INFO OVER HET ZONNESTELSEL

 

K

 

Keck-2 Telescoop

 


De Keck-2

 

De Keck-2 telescoop staat op de slapende vulkaan Mauna Kea in Hawaï 4200 meter hoog, voor waarnemingen
is dit ideaal, heel donkere nachten en een kalme droge en stofvrije atmosfeer.

Sinds juli 1994 is de Keck-2 telescoop in gebruik.

Op de Mauna Kea bevindt zich ook de SMA - Sub Millimeter Aray,
voor het waarnemen van submillimeterstraling.

 


SMA

 

Het is een netwerk van acht radiotelescopen, elk met een schotelantenne van zes meter in doorsnede.
Submillimeterstraling is elektromagnetische straling met een golflengte tussen 0,3 en 0,7 millimeter.

 

 


Kelvin

Kelvin, symbool: K, is het absolute nulpunt.

0 K is de laagste temperatuur die theoretisch bereikbaar is, dat is omgerekend -273,15°C.

De schaal van Kelvin is afgeleid van de schaal van Celsius, maar dan met een ander nulpunt.

 

 


 

Kepler, Johannes 1571-1630

Johannes Kepler was een Duitse astronoom.

Hij legde uit dat de omloopbanen van planeten ellipsen vormen.

Ook toonde hij aan dat ze dichtbij de zon het snelst bewegen en verder weg, langzamer.
Planeten op grote afstand bewegen langzamer.

 


Johannes Kepler

 

 



Kepler-ruimtetelescoop

NASA gaat met ruimtetelescoop Kepler op zoek naar planeten zoals de aarde.
De Kepler is vernoemd naar de Duitse astronoom Johannes Kepler.
De telescoop zoekt naar aardeachtige planeten, omdat wetenschappers
ervan uitgaan dat alleen daar leven mogelijk is.

De planeet moet niet te heet en niet te koud zijn, een vaste structuur en vloeibaar water
hebben en net zo ver van zijn ster staan als de aarde van de zon, ongeveer 150 miljoen kilometer.

Ook moeten de ster en de planeet ongeveer even groot zijn als de zon en de aarde.
Om dit te vinden zal Kepler ruim drie jaar ongeveer honderdduizend sterren
in de sterrenbeelden Zwaan en Lier onderzoeken.

Wanneer een planeet voor een ster langsgaat, kan de Kepler waarnemen
dat het licht van de ster iets minder fel wordt.

De Kepler is zo speciaal dat als hij ’s nachts naar een dorp op aarde zou kijken,
hij zou kunnen zien dat de straatverlichting iets dimt als iemand er voorbij loopt.



Baan van Kepler



Kepler kijkt naar de sterren, 10 april 2009

De Kepler telescoop heeft sinds 8 april vrij uitzicht op het heelal.
De ovale stofkap, 1,7 bij 1,3 meter groot, is met succes afgestoten.



Stofkap van Kepler


De stofkap moest tijdens de lancering de gevoelige optiek en elektronica beschermen.
De komende weken worden de detectoren van de Kepler-telescoop
nauwkeurig gesteld en beginnen de wetenschappelijke waarnemingen.


Kepler gelanceerd, 7 maart 2009

Zaterdagochtend vroeg om 04.50 uur Nederlandse tijd is Kepler met succes
gelanceerd vanaf het Kennedy Space Center in Florida.


Lancering Kepler

De satelliet is eerst in een lage baan rond de aarde gebracht, daarna wordt hij
door de derde rakettrap sterk versneld om aan het zwaartekrachtsveld van de aarde
te ontsnappen en in een eigen baan om de zon terecht te komen.

Kepler gaat de komende 3½ jaar op zoek naar rotsachtige exoplaneten.

Tot nu toe zijn ongeveer 350 exoplaneten gevonden, maar de meeste zijn veel groter
dan de aarde en te heet. Om leven te kunnen vormen is vloeibaar water nodig.

Kepler wordt gelanceerd, 6 maart 2009

Op Cape Canaveral staat een Delta 2 draagraket klaar om Kepler in een baan om de aarde
te brengen. De lancering vindt komende nacht om 4.49 uur Nederlandse tijd plaats.
De weersvooruitzichten zijn goed.

Als de lancering volgens plan verloopt, maakt Kepler zich na iets meer dan een uur
los van de derde en laatste rakettrap en vervolgt vanaf dan zijn eigen baan.
De satelliet draait om de zon, achter de aarde aan, de afstand
wordt in de loop van de jaren geleidelijk aan groter.


Onderzoeksgebied van Kepler


Over ongeveer twee maanden begint Kepler met het meten van kleine periodieke afnamen
in de sterhelderheden van 100.000 sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier, om zo
de aanwezigheid van planeten met de eigenschappen van onze aarde te vinden.
Over ongeveer drie jaar hoopt men hierover uitsluitsel te kunnen geven.

Kepler klaar voor lancering

De Kepler-satelliet is begin januari van Ball Aerospace in Boulder, Colorado, vervoerd

naar Florida. Op 6 maart 2009 wordt de kunstmaan met een Delta II-raket gelanceerd.

Kepler gaat op zoek naar planeten bij andere sterren en houdt van ruim honderdduizend sterren
de helderheid in de gaten. Als deze sterren vergezeld worden door planeten waarvan we de baan
van opzij zien, zullen er regelmatig planeetovergangen plaatsvinden.



Keppler klaar voor lancering

Tijdens zo'n overgang is de ster enkele uren lang een heel klein beetje zwakker dan normaal.
Kepler moet op deze manier aarde-achtige planeten ontdekken in de bewoonbare zone van een ster,
waar de temperatuur precies goed is voor de aanwezigheid van vloeibaar water.

 

 

Kepler, Johannes 1571-1630

Johannes Kepler was een Duitse astronoom.

Hij legde uit dat de omloopbanen van planeten ellipsen vormen.

Ook toonde hij aan dat ze dichtbij de zon het snelst bewegen en verder weg, langzamer.
Planeten op grote afstand bewegen langzamer.

 


Johannes Kepler

 

 


Klipper

28 september 2005
De ESA wil samen met de Russen een nieuwe bemande ruimtecapsule ontwikkelen, de Klipper.

De nieuwe Russische ruimtecapsule moet de Soyuz vervangen,
die al vanaf het eind van de jaren zestig in dienst is.

 


De Klipper

 

De Klipper is groter, biedt ruimte voor zes personen en is met een hulpmotor in staat
om zelf terug te keren vanaf de maan naar de aarde om op de steppen in Kazachstan te landen.

Voor de ESA biedt de Klipper de mogelijkheid om astronauten
de ruimte in te sturen wanneer daar behoefte aan is.
Deelname in de ontwikkeling zou de ESA het recht geven op twee vaste plekken aan boord.

De eerste testvlucht staat gepland voor 2011 en voor 2020 en
zou dus de eerste bemande ruimtevlucht kunnen plaats vinden.

Tegen die tijd willen de Amerikanen ook terugkeren naar de maan.

Begin december zal de ESA het plan voorleggen aan de Europese ministers.
De ontwikkelingskosten bedragen ongeveer 100 miljoen euro per jaar.

 

 


 

Komeet

Dit is een klein hemellichaam dat bestaat uit bevroren gassen, ijs met gruis en stof.
Kometen vliegen in een langgerekte, ovaalvormige baan om de zon.

De Oortwolk cirkelt buiten de omloopbaan van de planeten en de zon
en bestaat uit tientallen miljarden kometen.

Kometen worden vaak beschreven als vuile sneeuwballen,
omdat ze uit sneeuw en steenstof bestaan.

 


Een komeet

 

De sneeuw zit binnenin, het sneeuwstof aan de buitenkant.

Af en toe verlaat een komeet de Oortwolk
en gaat zij op weg naar het midden van ons zonnestelsel.
Wanneer zij dicht bij de zon is, verandert de hitte van de zon haar sneeuw in gas.

Dat vormt een grote kop, de coma, rond de kern.
Het gas en stof die van de kern worden weggeblazen, vormen de staart.

De komeet is dan zo groot en helder dat we haar vanaf de aarde kunnen zien.
Er zijn al ruim 750 van die kometen waargenomen.

Komeet Lulin te zien, 25 februari 2009

Deze week is aan de avondhemel een heldere komeet waar te nemen.
Komeet C/2007 N3 Lulin werd in juli 2007 ontdekt in een Taiwanese sterrenwacht.

Op 24 februari is de kleinste afstand tot de aarde ongeveer 60 miljoen kilometer.
Door de opwarming van zijn ijzige oppervlak komt er steeds meer waterdamp, gas en stof vrij.

Uit waarnemingen van de Swift-telescoop blijkt dat Lulin op dit moment
ongeveer 3 kubieke meter water per seconde vrijkomt. Door de ultraviolette straling van
de zon wordt de waterdamp afgebroken tot waterstofatomen en hydroxylmoleculen,
die weer worden gescheiden in zuurstof- en waterstofatomen.



Komeet Lulin


De opvallend groene kleur van de komeet wordt veroorzaakt door de aanwezige
cyanide- en tweeatomige koolstofmoleculen. Om de groene kleur en de staart
van de komeet te kunnen zien, is een redelijk grote telescoop nodig.

C/2007 N3 Lulin is aan het begin van de avond zichtbaar in het sterrenbeeld Leeuw,
niet ver van Saturnus. Later op de avond staat Lulin hoger aan de hemel, en is beter zichtbaar.
De periode van zichtbaarheid duurt tot het einde van de maand, daarna begint het maanlicht te storen.

Kometen hebben deels ander samenstelling, 28 september 2008

Verder onderzoek van stofdeeltjes van de komeet Wild 2, die in 2004 door Stardust
zijn verzameld, duidt erop dat de oermaterie waaruit de hemellichamen van het zonnestelsel
zijn ontstaan, meer door elkaar geschud zijn dan wordt aangenomen.

De komeet, uit de buitenste delen van het zonnestelsel, blijkt kristalletjes te bevatten
die veel dichter bij de zon moeten zijn ontstaan.
De samenstelling lijkt erg op die van planetoïden en de zon.

 


Kristallen van komeet Wild2

 

Dit klopt niet met de gedachte dat de materie waaruit het zonnestelsel is ontstaan
steeds op ongeveer dezelfde afstand tot de zon is gebleven. Het lijkt er op dat materie
uit de binnenste delen van het zonnestelsel in de loop van de miljarden jaren tot op
grote afstand van de zon is terechtgekomen. Het gevolg hiervan is dat het materiaal waaruit kometen
bestaan waarschijnlijk minder op de oermaterie van het zonnestelsel lijkt dan men had gedacht.

SOHO ontdekt duizendste Kreutz-komeet, 10 augustus 2006
De Poolse amateur-kometenjager Arkadiusz Kubczak ontdekte onlangs voor de derde keer
een komeet op beelden, die met de coronagraaf van de zonnesatelliet SOHO waren gemaakt.

Wat hij toen nog niet wist, was dat het een speciale was,
het was de duizendste Kreutz-komeet die met SOHO is opgespoord.

 


SOHO komeet

 

Kreutz-kometen zijn kleine komeetjes die in banen om de zon draaien.
Daarbij naderen ze de zon tot op ongeveer anderhalf miljoen kilometer.

5 augustus 2005
Astronomen zoeken ook mee naar kometen.
Sinds mei 1999 worden de LASCO-opnamen vrijwel direct op internet gezet
en kan iedereen naar kometen zoeken.
Elk half uur worden er opnames gemaakt.

Meer dan driekwart van al deze kometen wordt niet ontdekt door beroepsastronomen
maar door amateurs die via internet SOHO-opnamen bestuderen.

Dat is belangrijk omdat het opsporen van zulke kometen veel tijd kost die de
SOHO-onderzoekers zelf niet hebben.

De duizendste komeet bij de zon is ontdekt door de Italiaanse student Toni Scarmato
hij vond de kometen 999 en 1000 in één en dezelfde foto.

 


Kometen bij de zon

 

Komeet Holmes onverwacht helder, 29 oktober 2007

De onopvallende komeet Holmes is in de afgelopen dagen in korte tijd
ongeveer een miljoen keer zo helder geworden, normaal heb je
een forse telescoop nodig om de kleine komeet te onderscheiden.

Nu is hij met het blote oog zichtbaar als een wazige ster in het sterrenbeeld Perseus.
Komeet 17P/Holmes werd op 6 november 1892 ontdekt, vermoedelijk tijdens een
soortgelijke uitbarsting en had een jaar later opnieuw een helderheidsopleving.

Tientallen jaren lang is de komeet daarna onvindbaar gebleven, totdat hij in 1964
werd herontdekt. Hij draait eens in de zeven jaar om de zon, op een gemiddelde afstand van
ruim 300 miljoen kilometer. Het is niet zeker hoe de enorme helderheidsuitbarsting is ontstaan.
Mogelijk is de komeet, een kleine, poreuze klomp van ijs en gruis, opengebarsten,
waardoor plotseling veel meer ijs verdampt dan normaal.

 


Komeet Holmes

 

In Nederland is komeet Holmes bij helder weer vrijwel de gehele nacht zichtbaar.
De kleur van de komeet is geel-wit, wat wijst op lichtverstrooiing door stofdeeltjes
en niet door plasma, dit zou een groene of blauwe kleur opleveren.

Dit is vastgesteld door spectroscopisch onderzoek. Plasma wordt snel van de komeet weggevoerd
door de zonnewind, terwijl stofdeeltjes zich veel langer verspreiden door stralingsdruk.
Hierdoor neemt de helderheid traag af. Zeer langzaam zal de coma van de komeet zich uitstrekken.
Deze coma kan het best bekeken worden met een verrekijker of telescoop.

Komeet heeft onverwachte staart, 23 augustus 2007

Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, het doel van de Rosetta-missie van de ESA,
heeft een staart die voornamelijk uit grote stofkorrels bestaat.
De waarnemingen zijn o.a. verricht met behulp van Very Large Telescope.

De resultaten laten zien dat de komeet anders is dan verwacht.
De komeet is waargenomen op het moment dat de ijsbal bijna op de
verste afstand van de zon staat, ongeveer 700 miljoen kilometer en niet actief is.

De ontdekking van een staart had men niet verwacht. Vermoedelijk gaat het om stofkorrels,
die in de loop van de afgelopen decennia van de komeetkern zijn losgeraakt.
De zwakke stofstaart strekt zich over meer dan 500.000 kilometer uit. De gewone komeetstaart
zal 67P/Churyumov-Gerasimenko pas ontwikkelen als de afstand tot de zon korter wordt.

 


Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko

 

De komeet heeft een onregelmatige vorm en een gemiddelde doorsnede van 4.6 kilometer.
De ijsbal draait in 12 uur en 49 minuten rond zijn as. De structuur van de komeet is afhankelijk
van de afstand tot de zon. Het is belangrijk te begrijpen hoe de komeet zich ontwikkelt,
qua vorm en structuur tijdens zijn omloopbaan rond de zon, zodat men een gedetailleerd model
van de komeetkern kan maken. Dit is nodig voor de aankomst van de Philae-lander van de Rosetta
in 2014 een zachte landing op het komeetoppervlak moet gaan uitvoeren.

Recente onderzoeken gaven aan dat de komeet een sterk gelaagde structuur heeft.
Gedetailleerde theoretische modellen laten een nieuw beeld van de komeet zien, een komeet
die is opgebouwd uit luchtige en grotere deeltjes die rijk zijn in silicaten en organische materialen
en veel minder ijs bevatten dan voorheen is aangenomen. Dit model komt overeen
met wat Deep Impact heeft aangetroffen bij de komeet 9P/Tempel 1.

McNaught helderste komeet in 30 jaar, 15 januari 2007

McNaught wordt nu erg moeilijk waarneembaar, aangezien de afstand tot de zon te klein wordt.
Maar dankzij de SOHO kunnen we McNaught tussen 12 en 16 januari blijven volgen,
waarschijnlijk zullen de stofdeeltjes die de kern verlaten nog meer zonlicht reflecteren

Het is ondertussen bevestigd, dat de komeet McNaught tot de top vijf
van de helderste kometen sinds tientallen jaren behoort.
Later keert McNaught de zon de rug toe om weer naar
de buitenste regionen van het zonnestelsel te verhuizen.

 


Komeet McNaught

 

Spitzer maakt opnames van komeet Schwassman-Wachmann 3, 12 mei 2006
De Spitzer Space Telescope heeft een foto gemaakt van de komeet 73P/Schwassman-Wachmann 3.
De infrarode foto laat verschillende delen en een spoor van brokstukken van de komeet zien.
Sinds 1995 is de komeet al aan het uiteenbreken. Sterrenkundigen denken dat de buitenste laag
van de komeet door de hitte van de zon is gebarsten.

 


Schwassman-Wachmann 3 door de Spitzer

 

Er zijn op dit moment meer dan 60 delen van de komeet 73P/Schwassman-Wachmann 3 op weg naar de aarde.
Ze zijn met een verrekijker al te zien, rond middernacht en in de late nanacht.
De snelheid bedraagt 18.000 kilometer per uur, maar vanaf de aarde lijken ze, door de draaiing van
de aarde, een snelheid van 57.000 kilometer per uur te hebben.

Op de foto van de Spitzer Space Telescope zijn 45 stukken te zien van de komeet.
Doordat Spitzer in infrarood kijkt, kon de telescoop de warme stoffige delen van de komeet goed zien.

De komeetstukken B en C zijn vannacht 12/13 mei in het oosten te zien.

Als de komeet Schwassmann-Wachmann het niet overleeft, zal zijn catalogusnummer 73P - de P staat voor periodiek,
officieel veranderd worden in 73D - staat voor desintegrated - ofwel exit komeet.

Komeet valt uit elkaar, 7 mei 2006
De Hubble Space Telescope heeft opnamen gemaakt van de uiteenvallende komeet Schwassmann-Wachmann 3.
De broze, ijzige komeetkern is inmiddels in ruim veertig losse brokstukken uiteengevallen,
die als een trein hun baan rond de zon vervolgen.

Tussen 10 en 14 mei bereiken de mini-komeetjes hun kleinste afstand tot de aarde, ongeveer 11,7 miljoen kilometer.
Op 7 juni wordt de kleinste afstand tot de zon bereikt. Sterrenkundigen over de hele wereld houden SW-3
nauwlettend in de gaten, met telescopen op de grond en in de ruimte.

Men hoopt op die manier meer inzicht kan te krijgen in de opbouw van de komeetkern.
Door het uiteenvallen van de komeet komt komeetijs aan het oppervlak, wat tot een toename in de activiteit
en de helderheid van de komeet kan leiden.

 


Schwassmann-Wachmann 3

 

De mini-komeetjes op de Hubble-opnamen van 18-19-20 april,
zijn snel verdampende ijsklompen met afmetingen van enkele tientallen meters.
Eind mei draait de aarde door deze stofdeeltjes heen en misschien kunnen we dan veel mooie meteoren zien.

De SW-3 werd in mei 1930 ontdekt door de Duitse astronomen Schwassmann en Wachmann.
De komeet draait in 5,4 jaar in een baan tussen de aarde en Jupiter om de zon.

In 1996 werd ontdekt dat de kern, die een doorsnede van enkele kilometers had, in 5 stukken uiteen was gevallen.
In 2001 zag men er nog maar 3, maar in maart dit jaar werd ontdekt dat de komeet bezig was geheel uiteen te vallen.

Er zijn nu al meer dan 40 stukken gezien en niemand weet hoeveel het er zullen zijn als
de komeettrein rond 7 juni zijn kortste afstand tot de zon bereikt,
en hoe helder de komeetstukken zullen zijn als ze tussen 11 en 14 mei langs de aarde komen.

 

 


 

Kosmische Achtergrond Straling

De kosmische achtergrondstraling, afgekort KAS, is het aller-oudste licht,
dat driehonderdduizend jaar na de oerknal is ontstaan,
toen het uitdijende en afkoelende heelal de overgang maakte van een dichte,
ondoorzichtige massa naar doorzichtig gas.

De kosmische achtergrond straling is nu bijna 14 miljard jaar onderweg en geeft een beeld
van het vroegste heelal dat na driehonderdduizend jaar afkoelde van 2700°C tot - 270°C.

KAS komt van de verste uiteinden van het heelal, uit alle richtingen, met gelijke sterkte op ons af.
De straling wordt beschouwd als het sterk afgekoelde overblijfsel
van de straling die tijdens de oerknal vrijkwam.

De communicatie wetenschappers Arno Penzias en Robert Wilson
hebben de KAS ontdekt en in 1965 zijn temperatuur gemeten.
Hiervoor kregen ze in 1978 de Nobelprijs voor Natuurkunde.

 


COBE

 

Door middel van satellieten werd in 1992 door de COBE (Cosmic Background Explorer)
voor het eerst kleine verschillen in de temperatuur waargenomen.

Temperatuurverschillen geven de verschillen in dichtheid van het vroege heelal weer.

Na de COBE heeft de WMAP (Wilkinson Microwave Anisotropy Probe)
de temperatuurverschillen beter in kaart gebracht.
WMAP werd in juni 2001 gelanceerd.

Gegevens van waarnemingen van de WMAP in 2003 laten zien dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is,
de eerste sterren 200 miljoen jaar na de oerknal zijn ontstaan en 96% van het heelal nog onbekend is.

 


WMAP

 

Deze 96% is één van de grote vraagstukken in de sterrenkunde, de donkere of ontbrekende materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet waar deze materie uit bestaat.

Slechts 4% van het heelal bestaat uit atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.
De overige 96% bestaat voor 74% uit donkere energie en voor 22% uit donkere materie.

Melkwegstelsels of sterrenstelsels kunnen wel tien keer zoveel donkere materie bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.

In het centrale binnengebied van een melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.

In het heelal is geen geluid te horen, omdat er geen lucht is.

Licht kan zich wel verplaatsen, omdat het een trilling is van elektrische
en magnetische deeltjes, energie dus.

Geluid is een trilling in een gas, vloeistof of vaste stof.
Als die trilling de juiste frequentie (trillingen per seconde) heeft, kunnen wij hem horen.

De ruimte is vacuüm dus er kan daar niets trillen en valt er niets te horen.

Als astronomen naar geluiden uit de ruimte luisteren, dan vangen ze radiostraling op,
dat is elektromagnetische straling, licht dus,
maar met een langere golflengte dan wij met onze ogen kunnen zien.

XMM-Newton spoort een deel van verborgen kosmische materie op, 7 mei 2008

Sterrenkundigen van SRON, het Nederlands ruimteonderzoeksinstituut, hebben met behulp van
de XMM-Newton, een röntgenruimtetelescoop, een deel van de verborgen materie in het heelal gevonden.

Deze kosmische materie is een dun, heet gas dat door het heelal hangt als strengen van een kosmisch web,
waarvan men het bestaan en waar het zich bevindt al 10 jaar vermoedt.
Dit kosmische web bestaat uit materie verdeelt door het heelal in de vorm van draadachtige
structuren van dun, heet gas en donkere materie.

 


Kosmisch web

 

Tussen de draden zitten holtes die door het uitdijen van het heelal steeds groter worden.
Op de knooppunten van het web is de dichtheid het grootst en daar ontstaan dan ook
de grootste structuren van het heelal, groepen van sterrenstelsels.

Van het grootste deel van het heelal is niets bekend. Ongeveer 72 procent van het heelal is
donkere energie en ongeveer 23 procent donkere materie. Slechts 5 procent van het heelal bestaat
uit (kosmische) materie zoals wij dat kennen en zien namelijk: protonen en neutronen die samen met
elektronen atomen vormen, waaruit sterren, planeten en het ontstaan van leven opgebouwd zijn.

Door de röntgensatelliet XMM-Newton op twee clusters (groepen) van sterrenstelsels te richten,
Abell 222 en Abell 223 die vanuit ons gezichtsveld op één lijn staan, dat als er heet gas
tussen zou hangen, de XMM-Newton het zou moeten zien.

 


Sterrenstelsels Abell 222 en Abell 223

 

De twee clusters van sterrenstelsels Abell 222 en Abell 223 liggen achter elkaar.
De rode band ertussen is een streng van het kosmische web.

De opnames van de XMM-Newton lieten inderdaad het verborgen dunne, hete gas zien.
De verbinding tussen de sterrenstelselclusters die we zien in de waarnemingen is waarschijnlijk
het heetste en dichtste deel van het ijle gas waaruit het kosmisch web is opgebouwd.
Daarmee zijn waarschijnlijk de protonen en neutronen die weg waren gevonden
en de hoeveelheid materie in het heelal verdubbeld.

Hubble ontdekt ring van donkere materie, 17 mei 2007

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble Space Telescope een enorme ring van donkere materie ontdekt.
De ring werd een tot twee miljard jaar geleden gevormd tijdens een botsing tussen twee massieve groepen van sterrenstelsels.
De ring bevindt zich op een afstand van 5 miljard lichtjaar bij de aarde vandaan.

Uit eerder onderzoek bleek al dat deze twee sterrenstelselclusters waren samengesmolten tot het sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652,
die een tot twee miljard jaar geleden plaats vond en het ontstaan van de ring van donkere materie is daarmee in overeenstemming.

De ring met een grootte van 2,6 miljoen lichtjaar maakt deel uit van het verre sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652.
Het bijeenblijven van sterrenstelselclusters komt, naar men nu aanneemt, door de aanwezigheid van grote hoeveelheden donkere materie.

 


Ring van donkere materie in sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652

 

De zichtbare materie in sterrenstelsels heeft niet genoeg massa om de bewegingssnelheid van sterrenstelsels te kunnen verklaren.
Clusters van sterrenstelsels zouden uit elkaar vallen als ze alleen afhankelijk waren de van zwaartekracht van de zichtbare materie.

De donkere materie zendt geen waarneembare straling uit, maar oefent wel zwaartekracht uit op haar omgeving.
Deze zwaartekracht houdt niet alleen sterrenclusters bijeen, maar buigt ook het licht van objecten af, die erachter liggen.

De astronomen hebben met behulp van de Hubble gemeten hoe licht van verre sterren afbuigt als het een cluster
van sterrenstelsels nadert. De afbuiging gemeten door de Hubble had een andere uitkomst dan de berekening
die de astronomen hadden gemaakt, dit wordt veroorzaakt door de donkere materie.

Donkere materie is materie die geen licht uitstraalt en als je er licht op laat schijnen dan absorbeert
de materie dat en kan het licht dus niet weerkaatsen, maar laat het licht wel verder afbuigen.
Zo wordt de donkere materie zichtbaar zonder dat hij zelf wordt waargenomen.

Dit noemt men het gravitatielenseffect en dit is een manier om de verdeling van donkere materie in clusters in kaart te brengen.
Uit onderzoek van de vervormde beelden van sterrenstelsels die ver achter ZwCl0024+1652 staan,
blijkt dat de donkere materie hier een vorm van een ring heeft aangenomen, alsof je een steen in water gooit.

Donkere materie is niet zichtbaar met optische middelen en is niet waar te nemen via de elektromagnetische straling
die de aarde bereiken en daarom wordt het donkere materie genoemd in tegenstelling tot de zichtbare materie.

Donkere materie in kaart gebracht, 7 januari 2007

Sterrenkundigen hebben een deel van de verdeling van de donkere materie in het heelal in kaart gebracht.
Het gebied heeft een grootte van ongeveer acht keer de volle maan.

Zij bestudeerden op de kaart het licht van ongeveer 1/2 miljoen sterrenstelsels, dat soms zwak wordt afgebogen
onder invloed van de zwaartekracht van materie die zich tussen de aarde en sterrenstelsels bevindt.

Indirect kan zo de aanwezigheid van donkere materie worden aangetoond,
die is onzichtbaar omdat zij geen elektromagnetische straling reflecteert of uitstraalt.

 


Zichtbare materie (rood) en donkere materie (blauw)

 

Donkere energie is er altijd geweest, 17 november 2006

Met behulp van de Hubble Space Telescope heeft men ontdekt dat de donkere energie
vrijwel vanaf het begin in het heelal aanwezig is geweest. Donkere energie is de geheimzinnige
afstotende kracht, die de versnellende uitdijing van het heelal schijnt te veroorzaken.

Hoewel het heelal voor meer dan 70% uit donkere energie bestaat, weten we er vrijwel niets over.
Men vermoedt dat de donkere energie als een vrij zwakke kracht is begonnen,
maar in de loop van de tijd steeds sterker is geworden.

Ongeveer negen miljard jaar geleden begon het zijn aanwezigheid duidelijk kenbaar te maken.

 


Donkere energie
en de invloed op het heelal

 

Uit onderzoek blijkt dat in de begintijd van het heelal de zwaartekracht nog de meest overheersende factor was.
Negen miljard jaar geleden werd de zwaartekracht voor het eerst merkbaar tegengewerkt door de donkere energie.

Vijf tot zes miljard jaar geleden werd de kosmische strijd door de donkere energie gewonnen.
Vanaf dat moment gaat de uitdijing sneller en sneller.

16 maart 2006
Wetenschappers hebben de resultaten bekendgemaakt van de eerste drie onderzoeksjaren van de WMAP.
Deze satelliet is bezig de kosmische achtergrondstraling, het overblijfsel
van het eerste licht in het heelal, steeds nauwkeuriger in kaart te brengen.

 


Achtergrondstraling

 

Voor het eerst is daarbij ook de vorming van de tegengestelde polen, polarisatie (de witte strepen), van deze straling
gemeten, wat kan helpen om onderscheid te maken tussen de verschillende modellen, die de eerste biljoenste seconde
na de oerknal beschrijven, de blauwe vlekken zijn kouder dan de rode vlekken op het plaatje.

 


De oerknal

 

Recente metingen van de kosmische achtergrondstraling zijn in overeenstemming met de voorspellingen gedaan
door de inflatietheorie, volgens deze theorie hebben kleine schommelingen in het heelal kort na de oerknal,
die 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond, in een korte tijd een enorm krachtige uitzetting veroorzaakt,
waarna de uitdijing van de ruimte in een rustiger tempo doorging
en er vorming van sterren, planeten en leven mogelijk werd.

Volgens wetenschappers bestaat het heelal voor 4% uit atomen, 22% donkere materie en 74% is donkere energie,
donkere materie geeft geen licht en neemt geen licht op en is alleen waar te nemen door zijn aantrekkingskracht.
Die donkere energie is verantwoordelijk voor de uitdijing van het heelal, alleen gaat dit langzamer
dan 13,7 miljard jaar geleden en vormt een soort anti-aantrekkingskracht.

 


Verdeling materie

 

De metingen wijzen dan ook in de richting van een heelal dat eeuwig blijft uitzetten.
De nieuwe bevindingen geven ook aan dat de temperatuursverdeling in het jonge heelal niet helemaal gelijk was.
Afwijkingen van één miljoenste graad zijn verantwoordelijk voor het samenklitten van sterrenstelsels miljarden jaren later.

 

 


 

Kuiper, Gerard Peter 1905-1973

Amerikaanse astronoom, maar geboren in Nederland.

Hij werd vooral bekend om zijn onderzoek van het maanoppervlak,
daardoor ontdekte hij de atmosfeer van Titan en de manen Miranda, van Uranus, en Nereïde, van Neptunus.

De kuipergordel is naar hem genoemd.

 


Gerard Kuiper

 

 


 

Kuipers, André 1958-

Hij is geboren in Amsterdam. Woont samen en heeft twee dochters.
Zijn interesses zijn: vliegen, duiken, skiën, trektochten, reizen, geschiedenis.

Toen Wubbo Ockels in 1978 gekozen werd als ESA-astronaut was André Kuipers net begonnen met
zijn studie medicijnen. Sinds die tijd houdt hij zich al bezig met de ruimtevaart.

Hij behaalde zijn artsexamen in 1987 aan de Universiteit van Amsterdam.

Als arts werkte hij mee aan medische ruimtevaartexperimenten, deed onderzoek naar longfuncties in
gewichtloze toestand en vloog verschillende keren als arts, onderzoeker en proefpersoon mee
met de paraboolvluchten die ESA twee keer per jaar uitvoert.

In oktober 1998 werd Kuipers geselecteerd als astronaut en in juli 1999 voegde hij zich officieel bij
het Europese Astronautenteam, dat als thuisbasis het Europese Astronauten Centrum, EAC, in Keulen heeft.

André Kuipers is sinds 1999 astronaut bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.
Na Wubbo Ockels was hij de tweede Nederlandse astronaut die de ruimte inging.

In december 2002 werd André Kuipers aangewezen als boordingenieur voor een Soyuz-missie naar
het internationale ruimtestation ISS, missie DELTA vond plaats van 19 tot 30 april 2004.

 


André Kuipers

 

Hij is betrokken bij de ontwikkeling van onderdelen en experimenten die ESA aan het ruimtestation bijdraagt,
bij de wetenschappelijke paraboolvluchten, het ontwikkelen van ruimtevaarttoepassingen in
de medische wereld en de ondersteuning van de vluchten van zijn collega-astronauten.

Daarnaast is André Kuipers bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam.

Kuipers volgende toekomstige ruimtereis, 2 januari 2007

De Nederlandse astronaut André Kuipers gaat over vijf jaar weer naar het ISS voor een langdurige missie.
Kuipers richt zich momenteel volledig op het trainen voor een toekomstige ruimtemissie.
Hij geeft toe dat zijn gezinsleven daaronder lijdt. Door ISS zit ik zo'n 60 procent van mijn tijd in Amerika en Rusland.
Mijn gezin komt daar soms heen. Ik ben ook veel in Keulen en Canada.

Op de thuisbasis European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk is hij heel weinig.
André Kuipers zit de meeste tijd in het buitenland voor trainingen voor het internationale ruimtestation ISS.
Op de kalender boven zijn bureau is geen dag onbeschreven.

Kuipers is arts en had nooit verwacht dat hij zou worden opgeleid tot copiloot van een Russisch ruimteschip.
Voorlopig voorziet Kuipers geen problemen in de combinatie werk en privé. Met zijn vrouw heeft hij
goede afspraken gemaakt en ESA stelt zijn gezin in staat naar Amerika of Rusland te komen.

 


André Kuipers

 

28 januari 2006
De Nederlandse astronaut André Kuipers is begonnen met de training voor een langdurige ruimtemissie
in het internationale ruimtestation ISS.

Kuipers vloog twee jaar geleden al naar het ISS met een Russische Soyuz ruimtesonde, van 19 en 30 april 2004
en voerde tal van wetenschappelijke experimenten uit in het ruimtestation.

Het nieuws van een nieuwe en langdurige ruimtemissie werd vrijdag bekend gemaakt door de ESA en de voorbereiding
en training van zijn langdurige missie, die 6 maand kan duren, zal ongeveer 10 jaar in beslag nemen.

André Kuipers staat ook op de reserve lijst voor een Amerikaanse Space Shuttle missie en indien een Canadese astronaut
voor 2010 zou uitvallen uit de geselecteerde Space Shuttle crew moet Kuipers hem dan ook vervangen.

In februari zal André Kuipers naar Houston vertrekken waar hij diverse trainingen zal volgen en later in het jaar vertrekt hij
naar Canada voor de opleiding voor het werken met de robotarm Canadarm-2 die zich aan het ISS bevindt.