INFO OVER HET ZONNESTELSEL

De Keck-2
De Keck-2 telescoop
staat op de slapende vulkaan Mauna Kea in Hawaï 4200 meter hoog,
voor waarnemingen
is dit ideaal, heel donkere nachten en een kalme droge en
stofvrije atmosfeer.
Sinds juli 1994 is de Keck-2 telescoop in gebruik.
Op de Mauna Kea bevindt
zich ook de SMA - Sub Millimeter
Aray,
voor het waarnemen van submillimeterstraling.

SMA
Het is een netwerk van
acht radiotelescopen, elk met een schotelantenne van zes meter in
doorsnede.
Submillimeterstraling is elektromagnetische straling met een
golflengte tussen 0,3 en 0,7 millimeter.
Kelvin, symbool: K, is het absolute nulpunt.
0 K is de laagste temperatuur die theoretisch bereikbaar is, dat is omgerekend -273,15°C.
De schaal van Kelvin is afgeleid van de schaal van Celsius, maar dan met een ander nulpunt.
Johannes Kepler was een Duitse astronoom.
Hij legde uit dat de omloopbanen van planeten ellipsen vormen.
Ook toonde
hij aan dat ze dichtbij de zon het snelst bewegen en verder weg, langzamer.
Planeten op grote afstand bewegen langzamer.

Johannes Kepler
NASA gaat met ruimtetelescoop Kepler op zoek naar planeten zoals de aarde.
De Kepler is vernoemd naar de Duitse astronoom Johannes Kepler.
De telescoop zoekt naar aardeachtige planeten, omdat
wetenschappers
ervan uitgaan dat alleen daar leven mogelijk is.
De planeet moet niet te heet en niet te koud zijn, een
vaste structuur en vloeibaar water
hebben en net zo ver van zijn ster staan als de aarde van
de zon, ongeveer 150 miljoen kilometer.
Ook moeten de ster en de
planeet ongeveer even groot zijn als de zon en de aarde.
Om dit te vinden zal Kepler ruim drie jaar ongeveer
honderdduizend sterren
in de sterrenbeelden Zwaan en Lier onderzoeken.
Wanneer een planeet voor een ster
langsgaat, kan de Kepler waarnemen
dat het licht van de ster iets minder fel wordt.


Zaterdagochtend vroeg om 04.50 uur Nederlandse
tijd is Kepler met succes
gelanceerd vanaf het Kennedy Space
Center in Florida.

Lancering Kepler
De satelliet is eerst in een lage baan rond de aarde gebracht, daarna wordt hij
Kepler gaat de komende 3½ jaar op zoek naar rotsachtige exoplaneten.
Kepler wordt gelanceerd, 6 maart 2009
Op Cape Canaveral staat een Delta 2 draagraket klaar om Kepler in een baan om de aarde
te
brengen. De lancering vindt komende nacht om 4.49
uur Nederlandse tijd plaats.
De weersvooruitzichten zijn goed.
Als
de
lancering volgens plan verloopt, maakt Kepler zich na iets meer dan een
uur
los van de derde en laatste rakettrap en vervolgt vanaf dan zijn
eigen baan.
De satelliet draait om de zon, achter de aarde aan, de
afstand
wordt in de loop van de jaren geleidelijk aan groter.

Kepler gaat op zoek naar planeten bij andere sterren en houdt van
ruim honderdduizend sterren
de helderheid in
de gaten. Als deze sterren vergezeld worden door
planeten waarvan we de baan
van opzij zien, zullen er regelmatig planeetovergangen plaatsvinden.

Tijdens zo'n
overgang is de ster enkele uren lang een heel klein beetje
zwakker dan normaal.
Kepler moet op deze manier aarde-achtige planeten ontdekken in de
bewoonbare zone van een ster,
waar de temperatuur precies goed is
voor de aanwezigheid van vloeibaar water.
Johannes Kepler was een Duitse astronoom.
Hij legde uit dat de omloopbanen van planeten ellipsen vormen.
Ook toonde
hij aan dat ze dichtbij de zon het snelst bewegen en verder weg, langzamer.
Planeten op grote afstand bewegen langzamer.

Johannes Kepler
28 september 2005
De ESA wil samen met de Russen een nieuwe bemande
ruimtecapsule ontwikkelen, de Klipper.
De nieuwe Russische ruimtecapsule moet de
Soyuz vervangen,
die al vanaf het eind van de jaren zestig in dienst is.

De Klipper
De Klipper is groter, biedt ruimte voor
zes personen en is met een hulpmotor in staat
om zelf terug te keren vanaf de maan naar de aarde om op de
steppen in Kazachstan te landen.
Voor de ESA biedt de Klipper de
mogelijkheid om astronauten
de ruimte in te sturen wanneer daar behoefte aan is.
Deelname in de ontwikkeling zou de ESA het recht geven op twee
vaste plekken aan boord.
De eerste testvlucht staat gepland voor
2011 en voor 2020 en
zou dus de eerste bemande ruimtevlucht kunnen plaats vinden.
Tegen die tijd willen de Amerikanen ook terugkeren naar de maan.
Begin december zal de ESA het plan
voorleggen aan de Europese ministers.
De ontwikkelingskosten bedragen ongeveer 100 miljoen euro per
jaar.
Dit is een klein hemellichaam dat bestaat
uit bevroren gassen, ijs met gruis en stof.
Kometen vliegen in een langgerekte, ovaalvormige baan om de zon.
De Oortwolk cirkelt buiten de omloopbaan van de planeten en de
zon
en bestaat uit tientallen miljarden kometen.
Kometen worden vaak beschreven als vuile
sneeuwballen,
omdat ze uit sneeuw en steenstof bestaan.

Een komeet
De sneeuw zit binnenin, het sneeuwstof aan de buitenkant.
Af en toe verlaat een komeet de Oortwolk
en gaat zij op weg naar het midden van ons zonnestelsel.
Wanneer zij dicht bij de zon is, verandert de hitte van de zon
haar sneeuw in gas.
Dat vormt een grote kop, de coma, rond de
kern.
Het gas en stof die van de kern worden weggeblazen, vormen de
staart.
De komeet is dan zo groot en helder dat we
haar vanaf de aarde kunnen zien.
Er zijn al ruim 750 van die kometen waargenomen.
Komeet Lulin te zien, 25 februari 2009
Deze week is aan de avondhemel een heldere komeet
waar te nemen.
Komeet C/2007 N3 Lulin werd in juli 2007 ontdekt in een
Taiwanese sterrenwacht.
Op
24
februari is de kleinste afstand tot de aarde ongeveer 60 miljoen
kilometer.
Door de
opwarming van zijn ijzige oppervlak komt er steeds meer
waterdamp, gas en stof vrij.
Uit waarnemingen van de
Swift-telescoop blijkt dat Lulin op dit moment
ongeveer 3 kubieke meter
water per seconde vrijkomt. Door de ultraviolette straling van
de zon
wordt de waterdamp afgebroken
tot waterstofatomen en hydroxylmoleculen,
die weer worden gescheiden in
zuurstof- en waterstofatomen.

C/2007 N3 Lulin is aan het begin van de avond zichtbaar in het
sterrenbeeld Leeuw,
niet ver van Saturnus. Later op de avond
staat Lulin hoger aan de hemel, en is beter zichtbaar.
De periode
van zichtbaarheid duurt tot het einde van de maand, daarna
begint het maanlicht te storen.
Kometen hebben deels ander samenstelling, 28 september 2008
Verder
onderzoek van
stofdeeltjes van de komeet Wild 2, die in 2004 door Stardust
zijn verzameld, duidt erop dat de oermaterie waaruit de
hemellichamen van het zonnestelsel
zijn ontstaan, meer door elkaar geschud zijn dan wordt aangenomen.
De
komeet, uit de buitenste
delen van het zonnestelsel, blijkt kristalletjes te bevatten
die veel dichter bij de zon moeten zijn ontstaan.
De samenstelling lijkt erg op die van planetoïden en de zon.

Kristallen van komeet Wild2
Dit klopt
niet met de
gedachte dat de materie waaruit het zonnestelsel is ontstaan
steeds op ongeveer dezelfde afstand tot de zon is gebleven. Het
lijkt er op dat materie
uit de binnenste delen van het zonnestelsel in de loop van de
miljarden jaren tot op
grote afstand van de zon is terechtgekomen. Het gevolg hiervan is
dat het materiaal waaruit kometen
bestaan waarschijnlijk minder op de oermaterie van het
zonnestelsel lijkt dan men had gedacht.
SOHO ontdekt duizendste
Kreutz-komeet, 10 augustus 2006
De Poolse amateur-kometenjager Arkadiusz Kubczak ontdekte onlangs
voor de derde keer
een komeet op beelden, die met de coronagraaf van de
zonnesatelliet SOHO waren gemaakt.
Wat hij toen nog niet wist,
was dat het een speciale was,
het was de duizendste Kreutz-komeet die met SOHO is opgespoord.

SOHO komeet
Kreutz-kometen zijn kleine
komeetjes die in banen om de zon draaien.
Daarbij naderen ze de zon tot op ongeveer anderhalf miljoen
kilometer.
5 augustus
2005
Astronomen zoeken ook mee naar kometen.
Sinds mei 1999 worden de LASCO-opnamen vrijwel direct op internet
gezet
en kan iedereen naar kometen zoeken.
Elk half uur worden er opnames gemaakt.
Meer dan driekwart van
al deze kometen wordt niet ontdekt door beroepsastronomen
maar door amateurs die via internet SOHO-opnamen bestuderen.
Dat is belangrijk
omdat het opsporen van zulke kometen veel tijd kost die de
SOHO-onderzoekers zelf niet hebben.
De duizendste komeet
bij de zon is ontdekt door de Italiaanse student Toni Scarmato
hij vond de kometen 999 en 1000 in één en dezelfde foto.

Kometen bij de zon
Komeet Holmes onverwacht helder, 29 oktober 2007
De onopvallende komeet Holmes is in de afgelopen dagen in korte tijd
ongeveer een miljoen keer zo helder geworden, normaal heb je
een forse telescoop nodig om de kleine komeet te onderscheiden.
Nu is hij met het blote oog zichtbaar als
een wazige ster in het sterrenbeeld Perseus.
Komeet 17P/Holmes werd op 6 november 1892 ontdekt, vermoedelijk
tijdens een
soortgelijke uitbarsting en had een jaar later opnieuw een
helderheidsopleving.
Tientallen jaren lang is de komeet daarna
onvindbaar gebleven, totdat hij in 1964
werd herontdekt. Hij draait eens in de zeven jaar om de zon, op een gemiddelde afstand van
ruim 300 miljoen kilometer. Het is niet zeker hoe de enorme
helderheidsuitbarsting is ontstaan.
Mogelijk is de komeet, een kleine, poreuze klomp van ijs en gruis,
opengebarsten,
waardoor plotseling veel meer ijs verdampt dan normaal.

Komeet Holmes
In Nederland is komeet Holmes bij helder
weer vrijwel de gehele nacht zichtbaar.
De kleur van de komeet is geel-wit, wat wijst op
lichtverstrooiing door stofdeeltjes
en niet door plasma, dit zou een groene of blauwe kleur opleveren.
Dit is vastgesteld door spectroscopisch
onderzoek. Plasma wordt snel van de komeet weggevoerd
door de zonnewind, terwijl stofdeeltjes zich veel langer
verspreiden door stralingsdruk.
Hierdoor neemt de helderheid traag af. Zeer langzaam zal de coma
van de komeet zich uitstrekken.
Deze coma kan het best bekeken worden met een verrekijker of
telescoop.
Komeet heeft onverwachte staart, 23 augustus 2007
Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, het doel van de Rosetta-missie van de ESA,
heeft een staart die voornamelijk uit grote stofkorrels bestaat.
De waarnemingen zijn o.a. verricht met behulp van Very
Large Telescope.
De resultaten
laten zien dat de komeet anders is dan verwacht.
De komeet is waargenomen op het moment dat de ijsbal bijna op de
verste afstand van de zon staat, ongeveer 700 miljoen kilometer en niet
actief is.
De ontdekking
van een staart had men niet verwacht. Vermoedelijk gaat het om
stofkorrels,
die in de loop van de afgelopen decennia van de komeetkern zijn
losgeraakt.
De zwakke stofstaart strekt zich over meer dan 500.000 kilometer
uit. De gewone komeetstaart
zal 67P/Churyumov-Gerasimenko pas ontwikkelen als de afstand tot
de zon korter wordt.

Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko
De komeet
heeft een onregelmatige vorm en een gemiddelde doorsnede van 4.6
kilometer.
De ijsbal draait in 12 uur en 49 minuten rond zijn as. De
structuur van de komeet is afhankelijk
van de afstand tot de zon. Het is belangrijk te begrijpen hoe de
komeet zich ontwikkelt,
qua vorm en structuur tijdens zijn omloopbaan rond de zon, zodat
men een gedetailleerd model
van de komeetkern kan maken. Dit is nodig voor de aankomst van de
Philae-lander van de Rosetta
in 2014 een zachte landing op het komeetoppervlak moet gaan
uitvoeren.
Recente
onderzoeken gaven aan dat de komeet een sterk gelaagde structuur
heeft.
Gedetailleerde theoretische modellen laten een nieuw beeld van de
komeet zien, een komeet
die is opgebouwd uit luchtige en grotere deeltjes die rijk zijn
in silicaten en organische materialen
en veel minder ijs bevatten dan voorheen is aangenomen. Dit model
komt overeen
met wat Deep Impact heeft aangetroffen bij de komeet 9P/Tempel 1.
McNaught helderste komeet in 30 jaar, 15 januari 2007
McNaught wordt nu erg moeilijk
waarneembaar, aangezien de afstand tot de zon te klein wordt.
Maar dankzij de SOHO kunnen we McNaught tussen 12 en 16 januari blijven
volgen,
waarschijnlijk zullen de stofdeeltjes die de kern verlaten nog
meer zonlicht reflecteren
Het is ondertussen bevestigd, dat de
komeet McNaught tot de top vijf
van de helderste kometen sinds tientallen jaren behoort.
Later keert McNaught de zon de rug toe om weer naar
de buitenste regionen van het zonnestelsel te verhuizen.

Komeet McNaught
Spitzer maakt opnames van komeet
Schwassman-Wachmann 3, 12 mei 2006
De Spitzer Space Telescope heeft een foto gemaakt van de komeet 73P/Schwassman-Wachmann 3.
De infrarode foto laat verschillende delen en een spoor van
brokstukken van de komeet zien.
Sinds 1995 is de komeet al aan het uiteenbreken. Sterrenkundigen
denken dat de buitenste laag
van de komeet door de hitte van de zon is gebarsten.

Schwassman-Wachmann 3 door de Spitzer
Er zijn op dit moment meer dan 60 delen
van de komeet 73P/Schwassman-Wachmann 3 op weg naar de aarde.
Ze zijn met een verrekijker al te zien, rond middernacht en in de
late nanacht.
De snelheid bedraagt 18.000 kilometer per uur, maar vanaf de
aarde lijken ze, door de draaiing van
de aarde, een snelheid van 57.000 kilometer per uur te hebben.
Op de foto van de Spitzer Space Telescope
zijn 45 stukken te zien van de komeet.
Doordat Spitzer in infrarood kijkt, kon de telescoop de warme
stoffige delen van de komeet goed zien.
De komeetstukken B en C zijn vannacht 12/13 mei in het oosten te zien.
Als de komeet Schwassmann-Wachmann het
niet overleeft, zal zijn catalogusnummer 73P - de P staat voor
periodiek,
officieel veranderd worden in 73D - staat voor desintegrated -
ofwel exit komeet.
Komeet valt uit elkaar, 7 mei 2006
De Hubble Space Telescope heeft opnamen gemaakt van de uiteenvallende komeet Schwassmann-Wachmann 3.
De broze, ijzige komeetkern is inmiddels in ruim veertig losse
brokstukken uiteengevallen,
die als een trein hun baan rond de zon vervolgen.
Tussen 10 en 14 mei bereiken de mini-komeetjes
hun kleinste afstand tot de aarde, ongeveer 11,7 miljoen kilometer.
Op 7 juni wordt de kleinste afstand tot de zon bereikt.
Sterrenkundigen over de hele wereld houden SW-3
nauwlettend in de gaten, met telescopen op de grond en in de
ruimte.
Men hoopt op die manier meer inzicht kan
te krijgen in de opbouw van de komeetkern.
Door het uiteenvallen van de komeet komt komeetijs aan het
oppervlak, wat tot een toename in de activiteit
en de helderheid van de komeet kan leiden.

Schwassmann-Wachmann 3
De mini-komeetjes op de Hubble-opnamen van
18-19-20 april,
zijn snel verdampende ijsklompen met afmetingen van enkele
tientallen meters.
Eind mei draait de aarde door deze stofdeeltjes heen en misschien
kunnen we dan veel mooie meteoren zien.
De SW-3 werd in mei 1930
ontdekt door de Duitse astronomen Schwassmann en Wachmann.
De komeet draait in 5,4 jaar in een baan tussen de aarde en
Jupiter om de zon.
In 1996 werd ontdekt dat de kern, die een
doorsnede van enkele kilometers had, in 5 stukken uiteen was
gevallen.
In 2001 zag men er nog maar 3, maar in maart dit jaar werd
ontdekt dat de komeet bezig was geheel uiteen te vallen.
Er zijn nu al meer dan 40 stukken gezien
en niemand weet hoeveel het er zullen zijn als
de komeettrein rond 7 juni zijn kortste afstand tot de zon
bereikt,
en hoe helder de komeetstukken zullen zijn als ze tussen 11 en 14
mei langs de aarde komen.
Kosmische Achtergrond Straling
De kosmische achtergrondstraling,
afgekort KAS, is het aller-oudste licht,
dat driehonderdduizend jaar na de oerknal is ontstaan,
toen het uitdijende en afkoelende heelal de overgang maakte van
een dichte,
ondoorzichtige massa naar doorzichtig gas.
De kosmische achtergrond straling is nu
bijna 14 miljard jaar onderweg en geeft een beeld
van het vroegste heelal dat na driehonderdduizend jaar afkoelde
van 2700°C tot - 270°C.
KAS komt van de verste uiteinden van het
heelal, uit alle richtingen, met gelijke sterkte op ons af.
De straling wordt beschouwd als het sterk afgekoelde overblijfsel
van de straling die tijdens de oerknal vrijkwam.
De communicatie wetenschappers Arno
Penzias en Robert Wilson
hebben de KAS ontdekt en in 1965 zijn temperatuur gemeten.
Hiervoor kregen ze in 1978 de Nobelprijs voor Natuurkunde.

COBE
Door middel van satellieten werd in 1992
door de COBE (Cosmic Background
Explorer)
voor het eerst kleine verschillen in de temperatuur waargenomen.
Temperatuurverschillen geven de verschillen in dichtheid van het vroege heelal weer.
Na de COBE heeft de WMAP
(Wilkinson Microwave Anisotropy
Probe)
de temperatuurverschillen beter in kaart gebracht.
WMAP werd in juni 2001 gelanceerd.
Gegevens van waarnemingen van de WMAP in
2003 laten zien dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is,
de eerste sterren 200 miljoen jaar na de oerknal zijn ontstaan en 96% van het heelal nog onbekend
is.

WMAP
Deze 96% is één van de grote
vraagstukken in de sterrenkunde, de donkere of ontbrekende
materie.
We kunnen deze donkere materie niet waarnemen en weten ook niet
waar deze materie uit bestaat.
Slechts 4% van het heelal bestaat uit
atomen, bouwstenen, dit is materie die we kunnen zien.
De overige 96% bestaat voor 74% uit donkere energie en voor 22%
uit donkere materie.
Melkwegstelsels of sterrenstelsels kunnen wel tien keer zoveel donkere materie
bevatten als de zichtbare materie.
Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.
In het centrale binnengebied van een
melkwegstelsel zien we de zichtbare materie,
in het grote buitengebied eromheen, de halo, de donkere materie.
In het heelal is geen geluid te horen, omdat er geen lucht is.
Licht kan zich wel verplaatsen, omdat het
een trilling is van elektrische
en magnetische deeltjes, energie dus.
Geluid is een trilling in een gas,
vloeistof of vaste stof.
Als die trilling de juiste frequentie (trillingen per seconde)
heeft, kunnen wij hem horen.
De ruimte is vacuüm dus er kan daar niets trillen en valt er niets te horen.
Als astronomen naar geluiden uit de ruimte
luisteren, dan vangen ze radiostraling op,
dat is elektromagnetische straling, licht dus,
maar met een langere golflengte dan wij met onze ogen kunnen zien.
XMM-Newton spoort een deel van verborgen kosmische materie op, 7 mei 2008
Sterrenkundigen van SRON, het Nederlands
ruimteonderzoeksinstituut, hebben met behulp van
de XMM-Newton, een röntgenruimtetelescoop, een deel van de
verborgen materie in het heelal gevonden.
Deze kosmische materie is een dun, heet
gas dat door het heelal hangt als strengen van een kosmisch web,
waarvan men het bestaan en waar het zich bevindt al 10 jaar
vermoedt.
Dit kosmische web bestaat uit materie verdeelt door het heelal in
de vorm van draadachtige
structuren van dun, heet gas en donkere materie.

Kosmisch web
Tussen de draden zitten holtes die door
het uitdijen van het heelal steeds groter worden.
Op de knooppunten van het web is de dichtheid het grootst en daar
ontstaan dan ook
de grootste structuren van het heelal, groepen van sterrenstelsels.
Van het grootste deel van het heelal is
niets bekend. Ongeveer 72 procent van het heelal is
donkere energie en ongeveer 23 procent donkere materie. Slechts 5
procent van het heelal bestaat
uit (kosmische) materie zoals wij dat kennen en zien namelijk:
protonen en neutronen die samen met
elektronen atomen vormen, waaruit sterren, planeten en het
ontstaan van leven opgebouwd zijn.
Door de röntgensatelliet XMM-Newton op
twee clusters (groepen) van sterrenstelsels te richten,
Abell 222 en Abell 223 die vanuit ons gezichtsveld op één lijn
staan, dat als er heet gas
tussen zou hangen, de XMM-Newton het zou moeten zien.

Sterrenstelsels Abell 222 en Abell 223
De twee clusters van sterrenstelsels Abell
222 en Abell 223 liggen achter elkaar.
De rode band ertussen is een streng van het kosmische web.
De opnames van de XMM-Newton lieten
inderdaad het verborgen dunne, hete gas zien.
De verbinding tussen de sterrenstelselclusters die we zien in de
waarnemingen is waarschijnlijk
het heetste en dichtste deel van het ijle gas waaruit het
kosmisch web is opgebouwd.
Daarmee zijn waarschijnlijk de protonen en neutronen die weg
waren gevonden
en de hoeveelheid materie in het heelal verdubbeld.
Hubble ontdekt ring van donkere materie, 17 mei 2007
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble Space Telescope een enorme ring van donkere materie ontdekt.
De ring werd een tot twee miljard jaar geleden gevormd tijdens
een botsing tussen twee massieve groepen van sterrenstelsels.
De ring bevindt zich op een afstand van 5 miljard lichtjaar bij de aarde vandaan.
Uit eerder onderzoek bleek al dat deze
twee sterrenstelselclusters waren samengesmolten tot het
sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652,
die een tot twee miljard jaar geleden plaats vond en het ontstaan
van de ring van donkere materie is daarmee in overeenstemming.
De ring met een grootte van 2,6 miljoen
lichtjaar maakt deel uit van het verre sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652.
Het bijeenblijven van sterrenstelselclusters komt, naar men nu
aanneemt, door de aanwezigheid van grote hoeveelheden donkere
materie.

Ring van donkere materie in sterrenstelselcluster ZwCl0024+1652
De zichtbare materie in sterrenstelsels
heeft niet genoeg massa om de bewegingssnelheid van
sterrenstelsels te kunnen verklaren.
Clusters van sterrenstelsels zouden uit elkaar vallen als ze
alleen afhankelijk waren de van zwaartekracht van de zichtbare
materie.
De donkere materie zendt geen waarneembare
straling uit, maar oefent wel zwaartekracht uit op haar omgeving.
Deze zwaartekracht houdt niet alleen sterrenclusters bijeen, maar
buigt ook het licht van objecten af, die erachter liggen.
De astronomen hebben met behulp van de
Hubble gemeten hoe licht van verre sterren afbuigt als het een
cluster
van sterrenstelsels nadert. De afbuiging gemeten door de Hubble
had een andere uitkomst dan de berekening
die de astronomen hadden gemaakt, dit wordt veroorzaakt door de
donkere materie.
Donkere materie is materie die geen licht
uitstraalt en als je er licht op laat schijnen dan absorbeert
de materie dat en kan het licht dus niet weerkaatsen, maar laat
het licht wel verder afbuigen.
Zo wordt de donkere materie zichtbaar zonder dat hij zelf wordt
waargenomen.
Dit noemt men het gravitatielenseffect en
dit is een manier om de verdeling van donkere materie in clusters
in kaart te brengen.
Uit onderzoek van de vervormde beelden van sterrenstelsels die
ver achter ZwCl0024+1652 staan,
blijkt dat de donkere materie hier een vorm van een ring heeft
aangenomen, alsof je een steen in water gooit.
Donkere materie is niet zichtbaar met
optische middelen en is niet waar te nemen via de
elektromagnetische straling
die de aarde bereiken en daarom wordt het donkere materie
genoemd in tegenstelling tot de zichtbare materie.
Donkere materie in kaart gebracht, 7 januari 2007
Sterrenkundigen
hebben een deel van de verdeling van de donkere materie in het
heelal in kaart gebracht.
Het gebied heeft een grootte van ongeveer acht keer de volle maan.
Zij
bestudeerden op de kaart het licht van ongeveer 1/2 miljoen sterrenstelsels, dat soms zwak wordt afgebogen
onder invloed van de zwaartekracht van materie die zich tussen de
aarde en sterrenstelsels bevindt.
Indirect kan zo
de aanwezigheid van donkere materie worden aangetoond,
die is onzichtbaar omdat zij geen elektromagnetische straling
reflecteert of uitstraalt.

Zichtbare materie (rood) en donkere materie (blauw)
Donkere energie is er altijd geweest, 17 november 2006
Met behulp van de Hubble Space Telescope heeft men ontdekt dat de donkere energie
vrijwel vanaf het begin in het heelal aanwezig is geweest.
Donkere energie is de geheimzinnige
afstotende kracht, die de versnellende uitdijing van het heelal
schijnt te veroorzaken.
Hoewel het heelal voor meer dan 70% uit
donkere energie bestaat, weten we er vrijwel niets over.
Men vermoedt dat de donkere energie als een vrij zwakke kracht is
begonnen,
maar in de loop van de tijd steeds sterker is geworden.
Ongeveer negen miljard jaar geleden begon het zijn aanwezigheid duidelijk kenbaar te maken.

Donkere energie en de invloed op het heelal
Uit onderzoek blijkt dat in de begintijd
van het heelal de zwaartekracht nog de meest overheersende factor
was.
Negen miljard jaar geleden werd de zwaartekracht voor het eerst
merkbaar tegengewerkt door de donkere energie.
Vijf tot zes miljard jaar geleden werd de
kosmische strijd door de donkere energie gewonnen.
Vanaf dat moment gaat de uitdijing sneller en sneller.
16 maart 2006
Wetenschappers hebben de resultaten bekendgemaakt van de eerste
drie onderzoeksjaren van de WMAP.
Deze satelliet is bezig de kosmische achtergrondstraling,
het overblijfsel
van het eerste licht in het heelal, steeds nauwkeuriger in kaart
te brengen.

Achtergrondstraling
Voor het eerst is daarbij ook de vorming
van de tegengestelde polen, polarisatie (de witte strepen), van
deze straling
gemeten, wat kan helpen om onderscheid te maken tussen de
verschillende modellen, die de eerste biljoenste seconde
na de oerknal beschrijven, de blauwe vlekken zijn kouder dan de
rode vlekken op het plaatje.

De oerknal
Recente metingen van de kosmische
achtergrondstraling zijn in
overeenstemming met de voorspellingen gedaan
door de inflatietheorie, volgens deze theorie hebben kleine
schommelingen in het heelal kort na de oerknal,
die 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond, in een korte tijd een
enorm krachtige uitzetting veroorzaakt,
waarna de uitdijing van de ruimte in een rustiger tempo doorging
en er vorming van sterren, planeten en leven mogelijk werd.
Volgens wetenschappers bestaat het heelal
voor 4% uit atomen, 22% donkere materie en 74% is donkere energie,
donkere materie geeft geen licht en neemt geen licht op en is
alleen waar te nemen door zijn aantrekkingskracht.
Die donkere energie is verantwoordelijk voor de uitdijing van het
heelal, alleen gaat dit langzamer
dan 13,7 miljard jaar geleden en vormt een soort anti-aantrekkingskracht.

Verdeling materie
De metingen wijzen dan ook in de richting
van een heelal dat eeuwig blijft uitzetten.
De nieuwe bevindingen geven ook aan dat de temperatuursverdeling
in het jonge heelal niet helemaal gelijk was.
Afwijkingen van één miljoenste graad zijn verantwoordelijk voor
het samenklitten van sterrenstelsels miljarden jaren later.
Kuiper, Gerard Peter 1905-1973
Amerikaanse astronoom, maar geboren in Nederland.
Hij werd
vooral bekend om zijn onderzoek van het maanoppervlak,
daardoor ontdekte hij de atmosfeer van Titan en de manen Miranda, van Uranus,
en Nereïde, van
Neptunus.
De kuipergordel is naar hem genoemd.

Gerard Kuiper
Kuipers, André 1958-
Hij is geboren in Amsterdam.
Woont samen en heeft twee dochters.
Zijn interesses zijn: vliegen, duiken, skiën, trektochten,
reizen, geschiedenis.
Toen Wubbo Ockels in 1978
gekozen werd als ESA-astronaut was André Kuipers net begonnen met
zijn studie medicijnen. Sinds die tijd houdt hij zich al bezig
met de ruimtevaart.
Hij behaalde zijn artsexamen in 1987 aan de Universiteit van Amsterdam.
Als arts werkte hij mee aan
medische ruimtevaartexperimenten, deed onderzoek naar
longfuncties in
gewichtloze toestand en vloog verschillende keren als arts,
onderzoeker en proefpersoon mee
met de paraboolvluchten die ESA twee keer per jaar uitvoert.
In oktober 1998 werd Kuipers
geselecteerd als astronaut en in juli 1999 voegde hij zich
officieel bij
het Europese Astronautenteam, dat als thuisbasis het Europese
Astronauten Centrum, EAC,
in Keulen heeft.
André Kuipers is sinds 1999
astronaut bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.
Na Wubbo Ockels was hij de tweede Nederlandse astronaut die de
ruimte inging.
In december 2002 werd André
Kuipers aangewezen als boordingenieur voor een Soyuz-missie naar
het internationale ruimtestation ISS, missie DELTA vond plaats van 19 tot 30 april 2004.

André Kuipers
Hij is betrokken bij de
ontwikkeling van onderdelen en experimenten die ESA aan het
ruimtestation bijdraagt,
bij de wetenschappelijke paraboolvluchten, het ontwikkelen van
ruimtevaarttoepassingen in
de medische wereld en de ondersteuning van de vluchten van zijn
collega-astronauten.
Daarnaast is André Kuipers bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam.
Kuipers volgende toekomstige ruimtereis, 2 januari 2007
De Nederlandse astronaut
André Kuipers gaat over vijf jaar weer naar het ISS voor een langdurige missie.
Kuipers richt zich momenteel volledig op het trainen voor een
toekomstige ruimtemissie.
Hij geeft toe dat zijn gezinsleven daaronder lijdt. Door ISS zit
ik zo'n 60 procent van mijn tijd in Amerika en Rusland.
Mijn gezin komt daar soms heen. Ik ben ook veel in Keulen en
Canada.
Op de thuisbasis European
Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk is hij
heel weinig.
André Kuipers zit de meeste tijd in het buitenland voor
trainingen voor het internationale ruimtestation ISS.
Op de kalender boven zijn bureau is geen dag onbeschreven.
Kuipers is arts en had nooit
verwacht dat hij zou worden opgeleid tot copiloot van een
Russisch ruimteschip.
Voorlopig voorziet Kuipers geen problemen in de combinatie werk
en privé. Met zijn vrouw heeft hij
goede afspraken gemaakt en ESA stelt zijn gezin in staat naar Amerika of Rusland
te komen.

André Kuipers
28 januari 2006
De Nederlandse astronaut André Kuipers is begonnen met de
training voor een langdurige ruimtemissie
in het internationale ruimtestation ISS.
Kuipers vloog twee jaar
geleden al naar het ISS met een Russische Soyuz ruimtesonde, van
19 en 30 april 2004
en voerde tal van wetenschappelijke experimenten uit in het
ruimtestation.
Het nieuws van een nieuwe en
langdurige ruimtemissie werd vrijdag bekend gemaakt door de ESA
en de voorbereiding
en training van zijn langdurige missie, die 6 maand kan duren,
zal ongeveer 10 jaar in beslag nemen.
André Kuipers staat ook op
de reserve lijst voor een Amerikaanse Space Shuttle missie en
indien een Canadese astronaut
voor 2010 zou uitvallen uit de geselecteerde Space Shuttle crew
moet Kuipers hem dan ook vervangen.
In februari zal André
Kuipers naar Houston vertrekken waar hij diverse trainingen zal
volgen en later in het jaar vertrekt hij
naar Canada voor de opleiding voor het werken met de robotarm
Canadarm-2 die zich aan het ISS bevindt.