4 juni 2009

Spirit rijdt al een aantal weken niet meer. De robot is terechtgekomen in zachte grond,
en een paar van zijn zes wielen hebben zich daarin ingegraven.
Waarschijnlijk hebben de wielen zich zo diep in de grond gegraven
dat ze in contact zijn gekomen met een kleine berg stenen.



Spirit vastgelopen, foto is van 6 mei 2009


Er worden nu testen gedaan in een nagemaakt 
landschap van Mars, in de hoop
dat er een manier wordt gevonden om de robot weer in beweging te krijgen.

Opportunity heeft nu 10 mile afgelegd - 16.133,96 meter

Spirit rijdt weer,
28 april 2009

Na het versturen van commando's voor een iets andere dagindeling, leek het veilig
om
Spirit weer een stukje te laten rijden, op weg naar Von Braun Mound.

De geheugenproblemen en de automatische herstarts zullen zeker vaker voor gaan komen.
Aan de andere kant van
Mars legt Opportunity dagelijks ongeveer honderd meter af.



Spirit maakte de foto op 8 april 2009


De berg links aan de horizon wordt Von Braun Mound genoemd en is een onderzoeksgebied
op ongeveer 150 meter afstand. Von Braun is ongeveer 160 meter hoog.


Spirit heeft problemen, 22 april 2009

Spirit heeft de laatste week geheugenproblemen en de boordcomputer schakelt zichzelf
sinds 25 januari af en toe uit. Het is nog niet bekend wat de oorzaak van de problemen is.



Spirit in de problemen


Spirit heeft sinds 8 april niet gereden, maar heeft nu weer 1,7 meter afgelegd in zuidoostelijke
richting e
n heeft nog ongeveer 150 meter te gaan op weg naar zijn volgende bestemming.
Aan het eind
van de rit nam hij deze foto. De afstand tussen de wielsporen is ongeveer een meter.

Proef voor de Marsmissie, 1 april 2009

Sinds dinsdagochtend 31 maart zitten zes vrijwilligers voor 105 dagen opgesloten

in een namaakruimteschip, voor de toekomstige reis naar
Mars, in Moskou.
Het Russisch Instituut voor Biomedische Problemen (IBMP). Er werken vier
Russische astronauten, een Brit en een Fransman in het nagebouwde ruimteschip.


Mars-500 bemanning
Het dagelijks leven van echte astronauten wordt tijdens het project Mars-500 precies nagebootst
en worden de dagen gevuld met routinewerkzaamheden
en experimenten,
maar zonder gewichtsloosheid en gevaar voor eigen leven.

De proefpersonen eten gedroogd voedsel, krijgen lucht uit een zuurstoftank en hebben geen douche.
Er is wel een soort sauna aanwezig, waarin ze het vuil
van hun huid kunnen halen.
Niemand mag de capsule in Moskou verlaten,
alleen voor een noodgeval,
ze zijn net als echte ruimtereizigers
bijna volledig van de buitenwereld afgesloten.
Via een speciaal communicatiesysteem mogen ze contact hebben met de onderzoeksleiders.

De berichten worden met 20 minuten vertraging verstuurd,
omdat de communicatie
vanuit de ruimte ook vaak niet rechtstreeks plaatsvindt.
Het gedrag van de proefpersonen in het ruimteschip wordt 24 uur per dag in de gaten gehouden
door psychologen. Als de proef reis goed verloopt, wordt het project volgend jaar herhaald.
Het vervolgexperiment zal 520 dagen duren, net zo lang als een echte reis naar Mars.

Spirit maakt een omweg, 8 maart 2009

Spirit bevindt zich sinds 2008 aan de noordkant van de kleine hoogvlakte, Home Plate, waar zich los
zand heeft opgehoopt en
kan niet de kortste route nemen naar zijn volgende bestemming op Mars.



Spirit rijdt langs Home Plate


Het plateau van vulkanische as is een anderhalf meter hoog en heeft de grootte van een basketbalveld.
De kortste weg
in zuidelijke richting over Home Plate mislukten, omdat Spirit die nog
maar vijf van zijn zes wielen kan gebruiken, niet het plateau op kon rijden.



Route Spirit


Spirit rijdt nu een stukje onderlangs het plateau, om bij een minder steile klim naar
boven te gaan.
Opportunity vertoont ook slijtage aan een van zijn wielen
en is nog twaalf kilometer verwijdert van zijn bestemming: de krater Endeavour.

Vloeibaar pekelwater op Phoenix? 19 februari 2009

Phoenix heeft misschien de eerste opname gemaakt van vloeibaar water op Mars.
Het zijn druppels die tijdens de landing op 25 maart 2008 op één
van de landingspoten terecht zijn gekomen.

Volgens onderzoekers kan het water zijn, dat vermengd is met zout (perchloraat),
hierdoor kan het water ook bij de zeer lage temperaturen, zelfs bij 70 graden onder nul,
op Mars vloeibaar zijn. Dat water is dan wel erg zout, een soort antivries in de bodem,
waardoor er op veel plaatsen vlak onder het oppervlak vloeibaar water aanwezig kan zijn.


De plek werd in de loop van de weken steeds groter. De verklaring hiervoor
zijn de hygroscopische eigenschappen van zout. Zout trekt waterdamp aan.
De vochtigheidsgraad van de atmosfeer op de landingsplaats van Phoenix
blijkt overeen te komen met de groei van de druppels op de opname.



Pekelwater op Mars



Op de foto is de landingspoot van Phoenix te zien met de druppel pekelwater erop.

Het kan ook zijn dat de plek op het landingsgestel uit ijs heeft bestaan dat uiteindelijk is verdampt.

Spirit weigerde te rijden, 5 februari 2009

Waarschijnlijk heeft
Spirit last van een tijdelijke storing.

Spirit reed niet verder nadat onderzoekers hiervoor opdracht gaven.
Van de missie die 90 dagen moest duren heeft Spirit 30 centimeter afgelegd.

Het rechtervoorwiel, dat niet meer werkt, kwam in botsing met een gedeeltelijk
verborgen steen
, sindsdien reageert hij niet meer. Spirit sleept het wiel achter zich aan.



Spirit reageert niet


De opname is gemaakt op 31 januari 2009, aan de horizon
zie je Husband Hill, Spirit bereikte in 2005 de top.

Methaanbronnen op Mars ontdekt, 18 januari 2009

Over een periode van zeven jaar zijn waarnemingen uitgevoerd door drie telescopen
vanaf Mauna Kea op het eiland Hawaï en hieruit blijkt dat er een grote hoeveelheid
methaan te vinden is in de atmosfeer van
Mars.

In 2003 zijn op het noordelijk halfrond, waar het toen zomer was, pluimen methaangas ontdekt,
die van bepaalde locaties leken te komen. De belangrijkste pluim bevatte zelfs een keer 19.000 ton gas,
vergelijkbaar met de uitstoot van grote natuurlijke bronnen van koolwaterstoffen op aarde.

De hoeveelheid van het gas wisselt sterk, want in 2006 was het merendeel van het methaan weer
verdwenen uit de atmosfeer van Mars. Op
aarde wordt methaan vooral uitgestoten in lichaamsgassen
van dieren zoals koeien, maar ook door rottende organismen zoals bladeren.



Methaan op Mars


Volgens de onderzoekers wijst de ontdekking van het methaan daarom mogelijk op de aanwezigheid
van kleine organismen (levensvormen) op de planeet, zoals bacteriën die onder de grond leven en
een biologisch proces op gang hebben gebracht. Deze organismen, die ook wel methanogenen
worden genoemd, zijn mogelijk te vinden in het vloeibare water dat zich in de  bodem bevindt.

Nieuwe waarnemingen moeten uitwijzen of het methaangas ontstaan is door een biologisch of
een geologisch proces, zoals een vulkaanuitbarsting. Methaan wordt snel vernietigd in de
atmosfeer van Mars, dus de gassen worden uitgestoten door een proces dat nu aan de gang is.

De uitstoot van het methaan is geen definitief bewijs voor de aanwezigheid van leven.
Het kan ook zijn uitgestoten door vulkanen of ontstaan bij een geologisch proces, waarbij
koolstofdioxide, water en andere chemicaliën zich onder de grond met elkaar vermengen.

Tot nu toe zijn er op Mars echter geen aanwijzingen gevonden voor actieve vulkanen
of ondergrondse processen waarbij methaan vrijkomt.

Spirit en Opportunity vijf jaar op Mars, 8 januari 2009

Deze maand (januari) zijn
Spirit en Opportunity vijf jaar op Mars, terwijl de NASA hun levensduur
inschatte op 90 Mars-dagen, of sols, 1 sol = 24 uur, 39 minuten en 35 seconden.

Niemand had kunnen denken dat de Marsrovers nu nog steeds actief zouden zijn.
Gedurende deze vijf jaar hebben de rovers gezocht (en gevonden) naar sporen van water.



Spirit na de landing


Opportunity heeft al meer dan 13 kilometer gereden sinds de landing en Spirit 8 kilometer.

Opportunity is nu aan de rit van 12 kilometer naar krater Endevaour begonnen.

Samen hebben ze een kwart miljoen foto's teruggestuurd naar de
aarde.
Hun wetenschappelijke instrumenten hebben aangetoond dat Mars ooit natter en warmer was.



Opportunity maakt overzichtsfoto van Mars

Gedurende vijf weken in november en december 2008 maakte Opportunity deze overzichtsfoto van Mars

De tweejarige missie van Mars Reconnaissance Orbiter, 14 december 2008

Mars Reconnaissance Orbiter heeft twee onderzoeksjaren volbracht, het doel van
de hoofdmissie was, om de geschiedenis van water op
Mars in kaart te brengen.

Na deze hoofdmissie wordt de MRO de komende twee jaar weer voor verder onderzoek
ingezet en
heeft al 73 terabits aan wetenschappelijke gegevens opgeleverd.



MRO en het oppervlak van Mars


Eén van de belangrijkste ontdekkingen is dat er gedurende honderden miljoenen jaren  vloeibaar water
op of vlak onder het oppervlak is geweest. 
Bijna veertig procent van het oppervlak is gefotografeerd.

Phoenix-missie ten einde, 12 november 2008

Na vijf maanden zijn de onderzoeksactiviteiten van de Phoenix gestopt.
NASA blijft nog wel tot 18 november luisteren naar signalen.

Door de naderende winter op het noordelijk halfrond Mars en het korter worden van
de dagen krijgen de zonnepanelen onvoldoende
zonlicht om nog energie op te wekken.

Op 2 november zond hij zijn laatste signalen naar de aarde.
Er zijn meer dan 25.000 opnamen van het Marsoppervlak naar de
aarde gezonden.

 


Werkgebied Phoenix

 

Gedurende 5 maanden onderzoek van de bodem en atmosfeer heeft Phoenix meer dan 25 000 foto's
van Mars teruggestuurd naar de aarde. Ook heeft Phoenix het door Odyssey gevonden waterijs, bevestigd.

Phoenix in standby, 1 november 2008

Phoenix heeft zichzelf, waarschijnlijk door de slechte weersomstandigheden
op
Mars in de nacht van 28 op 29 oktober in standby gezet.
De afgelopen dagen was er bewolking en een kleine stofstorm.
Door de naderende winter op het noordelijk halfrond is de temperatuur
overdag gedaald tot 45 graden onder nul en 's nachts 96 graden onder nul.

De dagen duren korter en de zon staat lager boven de horizon. De zonnepanelen
van de lander leveren daardoor minder energie, terwijl door de beginnende winter
meer energie nodig is, onder andere voor het warm houden van boordapparatuur.

De lander schakelt nu alle belangrijke functies uit en wacht op nieuwe instructies van de aarde.
Ook schakelde hij over naar de reserve-elektronica en werd een van de batterijen uitgeschakeld,
dit was niet de bedoeling en werd het commando gegeven om de batterij weer opnieuw op te laden.

 


Robotarm Phoenix

 

Men wil de hoofdcamera en de meteorologische instrumenten van de lander
zo lang mogelijk waarnemingen laten doen. De robotarm van Phoenix werd een paar
dagen geleden al uitgeschakeld, waardoor de levensduur verder kan worden opgerekt.

Door twee van de vier verwarmingselementen uit te schakelen is het stroomverbruik kleiner en
kan de operationele levensduur misschien nog enkele weken worden gerekt tot eind van het jaar.

Phobos bestaat uit los ruimtepuin, 28 oktober 2008

Uit de waarnemingen die Mars Express heeft verzameld, blijkt dat Phobos
waarschijnlijk uit los ruimtepuin bestaat, in plaats van een vast geheel.

Phobos lijkt eigenlijk op een hoop puin van enkele tientallen kilometers,
bijeen gehouden door de zwaartekracht.

Berekeningen laten zien dat de gemiddelde dichtheid van Phobos 1,85 gram per kubieke
centimeter bedraagt, dit is te vergelijken met de dichtheid van de meeste
planetoïden.
Maar ingevangen planetoïden draaien meestal vreemde banen, terwijl Phobos
een cirkelvormige baan om de evenaar van
Mars draait.

De gemiddelde dichtheid van het oppervlaktegesteente van Mars is 2,7-3,3 gram
per kubieke centimeter, De planetoïden waar Phobos nog het meest op lijkt, zijn
die van de D-klasse, hierin zitten grote holtes omdat ze niet massief zijn.

 


Mars Express opname Phobos

 

De opname is gemaakt op 26 juli 2008.

Men vermoedde al langer dat Phobos en Deimos of ingevangen planetoïden zijn of
bestaan uit puin van Mars dat bij een grote inslag de ruimte in is geblazen.

Toekomstig onderzoek, zoals met de Russische ruimtesonde Phobos-Grunt, waarvan
de lancering en landing in 2009 of 2011 staat gepland, kan hierover meer uitsluitsel geven.

Mars Odyssey krijgt baanwijziging, 10 oktober 2008

De missie van de Mars Odyssey, die sinds 2001 bezig is met het onderzoek en het in kaart
brengen van de minerale samenstelling van
Mars, wordt weer met twee jaar verlengd.
Mars Odyssey is de oudste van de zes nog werkende ruimtesondes die om Mars draait.

Om de kwaliteit van de metingen te verbeteren, wordt de polaire baan van de ruimtesonde
zo gewijzigd, dat hierdoor zijn infraroodcamera THEMIS de gebieden eerder te zien krijgt
waar de zon hoog aan de hemel staat. Tot nu toe was dit laat in de middag.

Door de nieuwe baan zijn de gesteenten dan op het warmst en zenden meer infraroodstraling uit.
Een nadeel is dat één van de gamma-instrument dan geen metingen meer kan doen.

De baanwijziging is op 30 september begonnen en zal eind 2009 voltooid zijn.
Misschien kan de Mars Odyssey nog wel langer mee, er is nog genoeg brandstof tot 2015.

 


Mars Odessey

 

Sneeuw en water op Mars, 30 september 2008

Phoenix heeft met een laserinstrument van het weerstation sneeuw uit de bewolking boven de landingsplaats
op 4 kilometer hoogte waargenomen. De sneeuw valt niet op de grond, maar verdampt onderweg.

In de bodem van Mars zijn calciumcarbonaat, een belangrijk bestanddeel van kalk
en kleiachtige deeltjes, filosilicaat, aangetoond. Op
aarde ontstaan carbonaten en klei
alleen op plaatsen waar vloeibaar water is of is geweest.

Phoenix had op zijn landingsplek al ontdekt dat er bevroren water in de bodem is.

 


Steen verwijderd door Phoenix

 

Op 22 september heeft Phoenix een steen, Headless, ter grootte van een videoband, 40 centimeter
uit een gleuf geduwd, omdat er onder een (ijs)grondmonster genomen moest worden

De missieduur van Phoenix is verlengd tot het einde van het jaar, afhankelijk van hoelang
de lander het vol kan houden. NASA investeert bijna vier miljoen euro voor de verlenging.

De nachten in het noordpoolgebied op Mars worden langer, dit betekent een verminderde opbrengst
van zijn zonnepanelen en zal er te weinig stroom zijn om de graafarm te kunnen blijven gebruiken.

 


Grondmonster uit Snow White afgeleverd bij Phoenix

 

De opname is gemaakt op 12 september.

 

Opportunity heeft een nieuw reisdoel, 23 september 2008

Opportunity heeft een nieuw doel gekregen: de krater Endeavour op Mars
en moet 12 kilometer afleggen om in de krater bodemonderzoek te doen.

De inslagkrater is 22 kilometer in doorsnede, 300 meter diep en ligt ongeveer 11 kilometer
ten zuidoosten van de veel kleinere krater Victoria, die Opportunity de afgelopen twee jaar
heeft onderzocht . Het is de vraag of Opportunity door slijtage verschijnselen ooit
bij Endeavour zal aankomen, want de rit gaat waarschijnlijk twee jaar duren.

 


Krater Endeavour

 

In de krater Endeavour zou Opportunity veel diepere en dus oudere bodemlagen kunnen
bekijken dan in de Victoria krater. Onderweg komt hij waarschijnlijk stenen tegen die bij
het ontstaan van Endeavour en andere grote inslagkraters in de omgeving terecht zijn gekomen.

De teller van Opportunity staat nu op iets meer dan 12 kilometer, dus het moet te doen zijn.
De software van Opportunity in de afgelopen tijd dusdanig geüpgrade, dat hij
in staat is tot ongeveer 100 meter per dag zelf te overbruggen.
Mars Reconnaissance Orbiter maakt opnames om een veilige weg uit te zoeken.

Phoenix maakt opname stofhozen op Mars, 15 september 2008

Phoenix heeft op 8 september minstens zes kleine stofhoosjes gefotografeerd in het noordpoolgebied.
Ze werden ontdekt op 12 van de 29 foto's die Phoenix van de zuid-zuidwestelijke horizon maakte.

Phoenix nam ook een kort durende afname van de zeer geringe luchtdruk op Mars waar.
Zulke luchtdrukverschillen zijn eerder gemeten en ontstaan door luchtwervelingen.
Die waren de afgelopen dagen krachtig genoeg om stof op te zuigen.

 



Stofhoos gefilmd door Phoenix

 

Het bestaan van stofhozen in het noordpoolgebied had men wel verwacht, maar waren hier nog niet
eerder vastgelegd. Waarschijnlijk komen ze de komende tijd vaker voor, doordat de dagelijkse
temperatuurverschillen op Mars toenemen nu de zomer op het noordelijk halfrond ten einde loopt.
Overdag is de temperatuur ongeveer 30 graden onder nul en 's nachts 90 graden onder nul.

Marsgrond is droog, ondanks het water, 4 september 2008

Uit metingen van een vorkachtig instrument van Phoenix blijkt dat de grond op Mars heel droog is.
Het instrument meet de elektrische geleidingseigenschappen van de bodem.

Op aarde zijn altijd wel wat vloeibare watermoleculen aanwezig op het oppervlak van zandkorrels
of ander bodemmateriaal. Ook bij temperaturen onder het vriespunt, maar op Mars blijkt dit niet zo te zijn.

 


Meetinstrument Phoenix

 

Onderzoekers hadden dit wel verwacht, omdat de bodem zo plakkerig was.
Het onderzoek wordt nu op een andere manier herhaalt, waarbij materiaal
wordt onderzocht dat zich dichter bij de ondergrondse ijslaag bevindt.

Phoenix heeft twee soorten laboratoria. In het natte laboratorium wordt grond van Mars
vermengd met gezuiverd water afkomstig van de aarde.
Dit lab bestaat uit vier afzonderlijke cellen, waarvan er drie al zijn gebruikt.

Daarnaast beschikt Phoenix over acht kleine oventjes, die elk één keer gebruikt kunnen worden,
er zijn er nog vier over. Grond uit de geul Snow White zal binnenkort opgeschraapt worden en
over de vier resterende oventjes en de laatste cel van het natte lab verdeeld worden. Dit zal binnenkort
gebeuren, omdat de zomer in het noordpoolgebied ten einde loopt en er minder zonne-energie beschikbaar is.

Tot nu toe heeft Phoenix ijs gevonden vlak onder het oppervlak van het noordpoolgebied.
Er bevindt zich waterdamp in de de ijle dampkring van Mars en meetinstrumenten van Phoenix
geven aan dat de relatieve luchtvochtigheid in de loop van het etmaal sterk wisselt.

Phoenix laatste maand, 1 september 2008

Phoenix begint aan zijn laatste werkmaand op Mars.
Eind juli werd de levensduur verlengd tot 30 september.

Phoenix heeft bevroren water op Mars gevonden, bodemmonsters onderzocht
en de samenstelling ervan bepaald. Er zijn ongeveer twintigduizend foto's gemaakt.

Ondanks technische problemen, zoals het opscheppen van bodemmonsters
en het afleveren in de oventjes van Phoenix is de missie geslaagd.

Op de opname zie je grond verzamelt door Phoenix, dat uit de uitgegraven geulen werd geschept
en niet bruikbaar is voor onderzoek. De berg is 10 centimeter hoog en wordt Caterpillar genoemd.

 


Overgebleven grond

 

De komende dagen wordt met de robotarm grond uit de eerder gegraven geul Stone Soup geschept
om deze te verbreden en te verdiepen tot 18 centimeter. Dit is tot nu toe de diepste geul die is gegraven.
De diepe klonterige grond wordt in het natte mini-laboratorium van Phoenix onderzocht.

 


Grondmonster 18 centimeter diep in Stone Soup

 

Tijdens de graafwerkzaamheden zijn opnames gemaakt, waarop te zien is dat de diepere bodem
mogelijk meer zouten bevat die in water oplosbaar zijn, dan het oppervlaktelaagje.

 


Stone Soup

 

Het onderzoek van de meetgegevens zal na de beëindiging van de Phoenix-missie worden uitgebreid.

Opportunity uit de krater, 2 september 2008

Eind augustus is Opportunity er in geslaagd om uit de Victoria krater te komen.

 


Opportunity uit Victoria krater

 

Opportunity gaat krater verlaten, 28 augustus 2008

Op 11 september 2007 reed Opportunity langs de binnenwand van de Victoriakrater
omlaag, hij heeft zijn onderzoek nu afgerond en is aan de terugweg begonnen om
de krater op dezelfde plek te verlaten als waar hij erin kwam.

Het onderzoek van de gelaagde structuur, de klif Cape Verde, in de Victoriakrater, wijst erop dat
de sedimentlagen door de wind zijn afgezet en er zijn aanwijzingen voor de inwerking van grondwater.

 


Cape Verde

 

Net als de Spirit, vertoont Opportunity tekenen van slijtage.
Een van zijn zes wielen is aan het kapot gaan en ook de motor van zijn robotarm hapert.
Opportunity kan met vijf wielen waarschijnlijk niet uit de krater komen.
Op de omringende vlakte is dat geen probleem.

Als Opportunity uit de krater is moet hij de vuistgrote keien onderzoeken in de omgeving
van de krater, die bij grote inslagen over het oppervlak van
Mars zijn verspreid.
Onderzoekers willen door onderzoek de samenstelling van de stenen achterhalen
om op die manier meer te weten te komen over de geologie van het gebied Meridiani Planum.

Bevroren dauw op Mars, 26 augustus 2008

Op het oppervlak van Mars rondom de Phoenix, kun je een dunne laag bevroren water (dauw) zien.
Het laagje verdwijnt kort na 6 uur 's morgens als de
zon opkomt op de landingsplaats.

 


Bevroren water

 

De opname is gemaakt op 14 augustus en je kijkt in de richting oost zuidoost.
De steen op de voorgrond wordt Quadlings genoemd en de steen dichtbij het midden Winkies.

Grondmonstergebied Phoenix, 26 augustus 2008

Op de mozaïek-opname gemaakt door de Phoenix is het werkgebied van de Phoenix te zien.
Het gebied wordt Wonderland genoemd.

 


Grondmonstergebied

 

Het gebied ligt ten noorden van de lander.

 

Stofkorreltje van Mars, 19 augustus 2008

Phoenix heeft met zijn atoomkrachtmicroscoop, AFM, een stofkorreltje van Mars onderzocht.
Met deze microscoop kunnen driedimensionale afbeeldingen van kleine deeltjes worden
gemaakt, door de deeltjes met de scherpe punt van een naald af te tasten.

Tijdens het maken van de afbeelding worden de deeltjes vastgehouden door kuiltjes,
die in een siliciumplaatje zijn geëtst. Met deze techniek kunnen afbeeldingen van
de vormen van deeltjes worden gemaakt tot afmetingen van 0,1 micrometer.

 


Stofkorrels van Mars in kleur

 

Het is de bedoeling dat nu meer van deze stofjes worden onderzocht,
om meer te weten te komen over de eigenschappen ervan.

Het ronde deeltje dat vastgehouden wordt in het bovenste linker kuiltje is een micrometer,
een duizendste millimeter, groot. Zulke deeltjes zijn overal op Mars aanwezig
en geven de atmosfeer zijn roze/rode tint. Ook bevinden ze zich in de
stofstormen en geven de de bodem van Mars de kenmerkende rode kleur.

Marsoppervlak vertoont veranderingen, 9 augustus 2008

Opnames van de camera van Phoenix die eind juli zijn gemaakt, laten zien
dat de structuur van het heldere, harde oppervlak onder de lander, die de
bijnaam Snow Queen heeft gekregen, de afgelopen maand is veranderd.

Er zijn tot ongeveer tien centimeter lange scheuren ontstaan en het gladde oppervlak is
zichtbaar ruwer geworden. Snow Queen wordt sinds eind mei in de gaten gehouden en is ontstaan
bij de landing van Phoenix waarbij de uitlaat van de remraketten het oppervlak van
Mars schoon blies.

 


Snow Queen

 

De eerste drie weken waren er geen waarneembare veranderingen.
Hoe de scheuren in de bevroren ijsbodem zijn ontstaan, is onduidelijk, misschien
door het stijgen en dalen van de omgevingstemperatuur. Maar het kan ook dat
de scheuren er al zaten en zich onder een inmiddels verdampt ijslaagje bevonden.

Marsklei wijst op water, 8 augustus 2008

Op Mars zijn in Mawrth Vallis lagen van kleirijk gesteente gevonden.
Deze lagen, die op een opgedroogd stroomgebied van een rivier lijken,
geven aan dat er vroeger behoorlijke hoeveelheden water aanwezig waren.

Het dal is kilometers breed en ligt in het oude kraterrijke noordelijke hoogland van Mars.
Mars Reconnaissance Orbiter heeft met zijn spectrometer onderzocht dat de gesteenten in het dal
rijk zijn aan phyllosilicaten, dit zijn ijzer- en magnesiumrijke kleimineralen die in vloeibaar water
ontstaan, als de kleilagen in aanraking komen met het basalt dat hier veel voorkomt.

Het dal wordt misschien in de toekomst een mogelijke landingsplaats waar Marswagentjes zullen rondrijden.

 


Mawrth Vallis

 

Zout van Mars wordt onderzocht, 6 augustus 2008

Er zijn aanwijzingen gevonden dat zich in de bodem van Mars perchloraatzouten bevinden.
De ontdekking werd gedaan door MECA, het laboratorium om natte grond te onderzoeken van Phoenix.

Maar verder is er nog niet veel meer bekend over ontdekte levensvormen op Mars.
Perchloraat is een ion bestaande uit ??n atoom chloor en vier atomen zuurstof.
Op aarde komt het van nature voor en speelt het een kleine rol in
de levenscyclus van sommige micro-organismen en planten.

 


Snow White

 

Phoenix bevestigt aanwezigheid van water op Mars, 1 augustus 2008

De Phoenix heeft bevroren water ontdekt in een grondmonster van Mars.
Woensdag is dit monster met behulp van de robotarm in het onderzoeksoventje
geplaatst dat de dampen van de grond analyseert na opwarming.

Er was eerder waterijs gezien dankzij de waarnemingen van Mars Odyssey
maar dit is de eerste keer dat water is ontdekt en aangeraakt.

 


Werkgebied Phoenix

 

Cupboard en Neverland zijn toekomstige gebieden waar later monster worden genomen.

Nu proberen de onderzoekers te achterhalen of er koolstof en andere ruwe materialen aanwezig zijn
om te kunnen ontdekken of er ooit leven, mogelijk in de vorm van microben is geweest.

Door deze goede resultaten van Phoenix heeft NASA bekend gemaakt om de missie te verlengen
tot 30 september. Eigenlijk zou de missie van Phoenix eind deze maand eindigen.

De extra tijd kan men goed gebruiken, omdat het onderzoek tot nu toe wat moeizaam is verlopen,
de eerste twee pogingen om ijsrijke grond te verzamelen mislukten doordat de bodemmonsters
onverwacht plakkerig bleek te zijn. Het meeste materiaal dat nu is geanalyseerd is enkele dagen
aan de lucht blootgesteld, om een deel van het water te laten verdampen.

In het begin was men bang voor kortsluiting in de oven, daarna bleek de grond plakkerig
en bleef het grondmonster kleven aan de robotarm, hierdoor kwam er te weinig zand in
de oven om te onderzoeken. Uiteindelijk lukte het om materiaal in de oven te verwarmen.

 


Panoramafoto Mars is compleet

 

Het Canadian Meteorological Station van Phoenix volgde de veranderingen in het dagelijkse weer
op Mars van 26 mei tot 22 juli 2008 over de periode van eind lente tot begin zomer in het noorden van Mars.

Het zomer weerrapport geeft aan dat de dagelijkse temperaturen maar 4 graden Celsius verschillen met het begin
van de missie. De tijd was ook lang genoeg om de andere gegevens, zoals wind en luchtdruk samen te stellen.

 


Weerrapport Mars

 

Mars Express maakt opnames van Phobos, 1 augustus 2008

Op 23 juli vloog de Mars Express op een afstand van 93 kilometer langs Phobos.
Er stonden tussen 12 juli en 3 augustus drie flyby's op het programma.

Phobos is een donker, onregelmatig gevormde maan van Mars,
ongeveer 23 kilometer groot, dat mogelijk een ingevangen
planeto?de is.
De maan is niet vaak van zo dichtbij gefotografeerd en delen van het oppervlak
zijn nu pas voor het eerst in beeld gebracht.

Volgend jaar wil Rusland de ruimtesonde, Phobos Grunt dit betekent Phobos grond, naar Phobos te sturen,
die bodemmonsters van de maan moet verzamelen en op aarde terugbrengen. Misschien wordt dan duidelijk
hoe de groeven op het oppervlak van Phobos zijn ontstaan. Dit kan door materiaal dat werd opgeworpen
bij inslagen op Mars of door aardverschuivingen op Phobos zelf.

Ook wordt de omgeving rond Phobos onderzocht, waaronder het plasma dat de maan omringd
en de interactie tussen Phobos en de zonnewind.

 


Flyby langs Phobos

 

Over de twee manen van Mars is weinig bekend. Niemand weet waar Phobos en Deimos vandaan komen.
Misschien ingevangen door de zwaartekracht van Mars en vervolgens in een omloopbaan
rond de planeet blijven draaien of de restanten van een enorme inslag op Mars.

De omloopbaan van Mars Express is heel elliptisch, waardoor de afstand tot Mars kan vari?ren
van 270 km tot 7000 kilometer, hierdoor was het mogelijk om Phobos van dichtbij waar te nemen.

Marsgrond blijft plakkerig, 29 juli 2008

Het blijft lastig om een ijsrijk bodemmonster van Mars te onderzoeken.

Met een nieuwe methode is het afgelopen weekend een test uitgevoerd om
een ijsrijk bodemmonster van Mars in het oventje van Phoenix te krijgen.

De plakkerige grond bleef grotendeels aan de schep plakken, zelfs nadat de schep was
omgekeerd en de rasp was ingeschakeld om het los te trillen.

 


Plakkerig grondmonster

 

Er is wel wat materiaal in het oventje terecht gekomen, maar te weinig om
het onderzoek van het waterhoudende bodemmonster te kunnen starten.

Phoenix gaat door met onderzoek, 28 juli 2008

Met de robotarm van de lander werd op 23 juli in de bevroren grond geschraapt,
onderzoekers hopen zo een ijsrijk bodemmonster uit Snow White op te schrapen.

 


Rasp van de robotarm Phoenix wordt gebruikt voor een bodemmonster

 

Het materiaal werd met tussenpozen gefotografeerd, omdat kleurverschillen de snelheid
van verdamping aangeven. Zo wil men op het koudste moment op
Mars, zeer vroeg in de ochtend,
een bodemmonster in een van de kleine oventjes aan boord van de lander deponeren.
Door verhitting en verdamping kan de samenstelling worden onderzocht.

 


Monster genomen op 26 juli

 

Phoenix vergroot zijn onderzoeksgebied, 14 juli

Phoenix verwijdert met zijn robotarm de losse bovengrond, hierdoor wordt de harde laag
met ijs eronder blootgelegd voor verder onderzoek.
De geul is vergroot van ongeveer 20cm bij 30cm naar 30cm bij 45cm.

 


Phoenix in actie, foto genomen op 14 juli

 

Volgende week gaat Phoenix voor het eerst een nacht doorwerken om metingen aan het oppervlak uit te voeren.
Hiermee wil men met hulp van
Mars Reconnaissance Orbiter de dagelijkse cycli op Mars onderzoeken.

Overdag kan een klein deel van het ijs in de bodem in dampvorm overgaan,
om 's nachts weer in bevroren vorm op het oppervlak neer te vallen.

Het weerstation van Phoenix werkt en er worden metingen verricht aan
de thermische en elektrische geleiding van bodem en lucht.
Ook wordt onderzocht wat de beste manier (en wanneer) is om
een ijsrijk bodemmonster op te scheppen voor onderzoek.

Harde bevroren bodem op Mars, 10 juli 2008

Het is nog niet in gelukt om met het bakje van de robotarm een bodemmonster met ijs
van
Mars op te scheppen. Met de robotarm van de Phoenix is wel een korrelig bodemmonster
losgeschraapt van de harde, bevroren ondergrond.

Er wordt nu geprobeerd om de rasp in het bakje zelf te gebruiken om het ijs van de bodem te schrapen.
Hierdoor duurt het langer voordat het eerste chemische onderzoek van het ijs kan worden uitgevoerd.

 


Afgegraven bodem Mars, Snow White, opname gemaakt op 7 juli 2008

 

Grootste krater ontdekt op Mars, 3 juli 2008

De Mars Reconnaissance Orbiter en Mars Global Surveyor hebben op Mars de grootste krater
ontdekt van ons zonnestelsel. De krater, het Borealis Basin, beslaat ongeveer 40 procent van Mars.

Het is een overblijfsel van een enorme inslag 3,9 miljard jaar geleden door een voorwerp
groter dan Pluto, met een doorsnede van ongeveer 2000 kilometer.

Dit was aan het begin van de vorming van het zonnestelsel, toen er nog veel grote planetoiden waren.
Het noordelijk halfrond bestaat hierdoor uit jonge laagvlakten, terwijl de zuidelijke helft
wordt gekenmerkt door oude, kraterrijke hooglanden.

 


Inslag op Mars

 

Een minder zichtbaar verschil tussen beide helften is de planeetkorst, die in het noorden 25 kilometer dunner is.
De inslag was groot genoeg om de halve planeetkorst weg te blazen, maar niet zo groot dat de planeet smolt.

Volgens onderzoek is dit mogelijk als een object dat ruim half zo groot was als onze maan met een snelheid van
6 tot 10 kilometer per seconde en onder een hoek van 30 tot 60 graden is ingeslagen op het noordelijk halfrond.

Deze inslag zou hebben plaatsgevonden rond dezelfde tijd dat de aarde werd getroffen door de inslag
die tot het ontstaan van de maan leidde, meer dan vier miljard jaar geleden.

Het basin Borealis dat hierdoor ontstond heeft een elliptische vorm en strekt zich uit over een gebied van
ongeveer tienduizend kilometer, dit is voor een deel verborgen achter het enorme vulkanische gebergte Tharsis,
die Mars in twee helften verdeelt. Mogelijk ontstonden daarbij ook de manen Phobos en Deimos.
De inslag was te vergelijken met de explosie van 7500 tot 15.000 miljard megaton dynamiet.

Om een idee van zo'n klap te krijgen, de doorsnede van Mars zelf is met 6.780 kilometer
maar enkele keren groter. Het is dan alsof de
maan tegen de aarde aan zou klappen.

Een andere krater die al op Mars is aangetroffen is 8500 kilometer breed en wordt Hellas genoemd.

Phoenix graaft door, 3 juli 2008

Zaterdag 1 juli is de Phoenix begonnen met het afschrapen van de ijsachtige bodemlaag van Mars in
de gleuf Snow White en gaat voor het eerst een chemische analyse uitvoeren op het bodemmonster.
De meting is nog niet afgerond en heeft als belangrijkste doel de levensvatbaarheid van het milieu vast te stellen.

 


Phoenix graaft gleuven uit

 

De opname is gemaakt op 29 juni, de gleuf is 4 tot 5 centimeter diep, 24 centimeter breed en 33 centimeter lang

Marsgrond onderzocht in chemielab van Phoenix, 27 juni 2008

Het eerste bodemmonster is door de robotarm in het natte-chemielaboratorium
van de Phoenix gedeponeerd en op de zuurgraad getest om te onderzoeken
of het waterijs onder het oppervlak ooit gesmolten is geweest.

Het onderzoek van grond werd bemoeilijkt doordat vier van de acht luikjes niet helemaal
open kunnen, mogelijk veroorzaakt door het getril van het eerste klonterige bodemmonster,
om de grond door de smalle openingen van de eerste onderzoekscel te krijgen.

 


Opname grondmonster 24 juni

 

Uit onderzoek van dit eerste bodemmonster van Mars, blijkt het overeenkomsten
te vertonen met de grond van de droge en hoge dalen op Antarctica.

De grond is erg basisch en bevat allerlei magnesium-, natrium- en kaliumzouten.
De samenstelling lijkt op tuinaarde. Maar waarschijnlijk zijn de diepere lagen
veel zouter of hebben een andere zuurgraad. De komende tijd zal
de robotarm van Phoenix dieper gaan graven om dat te onderzoeken.

 


Materiaal onderzocht door de Phoenix

 

Verdampend ijs op Mars, 20 juni 2008

Het witte materiaal onder het oppervlak in het noordpoolgebied van Mars is bevroren water.
Op de bodem van de sleuf, Dodo-Goldilocks, werden op 15 juni enkele stukjes hard, wit materiaal
(ijs of zout) gefotografeerd in de linkerhoek onderin. De brokjes, ter grootte van dobbelstenen,
lagen een paar dagen geleden nog in een kuil die Phoenix gegraven had.

Op nieuwe foto's van 19 juni, zijn de witte brokjes niet te zien. Door de ijle dampkring en het schaarse
zonlicht is het materiaal waarschijnlijk langzaam maar zeker van vaste vorm overgegaan in de dampvorm.
De tijdslijn van een paar dagen van deze overgang sluit de mogelijkheid van koolstofdioxide-ijs of zouten uit.
Dat betekent dat het inderdaad om ijs of waterijs moet gaan.

 


Verdampend ijs op Mars, foto's gemaakt op 15 en 19 juni

 

Phoenix heeft in een andere gleuf op enkele centimeters diepte ook een laag van
hard materiaal aangetroffen, dat zo goed als zeker ook ijs is.

Door een softwareprobleem zijn opgeslagen meetgegevens verloren gegaan, dit is opgelost
door het uploaden van nieuwe programmatuur, het waren geen belangrijke gegevens.

Phoenix graaft in onderzoeksgebied, 19 juni 2008

Phoenix heeft afgelopen dinsdag de volgende 30 centimeter lange en 2 centimeter diepe gleuf gegraven
in het onderzoeksgebied, de polygonen, de veelhoekige structuren in het landingsgebied van Phoenix.

De graafarm zal de komemde dagen op een grotere diepte gaan graven dan tot nu toe,
om te proberen de harde, witte onderlaag van
Mars te bereiken.

Er worden namen aan de verschillende structuren in de directe omgeving van de lander gegeven,
de polygoon waar nu gegraven wordt heet Wonderland, de nieuwe gleuf heet Snow White, Sneeuwwitje.

 


Grondmonster in gebied Wonderland, Sneeuwwitje

 

In het polygoon naast Wonderland ligt Cheshire Cat, hier verwachten de onderzoekers
een dikkere grondlaag bovenop het witte materiaal.
De opslagplaats voor overtollige grond ligt het verst weg van de lander en heet Croquet Ground.

Nog geen ijs gevonden op Mars, 18 juni 2008

Phoenix heeft tot nu toe geen ijs gevonden op Mars. Het eerste bodemmonster werd
langzaam verwarmd tot 35 graden Celsius en daarna tot 175 graden Celsius.
De gassen die vrijkomen zijn met een massaspectrograaf onderzocht, waterdamp is niet ontdekt.

De komende dagen wordt de temperatuur opgevoerd tot 1000 graden Celsius, hierdoor
verdampen mineralen die eventueel water, kooldioxide of zwaveldioxide kunnen bevatten.

 


Zonnepaneel en robotarm Phoenix

 

Op 6 tot 7 centimeter diepte bevindt zich een laagje wit materiaal, dit zou ijs of zout kunnen zijn.
IJs wordt zeker op 20 centimeter diepte onder het oppervlak verwacht. Als het witte materiaal ijs is,
zal er de komende dagen een verdamping optreden, waardoor het uiterlijk van het witte laagje verandert.

Volgende test bodemmonster Mars, 12 juni 2008

Het is gelukt om ??n van de oventjes van de Phoenix met een bodemmonster te vullen.
Het monster komt van een plek waar men niet zo veel water of waterijs verwacht op
Mars en doordat
het monster langere tijd op het filter lag heeft eventueel water alle tijd gehad om gasvormig te worden.

De oventjes zijn voorzien van een filter dat moet voorkomen dat de nauwe ovenopening verstopt raakt.
Door trilling van het filter worden kleine deeltjes naar de oven gebracht. Uiteindelijk na drie trilpogingen,
tien seconden, waren er enkele deeltjes in oven nummer 4 terechtgekomen, waarschijnlijk door het schudden
of doordat het bodemmonster al een paar dagen op het filterscherm lag en daardoor is opgedroogd.

 


Bodemmonster Mars

 

De foto is genomen op 8 juni, het linker grondmonster wordt Dodo-Goldilocks genoemd
en was gegraven voor de test, de rechter heet Baby Bear.

Op 12 juni is er dieper in de linker gleuf gegraven.
Deze is 35 centimeter lang, 22 centimeter breed en 7 tot 8 centimeter diep,
onderzoekers zijn vooral ge?nteresseerd in het witte materiaal in de gleuf.

De vraag is ook welk chemisch of mineralogisch proces er voor zorgt dat de bodem zo vasthoudend is.

Bodemmonster van Mars te grof, 10 juni 2008

Afgelopen weekend heeft Phoenix zijn eerste bodemmonster geprobeerd te onderzoeken met de TEGA.
Het filter in de openingen, met trillende platen, van TEGA lijken iets te fijn te zijn voor de zandmonsters,
van
Mars geen enkel deel van het monster is het filter, zelfs na twintig minuten trillen, gepasseerd.

 


Zandkorrels op Mars te groot

 

De filters zijn zo ontworpen, dat deze alleen deeltjes doorlaten die kleiner zijn dan 1 millimeter,
hierdoor raakt de nauwe doorgang naar de acht kleine ovens niet verstopt. Door verhitting
worden de dampen van de zandmonsters op hun samenstelling geanalyseerd.

Nu laat men de bodemmonsters eerst flink schudden voordat ze naar de TEGA worden gebracht.
Naast het schudden van de bodemmonsters is er ook de mogelijkheid om kleinere bodemmonsters
te nemen en deze eerst voorzichtig uit te strooien.

 


Zandmonster van Mars bij de oven

 

De TEGA-ovens hebben een opening van 2 millimeter en zijn ontworpen
om ongeveer 30 milligram aan materiaal te verzamelen.

Eerste onderzoek bodemmonster Mars, 7 juni 2008

Phoenix heeft een bodemmonster van Mars genomen dat onderzocht wordt door de
Thermal and Evolved Gas Analyzer (TEGA) in het boordlaboratorium.

De schep van de robotarm heeft enkele centimeters diep gegraven en er wordt gezocht naar
de aanwezigheid van ijs en mineralen. Dat gebeurt door het grondmonster geleidelijk te verhitten
en de gassen die daarbij vrijkomen worden op hun chemische samenstelling onderzocht.

 


Grondmonster wordt naar Phoenix gebracht voor onderzoek

 

De instructies om zijn eerste bodemmonster te verzamelen en te bestuderen waren eigenlijk
eerder deze week al verstuurd, maar toen weigerde Mars Odyssey deze door te sturen.

De meeste stofdeeltjes van de microscoop-opname laten een samenstelling zien die overeenkomt
met wat men had verwacht, een grote verscheidenheid aan roodbruine stofkorrels in
verschillende vormen en kleuren. Er is ook een deeltje gevonden dat op een zoutkorrel lijkt.

Marsgrond onderzocht, 6 juni 2008

De Optical Microscope aan boord van de Phoenix heeft een gedetailleerde opname
van het
Marszand gemaakt en naar de aarde doorgestuurd.
Het is genomen op de negende dag van de missie, 3 juni 2008.

Nooit eerder zagen we microscoopbeelden van Marszand (en van een ander hemellichaam)
van zo'n grote resolutie. Stof- en zanddeeltjes zijn ongeveer 3 millimeter in doorsnede,
maar sommige deeltjes zijn tien keer zo klein als de doorsnede van een mensenhaar.

 


Opname Marsgrond, deeltjes rechts drie millimeter groot

 

De radiocommunicatie tussen de lander, de Mars Reconnaissance Orbiter en Mars Odyssey,
die als tussenstation worden gebruikt, verloopt niet erg soepel. Af en toe schakelen ze
in safe mode, waardoor radiocontact met de lander tijdelijk niet mogelijk was.

Bodemmonsters van Mars, 4 juni 2008

Closeup van het eerste bodemmonster van Mars. Het witte materiaal is ijs en/of zout.
Donderdag zullen de monsters geanalyseerd worden.

 


Bodemmonster van Mars

 

De grootste verrassing deze week, is dat de afdalingsmotoren van Phoenix
waarschijnlijk een stuk ijs hebben blootgelegd, waar de lander nu op staat.

Verder is het weerstation opgestart, de graafarm graaft en het laboratorium aan boord
is open voor monsters die met de graafarm worden aangeleverd.

 


Phoenix zelf in beeld

 

Phoenix in actie, 2 juni 2008

Phoenix heeft zijn robotarm uitgestrekt en de bodem van Mars aangeraakt. Deze beweging
zorgde voor een afdruk die te zien is op onderstaande foto gemaakt op 31 mei
en heeft de vorm van een grote voetafdruk. De afdruk kreeg de naam Yeti.

 


Afdruk van de robotarm van Phoenix

 

Tijdens de landing werd oppervlaktemateriaal weggeblazen door de remraketjes van Phoenix.
De camera van de robotarm moest aan de onderkant van de lander kijken om te bepalen of de
graafwerkzaamheden gestart konden worden, het vermoedelijke ijs is te zien onder de lander.

 


Bodem van Mars met stuk ijs of rots

 


Opgegraven bodemmonster

 

Uit chemische analyses van bodemmonsters, die komende week verzameld worden door de robotarm
moet blijken of het inderdaad ijs is of bepaalde zouten. Het stuk ijs heeft de naam Holy Cow gekregen.

Phoenix is bovendien op nog meer ijs of steen gestuit dat tevoorschijn is gekomen
tijdens de landing en dit stuk wordt Snow Queen genoemd.

 


IJs onder Phoenix

 

Robotarm Marslander Phoenix, 29 mei 2008

De eerste commando's om de robotarm van Phoenix te laten bewegen zijn goed afgerond.
Dit was een kritisch moment, omdat de arm alle dataverzameling moet doen van de grond.

 


Robotarm Phoenix

 

Op de linkerfoto is de robotarm nog niet actief, rechts heeft de arm net
het commando omhoog en weg van het landingsdek volbracht.

De handeling liep één dag vertraging op door het wegvallen van de radioverbinding
met
Mars Reconnaissance Orbiter, maar de verbinding is inmiddels weer hersteld.

Phoenix heeft ook gewerkt aan een panorama van zijn omgeving in het noordpoolgebied van Mars.

 


Panorama van Mars

 

Net als een echte arm heeft de robotarm een schouder-, elleboog- en polsgewricht.
Met een schepje aan het uiteinde van de arm kunnen bodemmonsters worden opgegraven.

Binnen enkele dagen zal er voor het eerst in de koude Marsgrond worden gegraven.
Ook het Canadese lidar-instrument van Phoenix functioneerd, hierbij wordt een smalle lichtstraal
recht omhoog gestuurd om de reflectie op stofdeeltjes te meten, er wordt onderzoek
gedaan aan wolkenlagen, stof en mist in de ijle dampkring van de planeet.

Op het oppervlak van Mars in het noordpoolgebied zijn polygonen zichtbaar, dit zijn veelhoekige
structuren, die ontstaan waar het ijs in de bodem regelmatig met spanningen te maken heeft.

 


Phoenix kijkt in de richting noordwest

 

MRO fotografeerd Phoenix, 28 mei 2008

De opname die ongeveer 22 uur na de landing werd gemaakt, laat de parachute,
het hitteschild en de lander zien.
Mars Reconnaissance Orbiter bevond zich
tijdens het nemen van de foto ongeveer zevenhonderd kilometer boven Phoenix.

 


Phoenix geland

 

Op de bovendste foto zie je Phoenix in de vorm van een blauwe vlinder, dit zijn de zonnepanelen.

Twintig seconden na het openen van de parachute van Phoenix is te zien in welk gebied de lander afdaalt.
Het lijkt of het ruimtevaartuig terecht zal komen in de krater Heimdall, maar Phoenix is naast de krater geland.

 


Phoenix met krater op de achtergrond

 

Woensdag zal voor de eerste keer met de robotarm van Phoenix worden gewerkt.

Het weerstation, van de Canadian Space Agency, werd een uur na aankomst van Phoenix geactiveerd.
De temperaturen op
Mars variëren tussen miniumum min 80 graden Celcius onder nul en maximum
min 30 graden Celcius onder nul, bij een heldere hemel. De windsnelheid is ongeveer 20 kilometer per uur.

Afdaling Marslander Phoenix, 27 mei 2008

Mars Reconnaissance Orbiter ziet Marslander Phoenix met parachute afdalen naar het oppervlak van Mars.
Het is voor het eerst dat een ruimtesatelliet een andere satelliet fotografeerd tijdens een afdaling.

 


MRO ziet Marslander

 

Om de foto te maken moest Mars Reconnaissance Orbiter scheef naar beneden kijken in plaats van recht.

Phoenix geland op Mars, 26 mei 2008

De Phoenix heeft om 01.38 uur Nederlandse tijd een zachte landing, op drie poten,
uitgevoerd in het noordpoolgebied, Vastitas Borealis, van
Mars.

 


Noordpool van Mars

 

Tijdens de landing nam in zeven minuten de snelheid van de Marslander af van twintigduizend kilometer
per uur, de snelheid waarmee hij de ijle dampkring binnenkwam, tot acht kilometer per uur.
Voor het afremmen werd eerst gebruik gemaakt van de wrijving in de dampkring.

Na het afwerpen van het hitteschild werd een parachute ontplooid, deze werd ook afgeworpen
en daarna ontstak Phoenix twaalf kleine remraketten. De laatste minuten van de landing waren
het gevaarlijkste onderdeel van de ruim negen maanden en 680 miljoen kilometer lange reis.

Medewerkers van de NASA in Pasedena hadden zondag besloten geen laatste baanwijziging meer uit te voeren.

De bevestiging van de landing kwam om 01.53 uur binnen bij het vluchtleidingscentrum van de NASA,
de radiosignalen doen er een kwartier over om de afstand van Mars naar de
aarde te overbruggen.

De NASA ontving twee uur later de eerste beelden die camera's in de robot van de omgeving hebben gemaakt.

 


Kleurenfoto oppervlakte van Mars

 

De Phoenix bevindt zich op vlak terrein en heeft zijn zonnepanelen voor de energievoorziening kunnen ontvouwen.
Het noordpoolgebied van Mars ziet er op de eerste foto's uit als een mooi vlak terrein,
zonder veel rotsblokken die tot nu toe kenmerkend waren voor andere landingsplaatsen op Mars
en toont dezelfde veelhoekige patronen als permafrostgebieden op aarde.

 


Zonnepanelen en landingsvoet (30 cm doorsnede) van de Phoenix

 

Phoenix bestaat voor een deel uit onderdelen en instrumenten die voor Mars Polar Lander
en voor de Mars Surveyor-lander (geen lancering in 2001) zijn ontwikkeld.

 


Marslander Phoenix

 

De lander gaat de komende weken en maanden chemisch onderzoek doen aan ondergronds ijs,
dat met behulp van een graafarm wordt opgegraven.
De geplande operationele levensduur van Phoenix bedraagt minimaal drie maanden.

Van de elf missies voor Phoenix die sinds 1971 hebben geprobeerd om op Mars te landen,
slaagden er vijf in hun landingspoging.

In 1976 kwamen twee Amerikaanse Vikinglanders op Mars neer. Mars Pahtfinder in 1997
en de twee Marsrovers
Spirit en Opportunity begin 2004, deze twee landden met een veel hogere snelheid
en maakten gebruik van airbags om hun val te breken. De Mars Polar Lander crashte in november 1999
in het zuidpoolgebied toen de remraketten door een softwarefout te vroeg werden uitgeschakeld.

Landing Phoenix op Mars, 25 mei 2008

In de nacht van 25 op 26 mei landt de Phoenix op Mars. Mars Express volgt de aankomst, afdaling en landing.
Op 25 mei zet Mars Express bij de aankomst van het ruimtevoertuig, het MELACOM
(Mars Express Lander Communications) systeem in de richting van Phoenix,
om alle signalen van de marslander te kunnen ontvangen.

Dit radio-instrument was oorspronkelijk ontworpen voor de communicatie met de Europese lander Beagle 2.
De gegevens worden kort daarop naar de aarde doorgestuurd. De camera en een spectrometer van Mars Express
brengen de route van Phoenix tijdens zijn afdaling naar het oppervlak in beeld. Maar of dit lukt is de vraag,
want het is niet mogelijk om precies te voorspellen welke route Phoenix zal volgen.

 


Landing Phoenix

 

De landing staat gepland voor 26 mei 01:53 uur Nederlandse tijd.

Na de landing vliegt Mars Express over de landingsplaats van Phoenix om signalen van de lander op te vangen.
Dat gebeurt op 26 mei om 08:12 uur Nederlandse tijd. In de week erna volgen nog veertien passages.
Tenminste één hiervan wordt gebruikt om te demonstreren dat Mars Express kan functioneren
als een tussenstation tussen
NASA’s grondteam en de Phoenix lander.
Deze toepassing werd eerder al getest met de Marsrovers
Spirit en Opportunity.

Zie ook het nieuws van 15 mei 2008

Enorme stofhozen gezien op landingslocatie Phoenix, 15 mei 2008

Mars Reconnaissance Orbiter heeft opnames gemaakt van twee enorme stofhozen,
die zich meer dan een kilometer boven het oppervlak uitstrekken.
Beide stofhozen bevinden zich op de plek waar de landing op 25 mei van de Phoenix
Marslander plaatsvindt, in een ovaalvormig gebied dat Green Valley genoemd wordt,
niet ver van de noordpool van
Mars.

Dit gebied heeft een oppervlakte van 20 bij 100 kilometer en wordt ter voorbereiding van de landing van de
Phoenix in de gaten gehouden door de MRO. Maar de stofhozen leveren waarschijnlijk geen gevaar voor de Phoenix.

Stofhozen ontstaan wanneer luchtwervels, die op windstille dagen ontstaan vanuit opstijgende luchtkolommen,
de grond raken en hierbij stof mee omhoog trekken. Stofhozen kunnen op Mars veel groter worden dan op aarde,
dit komt door de geringe zwaartekracht op Mars. Stofhozen hebben er in het verleden voor gezorgd dat de
Spirit
en
Opportunity nog steeds rondrijden, aangezien zij de zonnepanelen van de Mars Exploration Rovers vrijmaken van stof.

 


Stofhozen op Mars

 

Landingsplaats Phoenix op Mars vastgesteld

Eind van de maand landt de Phoenix op het oppervlak van Mars. Men heeft nu vastgesteld dat de Marslander
binnen een gebied van honderd bij negentien kilometer moet landen, net boven de noordpoolcirkel van Mars.

Phoenix moet nog iets meer dan 54 miljoen kilometer afleggen voor de landing en het ruimtevaartuig heeft
momenteel een snelheid van bijna tachtigduizend kilometer per uur. De Marslander heeft sinds de lancering
al bijna 233 miljoen kilometer afgelegd en zal op 25 mei, ongeveer anderhalf uur na middernacht,
zijn parachutes ontplooien en beginnen aan de afdaling naar het oppervlak van Mars.

 


Landingsplaats Phoenix

 

De Phoenix gaat gedurende drie maanden onderzoek doen in de bevroren bodem in het gebied Vastitas Borealis,
waar de Mars Odyssey eerder water ontdekte. Met behulp van een robotarm, die 2,35 meter ver kan reiken,
kan de Marslander een halve meter diep in de bodem graven.

Het opgeschepte mengsel van zand en ijs wordt in een klein automatisch laboratorium aan boord onderzocht.
Men hoopt zo de aanwezigheid, vroeger of nu van microleven op Mars te vinden.
Naast een robotarm heeft de Marslander ook nog een meteorologisch station, een gasanalysator en drie camera's.

Phobos met krater, 13 april 2008

De HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter heeft op 23 maart opnames in kleur
gemaakt van Phobos. De onregelmatig gevormde maan van
Mars met een doorsnede van
ongeveer 22 kilometer. Op het maantje bevindt zich een 9 kilometer grote inslagkrater Stickney,
die in verhouding met Phobos zo groot is dat de maan bij de inslag bijna werd verbrijzeld.

De langgerekte groeven op het oppervlak zijn gevormd tijdens het ontstaan van Stickney.
Op de opnames zijn op de kraterhellingen kleine verschuivingen zichtbaar.
Het materiaal rond de kraterrand is blauwer van kleur dan de rest van het oppervlak.
De opnames zijn om de tien minuten gemaakt, op afstanden van 6800 en 5800 kilometer
van Phobos en laten details zien van 15 à 20 meter in doorsnede.

 


Phobos en inslagkrater Stickney

 

De twee manen van Mars worden beschouwd als planetoïden die
lang geleden zijn ingevangen door de zwaartekracht van Mars.

Phoenix op koers naar Groene Vallei, 13 april 2008

Phoenix heeft de eerste van zijn vier koerscorrecties uitgevoerd voor de landing op 25 mei.
De landingsplaats is voorlopig een gebied gekozen dat ligt in de Groene Vallei op
Mars.

Het landingsgebied van 100 bij 20 kilometer, is onderzocht door de Mars Reconnaissance Orbiter,
hieruit bleek dat het zuidoosten van deze brede, vlakke vallei weinig rotsblokken heeft die een geslaagde landing
zouden kunnen verhinderen. Phoenix kan tussen nu en 25 mei nog drie maal een kleine koerswijziging uitvoeren.

 


Phoenix en lander bij Mars

 

Phoenix gaat op hoge noordelijke breedte onderzoek doen aan ondergronds ijs en het klimaat.
Bodemmonsters moeten uitwijzen of de omstandigheden op Mars in het verleden gunstig zijn geweest voor leven.

Zoutafzettingen op Mars, 23 maart 2008

De opname van het oppervlak van Mars gemaakt door de Mars Odyssey laten zien dat zich ook op de
oude zuidelijke hooglanden van Mars, waar de oudste gesteenten liggen, zoutachtige afzettingen bevinden.

Het gaat om ongeveer tweehonderd gebieden die op allerlei hoogten liggen, meestal gaat het om bekkens
waar geulen naartoe lopen en de kans is klein dat ze uit één grote watermassa, zoals een zee, zijn ontstaan.

Het kan ook zijn dat het grondwater was dat naar lager gelegen gebieden is gestroomd en vervolgens
is verdampt. De exacte samenstelling van de chloridenrijke mineralen is onbekend.
Hun voorkomen en verspreiding wijst er echter op, dat grote delen van het oppervlak
van Mars 3,5 tot 3,9 miljard jaar geleden met water bedekt moet zijn geweest.

De omgevingen zijn vermoedelijk een stuk minder zuur geweest dan de meeste natte plaatsen op Mars.
Zuur water laat andere afzettingen achter, zoals klei en hydraten en organismen zijn beter in staat om
grote zoutconcentraties te verdragen dan een hoge zuurgraad. Aangezien zout organisch materiaal goed
bewaard, zijn de zoutkristallen geschikt om te onderzoeken of er ooit leven is geweest op Mars.

 


Zoutafzetting op Mars

 

De kleuren zijn niet echt, maar hiermee kan de samenstelling van de verschillende materialen
worden aangegeven. De blauwe kleur wordt veroorzaakt door mineralen die chloriden bevatten,
verbindingen die ook voorkomen in zouten, die lijken op tafelzout.

Op aarde ontstaan deze zouten in gebieden waar water verdampt, of waar vulkanische gassen uit
het oppervlak ontsnappen, de oudste organismen die op aarde ontdekt zijn zaten opgesloten in zoutkristallen.

Restanten van levensvatbaar meer ontdekt op Mars, 10 maart 2008

Nieuwe foto's van Mars Reconnaissance Orbiter van de kraterwand laten zien dat de krater Holden
op
Mars in het verleden gevuld is geweest met een watermassa, waarin leven kan zijn ontstaan.

Dit water heeft de krater gevuld met puin en sedimenten, zoals rotsblokken en kleinere deeltjes
die megabreccia genoemd worden. Uit onderzoek van de foto's is gebleken dat de fijne sedimentlaag
die bovenop de megabreccië ligt voor vijf procent uit kleideeltjes bestaat.
Waar deze kleideeltjes vandaan komen is onzeker, maar waarschijnlijk betreft het sedimenten
van een meer dat hier zeker enkele duizenden jaren moet hebben bestaan.

Holden is een inslagkrater die ontstaan is in een veel grotere inslag van een ruimterots,
die het Holden-bekken wordt genoemd. Voordat de krater ontstond, liepen er
allerlei waterstromen door het bekken die sedimenten achterlieten.

 


Krater Holden op Mars

 

Bij de inslag die de Holden-krater vormde, werden grote brokstukken van wel 50 meter groot
opgeworpen en verpulverd, waarna een deel weer is terug gevallen in de krater
en andere delen zich over de omgeving verspreidden.

De krater is vervolgens gevuld met water, waarbij sedimentaire afzettingen (zoals klei) gevormd zijn.
De MRO heeft het bestaan van klei in de Holden-krater zonder twijfel aangetoond.

De Holden-krater is gevormd in een tijd dat de oceanen op Mars al waren verdwenen,
waardoor het Holden-meer niet blijvend is geweest. Het gewicht van het water heeft de kraterwand
waarschijnlijk doorbroken, waarna deze is leeggestroomd. Waarna het langzaam is bevroren en/of verdampt.

De Holden-krater wordt dan ook gezien als plek voor een toekomstige Marsrover, het Mars Science Laboratory,
die volgend jaar gelanceerd zal worden. De krater is één van de zes mogelijke landingsplaatsen voor de MSL.

Lawine op Mars, 5 maart 2008

Op 19 februari 2008 heeft Mars Reconnaissance Orbiter bij toeval vier lawines op Mars vastgelegd.
Het is voor het eerst dat rechtstreeks grondbewegingen op Mars zijn gefotografeerd.

Op de opname waar een lawine met fijn gruis en misschien ook kleine ijskorreltjes of juist grotere rotsblokken
naar beneden is gekomen, zijn de stofwolken te zien, die opstuiven aan de voet van een steile helling.

De klif is ongeveer 700 meter hoog en bevindt zich in het noordelijke poolgebied van Mars.
De klif is nog bedekt met de rest van het kooldioxide-ijs (wit) dat in de winter op de noordpool ligt.

NASA heeft eerdere foto's van dit gebied en zal de klif vaker fotograferen om te zien
of er meer materiaal naar beneden gaat vallen tijdens de zomer op de noordpool van Mars.
Ook zal het materiaal aan de voet van de helling worden onderzocht.

 


Aardverschuiving op Mars

 

De grootste wolk van stof en ijs heeft een doorsnede van 180 en strekt zich uit tot 190 meter van de klif.
Het
zonlicht komt van de rechter bovenkant.

Het is nog niet bekend wat de lawine heeft veroorzaakt, misschien is er sprake is van een seizoenseffect
door de temperatuurstijging aan het begin van de lente of dit soort lawines ontstaan het hele jaar door.

Het kan ook zijn dat koolzuurijs van vast naar gasvormig is overgegaan en hierdoor instabiliteit heeft veroorzaakt.
Andere mogelijkheden zijn Marsbevingen of een inslag van een meteoriet.

 


Aardverschuiving op Mars

 

Watergeulen op Mars veroorzaakt door droog zand of grind, 2 maart 2008

In december 2006 ontdekten onderzoekers dat sommige geulen op de binnenhellingen
van inslagkraters op
Mars in de afgelopen paar jaar opeens veel helderder zijn geworden.

Ze dachten dat dit werd veroorzaakt door recente waterstromen, mogelijk als gevolg van
het smelten van ondergronds ijs.
Maar de opvallend heldere stromingspatronen aan
de binnenwanden van de kraters op Mars zijn waarschijnlijk ontstaan door lawines
van droog materiaal, zoals zand of grind
en zijn niet ontstaan door vloeibaar water.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Met de HIRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter
is één van de geulen nauwkeurig met stereoscopische foto's in beeld gebracht.
Door het topografisch hoogtemodel kon berekend worden hoe water in een dergelijke geul
zou stromen en hoe
de stromings- en afzettingspatronen eruit zouden zien door ander materiaal,
zoals modder en droog zand of gruis.

 


Heldere stroom op Mars

 

Het blijkt dat de vorm van het heldere patroon het best verklaard kan worden door een lawine
van droog materiaal, of hooguit
een dikke modderstroom, maar in elk geval niet van stromend water.

Men is vrij zeker over de aanwezigheid van ondergronds ijs op Mars. Op 25 mei landt de Phoenix
in het noordpoolgebied van Mars, onder andere om ijsmonsters op te boren voor nader onderzoek.

Marslander Phoenix wordt opgewacht, 2 maart 2008

Als de Phoenix op 25 mei afdaalt naar het oppervlak van Mars, wordt hij in de gaten gehouden
door drie ruimtesondes die in een baan om Mars draaien. Ze zullen de Phoenix begeleiden en ondersteunen,
onder meer door middel van het doorsturen en versterken van de gegevensstroom tussen Phoenix en de
aarde.

Deze drie zijn de Mars Odyssee en Mars Reconnaissance Orbiter van de NASA en de Mars Express van de ESA.
Ook
Spirit en Opportunity zullen een bijdrage leveren in de vorm van het simuleren van de signalen van Phoenix,
waarmee de rol van de drie eerder genoemde ruimtesondes getest zal worden.

 


Radiotelescoop Cebreros bij Avila in Spanje

 

Op aarde wordt de afdaling en landing gevolgd door twee radiotelescopen in Cebreros, Spanje en New Norcia, in Australië.

Phoenix is op 4 augustus gelanceerd en moet een zachte landing maken op de meest noordelijke locatie
die ooit door een Marslander is bezocht, waar onder andere gezocht gaat worden naar een
ondergronds mengsel van ijs en stof. Phoenix zal de atmosfeer van Mars binnentreden met
een snelheid van 5,7 kilometer per seconde. De totale afdaling zal 7 minuten in beslag nemen.

Bij de landing wordt gebruik gemaakt van een hitteschild, parachutes, en remraketten.
Tijdens de afdaling door de ijle dampkring van Mars worden de radiosignalen van Phoenix
opgevangen door de drie ruimtesondes. De banen van de drie kunstmanen worden
de komende weken geleidelijk aangepast zodat ze zich eind mei boven de landingszone
van Phoenix bevinden. De precieze landingsplaats is overigens nog niet vastgesteld.

Rivierdelta’s op Mars in korte tijd gevormd, 2 maart 2008

Bijna vier miljard jaar geleden zijn de rivierdelta’s op Mars in zeer korte tijd gevormd.
Dit blijkt uit experimenten aan de Universiteit Utrecht waarin het ontstaan van delta’s werd nagebootst.

Enkele tientallen delta’s in inslagkraters liggen verspreid over het zuidelijk halfrond van Mars.
Deze kraters stroomden vol met water vanuit rivierdalen. Het water voerde zand, grind en rotsen mee
en sleet zo de dalen uit. Het sediment kwam terecht in de kratermeren en vormde daar de delta’s.
De schattingen hoe lang de vorming duurde, variërenden van één jaar tot miljoenen jaren.

 


Fossiele resten in Melas Chasma op Mars

 

Dit proces op Mars is nu nagebootst in het Eurotanklaboratorium aan de Universiteit Utrecht.
De Eurotank is een zandbak van 6,5 bij 13 meter waarin een robot met een laser
en digitale camera’s nauwkeurig het oppervlak opmeet.

De onderzoekers groeven kratervormige gaten en lieten daar water en zand naartoe stromen,
vergelijkbaar met die op Mars. Eerst sleet zich een geul uit door de rand van de krater.
Het zand uit de geul werd vervolgens door het water versleept naar de bodem van de krater
waar het een waaier vormde. Ondertussen liep de krater vol met water zodat een meer ontstond.

De waaier hervormde zich daarbij tot een delta met lobben van zand. De specifieke waaiervorm
van de delta laat duidelijk zien hoe snel het meer volliep met water, en met name na hoeveel tijd
het water ophield met stromen. Dat levert de maximumduur op van enkele tientallen jaren
voor de vorming van delta’s met vergelijkbare vormen op Mars.

Het verrassende resultaat van de Utrechtse experimenten is dat de vormingsduur van gelijkvormige
delta’s op Mars ten hoogste enkele tientallen jaren is, en een half uur in het laboratorium.

 


Marsdelta in Eurotank

 

Een opgedroogde delta in de Eurotank. Het witte zand op het bruine zand van de kraterbodem
vormen de oude kustlijnen en zijn goed te zien.

Mars sinds 4 miljard jaar levenloos, 20 februari 2008

Onderzoek van Opportunity heeft uitgewezen dat in de vermoedelijke oceanen op Mars, zich de afgelopen
vier miljard jaar waarschijnlijk geen micro-organismen bevonden, deze mineralen zijn al lang verdwenen.

Gedurende het grootste deel van hun bestaan zijn de oceanen bijzonder zuur en zout geweest.
Een dergelijke omgeving is bijzonder ongeschikt voor micro-organismen. Opportunity onderzocht
de chemische samenstelling van een gesteentenlaag aan de binnenzijde van de inslagkrater Victoria,
waar de mineralen van 4 miljard jaar oud, zijn opgelost en later in grote concentraties weer zijn afgezet.

Mogelijk kunnen er in de toekomst nog wel sporen van leven gevonden worden
in nog oudere gesteenten op Mars, of op plaatsen op grotere diepte onder het oppervlak.

 


Rotsrand aan binnenkant Victoriakrater

 

Opportunity nam deze opname van de heldere rotsrand in de Victoria krater, ook wel Lyell genoemd
en is de onderste van de drie lagen die de rover heeft onderzocht.

Spirit en Opportunity zijn aan hun vijfde jaar op Mars begonnen.
Ze landden in januari 2004 op Mars en houden het al zestien keer langer uit dan verwacht.
Ook legden ze in totaal een twintig maal zo grote afstand af op het Marsoppervlak.

Als de rovers het vol blijven houden zullen ze gezelschap gaan krijgen van twee zeer
geavanceerde robotverkenners, de Phoenix-lander en het Mars Science Laboratory.
De Phoenix is een lander, die op 25 mei 2008 bij Mars aankomt. Phoenix zal landen
op de ijzige grond nabij de noordpool, om te onderzoeken wat zich onder deze grond bevindt.

Na Phoenix staat Mars Science Laboratory op het programma. Dit zal de meest geavanceerde rover
zijn die ooit naar een andere wereld is gestuurd en weegt vier keer dan Spirit en Opportunity.

Mars Express ontdekt wolken van CO2-ijs op Mars, 21 januari 2008

Nieuwe gegevens van de Omega-spectrometer van de Mars Express laten zien dat Mars hoge
uitgestrekte wolken van koolzuurijskristallen heeft, die genoeg dichtheid hebben om schaduwen
op het oppervlak te werpen. Uit de metingen blijkt dat de wolken zo dicht zijn dat ze veertig procent
van het zonlicht kunnen tegenhouden, waardoor de oppervlaktetemperatuur in de schaduw van de wolken
tien graden lager is dan in de omgeving. Voorheen dacht men dat wolken op Mars een zeldzaamheid waren.

Er waren in het verleden wel aanwijzingen gevonden voor het bestaan van zulke wolken, omdat de ijle
atmosfeer van Mars vooral uit kooldioxide bestaat, maar niemand had verwacht dat ze zo groot zouden zijn.

De wolken bestaan uit ijskristallen die ruim een micrometer (1/1000 millimeter) groot zijn, ze bevinden zich
op een hoogte van meer dan tachtig kilometer en hebben afmetingen van enkele honderden kilometers.
De CO2-wolken komen voornamelijk in het gebied rond de evenaar van Mars voor en ontstaan
waarschijnlijk als gevolg van de grote dag-nachttemperatuurverschillen rond de evenaar.

 


CO2 wolken op Mars

 

De koude nachttemperaturen en hoge dagtemperaturen veroorzaken een atmosferische convectie (stijgende lucht),
vooral als de zon ’s morgens de grond verwarmd. Bellen van warm gas stijgen op en bereiken een hoogte
waarop de temperatuur voldoende daalt om de kooldioxide te laten bevriezen.

Wolken van waterijs waren al bekend op Mars, deze bevinden zich vooral aan de flanken van de vulkanen op Mars.
Nu blijkt dat Mars ook wolken van kooldioxide-ijs kent, die zich op veel grotere hoogte bevinden.
Dit is de eerste keer dat men de kooldioxidewolken van Mars van bovenaf heeft waargenomen.

Kans op inslag op Mars heel klein, 9 januari 2008

De kans dat de planetoïde 2007 WD5 die op Mars afkomt de planeet zal treffen, wordt steeds kleiner.
Nieuwe waarnemingen om zijn baan nauwkeuriger te bepalen laten zien dat de kans,
dat het op 30 januari tot een inslag komt, is gedaald tot 1 op 10.000.
Waarschijnlijk zal 2007 WD5 op een afstand van 4000 tot 26.000 kilometer langs Mars scheren.

 


Koers van de planetoïde

 

De lichtblauwe lijn geeft de koers aan van de planetoïde

Wordt Mars geraakt door een planetoïde? 26 december 2007

Een planetoïde nadert Mars en de kans is 1 op 75 dat hij op 30 januari rond de middag inslaat.
De
planetoïde heet 2007 WD5 en heeft een doorsnede van ongeveer 50 meter.
2007 WD5 zal Mars op een afstand van ongeveer 48.000 kilometer naderen.
Dit is ongeveer één vierde van de afstand tussen de aarde en de maan.
De baan is nog niet nauwkeurig genoeg om een inslag uit te sluiten.

Het object, ontdekt op november 2007 door de Catalina Sky Survey, is ongeveer
net zo groot als de ruimterots die in 1908 neerkwam in Siberië.
Door de inslag werden over een groot gebied tientallen miljoenen bomen verwoest.

Mocht er een botsing plaats vinden dan zal dit ongeveer een 3 megaton, dit is 200 maal de kracht
van de atoombom op Hiroshima, aan energie vrijmaken en een inslagkrater van ongeveer
1 kilometer veroorzaken, waarbij een enorme hoeveelheid stof de dampkring in wordt geblazen.

 


De meteoriet op 21 december

 

De kans is veel groter dat de planetoïde Mars mist, maar er is dus wel een kleine kans.
Als de planetoïde inslaat zal hij rond de evenaar inslaan, hier bevindt zich ook de
Opportunity,
al zal de marsrover zich waarschijnlijk buiten de inslagzone bevinden.

De inslag zal een krater veroorzaken die vergelijkbaar is met de Meteor Crater in Arizona, VS.
In de jaren ’90 sloegen de restanten van de komeet Shoemaker-Levy 9 in op Jupiter.
Het kan wel de eerste keer zijn dat een planetoïde i.p.v. een komeet in zal slaan op een andere planeet.

 


Richting van de planetoïde

 

De komende dagen zal van de planetoïde in de gaten worden gehouden om de baan beter te bepalen.
De nieuwe krater kan binnen enkele dagen gefotografeerd worden met de HIRISE-camera van
de
Mars Reconnaissance Orbiter, terwijl het niet uitgesloten is dat de Spirit en Opportunity
een verhoogde stofconcentratie in de ijle dampkring van Mars constateren.

De planetoïde is op 31 januari 2008 Mars gepasseerd op een afstand van 22.000 kilometer,
in kosmische termen scheelde dat een haartje.

Belangrijke ontdekking Spirit, 13 december 2007

In het wielspoor van Spirit is tot nu toe de sterkste aanwijzing van micro-organismen gevonden.
De afzettingen (silica rijke stenen) zijn waarschijnlijk ontstaan door heet bronwater waarin siliciumdioxide
is opgelost, om later weer neer te slaan of contact met zure gasdampen van de omliggende vulkanen.
De zuren lossen het siliciumdioxine ook op, waarna het weer neerslaat.

Op aarde komen dit soort omstandigheden ook voor en bevatten bacteriën,
die zich helemaal aan deze extreme omstandigheden hebben aangepast.

Na een eerste analyse in het voorjaar (nieuws 21 mei 2006), bleek de helder witte laag veel silica
(siliciumdioxide) te bevatten, het materiaal waaruit ook het glas van onze ramen uit bestaat.

Het rechtervoorwiel van Spirit werkt sinds maart 2006 niet meer en sleept voortdurend over de grond,
terwijl hij achterstevoren rijdt. In dit wielspoor zijn de afzettingen aangetroffen. De kiezellaag werd toen
bij toeval blootgelegd en bestaat voor negentig procent uit puur silica of siliciumdioxide (kiezel)
en is dit de aanwijzing dat er ooit iets op
Mars kan hebben geleefd.

 


Sporen van Spirit

 

Spirit is niet in staat om dit leven ook op te sporen, daar is hij niet voor ontworpen.
We moeten wachten op de volgende generatie Marsrovers:
NASA's Mars Science Laboratory
en
ESA's ExoMars, die in 2009 en 2011 gelanceerd gaan worden om hier verder te zoeken.

Spirit komt los uit zandkuil, 5 december 2007

Spirit heeft twee weken vastgezeten in een gebied met zeer losse ondergrond, Tartarus,
genoemd naar de Kerker van de Onderwereld in de Griekse mythologie.

Volgens de NASA is het begin december gelukt om de Spirit weer aan het rijden te krijgen,
zodat hij op zoek kan naar een beschutte plek op Home Plate voor de winter en de accu op kan laden.

Hopelijk zal Spirit zijn plek op 1 januari bereiken. Deze deadline wordt steeds kritischer, daar de
stroomvoorraad van Spirit al beperkt is door het vele stof dat op de zonnepanelen is neergeslagen.
Spirit heeft momenteel slechts 310 watt/uur per dag tot zijn beschikking,
wat niet te vergelijken is met de oorspronkelijke 900 watt/uur per dag.

 


Route Spirit

 

Spirit zit vast, 29 november 2007

Spirit zit al dagen vast in zeer losse grond, terwijl hij op weg zou moeten zijn naar
een schuilplaats voor de naderende winter. Een ander probleem is dat de zonnepanelen van Spirit
door grote hoeveelheden stof bedekt worden van de stofstormen op
Mars enige maanden geleden.
Hierdoor is het tijdelijk 20 tot 30 graden warmer geworden op Mars.

Spirit heeft sinds 2006 een kapot rechtervoorwiel en kan alleen achteruit rijden.
Twee weken geleden is de rover op weg gegaan naar de noordelijke rand van Home Plate,
een plateau van 90 meter breed met vele steile hellingen richting het noorden.
Dit maakt de plek geschikt als schuilplaats voor de winter op het zuidelijk halfrond.

 


Spirit in de cirkel

 

Mars Reconnaissance Orbiter heeft Spirit vanuit de ruimte gefotografeerd.

Opportunity in de Victoria-krater, 28 september 2007

Opportunity heeft de binnenkant bereikt van de Victoria krater op Mars.
De rover begon op 13 september aan de afdaling langs de steile kraterrand en
legde gemiddeld twee tot zeven meter per dag af. Opportunity bevindt zich bij een
lichtgekleurde rotsformatie die zich enkele meters onder de rand van Victoria bevindt.

 


Opportunity over de rand van de Victoria krater

 

Op de opname zie je een laag lichtgetinte rotsen aan de binnenkant van de Victoria krater
in het gebied Meridiani Planum, die lijkt de oppervlakte aan te geven van
vele miljoenen jaren geleden, voordat een inslag de krater vormde.

De komende dagen zullen de meetinstrumenten aan het uiteinde van de robotarm
van Opportunity gebruikt worden om het gesteente te onderzoeken.
Maar eerst moeten enkele veiligheidstests worden uitgevoerd,
omdat de rover op een helling van vijfentwintig graden staat.

Grotten op Mars? 28 september 2007

Hoog op de vulkaan Arsia Mons op Mars, die wel 20 kilometer boven het omringende
landschap uitkomt zijn waarschijnlijk grot-openingen gevonden.
De Arsia Mons is de meest zuidelijke van de drie grootste (uitgedoofde) vulkaan op Mars.

Onderzoekers denken dat de gaten een doorgang zijn tot ondergrondse ruimtes.
Dat konden ze bepalen door temperatuurmetingen met de infraroodcamera
van de Mars Odyssey, die al zes jaar rond Mars draait.

De zeven openingen, de Zeven Zusters genoemd, hebben afmetingen van 100 tot 225 meter en
zijn buitengewoon donker. Ze bevinden zich tussen de inzakkingskraters, maar zien er anders uit.
Ze vertonen namelijk geen steile wanden of kraterbodems, ook vertonen ze
geen opgeworpen randen, die kenmerkend zijn voor meteorietkraters.

Op deze grote hoogte is het vrijwel onmogelijk dat er in de grotten leven voorkomt, maar
dit soort vormen op minder grote hoogte zouden mogelijk micro-organismen kunnen bevatten,
die onder de grond beschermd zijn tegen de schadelijke ultraviolette straling van de
zon.

 


Grotten op Mars

 

De Zeven Zusters zijn overdag koeler dan hun omgeving, maar 's nachts juist warmer, dit klopt als er
openingen in de bodem van Mars zitten, die in verbinding staan met ondergrondse grotten.
Ze zijn overdag koeler dan de oppervlaktetemperatuur, maar 's avonds juist warmer.

De onderzoekers denken dat ze zijn ontstaan doordat ondergronds materiaal is weggezakt
in diepe scheuren of breuken in de vulkaanhelling. Uit metingen en de stand van de zon,
leidden onderzoekers af dat de grotten minstens 70 tot 130 meter diep zijn.

Waterstromen op Mars? 23 september 2007

Vorig jaar ontdekten en dachten onderzoekers dat er vloeibaar water aanwezig was op Mars
door veranderingen in geulen aan de randen van kraters.
Een nieuw onderzoek naar deze ontdekking laat zien dat het destijds ging om lava,
afkomstig uit de Athabasca Valles.

NASA onderzoekt nu grote delen van het oppervlak en heeft geconstateerd dat verschillende
kenmerken van het oppervlak mogelijk gevormd zijn door de aanwezigheid van water.
Dat het er wel degelijk geweest is, lijkt een zekerheid. Er zijn diverse geulen op Mars gevonden
die zeer waarschijnlijk door vloeibaar water zijn ontstaan. De geulen zijn te diep om door
droog materiaal, zoals zand of stof, te zijn ontstaan.

 


Geulen in een krater op de zuidelijke hooglanden van Mars

 

Vorig jaar werden opnamen van Mars Global Surveyor bekend gemaakt van geulen op Mars,
mogelijk veroorzaakt door stromend water. Nieuwe opnamen van
Mars Reconnaissance Orbiter
wijzen erop dat sommige geulen waarschijnlijk zijn ontstaan door aardverschuivingen
in het oppervlak van los, droog materiaal.

Dit volgt uit onderzoek met de infrarood-spectrometer van de MRO, waaruit blijkt dat de verse, heldere
afzettingen in elk geval niet uit rijp, ijs of zoutachtige mineralen bestaan, dat is afgezet door zout water.

Andere geulen vormen echter wel sterk bewijs voor vloeibaar water dat miljoenen jaren geleden op Mars
gestroomd heeft, toen de planeet een warmer klimaat had dan nu. Ook andere MRO-beelden bevestigt
de indruk dat Mars in het verleden meerdere natte periodes moet hebben gekend.

 


Waterstromen op Mars

 

Mars kent, net als aarde, periodieke klimaatsveranderingen. Sommige van de periodes zijn warmer
dan andere. Enkele van de geulen die op Mars zijn aangetroffen zijn niet stijl genoeg om droge stromen
te veroorzaken. Opnamen van de MRO laten duidelijk kenmerken van een vloeibare stroom zien,
zoals vertakte kanalen en terrassen binnen de geulen.

Men heeft onderzocht of de afzettingen aan de zuidpool uit materiaal van hoge dichtheid bestaan,
zoals rots, of gemaakt zijn van materiaal van lage dichtheid, zoals ijs.
De waarnemingen bevestigen de aanname dat de afzettingen vooral uit water bestaan.

Ook heeft men ontdekt dat sommige kenmerken die als vloeibare waterstromen werden gezien,
in werkelijkheid lavastromen zijn. Vloeibare stromen op Mars hoeven niet persé waterstromen te zijn.

Afdaling Opportunity in krater Victoria, 14 september 2007

Voorzichtig probeert Opportunity de krater Victoria in te rijden.
Op 11 september gaf het vluchtleidingcentrum opdracht om vier meter vooruit te rijden, zodat
de eigenlijke kraterrand werd gepasseerd. Vervolgens reed Opportunity weer drie meter terug.

 


Opportunity over de rand van de Victoria krater

 

Deze manoeuvres waren voornamelijk bedoeld om de Opportunity van instructies te voorzien,
die moeten voorkomen dat zijn wielen te veel gaan slippen. Dat laatste gebeurde aan het eind van
de rit inderdaad, waardoor het wagentje nu op de rand van de krater stilstaat.
Via de Mars Odyssey kregen wetenschappers van NASA berichten dat alles goed ging.

De komende dagen zal Opportunity langzaam naar beneden rijden en de komende weken
en maanden op zoek naar sporen van water en misschien leven op
Mars.

Opportunity klaar voor afdaling in Victoria krater, 9 september 2007

Opportunity gaat misschien begin volgende week op 11 september, aan zijn afdaling in de
Victoria krater beginnen.
Spirit en Opportunity hebben de afgelopen maanden last gehad van
de zware stofstormen op
Mars, maar die zijn inmiddels gaan liggen.

Opportunity staat op het punt om de 800 meter grote inslagkrater Victoria binnen te rijden.
Voorlopig richt het robotwagentje zich op een lichtgekleurde gesteentelaag op ongeveer 12 meter
beneden de kraterrand. Na een eerste kleine afdaling wordt Opportunity weer omhoog gestuurd,
om te bekijken hoe moeilijk het is om ook weer tegen de steile kraterwand op te rijden.
Waarschijnlijk zal de rover uiteindelijk voorgoed in de krater achterblijven.

 


Rand Victoria krater

 

Spirit is op 5 september bovenop Home Plate aangekomen, een hooggelegen plateau van gelaagde
gesteenteafzettingen. Helaas liggen er nog de nodige stofdeeltjes op de zonnepanelen van de rover,
waardoor de energieproductie maar 325 watturen per dag bedraagt, maar dat is genoeg om te rijden.

Op 29 augustus kwam 8% van het zonnelicht door de atmosfeer, dat is wel 2% meer dan een week eerder.
Maar het percentage stof op de zonnepanelen met 3% toegenomen, waardoor slechts 59%
van het
zonlicht de zonnepanelen raakt en wordt omgezet in elektriciteit.
Spirit en Opportunity landden in januari 2004 op Mars, met een geplande levensduur van drie maanden.

Marsrovers rijden weer, 28 augustus 2007

Na zes weken wachtten vanwege de stofstorm op Mars, waardoor de opbrengst van hun
zonnepanelen sterk verminderde, zijn de
Spirit en Opportunity weer aan het werk gegaan.
Op 21 augustus is Opportunity dertien meter dichter naar de rand van de krater Victoria gereden,
Spirit is 42 centimeter achteruit gereden om foto’s te maken van een eerder onderzochte steen.

Opportunity heeft op het moment twee keer minder energie dan twee maanden geleden, maar
moet nog even wachten tot het nog wat helderder wordt, zodat meer zonne-energie opgevangen
kan worden. Het opklaren van de atmosfeer kan maanden duren. De komende dagen zal worden
geschat wanneer Opportunity met de afdaling in de Victoria krater kan beginnen.

 


Opname gemaakt door Opportunity op 21 augustus

 

Een andere belangrijke zorg is het omlaag dwarrelende stof, dat zich onder meer op de lens
van de microscoopcamera van Spirit heeft afgezet. Ondertussen gaat Spirit gewoon weer door
met zijn dagelijkse werkzaamheden en reist binnenkort mogelijk naar het gebied, Home Plate.

Stofdeeltjes op Marsrovers, 19 augustus 2007

De stofstorm op Mars lijkt langzaam te gaan liggen. Maar de stofdeeltjes dwarrelen nu
naar beneden en komen op de zonnepanelen van de
Spirit en Opportunity terecht.
De Marsrovers kunnen dan niet genoeg energie uit het
zonlicht halen
en de kans bestaat dan dat de batterijen het naar een tijdje opgeven.

Hoewel de zonnepanelen met stof bedekt worden, wordt de atmosfeer van Mars steeds helderder.
De zonne-energie is nodig om de elektronica van de rovers warm te houden.
Op Mars is het gemiddeld -81° Celsius en dat is te koud voor de onderdelen aan boord van de rovers.
Geen energie betekent geen warmte voor de elektronica.

Spirit heeft op 13 augustus een record gevestigd, eerst waren de twee Viking landers
de langst functionerende robots op Mars. Op 13 augustus, versloeg Spirit de Viking Lander 2.

 


Overzicht stofstorm op Mars

 

Op de opname is het verloop van de storm vanaf de Opportunity te zien van 14 juni tot 19 juli 2007.

Koerscorrectie Phoenix, maandag 13 augustus 2007

De Phoenix heeft afgelopen weekend een koerscorrectie uitgevoerd.
Deze correctie vormt een belangrijk onderdeel van de reis van Phoenix naar
Mars.
In de toekomst staan nog vijf correcties gepland, maar die zijn minder ingrijpend dan deze correctie.

De Marsverkenner zal op 25 mei 2008 gaan landen op de meest noordelijke locatie
van alle landingen die ooit op Mars zijn verricht.

 


Landingsplaats Phoenix

 

Phoenix zal dan gaan graven naar ondergronds ijs en onderzoeken of er leven mogelijk is.
Phoenix vliegt nu met een snelheid van 33,2 kilometer per seconde.
De koerscorrectie is uitgevoerd door de snelheid te verlagen naar 18,5 meter per seconde.

Hiervoor zijn de vier middelste stuwraketten van de Phoenix, 3 minuten en 17 seconden aangezet.
Na afloop van de manoeuvre functioneerden alle subsystemen nog goed.
De volgende koerscorrectie staat gepland voor half oktober.

Storm op Mars wordt minder, 13 augustus 2007

Het stof in de atmosfeer van Mars wordt minder, waardoor meer zonlicht de zonnepanelen
van
Spirit en Opportunity kan bereiken. De energieproductie van Spirit is met 12% gestegen,
van 261 naar 295 watturen en van Opportunity is de energieproductie met 53% gestegen.

Voordat de stofstorm begon was de gemiddelde energieproductie 700 watturen per dag.
Genoeg om een lamp van 100 watt zeven uur te laten branden.
Ook is de temperatuur aan boord van Opportunity gestegen van -37 graden Celsius naar -33,4 graden Celsius.
Verwacht wordt dat de temperatuur de komende weken nog blijft stijgen.

Spirit gaat haar robotarm uitsteken, om met de microscopic imager foto's te maken van stukken grond
en een steen. Opportunity moet nog even wachten met het ingaan van de Victoriakrater.
Pas als de storm gaat liggen is het veilig om naar beneden te gaan.

 


Robotarm Spirit

 

Phoenix gelanceerd, 4 augustus 2007

NASA heeft zaterdag 4 augustus, de Phoenix gelanceerd. De lancering vond plaats om 11:26 Nederlandse tijd.

 


Lancering Phoenix

 

De afdaling naar het oppervlak van Mars in 2008, zal worden gevolgd door de Mars Express.
De baan van Mars Express zal in april 2008 zodanig worden bijgesteld, dat hij Phoenix
tijdens de meest kritieke fase van zijn afdaling voortdurend kan blijven volgen.

Lancering van de Phoenix uitgesteld, 2 augustus 2007

Phoenix Mars lander is 24 uur uitgesteld naar zaterdag 4 augustus.
Er waren stormen voorspeld en
NASA wilde met het tanken van de Delta II raket vandaag geen risico nemen.
Zaterdag kan de lancering plaats vinden om 11:26 of 12:03 uur.

Als de lancering slaagt, dan komt de Phoenix in mei 2008 aan bij Mars. De Phoenix moet dan
landen op de noordpool van Mars, waar temperaturen van min 73 °C tot min 33 °C heersen.
In tegenstelling tot eerdere missies, zoals de
Spirit en Opportunity en de Mars Pathfinder,
zal bij de landing geen gebruik gemaakt worden van airbags, maar van remraketten.
Zo'n soort landing is sinds 1977 niet meer succesvol uitgevoerd.

 


Phoenix lander

 

Phoenix zou eerst op 2 augustus 2007 gelanceerd worden.
De Marsverkenner gaat naar ijs boren in het noordpoolgebied van Mars.
De verwachting is dat ondergrondse ijsvoorraden daar minder diep liggen
dan dichter bij de evenaar, waar Marslanders tot nu toe altijd afdaalden.

Met een boor- en graafarm worden bodemmonsters van vijftig centimeter diepte omhoog gehaald.
Die worden vervolgens aan boord onderzocht op chemische en mineralogische samenstelling.
Phoenix
heeft daarvoor een oven en een chemisch laboratorium aan boord. Mogelijk bevatten
de ijsmonsters organische moleculen die zouden kunnen wijzen op het bestaan van micro-organismen.

Verder heeft Phoenix een stereocamera aan boord en instrumenten om metingen te doen
aan de directe omgeving en aan de dampkring van Mars. De lander is echter niet mobiel,
zoals de Spirit en Opportunity, die in januari 2004 op Mars landden.
De verwachte levensduur van Phoenix op Mars bedraagt 150 dagen.

Stofstorm bedreigt Marsrovers, 21 juli 2007

De grote storm op Mars blijft groeien en vormt nu een bedreiging voor Spirit en Opportunity.
Zonlicht weet nog maar nauwelijks het oppervlak te bereiken en daar halen de marsrovers hun energie uit.

De marsrovers gebruiken elektrische verwarmers om te voorkomen dat belangrijke elektronica te koud wordt,
dus zelfs in hun spaarstand hebben ze zonne-energie nodig om hun verwarmingselementen in bedrijf te houden.

Op 17 juli kreeg Opportunity nog maar 148 watturen stroom per dag, woensdag zakte dit naar 128 watturen.
Spirit is er iets beter aan toe, maar dat komt doordat de storm in de Gusevkrater iets minder actief is.
Normaal gesproken levert het zonnepaneel van Opportunity 0,7 kilowattuur elektriciteit per dag.

 


Stofstorm op Mars, juli 2007

 

De NASA is bang dat de Mars Exploration Rovers voorgoed worden beschadigd of uitgeschakeld.
Als de storm de komende dagen of weken nog doorgaat, betekent dit waarschijnlijk het einde voor de missie.

De rovers hebben dan niet meer genoeg energie om zichzelf warm te houden en door te gaan met onderzoek.
Er wordt alles aan gedaan om zo min mogelijk stroom te verbruiken, Opportunity staat stil, doet vrijwel geen
onderzoek en zelfs de communicatie met de aarde is op een laag pitje gezet, de Spirit doet het rustig aan.

Het stormt nog steeds op Mars, 19 juli 2007

Bij de Spirit en Opportunity wordt de stroomtoevoer minder door de hevige stofstorm, die sinds eind juni woedt.
De stofdeeltjes in de atmosfeer houden het
zonlicht tegen. Ze kunnen nog wel wetenschappelijk onderzoek uitvoeren,
maar Opportunity moet nog wachten met het binnengaan van de Victoriakrater.

Na de landing kregen Spirit en Opportunity dagelijks 900 wattuur aan stroom binnen.
Opportunity moet het nu doen met 300 wattuur en Spirit met 400 wattuur per dag.
Pas als de dagelijkse stroomtoevoer onder de 250 wattuur ligt wordt de situatie kritiek.

 


Stofstorm op Mars in 2001

 

Wanneer de afdaling van Opportunity in de krater plaatsvindt is nog niet bekend. Eerst was het 7 juli, maar dit heeft
al een vertraging van meer dan tien dagen opgelopen, wanneer de afdaling nu plaatsvindt hangt helemaal af van het weer.
De zonnepanelen van Opportunity zijn door de storm nu wel schoner dan op zijn 25ste dag op
Mars, dit is 3,5 jaar geleden.

 


Mars Reconnaissance Orbiter maakt opname van een Dust Devil

 

Mars Reconnaissance Orbiter heeft een foto van een dust devil gemaakt.
Dust devils zijn kleine stofstormen op het oppervlak van Mars, al eerder waargenomen door Spirit en Opportunity,
maar nog nooit zo duidelijk door een ruimtesonde in een omloopbaan om de planeet.

Dust devils ontstaan wanneer de temperatuur van de atmosfeer dicht bij de grond warmer is dan de atmosfeer er boven.
Warme lucht stijgt op, waardoor er zich in sommige gevallen een vortex vormt die nog meer warme lucht zuigt.
Als de vortex sterk genoeg is, worden stofdeeltjes in de vortex opgenomen en vormt er zich een dust devil.

De doorsnede van de dust devil is 200 meter, maar op het oppervlak is deze veel kleiner.
De stofstorm heeft waarschijnlijk een hoogte van 500 meter, dit is te zien aan de schaduw van de vortex
en bevindt zich in een gebied ten oosten van de Hellas inslagkrater, ten zuiden van Reull Vallis.

Poolkappen van Mars worden veroorzaakt door baanveranderingen, 17 juli 2007

Metingen van de Mars Express en klimaatmodellen van Mars laten zien dat ijsafzettingen op de poolkappen
van Mars worden veroorzaakt door trage veranderingen in de baan van de planeet.
Mars Express ontdekte afzettingen van bevroren water op de zuidpool van Mars, soms bedekt
door een dunne laag bevroren kooldioxide, waarvan de vorming tot nu toe niet duidelijk was.

Uit klimaatmodellen blijkt dat het waterijs, via overgang van ijs naar damp, met een cyclus van 51.000 jaar
van de noordpool naar de zuidpool verhuist en weer terug. Mars draait in een nogal excentrische baan
om de
zon, en nu bereikt de planeet de kleinste afstand tot de zon op het moment dat het zomer
is op het zuidelijk halfrond, en de grootste afstand terwijl het daar winter is.

 


Zuidpool op Mars door Mars Express

 

De seizoensvariaties op het zuidelijk halfrond zijn daardoor sterker dan op het noordelijk halfrond.
Ruim twintigduizend jaar geleden waren de seizoenen net andersom. Die trage verandering brengt
een proces op gang waarbij ijs van de ene poolkap verdampt en neerslaat op de andere poolkap.

Dit proces is heel langzaam, per jaar wordt 1 millimeter ijs op deze manier op de zuidpool afgezet.
Na 10.000 jaar is zo een laag waterijs ontstaan met een dikte van 6 meter.
Nu wordt het ijs aan de zuidpool instabiel en keert het langzaam terug naar de noordpool.

Afdaling Opportunity loopt vertraging op, 5 juli 2007

De afdaling van Opportunity in de Victoriakrater laat nog enkele dagen op zich wachten.
Er heerst nu een enorme stofstorm op een groot gedeelte van
Mars en omdat de stofdeeltjes
het zonlicht dimmen, komt de energie-opbrengst van de zonnepanelen in gevaar.

 


Opportunity bij de Victoriakrater

 

Een paar weken terug kon de Opportunity nog 765 watturen aan energie opbrengen, maar nu
is dat gedaald naar 402 watturen. Een afdaling in de krater staat nu gepland op 13 juli.

Dagelijks verrichten Opportunity en Spirit metingen, waaruit de hoeveelheid stof in de atmosfeer kan worden afgeleid.
Sinds de landing op Mars is nog niet eerder zo veel stof waargenomen, maar het ergste lijkt voorbij.

Marsrover Opportunity gaat Victoria krater in, 29 juni 2007

Opportunity begint aan de reis omlaag, via ingang Duck Bay langs de stenige hellingen van de grote inslagkrater Victoria.
Dit is de minst steile plek op de kraterrand, hier gaat de Marsrover waarschijnlijk op 7 of 9 juli naar beneden.
De onderneming is niet zonder risico, maar daar staat misschien wetenschappelijke nieuws over
Mars tegenover.

 


Victoria krater

 

Opportunity heeft de gesteentelagen rondom de Victoria krater al onderzocht, maar door een verkenning in de krater zelf,
kunnen diepere en oudere lagen onderzocht worden. Of de Marsrover er na afloop in zal slagen om uit de 730 meter brede
en 70 meter diepe krater te komen, is nog afwachten, dit lukt alleen als alle zes de aandrijfwielen blijven werken.

 


Route Opportunity

 

Van Spirit is ruim een jaar geleden een wiel stukgegaan, waardoor hij minder goed kan klimmen.
Zou dit bij Opportunity ook gebeuren, dan kunnen ze de krater zelf nog maanden onderzoeken.

Vroeger toch oceanen op Mars, 17 juni 2007

Mars heeft in het verleden misschien toch uitgestrekte oceanen gehad. Als belangrijk bewijs heeft men uitgestrekte
rotsformaties op het noordelijk halfrond gebruikt, die eruit zien alsof ze ooit een kustlijn gevormd hebben.

Het noordelijk halfrond van Mars ligt een paar kilometer lager dan het zuidelijk halfrond, op oude Viking-foto's uit 1989
zijn rond dit enorme bekken, duizenden kilometers lange structuren ontdekt die doen denken aan oude kustlijnen.

 


Mars en oceaan

 

Het beeld van Mars zoals het er misschien meer dan 2 miljard jaar geleden uitzag, met een oceaan
die het laaglandbassin (bekken) vulde, dat nu het noordpoolgebied inneemt.

Onderzoekers denken nu dat Mars een paar miljard jaar geleden een andere stand had ten opzichte van zijn rotatieas.
Dit betekent dat de noord- en de zuidpool in de afgelopen periode over duizenden kilometers zijn verschoven
ten opzichte van het oppervlak, de oceaan lag eerst veel dichter bij de evenaar.

 


Vloeibaar water op Mars

 

Naarmate een planeet ronddraait, hebben massieve objecten de neiging om in de richting de evenaar te bewegen,
waar ze het meest stabiel zijn en hierdoor ontstaat er een equatoriale verdikking. De
aarde heeft ook een dergelijke verdikking.
Alleen is op Mars vermoedelijk een verdikking op de verkeerde plek ontstaan en heeft het evenwicht hersteld door een
plotselinge en massale verschuiving richting de evenaar te bewerkstelligen, waardoor de kustlijnen zijn vervormd.

Phoenix kan last krijgen van poolwind op Mars, 17 juni 2007

Phoenix, die in het voorjaar 2008 moet afdalen naar het noordpoolgebied van Mars, krijgt mogelijk te maken
met wind en dwarrelend stof dat door de motoren van het oppervlak wordt weggeblazen, waardoor het nemen
en onderzoeken van bevroren bodemmonsters uit de ondergrond van de planeet bemoeilijkt kan worden.

Phoenix gebruikt twaalf remraketten tijdens de landing. Grote stofwolken zullen opdwarrelen en misschien
chemische verontreiniging van de bodem tot gevolg hebben. Dit dwarrelende stof kan later voor problemen
zorgen als de bodemmonsters naar het mini-laboratorium van Phoenix gebracht worden.
De zoektocht naar microscopisch leven, het hoofddoel van de missie, kan hierdoor gevaar lopen.
Het is belangrijk dat het mini-laboratorium van de Phoenix stofvrij blijft.

 


Phoenix Lander

 

Ook kunnen hoge windsnelheden op Mars voor problemen zorgen, wanneer opgegraven materiaal ongeveer tien centimeter
boven de opening van het meetinstrument wordt losgelaten, dan kan het materiaal volgens laboratoriumexperimenten wegwaaien.

Op basis van de experimenten zal NASA vermoedelijk nog aanpassingen aanbrengen in de programmering
van de robotarm van Phoenix. Het is voor het eerst dat ijsmonsters uit de bodem van Mars
worden opgegraven voor onderzoek aan boord van een ruimtesonde.

Phoenix gaat naar Mars, 28 mei 2007

Op 2 augustus 2007 wordt de Phoenix gelanceerd, deze verkenner van de NASA gaat naar ijs boren
in het noordpoolgebied van
Mars. De verkenner zal op 25 mei 2008 bij Mars aankomen, en door een
zachte landing terecht komen in het noordpoolgebied, dit gebied komt overeen met de Noordpool op aarde.
Men verwacht dat de ondergrondse ijsvoorraden daar minder diep liggen dan dichter bij de evenaar,
waar de andere Marslanders tot nu toe afdaalden.

Met een boor- en graafarm worden bodemmonsters van vijftig centimeter diepte omhoog gehaald.
Aan boord worden de monsters onderzocht op chemische en mineralogische samenstelling.
De Phoenix heeft hiervoor een oven en een chemisch laboratorium. Mogelijk bevatten
de ijsmonsters organische moleculen die zouden kunnen wijzen op het bestaan van micro-organismen.

De Phoenix heeft een stereocamera aan boord en instrumenten om metingen te doen
aan de directe omgeving, want de lander is niet mobiel
zoals de
Spirit en Opportunity, en aan de dampkring van Mars.
De geplande levensduur van de Phoenix voor onderzoek op Mars is 150 dagen.

Het ontwerp van de Phoenix is al van enkele jaren geleden, de ruimtesonde zou eigenlijk
deel uitmaken van het
Mars Global Surveyor-programma van de NASA, dit werd echter geschrapt
na technische en financiële tegenslagen. Veel van de instrumenten aan boord van de Phoenix-lander
zijn kopieën van instrumenten aan boord van de Mars Polar Lander, die eind 1999 op Mars te pletter sloeg.

De naam Phoenix, dit is een mythologische vogel die uit zijn eigen as herrijst, past wel bij dit project.

 


Phoenix

 

Spirit vindt siliciumdioxide op Mars, 21 mei 2007

Spirit heeft in een bodemmonster van Mars een enorm hoge concentratie siliciumdioxide (SiO2) aangetroffen.
Het SiO2 werd gemeten door de röntgenspectrometer aan het uiteinde van de robotarm van Spirit en heeft gehalte van
ongeveer 90%, dit is een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van vloeibaar water in het geologisch verleden van Mars.

Spirit landde ruim drie jaar geleden in de Gusev krater en heeft al genoeg bewijzen gevonden,
maar dit is het beste bewijs tot nu toe, dat er vroeger water stroomde in deze krater.
Doordat één van de zes wielen niet meer werkt, werden er soms diepe sporen in de bodem getrokken.
Op die manier kwam ook het siliciumhoudende bodemmonster in beeld.

 


Spirit vindt siliciumdioxide

 

Een mogelijke verklaring voor het siliciumdioxide is de inwerking van zure gassen op het bodemmateriaal.
Waarschijnlijk is vulkanisch lava in contact gekomen met water, waarbij giftige dampen vrijkwamen.
Deze dampen nestelden zich in de bodem, waar later siliciumdioxide ontstond.
Ook is het mogelijk dat de oorsprong gezocht moet worden bij warmwaterbronnen.
Het SiO2 bodemmonster is Gertrude Weise genoemd, dit is een beroemde Amerikaanse baseballspeelster.

Spirit ontdekt sporen van oude vulkaanuitbarsting, 6 mei 2007

Spirit heeft aanwijzingen ontdekt van een vulkaanuitbarsting die lang geleden, in de omgeving van
zijn landingsplaats in de Gusev krater bij Home Plate moet hebben plaatsgevonden.
Dit gebied bestaat uit een plateau van rotslagen op de Columbia heuvels op
Mars en wordt gekenmerkt
door basalt, dit is vulkanisch stollingsgesteente dat ontstaat door de uitstroom van zeer vloeibare lava.
Het is de eerste keer dat een Mars Exploration Rover zulke vulkanische sporen ontdekt.

 


Spirit ziet vulkanisch gesteente

 

Deze vulkanische uitbarstingen gaan meestal niet met explosies gepaard, tenzij de lava bijvoorbeeld
in aanraking komt met water. Door de druk van stoom kan het dan ontploffen.
Uit bestudering van de bodemlagen in de omgeving blijkt dat dit gebeurd kan zijn.

Het gesteente heeft een hoog chloorgehalte, waarschijnlijk is het basalt in aanraking geweest met zout water.
In de gesteentelagen is een kratertje van vier centimeter groot aangetroffen, dat ontstaan is doordat
gesteente dat bij een explosie is opgeworpen in een zachte bodem neerviel.

 


Home Plate op Mars

 

Waterijs in de bodem op Mars ligt niet overal even diep, 5 mei 2007

Als De Phoenix Mars Lander in 2008 in de bodem van Mars gaat graven,
is het de vraag wanneer hij bevroren water tegenkomt.
Uit onderzoek met de Mars Odyssey blijkt dat de diepte waarop dit ijs zich bevindt van plek tot plek verschilt.

De ijsdiepte is afhankelijk van de bodemlaag die erboven ligt.
Binnen enkele meters kan het waterijs een paar meter dieper of minder diep in het oppervlak van Mars zitten.

Het oppervlak reageert sterk op het waterijs. Op stenige plaatsen warmt het oppervlak in de lente sneller op,
hier ligt de vaste ijslaag op grotere diepte dan op terreinen die met een isolerende stoflaag bedekt zijn,
hier verandert de oppervlaktetemperatuur minder snel als het warmer of kouder wordt.

 


Waterijs op Mars

 

Blauw heeft een diepte van 5 centimeter terwijl rood een diepte van 18 of meer centimeter aangeeft.

Onderzoekers kunnen de diepte van het waterijs bepalen door temperatuurschommelingen aan het oppervlak
van Mars waar te nemen, maar ze moeten wel eerst weten hoe warm het plaatselijk is
en of de hoogte van het landschap invloed heeft op de temperatuur van de bodem.

Spirit ziet stofstormen, 14 april 2007

Op 26 februari en 28 maart heeft de Spirit twee stofstormen op Mars gefilmd.
Deze stormen zijn een soort mini-tornado's van stof op Mars.
Onderzoekers hopen zo meer over het gedrag van dit natuurverschijnsel te weten te komen.

 


Stofstorm op Mars

 

Uitvallen Mars Global Surveyor waarschijnlijk door stroomuitval, 13 april 2007

In november 2006 kwam plotseling een einde aan de succesvolle werking van de Mars Global Surveyor.
Na tien jaar viel de radioverbinding uit, onderzoek duidt erop dat dit het gevolg was van een aantal gebeurtenissen,
die vijf maanden eerder waren begonnen met een computerfout.

Op 2 november 2006 werden de zonnepanelen bijgesteld, waardoor één van de accu’s van de ruimtesonde
naar de zon werd gericht. Hierdoor ontvingen de accu’s teveel zonnewarmte,
met oververhitting tot gevolg, wat tot uitputting van de beide accu’s leidde.

 


MGS

 

Het team van de NASA op aarde kon niets doen. De antenne was niet naar de aarde gericht,
de batterijen liepen langzaam leeg en de ruimtesonde ondernam niet zelf een poging om het op te lossen.
Een verlies van deze oude en meest belangrijke Marssonde in de geschiedenis van de mensheid.

De MGS werd gelanceerd op 7 november 1996 en kwam op 12 september 1997 bij Mars aan.
Tussen 12 september 1997 en 31 januari 2001 werden 8505 omlopen om Mars uitgevoerd, er werden
meer dan 58.000 foto’s gemaakt, 490 miljoen hoogtemetingen uitgevoerd en 97 miljoen spectra genomen.
Foto 100.000 werd op 5 november 2001 ontvangen.

ESA wil naar Mars, 6 april 2007

ESA zoekt zes vrijwilligers voor een reis naar Mars, gedurende vijfhonderd dagen
leven ze op een oppervlakte van 200 vierkante meter.
Twee van de deelnemers aan het Mars500-experiment worden door ESA geleverd.
In Moskou zullen de Mars-reizigers een gesimuleerde ruimtereis naar Mars maken,
inclusief lancering, heenreis (250 dagen), verblijf en excursie op Mars en terugreis (250 dagen) naar huis.

Het testcentrum bestaat uit aan elkaar geschakelde metalen tanks. Smalle doorgangsluiken
bieden doorgang naar een medische hoek, het onderzoekslaboratorium, de keuken en het woongedeelte,
ook worden allerlei psychologische en medische experimenten uitgevoerd, die ruimtevaartorganisaties
een beter beeld moeten geven van de problemen die tijdens zo'n langdurige missie de kop op kunnen steken.

De simulatie wordt zo echt mogelijk gehouden, bijvoorbeeld wat te doen als het licht uitvalt,
maar ook als iemand een blindedarmontsteking krijgt, is dit geen reden om te stoppen.
Ook zullen rampen of bijna-rampen in scène worden gezet en een vertraging in de communicatie van 40 minuten.

Belangrijk is het effect van anderhalf jaar volledig van huis weg te zijn en het besef al die tijd niet terug te kunnen keren.
Stress en ziektes of aandoeningen waaraan van te voren niet is gedacht.

 


Mens op Mars

 

Het Mars500-experiment is opgezet door het Russische Instituut voor Biomedische Problemen,
ESA doet mee omdat het de psychologie van een langdurige reis wil onderzoeken,
tijdens de reis is er voldoende tijd voor wetenschappelijke experimenten.

Half juni komt er een oproep voor vrijwilligers. De selectie is vergelijkbaar met die voor astronauten,
mensen moeten techniek beheersen en beschikken over een medische en wetenschappelijke achtergrond.
De vrijwilligers krijgen een vergoeding, maar dit zal geen hoog salaris zijn,
er wordt nog onderhandeld met de Russische collega's

In november wordt verwacht klaar te zijn met de selectie. De ESA-deelname wordt gezien als een
eerste belangrijke stap op weg naar een toekomstige bemande Europese reis naar Mars.

IJskap op de zuidpool van Mars, 15 maart 2007

Mars heeft evenals de aarde een ijskap op de zuidpool, dit blijkt uit radarmetingen van de MARSIS
van de
Mars Express, het gaat om ongeveer 1,6 miljoen kubieke kilometer ijs van vrijwel zuiver water.
Als de ijskap zou smelten, zou het water op de planeet elf meter hoog staan.
De radar gaf aan, dat op sommige plaatsen het waterijsreservoir meer dan 3,7 kilometer dik is.

De radar van de MARSIS kan bijna vier kilometer diep in de bodem van Mars kijken.
De gelaagde afzettingen van bevroren water rond de zuidpool van Mars zijn van zeer uiteenlopende dikte en strekken
zich uit tot op 300 kilometer van het poolgebied, dit is ver buiten de witte poolkap die aan het oppervlak te zien is.
Op veel plaatsen zijn de ijsafzettingen op het oppervlak bedekt met stof.

De hoeveelheid ijs op de zuidpool van Mars is 2/3 van het ijs op Groenland.
Eind vorig jaar waren er ook aanwijzingen over een ijskap op de noordpool van Mars.
Sommige onderzoeken wijzen erop dat Mars vroeger gedeeltelijk met water was bedekt
en men vermoedt, dat daarin mogelijk eenvoudige vormen van leven voorkwamen.

 


Zuidpool van Mars met waterijs in de bodem

 

Deze topografische kaart van de zuidpool van Mars is samengesteld door de data tussen 1997 en 2001
van de
Mars Global Surveyor te verzamelen, over een gebied 1670 bij 1800 kilometer.

De paarse en blauwe gebieden zijn laag, de oranje en rode gebieden zijn hoog, ze verschillen ongeveer
5 kilometer in hoogte. De zwarte lijn geeft het gebied aan waar zich het waterijs in de bodem bevindt
en is onderzocht door de MARSIS van de Mars Express.

Aanwijzingen voor vloeistof of water op Mars, 15 februari 2007

Op opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter zijn aanwijzingen te zien dat er lang geleden vloeistof en misschien
water, door barsten in het gesteente van één van de ravijnen van de Valles Marineris op
Mars heeft gesijpeld.

Het gesteente in het gebied Candor Chasma laat sporen zien van mineraalafzettingen in de barsten.
Vroeger lagen deze gesteenten verborgen onder het oppervlak, maar door erosie van miljoenen jaren
zijn ze aan de oppervlakte komen te liggen of de mineralen door water zijn afgezet, is niet zeker.
Het is ook mogelijk dat gassen, wel of niet vermengd met waterdamp, de oorzaak zijn.

 


Valles Marineris, het gebied Candor Chasma

 

Mars Reconnaissance Orbiter last van storingen, 9 februari 2007

De Mars Reconnaissance Orbiter van de NASA zal in februari het record breken,
omdat het ruimtevaartuig tot nu toe de meeste data heeft doorgestuurd over
Mars.
Sinds november 2006 heeft de ruimtesonde genoeg data doorgestuurd om bijna 1000 Cd-roms
te vullen en verbreekt daarmee het record van Mars Global Surveyor tussen 1997 en 2006.

 


Duinen in de Proctor krater op het zuidelijk halfrond op Mars

 

De ruimtesonde blijft in hoog tempo data doorsturen, maar wetenschappers zijn bezorgd
over 2 instrumenten aan boord, namelijk de HiRISE-camera, waarmee zeer gedetailleerde opnamen
van het oppervlak worden gemaakt, deze heeft af en toe last van veel ruis en de Mars Climate Sounder,
die metingen aan de dampkring verricht, heeft een probleem met de oriëntatie,
waardoor hij af en toe net niet op het goede deel van de atmosfeer is gericht.

De Mars Climate Sounder meet temperatuur, stof en ijswolken elk dag tijdens 13 omwentelingen rond Mars.
De hoeveelheid data zal nog toenemen door het kleiner worden van de afstand tussen de
aarde en Mars.
Aan het einde van de eerste deel van wetenschappelijke experimenten in 2008
zal er waarschijnlijk genoeg data zijn om 5000 Cd-roms te vullen.

Marsbacteriën waarschijnlijk heel diep in de grond, 29 januari 2007

Als er bacteriën op Mars leven, dan bevinden ze zich erg diep in de grond, volgens een team geologen.
Bacteriën kunnen niet aan het oppervlak overleven, omdat ultraviolette en kosmische straling van de
zon
en uit het heelal ongehinderd op het oppervlak van Mars terecht komen,
doordat de planeet geen beschermend magnetisch veld heeft.

 


Zonsondergang op Mars

 

Een belangrijke plaats om naar bacteriën op Mars te zoeken is het Elysium-gebied.
Daar heeft de
Mars Express een bevroren ijszee ontdekt, die waarschijnlijk in de laatste vijf miljoen jaar is ontstaan.
Ook in geulen aan de binnenkant van jonge kraters, waar af en toe ondergronds water vrijkomt,
zouden levende micro-organismen gevonden kunnen worden.

Toekomstige boringen op Mars van de Phoenix-lander zullen nu waarschijnlijk niet diep
genoeg gaan om deze levende bacteriën te vinden.

 


De Phoenix

 

De Phoenix-missie, waarvan de lander in augustus 2007 naar Mars wordt gelanceerd kost 417 miljoen dollar.
Phoenix vestigt zich in mei 2008 blijvend op de noordpool van Mars, waar de lander met een robotarm in de grond
gaat boren om waterijs onder het oppervlak te onderzoeken, in de hoop er organische moleculen te vinden.

Ontwikkeling van leven op Mars, 16 januari 2007

De Viking-sondes, die in 1976 en 1977 naar Mars werden gezonden, hadden misschien een verkeerd
oordeel over het leven op Mars. De ruimtesondes vonden destijds geen aanwijzing voor leven op Mars,
maar volgens sommige onderzoekers werd er gezocht naar de verkeerde soorten van leven.

De Viking-sondes zochten voornamelijk naar tekenen van levensvormen,
die leven op basis van zuurstof en water, zoals op de
aarde.

Mogelijk zal de Phoenix wel levensvormen vinden.
Deze ruimtesonde wordt in augustus 2007 door de
NASA gelanceerd
en moet als alles volgens plan verloopt 25 mei 2008 bij Mars aankomen.

 


Phoenix

 

Geschiedenis Mars wordt langzaam bekend, 13 december 2006

De eerste radarmetingen van de Mars Reconnaissance Orbiter laten zien dat er duidelijke lagen
in de ijsafzettingen aan de polen te zien zijn. De waargenomen wisselingen in de dikte en de samenstelling
van de lagen kunnen gebruikt worden om klimaatveranderingen op
Mars na te bootsen.

Dit soort lagen heeft de Marsrover Opportunity ook waargenomen in de wanden van de Victoria krater,
waar hij nu bovenlangs rijdt. Deze lagen zijn waarschijnlijk oude overblijfselen van zandduinen
en ze bevinden zich onder het materiaal dat bij het ontstaan van de krater is opgeworpen.

 


Lagen op de noordpool van Mars, in de Chasma Boreale Canyon

 

Mars begon warm en nat (Noachiaanse periode), werd daarna vulkanisch (Hesperiaanse periode) en eindigde
koud en droog (Amazoniaanse periode), iedere periode is vernoemd naar een gebied op Mars.
Geologen op aarde hebben de perioden vormgegeven door het bestuderen van data van de Mars Express.
Hieronder volgt een beknopte beschrijving per periode.

- De Noachiaanse periode (+/- 4,5 miljard jaar geleden tot 3,5 - 3,8 miljard jaar geleden).
Mars werd voortdurend gebombardeerd, wat resulteerde in veel kraters.
De watererosie duidt erop dat de periode warm en nat was.

- De Hesperiaanse periode (3,5 - 3,8 miljard jaar geleden tot 1,8 miljard jaar geleden) staat bekend als
een vulkanisch actieve periode. Veel kraters uit de Noachiaanse periode werden gevuld met vulkanisch lava.

- De Amazoniaanse periode (1,8 miljard jaar geleden tot nu) staat bekend als een rustige koude periode.
Het is op het oppervlak te koud voor vloeibaar water. Daarnaast is Mars enorm droog.

Stromend water op Mars, 7 december 2006

Wetenschappers dachten dat stromend water op Mars tot het verleden behoorde.
Tien jaar geleden hadden wetenschappers het nog over miljarden jaren geleden, vijf jaar geleden was de gedachte over
stromend water, miljoenen jaren geleden. Op dit moment is er stromend water op Mars, volgens één van de wetenschappers.

Uit opnames, die de afgelopen jaren met de Mars Global Surveyor zijn gemaakt,
(waarmee vorige maand alle contact verloren is gegaan), blijkt dat er nog steeds vloeibaar water is op Mars.
De aanwijzingen zijn nieuwe afzettingen aan de binnenwanden van twee kraters,
die door omlaag stromend water lijken te zijn veroorzaakt.

 


Stromend water in Krater Terra Sirenum

 


Stromend water in Krater Centauri Montes Region

 

De atmosfeer is zo ijl en de temperatuur op Mars is zo laag, dat water er niet lang vloeibaar kan blijven.
Het water verdampt of bevriest hierdoor erg snel, alleen onder de grond kan misschien nog
vloeibaar water bestaan, dat op zwakke plekken omhoog komt.

Volgens de wetenschappers bevriest dit water langzaam genoeg om de waargenomen afzettingen,
die enkele honderden meters lang zijn, te kunnen verklaren.
De lichte kleur van de afzettingen kan wijzen op de aanwezigheid van ijskristallen of zoutafzettingen.

Dit kan dus betekenen dat er ondergrondse waterbronnen aanwezig zijn op Mars.
Heel misschien is daar zelfs leven gevormd, als dit al zo is, dan alleen in de vorm van micro-organismen.
Dat alleen zou al een historische ontdekking zijn.

Contact met Mars Global Surveyor uitgevallen, 14 november 2006

NASA meldt dat het contact met de ruimteverkenner Mars Global Surveyor uitgevallen is.

Op 2 november stuurden ingenieurs opdracht naar de ruimtesonde om de zonnepanelen bij te stellen.
De MGS stuurde een boodschap terug dat er een motor haperde, waarna de ingenieurs opdracht gaven
de reservemotor te gebruiken. Op 5 november ontvingen de ingenieurs nog een zwak signaal
van de ruimtesonde, maar dat signaal viel enkele uren later weg.

 


Mars Global Surveyor

 

De MSG heeft zichzelf vermoedelijk in de veilige mode geschakeld, dit is te vergelijken met een winterslaap.
Eenmaal in de veilige mode zijn ze moeilijk wakker te maken om weer goed te kunnen werken.

De Mars Global Surveyor is de oudste van de vijf verkenners van de NASA, die nog rond Mars draaien.
Op 7 november werd zijn tiende verjaardag gevierd. De oorspronkelijke missie zou ongeveer twee jaar duren,
maar de MGS bleef prima werken en de missie werd alleen maar verlengd. De laatste keer was op 1 oktober dit jaar.

Mars is al vier miljard jaar droog, 16 oktober 2006

Met de OMEGA en de MARSIS van de Mars Express wordt onderzocht waar en wanneer het water op Mars
in vloeibare toestand voorkwam. Dit water werd in overvloed gevonden in de vorm van ijs in de poolgebieden
van Mars, maar ook in een inslagkrater, waar zich in een dikke laag waarschijnlijk waterhoudend materiaal bevindt.

De OMEGA ziet de mineralen op de oppervlakte van de planeet en de MARSIS kijkt duizenden meters diep
in de grond. De metingen laten zien dat vloeibaar water slechts tijdens de eerste paar honderd miljoen jaar
na het ontstaan van Mars vloeide en dat deze periode niet erg lang was. Dit wordt afgeleid uit de ontdekking
van klei-achtige mineralen op de oudste gebieden van Mars.

Na vier miljard jaar is de planeet voornamelijk koud en droog geweest en is er af en toe sprake geweest
van stromend water, vaak als gevolg van vulkanische activiteit, waardoor ijs in de bodem van Mars smolt.

 


Gletsjer Vastitas Borealis

 

Het Mars Express-team wacht nu op de aanvullende metingen die verricht worden door de Mars Reconnaissance Orbiter.
MRO heeft in de eerste week van oktober op tientallen plaatsen het oppervlak van Mars in detail onderzocht,
van afzettingen in de poolgebieden tot zeer oude kleilagen die miljarden jaren geleden zijn ontstaan toen er
op sommige plaatsen op Mars stromend water voorkwam. In een krater op het zuidelijk halfrond van Mars zijn
onlangs gevormde geulen in beeld gebracht, die waarschijnlijk ook door vloeibaar water zijn veroorzaakt.

 


Opname MRO van een kraterwand in het gebied Terra Sirenum

 

De belangrijkste taak van Mars Reconnaissance Orbiter is het achterhalen van de rol die water
heeft gespeeld in de geologische geschiedenis van de planeet. Ook moet MRO op zoek naar
een geschikte landingsplaats voor de toekomstige Phoenix-lander van de
NASA.

Victoria-krater en Opportunity, 7 oktober 2006

De Opportunity is nu aan de rand van de Victoria-krater.
De
Mars Reconnaissance Orbiter heeft een foto genomen van de krater en de Opportunity.

 


De Victoria-krater en de Opportunity

 

In de Victoria-krater zijn dikke gesteentelagen aangetroffen.

 


Rotswanden van de Victoria-krater

 

De foto's zijn gemaakt op een afstand van 279 kilometer van het oppervlak van Mars.
Zie ook het nieuws van 25 september 2006.

Mars Reconnaissance Orbiter maakt eerste foto, 29 september 2006

De Mars Reconnaissance Orbiter heeft zijn eerste opname gemaakt van het oppervlak van Mars,
Ius Chasma, dit is een klein stukje van de bekende kloof Valles Marineris.

De MRO bevond zich tijdens het maken van de opname op een hoogte van 280 kilometer boven het oppervlak.

 


Eerste foto MRO

 

De hoge-resolutiecamera van de MRO legt vanuit zijn baan om Mars ongekend kleine details vast.
Het eigenlijke werk van de MRO, die op hoogten van 250 tot 316 kilometer om Mars draait, begint in november.
Gedurende twee jaar zal hij de hele planeet gedetailleerd in kaart brengen, maar ook gegevens verzamelen
over de mineralogisch samenstelling van het oppervlak en de eventuele aanwezigheid van bevroren water.

Voor alle ruimtesondes die nu om Mars draaien of op het oppervlak rondrijden breken nu
rustige tijden aan, omdat de planeet in oktober vanaf de
aarde gezien bijna recht achter
de
zon staat, waardoor de contacten een poosje stil komen te liggen.

Mars-programma’s worden verlengd, 25 september 2006

De missies van de twee Marsrovers, Spirit en Opportunity, die in januari 2004 zijn begonnen,
verlopen zo voorspoedig, dat de
NASA geld heeft uitgetrokken om ze langer te laten werken.
Spirit en Opportunity kunnen nog een jaar doorgaan met hun verkenning van het Marsoppervlak.

 


Spirit

 

De Opportunity bevindt zich aan de rand van de Victoria krater in de Meridiani Planum,
deze krater heeft een doorsnede van 750 meter en is 70 meter diep.
De kraterwanden zijn bedekt met rotsafzettingen met een dikte van 30 tot 40 meter.
Binnenkort wordt besloten of de rover in de krater gaat of veilig langs de kant gaat rijden.

 


Victoria krater

 

Ook komt er geld beschikbaar voor de Mars Global Surveyor, die sinds 1997 om Mars draait,
en de Mars Odyssey, die in 2001 bij Mars aankwam, beide missies worden met twee jaar verlengd.
De samenwerking met de
Mars Express van de ESA met de NASA wordt voortgezet.

De missie van de Mars Reconnaissance Orbiter begint op 1 oktober 2006.
Al deze ruimteverkenners hebben andere en verschillende instrumenten en vullen de onderzoeken
van elkaar goed aan, de gegevens die de komende jaren worden verzameld,
zullen een beter beeld geven van het weer en het klimaat op Mars.

MRO in baan om Mars, Mars, 14 september 2006

De Mars Reconnaissance Orbiter draait nu in een goede baan om Mars.
Gisteren werd de laatste koerscorrectie uitgevoerd, die twaalf minuten duurde.
De hoogte boven het oppervlak wisselt tussen de 250 kilometer boven de zuidpool tot 315 kilometer boven de noordpool.

De komende maanden zal de MRO zijn drie meter lange antenne uitklappen
en wordt het kapje voor de lens van één van zijn instrumenten verwijderd.

 


MRO in een goede baan om Mars

 

In november zal de MRO van de NASA beginnen met het verzamelen foto's en gegevens.

Hoge wolken op Mars, 29 augustus 2006

Wetenschappers hebben op Mars hoge wolken ontdekt met het SPICAM instrument van de Mars Express.
Tot nog toe kenden de wetenschappers alleen wolken bij de oppervlakte en de lagere atmosfeerlagen van Mars.

De wolkenlaag bestaat waarschijnlijk uit koolstofdioxide en bevindt zich tussen 80 en 100 kilometers hoogte.
De wolken lijken op de lichtende nachtwolken, die zich op de
aarde op hoogten van rond de 85 kilometer
kunnen vormen en hebben misschien gevolgen bij het landen en opstijgen voor toekomstige missies naar Mars,
want de wolken geven aan dat de atmosfeer wel eens dichter zou kunnen zijn dan voorheen werd gedacht.

 


Hoge wolken op Mars

 

Daar de atmosfeer van Mars voornamelijk uit kooldioxide bestaat en de temperatuur op die hoogte
rond de -195°C ligt, moeten de wolken daar uit kristalletjes kooldioxideijs bestaan.
De kooldioxide bevriest rond kleine stofdeeltjes op die hoogte, die de Mars Express ook heeft waargenomen.

De ijle nachtwolken op aarde zijn alleen te zien aan een vrij donkere hemel wanneer ze worden
beschenen door het licht van de
zon, die al onder de horizon staat.

Waterstofperoxide dodelijk voor bacteriën op Mars, 31 juli 2006

Aan het oppervlak van Mars komt waarschijnlijk geen leven voor.
Als er al micro-organismen zouden zijn ontstaan op Mars, zouden die aan het oppervlak
niet in leven kunnen blijven door de agressieve werking van o.a. waterstofperoxide,
dit is een molecuul dat wordt gebruikt om het hoofdhaar te blonderen.

Deze moleculen ontstaan in de ijle dampkring van Mars, door statische elektriciteit, die opgewekt
wordt in grote stofstormen en kleinere dust devils, hierdoor worden koolzuur- en watermoleculen
in de Marsdampkring gesplitst in de samenstellende atomen.

 


Stormen op Mars

 

Daaruit ontstaat het agressieve waterstofperoxide, H2O2 en andere moleculen, die waarschijnlijk in grote
hoeveelheden op het oppervlak neerdaalt in de vorm van een soort sneeuw.

Waterstofperoxide versnelt de afbraak van methaanmoleculen, die ook zijn waargenomen in de dampkring van Mars.
Dat betekent dat methaan in grote hoeveelheden geproduceerd moet worden, maar niemand weet hoe dat gebeurt.
Op
aarde ontstaat methaan vrijwel alleen langs biologische weg.

Omloopbanen MRO komen steeds dichter bij Mars, Mars, 20 juni 2006

Mars Reconnaissance Orbiter, MRO, verandert zijn omloopbaan sinds eind maart door te aeroremmen.
Er zijn nu tachtig omloopbanen achter de rug, maar er volgen er nog vierhonderd voordat de satelliet
zijn definitieve omloopbaan heeft aangenomen, dit is naar verwachting in september.

Tijdens het aeroremmen duikt de MRO voorzichtig in de atmosfeer van Mars, waardoor hij afremt.
In september zal daardoor de omloopbaan nog maar twee uur duren, in maart duurde een baan nog 35 uur.
Het ruimtevaartuig begint in november met onderzoek, na ontbrandingen en testen van de motoren,
het uitklappen van de radarantenne en andere noodzakelijke taken. Het onderzoek zal ongeveer twee jaar duren.

Met behulp van de foto's gaat de NASA op zoek naar landingsplaatsen voor landers,
die in 2007 en 2009 naar Mars gestuurd worden.

 


Afremmen MRO

 

De MRO maakt gebruik van een speciale techniek tijdens het aeroremmen.
Hij kan zelf berekenen wanneer hij de atmosfeer weer in moet duiken, in het verleden moesten de tijden
voor het aeroremmen door onderzoekers op
aarde uitgerekend worden en naar de satelliet gestuurd worden.
Nu kan de MRO dat zelf, dit is handig wanneer de satelliet meerdere keren per dag de atmosfeer in moet duiken.

De MRO is de derde NASA-missie die de techniek van het aeroremmen gebruikt.
De Mars Global Surveyor en de Mars Odyssey gebruikten de techniek in 1997 en 2001.
Door de techniek kan de satelliet met veel minder brandstof gelanceerd worden dan wanneer de motoren
worden gebruikt om het ruimtevaartuig af te remmen.

Als de MRO in de atmosfeer van Mars duikt, wordt zijn snelheid met zo'n twee meter per seconde verminderd.
Om dezelfde snelheidsvermindering te krijgen, als je motoren zou gebruiken, heb je bijna één kilogram brandstof nodig.
Elke kilogram die gelanceerd moet worden veel geld kost, daarom kiest men voor een iets riskantere vorm van afremmen.

Lavakanalen op Mars, 24 mei 2006

Mars Express heeft foto's gemaakt van kanalen op Mars, die veroorzaakt zijn door lava.
De lava is afkomstig van de Pavonis Mons vulkaan, dit is een schildvulkaan die zich al een lange tijd
in een diepe slaap bevindt. De vulkaan is de middelste vulkaan van de drie Tharsis Montes vulkanen,
ook wel het Tharsis trio genoemd.

 


Pavonis Mons lavakanalen

 

Pavonis Mons heeft een hoogte van 12 kilometer en bestaat bijna volledig uit vulkanisch gesteente.
De vorm van de vulkaan is anders dan op aarde, het lijkt het meest op een enorme heuvel.
Mars Express maakte de foto's terwijl het zijn 902ste rondje om de planeet maakte.

Heel lang geleden was er leven mogelijk op Mars, 20 april 2006

Het OMEGA-instrument van de Mars Express heeft de mineralogische geschiedenis verzameld van Mars.

Er zijn drie belangrijke tijdperken geweest, na het ontstaan was het klimaat op de planeet leefbaar (warm) en nat,
waarna binnen 500 miljoen jaar een grote verandering optrad, waarschijnlijk door vulkanische activiteit
en tenslotte werd het een koude, droge planeet.

Het is al langer bekend dat de planeet vroeger waarschijnlijk oppervlaktewater kende.
De twee
Mars Exploration Rovers hebben al mineralen gevonden, die in water op een bepaalde manier reageren.

De onderzoekers trekken hieruit de conclusie dat eventueel leven op Mars alleen tijdens
de beginfase mogelijk kan zijn geweest. Alleen in de oudste gesteenten op Mars worden kleimineralen aangetroffen,
die op de aanwezigheid van vloeibaar water duiden. Ongeveer 3,5 miljard jaar geleden was het milieu op Mars al
te droog en te zuur om leven in stand te houden. Om fossiele overblijfselen van dit leven op te sporen,
moeten de toekomstige missies naar Mars dus naar oude, kleirijke afzettingen gelanceerd worden.

 


Kleimineralen

 

Nu heeft de OMEGA van de Mars Express de mineralen in kaart gebracht, het donkere gebied is rechts uitvergroot
en laat de aanwezigheid van kleimineralen zien. Blauw bevat weinig mineralen en oranje/geel grote hoeveelheden
kleimineralen, er werden bijna 25 plaatsen gevonden, die rijk zijn aan mineralen die zich vormden in water.
Deze plaatsen bevinden zich vaak in oude kraters en ze komen overal op de planeet voor.

Uit de gegevens kan het team meer te weten komen over de drie verschillende tijdperken van Mars.
De eerste 600 miljoen jaar vormde Mars een atmosfeer en werd het oppervlak gedeeltelijk bedekt met water.
Door de hitte die werd opgebouwd binnen de planeet, ontstond er daarna een actieve periode met vulkanisme.
Overal op Mars barstten vulkanen uit en vloeide lava over het oppervlak.
De
aarde kende in het verleden ook zo'n periode.

Toen het vulkanisme stopte, verdween het magnetische veld ook voor het grootste deel.
De atmosfeer werd de afgelopen 3,5 miljard jaar door zonnewind verdund tot hoe Mars nu is.

Spirit en Opportunity werken nog steeds, 13 april 2006

De twee marsrovers Spirit en Opportunity, die sinds januari 2004 op Mars rondrijden, verkeren na meer
dan twee jaar later nog steeds in goede staat. Beide wagentjes krijgen wel ouderdomsverschijnselen,
maar verrichten tot nu toe nog steeds belangrijk onderzoek.

Spirit ging de afgelopen maanden op het Home Plate, een laaggelegen plateau, op zoek naar restanten
van een mogelijke vroegere uitbarsting.

 


Home Plate plateau

 

Tijdens die zoektocht viel één van de zes wielen van de rover definitief uit, waardoor hij nog maar tien meter
per dag kon rijden. Daarom werd de missie afgebroken, Spirit werd naar een plekje gereden
waar hij veilig de ijskoude Marswinter kan doorbrengen.

Ingenieurs denken dat de motor van het wieltje geen stroom meer krijgt en dat er ergens een los contact zit.
De rustplaats wordt de Low Ridge Haven genoemd en is een plaats waar de rover van
de maximale hoeveelheid zonlicht gebruik kan maken, om op te laden.

 


Spirit spoor in Low Ridge Haven

 

Beide rovers hebben intussen rond de 7 kilometer afgelegd, en dat is meer dan 11 keer zoveel
dan oorspronkelijk gepland, samen stuurden ze meer dan 150.000 foto's naar de
aarde terug.

Opportunity, op het zuidelijk halfrond, bracht de afgelopen vier maanden door bij de Erebus,
een verweerde inslagkrater van ongeveer 300 meter in doorsnede.
Ook Opportunity kampt met problemen, een schoudergewricht van de robotarm kan niet meer behoorlijk bewegen.
Hierdoor moesten de wetenschappers een nieuwe techniek ontwikkelen om rotsblokken te onderzoeken.

In de krater vond de rover een dunne, geribbelde laag op het oppervlak, misschien afkomstig van vloeibaar water.

 


Erebuskrater

 

Het vrolijke gezicht, Happy face van Mars, 11 april 2006

We kennen allemaal wel het bekende Gezicht van Mars, maar er is ook een ander gezicht op Mars,
namelijk het vrolijke gezicht van Mars. Op nieuwe foto's van
Mars Express is te zien dat
het vrolijke gezicht het resultaat is van een paar bergen en dalen ontstaan door weer en wind.

In 1976 werden de eerste foto's van het Gezicht gemaakt door de Viking 1.
Veel mensen geloofden in die tijd dat het gezicht was gemaakt door een buitenaardse intelligente beschaving.

In 2001 bleek uit opnames van de Mars Global Surveyor, gemaakt terwijl de zon het gezicht
onder een andere hoek bescheen dat er weinig meer te zien was van het gezicht.

 


Het Gezicht en het Vrolijke Gezicht van Mars

 

Foto's van de Mars Express laten zien dat het om verbeeldingen gaat. Toch is het vrolijke gezicht nog wel
duidelijk te herkennen. Het vrolijke gezicht, Smiley, ligt in de Galle krater, vernoemd naar de Duitse astronoom
Galle.
Galle heeft een doorsnede van 230 kilometer en bevindt zich aan de oostelijke rand van de Argyre Planita inslagkrater.
Maar één zandstorm en het vrolijke gezicht is weg van Smiley.

Eerste foto's MRO, Mars, 24 maart 2006

De HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter nam deze foto's van de zuidelijke hooglanden
op
Mars op een hoogte van 2489 kilometer.

 


Het witte vakje is hieronder uitvergroot en is 4.5 bij 2.1 kilometer groot

 

Deze testopnames laten nu al heel veel details zien, de toekomstige opnames door drie camera's van de MRO
zullen nog duidelijker zijn, omdat de baan van de MRO op een hoogte van ongeveer 300 kilometer komt
en door de testen kunnen de instrumenten nog beter worden ingesteld voor het onderzoek in november.

De drie camera's van de MRO, de High Resolution Imaging Science Experiment, de Context Camera en
de Mars Color Imager, werden donderdag gedurende 40 minuten naar de planeet gericht om de eerste gegevens
te verzamelen, de twee opnames laten een mooi beeld zien van de rode planeet bij zonsopgang.

De komende weken zal de baan van de ruimtesonde verschuiven tot deze zijn definitieve positie bereikt,
waarbij de Mars Reconnaissance Orbiter steeds in de middag over
Mars zal vliegen,
zoals de baan van de Mars Global Surveyor en de Mars Odyssey.

Mars Reconnaissance Orbiter zal ook op zoek gaan naar een geschikte landingsplaats
voor de Phoenix-lander, die in augustus 2007 gelanceerd wordt.

Waterijs onder het oppervlak van Mars, 18 maart 2006

MARSIS heeft waarschijnlijk onder de zuidpool van Mars een groot reservoir van waterijs ontdekt,
radarwaarnemingen toonden aan dat er iets zit. Wetenschappers kunnen aan diepe ravijnen en
rivierachtige kanalen zien dat er vroeger grote hoeveelheden water op het oppervlak zelf stroomde.

Het water is echter verdwenen, maar waar het is gebleven weet niemand. Wetenschappers hebben Marsis,
van de
Mars Express gebruikt om te kijken of het water misschien onder het oppervlak terecht is gekomen.

MARSIS zendt met zijn 40 meter lange antenne radiopulsen naar het oppervlak en analyseert hoe lang het duurt
voordat de signalen terugkomen, ook de sterkte van de signalen die terugkaatsen, worden onderzocht.
Radiogolven die door het oppervlak dringen, worden weer teruggekaatst als er water onder het oppervlak zit.

 


Zuidpool van Mars

 

De antenne werd in juni 2005 uitgeklapt en al snel werd er waterijs op een diepte van 1,8 kilometer onder
het oppervlak van de noordpool gevonden. Nu heeft de antenne waarschijnlijk ijs gevonden
op een diepte van 3,5 kilometer onder de zuidpool.

Als je al het waterijs op Mars zou smelten, dan zou de hele planeet bedekt zijn door een oceaan met een diepte
van 33 meter, maar wat de planeet mist is warmte. Mocht het ijs ooit smelten, dan zal Mars dit snel kwijtraken,
omdat het water verdampt en in de ruimte terechtkomt en niet wordt vastgehouden door de geringe aantrekkingskracht.

Mars Reconnaissance Orbiter in baan om Mars, 11 maart 2006

Mars Reconnaissance Orbiter is met succes in een elliptische baan om Mars gebracht.
Een groot deel van deze manoeuvre gebeurde achter de planeet waardoor het vluchtleidingcentrum
geen signalen meer kon ontvangen van de ruimtesonde, maar omstreeks 23.25 uur
kwam de bevestiging dat de MRO zich in de juiste baan bevond.

De MRO kan echter nog niet met zijn wetenschappelijke onderzoek van Mars beginnen, daarvoor
moet hij eerst, stapje voor stapje, in een veel lagere, bijna cirkelvormige baan worden gebracht.

Om dat voor elkaar te krijgen, zal de sonde vele malen in de Marsatmosfeer afdalen, om te kunnen afremmen.
Als dat allemaal goed gaat, kan dan in november het onderzoek van start gaan.
Het is de bedoeling dat MRO tot 2010 in gebruik zal zijn.

 


MRO in een baan om Mars

 

Vanaf een hoogte van ongeveer 300 kilometer, zo laag zijn andere ruimtevaartuigen nog niet bij Mars geweest,
zal de MRO de mineralogisch samenstelling van het marsoppervlak onderzoeken en met behulp van
een radarinstrument ondergrondse watervoorraden proberen op te sporen.

Mars Reconnaissance Orbiter komt aan bij Mars, 9 maart 2006

Na een reis van zeven maanden bereikt Mars Reconnaissance Orbiter, MRO van de NASA vrijdag 10 maart, Mars.
De MRO moet vanuit een baan om Mars onder meer onderzoek gaan doen naar zijn atmosfeer, de aanwezigheid
van water, of er lang genoeg water op de rode planeet is geweest om leven mogelijk te maken
en op zoek gaan naar mogelijke toekomstige landingsplaatsen op de rode planeet.

Het contact met het controlecentrum in de Verenigde Staten is vrijdag een half uur lang verbroken als de sonde
de achterkant van de planeet passeert. Daarna wordt duidelijk of de MRO in de juiste baan om Mars
is gekomen of dat het ruimteschip verder door het heelal vliegt.

De MRO heeft na de lancering in augustus vorig jaar een afstand van ongeveer 500 miljoen kilometer afgelegd.
Mars is een gewild onderzoeksobject van de NASA en de
ESA vanwege de gelijkenis met de aarde.
De VS hebben plannen voor een bemande ruimtevlucht naar Mars rond 2020.

Vrijdag om 22.25 uur zullen de remraketten van de MRO, 27 minuten ontstoken worden.
Daardoor zal zijn snelheid afnemen en komt hij in een baan boven het zuidelijke halfrond van Mars terecht.

 


Mars Reconnaissance Orbiter bij Mars

 

De missie gaat dan een heel gevaarlijke fase in, de afgelopen 15 jaar zijn 4 sondes gelanceerd,
die in een baan om Mars terecht moesten komen en daarvan zijn er maar 2 geslaagd.
Volgens plan moet het contact met de aarde om 23.16 uur hersteld worden.

De wetenschappelijke waarnemingen starten in de herfst. De MRO heeft eerst nog zeven maanden nodig voor
verschillende baan- en remmanoeuvres, voor de sonde zich in de goede baan om Mars bevindt.

Mars Reconnaissance Orbiter nadert Mars, 25 februari 2006

Op 10 maart komt de Mars Reconnaissance Orbiter, MRO bij Mars aan en zal Mars vanaf de bovenkant
van de atmosfeer tot onder het oppervlak heel precies in kaart gaan brengen.

 


MRO nadert Mars

 

Op 12 augustus 2005 werd de Mars Reconnaissance Orbiter gelanceerd.
Tegen de tijd dat de MRO aankomt bij Mars heeft hij ongeveer 500 miljoen kilometer afgelegd.

Op 10 maart begint de sonde nog niet meteen met het onderzoek:
eerst wordt de baan gewijzigd, dit duurt ongeveer 7 maanden.

Daarna begint de missie pas echt, hij vult elke zestien minuten één Cd-rom met data.
MRO
zal meer informatie over klimaat en dampkring gaan verzamelen dan alle Marsmissies tot nu toe bij elkaar.
Wetenschappers zijn vooral geïnteresseerd of er zich ijs of water in de bodem van Mars bevindt.

 


Gegevens verzamelen MRO

 

De belangrijkste doelen van de missie zijn: het bepalen of er ooit leven is geweest op Mars en of dat
er nog steeds is, het in kaart brengen van het klimaat en dampkring, de geologie van Mars
onderzoeken en het voorbereiden op bemande ruimtemissies naar Mars.

Gletsjers op Mars, 19 januari 2006
Sneeuw op
Mars veroorzaakte nog niet zo lang geleden, 0,3 tot 4 miljoen jaar,
gletsjerafzettingen in de buurt van de evenaar.

Dit ontstond bij de evenaar, doordat de scheefte van de draaias van Mars toen, heel anders was dan nu.
De polen waren naar de
zon gericht, waardoor enorme hoeveelheden waterdamp in de atmosfeer kwamen.

 


Oude gletsjer op Mars

 

Wind nam de waterdamp mee naar de evenaar, dit viel neer als sneeuw
en vormde gletsjers bij de evenaar, niet bij de polen.

Dit komt overeen met waarnemingen bij de evenaar door Mars Express, Mars Surveyor en Mars Odessey.

Mars heeft in het verleden grote klimaatsveranderingen ondergaan, vergelijkbaar met ijstijden op aarde.

Waarschijnlijk bevinden zich ondergronds restanten van gletsjers, dit is belangrijk
voor de watervoorziening van toekomstige missies.

Sporen van leven op Mars moeten eerder onder de grond gezocht worden, dan aan het oppervlak.
Dit concludeerde de Leidse astrobiologe Inge Loes ten Kate in januari 2006.

Aminozuren hielden geen stand onder de door de onderzoekster nagebootste Marsomstandigheden
en zelfs extremofiele bacteriën legden het loodje.

Gelukkig neemt de nieuwe Europese missie van de ESA, ExoMars, een goede boor mee.
De ExoMars wordt in juni 2011 gelanceerd en moet in juni 2013 landen op Mars.

 


ExoMars

 

Rivierdelta's op Mars, 5 januari 2006
Rivierdelta's op
Mars zijn bijna 4 miljard jaar geleden, in zeer korte tijd gevormd.

Uit onderzoek van de Utrechtse wetenschapper Maarten Kleinhans,
blijkt dat sommige delta's zelfs binnen een jaar ontstaan kunnen zijn.

 


Delta's op Mars

 

Mars heeft ook maar relatief korte tijd stromend water gehad, veel korter dan werd verondersteld.

Op de foto zie je de delta's tussen de oude slingerende rivieren.

Vlinder krater, 5 januari 2006
Mars Express heeft een foto gemaakt van de Vlinder krater, in het gebied Hesperia Planum.

De Vlinder krater is een langwerpige, elliptische krater in de vorm van een vlinder.
De krater is 24,4 kilometer lang, 11,2 kilometer breed en heeft een diepte van ongeveer 650 kilometer.

 


Vlinder krater

 

Inslagkraters zijn meestal rond, alleen als het inslaande object
onder een kleine hoek inslaat, ontstaat een elliptische vorm.

Meridiani Planum, 21 december 2005
Meridiani Planum, waarvan onderzoekers aannamen dat het ooit een ondiep meer
is geweest, is mogelijk toch niet zo nat geweest.

Misschien is het zwavelhoudende gesteente, dat de Opportunity onderzocht,
van vulkanische oorsprong.

 


Meridiani Planum

 

Veel meer dan stoom en kleine, tijdelijke hoeveelheden water zouden er niet aan te pas zijn gekomen.

De gelaagdheid kan ontstaan zijn door meteorietinslagen, waarbij de puinwolken de rotsformaties
en afzettingslagen hebben gevormd in plaats van een langzaam verdampend meer.

Poollicht op Mars, 12 december 2005
Op Mars komt veel poollicht voor, hoewel de naam Aurora er beter bij past,
omdat het lichtverschijnsel niet bij de polen optreedt.

Poollicht is het opgloeien van ijle lagen in de dampkring, als gevolg van het binnendringen
van elektrisch geladen deeltjes van de
zon.

Op de aarde komen die deeltjes vooral in de buurt van de magnetische polen in de atmosfeer terecht.

Mars heeft geen sterk magnetisch veld, maar het lichtverschijnsel komt veel voor in de gebieden
waar plaatselijke magnetische velden in de korst aanwezig zijn.

De eerste aanwijzingen, wel honderden lichtverschijnsels, werden ontdekt door Mars Express.

30 november 2005
MARSIS vindt bewijs voor ijs en water op ongeveer 1½ tot 2½ kilometer diep.
De radar van de
Mars Express scant tot op ongeveer 2 kilometer diepte.

Onder het oppervlak van Mars van de laagvlakte Chryse Planitia,
heeft de MARSIS een 250 kilometer grote inslagkrater gevonden op een diepte van 2 kilometer.

De radar heeft naast tekenen van waterijs ook bewijs voor vloeibaar water gevonden.
dat zich waarschijnlijk op of onder de bodem van de inslagkrater bevindt.

 

MARSIS scant de bodem van Mars
MARSIS scant de bodem van Mars

 

De inslagkrater is waarschijnlijk bedekt door vulkanische as enkele miljarden jaren geleden.
De bodem van de krater lijkt gevuld met een kleiachtig materiaal.

In het verre verleden vormde de krater de samenstroom van verschillende rivieren.

De radiogolven verliezen niets aan kracht als ze door de krater gaan, dit betekent dat zich hier
grote hoeveelheden ijs kunnen bevinden, want ijs is doorzichtig voor de radar.

Op de bodem van de krater wordt het signaal weerkaatst,
dit zou er op kunnen wijzen dat zich hier vloeibaar water bevind.

De radiogolven worden door de verschillende oppervlakten, op verschillende manieren teruggekaatst,
zo kunnen rotsen en water van elkaar onderscheiden worden.

Op de noordpool vonden de onderzoekers afzettingen van waterijs tot een diepte
van 1,8 kilometer met daaronder een ijzige laag van zand.

 


Marwth Vallesgebied, de waterrijke mineralen zijn lichtblauw

 

Het onderzoek gaat langzaam, omdat de MARSIS alleen zijn werk kan doen als de Mars Express op het
dichtste punt bij de planeet is en dat is slechts 26 minuten van de 7 uur durende omloopbaan om Mars.

De spectrometer van de Mars Express, de Omega, kan licht en infraroodstraling meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.

Door de Omega vonden onderzoekers op grote schaal kleilaagjes.
Deze klei wordt gevormd als vulkanisch gesteente lange tijd in water is gedompeld.

De aanwezigheid van water is belangrijk voor de NASA, want die wil over
ongeveer 20 jaar de eerste mens naar Mars sturen.

De toekomstige basis zou dan water uit de grond kunnen halen, in plaats van het mee te nemen.

Het is nog steeds een grote vraag hoe het water op Mars is verdwenen.
Misschien doordat hij zijn magnetisch veld kwijtraakte.

Maar hoe het magnetisch veld weer verdween is de volgende vraag.

30 november 2005
In het landingsgebied van
Opportunity, onder andere de Endurance krater en Burns Cliff, heeft meerdere malen
vloeibaar water gestroomd, maar testen laten zien dat de zuurgraad erg hoog was.

 


Burns Cliff

 

Dat maakt het onwaarschijnlijk dat op Mars dezelfde chemische reacties hebben plaatsgevonden,
die op
aarde tot het ontstaan van leven hebben geleid.

Op sommige plaatsen komen zeer oude kleiachtige mineralen voor, dit doet vermoeden dat er
heel lang geleden, 3,8 miljard jaar, gedurende lange tijd vloeibaar water aanwezig is geweest.

Volgens onderzoekers zijn dit prima plaatsen om in de toekomst landingsmissies uit te voeren.
Mars Express heeft ook aanwijzingen gevonden voor recente vulkanische en gletsjeractiviteiten op Mars.

15 november 2005
Vloeibaar water kan op Mars.

Op Mars zijn geologische aanwijzingen dat er ooit vloeibaar water
op het oppervlak van de planeet heeft gestroomd.

Dit is te zien aan de kustlijn van een zoute zee en diep ingesneden kanalen.

Samen met de ontdekking van de blauwe ronde boontjes (blueberries)
en de aanwezigheid van waterijs op de polen was dit reden genoeg
voor wetenschappers om te zoeken naar vloeibaar water op Mars.

 


Blueberries in de Meridiani Planum op Mars

 

De lage temperatuur en de extreem lage luchtdruk zorgen ervoor
dat het waterijs zo snel verdampt dat het de vloeibare fase overslaat.

Maar op basis van onderzoeken blijkt dat als het water zout genoeg is,
het water vloeibaar kan blijven op Mars.

 


Waterijs op de polen van Mars

 

Zaterdagnacht 29 oktober 2005
Mars staat vannacht op een afstand van 69,4 miljoen kilometer tot de
aarde.
Dat is heel dichtbij.

Gemiddeld bedraagt de afstand tussen de aarde en Mars 225 miljoen kilometer.
In 2003 stond Mars nog iets dichterbij, het was toen 57.000 jaar geleden
dat Mars zo dichtbij de aarde had gestaan.

Met een kleine telescoop kun je de valleien en het poolgebied zien.

23 september 2005
De missie van de
Mars Express is met twee jaar verlengd.

Het was de bedoeling dat de Mars Express tot eind 2005 zou werken,
maar de missie is zeer succesvol, daarom heeft de
ESA besloten om de missie te verlengen.

De Mars Express heeft methaan in de dampkring ontdekt en
heeft zeer gedetailleerde foto's van het oppervlak van Mars gemaakt.

Er zijn aanwijzingen dat er ijsmeren (zeeën) aanwezig zijn,
dit wordt onderzocht door de MARSIS.

21 september 2005
De oppervlakte van Mars is de afgelopen jaren veranderd.

Nieuwe foto's, gemaakt door de Mars Global Surveyor die al acht jaar om Mars cirkelt,
laten zien dat er geulen in een zandduin zijn ontstaan die er in 2002 nog niet waren.

Astronomen vermoeden dat de geulen zijn ontstaan door het verdampen van bevroren kooldioxide,
het wordt warmer op Mars en door Marsbevingen.
Dit geeft aan dat Mars een actievere planeet is dan we hadden vermoed.

 


Geulen op Mars

 

Op andere foto's is te zien dat op de zuidpool de kooldioxideafzettingen zijn afgenomen.
Dat is voor het derde achtereenvolgende jaar, wat mogelijk duidt op klimaatveranderingen op Mars.

3 september 2005
De Spirit, één van de
Mars Exploration Rovers, heeft na maanden klimmen
de top van de berg Husband Hill op Mars bereikt.

De foto's laten een woestijnlandschap zien met enkele bergtoppen in de verte, de Tennessee Valley.

 


Uitzicht op de Tennessee Valley

 

Net voordat de Spirit boven kwam, maakte hij een panoramafoto van de Husband Hill,
deze ligt in Columbia Hills in de Gusev-krater.

 


Panoramafoto van de Husband Hill

 

Mei 2005
De radar MARSIS, van de
Mars Express werd in werking gesteld,
die in de bodem en onder het bevroren ijs kan zoeken.

Het is voor het eerst in de geschiedenis van het planetenonderzoek dat zoiets mogelijk is.

De MARSIS heeft een 40 meter lange dipoolantenne die langgolvige radiostraling
naar Mars zendt en weerkaatsingen daarvan opvangt.

De meeste echo's komen van het oppervlak van Mars, maar een deel van de radiogolven,
met golflengten tussen de 55 en 230 meter, dringt door in de korst en wordt door diepere lagen
van verschillende samenstelling teruggekaatst.

De waarnemingen worden verricht vanaf hoogten tussen 250 en 800 kilometer.

Februari 2005
De
Mars Express ontdekte een bevroren ijszee ter grootte van de Noordzee bij de evenaar van Mars.
De ijsmassa is tientallen kilometers dik en is bedekt met een dunne laag stof en as.

 


IJszee op Mars

 

Waarschijnlijk is de zee 2 á 5 miljoen jaar geleden ontstaan.

Najaar 2004
De Opportunity, één van de
Mars Exploration Rovers, stelde vast dat er zout water
op Mars heeft bestaan omdat er chloor en broom is ontdekt.

 

 


 

Mars Exploration Rovers

Juli 2003
De twee Mars Exploration Rovers zijn gelanceerd met aan boord de Spirit en de Opportunity.

 


Spirit

 

De Spirit landde 4 januari 2004 in de Gusev-krater.
De Opportunity landde 25 januari 2004 in Terra Meridiani, aan de andere kant van
Mars.

 


Opportunity

 

Het doel is om rotsen, stenen en de bodem te onderzoeken op aanwezigheid van water lang geleden
en als er water is of is geweest, is er misschien ook leven (geweest).

Het was de bedoeling dat ze een half jaar rond zouden rijden, maar tot nu toe doen ze het nog steeds goed,
zodat ze waarschijnlijk tot eind 2005 zullen doorrijden.

22 november 2005
De Spirit bevindt zich bijna één Martiaans jaar op Mars, 670 dagen nu.
Een jaar op Mars duurt 687 dagen.

Op 11 december zijn de Spirit en de Opportunity één Marsjaar lang op Mars

In januari zijn beide rovers twee aardse jaren op Mars.
Op het moment is het bijna zomer op Mars.

De rovers hebben alle seizoenen overleeft.
Het overleven van de winter was de belangrijkste prestatie van de rovers.

 


Spirit één Martiaans jaar op Mars

 

Oorspronkelijk zouden ze 90 dagen op Mars rijden, maar dit is bijna
zeven keer zo lang geworden en ze doen het nog steeds goed.

Het stof op de zonnepanelen wordt door stofhozen, dust devils, af en toe schoongeblazen.

 

 


 

Mars Express

Op 2 juni 2003 is de Mars Express van de ESA met aan boord de Beagle 2 is gelanceerd,
de Beagle 2 zou op 25 december 2004 op
Mars landden, maar de Beagle 2 verongelukte.

 


Beagle 2

 

De Mars Express draait nog steeds rond Mars, net als de Mars Odyssey en de Mars Global Surveyor van de NASA.

 


Mars Express met de Beagle 2

 

De missie van de Mars Express wordt in december 2005 met 23 maanden verlengd.

Een speciale meter op de Mars Express heeft methaan en sporen van formaldehyde waargenomen.
Methaan en formaldehyde zijn stoffen die nodig zijn voor het ontstaan van leven.

De spectrometer van de Mars Express, de Omega, kan zichtbaar licht en infraroodstraling meten
om de mineralen te onderzoeken die op Mars aanwezig zijn.

 


Omega

 

Beagle 2, 20 december 2005
De zoekgeraakte Beagle 2 die twee jaar geleden afdaalde naar Mars om sporen van leven te zoeken
is mogelijk gevonden en lijkt nog in redelijke staat.

De Beagle 2 bevindt zich in een kleine krater en is ontdekt op foto's, gemaakt door de Mars Global Surveyor.

Op de foto kunnen de lichte vlekken de airbags zijn en de donkere de zonnepanelen van de Beagle.

 


Mogelijke landingsplaats Beagle 2

 

De lander is waarschijnlijk met een te hoge snelheid op Mars terecht gekomen
doordat de dampkring ijler was dan verwacht, als gevolg van stofstormen.

Misschien dat de Mars Express betere opnamen van de plek kan nemen
om meer duidelijkheid te krijgen over de Beagle 2.

 

 


 

Mars Global Surveyor

Ruimtesonde van de NASA is gelanceerd op 7 november 1996 en kwam op
12 september 1997 in een baan om
Mars.

De Mars Global Surveyor moet het oppervlak van Mars zo duidelijk mogelijk in kaart brengen.

 


Mars Global Surveyor

 

 


 

Mars Reconnaissance Orbiter

Op 12 augustus 2005 is de Mars Reconnaissance Orbiter gelanceerd en zal op 10 maart 2006 bij Mars aankomen
en ongeveer 4 jaar gebruikt worden en kostte 720 miljoen dollar.

De MRO is niet alleen groter dan de meeste sondes, 6 meter hoog, maar heeft ook de grootste
telescoop die ooit zo ver de ruimte in is geschoten, de lens heeft een doorsnede van 50 centimeter.
De schotelantenne heeft een doorsnede van 3 meter.

 


Mars Reconnaissance Orbiter

 

De orbiter zal het oppervlak onderzoeken en onderzoeken of er in de bodem water aanwezig is.
Meer duidelijkheid over klimaat, dampkring, geologische geschiedenis
en mogelijke aanwezigheid van leven op Mars.

Er wordt ook onderzocht waar het landschap geschikt is voor toekomstige landingsplaatsen
voor bemande en onbemande ruimtemissies.

21 november 2005
De eerste koerswijziging door de
NASA is gemaakt, er zullen nog vier wijzigingen volgen.

De Mars Reconnaissance Orbiter heeft nu al meer dan de helft van de afstand afgelegd.
Als hij bij Mars aankomt zal de MRO een half jaar nodig hebben om in de goede baan te komen.

 

 


 

Melkwegstelsel en exoplaneten

Onze zon is één van de ongeveer 200-400 miljard sterren in het melkwegstelsel.
Ons
zonnestelsel bevindt zich aan de rand van het centrum in één van de armspiralen van dit melkwegstelsel.

Astronomen vermoeden dat ons melkwegstelsel een balkspiraal is, maar dat is moeilijk te zien
en ze heeft een massa van meer dan 100 miljard zonmassa's.

De doorsnede van onze melkweg is van het ene uiteinde
naar het andere uiteinde is 100.000
lichtjaar ofwel 946.000.000 miljard kilometer.

De melkweg heeft een dikte van 2300 tot 2600 lichtjaar.
Het centrum van het melkwegstelsel heeft een dikte van 13.000 lichtjaar.

Zie je een heldere, melkachtige band aan de hemel, dan kijk je naar het centrum van de melkweg.
De melkweg draait eens in de 220 miljoen jaar om haar eigen middelpunt rond.

 


Ons melkwegstelsel

 

De melkweg is tussen de één miljoen en één miljard jaar na de oerknal ontstaan,
toen het heelal weinig meer was dan een enorme nevel van waterstof en helium.

Uit deze nevels werden de sterrenstelsels/melkwegstelsels gevormd.

In ons melkwegstelsel wordt ongeveer één zonmassa per jaar aan gas in sterren omgezet,
dit zijn gemiddeld 7 à 8 nieuwe sterren.

Uit onderzoek door de ESA met de gammasatelliet Integral blijkt dat er gemiddeld
elke vijftig jaar, ergens in de melkweg een
supernova-explosie plaatsvindt.

Doordat gammastraling door stofwolken heen gaat, kan er beter worden waargenomen.
Uit het gas dat vrijkomt bij een supernova-explosie kunnen zich weer nieuwe sterren vormen.

Alle elementen die we hier op aarde vinden, zijn het resultaat van dergelijke sterexplosies.

Melkwegstelsels hebben verschillende vormen en zijn in twee hoofdgroepen te verdelen

 


Spiraalstelsel

 

De schijfstelsels worden weer verdeeld in:

 


Balkspiraalstelsel

 

Daarnaast bestaan er nog de onregelmatige stelsels,
die er chaotisch uitzien en niet onder de andere stelsels vallen.

De Andromeda-nevel is één van de meest nabije sterrenstelsels en staat op een afstand van 2,52 miljoen lichtjaar.

Meestal verwijderen sterrenstelsels zich van elkaar, maar de Andromedanevel komt met
een snelheid van 140 kilometer per seconde dichter naar ons
zonnestelsel in de melkweg.
Over ongeveer 4 miljard jaar ontmoeten ze elkaar.

 


Andromeda-nevel

 

De vorming van sterrenhopen is meestal het gevolg van wisselwerking van twee melkwegstelsels
waarbij alleen de gaswolken in de stelsels met elkaar botsen en hierbij worden samengeperst.

Het gevolg is een uitbarsting van stervorming, een starburst.

De kans dat twee sterren elkaar raken is gezien
de enorme ruimte tussen de sterren verwaarloosbaar klein.

Het kleinste sterrenstelsel heeft een doorsnede van een paar duizend lichtjaar,
het grootste een doorsnede van ruim een miljoen lichtjaar.

Astronomen denken dat de meeste sterrenstelsels een superzwaar zwart gat in hun centrum hebben,
onze melkweg is daar geen uitzondering op.

Eerst dachten wetenschappers dat het zwarte gat van ons melkwegstelsel de dubbelster Cygnus X-1 was,
maar volgens de laatste berichten is het gebied van het zwarte gat
Sagittarius A.

 


Cygnus X-1

 

De ster Eta Carina zou wel eens de grootste en zwaarste ster van ons melkwegstelsel kunnen zijn.
Hij staat op een afstand van 7500 lichtjaar en is vanuit Nederland niet te zien

Hij heeft een massa van 100 tot 150 keer die van de zon en astronomen vermoeden dat de grootte
dichtbij het maximum ligt, worden ze nog groter dan kunnen ze niet blijven bestaan.

Als zo'n megaster aan het eind van zijn levensduur komt, krijg je een supernova-explosie.

 


Sirius

 

Sirius A, de hondsster, is de helderste ster aan de hemel, hij is twee keer zo zwaar als de zon met
een temperatuur van 10.000°C en staat op een afstand van minder dan 8,6
lichtjaar
van ons vandaan, terwijl Eta Carina op een afstand van 7500 lichtjaar te vinden is.

Sirius B is een kleine witte dwergster die rond Sirius draait, een dubbelster dus.
De ster heeft een massa van 98% van de
zon, de temperatuur van het oppervlak is ongeveer 25.000°C.

De doorsnede is slechts 12.000 kilometer, de ster heeft een zwaartekrachtsveld die 350.000 keer sterker is
dan op aarde en is eigenlijk al in 1862 ontdekt, maar was door de helderheid van Sirius heel moeilijk te zien.

Volgens de relativiteitstheorie van Einstein veroorzaakt een dergelijke zwaartekracht
een roodverschuiving in het licht, hierdoor kun je metingen verrichten.

Met de Hubble Space Telescope is de ster nu in beeld gebracht.

 

Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B
Sirius, het kleine stipje linksonder is Sirius B

 

In 1995 werd de eerste planeet buiten ons zonnestelsel gevonden.
Deze exoplaneet heet 51 Pegasi B en draait rondjes om 51 Pegasi, een gele dwergster die op onze zon lijkt.
51 Pegasi B is ongeveer half zo zwaar als Jupiter en het is er zo'n 1000°C.

In het melkwegstelsel bevinden zich sterrenhopen en nevels,
Sterrenhopen kunnen open of bolvormig zijn.

Bolvormige sterrenhopen bevatten tienduizenden tot miljoenen sterren en de meeste ontstonden
tegelijk met de melkweg zelf, zo'n tien miljard jaar geleden.

De grootste bolvormige sterrenhoop in onze melkweg is Omega Centauri.
De Omega Centauri is één van de weinige sterrenhopen die je zonder telescoop kunt zien,
terwijl hij zich ruim 16.000 lichtjaar van ons vandaan bevindt.

 


Omega Centauri

 

Open sterrenhopen bestaan uit veel minder sterren, tientallen tot honderden sterren.
De Plejaden en de Hyaden zijn de bekendste open sterrenhopen.

De Plejaden bestaan uit een aantal hete, blauwe sterren en onder
ideale omstandigheden kun je er veertien met het blote oog zien.
In totaal bevat de groep ongeveer 500 sterren.

 


De Plejaden

 

De nevels bevatten bouwmaterialen, waterstof en helium,
om weer nieuwe sterren en planeten te vormen, zoals
Adelaarsnevel en Helixnevel.

De Nederlandse astronomen Jan Hendrik Oort en Hendrik van de Hulst hebben door waarnemingen
van de golflengte van lichtstraling, in 1951 de melkweg en de spiraalvorm in kaart gebracht,
zonder dat we zelf de hele melkweg kunnen zien.

Eén van de grote vraagstukken in de sterrenkunde is,
dat 96% van het heelal bestaat uit de donkere of ontbrekende materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet waar deze materie uit bestaat.

Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.

Melkwegstelsels kunnen wel tien keer zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.

In het centrale binnengebied van een melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

 

De lichte vlekken geven donkere materie aan
De lichte vlekken geven donkere materie aan

 

De Hubble Space Telescope is erin geslaagd de verdeling en vervormingen van donkere materie in beeld te brengen.
Wetenschappers hebben hiermee donkere materie van twee
sterrenstelsels in kaart gebracht.

De nieuwe resultaten bevestigen de theorie dat de zichtbare sterrenstelsels in zo'n groep zich op plaatsen
bevinden, waar de dichtheid van de donkere materie het hoogst is.

Door het bestuderen van groepen sterrenstelsels kan men bepalen hoe de donkere materie is verspreid
en hoe het invloed uitoefent op de geboorte en groei van sterrenstelsels.

Het onderzoek laat zien dat sterrenstelsels vaak in paren voorkomen
met een onderlinge afstand van minder dan 800.000
lichtjaar.

Donkere materie oefent wel zwaartekracht uit op zijn omgeving, maar zendt geen straling uit.

Het licht van deze heel verre sterrenstelsels, die zich op een afstand van 12 miljard lichtjaar bevinden,
worden enigszins vervormd door de zwaartekrachtsinvloed van de donkere materie.

De donkere materie houdt de sterrenstelsels bij elkaar en is niet willekeurig verspreid.
Volgens onderzoek met de
VLT in Chili, komt het in hoeveelheden voor van 30 miljoen zonmassa’s.

Dit betekent dat een massa donkere materie nooit kleiner kan zijn dan 1.000 lichtjaar.
Het heelal bestaat voor ongeveer 96% uit donkere materie.

Bovendien blijkt donkere materie zich met een snelheid van 9 kilometer per seconde te bewegen
en heeft een temperatuur van 10.000 °C.

Dit is een verrassing, want vrijwel alle ruimtemodellen gingen uit van koude donkere materie.

Jongste exoplaneet ontdekt, 1 maart 2010

De jongste exoplaneet is ongeveer 35 miljoen jaar oud, zesmaal zo zwaar
als Jupiter en draait op kleine afstand om de jonge
ster BD+20 1790.
De op één na jongste exoplaneet is ongeveer 100 miljoen jaar oud.

Door deze ontdekking kan meer kennis over het beginstadium van planeetvorming
worden verkregen, want veel informatie is er nog niet. Jonge sterren laten veel
(magnetische) activiteit zien in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden,
waardoor de aanwezigheid van een eventuele planeet moeilijk is vast te stellen.


Jongste exoplaneet


Toch is het gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren
die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van
de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, zijn aanzienlijk ouder.

Kepler ontdekt zijn eerste planeten, 7 januari 2010

Tijdens de eerste zes onderzoeksweken heeft Kepler zijn eerste vijf planeten ontdekt.
De gegevens zijn vanaf maart 2009 verzameld, waarbij naar regelmatige
veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren werd gekeken.

De eerste vijf planeten zijn veel groter dan de aarde.
Eén is ongeveer zo groot als Neptunus, de andere vier als Jupiter.


Kepler ontdekt eerste vijf planeten

Ze bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster, zijn zeer heet 2200 tot
3000 graden Fahrenheit en draaien in 3,3 tot 4,9 dagen om hun as.
De planeten heten Kepler 4b, 5b, 6b, 7b and 8b.

Met deze ontdekking staat sinds januari 2010 de teller op 424 exoplaneten.

Exoplaneet met veel water ontdekt, 16 december 2009

Bij een niet al te grote ster, GJ 1214 in het sterrenbeeld Slangendrager,
is een exoplaneet, GJ 1214b, ontdekt die mogelijk water bevat.

De doorsnede van de exoplaneet is 2,7 keer die van de aarde, haar gewicht
is 6,6 keer zwaarder en ze staat op een afstand van op 42
lichtjaar.
De exoplaneet valt in de categorie tussen de aarde en Jupiter of Saturnus.


Aarde en GJ 1214b

Volgens de ontdekkers kan GJ 1214b voor meer dan de helft uit water bestaan, en de atmosfeer
uit waterstof en helium. De atmosfeer is heet, omdat er bijna geen licht op het oppervlak komt.


De oppervlaktetemperatuur zou tussen de 280 en 120 graden zijn.
Mogelijk bestaat een deel van het water uit ijs.


Om het object te vinden, hebben de astronomen 8 kleine telescopen moeten gebruiken.
GJ 1214b viel op tussen 2.000 uitgekozen dwergsterren doordat zich in de helderheid van
de moederster eens in de 1,6 dagen een kleine verzwakking voordeed en het licht van de ster
gedurende 52 minuten van de omlooptijd van 38 uur met 1,3 procent verminderde.
Dit duidt erop dat er een planeet voor de ster langs trekt.

Er zijn in totaal al 412 planeten buiten ons
zonnestelsel ontdekt.


Melkwegcentrum in beeld gebracht, 20 november 2009

Spitzer, Chandra en Hubble Space Telescope, drie ruimtetelescopen van de NASA,
hebben ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde
opnamen gemaakt van het midden van ons Melkwegstelsel.



Centrum melkwegstelsel


Van de opnamen in het infrarood, röntgen en zichtbaar licht is één gedetailleerde afbeelding
samengesteld. In het Melkwegstelsel bevinden zich verschillende stervorminggebieden,
waar sterren geboren worden, jonge hete sterren, oude koele sterren en
stellaire zwart gaten zijn, en ook de hete omgeving van het bijna 4 miljoen zonsmassa's
zware zwarte gat (Sagittarius A) dat zich in het centrum schuilhoudt.

De Melkweg draait sneller en is zwaarder, 12 januari 2009

De aarde draait met een snelheid van 965.000 kilometer per uur om het centrum van de Melkweg.
Eerst ging men er vanuit dat we een snelheid van 750.000 km per uur bereikten.
Met behulp van heldere stervormingsgebieden is de nieuwe snelheid gemeten, dit betekent ook dat
de Melkweg veel zwaarder is dan gedacht.
De massa van ons sterrenstelsel is dus 50 procent hoger.

Door de nieuwe afstands- en snelheidsmetingen te combineren vonden de astronomen
een nieuw gewicht voor onze Melkweg: zo’n 700 miljard keer zo zwaar als onze
zon.
Massa en snelheid zijn via zwaartekracht aan elkaar gekoppeld, en daarom
betekent een zwaarder sterrenstelsel ook een sneller sterrenstelsel.



Centrum van onze Melkweg


Het sterrenstelsel Andromeda is dus niet veel groter dan de Melkweg, maar ongeveer even groot en neemt
de kans op een botsing met het Andromedastelsel of kleinere sterrensterrenstelsels in de buurt toe.
Ons zonnestelsel bevindt zich op een afstand van bijna 28.000
lichtjaar van het centrum van de Melkweg

In ons universum zijn ongeveer 100 miljard sterrenstelsels. Door naar hun helderheid en beweging
te kijken, kunnen we afleiden hoe zwaar de stelsels zijn, en hoeveel sterren er ongeveer in zitten.
Van sommige nabije sterrenstelsels weten we meer dan over onze eigen Melkweg. Dat komt doordat we
daar zelf middenin zitten, en het moeilijk is om overzicht te krijgen van wat er in ons stelsel aanwezig is.


De onderzoekers ontdekten ook dat de Melkweg waarschijnlijk niet twee, maar vier spiraalarmen heeft.
Twee van die armen zitten vol met volwassen sterren zoals onze zon, terwijl de andere twee
bijna geheel uit gas en stof bestaan. Hoe dit komt weet men nog niet.

De binnendelen van de Melkweg heeft twee symmetrische spiraalarmen, die zich uitstrekken tot
de buitendelen van de Melkweg, daar waaieren ze in vier grote spiraalarmen uiteen, plus enkele kleinere
zijtakken. Het is de eerste keer dat de spiraalarmen over hun gehele lengte in kaart zijn gebracht.



Hubble maakt mozaiekopname van de Melkweg


Van februari tot juni 2008 heeft de Hubble Space Telescope meer dan tweeduizend opnamen
gemaakt van het centrum van ons Melkwegstelsel. Op het mozaïek van opnamen is
een nieuwe groep van zware sterren ontdekt en structuren van heet, geïoniseerd gas
dat in de binnenste 300 lichtjaar van ons sterrenstelsel wervelt.

De Melkweg bestaat uit twee delen: een centrale bolvormige verdikking met een lange balkvormige
structuur van sterren en een omringende, afgeplatte schijf. Deze schijf wordt overheerst door
een aantal spiraalarmen, die de plaats van actieve stervorming aangeven.
Het licht van de vele jonge en hete sterren veroorzaken de helderheid van de spiraalarmen.

Zwart gat in onze Melkweg, 11 december 2008
 
In  het centrum van onse
Melkweg bevindt zich een zwart gat, Sagittarius A,
(Boogschutter A) en is ongeveer vier miljoen keer zo zwaar als onze
zon.

Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, staat op een afstand van 27.000
lichtjaar van de aarde.
Astronomen uit een aantal landen hebben met behulp van telescopen in Chili de bewegingen
van 28
sterren, die om het centrum van ons melkwegstelsel draaien, gedurende 16 jaar in de gaten
gehouden.
Deze langdurige studie heeft het bewijs geleverd dat superzware zwarte gaten bestaan.
Een zwart gat is een bijzonder hemellichaam, waaruit geen licht of materie kan ontsnappen.


In 1992 is het onderzoek naar de stellaire baanbewegingen van de sterren begonnen met
de New Technology Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.
De laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan met één van de vier telescopen
die de Very Large Telescope,
VLT, van ESO vormen.



Zwart gat in onze Melkweg


De  opname is gemaakt door de VLT, er zijn blauwe, hete gebieden naast
rode sterren te zien, die als rode gaswolken oplichten.
De sterren die zijn gevolgd bevinden zich in het midden van de opname.

De binnenste 22 sterren vormen een zwerm en draaien in willekeurige banen om het zwarte gat.
De buitenste zes sterren volgen banen die in hetzelfde vlak liggen, zoals de planeetbanen
van ons
zonnestelsel. De overgang tussen de twee groepen sterren ligt op ongeveer
een lichtmaand afstand, dit is 800 miljard kilometer van Sagittarius A.


Door verdere waarnemingen, waarbij de vier telescopen van de VLT als interferometer worden gebruikt,
wil men onderzoeken hoe deze sterren zijn ontstaan en in hun omloopbaan terecht zijn gekomen.

Een van de sterren die gevolgd werd, de S2, beweegt zich zo snel
dat deze tijdens het onderzoek een rondje maakte rond het zwarte gat.

Bijzondere neutronenster in de Melkweg ontdekt, 28 september 2008

Met de SWIFT-satelliet is een bron, SWIFT J195509+261406, ontdekt die eerst als gammaflits
in het verre heelal werd gezien, maar daarna activiteiten vertoonde waarvan men vermoed
dat het om een nieuw soort
neutronenster gaat, de magnetar, in onze eigen Melkweg.

Na eerst gammastraling te laten zien vertoonde SWIFT J195509+261406 drie dagen lang
optisch vuurwerk, gevolgd door een periode van elf dagen van nabij-infrarodemissie.
Er werden acht telescopen gebruikt, waaronder SWIFT-satelliet (
NASA),
XMM-Newton (
ESA) en Very Large Telescope (ESO) in Chili.

Magnetars zijn jonge neutronensterren met een heel hoog magnetisch veld, die zich
tientallen jaren lang rustig kunnen houden. Waarschijnlijk vormen zij een groot aantal
in de Melkweg, ook al zijn er pas twaalf gevonden. Volgens sommige theorieën ontwikkelen
de hoog-energetische magnetars zich tot objecten die radiostraling uitzenden, zoals pulsars,
maar tot nu toe is er geen enkele bron gevonden waarbij dit gebeurd.
SWIFT J195509+261406 is het eerste object dat hiervoor in aanmerking komt.

 


Neutronenster in de Melkweg

 

Tot nu toe werden magnetars onderverdeeld in twee soorten: de Soft gamma-ray repeaters (SGR’s),
deze objecten zenden gammastraling uit en Anomalous X-ray pulsars (AXP’s), deze objecten
zijn anders dan normale pulsars en vertonen geen SGR kenmerken.

Vervolgwaarnemingen op röntgen- en optische golflengten moeten definitief uitwijzen
of SWIFT J195509+261406 inderdaad een nieuw type neutronenster is tussen
de SGR’s/AXP’s en de geïsoleerde, donkere neutronensterren in.
Een ander alternatief is dat het hier een ultracompacte röntgendubbelster betreft,
waarin een lichte
ster en een neutronenster in een zeer dichte baan om elkaar heen draaien.

Melkwegstelsel heeft twee grote spiraalarmen, 5 juni 2008

Waarnemingen met de Spitzer Space Telescope laten een ander beeld van de structuur
van de
Melkweg zien. Het blijkt dat de Melkweg slechts twee belangrijke spiraalarmen heeft en
twee minder belangrijke spiraalarmen, hierdoor is het een normaal
spiraalsterrenstelsel geworden.

Men ging ervan uit dat de Melkweg vier belangrijke spiraalarmen zou hebben,
terwijl de meeste grote spiraalstelsels er twee hebben.

Na onderzoek in de jaren ’50 werd het bestaan aangetoond van drie spiraalarmen van hete sterren.
Deze werden genoemd naar de sterrenbeelden waarin hun bestaan voor het eerst werd aangetoond:
Perseus, Orion en Sagittarius. Vervolg onderzoek in de jaren ’60 en ’70 waarbij men gebruik maakte
van radio-astronomie, om de vorm van de spiraalarmen te achterhalen, bleek dat de Melkweg uit
vier spiraalarmen bestaat, namelijk Norma, Scutum-Centaurus, Sagittarius en Perseus.

De zon bevindt zich in de onvolledige spiraalarm van Orion, die zich uitstrekt tussen de Sagittarius en Perseus.
In de jaren ’80 en ’90 heeft men nog enkele onvolledige spiraalarmen ontdekt, waaronder een zwakke
buitenste arm en verschillende zwakke ringen van sterren, die rondom de Melkweg gewikkeld zijn.

Begin juni 2008 is de ontdekking van een aanvullende spiraalarm bekend gemaakt, de 3 kpc-arm.
Het bestaan van een onvolledige spiraalarm met deze naam was al bekend, maar nu heeft men
ook het ontbrekende deel van de arm ontdekt.

 


Melkweg en spiraalarmen

 

De minder belangrijke spiraalarmen van de Melkweg hebben veel minder heldere sterren dan men dacht,
het zijn kleine concentraties van gaswolken en jonge sterren. Dit zijn de Sagittarius-, Norma- en 3 kpc-armen.
De twee andere belangrijke spiraalarmen, Scutum-Centaurus en Perseus, blijken juist veel belangrijker te zijn.

Scutum-Centaurus en Perseus zijn volwaardige spiraalarmen, met veel jonge sterren en rode reuzen.
De twee grote spiraalarmen beginnen aan de uiteinden van de centrale balk, een langgerekte
structuur van voornamelijk oude sterren in het centrum van het melkwegstelsel.
De aanwezigheid van die balk werd pas in de jaren negentig ontdekt.

De metingen aan de sterdichtheden van de spiraalarmen werden samengevoegd op een nieuw
Melkwegmozaiek (ongeveer een derde van de Melkwegband) van honderdduizenden infraroodfoto's,
waarop Spitzer in totaal meer dan honderd miljoen sterren vastlegde ook stervorminsgebieden, ijle bellen en
schillen, stofwolken, supernova-restanten en moleculaire wolken waarin onder andere koolwaterstof voorkomt.

 


Infraroodopname Melkweg

 

Infrarode golflengten kijken door absorberende stofwolken heen, zodat de structuur van het Melkwegstelsel
beter opvalt dan in zichtbaar licht. Spitzer keek tot afstanden van ongeveer zestigduizend
lichtjaar,
ver voorbij het centrum van het Melkwegstelsel.

Supernova's in het Melkwegstelsel, 10 april 2008

Op eerder opnamen van de infraroodsatelliet Spitzer Space Telescope zijn op korte afstand
van elkaar, twee
sterrenclusters ontdekt in het centrale midden van de Melkweg,
waarin elke paar duizend jaar een supernova-explosie plaatsvindt.

Deze sterren worden rode superreuzen genoemd en vormen meestal het laatste stadium in het leven
van massieve sterren. De twee nieuwe clusters bevatten ongeveer 40 rode superreuzen,
dit is 20% van het totale aantal rode superreuzen die op in de Melkweg bekend zijn.

Uit vervolgwaarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï blijkt dat het om sterrenhopen gaat
op ongeveer 20.000
lichtjaar afstand van de aarde, aan het uiteinde van de balkvormige structuur
die zich in het centrum van het Melkwegstelsel bevindt.

De sterrenhopen staan slechts 800 lichtjaar uit elkaar, en hebben leeftijden van 12 en 17 miljoen jaar.
De eerste cluster bevat 14 rode superreuzen, de tweede heeft er 26.

 


Melkwegstelsel met namen

 

De superreuzen zijn de directe voorlopers van supernova-explosies.
Volgens de onderzoekers kan er elk moment weer zo'n sterexplosie plaatsvinden.
De twee sterrenclusters zijn vermoedelijk ontstaan door de wisselwerking
tussen de centrale balk en de schijf van het Melkwegstelsel.

Protoplaneet waargenomen, 6 april 2008

Astronomen hebben mogelijk voor het eerst een zeer jonge planeet bij een andere ster gefotografeerd.
Dit blijkt uit de verspreiding van materiaal in de stofschijf rondom de jonge ster AB Aurigae.

Een foto van deze stofschijf laat enkele verdichtingen van materiaal zien, naast een gebied die arm aan stof lijkt te zijn.
In het midden van deze regio bevindt zich een klein en helder object, vermoedelijk het ontstaan van een rotsachtige planeet.

Een test-telescoop van de Amerikaanse luchtmacht maakte de foto. Deze telescoop maakt gebruik van
een speciale camera die in 2010 gemonteerd zal worden op de 8-meter Gemini South Telescope.

De ontdekking geeft mogelijk duidelijkheid over de manier waarop een planetenstelsel kan ontstaan,
vanuit een dikke gas- en stofschijf, waarin afzonderlijke grote objecten voorkomen, in een zeer dunne schijf.

 


Protoplaneet AB Aurigae

 

 

Met behulp van radiotelescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen weer een zeer jonge planeet
ontdekt, die zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is.
De afstand tot de moederster bedraagt het dubbele van de afstand tussen Neptunus en de
zon.

Deze ster bevindt zich op een afstand van 520 lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld Stier (Taurus).
De stofschijf rondom HL Taurus is uitzonderlijk helder en massief en
vormt een ideale plaats om te zoeken naar planeten-in-wording.
Nu is een tweede planeet-in-wording binnen een week ontdekt na de eerste planeet-in-wording.

 


Protoplaneet aangegeven met b

 

Met de radiotelescopen is vastgesteld dat deze stofschijf heel veel brokstukjes ter grootte
van kiezelstenen heeft, dat duidt erop dat hier al sprake is van een samenklonteringsproces.
De bol van gas en stof zal uiteindelijk veranderen in een planeet ter grootte van Jupiter.

De ontdekking werd bij toeval gedaan bij de bestudering van de omgeving rond de ster HL Tauri.

Methaan op exoplaneet, 20 maart 2008

De onderzoekers ontdekten met behulp van de Hubble Space Telescope voor het eerst methaan
in de atmosfeer van een planeet buiten ons
zonnestelsel. De planeet met het formaat van Jupiter
is waarschijnlijk te heet, ongeveer 900 graden, om leven mogelijk te maken.

De organische verbinding methaan is gevonden in de atmosfeer van de planeet HD 189733b bij
de ster, HD 189733, op een afstand van ongeveer 63
lichtjaar van de aarde, in sterrenbeeld het Vosje.

De waarnemingen met de spectrometer van de Hubble hebben ook nog bevestigd dat de atmosfeer
van HD 189733b water bevat, dit was vorig jaar ontdekt met de infraroodsatelliet
Spitzer.
De exoplaneet draait in een krappe baan met een omlooptijd van twee dagen om zijn
ster.

 


Ster HD 189733

 

De ster op de foto (in het midden) bevindt zich in het linker deel van het sterrenstelsel Nebula Messier 27.

Methaan, dat bestaat uit waterstof en koolstof, is de simpelste organische verbinding.
Het komt in veel atmosferen van ons zonnestelsel voor, zoals in die van
Mars en de aarde.
Methaan wordt op de aarde door een groot aantal processen, o.a. biologische, geproduceerd.
Termieten, moerassen en vee zijn natuurlijke producenten van methaan.
Het is een bestanddelen van aardgas en een broeikasgas wat tot milieuproblemen kan leiden.

Onder bepaalde omstandigheden kan methaan een rol spelen bij chemische reacties
die nodig zijn voor het ontstaan van leven. De ontdekking geldt als een belangrijke stap
bij het verkennen van nieuwe werelden waar mogelijk leven voorkomt.

Jongste exoplaneet ontdekt, 5 januari 2007

De exoplaneet, TW Hydrae b, die bij een zonachtige ster is aangetroffen is de jongste tot nu toe.
Door deze ontdekking wordt duidelijk dat het ontstaan van gasplaneten plaats vindt door het instorten
van verdichtingen in de protoplanetaire schijf i.p.v. het condenseren rondom een vaste kern.
De leeftijd van de exoplaneet wordt geschat op 8 tot 10 miljoen jaar.

Eerdere exoplaneten waren niet jonger dan 100 miljoen jaar. De aarde is 4,5 miljard jaar oud.
De schijf is waarschijnlijk nog steeds bezig met het vormen van nieuwe werelden.
De exoplaneet bevindt zich op een afstand van 180 lichtjaar tot de
aarde,
in de richting van het sterrenbeeld Waterslang, Hydra.

 


Planeetvorming

 

De ontdekking laat zien dat een gasplaneet binnen tien miljoen jaar kan ontstaan,
nog voordat de schijf zijn gas verliest als gevolg van stellaire winden en straling.
TW Hydrae b is tien keer zo zwaar als Jupiter, een zwaargewicht onder de planeten en
bevindt zich in het grensgebied tussen een supermassieve planeet en een kleine bruine dwerg.

Uit de kleine, regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd van
de exoplaneet 3,56 dagen is en zijn afstand tot de ster ongeveer zes miljoen kilometer.

Exoplaneten bij Gliese 581 bewoonbaar? 15 december 2007

Uit onderzoek blijkt dat twee planeten Gliese 581c en Gliese 581d, uit het planetenstelsel
bij
ster Gliese 581, die vermoedelijk rotsachtig van aard zijn, zich in de leefbare zone van
hun zwakke rode dwergster bevinden, waar zich vloeibaar water aan het oppervlak kan bevinden.

Er zijn bijna 250 exoplaneten, die rondom andere sterren draaien bekend.
De meeste hiervan zijn Jupiterachtige gasreuzen, waarvan bovendien een groot deel
op bijzonder korte afstand tot de moederster staan. De laatste jaren hebben astronomen
een aantal planeten ontdekt met minder dan 10 aardmassa's, super-aardes genoemd.

In april 2007 werd de ontdekking bekend gemaakt van twee nieuwe planeten met een massa
van respectievelijk 5 en 8
aardes bij Gliese 581, een zwakke ster uit de M-klasse (een rode dwerg).

 


Gliese 581c en de aarde

 

Met nieuwe telescopen zal het mogelijk zijn om de juiste eigenschappen van deze planeten
te bepalen, waaronder de en atmosferische samenstelling.
Dan is men beter in staat om de bewoonbaarheid van een planeet te achterhalen.

Gliese 581c en Gliese 581d zullen belangrijke doelen zijn voor toekomstige missies
om aardachtige planeten te zoeken, zoals een gezamenlijke missie
van
ESA's Darwin en NASA's Terrestrial Planet Finder.
De Darwin/TPF zal het mogelijk moeten maken om de atmosferische eigenschappen te bepalen.

Atmosfeer van exoplaneet waargenomen, 5 december 2007

Met behulp van de Hubby-Eberly Telescope is de atmosfeer waargenomen van een planeet bij
de
ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en zwaarder is dan Jupiter, beweegt
vanaf de
aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn moederster langs.

 


Hubby-Eberly Telescope

 

Tijdens de passage schijnt een klein deel van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de atmosfeer
van de planeet heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van deze atmosfeer te bepalen.
In juli maakten sterrenkundigen bekend dat ze met de infraroodsatelliet
Spitzer waterdamp in de atmosfeer
van de exoplaneet hadden ontdekt, daar is nu het element natrium aan toegevoegd.

Het betreft de eerste waarneming van atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde.
Eerdere waarnemingen vonden vanuit de ruimte plaats.

Planeetvorming in de Plejaden, 15 november 2007

In de Plejaden, het Zevengesternte, de bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier,
zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten die op de
aarde lijken.

Astronomen ontdekten grote hoeveelheden warm stof rond de ster HD23514, één van de zwakkere sterren
in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk afkomstig van de onderlinge botsing van grotere protoplaneten.

 


Plejaden met ster HD 23514 (rode pijl)

 

De enorme hoeveelheden stof die hierdoor zijn ontstaan kunnen in de slotfase een planetenstelsel vormen.
Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons eigen
zonnestelsel hebben plaatsgevonden
en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de
maan. De ontdekking werd gedaan met een
gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North Telescope op Mauna Kea, Hawaï.

De Plejaden bevinden zich op een afstand van ongeveer vierhonderd lichtjaar en zijn ongeveer honderd
miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop kan planeetvorming op gang zijn gekomen.
Het warme stof bij de jonge ster HD23514, die veel op de
zon lijkt, bevindt zich in een gebied
dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons eigen zonnestelsel.

Vijfde planeet ontdekt bij ster 55 Cancri, 7 november 2007

Astronomen hebben rond de ster 55 Cancri een vijfde planeet ontdekt.
Net als de vier eerder ontdekte planeten is de vijfde planeet op indirecte wijze opgespoord.
De planeet is ontdekt met de Doppler techniek. Door haar zwaartekracht, trekt de planeet
aan haar begeleidende ster, waardoor deze een beetje van plaats verschuift.

Deze beweging kan door de moderne telescopen worden waargenomen.
Hieruit kan men dan indirect de aanwezigheid van begeleiders bij een ster aantonen.

De planeet is ongeveer 45 keer zo zwaar als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri.
De ster bevindt zich 41
lichtjaar van ons vandaan en heeft bijna dezelfde massa en leeftijd als onze zon.
De zonachtige ster 55 Cancri is wat ouder, koeler en lichtzwakker dan onze zon
en bevindt in de richting van het sterrenbeeld Kreeft.

 


Exoplaneet bij ster 55 Cancri

 

Hij bevindt zich in de leefbare zone, de gordel om de ster waar de temperatuur geschikt
is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. De afstand tot 55 Cancri bedraagt 116,7 miljoen km
(onze aarde staat 150 miljoen km van de zon).
Waarschijnlijk heeft de planeet geen vast oppervlak, qua samenstelling en uiterlijk lijkt zij op Saturnus.

Of er manen om de planeet draaien, is niet bekend. Het bijzondere aan het planetenstelsel
van 55 Cancri is, dat er veel planeten zijn, maar ook dat de meeste in cirkelbanen om hun ster draaien.
Ze vallen alle vijf in de categorie reuzenplaneten of gasreuzen.

Drie staan zeer dicht bij hun moederster en één op een veel grotere afstand.
De kleinste (en binnenste) heeft een vergelijkbare massa als Neptunus, draait in 3 dagen rond de ster
en de grootste (en buitenste) vier keer zwaarder is dan Jupiter, draait in 14 jaar rond.

Zwart gat met recordmassa, 1 november 2007

Astronomen hebben met de Chandra X-ray Observatory en de Swift een zwart gat met een recordmassa
ontdekt in het nabije
dwergsterrenstelsel IC 10 op een afstand van 1,8 miljoen lichtjaar van de aarde.
Het stellaire gat heeft een massa van 24 tot 33 keer de
zon, is kilometers breed en verbreekt daarmee
het oude record van enkele weken geleden, want toen maakten sterrenkundigen de ontdekking
van een stellair zwart gat met een massa van 16 zonnen in het sterrenstelsel M33 bekend.

Stellaire gaten ontstaan als een ster met een explosie sterft. Als de ster zwaar genoeg is kan
een zwart gat overblijven. Dit is een zwaar compact object, dat zo'n grote aantrekkingskracht
heeft dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen.

 


Enorm zwart gat

 

Belangrijk is dat er een hete ster om het zwarte gat heen draait, die materie overdraagt.
Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij röntgenstraling uit, omdat de ster
vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes bedekt, waardoor
de röntgenhelderheid daalt, kan zijn omlooptijd worden vastgesteld.

Er zijn ook superzware zwarte gaten, die op een andere manier ontstaan en miljoenen keren
groter zijn dan de stellaire zwarte gaten. Maar een middelgroot zwart gat, is nog nooit gevonden.

HIFI gaat water zoeken in het heelal, 13 september 2007

Het Nederlandse ruimteonderzoeksinstituut SRON ontwikkelde Heterodyne Instrument for the
Far Infrared, HIFI en is klaar om ingebouwd te worden in de ruimtetelescoop Herschel van de
ESA.

Vanaf een punt op anderhalf miljoen kilometer van de aarde gaat Nederlandse ruimtetechnologie
de aanwezigheid van water in kaart brengen in de verste uithoeken van het heelal.
De lancering is gepland in de tweede helft (juli) van volgend jaar. Herschel wordt
met zijn spiegeldoorsnede van 3,5 meter de grootste telescoop in de ruimte.

HIFI gaat als één van de drie wetenschappelijke instrumenten op Herschel straling analyseren uit het
heelal met een golflengte tussen infrarood en radiostraling in. Waarnemingen in dit golflengtegebied
zijn echter belangrijk omdat veel koele objecten in het heelal alleen hierin waarneembaar zijn.
Ook veel atomen en moleculen verraden zich via hun spectraallijnen in dit golflengtegebied.

Zo kunnen astronomen allerlei eigenschappen daarvan te weten komen, zoals hun chemische
samenstelling, temperatuur en snelheid. Ook watermoleculen, die in vele processen in het heelal
een sleutelrol vervullen, hebben spectraallijnen in dit deel van het elektromagnetische spectrum.

Omdat deze straling alleen vanuit de ruimte goed is te bestuderen en HIFI het eerste instrument is
dat dit gaat doen, zijn de verwachtingen hooggespannen. HIFI zal vooral veel leren over de aanwezigheid
van moleculen in het heelal. Een belangrijk zichtbaar molecuul is water. Veel astronomen zien de
aanwezigheid van water als een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van leven in het heelal.
Onderzoek met HIFI gaat wereldwijd veel informatie opleveren over het ontstaan van en planeten.

 


HIFI

 

Tot aan de lancering van Herschel volgt nog een traject van samenbouw met de satelliet en vooral testen.
Dat gebeurt onder andere op de triltafel en in de Large Space Simulator van ESTEC, waar Herschel en HIFI
blootgesteld worden aan het geweld dat bij lancering optreedt en aan de omstandigheden in de ruimte.

De ontwikkeling van HIFI heeft meer dan 15 jaar geduurd. Het is het meest complexe en kostbaarste
ruimtevaartproject dat ooit onder Nederlandse leiding gebouwd is. De kosten, rond de 200 miljoen euro,
zijn gedurende de ontwikkelingstijd bijeengebracht door de 23 instituten, waaronder
NASA en uit 11
verschillende landen die aan de bouw van HIFI hebben meegewerkt.
Nederland heeft ongeveer 60 miljoen euro bijgedragen.

HIFI is geen instrument dat zoals de Hubble Space Telescope, fraaie opnamen van hemellichamen maakt.
Hij splitst de ontvangen straling uiteen tot een spectrum dat gedetailleerd wordt geanalyseerd.
Het grootste deel van HIFI bevindt zich in een reusachtige thermosfles met 220 liter supervloeibaar helium.
Die zorgt ervoor dat het instrument een constante temperatuur heeft van slechts enkele graden boven
het absolute nulpunt en niet overstraald wordt door de warmte van de satelliet en het instrument zelf.

Superholte in heelal ontdekt met doorsnede van een miljard lichtjaar, 26 augustus 2007

Op ongeveer acht miljard lichtjaar afstand van de zoals de aarde is een gigantische holte in het heelal
ontdekt, in de richting van het sterrenbeeld Eridanus, ten zuidwesten van Orion.
Het gaat om een gebied met een doorsnede van ongeveer een miljard
lichtjaar
waarin vrijwel geen normale materie zoals sterrenstelsels en gas voorkomen.

Ook bevat de superholte geen grote hoeveelheden intergalactisch gas of donkere materie.
Het bestaan van zulke enorm uitgestrekte lege gebieden is moeilijk te verklaren
met de huidige theorieën over de ontwikkeling van het heelal.
Eerdere onderzoeken toonden al aan dat het heelal vol zit met leegtes,
maar nog nooit is er zo'n grote leegte ontdekt.

 


Superholte in heelal

 

De ligging van de superholte aan de hemel komt overeen met een relatief koel gebied in
de hemelkaart van de kosmische achtergrondstraling. Deze WMAP Cold Spot, genoemd
naar de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe waarmee de achtergrondstraling in kaart
is gebracht, ontstaat waarschijnlijk doordat fotonen van de achtergrondstraling
een beetje energie verliezen tijdens hun lange reis door het lege gebied.

Data van een radiotelescoop en een satellietmissie toonde aan dat het aantal
sterrenstelsels flink daalde in de buurt van het sterrenbeeld Eridanus, ook is
het gebied blauw op de kaart van de kosmische achtergrondstraling.
De achtergrondstraling vanuit Eridanus is koeler dan vanuit de andere sterrenbeelden.

LISA Pathfinder, 9 augustus 2007

ESA en NASA gaan samen werken aan de LISA Pathfinder, Laser Interferometer Space Antenna,
deze moet als één van de eerste zwaartekrachtgolven gaan onderzoeken.

Zwaartekrachtgolven zijn zeer kleine verstoringen in de ruimtetijd, deze zwaartekrachtgolven ontstaan
door bijvoorbeeld een klein dubbelstersysteem van twee neutronensterren in ons
melkwegstelsel en veroorzaken
volgens de theorie variaties van de afstand tussen de testmassa’s in de orde van een paar duizendste nanometer.

Dit is de voorspelde Einsteins relativiteitstheorie, maar ze zijn nog nooit waargenomen.
Onderzoekers gaan dat nu onderzoeken door zeer kleine verschillen te meten in de afstand
tussen testmassa’s die op vijf miljoen kilometer van elkaar vliegen.
De testmassa’s bevinden zich in een opstelling van drie satellieten.

 


LISA Pathfinder

 

Deze ruimtesonde moet ze vanuit een baan om de zon gaan onderzoeken met behulp van moderne technologieën.
Het ontwikkelen van de LISA Pathfinder begon in 2002 en de ruimtesonde moet rond 2010 gelanceerd worden
is de voorloper van de Laser Interferometer Space Antenna, LISA, die omstreeks 2017
de ruimte in moet gaan en ook om onder andere de ruimte-interferometrietechnieken te laten zien.

Op exoplaneet Gliese 581c is misschien water, 14 juni 2007

De kans dat er op de exoplaneet Gliese 581c vloeibaar water en leven is wordt groter, omdat de temperatuur gunstig is.
In april 2007 werd de ontdekking van deze aardachtige exoplaneet bekend gemaakt.
De exoplaneet draait om de
ster Gliese 581 en bevat mogelijk vloeibaar water en misschien leven.

Tijdens zes weken onderzoek met de Canadese satelliet MOST blijkt dat de rode dwergster Gliese 581 vrijwel
geen variaties in helderheid laat zien. Er zijn geen flinke pieken en dalen.
Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en energierijke uitbarstingen, wat ongunstig is voor
de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet, deze bezwaren lijken bij ster Gliese 581 niet op te gaan.
Waarmee nog niet gezegd is dat er op de exoplaneet Gliese 581c inderdaad iets leeft.

 


Exoplaneet Gliese 581c en rode dwergster Gliese 581

 

Het onderzoek geeft ook aan, dat de ster vrij oud is en zich al geruime tijd op deze plek bevindt.
Mogelijk hebben de exoplaneten rondom deze ster een leeftijd van enkele miljarden jaren, waardoor eventueel leven zich
misschien verder heeft ontwikkeld. Op
aarde duurde het ongeveer 3,5 miljard jaar voordat leven zich complex ging ontwikkelen.

Andromedastelsel laat melkwegstelsel verdwijnen, 15 mei 2007

Door de uitdijing van het heelal beweegt bijna ieder sterrenstelsel van ons af, alleen het Andromedastelsel of M31
beweegt met een snelheid van 120 kilometer per seconde naar ons toe.
Uiteindelijk zullen het
melkwegstelsel en het Andromedastelsel over ongeveer 2 miljard jaar met elkaar in botsing komen,
maar het zal geen frontale botsing worden en wat gebeurt er met de
zon en aarde?

 


Melkwegstelsel

 


Andromedastelsel

 

Bij de eerste dichte nadering van het Andromedastelsel zal de melkweg geheel uiteenvallen.
We krijgen dan een bolvormig centraal deel te zien van een elliptische sterrenstelsel, de bekende zijaanblik
van ons melkwegstelsel tijdens donkere nachten aan de hemel zal dan niet meer te zien zijn.

Beide sterrenstelsels zullen eerst over 2 miljard jaar een aantal rondjes om elkaar heen draaien.
Er is een kans van 12% dat het zonnestelsel de melkweg wordt uitgeslingerd en deel uit gaat maken van
een lange getijdenstroom of een kleine kans, 3%, dat het
zonnestelsel deel uitmaakt van Andromeda.

Bij het ontstaan van het zonnestelsel 4.7 miljard jaar geleden, was de afstand tussen de melkweg
en Andromeda 4,2 miljoen
lichtjaar. Deze afstand is nu 2.6 miljoen lichtjaar.

Aardachtige exoplaneet ontdekt, 25 april 2007

Europese wetenschappers hebben buiten ons zonnestelsel een planeet ontdekt die op de aarde lijkt, vermoedelijk met een
gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 40 graden Celsius, op het rotsachtige hemellichaam zou dus water (leven) kunnen zijn.
Maar het kan ook zijn dat deze exoplaneet voornamelijk uit gas bestaat en op Uranus of Neptunus lijkt.

De nieuwe planeet is anderhalve keer groter dan de aarde en is ongeveer drie tot vijf keer massiever en krijgt
de naam Gliese 581 C, vernoemd naar de
ster Gliese 581, dit is een rode dwergster in het sterrenbeeld Weegschaal
op een afstand van 20,5
lichtjaar bij ons vandaan.

Gliese 581 C is de kleinste exoplaneet die tot nu toe is ontdekt.
De planeet draait vijftien keer dichter om zijn ster dan de aarde om de
zon. Een jaar op Gliese 581 C
duurt maar 13 aardse dagen (rondje om zijn ster), de afstand tot Gliese 581 is minder dan elf miljoen kilometer.

In ons zonnestelsel is het op die afstand gloeiend heet, maar Gliese 581 is een rode dwergster en straalt veel minder warmte uit dan onze zon.
Twee jaar geleden werd heel dicht bij deze ster al een gasplaneet (Jupiter) ontdekt met een massa van ruim 15 keer die van de aarde
en er zijn ook tekenen van een derde planeet met een massa van 8 keer die van de aarde, maar deze ligt buiten de leefbare zone.
Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is in de leefbare zone van een ster.
Sinds 1995 zijn buiten ons zonnestelsel 227 planeten ontdekt. De meesten zijn gasreuzen (Jupiter) waar geen leven is.

 


Ster Gliese 581

 

Computermodellen voorspellen dat paneet Gliese 581 C of een rotsachtige planeet is (zoals de aarde) of een waterwereld
en is ontdekt met behulp van een telescoop van het European Southern Observatory (ESO) in Chili, met de gevoelige spectrograaf
(het HARP instrument) op de 3,6-meter telescoop. Zelf kunnen de astronomen de ster niet zien.
Voor hun ontdekking gebruikten zij een zeer gevoelig instrument dat kleine schommelingen meet in de snelheid van de ster,
veroorzaakt door de zwaartekracht van een planeet, met de wiebel-techniek werd de grootte en massa van de planeet bepaald.
Een ster wordt heel vaak beïnvloed door de zwaartekracht van een naburige planeet.

Zonder water geen leven, maar ook uitbarstingen van sterrenvlammen kunnen dat onmogelijk maken.
Die sterrenvlammen kunnen juist bij een rode ster veel voorkomen.

Planeten zijn, als ze dichtbij een ster staan, vaak met één zijde naar hun ster gekeerd.
Dan kan één kant heel koud zijn en een andere heel heet, dit zorgt voor rare effecten.
Het duurt nog wel een jaar of tien voor er meer duidelijk wordt over de planeet bij ster Gliese 581.
Want daar zijn nieuwe satellieten en technieken voor nodig.

Water ontdekt op exoplaneet, 10 april 2007

Astronomen hebben voor het eerst de aanwezigheid van water aangetoond in de atmosfeer van een exoplaneet bij een andere ster
dan de
zon. Het is geen vloeibare vorm, maar waterdamp in de atmosfeer van de exoplaneet HD209458b rond de ster HD209458.

Deze Jupiter-achtige reuzenplaneet, ontdekt in 1999, draait in een kleine omloopbaan op een afstand van
7 miljoen kilometer rond de ster. Tot de
aarde is de afstand 150 lichtjaar.
Vanaf de aarde zien we de baan van opzij, waardoor de exoplaneet elke paar dagen voor de ster langs beweegt.

 


Water ontdekt op exoplaneet HD209458b

 

Het water werd ontdekt toen de planeet voor de ster langs draaide. Vanaf de aarde kunnen wij dit niet visueel zien,
omdat de planeet daarvoor te klein en te lichtzwak is, maar we zien wel de spectra van de ster en de exoplaneet.
Wanneer de exoplaneet voor de ster langs draait, versterkt de waterdamp in de atmosfeer het infrarode licht van de ster.
Het infrarode licht wordt naar de aarde gestuurd, wat dan een afdruk van de waterdamp laat zien.

Ook al bestaat de atmosfeer van de exoplaneet uit water, leven zoals wij dat kennen is onmogelijk op HD209458b.
De exoplaneet verliest ook iedere seconde 10.000 ton gas door de hitte en aantrekkingskracht van de ster.

Rosetta maakt opname van Mars, melkweg en planetoïde Lutetia, 28 januari 2007

De ruimtesonde Rosetta heeft mooie foto's gemaakt van Mars, de melkweg en de planetoïde Lutetia.
De Europese ruimtesonde, die in 2014 aankomt bij de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko,
fotografeerde gedurende 36 uur de verschillende objecten met de OSIRIS
(Optical, Spectroscopic and Infrared Remote Imaging System) camera.

 


Planetoïde Lutetia

 

Rosetta begon met het fotograferen van de planetoïde op 2 januari 2007.
Lutetia bevond zich op een afstand van 245 miljoen kilometer bij de ruimtesonde vandaan.
De planetoïde is één van de twee onderzoeksobjecten van Rosetta tijdens de reis naar de komeet 67P.
De andere planetoïde is 2867 Steins, deze wordt in september 2008 onderzocht, Lutetia pas in 2010.

 


Rosetta maakt opname van Mars en melkweg

 

Op 3 december 2006 een mooie foto gemaakt van Mars (boven het midden) en de melkweg,
Mars is overbelicht is, waardoor de planeet omringd wordt door een halo.

Tijdens de nadering van Mars zal de zwaartekracht op 25 februari, flyby, gebruikt worden om
Rosetta af te remmen, in november van dit jaar zal dat nog eens bij de aarde gebeuren.
Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid te geven.

Vijf nieuwe exoplaneten ontdekt, 4 oktober 2006

De Hubble Space Telescope heeft vijf exoplaneten ontdekt, die tot een nieuwe klasse van
Ultra-Hete Jupiters behoren, Ultra Short Period Planets of USPP’s.
De vijf exoplaneten bevinden zich in de centrale midden van onze
melkweg,
op een afstand van 26.000
lichtjaar.
In het centrum van de melkweg heeft men ook nog elf gewone exoplaneten gevonden.

 


Nieuwe Exoplaneten (kleine rondjes)

 

Er zijn al meer dan 200 exoplaneten ontdekt, de meeste bevinden zich op een afstand van
enkele duizenden lichtjaren van de
zon en door de ontdekking van deze zestien planeten
op grote afstand, kan men een betere schatting maken van het totaal aantal planeten in de melkweg.
Als je de zestien exoplaneten naar de gehele melkweg omrekent, kom je uit op
zes miljard exoplaneten, die ongeveer de massa van Jupiter hebben.

De exoplaneten draaien zo snel om hun ster, dat hun omlooptijd korter is dan een dag, ongeveer 10 uur.
De onderzoekers vonden de planeten door afwijkingen te meten in de lichtsterkte van de sterren
waar zij omheen draaien. De kortste omlooptijd die tot nu toe was vastgesteld bedroeg 1,2 tot 2,5 dagen.

De meeste bekende exoplaneten bestaan uit gas en hebben ongeveer de omvang van Jupiter.
Ze staan alleen veel dichter bij hun ster dan Jupiter bij de zon en zijn dus veel heter.
Dat geldt ook voor de nu ontdekte exoplaneten, die echter afwijken door hun hele korte omlooptijd.

Drie exoplaneten ontdekt die op Neptunus lijken, 19 mei 2006

Europese astronomen hebben met de 3,6 meter telescoop in La Silla op Chili, drie nieuwe exoplaneten en
een planetoïdengordel ontdekt rond de
ster HD 69803, deze ster is vanuit het zuidelijk halfrond nog net
zichtbaar met het blote oog, op een afstand van 41
lichtjaar bij de aarde vandaan, in het sterrenbeeld Puppis.
De planetoïdengordel is met de
Spitzer Space Telescope, infraroodsatelliet, waargenomen.

De binnenste planeet is waarschijnlijk rotsachtig, terwijl de buitenste van de drie, de eerste planeet is,
die het meest op Neptunus lijkt en zich in de leefbare zone rond de ster bevindt.
Onze aarde bevindt zich in de leefbare zone rond onze
zon.

De leefbare zone is de zone waarin water in vloeibare vorm aangetroffen zou kunnen worden
op het oppervlak van een planeet.
Venus en Mars vallen er net buiten.

 


Ster met de drie planeten

 

De astronomen bestudeerden de ster gedurende meer dan twee jaar.
Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen, het bestaan ervan wordt afgeleid uit kleine, regelmatige
verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830, die duiden erop dat de ster heen en weer wordt
getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden van 8,67, 31,6 en 197 dagen.

De drie exoplaneten bevinden zich dichter bij de ster, dan de aarde bij onze zon.
Hun massa's zijn minimaal 10, 12 en 18 keer de massa van de aarde.

Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1995 zijn er al ongeveer 180 planeten gevonden rondom
andere sterren. Meer dan 40 van deze exoplaneten liggen in systemen die bestaan uit twee of meer planeten.

De buitenste planeet heeft waarschijnlijk een rotsachtige kern heeft en een waterige laag eromheen,
maar de planeet heeft waarschijnlijk een dikke gasachtige atmosfeer. Op het water ontstaat dan een hoge druk,
waardoor de temperatuur op kan lopen tot boven de 1.000 Kelvin. Hierdoor is leven bijna onmogelijk.

Eenvoudige techniek neemt exoplaneet waar, 18 mei 2006

Een team van professionele en amateur-astronomen, die met behulp van eenvoudige apparatuur werkt,
heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord.
Het gaat om planeet XO-1b, ter grootte van Jupiter, die in 4 dagen rond een zonachtige
ster draait.

 


XO-1b, Exoplaneet

 

XO-1b bevindt zich op een afstand van 650 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Corona Borealis.
Bij elke overgang van XO-1b dooft het licht van de ster met zo'n 2%, XO-1b is de tiende exoplaneet,
die werd gevonden met de transit-methode, deze methode neemt waar, als een planeet in een baan rond een ster,
de helderheid van de ster vermindert, wanneer de planeet voor de ster schuift.

De vermindering van de helderheid is klein, maar groot genoeg om waarneembaar te zijn hier op aarde.
De ontdekte planeet is tot XO-1b omgedoopt en beweegt zich rond de ster XO-1, ook wel bekend als
GSC 02041-01657, deze ster lijkt veel op onze eigen
zon.
De massa van XO-1b is ongeveer 0,9 Jupitermassa's en de doorsnede ligt tussen 170.000 en 200.000 kilometer.

Het team maakt gebruik van de geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker,
die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere standaardcomponenten bestaat.
Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in de gaten gehouden,
om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige helderheidsveranderingen vertonen.

 


XO-telescoop

Dubbele helixachtige nevel gevonden, 15 maart 2006

Met de Spitzer Space Telescope zijn opnamen gemaakt van een gasnevel in de buurt van het centrum van
het melkwegstelsel, de dubbele helix heeft een lengte van 80
lichtjaar en lijkt erg op de vorm een DNA-molecule.

De nevel bevindt zich op ongeveer 300 lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in het centrum van
het melkwegstelsel en heeft zijn vorm te danken aan een sterk magnetisch veld dat vast zit aan
de schijf van hete materie, die het zwarte gat omringd.

 


Dubbele helixnevel

 

Deze schijf draait eenmaal in de 10.000 jaar in het rond
daarbij worden zijn magnetische veldlijnen als elastiekjes opgewonden.

We zien eigenlijk twee gaszuilen die om elkaar lopen, zoiets heeft nog niemand gezien.
De meeste nevels zijn of spiraalstelsels vol met
sterren of een vormloze samenklontering, bestaande uit gas en stof.
De
aarde bevindt zich op een afstand van 25.000 lichtjaar bij het zwarte gat vandaan.

Ons Melkwegstelsel en Andromedanevel zijn op vergelijkbare wijze ontstaan, 28 februari 2006

Waarnemingen met de Keck-2 telescoop, van de bewegingen en metaalgehaltes van tienduizend sterren in de Andromedanevel
duiden erop dat dit nabije sterrenstelsel ongeveer dezelfde voorgeschiedenis heeft als ons eigen melkwegstelsel.

Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel, de halo waar zich minder sterren bevinden,
van de Andromedanevel metaalarm zijn, dit betekent dat ze weinig elementen zwaarder dan helium bevatten.

Dat is enigszins verrassend, omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo
van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren.

 


Andromedanevel

 

Sterren die zich dichter in het centrum van de Andromedanevel bewegen, zijn van latere datum en metaalrijker.
Met metalen bedoelen sterrenkundigen alle elementen zwaarder dan helium, ook al zijn veel van die elementen
scheikundig gezien helemaal geen metalen (zuurstof, stikstof, silicium).

Doordat beide sterrenstelsels in dit opzicht veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op vergelijkbare wijze zijn ontstaan.
Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo’s van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot
vier miljard jaar na de
oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben ingevangen.

Zowel de Andromedanevel als ons melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer
tweehonderd kleinere
sterrenstelsels en sterren van oorspronkelijke melkwegstelsels hebben opgeslokt.

Wegvliegende sterren, 27 januari 2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer twee
sterren ontdekt die zo snel door het melkwegstelsel
bewegen dat ze uiteindelijk de ruimte, buiten ons melkwegstelsel, in zullen vliegen.

Ze hebben snelheden van ruim 1,5 miljoen kilometer per uur.
De sterren bevinden zich in de richting van de sterrenbeelden Grote Beer en Kreeft.

 


Supersnelle ster in de melkweg

 

In 2005 werden ook al drie van deze supersnelle sterren ontdekt.
Naar schatting moet het melkwegstelsel ongeveer duizend van zulke wegvliegende sterren bevatten.

Op 9 november 2005 is ook zo'n supersnelle ster in de Grote Maegelhaense Wolk ontdekt.

Vermoedelijk worden ze versneld in de kern van het melkwegstelsel, wanneer een dubbelster op korte afstand
langs een andere ster beweegt, of langs het superzware
zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel.

De sterren van zo’n dubbelster worden in deze situatie van elkaar gescheiden,
de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt weggeslingerd.

De sterren hebben de centrale schijf van onze melkweg, die 120.000 lichtjaar in doorsnede is,
inmiddels verlaten, maar bevinden zich nog wel in de bolvormige halo van onze melkweg,
die zich in alle richtingen vanaf de kern van de melkweg 300.000 lichtjaar uitstrekt.

Ze zullen de melkweg uiteindelijk verlaten.

Exoplaneet ontdekt, 26 januari 2006
De
ESA heeft een exoplaneet ontdekt die op de aarde lijkt, de planeet is 5,5 keer zo zwaar als de aarde.
De planeet draait in een vrij wijde baan, in ongeveer 10 jaar rond een koele rode
dwergster.

De rode dwergster waar de planeet omheen draait, is vijf keer minder helder dan onze zon,
dat betekend in combinatie met de afstand, die ruim 2 keer zo groot is als de afstand tussen
de aarde en de zon, dat het op de planeet zeer koud is, ongeveer -220 °C.

De exoplaneet is ontdekt op 10 augustus 2005, heeft waarschijnlijk een dunne atmosfeer en is mogelijk
bedekt met een dikke rotsachtige ijslaag en bevroren oceanen.

De afstand tussen de planeet en de rode dwergster is ongeveer 400 miljoen kilometer.

 


Exoplaneet

 

De nieuwe planeet heet voorlopig OGLE-2005-BLG-390Lb en is de lichtste exoplaneet die tot nu toe ontdekt is.
Als de planeet in ons
zonnestelsel gezet zou worden, zou hij zich ongeveer op de plek
van de
planetoïdengordel bevinden, tussen Mars en Jupiter.

Tien jaar geleden werd de allereerste exoplaneet gevonden, inmiddels staat de teller op ruim 160,
maar er werd nog nooit een planeet gevonden die zoveel op onze aarde lijkt.

De planeten die bij andere sterren zijn ontdekt, bestaan meestal uit gas, zoals Jupiter of Neptunus.
Deze planeet is de eerste die een vast oppervlak heeft, maar doordat het er zo koud is, is er geen leven.

De ster waar de exoplaneet omheen draait, staat in de buurt van het centrum van ons melkwegstelsel,
op een afstand van ongeveer 25.000
lichtjaar van de aarde.

 


Centrum melkwegstelsel

 

De planeet werd gevonden met een techniek die microlensing wordt genoemd, in dit geval werd het licht
van een ver weg gelegen ster gebruikt om een object tussen die ster en de aarde zichtbaar te maken.

Het object in het midden buigt door zijn zwaartekracht het licht van de verre bron af, dit wordt feller en daarna
zwakt het weer af, hierdoor kon de exoplaneet ontdekt worden, die zelf niet te zien is.

Dit is gebaseerd op de theorie van Albert Einstein in 1915 voorspelde.

Uit nauwkeurige waarnemingen door deze microlensing, verricht door telescopen over de wereld, PLANET,
en European Southern Observatory, kon de aanwezigheid, de baan en de massa van de planeet berekend worden.

Volgens de ESA is het de eerste keer dat een systeem ontdekt wordt,
dat voldoet aan de kenmerken van een zonnestelsel.

Twee ruimtemissies gaan de komende tijd het onderzoek naar aardachtige exoplaneten voortzetten.

Eind dit jaar wordt door de NASA de missie Corot gelanceerd, waar ESA aan meewerkt.
Die zoekt vooral naar planeten die een paar keer groter zijn dan de
aarde.

De Corot zal naar verwachting in juni gelanceerd worden en blijft in de buurt van de aarde.
Hij krijgt een telescoop van 30 centimeter in doorsnede, die erop wordt gemaakt om te zien wanneer
een planeet voor een ster langs trekt.

 


Corot telescoop

 

Bij ESA start de missie Darwin.

Vier ruimtetelescopen werken in die missie samen om planeten op te sporen,
die net zo groot zijn als onze aarde en niet al te ver weg staan.

Darwin zoekt bij ongeveer duizend sterren in onze buurt naar exoplaneten met een atmosfeer en tekenen van leven.

 


Darwin telescoop

 

Centrum melkwegstelsel, 14 januari 2006
Op een infrarode mozaïekfoto gemaakt door de
Spitzer Space Telescope
is het centrum van ons
melkwegstelsel te zien.

Het is de scherpste foto die ooit is gemaakt van onze melkweg.

 


Centrum melkweg

 

Op de foto zijn voornamelijk oude sterren te zien en honderdduizenden wolken van heet stof en gas
die oplichten door jonge, massieve
sterren.

Onze zon bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar van het centrum vandaan.
De zon doet 225 miljoen jaar over een rondje om het centrum van de melkweg.

Sinds haar ontstaan heeft de zon al 20 rondjes afgelegd.

Op 20 december 2005 is er met de Keck-2 telescoop ook een opname gemaakt van het centrum.

Perseus-spiraalarm, 27 december 2005
Uit waarnemingen met de
VLBA hebben radioastronomen ontdekt dat de Perseus-spiraalarm
van het melkwegstelsel, buiten de baan van de zon, veel minder ver van de
aarde
verwijderd is, dan uit eerdere onderzoeken was gebleken.

Het vaststellen van het melkwegstelsel is niet eenvoudig, omdat we er middenin zitten.

 


Perseus-spiraalarm en de zon

 

Op basis van bewegingen van sterren in de Perseus-spiraalarm was een afstand van 14.000 lichtjaar geschat.
De nieuwe VLBA waarnemingen hebben een afstand geschat van slechts 6400 lichtjaar.

Centrum melkwegstelsel, 20 december 2005
Astronomen hebben met behulp van de
Keck-2 telescoop een vrij scherpe
infraroodopname gemaakt van het centrum van het melkwegstelsel.

 


Het centrum van het melkwegstelsel is aangegeven door een kruis

 

In het midden van de opname is het nevelige centrum van het melkwegstelsel te zien,
dicht in de buurt van het superzware
zwarte gat.

2 november 2005
Superzwaar
zwart gat in de melkweg.

De VLBA heeft duidelijke waarnemingen gemaakt van de kern van de melkweg.

De Very Long Baseline Array, afgekort VLBA zijn 10 radiotelescopen
die aan elkaar gekoppeld, verspreid staan over de Verenigde Staten.

Met deze waarnemingen ontdekten radiosterrenkundigen een superzwaar zwart gat.
Dit zwarte gat heeft een massa van bijna 4 miljoen keer de massa van de
zon.

In de omgeving van het zwarte gat wordt sterke radiostraling opgewekt.
Deze bron werd ontdekt in 1974 en sindsdien aangewezen als mogelijk zwart gat van de melkweg.

De bron van deze straling is Sagittarius A en heeft hoogstens de afstand van de aarde tot de zon.
De afstand van de
aarde tot het zwarte gat is ongeveer 26.000 lichtjaar.

 


Sagittarius A, de witte bol is het zwarte gat

 

Door gebruik te maken van de Very Long Baseline Array kon de afmeting bepaald worden.

De astronomen deden hun VLBA-waarnemingen aan het melkwegstelsel in november 2002.
De conclusie is dat Sagittarius A zo goed als zeker een superzwaar zwart gat is.

Nieuwere nog betere waarnemingen moeten Sagittarius A dan laten zien als een schaduwschijfje
met een heldere ring eromheen.

Zo'n waarneming zou het zwarte gat in het centrum van de melkweg dan eindelijk rechtstreeks aantonen.

1 november 2005
De
FUSE heeft ontdekt dat de reuzenster Eta Carinae een dubbelster is.

Het is één van de zwaarste sterren van het melkwegstelsel, die op het punt staat zijn leven
in een krachtige
supernova-explosie te beëindigen.

 


Gaswolken van Eta Carinae gefotografeerd door de Hubble

 

De afgelopen jaren vermoedden de astronomen al een begeleider die in
5½ jaar in een baan om de ster heen draait.

De FUSE heeft nu de ultraviolette straling van een witte dwerg waargenomen
die om Eta Carinae heen draait.

De twee sterren produceren beiden een krachtige sterrenwind van elektrisch geladen deeltjes
en waar die met elkaar in botsing komen ontstaat elektromagnetische straling, dit is röntgenstraling.

17 september 2005
Onze melkweg heeft een grotere balkvorm in het midden (het oog), dan verwacht.

Deze conclusie trokken Amerikaanse astronomen uit infrarood beelden
van de
Spitzer-telescoop.

 


Balkspiraal

 

De balk bestaat uit oude, rode sterren en is ongeveer 27 duizend lichtjaar lang.
Hij staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de zon en het midden van de melkweg.

Dit betekent dat we in een sterrenstelsel leven met een ongewone vorm.

 

 


 

Mercurius

Mercurius staat het dichtst bij de zon.
Op
Pluto na is het de kleinste planeet.

Mercurius is een kale, droge planeet vol inslagkraters en lijkt op onze maan.
De doorsnede van Mercurius is 4880 kilometer.

Mercurius heeft een magnetisch veld, wat je niet zou verwachten bij zo'n kleine planeet.
Dit wijst erop dat Mercurius een kern heeft van gesmolten ijzer.

Het magnetisch veld werd ontdekt door de ruimtesonde Mariner 10, die in 1974 en 1975
langs Mercurius vloog op een afstand zo groot als die tussen de
aarde en de maan.

De samenstelling van de atmosfeer:

Mercurius heeft geen manen en is sinds de vroegere oudheid bekend.

De zon lijkt er wel drie keer zo groot als bij ons.
De gemiddelde afstand vanaf de zon is 58 miljoen kilometer.

 


Mercurius

 

Overdag is het er erg heet, gemiddeld 400°C (700 Kelvin), ’s nachts daalt de temperatuur sterk tot -183°C (90 Kelvin).
De zon schijnt er 11 keer zo sterk als op aarde.

Mercurius draait om zijn as in 58 dagen, 15 uur en 30 minuten en om de zon in 88 dagen.
Een jaar op Mercurius duurt veel korter dan op aarde.

Een dag duurt echter twee jaar, dit komt doordat Mercurius in dezelfde richting draait als de zon
en langzaam om haar as draait, zodat één kant lang naar de zon is gericht.

Oppervlak Mercurius bijna compleet, 17 december 2009

De eerste vrijwel complete mozaïek van het oppervlak van Mercurius is gemaakt.
Bijna 98 procent van het oppervlak is nu in beeld gebracht door MESSENGER.

Vanaf maart 2011 zal MESSENGER in een baan om Mercurius draaien, het oppervlak
verder onderzoeken en de laatste twee procent van het oppervlak fotograferen.


Mercurius bijna compleet


MESSENGER vliegt langs Mercurius, 29 september, 2009

Om 23.55 uur vanavond vliegt MESSENGER op een afstand van 230 kilometer langs Mercurius.

Deze manoeuvre is de derde en laatste die nodig is om de ruimtesonde de juiste koers en snelheid
te geven om op 18 maart 2011, in een baan om de planeet te kunnen worden gebracht

Net als bij de twee vorige vluchten worden ongeveer 1500 opnamen van het oppervlak gemaakt
en wordt de extreem ijle atmosfeer onderzocht.


Derde flyby van de MESSENGER

Opnames gemaakt tijdens de flyby laten een deel van het oppervlak zien dat nog niet eerder
in kaart is gebracht, waaronder een inslagbekken van 260 kilometer groot.

Toen MESSENGER door de schaduw van Mercurius vloog, werd het contact met de
aarde verbroken.
Waarom de ruimtesonde naar de veilige modus overschakelde is niet duidelijk,
maar later kon hij weer gewoon worden opgestart.

Nieuw groot inslagbasin


Groot inslagbekken op Mercurius krijgt een naam
, 3 mei 2009

Op Mercurius heeft een inslagbekken de naam gekregen van de schilder Rembrandt van Rijn.
Het inslagbekken is ontdekt op 6 oktober 2009, heeft een doorsnede van
715 kilometer en is bijna 4 miljard jaar oud.
Bijna alle kraters en andere oppervlaktestructuren
zijn genoemd naar schrijvers, componisten en beeldend kunstenaars.

Op 14 januari en op 6 oktober 2008 vloog Messenger op 200 kilometer afstand langs
Mercurius en legde tijdens de flyby van 6 oktober 30% van onbekend oppervlak vast.
In totaal is nu 95% van het oppervlak in kaart gebracht.
Op 29 september 2009 is de derde flyby.


Inslagbekken Rembrandt op Mercurius

De grootste inslagstructuur is het Caloris-bekken, met een doorsnede van 1550 kilometer,
dit is bijna 1/3 van de doorsnede van Mercurius en is ontdekt
op opnamen in 1974 en 1975
gemaakt door Mariner 10. Net als Beethoven (625 kilometer) en Tolstoj (510 kilometer),
hun bodembekkens bestaan uit gestolde lavavlakken.

Sommige sterrenkundigen denken dat de hoge soortelijke dichtheid van Mercurius veroorzaakt
is door inslagen, waarbij de buitenste delen van de mantel in de ruimte zijn geslingerd,
terwijl de veel zwaardere mantel intact bleef.

Kraters op Mercurius krijgen namen, 2 december 2008

Op Mercurius krijgen vijftien kraters, die in beeld zijn gebracht door de MESSENGER,
een officiële naam van de Internationale Astronomische Unie.

 


Mercurius met namen

 

Kraters op Mercurius krijgen namen van schrijvers, componisten en beelden kunstenaars.
In april werden al kraters op Mercurius benoemd. De anderen zijn vernoemd naar
de Spaanse kunstenaar, schilder Salvador Dalí, de Russische componist Mikhail Glinka,
de Noorse schilder Edvard Munch en de Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe.

Mercurius voor 95% in beeld gebracht, 8 november 2008

Door de flyby van MESSENGER op 6 oktober langs Mercurius, is nu 95 procent van
het oppervlak gefotografeerd. Mariner 10 legde in 1974 ruim de helft van het oppervlak vast.

MESSENGER fotografeerde in januari 2008 een klein deel van het onbekende halfrond,
en daarna nog eens dertig procent van het oppervlak, ter grootte van Zuid-Amerika.

 


MESSENGER flyby's

 

Uit de ruim 1200 foto's blijkt dat het oppervlak er in grote lijnen overal hetzelfde uitziet:
oude kratervelden, afgewisseld met inslagbekkens. Meetinstrumenten van MESSENGER
stelden vast dat Mercurius een symmetrisch magnetisch veld heeft, en dat er in
de extreem ijle exosfeer natrium, calcium, waterstof en magnesium.

MESSENGER maakt opnames van Mercurius, 9 oktober 2008

MESSENGER heeft honderden opnamen van het kraterrijke oppervlak van Mercurius
gemaakt en doorgegeven naar de
aarde. Op de eerste foto die de NASA
heeft vrijgegeven, is de opvallend heldere krater Kuiper te zien, die
genoemd is naar de Nederlands/Amerikaanse astronoom Gerard Kuiper.

De heldere krater in het midden van de opname is de Kuiper krater, die ook al te zien was
op foto's die in de zeventiger jaren werden gemaakt tijdens de missie van de Mariner 10.

 


Mercurius in het midden Kuiper krater (wit)

 

Het gebied ten oosten van deze krater, dit is aan de rechterkant, is nooit eerder gefotografeerd.
Opvallend zijn de grote stralenstelsels die zich bijna over de gehele planeet uitstrekken.
Deze lange kraterstralen zijn lichte strepen op het oppervlak, die zich vanuit het kratercentrum lopen.

De kraterstralen en de lichte kraterbassins in bovenstaande foto wijzen op jonge kraters.
De kraterstralen worden door de tijd uitgewist door zonnewind en meteorieten. MESSENGER
maakte deze compositiefoto op 27000 kilometer afstand, anderhalf uur na de dichtstbijzijnde flyby.

Op de opname ligt de Kuiper krater links van het midden en is waarschijnlijk de jongste
en helderste krater met een doorsnede van 60 kilometer.

Machaut is een krater met een doorsnede van ongeveer 100 kilometer.
MESSENGER maakte de opname op 6 oktober 2008.

De schaduwen van een paar kleinere kraters in de grote krater zijn goed te zien.
De grootste krater is waarschijnlijk vol gelopen met lava net als de rest van de bodem
van Machaut. De bodem en de richels in de krater worden onderzocht.

 


Machaut krater op Mercurius

 

Messenger ziet Mercurius, 3 oktober 2008

Maandag 6 oktober vliegt MESSENGER voor een tweede keer langs Mercurius.
Er zal een groot deel van het oppervlak, wat nog niet bekend is, worden gefotografeerd.
Daarbij wordt het kraterrijke oppervlak tot 200 kilometer genaderd.

Er zal gebruik gemaakt worden van een laser hoogtemeter, zodat foto's en hoogtemetingen
met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Ook zal MESSENGER de atmosfeer en geladen
deeltjes in zijn magnetisch veld onderzoeken. De topografie bepalen en de massa opmeten.

 


Messenger ziet Mercurius

 

Deze flyby is de tweede van de drie die plaatsvinden voordat MESSENGER in een baan
om de planeet komt in 2011. Voor de eerste flyby in januari dit jaar, was bijna
de helft van het oppervlak van Mercurius nog nooit gezien.

Tijdens de flyby worden honderden foto's gemaakt en metingen verricht,
maar het hoofddoel is het verkrijgen van de juiste koers en snelheid.

Mercurius en zijn geheimen, 6 juli 2008

Het oppervlak van Mercurius is voor een belangrijk deel bepaald door vulkanisme.
De planeet is 35 procent sterker gekrompen doordat de kern afkoelt dan tot nu toe werd gedacht.
Dit komt onder andere door haar sterke magnetische veld, die wordt opgewekt in de vloeibare buitenkern.

De kern die voornamelijk uit ijzer bestaat neemt zestig procent van de totale massa in.
Sinds het ontstaan van Mercurius is ze al 1,5 kilometer kleiner geworden.

De gesteenten in de mantel zijn opmerkelijk arm aan ijzer. Dit zijn conclusies die onderzoekers trekken,
door bestudering van foto's en metingen die in januari 2008 werden verkregen door de
MESSENGER.
Deze vloog op een afstand van 200 kilometer langs Mercurius.

 


Mercurius opname door Messenger

 

Onechte kleurenfoto van het grote Caloris-inslagbekken op Mercurius (gele plek).

Op de opnamen zijn talrijke inslagvormen te zien die op vulkanische activiteit wijzen.
Het gaat om heldere afzettingen langs de randen van het bekken, inslagkraters in het bekken
zijn volgelopen met lava, dit is te zien aan de vervormende structuren van de lava.

Hierdoor lijkt Mercurius op de maan, die ook volgelopen bekkens met lava heeft (Mare).
Het verschil met de
aarde en Mars is, dat hier het vulkanisme vooral grote vulkanen achterliet.

Door eerder onderzoek was men al meer te weten gekomen over de atmosfeer van Mercurius
en zijn Si-, Na-, H-ionen ontdekt, (silicium, natrium en waterstofionen).

Donkere kransen op Mercurius, 9 maart 2008

Op opnamen van de Messenger die op 14 januari 2008 van Mercurius zijn gemaakt, laten kraters zien
met een merkwaardige donkere krans of halo. Op de bodem van één van die kraters ligt juist weer
helder materiaal. Waar deze opmerkelijke kenmerken vandaan komen, is nog onduidelijk.

Mogelijk is er op Mercurius een ondergrondse laag van donker materiaal aanwezig, die boven komt als
inslaande objecten de juiste diepte bereiken en donkerkleurige richels rondom de kraters vormen.

Een andere mogelijkheid is dat het donkere materiaal rond de kraters bij de inslag zelf is ontstaan,
waarbij de onderliggende rotsen zijn gesmolten. Dit materiaal is naar buiten geslingerd en weer gestold in
de vorm van donker, glasachtig materiaal, zoals die ook rond kraters op de
aarde en de maan is aangetroffen.

 


Kraters in het Caloris basin

 

De donkere halo's op Mercurius zijn veel opvallender en completer dan op de maan,
maar dat kan komen door de grotere zwaartekracht van Mercurius, die ervoor zorgt
dat het materiaal zich niet ver van de inslagplek kan verwijderen.

Maar hoe het heldere materiaal is ontstaan in één van de kraters is niet duidelijk. Dit materiaal
weerkaatst het zonlicht op dezelfde manier als ijs zou doen, maar het is onmogelijk dat het heldere materiaal
uit ijs bestaat. De temperatuur binnen de kraters kan overdag immers oplopen tot 400 graden Celsius.

Misschien dat onderzoek van de spectrometrische waarnemingen meer
duidelijkheid geeft over het materiaal waar deze krater uit bestaat.

 


Een andere krater op de zuidpool

 

Magnetisch veld van Mercurius, 3 februari 2008

Mercurius lijkt op de maan, maar toch zijn de verschillen groot. Mercurius heeft enorme kliffen
die zich over honderden kilometers uitstrekken, dit is ontstaan door breukvorming
die vroeg in de geschiedenis van Mercurius heeft plaatsgevonden.

Messenger heeft opnamen gemaakt van het centrum van het reusachtige inslagbekken Caloris,
die een merkwaardige structuur heeft in de vorm van een spin met een krater in het midden,
die een doorsnede heeft van 40 kilometer.

In het zonnestelsel zijn geen vergelijkbare structuren bekend, zodat de spin vrij bijzonder is.
De spin bestaat uit scheuren die vanuit het midden van de spin naar buiten lopen.
De scheuren lijken te zijn ontstaan door het plaatselijk uitzetten van de korst.

 


De spin in de Caloris krater

 

Alle kraters op Mercurius zijn anders dan die op de maan, waarschijnlijk komt dit
door de grotere zwaartekracht aan het oppervlak. Hierdoor valt het materiaal
dat bij een inslag wordt opgeworpen niet ver van de kraterrand neer.
Opnamen van de Messenger laten zien dat het oppervlak van Mercurius grotendeels
gevormd is door vulkanische activiteit. De inslagkraters zijn gedeeltelijk opgevuld met lava.

Het magnetisch veld is in de afgelopen dertig jaar sinds de Mariner 10 langs Mercurius scheerde,
vrij constant qua sterkte gebleven. Waarschijnlijk wordt het magnetische veld van Mercurius,
net als dat van de
aarde, door de dynamowerking van vloeibare metalen in de kern opgewekt.
Het is niet bekend hoe de planeet nog een vloeibare kern kan hebben, terwijl dat bij
Venus en Mars niet meer is.

Metingen van het magnetisch veld van Mercurius wijzen uit dat deze tweepolig is, dit betekent
dat het magnetisch veld een noord- en een zuidpool heeft, net als bij de aarde. Dit is ook
een aanwijzing dat het magnetisch veld van Mercurius zijn oorsprong heeft in de kern.

 


Magnetisch veld van Mercurius

 

Messenger heeft daarnaast metingen verricht van de gasvormige staart van waterstof en natrium,
die afkomstig zijn uit de zeer ijle atmosfeer van Mercurius en aan de planeet ontsnappen.
De grootste concentratie van gassen bevinden zich boven het noordelijk halfrond van de planeet.

Messenger zal nog twee flyby's bij Mercurius verrichten, op 6 oktober 2008 en 29 september 2009.
Bij iedere flyby wordt hij door de zwaartekracht van Mercurius afgeremd,
om op 18 maart 2011 in zijn omloopbaan terecht te komen.
Het is de bedoeling dat Messenger dan nog minstens een jaar zal functioneren.

Nieuwe opnamen van Mercurius, 22 januari 2008

Er zijn 1200 opnamen van de Messenger binnengekomen, van wat voorheen
onbekend gebied was, het zijn voornamelijk kraterlandschappen.

 


Zuidpool van Mercurius

 


Krater Sholem Aleichem (in de schaduw) op Mercurius

 

De inslagkrater Caloris, die tot de grootste van het zonnestelsel behoort,
laat een beetje de bodem van
Mercurius zien.
Onderzoekers hadden verwacht dat de bodem van Caloris donker zou zijn,
net als de grote zeeën (Mare) van gestolde lava op de
maan.
Maar de bodem is helder van kleur, met verschillende kleurcombinaties, die iets
kunnen zeggen over de mineralogische samenstelling van de korst van Mercurius.

Opname van Mercurius, 17 januari 2008

Na de flyby van Messenger langs Mercurius is een foto vrijgegeven.
De foto is 80 minuten na de dichtste nadering van Messenger gemaakt op een afstand van 27.000 km, het
meeste op de foto is nog niet eerder gezien op foto's van
Mariner 10 en laat een zwaar bekraterd oppervlak zien.

 


Messenger maakt opname van Mercurius

 

De foto is genomen op 14 januari om 21:24 uur.
Het lichte gebied rechtsboven is het Caloris bassin, of Bassin van de Hitte.
Wanneer Mercurius het dichtst bij de
zon staat, ontvangt het bassin de meeste hitte.
Het grote inslagbekken Caloris heeft een doorsnede van 1550 kilometer en is 3,8 tot 3,9 miljard jaar oud.

Op 16 januari is een tweede foto (onder) vrijgegeven, waarop rechtsboven de bekende dubbele krater Vivaldi te zien is.

 


Krater Vivaldi op Mercurius

 

Messenger vliegt langs Mercurius, 10 januari 2008

Mercurius krijgt 14 januari voor het eerst in bijna 33 jaar weer bezoek van ruimtesonde, Messenger.
Op 9 januari zal Mercury Dual Imaging System, de camera van de Messenger, foto's gaan nemen,
terwijl de ruimtesonde op Mercurius afkoerst.

 


Opname Mercurius gemaakt door Messenger

 

De Messenger ligt goed op koers om Mercurius op een hoogte van 202 kilometer voorbij te scheren,
maar heeft nog niet de juiste snelheid om in een baan om de planeet te komen,
hier zijn nog drie scheervluchten (flyby's) voor nodig.

Bij deze eerste flyby zullen 1200 opnamen worden gemaakt, waarvan sommige van een afstand
van niet meer dan 200 kilometer. Het is voor het eerst dat een deel van Mercurius in beeld wordt gebracht,
dat niet eerder door een ruimtesonde gefotografeerd is, waaronder een stuk van het Caloris-bekken,
een 1550 kilometer grote inslagkrater. Er worden observaties gemaakt van de samenstelling van
het oppervlak en de atmosfeer en de magnetosfeer wordt onderzocht.

Mercurius vloeibare kern, 6 mei 2007

Met radartechnieken hebben onderzoekers vastgesteld dat de kern van Mercurius op zijn minst voor een deel vloeibaar is.
Dit is afgeleid uit een heel kleine variatie in de aswenteling van de planeet tijdens zijn baan om de
zon.
Deze schommelingen wijzen erop dat de kern van Mercurius min of meer vrij kan bewegen ten opzichte van
de omringende mantel (en korst) en dat is alleen mogelijk als die kern (deels) vloeibaar is.

Mercurius behoort net als Uranus en Neptunus tot de minst onderzochte planeten van ons zonnestelsel en heeft in 1974 éénmaal
bezoek gehad van een ruimtesonde, de
Mariner 10, deze ontdekte onder meer dat Mercurius een zwak magnetisch veld heeft.
Dit zou in een vloeibare kern kunnen worden opgewekt, maar ook van een fossiel veld uit vroeger tijden kunnen zijn.

 


Binnenste van Mercurius

 

Mercurius is dermate klein (massa van vijf procent van de aarde) dat men verwachtte dat zijn kern al lang geleden gestold zou zijn.
Om dit te onderzoeken heeft men met de radiotelescoop van Goldstone in de VS, radiogolven naar Mercurius gestuurd.
De radiotelescoop van Green Bank ving de zwakke radarreflecties op om minuscule schommelingen in zijn draaiing op te sporen.

Vooraf was berekend dat een vloeibare kern tot tweemaal zo grote schommelingen zou veroorzaken als een vaste kern.
Uit de metingen blijkt volgens de onderzoekers met 95% zekerheid dat de kern van Mercurius vloeibaar is.

Messenger flyby langs Venus, 5 juni 2007

Dinsdagmiddag 5 juni, is de tweede flyby van de MESSENGER langs Venus, de kortste afstand tot Venus is dan 340 km.
De flyby helpt de MESSENGER verder op weg naar
Mercurius en om zijn snelheid te verlagen van 37 naar 28 kilometer per seconde.

 


Messenger flyby langs Venus

 

Tijdens de eerste flyby in oktober 2006, werden geen wetenschappelijke waarnemingen gedaan, omdat Venus
toen aan de andere kant van de zon stond, wat radiocommunicatie met de
aarde onmogelijk maakte.
Nu is de stand van Venus goed en zal onder andere het wolkendek van Venus bestudeerd worden.
MESSENGER gaat samen met de
Venus Express, die al geruime tijd om Venus draait, de invloed
van de zonnewind op de ionosfeer van de planeet onderzoeken.

Pas in januari 2008 heeft MESSENGER zijn eerste flyby bij Mercurius in oktober 2008 de tweede
en in september 2009 de derde flyby, de MESSENGER heeft aan het eind in 7 jaar
een afstand afgelegd van 7,9 miljard kilometer en 15 loopings langs de
zon.

 


Flyby langs Venus

 

MESSENGER heeft zeven wetenschappelijke instrumenten aan boord en zal het eerste ruimtevaartuig zijn die in een baan
om Mercurius draait en de eerste die onderzoek gaat uitvoeren over Mercurius sinds meer dan 30 jaar geleden.

Gedurende deze week zijn Venus en Mercurius aan de hemel te zien in de westelijke en noordwestelijke richting.
Venus is in het westen te zien als heldere avondster.

Messenger nadert Mercurius, 24 juni 2006

De Messenger van de NASA komt steeds dichter in de buurt van Mercurius.
De ruimtesonde heeft zich afgelopen woensdag 180 graden gedraaid,
dit vanwege de warmte van de
zon.

De zonnewering, een soort hitteschild, is nu gericht naar de zon,
waardoor de temperaturen in de ruimtesonde niet te hoog stijgen.

De manoeuvre duurde 16 minuten en was bedoeld om de temperaturen laag te houden,
anders zouden de onderdelen in de ruimtesonde te warm worden.
De afstand tot de
aarde was 196.5 miljoen kilometer en 144.6 miljoen kilometer tot de zon.

 


Messenger nadert Mercurius

 

De eerste flyby van de Messenger langs Venus is op 24 oktober dit jaar, daarvoor zullen nog
diverse testen plaatsvinden om te kijken of alle instrumenten goed functioneren.

Pas in 2011 zal de Messenger in een baan om Mercurius draaien. Tot die tijd volgen er nog een paar flyby's.
Tweemaal langs Venus (2006 en 2007) en driemaal langs Mercurius (twee keer in 2008 en een keer in 2009).

Mercurius-materiaal mogelijk ook op aarde, 5 april 2006

Mercurius is de binnenste planeet van het zonnestelsel en bevat een ongewoon grote kern van ijzer en nikkel, rood
op de foto. Bij het ontstaan van het zonnestelsel gaat men er vanuit, dat Mercurius een veel dikkere gesteentemantel
heeft gehad. De mantel, blauw op de foto, zou bij een zware kosmische botsing in de ontstaansperiode van
het zonnestelsel, 4,6 miljard jaar geleden, voor het grootste deel zijn verbrijzeld en de ruimte in zijn geslingerd.

 


Computermodel van de inslag op Mercurius

 

Dat er op aarde meteorieten liggen die afkomstig zijn van de maan en van Mars is al langer bekend.
Maar dat onze aarde ook zestien triljoen kilogram - een 1 met 18 nullen - Mercuriusmateriaal bevat, is nieuw.

Computernabootsingen laten nu zien dat het weggeworpen materiaal in zo'n geval voor een belangrijk deel
naar buiten geblazen kan worden door de stralingsdruk van de
zon en grote hoeveelheden
Mercurius-materiaal op
Venus en op de aarde terecht konden komen.

Hieruit heeft men afgeleid dat de planeet zeer dicht is en daardoor voor het grootste deel uit een metalen kern bestaat.
Het is nu aan
de Messenger om te kijken of dat ook inderdaad zo is.

Mercurius krijgt bezoek van twee ruimtesondes, 30 maart 2006

In augustus 2013 zal de ESA voor het eerst een ruimtesonde lanceren, de BepiColombo missie,
die een bezoek moet brengen aan Mercurius en ook wel de Boodschapper van de goden wordt genoemd.
Mercurius is de binnenste planeet, hij draait zo dicht bij de zon dat er hoge temperaturen heersen en dat
er sterke straling is. Door zijn bijzondere baan is het zeker de moeite om een ruimtesonde naar Mercurius te sturen.

De missie werd vernoemd naar de Italiaanse wiskundige Giuseppe Bepi Colombo en zal gelanceerd worden
door middel van een Soyuz-Fregat raket van op de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana,
hiervandaan zullen in 2008 Soyuz raketten gelanceerd worden.

BepiColombo bestaat uit drie componenten: een Europese en Japanse ruimtesonde
en een motorgedeelte dat beide sondes bij Mercurius moet sturen.
De ruimtesonde is bijna vijf meter hoog zijn en weegt ongeveer drie ton,
waarvan de helft door brandstof wordt ingenomen.

De lanceerraket zal een Sojoez 2-1B zijn met een aangepaste bovenste Fregat M-rakettrap.
Na een reis van zes jaar zal BepiColombo in augustus 2019 zijn doel bereiken en beginnen aan het onderzoek van Mercurius.

 


BepiColombo missie

 

Er worden met deze missie twee ruimtevaartuigen gelanceerd de Europese Mercury Planetary Orbiter, MPO
en de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter, MMO, die gebouwd wordt door de Japanse ruimtevaartorganisatie
JAXA. ESA en JAXA zijn enorm geïnteresseerd in onze binnenste planeet, omdat men tot nu toe zeer weinig weet
over de structuur, het oppervlak en het magnetisch veld van Mercurius.

MPO zal bij het lanceren een gewicht hebben van 600 kilogram en wordt ontworpen om Mercurius
gedurende één jaar lang te onderzoeken, MMO heeft bij het lanceren een gewicht van 250 kilogram
en zal eveneens een levensduur hebben van één jaar.

Beide sondes zullen er na de lancering in 2013 er zes jaar over doen voor ze in 2019 bij Mercurius aankomen, waarna
de twee ruimtesondes elk in een verschillende baan om de planeet gebracht worden en kunnen ze van start gaan
met hun wetenschappelijk onderzoek die vooral bestaat uit het onderzoeken van het Mercurius oppervlak,
zijn inwendige structuur en zijn magnetisch veld. De Japanse ruimtesonde MMO zal tijdens dit onderzoek al zijn
gegevens doorsturen naar de Europese ruimtesonde MPO, die ze dan op zijn beurt zal doorsturen naar de aarde.

 


MPO

 

De Europese MPO ruimtesonde zal zich in een baan om Mercurius bevinden op een hoogte tussen
de 400 en 12.000 kilometer boven het oppervlak en als beide sondes na een jaar lang nog optimaal
functioneren kunnen beide missies met nog één jaar verlengd worden.

Mariner 10 van de NASA ontdekte dat Mercurius over een redelijk sterk magnetisch veld beschikt.
Dit magnetisch veld zal één van de belangrijkste onderdelen zijn die de twee BepiColombo ruimtesondes
moeten onderzoeken en dit zal gebeuren door een magnetometer aan boord van de MPO die wordt
ontwikkeld door Duitse, Oostenrijkse, Britse en Japanse onderzoekers.

Dit is niet de eerste keer dat Europa samenwerkt met andere ruimtevaartorganisaties tijdens een onbemande missie
en tevens ook de duurste en grootste missie zal worden uit het Europese onbemande ruimtevaartprogramma.

Op technisch vlak zal eveneens zeer veel verlangt worden van deze twee ruimtevaartuigen en de reis naar Mercurius
zal een hele moeilijke onderneming worden, doordat de twee ruimtevaartuigen de aantrekkingskracht van de
zon
moeten weerstaan en dit kan alleen verwezenlijkt worden door gebruik te maken van de aantrekkingskracht van
de
maan, Venus en Mercurius. Vandaag de dag wordt in het ESA onderzoekcentrum ESTEC, dat gevestigd is in
Noordwijk, begonnen aan de eerste belangrijke onderdelen die beide ruimtevaartuigen aan boord zullen hebben
en worden verschillende technologieën en materialen getest die weerstand kunnen bieden aan de hoge temperaturen
die zich nabij Mercurius voordoen, doordat deze planeet zich zeer dicht bij de zon bevind.

 

 


 

Messenger

De Messenger werd in augustus 2004 gelanceerd, om in maart 2011 bij Mercurius aan te komen.

De Messenger is door de NASA ontworpen om Mercurius te onderzoeken,
de kosten bedragen 427 miljoen dollar en weegt 1100 kilogram.

Messenger betekent Mercury Surface, Space Environment, Geochemistry and Ranging.

 


Messenger

 

Messenger is op de helft van haar reis, 22 november 2007

De Messenger heeft de helft van haar 6,6 jaar durende reis afgelegd.

Op 14 januari 2008, zal ze voor de eerste keer langs haar uiteindelijke doel Mercurius vliegen
op een afstand van maar 200 km. Het is 32 jaar geleden dat de Mariner 10 in 1974 en 1975
Mercurius passeerde, tijd voor een nieuw onderzoek aan de binnenste planeet van ons
zonnestelsel.

Na enkele koerscorrecties en 2 passages langs deze planeet om haar snelheid te verminderen,
zal Messenger op 18 maart 2011 haar doel bereiken.

 


Messenger en Mercurius

 

Messenger op weg naar Mercurius, 27 oktober 2007

Op 250 miljoen kilometer afstand van onze aarde, heeft de Messenger
met succes twee kritische koerscorrecties ondernomen.

Zijn baan is nu zo gewijzigd dat hij Mercurius voor het eerst zal naderen op 14 januari 2008.

Deze correctie was de tweede in een reeks van 5 Deep-Space Maneuvers (DSM)
die de ruimtesonde helpen zijn uiteindelijke doel te bereiken.

 


Waar is Messenger

 

13 december 2005
Om 12.30 uur werd een grote succesvolle koerswijziging uitgevoerd om de Messenger
in de goede baan te brengen, om op 24 oktober 2006 langs Venus te vliegen.

 


Baan van de Messenger

 

De grote motor ging 524 seconden aan en veranderde de koers met 316 meter per seconde.
dit moet nog 5 keer gebruikt worden voor koerswijziging.

De ruimtesonde vliegt één keer langs de aarde, twee keer rond Venus,
3 keer rond Mercurius en ook nog 15 loopings rond de zon.

3 augustus 2004
De Messenger is gelanceerd, het doel is om de planeet Mercurius gedurende een jaar in kaart te brengen.
Via een ingewikkelde weg komt de Messenger bij Mercurius aan.

De ruimtesonde kan niet in één keer naar Mercurius, want dan is de snelheid
van dertien kilometer oer seconde bij aankomst veel te hoog.

De Messenger moet afgeremd worden door langs de binnenkant van de planeten te vliegen,
waardoor de snelheid wordt afgeremd, door flyby's krijgen ze juist meer snelheid.

In 2006 en 2007 komt hij langs Venus, in 2008 en 2009 ook nog eens 3 keer langs Mercurius
voordat hij in maart 2011 in een baan rond de planeet komt,
op een afstand van ongeveer 200 kilometer van het oppervlak.

In 2012 zal de reis van de Messenger eindigen door een inslag in één van de kraters op de planeet.

 

 


 

Meteosat Second Generation, MSG

Op 28 augustus 2002 werd de eerste weersatelliet, de Meteosat-8 van de nieuwe serie
Meteosat Second Generation, MGS, gelanceerd en in januari 2004 in gebruik genomen.

MSG wordt ontwikkeld door ESA in samenwerking EUMETSAT.

De satellieten zijn 2,4 meter hoog en hebben een doorsnede van 3,2 meter.
Het gewicht van de MSG satelliet is 2035 kilogram en het is de bedoeling
dat de satelliet ongeveer 7 jaar zijn werk doet.

De totale kosten bedragen 1,3 miljard euro, waarvan 2/3 wordt betaald door ESA en 1/3 door EUMETSAT.

 


Meteosat-satelliet

 

De Meteosat-satellieten verruimen de mogelijkheden voor weersverwachtingen en waarschuwingen
voor extreem weer, maar ook voor klimaatonderzoek, met name voor onderzoek naar straling,
temperatuur van zee- en landoppervlak, wolken en neerslag.

Ook de vegetatie op het aardoppervlak kan in kaart worden gebracht.

MSG satellieten staan op een vast punt, 35.800 kilometer, boven de aarde en zenden ieder kwartier gegevens door.
De derde Meteosat-satelliet wordt gelanceerd in 2008-2009 en vervangt na verloop van tijd Meteosat-8.

De vierde satelliet wordt gelanceerd in 2010-2011, vervangt Meteosat-9 en zal dienst doen tot ongeveer 2018.

De oude Meteosat-satellieten hebben 25 jaar gewerkt.

Meteosat-9 gelanceerd, 22 december 2005
ESA's nieuwste weersatelliet Meteosat-9 is gelanceerd vanaf de Europese lanceerbasis Kourou in Frans Guyana.

Het is de tweede satelliet in de MSG-serie, Meteosat Second Generation,
die in een baan om de
aarde werd gebracht.

 


Lancering Meteosat-9

 

Sinds 1977 gebruiken meteorologen weersatellieten om het weer te voorspellen.
De oude Meteosat-satellieten worden vervangen door de nieuwe tweede serie satellietsystemen.

Tot 2018 gaan 4 satellieten voordurend voor weersinformatie zorgen.
Verwacht wordt dat Meteosat-9 over een half jaar volledig in gebruik kan worden genomen.

 

 


 

MIR

MIR betekent in het Russisch vrede en wereld.

De eerste module van het ruimtestation werd gelanceerd op 19 februari 1986
en het laatste deel in 1996, het ruimteschip diende voor wetenschappelijk onderzoek.

 


MIR

 

Op 23 maart 2001 keerde de MIR na 15 jaar terug naar de aarde om in grote brokstukken
neer te storten in de Grote Oceaan, hij werd te onstabiel en was onveilig.