INFO OVER HET ZONNESTELSEL
2006
De NASA is van plan om in september 2007 het
ruimtevaartuig DAWN te lanceren.
DAWN maakt net als de Smart-1 gebruik van een ionenmotor en zal rondjes om twee planetoïden gaan draaien.
In 2011 komt het
ruimtevaartuig bij de planetoïden Neres en Vesta aan,
hierna gaat hij door naar Ceres, waar hij in 2015 aankomt, om deze dwergplaneet (planetoïde)
in kaart te brengen.

DAWN
Dawns zonnepanelen, gemaakt
door het Nederlandse DutchSpace, leveren de stroom die de motor
nodig heeft om ionen
uit de xenon brandstof met grote snelheid de ruimte in te
schieten. De kracht van de motor klein, maar zeer efficiënt.
Omdat hij in totaal 2100 dagen brandt, krijgt Dawn uiteindelijk
toch de snelheid die nodig is om zijn bestemming te bereiken.
De zonnepanelen van Dawn zijn vergelijkbaar met die van de
komeetverkenner Rosetta van de ESA, die in 2004 werd gelanceerd.
DAWN vliegt langs Mars, 18 februari 2009
Vandaag vliegt DAWN op een afstand van 549 kilometer langs Mars.
Tijdens deze flyby wordt de baan van de ruimtesonde veranderd door
de
zwaartekracht van Mars, hierdoor komt DAWN in een langgerektere ellipsbaan om de zon
en in een
baan die ongeveer vijf graden is geheld ten opzichte van de baan
van de aarde.
De wijzigingen zijn nodig voor de voorbereiding van de ontmoeting in 2011
met de
planetoïde Vesta, daarna de dwergplaneet Ceres, in 2015.
Tijdens de vlucht langs Mars worden de wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde getest.

Door de zwaartekracht van Mars krijgt DAWN een hogere
baansnelheid, Mars zelf
wordt ietjes
afgeremd, over 70 miljoen jaar is er een afwijking van één
centimeter.

Dawn zweeft naar Mars, 3 december 2008
De
ionenmotor van Dawn is
volgens plan uitgeschakeld.
De ruimtesonde zweeft nu in de richting van Mars, voor een flyby in februari 2009.
Door de
zwaartekracht van
Mars zal de ruimtesonde de juiste snelheid en richting
krijgen om in 2011 bij de planetoïde Vesta aan te komen. Over een half jaar zal
de ionenmotor weer voor langere tijd worden aangezet om Dawn een
extra zetje te geven.

Dawn op weg naar Mars
Een
ionenmotor verkrijgt zijn
voortstuwingskracht aan de uitstoot van geladen deeltjes,
de xenon-ionen, die met behulp van een elektrisch veld worden
versneld.
Daar is heel weinig brandstof voor nodig, maar hierdoor is de
stuwkracht niet erg groot,
om een flinke snelheid te krijgen moet de motor lang aan staan.
Na Vesta volgt in 2015 de dwergplaneet Ceres, de ionenmotor zal tijdens de reis 50.000 werkuren maken.
Dawn op weg naar Vesta en Ceres, 28 september 2007
Gisteren om 13.34 uur Nederlandse tijd
heeft de NASA de Dawn gelanceerd (zie nieuws 26 september).
Dawn is een kleine, goedkope ruimtesonde die deel uitmaakt van
NASA's Discovery-programma.
In februari 2009 vliegt de ruimtesonde
vlak langs Mars om meer snelheid te maken.
In augustus 2011 komt hij in een baan rond de planetoïde Vesta.
In mei 2012 vliegt Dawn verder, om in februari 2015 aan te komen
bij Ceres.

Lancering DAWN
Dawn gaat naar planetoïden, 26 september 2007
NASA lanceert donderdag, 27 september DAWN (Dageraad),
vanaf het Kennedy Space Center in Florida,
voor een reis van 3 jaar naar de twee grootste planetoïden in de gordel tussen Mars en Jupiter.
Als alles volgens plan verloopt, komt hij
in september 2011 aan bij Vesta en ruim 3 jaar daarna,
in februari 2015 bij Ceres. In juli 2015 eindigt de missie.
Ceres heeft een doorsnede van ongeveer 910-975 kilometer en Vesta
is 580 kilometer lang
en 470 kilometer dik. Op het zuidelijk deel van Vesta bevindt
zich een grote inslagstructuur.
Indrukwekkend is dat op verschillende
plaatsen op aarde meteorieten zijn gevonden die afkomstig
lijken te zijn van Vesta. Eén daarvan kwam in augustus 1925 neer
bij Ellemeet, op het Zeeuwse
eiland Schouwen. De bewaard gebleven delen van deze meteoriet
bevinden zich in de faculteit
van de Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht en Museum/Sterrenwacht
Sonneborgh.
Eigenlijk heeft Nederland een stukje Vesta in huis.

Dawn klaar voor de lancering
Beide planetoïden, waarvan Ceres sinds
vorig jaar onder dwergplaneet valt, zullen maandenlang
vanuit een omloopbaan gedetailleerd worden onderzocht. Tussen de
banen van Mars en Jupiter
draaien ontelbare werelden van zeer uiteenlopende afmetingen rond
de zon.
Het zijn de overblijfselen van het oermateriaal waaruit 4,6
miljard jaar geleden
het zonnestelsel is ontstaan, inclusief de aarde.
NASA heeft al eerder planetoïden met
behulp van ruimtesondes onderzocht,
zoals Gaspra (1991), Ida (1993), Mathilde (1997) en Eros (2001).
Dat waren echter veel kleinere objecten die slechts kort tijdens
een voorbijvlucht werden onderzocht.
De 1200 kilo zware DAWN maakt de overtocht
met behulp van ionenmotoren.
Hun werking is gebaseerd op de ionisatie van xenongas, waarvan de
ionen met grote snelheid worden
weggestoten en door het geringe gasverbruik kan zo'n motor
jarenlang werken en grote snelheid opleveren.
Ionenmotoren zijn al eerder met succes
gelanceerd, zoals de komeetverkenner
Deep Space (1998-2001) en de Smart-1 (2003-2006).
Lancering Dawn uitgesteld tot september, 9 juli 2007
De lancering van de Dawn is uitgesteld tot
september, dit maakte de NASA zaterdag bekend.
Dawn gaat onderzoek doen aan de twee grote planetoïden Vesta en Ceres.
Dawn zou op zaterdagavond Nederlandse tijd
gelanceerd worden, maar onweersbuien in Florida vormden een te
groot risico
voor het vullen van de brandstoftanks, donderdag werd besloten de
lancering één of twee dagen uit te stellen.
Nu is gekozen voor een langer uitstel, omdat het lanceerplatform
op Cape Canaveral
in gereedheid gebracht moet worden voor de lancering van de
Phoenix naar Mars.
DAWN-missie gaat toch door, 28 maart 2006
NASA heeft op 27 maart bekendgemaakt toch door te gaan
met DAWN, die is voorzien van een ionenmotor.
Deze een ruimtemissie gaat naar de grote planetoïden Vesta en Ceres, die rond de zon cirkelen in de planetoïdengordel
tussen Mars en Jupiter. In maart was de Dawn-missie geschrapt
vanwege technische en financiële problemen.
DAWN zou eerst in juni 2006 gelanceerd
worden, maar door allerlei problemen en een forse
kostenoverschrijding
werd de lancering ruim een jaar uitgesteld. Daar zijn nu
oplossingen voor gevonden, zodat de missie,
die met ruim 70.000 miljoen euro werd verhoogd, alsnog kan
doorgaan.

DAWN
De lancering is uitgesteld tot juli 2007. De kosten van de missie bedragen 394 miljoen euro.
3 maart 2006
De NASA heeft bekend gemaakt dat de DAWN missie niet
doorgaat, maar er bleven vraagtekens
of dit definitief was en inderdaad eind maart kwam het bericht
dat de missie wel doorgaat (zie nieuws 28 maart)

DAWN
23 januari 2006
DAWN, die dit jaar juni gelanceerd zou worden, zal pas volgend
jaar gelanceerd worden.
De lancering wordt voor dit jaar geschrapt in verband met de
kosten en technische problemen.
Het project zou 373 miljoen dollar gaan kosten en vorig jaar werd al om 40 miljoen dollar extra gevraagd.
Op 27 januari zal NASA meer
bekend maken over de toekomst van de Dawn missie,
die deel uitmaakt van de Discovery missie.
9 november 2005
De lancering van de DAWN loopt vertraging op door een te laag
budget
en er zijn te weinig medewerkers, wat de nieuwe datum wordt is
nog niet bekend.
De Deep Impact is op 12
januari 2005 gelanceerd en op 7 april heeft de Deep Impact de komeet Tempel 1 bereikt,
die in 5½ jaar in een baan tussen die van Mars en Jupiter om de zon draait.
Op 3 april 1867 ontdekte
de Duitse astronoom Ernst Wilhelm Leberecht Tempel de komeet,
die later bekend zou worden als komeet 9P/Tempel 1, vaak afgekort
tot Tempel 1.
De omlooptijd van de
komeet rond de zon was toen 5,68 jaar en in 1873 en 1879 werd de
komeet opnieuw
waargenomen en in 1881 naderde de komeet Jupiter tot een afstand
van slechts 0,55 AU
en dat was genoeg om de baan van de komeet te verstoren, de
omlooptijd werd toen 6,5 jaar.
Vanaf de aarde was de
komeet daarna slecht te zien, in 1898 en 1905 werd geprobeerd de
komeet
waar te nemen, maar dat mislukte. Tientallen jaren daarna bleef
de komeet onzichtbaar.

Het logo van de Deep Impact

Deep Impact
Het doel is om meer te weten te komen over het ontstaan van ons zonnestelsel 4½ miljard jaar geleden.
Op 6 april is de
Impactor losgekoppeld die op 4 juli 2005 op de komeet Tempel 1
insloeg,
de komeet heeft een doorsnede van 6 kilometer en is 15 kilometer
lang.
De temperatuur in de
schaduw is -10°C en aan de zonzijde 60°C.
De komeet draait in krap twee dagen om zijn as.
Tempel 1 is gebutst door
de vele inslagen en vrijwel egaal grijs.
Nergens is ijs aan het oppervlak te zien.

Tempel 1 en Deep Impact
De inslag heeft een
krater van 25 meter diep en 100 meter breed veroorzaakt.
Kort voor de inslag ging een camera werken om opnames van het
naderende oppervlak te maken.
De Impactor woog 370
kilo en had een snelheid van 37.000 kilometer per uur.
De kracht waarmee de Impactor insloeg is te vergelijken met de
kracht van 4800 kilogram dynamiet.
Een miljard kilo
materiaal werd losgeslagen uit de komeet.
Een pluim van materiaal steeg naar schatting vijfhonderd meter
omhoog en viel later terug.
De Deep
Impact fotografeerde de inslag toen hij de komeet op een afstand
van 500 kilometer passeerde.
Ook telescopen op aarde volgden de inslag in de hoop meer over de
samenstelling van de komeet te weten te komen.

4 juli 2005, inslag op Tempel 1

67 seconden na de inslag
Deep Impact vliegt naar komeet Hartley 2, 15 december 2007
Het oorspronkelijke doel was eerst komeet Boethin, maar die blijkt onvindbaar.
Wetenschappers denken dat deze komeet uiteengevallen is in delen
die te klein zijn om te zien.
Het nieuwe doel is nu komeet Hartley 2.
De ontmoeting tussen Deep Impact en de komeet is op 11 oktober 2010.

Deep Impact
Tijdens de nieuwe Epoxi-komeetmissie
(eerst Deep Impact), die 40 miljoen dollar kost,
wordt overigens ook onderzoek gedaan aan exoplaneten.
Epoxi staat voluit voor Extrasolar
Planet Observation and Characterization
and
the Deep Impact Extended Investigation,
waarbij men de grootste telescoop van Epoxi-missie
zal gebruiken om bij een aantal nabije sterren te zoeken naar planeten die op de aarde lijken.
Komeet Hartley 2 is een kleine komeet, met
een kern van 800 meter in doorsnede.
De Epoxi-missie zal de komeet passeren op een
afstand van ongeveer 1000 kilometer.
Op weg naar de komeet zullen drie flyby's langs de aarde nodig
zijn om de goede richting te krijgen.
Stardust en Deep Impact-missie, 11 juli 2007
NASA heeft nieuwe bestemmingen gegeven aan Stardust en Deep Impact die hun eigenlijke missies al hebben volbracht.
Stardust onderzocht komeet Wild 2, waarvan hij enkele stofmonsters verzamelde
en op aarde afleverde,
Deep Impact onderzocht komeet Tempel 1 en schoot daar een klein
projectiel op af.
Stardust wordt naar Tempel 1 gestuurd om
daar de krater veroorzaakt door de Deep Impact missie in 2005
te onderzoeken en wordt daarmee de eerste komeet die door twee
ruimtemissies in twee verschillende jaren
is bezocht, in 2005 en 14 februari 2011.
Onderzoekers slaagden er in 2005 niet in om de krater te
observeren, omdat een stofwolk het zicht blokkeerde.

Stardust en Deep Impact-missie
Ondertussen krijgt Deep Impact een dubbele
taak. Hij zal op 5 december 2008 langs komeet Boethin vliegen
en in de tussentijd zoeken naar planeten bij andere sterren, waarvan
bekend is dat ze een planeet hebben
die bij elke omloop voor de ster langs beweegt.
Komeet 85P/Boethin is een kleine komeet, draait iedere elf jaar
om de zon en werd in 1975 ontdekt.
Epoxi na flyby op weg naar
komeet Hartley 2, 3 januari 2009
Epoxi vloog op 29 december op 43.000
kilometer afstand langs de aarde.
De baan van de
komeetverkenner is hierdoor zodanig afgebogen dat hij nu op koers
ligt voor
een ontmoeting met komeet Hartley 2 op 4 november 2010.

Voorstel voor Deep Impact, 13 april 2007
Het team van Deep Impact heeft een voorstel-missie ingediend voor de
toekomst van de komeetverkenner.
Deze missie staat bekend als EPOXI en heeft van
de NASA een half miljoen dollar aan subsidie meegekregen.
De EPOXI-missie
heeft als tussendoel, Exoplanetaire Observatie en Deep Impact
aanvullende onderzoeken.
EPOXI staat voor: Extrasolar Planet
Observation and Deep Impact EXtended
Investigation.
De andere missie is de
DIXI-missie, of Deep Impact
EXtended Investigation.
Met als doel komeet Boethin, hiervoor moet de ruimtesonde de
zwaartekracht van de aarde gebruiken
om in de richting van de komeet te komen, dit gebeurt op 31
december 2007.

Deep Impact en komeet
Deep Impact gaat in de
tussentijd drie sterren waarnemen, waardoor nauwkeurige metingen van de
omloopbanen
en van de timing van de sterbedekkingen van de exoplaneten
mogelijk zijn.
De planeetontdekkende fase
van Deep Impact zal eindigen in mei 2008, de ontmoeting met de
komeet Boethin zal
in december 2008 plaatsvinden, waarbij Deep Impact de komeet tot
een afstand van minder dan 700 km zal naderen.
Vanwege de hoge snelheid van 10 kilometer per seconde van de Deep
Impact zal er slechts zes uur waarnemen
mogelijk zijn, voordat Boethin weer buiten het zicht verdwijnt.
Komeet Tempel 1 geeft geheimen prijs, 14 juli 2006
Toen Deep Impact op 4 juli 2005 insloeg op komeet Tempel 1, werden
duizenden kilo's kometenmateriaal de ruimte in geblazen.
Met behulp van de spectrograaf van de Spitzer is onderzocht waar
dat materiaal uit bestaat.
De onderzoekers hebben
verschillende vaste stoffen in Tempel 1 ontdekt, die nooit eerder
in kometen zijn waargenomen,
zoals carbonaten (kalk), het kleimineraal smectiet,
metaalsulfiden en koolwaterstoffen.
Vooral de aanwezigheid van de
eerste twee stoffen is verrassend, omdat deze verbindingen
normaal gesproken
alleen in een omgeving ontstaan waar vloeibaar water aanwezig is
en kometen bestaan uit bevroren materiaal.
Vreemd genoeg bevat Tempel 1
ook kristallijne silicaten, dit zijn verbindingen die alleen bij
hoge temperaturen ontstaan.
Dit kan betekenen, dat de oermaterie waaruit ons zonnestelsel is
ontstaan, flink in beweging is geweest,
waardoor er een voortdurende vermenging van stoffen plaatsvond.

Komeet Tempel 1
In de deeltjes die de
Stardust bij komeet Wild 2 heeft verzameld nog geen carbonaten en
kleimineralen aangetroffen.
Het kan dus ook zijn dat Tempel 1 een buitenbeentje is onder de
kometen.
Deep Impact nieuwe missie, 31 oktober 2006
In juli 2005 werd de Deep Impact-missie
volbracht door een botsing met komeet Tempel 1, de Impactor.
De Deep Impact onderzocht toen deze inslag en verkeert nog steeds
in een prima staat.
Daarom besloot de NASA het ruimtevaartuig naar een andere komeet, Boethin,
te sturen.
Onderzoekers hopen op deze manier meer informatie over
verschillende kometen te krijgen,
dit is nodig om een duidelijker beeld te krijgen waar kometen uit
bestaan en het leven op aarde.
Omdat er geen nieuwe lanceringen nodig
zijn, is deze DIXI-missie,
Deep Impact eXtended
Investigation, behoorlijk kosten besparend.

Deep Impact
Komeet Boethin bevindt zich nu op een
afstand voorbij de baan van Saturnus,
maar zal bij de waarnemingen in december 2008 net buiten de
aardbaan vliegen.
Drie toestellen van de Deep Impact, 2 kleurencamera's en een
infraroodspectrometer, zullen de oppervlakte,
de reflectie-eigenschappen, de structuur en samenstelling van de
komeet bestuderen.
Op deze manier hopen de komeetwetenschappers opnieuw een grote
stap voorwaarts te kunnen zetten.
Nieuwe missie Deep Impact, 4 juli 2006
Vandaag is het precies een jaar geleden
dat de Impactor van de Deep Impact insloeg op komeet Tempel 1.
De ontwerpers van de missie wisten dat op 5 juli 2005 de komeet
het punt zou bereiken
waarbij de afstand tot de zon het kleinst was.
Er werd gekozen voor een inslag op de
komeet op 4 juli, de dag waarop in de Verenigde Staten
de onafhankelijkheid van het land wordt gevierd.
Het is gebruikelijk dat op deze feestdag
vuurwerk wordt afgestoken, het vuurwerk van de inslag was dus
een speciale gebeurtenis om de viering van de 4th of July een
bijzonder tintje te geven.

Baan Deep Impact
NASA overweegt om Deep Impact naar een
andere komeet te sturen.
Op 21 juli 2005 werd een baanwijziging uitgevoerd die de Deep
Impact
op 31 december 2007 weer in de buurt van de aarde brengt.
Mogelijk zal de ruimtesonde daarna naar
komeet 85P/Boethin worden gestuurd, deze komeet,
met een omlooptijd van 11,2 jaar, zal in 2008 weer in de buurt
van de zon komen.
Komeet Tempel 1 komt in 2024 en in 2036
weer in de buurt van Jupiter, op een afstand van 0,55 en 0,91 AU.
De baan zal dan weer veranderen, de kortste afstand tot de zon is
daarna bijna 2 AU.
Komeetinslag Deep Impact maakte water los, 4 april 2006
Bij de inslag van de Impactor op komeet Tempel 1, is 250.000 ton water de ruimte in
geblazen.
Dit blijkt uit onderzoek van de waarnemingen van de inslag,
verricht door de Swift-röntgensatelliet van de NASA.
De ruimtesonde Deep Impact schoot op 4 juli 2005, de Impactor in de ijzige
kern van de komeet, en de gevolgen
van die inslag zijn door talloze telescopen en satellieten
bestudeerd. Swift registreerde twaalf dagen lang een
verhoogde röntgenhelderheid, veroorzaakt door botsingen van
zonnewinddeeltjes met watermoleculen.

Temperatuurkaart Tempel 1
Deze temperatuurkaart van Tempel 1, is
samengesteld uit opnames van de Deep Impact.
De drie ijsrijke gebieden zijn aangegeven door drie nummers en
bevinden zich dichtbij
de koudste delen van de komeet met temperaturen van - 285, -290 en -295° Kelvin.
Uit de metingen blijkt dat Tempel 1 in
totaal 250.000 ton water heeft geproduceerd, veel meer dan eerst
werd
aangenomen. Sterrenkundigen hopen nu meer te weten te komen over
de inwendige structuur van de komeetkern.
Waterijs op Tempel 1, 3 februari 2006
Uit waarnemingen van NASA's Deep Impact missie blijkt dat er waterijs
aanwezig is op het oppervlak van de komeet Tempel 1.
Dit is de eerste keer dat waterijs wordt
ontdekt op een komeet.
Alleen is er maar minder dan 1% van het oppervlak van Tempel 1
bedekt met waterijs.
De gegevens werden verzameld op 4 juli
2005, toen de ruimtecapsule van de Deep Impact,
de Impactor, met een snelheid van 37.000 kilometer per uur op de
komeet Tempel 1 insloeg.

Inslag Impactor op Tempel 1
Tijdens de afdaling werden er veel foto's
van het oppervlak gemaakt.
Een team van bijna 2.000 wetenschappers vond later waterijs op
het oppervlak van de komeet.
Het team kwam er ook achter dat de komeet
veel zwakker in elkaar zit dan eerst werd gedacht.
De komeet bestaat namelijk meer uit lege ruimte, dan uit steen en
ijs.
De Impactor kwam op een gebied terecht, waar geen ijs aan het oppervlak aanwezig was.
De inslag veroorzaakte een grote klap,
waarbij materiaal van onder het oppervlak
de ruimte in werd geblazen en hiertussen zat wel waterijs.
Het zou gaan om kleine hoeveelheden met
stof vermengd ijs van drie gebieden
met een gezamenlijk oppervlak van vijf voetbalvelden.

Blauwe vlekken zijn waterijs
Hierdoor zijn de wetenschappers van mening
dat er wel ijs voorkomt
onder het oppervlak van de komeet Tempel 1.
Volgens de wetenschappers is het ijs uit het inwendige van de komeet door erosie aan het oppervlak gekomen.
12
oktober 2005
Onderzoek van de Europese komeetverkenner Rosetta na de inslag op de komeet Tempel 1
door de Deep Impact (Impactor), laat zien dat de komeetkern meer
stof en gruis bevat dan ijs.
Rosetta is
onderweg naar de komeet Churyumov-Gerasimenko en kon de inslag op
Tempel 1
op een afstand van 80 miljoen kilometer waarnemen.
De Tempel 1 lijkt op een stofbal die door bevroren sneeuw bijeen wordt gehouden.

Opname van Tempel 1 door Rosetta
Wetenschappers gaan er vanuit dat kometen
in hun kern grotere organische moleculen herbergen.
Planeten zijn in hun vroege leven bestookt met kometen die als
meteorieten insloegen.
Kometen zouden de bron van het water op
aarde zijn en mogelijk zelfs van het leven.
Maar om dit te weten te komen is een uitgebreider onderzoek nodig
van een komeetkern.
Dit is het doel van de ESA, die op 4 maart 2004, Rosetta lanceerde.
Die zal echter pas in 2014 bij een komeet aankomen.
20
juli 2005
De Deep Impact is in een zodanige baan gebracht dat hij eind 2007
weer in de buurt van de aarde zal komen.
Eén van de
mogelijkheden voor de Deep Impact van de NASA is, dat de ruimtesonde in 2008 opnieuw
een ontmoeting zal hebben met een komeet: de komeet Boethin.
7 september 2005
De komeet Tempel 1, het doelwit van de Deep Impactsonde,
blijkt erg broos te zijn en
niet meer vastheid te hebben dan een sneeuwwolk.
De komeet
is voor het grootste deel poreus en er zit geen vast ijs in.
Het ijs heeft de vorm van kleine korrels.
Het stof en
de ijskorrels van Tempel 1 vormen een losse structuur van fijne
deeltjes die losjes
vastgehouden wordt door een zwakke zwaartekracht.
26
september 2005
De ESA wil met de Don Quijote-missie de aarde beschermen tegen kosmische inslagen.
Er wordt nu
gewerkt aan het Don Quijote project,
waarmee gevaarlijke planetoïden afgebogen kunnen worden.
Don Quijote bestaat uit twee ruimtevaartuigjes, Sancho en Hildalgo.

Don Quijote met planetoïde
Hildalgo
vliegt met hoge snelheid op een planetoïde te pletter,
met de bedoeling om hem in een iets andere baan te krijgen.
Sancho zal de planetoïde, voor en na de inslag, bestuderen.
De ESA wil op deze manier gegevens verzamelen,
om planetoïden die de aarde bedreigen af te buigen.
Voor deze
missie zijn twee kleine planetoïden uitgekozen: 2002 AT4 en 1989
ML.
Over twee jaar, in 2007, wordt één van deze twee planetoïden
uitgekozen.