INFO OVER HET ZONNESTELSEL
De
gemiddelde afstand tot de zon is 150 miljoen kilometer.
De oppervlaktetemperatuur varieert van -70°C tot +55°C.
De schuine
stand van de aarde veroorzaakt de jaargetijden tijdens haar baan
om de zon en heeft
een baansnelheid (om de zon) van 30 kilometer per seconde.
Dit is 108.000 kilometer per uur.
De aarde
draait in ongeveer 24 uur om haar as, met een snelheid van 1667
kilometer per uur bij de evenaar,
bij de noordpool met 0 kilometer en bij Nederland met een
snelheid van 1026 kilometer per uur.
Volgens
oude getijdenafzettingen duurde ongeveer 900 miljoen jaar geleden
een dag 18 tot 20 uur en een jaar 419 tot 481 dagen.
De
zwaartekracht van de maan en de zon zorgen voor de getijdenwerking,
waardoor
we op aarde
eb en vloed krijgen. De aantrekkingskracht van de aarde houdt de
atmosfeer vast.
Wanneer we
aan de zwaartekracht van de aarde willen ontsnappen moeten we een
snelheid van 11,2 kilometer
per seconde behalen, dit is de ontsnappingssnelheid. Als we aan
de zwaartekracht van de zon willen ontsnappen,
is een ontsnappingssnelheid van 617 kilometer per seconde nodig
en om aan de ontsnappingssnelheid
van een neutronenster te ontsnappen is een snelheid nodig van meer
dan
300.000 kilometer per seconde.
De aarde is
tot nu toe de enige planeet in het heelal waarvan we weten dat er
leven is.
Het ontstaan van het leven op aarde vond plaats op het moment dat
er meer zuurstof in de atmosfeer kwam.
De grootste
stijging van zuurstof vond plaats tussen 1,3 en 0,6 miljard jaar
geleden,
vanaf 0,6 miljard jaar geleden werd het huidige gehalte bereikt.
Bacterieel
onderzoek laat zien dat het eerste zuurstof
2,4 miljard jaar geleden in de atmosfeer terechtkwam.
De
onderzoeken zijn mogelijk gemaakt door nieuwe hulpmiddelen
bij het zoeken naar fossielen van micro-organismen.

De aarde
Kern
De kern ligt ongeveer 2900 kilometer onder de aardkorst.
De kern bestaat vooral uit:
De kern bestaat uit een binnen- en een buitenkern.
Binnenkern
De binnenkern is vast en heeft een doorsnede van 1250
kilometer.
De temperatuur in de binnenkern is ongeveer 4000°C.
Buitenkern
De buitenkern is vloeibaar en heeft een doorsnede van
2200 kilometer.
Door de bewegingen tussen
deze twee lagen
wordt het magnetische veld van de aarde veroorzaakt.
Mantel
Om de buitenkern ligt de mantel, deze heeft een doorsnede van
2900 kilometer.
De mantel bestaat ook uit twee delen, de buiten- en de
binnenmantel.
Buitenmantel
De buitenmantel heeft een temperatuur van tussen de 1000-3000°C.
Binnenmantel
De binnenmantel heeft een temperatuur van ongeveer
3200°C.
Aardkorst
De
aardkorst is de buitenste
laag van de aarde, de dikte van de aardkorst is niet overal
gelijk.
Onder
het land is hij 30-70 kilometer dik.
Onder de oceanen is hij 8 kilometer dik.
De korst bestaat uit:

Lagen van de aarde
Atmosfeer
De atmosfeer beschermt ons tegen gevaarlijke stralingen.
De voornaamste gassen in de atmosfeer zijn:
De lagen van de atmosfeer:
Tussen de
10-40 kilometer hoogte bevindt zich de ozonlaag
die ons beschermt tegen ultraviolette
straling, UV.
Het
bijzondere aan de aarde is het water,
71% van de oppervlakte bestaat hieruit.
Zonder
water zou er op aarde geen leven zijn.
De rest (29%) is land, waarvan het grootste deel op het
noordelijk halfrond ligt.


Nederland betrokken bij dubbele
satellietlancering,
1 november 2009
Maandag
2 november worden twee satellieten door de ESA gelanceerd met een
Russische
raket
vanaf de lanceerbasis Plesetsk, de SMOS (een watermissie) en
Proba-2, Project of Onboard Autonomy.
Bij
beide missies is Nederland nauw betrokken.
SMOS, Soil Moisture and
Ocean
Salinity, werd ontwikkeld vanuit ESTEC, het technisch
centrum van de
ESA, en ook zijn meetinstrumenten werden hier getest.

Het
onderzoek heeft ook te maken met
klimaatverandering.
Als het aardoppervlak droger wordt, wordt de lucht
erboven minder vochtig.
Daardoor stijgt de temperatuur, waardoor meer zeewater verdampt en het
zoutgehalte toeneemt.
Wanneer zeeën zouter
worden kan de loop van oceaanstromen
veranderen,
waardoor het klimaat op sommige plekken drastisch anders
kan worden.
SMOS moet dat proces in kaart brengen.



Meteoor waargenomen,
22 augustus 2009
Zaterdag 15
augustus is vanuit Nederland en België rond 10 uur 's avonds een zeer
heldere meteoor
te zien geweest. De kop van de meteoor was
groenachtig, de staart oranje.
Ook braken er deeltjes van de meteoor
af.

CERN
was klaar met het repareren van
de schade die vorig jaar september ontstond
bij een
heliumlek in de LHC, maar nu is er een nieuw probleem ontstaan.
Er zijn
twee vacuümlekken in delen van
de deeltjesversneller ontdekt,
waar ultralage temperaturen moeten
heersen. Men moet deze ruimtes
op warmen om een reparatie uit te
kunnen voeren, wat betekent
dat het project pas medio november van
start kan gaan.









Satellietbotsing veroorzaakt
veel ruimtepuin, 12
februari 2009
Twee
communicatiesatellieten, een Amerikaanse en een Russische zijn dinsdag
tegen elkaar gebotst met een snelheid van tienduizenden kilometers per
uur,
hierdoor is een enorme hoeveelheid
ruimtepuin ontstaan.
Het gaat om een Amerikaanse Iridium 33-satelliet, gelanceerd in 1997,
gewicht 560 kilogram
en de Russische Cosmos
2251-kunstmaan, die al 10 jaar niet meer werkte, gelanceerd in 1993
deze woog 900 kilogram. De satellieten
bevonden zich in een baan op 790 km hoogte boven Siberië.
Er zijn al 600
brokstukken gevonden. De kleine en
grote brokstukken kunnen een bedreiging zijn
voor andere
satellieten of ruimtevaartuigen, en misschien voor het internationale
ruimtestation
ISS.
Het ISS bevindt zich op 354 kilometer hoogte en kan als dit nodig is
een
uitwijkmanoeuvre uitvoeren.
De geplande lancering later deze maand van
de spaceshuttle Discovery gaat ook gewoon door.

Waarom
niemand de botsing heeft zien aankomen is nog onduidelijk.
Het Amerikaanse Strategic Space Command houdt met radar de banen en
bewegingen
van 18.000 satellieten en brokstukken groter dan 10
centimeter in de gaten.
Een botsing van deze
omvang is nog niet eerder voorgekomen.
Wel vernietigde China een weersateliet op ongeveer deze hoogte.
Het is drie keer eerder
voorgekomen dat twee ruimtevaartuigen met elkaar in
botsing kwamen,
maar bij die botsingen was veel minder ruimtepuin vrijgekomen dan bij
deze botsing.
Sinds 1957 zijn zesduizend
satellieten in een baan om de aarde gebracht.
Volgens de NASA
werken er nog drieduizend.
De versneller wordt niet
in het voorjaar in gebruik genomen, maar eind september.
Het Europese onderzoeksinstituut CERN in Geneve maakte dit maandag
bekend.


2008 duurt een seconde langer, 31 december 2008
Net als drie jaar geleden
wordt aan het
eind van dit jaar een schrikkelseconde toegevoegd.
Dit betekent dat 23 uur, 59 minuten en 59 seconden wordt gevolgd
door
23 uur 59 minuten en 60 seconden en dan 00 uur, 00 minuten en 00
seconden.
Deze seconde wordt in alle
tijdzones
tegelijk ingevoerd om middernacht universele (wereld) tijd,
hierdoor komt er bij ons niet om 12 uur een seconde bij maar om 1 uur.
Het invoeren van
schrikkelseconden is
nodig om de officiële tijd gelijk te laten lopen
met de werkelijke draaiing van de aarde, deze is niet
constant
gelijk, maar
vertraagt
heel langzaam, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de
getijdenwerking van de maan.

Schrikkelseconde
Daar 2008 ook een
schrikkeljaar was, is
2008 het langste UTC-jaar sinds 1992,
toen werden ook een dag en een seconde toegevoegd.
De schrikkelsconde wordt voor de 24ste keer sinds 1972 toegevoegd.
Schrikkelseconden en
schrikkeldagen hebben
niets met elkaar te maken, schrikkelseconden zijn
een correctie voor het feit dat de omloop van de aarde om de zon
niet precies 365 dagen duurt.
Misschien
wordt binnenkort besloten om de
schrikkelseconde in 2013 af te schaffen.
Men wil dan het verschil met
de aardrotatie op laten lopen tot een uur,
en dan één
keer een correctie toepassen, bijvoorbeeld door de
wereldwijde
omschakeling van winter- naar zomertijd achterwege te
laten.
LHC start volgend jaar zomer, 9 december 2008
De LHC in
Genève, herstart
in de zomer van 2009. Enkele dagen nadat op 10 september
de eerste protonen door de 27 kilometer lange tunnel onder de
Frans-Zwitserse grens
waren afgeschoten, werd de installatie stilgelegd.
Een
defecte elektrische
verbinding tussen twee magneten leidde tot mechanische schade.
Hierdoor stroomde een deel van het helium, dat nodig is voor de
koeling, in de tunnel.
De twee eerste vervangende magneeteenheden zijn alweer in de
tunnel geïnstalleerd
Voor
reparatie en schoonmaak
werden 53 magneeteenheden uit de tunnel verwijderd,
waarvan er al 28 zijn teruggebracht. De laatste magneet hangt
eind maart weer op zijn plaats.
Tegen eind juni kan de temperaruur van min 271,3 graden celsius
worden bereikt
en is de Large Hadron Collider klaar voor nieuwe tests.
De
herstellingswerken gaan
waarschijnlijk 20 miljoen euro kosten,
terwijl het al drie miljard euro heeft gekost.
Large Hadron Collider, LHC, 21 oktober 2008
Een fout in de elektrische
verbinding
tussen twee supergeleidende magneten
heeft ervoor gezorgd dat de LHC vorige maand stilgezet moest
worden.
De problemen zijn ernstiger
dan men dacht
en de reparatie zal zeker nog acht maanden duren.
Door de fout ontstond een temperatuurstijging en een ontlading (vonk),
waardoor een gat in de behuizing
van het koelsysyteem van het helium ontstond en eruit liep. De
noodkleppen raakten overbelast,
waardoor de druk in het systeem zo hoog opliep dat een aantal
magneten werden ontzet en beschadigd.

LHC elektrische fout in de verbinding
Na onderzoek blijkt dat 29
supergeleidende
magneten aan vervanging toe zijn, aanpassingen
aan het waarschuwingssysteem en aan de veiligheidskleppen van de
koelsystemen.
Het is nog niet duidelijk of de pijpen van de versneller zijn vervuild door roet van de kortsluiting.
In de tunnel houden ongeveer
10.000
supergeleidende magneten de deeltjes op koers.
Ze worden met 120 ton vloeibaar helium gekoeld.
LHC ligt langer stil, 25 september 2008
De LHC deeltjesversneller
heeft opnieuw
problemen.
Het onderzoek was 19 september na een week opnieuw opgestart en
is nu weer buiten werking.
De onderzoekers hoopten eerst na een reparatie over twee maanden
opnieuw te starten.
Maar zoals het er nu naar
uitziet, duurt
het langer dan gedacht om de grootste
deeltjesversneller te repareren. De versneller blijft buiten
gebruik tot het voorjaar,
eerst dacht men twee maanden nodig te hebben voor
herstelwerkzaamheden.
De LHC is eerst stilgelegd
nadat er een
elektronisch probleem (in de transformator)
werd vastgesteld in het koelingssysteem. Dit systeem is
belangrijk omdat
de temperatuur in de LHC -271,3 graden Celsius (-273,15 °C = 0 K)
moet zijn, men wil hiermee het absolute nulpunt zo goed mogelijk
benaderen.

LHC buiten werking
Daarna trad in de tunnel een
groot
heliumlek op, volgens CERN waarschijnlijk doordat de bedrading
tussen twee magneten defect raakte. Deze magneten dienen om de
protonen te versnellen.
De LHC
gebruikt helium voor
superkoeling van de magneten die hierdoor als supergeleiders
dienst doen. Het grootste probleem is dat de ruimte waarin het
defect plaatsvond,
opgewarmd zal moeten worden, voordat men met de reparaties kan
beginnen.
Door deze
opwarming gaat het
zeker twee maanden duren voor de deeltjesversneller weer
in gebruik kan worden genomen. De reparaties zelf kunnen
waarschijnlijk in enkele dagen
voltooid zijn, maar het opwarmen en afkoelen van de
deeltjesversneller duurt erg lang.
De LHC is een complexe
machine die nog op
proef draait en waarschijnlijk
nog wel enkele keren in de komende tijd stilgelegd zal worden.
Start van de deeltjesversneller LHC , 11 september 2008
Donderdag 10 september is de
nieuwe
deeltjesversneller, de Large Hadron Collider, LHC,
in de Globe van de CERN van start gegaan. Dit is een koepelvormig
expositiegebouw,
CERN is de Europese organisatie voor nucleair onderzoek in
Genève.

Buizen LHC
De straal die na twintig
minuten op het
computerscherm te zien was, was een teken
dat de versneller goed werkte. Ook slaagden de wetenschappers
erin de protonen
weer tot stilstand te brengen. De machine is bedoeld om de
allerkleinste deeltjes,
de elementaire deeltjes waaruit alle materie is opgebouwd te
onderzoeken.
In de sterk gekoelde, 271,1
graden Celsius
onder nul en 27 kilometer lange tunnel, ingeklemd
tussen het meer van Genève en het Franse Juragebergte, zijn de
eerste protonen geïnjecteerd en
hebben een eerste volledige ronde gemaakt. Deze eerste test van
het complexe systeem verliep zonder
grote problemen. De start is een belangrijk moment na ruim twee
decennia lang ontwerpen en bouwen.
In 1989 begon de eerste start
met de bouw
van de CERN's LEP-versneller. De ring ligt ongeveer honderd meter
onder de grond, op de grens van Frankrijk en Zwitserland en heeft
meer dan 6 miljard euro gekost.
De eerste volledige ronde in
de LHC is een
bijzondere mijlpaal voor de ruim tweehonderd Nederlandse
onderzoekers en technici en meer dan vijfduizend wetenschappers
uit 44 landen, die aan de LHC hebben
meegewerkt. Nederland bouwde mee aan onderdelen van drie van de
vier grote detectoren die botsingen
van de LHC gaan analyseren, de ALICE, ATLAS en LHCb.
ALICE bestudeert het quark
gluonplasmamassa van materiedeeltjes, dit is toestand van materie
die
ten tijde van de Big Bang bestond, ATLAS zoekt naar het Higgs-deeltje,
dit is de ontbrekende schakel in
het Standaard Model van de deeltjesfysica en LHCb wil onderzoeken
waarom er minder antimaterie is,
want na de oerknal of Big Bang was er evenveel materie als
antimaterie aanwezig.

Atlas detector
Al meer dan 100 jaar proberen
wetenschappers de samenstelling en de werking van onze
subatomaire
wereld te verklaren. Deze theorie wordt het Standaard Model van
de deeltjesfysica genoemd.
Dit is een theorie die meerdere keren bepaalde deeltjes en
gebeurtenissen heeft voorspeld die
daarna experimenteel bewezen konden worden. Deze tak van de
natuurkunde onderzoekt
de bouwstenen van de kosmos en de krachten die de deeltjes
bijeenhouden.
De onderzoekers testen de
buis de komende
dagen. Binnenkort moeten in de versneller protonen
(positief geladen deeltjes), één van de bouwstenen van atomen,
met bijna de snelheid van het licht,
ongeveer 300.000 kilometer per seconde, op elkaar botsen. Daarbij
komen allerlei elementen vrij
die ook vrijkwamen toen het heelal ontstond. Wetenschappers hopen
met de experimenten inzicht
te krijgen in het heelal een fractie na de oerknal, ongeveer 14
miljard jaar geleden.
De eerste botsingen van
protonen zullen
naar verwachting de komende maand plaatsvinden.
Tot die tijd worden de versneller en de detectoren die de
botsingsproducten signaleren nog
verder afgesteld en afgebouwd. Eind van dit jaar zijn alle tests
afgerond. De wetenschappers
kunnen dan zeshonderd miljoen protonbotsingen per seconde tot
stand brengen.

LHC deeltjesversneller
Op vier plaatsen in de ring
waar de
detectoren zijn geïnstalleerd vinden die botsingen plaats.
De meest belangrijke proef wordt uitgevoerd bij de scanner van
Alice.
De botsing daar moet zorgen voor een mini-oerknal. Door het
ontstaan van het heelal na te bootsen,
hopen de wetenschappers de elementen te ontdekken waaruit het
universum bestaat.
Ze hopen vooral materies te vinden waarvan het bestaan wel wordt
vermoed, maar nooit is aangetoond.
De vragen en onduidelijkheden
probeert men
met de LHC te achterhalen.
Bijvoorbeeld de voorspelling van het vinden van het Higgs-deeltje.
Dit deeltje zou verantwoordelijk
zijn voor de werking van de zwaartekracht, de kracht die veel
deeltjes een massa geven.

Peter Higgs
Dit is een voorspelling die
voortkomt uit
het Standaard Model van de deeltjesfysica die men
binnenkort probeert te bewijzen. Een andere vraag is waarom er
zoveel meer materie is dan antimaterie.
Dit heeft waarschijnlijk te maken met een klein onevenwicht vlak
na het ontstaan van het heelal.
Dit wil men met de LHC proberen te onderzoeken.
Ruim anderhalf jaar is de
versneller nu in
gebruik, want het duurde al maanden om de magneten
te koelen. Begin september werden de eerste stukjes tunnel door
de protonen uitgetest, waarbij
bij het LHCb-experiment een meting werd gedaan met behulp van een
Nederlands detectoronderdeel (LCHb).
De protonen zijn afkomstig
van
waterstofatomen die ter plekke gestript worden, dit houdt in dat
zij
hun enige elektron kwijt raken. Het kale proton dat overblijft is
nodig voor de experimenten van de LHC.
In een voorversneller worden de protonen versneld en in de tunnel
geïnjecteerd, waar ze
hun rondes maken tot ze worden verwijderd of met elkaar in
botsing komen.
Bij de protonenbotsingen
kunnen de
temperaturen oplopen tot 100.000 keer de warmte
in het centrum van de zon. Toch houdt het koelsysteem de versneller op
een constante temperatuur van ongeveer 271 graden onder nul.

Overzicht LHC en detectoren
Als twee protonen in de
tunnel van CERN
frontaal op elkaar botsen breken ze in heel veel stukjes
die alle kanten op vliegen. Duizenden detectoren staan klaar om
al deze stukjes op te vangen.
Hopelijk ook het deeltje dat geldt als het grote geheim van de
natuurkunde, het Higgsdeeltje.
Volgens het Standaard Model
zou er
namelijk een deeltje moeten bestaan dat alle materie
in het heelal z'n gewicht of massa geeft. Dit deeltje bleek tot
nu toe onvindbaar,
er waren geen detectoren die het konden waarnemen.
De machine van CERN is zo
krachtig dat het
Higgsdeeltje bijna niet verborgen kan blijven voor
de wetenschappers die ernaar zoeken. Vanaf woensdag wordt er elke
dag 40.000 gigabyte
aan meetinformatie verzameld en geanalyseerd. De verwachting is
dat het nog wel
een jaar of twee zal duren voordat het Higgsdeeltje wordt ontdekt,
als het wordt ontdekt.
De enorme hoeveelheid
gegevens van de
proeven zijn genoeg om elk jaar
100.000 dubbelzijdige dvd's te vullen. De informatie wordt
wereldwijd opgeslagen
op elf supercomputers. Eén daarvan staat in Amsterdam.

Binnenin de Atlas
De
ATLAS-detector van CERN's
nieuwe deeltjesversneller LHC is 44 meter lang en 22 meter hoog.
De verschillende lagen van de meetapparatuur zijn elk gevoelig
voor andere soorten deeltjes.
ATLAS gaat op zoek naar het Higgs-deeltje, dat volgens
natuurkundigen alle andere materie van massa voorziet.
Het laatste deel van de ATLAS-detector, een 100 ton wegend element, werd in februari van dit jaar op zijn plek gezet.
Aarde in de verte, 17 juli 2008
Deep Impact heeft op 50 miljoen kilometer afstand een
filmpje
van de aarde gemaakt.
Op het filmpje is ook te zien hoe de maan voor de aarde langs beweegt.
Deze beelden worden gebruikt
om technieken
te ontwikkelen waarmee planeten buiten
ons zonnestelsel bestudeerd kunnen worden, hoe bijvoorbeeld de
helderheid van
een planeet als de aarde verandert door zijn draaiing en welke
invloed het verschil
tussen land (continenten) en water (oceanen) daarbij speelt.

Deep Impact filmt aarde en maan
De onderzoekers proberen met
deze kennis
de aanwezigheid van water en wolken op een verre
(exo)planeet vast te stellen, zelfs als de grootste telescopen
niet meer dan een puntje laten zien.
Deep Impact schoot op 4 juli
2005 een
projectiel af op komeet Tempel 1 en is
nu onderweg naar komeet Hartley 2, die hij op 4 november 2010 zal
bereiken.
Tijdens deze reis verricht hij onderzoek, zoals het op afstand
bestuderen van de aarde.
Tweede Galileo-satelliet stuurt eerste signalen door, 15 mei 2008
De gelanceerde tweede
testsatelliet voor
het satellietnavigatiesysteem Galileo heeft begin mei
zijn eerste navigatiesignalen gestuurd, dit heeft ESA
bekendgemaakt.
De Giove-B werd op 27 april door een Sojoez-Fregat draagraket in
de ruimte gebracht.
Op 9 mei stuurde de
satelliet, onder meer
naar het ESA-grondstation in
het Ardense Redu en Fucino in Italie, zijn eerste signalen door.

Satelliet telescopen die signalen opvangen van GIOVE-B
Specialisten onderzoeken nu
de kwaliteit
van de signalen want die is van belang voor het
Europese positioneringssysteem dat een preciezer en civiel
alternatief moet zijn voor
het militaire Amerikaanse gps, het Russische Glonass en het
Chinese Compass.
Giove-B zendt voor de eerste
keer signalen
uit met een specifieke codering, MBOC
(multiplexed binary offset carrier). Dit was afgesproken in een
akkoord getekend in 2007 door de Europese
Unie en de Verenigde Staten. Dit akkoord was belangrijk voor
zowel Galileo als de toekomstige GPS III.
ESA lanceerde tweede Galileo, 28 april 2008
Zondag 27 april, net na
middernacht is de
tweede Galileo-satelliet gelanceerd,
vanaf de lanceerbasis Bajkonoer in Kazachstan en in een baan om
de aarde gebracht.
GIOVE-B is de tweede
testsatelliet van het
Europese GPS-systeem en vervangt GIOVE-A,
die bijna aan het einde van zijn levensduur is.
De tweede Galileo
navigatiesatelliet is
gebouwd door de Europese deelnemers in
het ruimtevaartproject Galileo. Twee jaar na de succesvolle GIOVE-A
missie, gelanceerd
in december 2005, volgt nu GIOVE-B om de technologie van Galileo
verder te ontwikkelen.

Galileo 2 klaar voor lancering
De satelliet heeft twee
kleine rubidium
atoomklokken aan boord, elk met een afwijking
van maximaal tien nanoseconden per dag. Er is maar één klok,
die nauwkeuriger is,
de Passive Hydrogen Maser (PHM), die een precisie heeft van één
nanoseconde per dag.
Dit is de meest stabiele klok die ooit in de ruimte heeft gewerkt.
Aan elke Galileo-satelliet komen twee PHM's en twee rubidium
klokken als back-up.
De volgende stap van het
Galileo
navigatiesysteem is de lancering van vier satellieten.
In 2010 testen deze satellieten de infrastructuur in de ruimte en
op de grond.
Daarna wordt de rest van de dertig Galileo-satellieten naar de
ruimte gebracht
en is het eerste satellietnavigatiesysteem van Europa in 2013
compleet.
Behalve voor navigatie kan het door EU-landen ook gebruikt worden
voor rekeningrijden.
Het Galileo-project gaat minimaal 3,4 miljard euro kosten.
Kaguya fotografeert opkomst aarde, 23 april 2008
De camera van ruimtesonde
Kaguya van de
Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA,
die op een hoogte van 100 kilometer rond de maan vliegt, heeft
opnamen gemaakt
van de opkomst van de aarde gezien vanaf de horizon van de maan.

Opkomst van de aarde
Kaguya, die in het verleden
Selene heette,
ziet twee keer per jaar, wanneer zon, aarde,
maan en ruimtesonde zich in de juiste onderlinge positie bevinden,
de aarde in beeld komen.
Vanaf de aarde zien we de
schijngestalten
van de maan, als de maan door de zon wordt verlicht
en vanaf de maan is te zien dat ook de aarde schijngestalten
heeft. Geregeld is ook een
opkomende aarde zichtbaar, maar deze wordt dan niet volledig door
de zon verlicht.
De opname is gemaakt op 6
april, de
horizon van de maan bevindt zich op de zuidpool.
Op de aarde zie je het Noord Amerikaanse continent, links van het
midden en de Pacific Oceaan in het midden.
De bovenkant van de aarde is de zuidpool, dus Noord Amerika ligt
ondersteboven.

Opkomst van de aarde
Op de bovenste foto zie je de
opkomst van
de aarde, het duurde ongeveer 40 seconden
van de linker foto naar de rechter foto. De camera wordt ook
gebruikt voor het
gedetailleerd in kaart brengen van het maanoppervlak.

Logo Lunar Exploration
Planetoïde nadert de aarde, 26 januari 2008
Planetoïde 2007 TU24 vliegt dinsdag 29 januari om half
tien
’s ochtends vlak langs de aarde.
Hij passeert op een afstand van ongeveer 537.500 kilometer, dit
is twee keer de afstand
van de aarde naar de maan. De planetoïde heeft een doorsnede van 150
tot
600 meter
en komt dicht genoeg bij om waargenomen te worden met een kleine
telescoop.
De laatste keer dat een object van deze grootte de aarde
passeerde was in 1985.

Planetoïde TU24
Ook in de nabije toekomst
vormt 2007 TU24
geen bedreiging, tot 2027 komt er waarschijnlijk
geen enkele planetoïde van deze grootte meer zo dicht in de
buurt van de aarde.
Kleinere objecten zullen er nog wel langs de aarde scheren. In
1908 was het laatste grootste incident.
In dat jaar schampte een
planetoïde de
aarde boven Siberië en ontplofte op 10 kilometer hoogte.
De schokgolf die dat teweeg bracht, had het effect van een
gemiddelde atoombom.
Gelukkig vond de explosie plaats boven onbewoond gebied.
Statistisch gezien, slaat er
volgens de
wetenschapper eens in de 100 à 200 jaar een planetoïde in op
aarde.
De meeste brokken uit de ruimte die op aarde dreigen te belanden,
verbranden in de dampkring.
De 2007 TU24 is met
radiogolven gescand en
onderzoekers konden de vorm van planetoïde vaststellen.
De vorm van 2007 TU24 lijkt een contact binary te zijn, dit is
een brok steen dat in feite uit twee
afzonderlijke planetoïden bestaat, deze hebben zoveel
baanenergie verloren dat ze op elkaar gevallen zijn.
Men vermoedt dat ongeveer 10% van alle aardscheerders een
vergelijkbare vorm hebben.
Dinsdag wordt met behulp van de Arecibo-radiotelescoop in Puerto Rico observaties gedaan naar 2007 TU24.
Galileo, de GPS-satellieten, 13 december 2007
De EU-landen hebben na
maandenlang
touwtrekken een akkoord bereikt over de bouw van Galileo
en moet met dertig satellieten in de ruimte de Europese
verbeterde versie van het Amerikaanse
GPS-systeem voor positiebepaling op aarde worden. Het project is in totaal begroot op
3,4
miljard euro.
Eén satelliet hangt al in de
ruimte, maar
het project zal niet voor 2013 volledig zijn gerealiseerd.
Ooit was het de bedoeling dat het in 2008 al operationeel zou
zijn.

Galileo
De satellieten zijn de
duurste EU-aankoop
ooit. De GPS-satellieten moeten Europa onafhankelijk maken
van Amerikaanse of andere navigatiesystemen. Automobilisten
kunnen er hun navigatieapparaten
als TomTom op instellen, terwijl de overheid het kan gebruiken
voor de registratie bij rekeningrijden.
Critici
menen
dat Europa bezig is met overbodige technologie omdat de
Amerikanen inmiddels
werken aan een nieuwe versie van GPS. Ook Rusland en China zijn
bezig met satellietenprojecten.
Meteorietkrater in Peru wordt bewaakt, 5 oktober 2007
De krater in de Andes van
Peru op 19
september is veroorzaakt door een meteoriet.
Het gat in de grond, 3 kilometer van het plaatsje Penu, is zo'n
vijftien meter breed en vijf meter diep.
Op foto’s zijn brokstukken te
zien
die duidelijk meteorieten zijn. Een Amerikaanse
meteorietenhandelaar
die in Peru was, heeft diverse deeltjes in zijn bezit. De
inslagplek wordt inmiddels door de politie
bewaakt, om te voorkomen dat meer meteorietdelen in handen van
verzamelaars komen.

Meteorietinslag in Peru
Ruim 150 inwoners van het
Peruaanse dorpje
Carancas nabij het Titicacameer waren ziek geworden nadat zij
de krater bezochten. Ze kregen last van braakneigingen, hoofdpijn,
geïrriteerde kelen en kriebelende neuzen.
Waarom de bezoekers van de
krater ziek
werden, is voor wetenschappers nog een raadsel.
Waarschijnlijk zijn de mensen in contact geweest met een gas uit
de krater.
De gasvorming is mogelijk
ontstaan door
een reactie tussen elementen uit de meteoriet
en stoffen uit het oppervlak van de aarde. Het gebied wordt vaker getroffen door
meteorieten.
In 2002, 2004 en in juni dit jaar zijn ook inslagen gesignaleerd.
Envisat maakt satellietkaart van de aarde, 14 mei 2007
Envisat heeft heel scherpe satellietkaarten van de aarde gemaakt.
Afzonderlijke delen van de aarde zijn eerder al in veel hogere
resolutie in beeld gebracht.
Wereldkaarten van het
GlobCover-project
worden elke twee maanden samengesteld uit de gegevens
van de Envisat-waarnemingen. De GlobCover-beelden zullen in de
toekomst informatie
vormen voor onderzoek die het milieu aangaan, zoals vervuiling en
ontbossing.

Envisat maakt scherpe opname van de aarde
Aardscheerder Apollo vliegt langs de aarde, 8 mei 2007
De planetoïde Apollo vliegt vandaag op 10,7 miljoen
kilometer
afstand langs de aarde.
Apollo werd in 1932 ontdekt en was de eerste planetoïde waarvan
men wist dat hij de baan van de aarde kruiste.
Bij Apollo is laatst een klein maantje ontdekt van ongeveer 75
meter groot.

Aardscheerder Apollo
Apollo heeft een doorsnede
van bijna 2
kilometer en kan heel dicht bij de aarde komen.
Tot nu toe zijn er vele honderden aardscheerders ontdekt, die op
Apollo lijken, de afstand van Apollo
tot de aarde is bijna dertig keer de afstand van de maan, terwijl andere aardscheerders regelmatig
op afstanden van enkele honderdduizenden kilometers langs de
aarde komen.
In de meeste gevallen gaat
het om
planetoïden die aanzienlijk kleiner zijn dan Apollo, maar zo'n
inslag
kan catastrofale gevolgen hebben, hij beweegt vandaag door het
sterrenbeeld Kraanvogel.
Ruimterobotjes, 1 mei 2007
Technici van het
Nano-electronics Research
Center van de Universiteit van Glasgow werken aan ruimterobots
van een paar millimeter groot. Het is een computerchip, nanobots,
met een extreem dun laagje kunststofomhulsel,
dat met behulp van kleine elektrische spanningen van vorm kan
veranderen, verkreukelen of uitzetten.
Hierdoor kan het robotje in
de atmosfeer
van een planeet van koers veranderen. Nagebootste vluchten laten
zien dat
veranderingen in de vorm ervoor zorgt, dat de robotjes mee kunnen
reizen met zonnewinden om bij hun doel aan te komen.

Nanobots
De nanobots krijgen een
zonnecel voor de
stroomvoorziening, richten zich op kleine radiobakens op het
planeetoppervlak
en staan met elkaar in contact via microgolfstraling. In de
toekomst kunnen ze worden uitgerust met miniatuur-sensors,
anders zijn ze niet nuttig voor het verkennen van planeten.
Wetenschappelijke studies
tonen aan dat
het mogelijk is om nu Venus te verkennen met nanobots.
Rond 2020 zijn chips veel kleiner dan nu en kunnen we dus andere
planeten verkennen.
Het duurt dus nog jaren voordat deze nanobots klaar zijn om
gelanceerd te worden.
2006 was warmste in tenminste drie eeuwen, 30 december 2006
In
de Bilt is
het dit jaar voor het eerst in de geschiedenis gemiddeld boven de
11 graden uitgekomen.
De temperatuur bedraagt zelfs 11,2 graden en daarmee is 2006
veruit het warmste jaar sinds
in ons land de temperatuur wordt gemeten, dit jaar is dat precies
drie eeuwen geleden.
Tot
voor kort
waren 1990, 1999 en 2000 de warmste jaren met 10,9 graden.
Nu was het warmer dan het langjarige gemiddelde van 9,8 graden,
berekend over 1971-2000.
In
de eerste
jaren van de 21e eeuw lag het jaargemiddelde tussen 10,3 en 11,2
graden, dus jaarlijks ruim
boven de norm. Gemiddeld over de laatste 10 jaar bedraagt het
jaargemiddelde zelfs 10,6 graden.

Opwarming van de aarde
Ook
de maand
december was zeer zacht en staat op de vierde plaats van de
zachtste decembermaanden
sinds 1901. Vorst was er nauwelijks, alleen in de Bilt op 10
december en afgezien van wat motsneeuw
viel er geen sneeuw, dat is ook uitzonderlijk laat in het seizoen.
De hoeveelheid neerslag en het aantal uren zon waren in december vrijwel normaal.
In
het
afgelopen jaar waren juli, september en de herfst (oktober en
november) in zeker 300 jaar niet zo warm.
Het ergst was de hitte in juli verdeeld over twee hittegolven,
die in totaal ruim drie weken duurden.
Gigantische ijsschots afgebroken in Canadees noordpoolgebied, 29 december 2006
De enorme ijsbreuk vond
plaats in augustus
2005, maar is pas ontdekt op satellietbeelden
en is de grootste ijsbreuk in 25 jaar. Door de breuk is een
ijsschots van ongeveer
66 vierkante kilometer ontstaan, een oppervlakte iets groter dan
Amersfoort.
Het stuk ijs brak af bij de
kust van
Ellesmere Island, de Arctische Eilanden in Canada,
ongeveer 800 kilometer ten zuiden van de noordpool.
De breuk was zo krachtig dat aardbevingapparatuur 250 kilometer
verderop de trillingen heeft waargenomen.
De ijsschots dreef zo'n vijftig kilometer verder en hechtte zich
daar aan het bevroren zeewater.
Delen
van
Canada, die voor duizenden jaren intact zijn gebleven, gaan
verloren door het warme weer.
Dit is een signaal van de versnelde opwarming van de aarde.

Noordpool smelt
Alle
Arctische
Eilanden zijn 90 procent kleiner geworden in de laatste honderd
jaar.
We kunnen de veranderingen misschien niet 100 procent wijten aan
het klimaat.
maar de opwarming speel zeker een grote rol," aldus de
wetenschapper.
De
ijsschots
was een van de zes overgebleven grote ijsschotsen in het Canadese
noordpoolgebied
en zijn bedekt met ijs dat 3.000 jaar oud is. Ze drijven op zee,
maar zijn verbonden met het land.
Bovendien kan de ijsschots naar de open zee drijven, waar
handelsschepen langskomen.
We zullen deze locatie nog enige tijd in de gaten moeten houden,
vooral als het brok ijs volgende zomer
richting de Beaufort Zee drijft waar zich olieplatforms,
gaswinning en vaarwegen bevinden.
Kleine inslagkans voor planetoïde 2006 XG1, Aarde, 29 december 2006
Op
31 oktober
2041 scheert de planetoïde 2006 XG1 dicht langs de aarde,
met een kans van 1 op 40.000 dat het object de aarde raakt.
Astronomen houden de komende jaren de planetoïde goed in de
gaten.
Mocht de planetoïde inslaan, dan richt deze regionale tot
landelijke schade aan.
De
planetoïde
werd op 20 september dit jaar ontdekt, door onderzoek in de
zoektocht
naar NEO's - Near Earth Objects, dit zijn objecten die dicht bij
de aarde in de buurt kunnen komen.
Planetoïde
2006 XG1 heeft een doorsnede van ongeveer 600 tot 1.400 meter.
Voor NEO's is dat nog steeds zeer groot. Op dit moment lijkt de
planetoïde ons
op 31 oktober 2041 te missen op een afstand van slechts 5.000
kilometer.
Aarde warmt snel op, 27 september 2006
In de afgelopen drie decennia
is de
temperatuur met 0,6° Celsius gestegen.
De aarde is in 12.000 jaar niet zo warm geweest, als
de
temperatuur nog een graad stijgt, wordt een
gemiddelde temperatuur bereikt die vermoedelijk een miljoen jaar
geleden voor het laatst heerste.
Als de opwarming onder dat
niveau blijft,
zijn de gevolgen nog wel beheersbaar.
Maar als door verdere opwarming de temperatuur 2 of 3 graden
stijgt,
zullen we een andere planeet krijgen dan die we nu kennen.
Ongeveer drie miljoen jaar
geleden, in het
midden van het plioceen was het 2 tot 3 graden warmer.
De zeespiegel lag toen ongeveer 25 meter hoger dan nu.

Aarde en orkaan Gordon
September 2006 is de warmste
septembermaand in 300 jaar.
Volgens het KNMI was juli ook al de warmste julimaand in 300 jaar.
Het KNMI noemt het opmerkelijk dat de warme septembers elkaar
snel opvolgen.
In 1999 was september ook al de warmste in drie eeuwen.
In 1994 waren juli en
november de warmste
in 300 jaar, volgens het KNMI is de afgelopen periode
heel wisselend, want na een extreem hete julimaand volgde een
extreem natte en vrij koele augustus,
waarop weer een warme septembermaand volgde.
De maand september is
voorlopig 4 graden
warmer dan het langjarig gemiddelde.
Ook 2003 was een uitzonderlijk warme zomer met temperaturen
tussen 25 en 31 graden.
Bosbranden in Portugal en Spanje, Aarde, 11 augustus 2006
Envisat maakte op 9 augustus een foto van de
bosbranden in
het noordwesten van Spanje en in Portugal.
Steden als Vigo en Santiago de Compostela werden toen al omringt
door een zee van vuur.
Brandweermannen in Portugal en Spanje krijgen nog nauwelijks grip
op de bosbranden.
Sinds de
bosbranden vorige
week begonnen, is er al meer dan 10.000 hectare bos verloren
gegaan.
Gisteren waren er nog meer dan 100 brandhaarden in het gebied,
waarvan een groot gedeelte is aangestoken.

Bosbranden in Spanje en Portugal
Er zijn
ieder jaar wel
bosbranden in de regio Galacia, maar er zijn dit jaar veel meer
bosbranden
dan de afgelopen jaren en hierdoor gaat het blussen traag.
In
Portugal woeden veertien
branden, deze bevinden zich in het noorden en in het midden van
het land.
Hier zijn 700 brandweermannen bezig met bluswerkzaamheden.
Het noordelijke gebied nabij Paredes is de meest getroffen regio.
Planetoïde passeert maandag 3 juli de aarde, Aarde, 29 juni 2006
Berekeningen tonen aan dat planetoïde 2004 XP14 op 3 juli dicht langs de aarde vliegt.
De afstand tussen de aarde en de planetoïde bedraagt om 6.25 uur
Nederlandse tijd 432.308 kilometer.
Dat is 1,1 keer de gemiddelde afstand van de aarde en de maan, maar zal niet botsen met de maan.
In Nederland is het zwakke
licht van de
planetoïde niet zien, want hij valt niet op door
het licht van de ochtendzon, bovendien vliegt hij heel snel,
binnen een halve dag is het voorbij.
Tijdens het passeren van de planetoïde zullen radarwaarnemingen
worden verricht.
De planetoïde 2004 XP14, werd
op 10
december 2004 ontdekt door een telescoop van het LINEAR programma.
Deze telescoop houdt voortdurend planetoïden rondom de aarde in
de gaten.
Wetenschappers waren bezorgd, want er was een mogelijkheid dat
deze planetoïde
eind deze eeuw in botsing zou kunnen komen met de aarde.
De grootte van 2004 XP14 is
niet precies
bekend, op basis van de helderheid wordt geschat,
dat de planetoïde een doorsnede heeft tussen de 410 en 920 meter.
Hij draait in 397 dagen om de zon in een baan die de aardbaan kruist.

Planetoïde 2004 XP14
Door de grootte en de baan
behoord de
planetoïde tot de mogelijk gevaarlijke planetoïde.
Er zijn momenteel 783 van zulke planetoïden.
Planetoïde 2004 XP14 behoord tot de klasse planetoïden met de
naam Apollo.
De naam komt van 1862 Apollo,
de eerste
planetoïde van deze groep die werd ontdekt.
Deze planetoïde had een baan die de baan van de aarde kruiste,
net zoals 2004 XP14.
Tot nu toe zijn er bijna 2.000 Apollo's ontdekt.
Op 13 april 2029 zal er
echter een
planetoïde langs vliegen die we zonder telescoop kunnen bekijken.
De planetoïde Apophis zal de aarde naderen tot een afstand van
32.000
kilometer.
Zo'n gebeurtenis komt
gemiddeld slechts
één keer in de 1.500 jaar voor.
De planetoïde zal langs Azië en Afrika vliegen, waardoor hij
zelfs met het blote oog zichtbaar is.
Noordpool van de aarde schommelt door weersveranderingen, Aarde, 26 juni 2006
De aardas schommelt
voortdurend, terwijl
de aarde om haar as draait.
Sommige van die schommelingen, zijn al jaren bekend, maar voor de
moeilijk te meten
hele kleine schommelingen waren nog geen verklaringen te geven.
Dankzij nieuwe GSM-technieken
kunnen
onderzoekers nu de grootte van de schommelingen
van de aardas met grote nauwkeurigheid bepalen en de oorzaken
ervan op korte termijn achterhalen.
De metingen werden gedaan
tussen november
2005 en februari 2006, toen enkele grote
periodieke bewegingen in de positie van de draaiing van de aardas
elkaar precies ophieven,
dit gebeurt eens in de 6,4 jaar, zodat de kleine schommelingen,
soms niet groter dan een paar centimeter, beter onderzocht konden
worden.

Draaiing van de aarde
Volgens de onderzoekers
spelen de
meteorologische omstandigheden op het noordelijke halfrond
een belangrijke rol. De ligging van hoge en lage drukgebieden
boven Azië of Noord-Europa
en hun onderlinge positie, zorgden voor de lusbewegingen van de
pool.
Maar ook de oceanen spelen een rol, de onderzoekers konden een
verband leggen tussen
drukveranderingen in de oceanen en atmosfeer en kleine
poolbewegingen.
Aarde en maantje, 9 juni 2006
In 1999
kreeg de aarde tijdelijk gezelschap van planetoïde 2003 YN107.
Deze planetoïde is ongeveer 20 meter groot en draait sinds 1999
in
de opmerkelijke baanvorm van een kurkentrekker met de aarde mee
om de zon.
Deze
planetoïde maakt deel
uit van het groepje planetoïden, die onze planeet
af en toe eens van achteren inhalen en andersom, maar worden dan
niet echt door
onze planeet ingevangen, maar blijven er wel een tijdje omheen
draaien.

Aarde en baan planetoïde
Op dit
moment heeft de aarde
twee van die maantjes, naast 2003 YN 107 ook de 200 meter
grote planetoïde 2004 GU9, die al vijfhonderd jaar in de buurt
van de aarde is en nog wel een tijdje blijft.
De 2003 YN 107 staat op het punt om te vertrekken en blijft wel
in ongeveer dezelfde baan als
de aarde om de zon draaien, en zal naar verwachting over ongeveer
zestig jaar weer even een maantje zijn.
Onder het ijs van Antarctica ligt een enorme inslagkrater, 2 juni 2006
Op
Antarctica is een 500
kilometer grote inslagkrater ontdekt, in Wilkes Land en is breed
genoeg om Nederland
te bedekken. De inslag zou de oorzaak geweest kunnen zijn van het
uitsterven van bijna alle diersoorten in die periode.
De
krater is niet
zichtbaar en ligt bedolven onder het Antarctische pakijs en is
vermoedelijk
250 miljoen jaar geleden gevormd, tussen de tijdvakken van Perm
en Trias in.

Inslag op Antarctica, cirkel rechtsonder
Met
behulp van
radarwaarnemingen hebben geologen van Ohio State University de
krater ontdekt, nadat
de Amerikaanse GRACE-satellieten kleine zwaartekrachtafwijkingen
hadden waargenomen.
Deze
krater is veel groter
dan de krater Chicxulub op het schiereiland Yucatan bij Mexico,
die 65 miljoen jaar geleden
werd gevormd en waarschijnlijk het uitsterven van de
dinosauriërs op aarde heeft veroorzaakt.
De meteoriet die Chicxulub heeft veroorzaakt had waarschijnlijk
een doorsnede van 10 kilometer.
De
krater op Antarctica is
waarschijnlijk ontstaan door een inslag van een planetoïde met een doorsnede van
ongeveer 50 kilometer, misschien is de inslag zelfs
verantwoordelijk geweest voor het uiteenvallen van
het continent Gondwana, waardoor Australië naar het noorden werd
geduwd.
Aarde warmt zichzelf op, 23 mei 2006
De aarde zal de komende eeuw met anderhalf tot zeker
vierenhalve graad opwarmen. De oceanen reageren
op de opwarming van de aarde door veel minder koolstof vast te
leggen, zodat er meer CO2
in de atmosfeer achterblijft, met een nog sterker broeikaseffect
tot gevolg.
Volgens klimaatonderzoekers
uit Nederland,
Duitsland en Engeland werkt de aarde zelf mee aan
zijn broeikasprobleem. Broeikasgassen veroorzaken opwarming van
de aarde, maar die opwarming leidt
zelf weer tot een toename van de broeikasgasconcentraties en dus
tot nog meer opwarming.

Broeikaseffect op aarde
Het team heeft oud poolijs en
groeiringen
van bomen onderzocht. Met de gegevens die hieruit kwamen
hebben zij veranderingen in het klimaat uit het verleden
nagemaakt.
De onderzoekers ontdekten dat in eerdere perioden, tussen twee
ijstijden de hoeveelheid
koolstofdioxiden, CO2, in de atmosfeer, net als nu, hoger was dan
tijdens de koudere eeuwen.
De mens had toen, door de
uitstoot van
deze broeikasgassen, nog geen noemenswaardige invloed
op de aarde. De warmere aarde zorgde er voor dat algen, die CO2 opnemen,
minder voeding hadden.
Zodoende bleef er meer kooldioxidegas in de lucht hangen.
Volgens het team werkt het
proces ook
andersom, want tijdens de Kleine IJstijd, ongeveer van 1550 tot
1850,
bekend van de vele klassieke Hollandse ijspretschilderijen, was
de aarde kouder, waarschijnlijk voornamelijk
ten gevolge van een verminderde zonneactiviteit, en daalde het CO2-gehalte van de
atmosfeer.
De verwachtingen voor de
opwarming van de
aarde moeten worden aangepast. De onderzoekers schatten,
dat de verwachtingen over de opwarming met ongeveer 50 procent
naar boven moeten worden bijgesteld.
Dit kan een opwarming van 1,7 tot 6,1 graden voor de komende eeuw
betekenen.
Magnetisch veld aarde keert om, 14 mei 2006
Een nieuw onderzoek van de
logboeken van
oude schepen heeft aangetoond dat de schommelingen
in het magnetisch veld van de aarde, waardoor de magnetische polen verschuiven,
pas
sinds kort merkbaar
zijn geworden, ofwel vroeger was het magnetisch veld van de aarde
veel stabieler.
De reden waarom men juist
logboeken van
zeevaarders heeft genomen is, omdat voor hen de afwijking
tussen de magnetische pool en de noordpool enorm belangrijk was.
Het blijkt dat het magnetisch veld pas na 1840 sterk is afgenomen
en dat het verval van het magnetisch veld
tot 1860 miniem was, maar dat het daarna steeds sneller aan het
afnemen is.
In het huidige tempo (5% per eeuw) zal het veld over 2000 jaar
geheel verdwenen zijn.
Voor Nederland is die
afwijking maar één
of twee graden, maar in het hoge noorden van Canada,
waar de magnetische zuidpool ligt, kan dat al gauw 30 of zelfs
nog meer graden zijn.

Afname magnetisch veld
Het onderzoek kan
wetenschappers duidelijk
maken of de aarde zich opmaakt voor een magnetische omkering,
waarbij de magnetische noord- en zuidpool van plaats wisselen.
De afname kan ook verklaard worden door een groeiende magnetische
storing in de zuidelijke Atlantische Oceaan.
Aan de hand van magnetische,
vulkanische
rotsen heeft men vastgesteld dat de aarde al ontelbare ompolingen
heeft gekend, gemiddeld eens in de 300.000 jaar. De laatste
ompoling vond 780.000 jaar geleden plaats,
dus we zijn al ruim over tijd. Als de ompoling inderdaad plaats
vindt, dan duurt het 5000 jaar voordat
het veld weer op volle kracht is – met het verschil dat de
kompassen voortaan naar het zuiden wijzen.
Als het veld over gedurende
2000 jaar
omdraait, dan zal men iedere nacht over de hele wereld poollicht
kunnen zien.
De keerzijde zal zijn dat de hoeveelheid schadelijke straling zal
toenemen, aangezien de bescherming tegen straling
uit de ruimte verdwenen zal zijn. Over het einde van de mensheid
hoeven we ons geen zorgen te maken,
want onze voorouders hebben immers al vele ompolingen meegemaakt
en overleefd.

Magnetisch veld van de aarde
De blauwe veldlijnen zijn
noordelijk
georiënteerd en de oranje veldlijnen zuidelijk.
De veldlijnen lopen van de kern tot de magnetosfeer.
Kometen bron van water op aarde? 23 maart 2006
Sterrenkundigen hebben een
nieuwe klasse
van kometen ontdekt, die mogelijk de bron vormen van
het meeste water op aarde. De aarde was eerst warm en droog,
wetenschappers
denken dat het water pas op
aarde kwam, toen de planeet was afgekoeld. Botsingen met ijzige
kometen en planetoïden zouden ervoor gezorgd
kunnen hebben, dat er water terecht kwam op het oppervlak van de
aarde.
De drie ijzige kometen, die
tussen
planetoïden in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars
en Jupiter draaien, bevatten waarschijnlijk geheimen over het
ontstaan van de oceanen op aarde.
Deze kometen zijn, in tegenstelling tot andere kometen, gevormd
binnen de baan van Jupiter,
normaal vormen kometen zich buiten de baan van Neptunus, waar het
veel kouder is.
Bijna tien jaar geleden werd
al zo'n
planetoïdengordelkomeet ontdekt door de Belgische astronoom Eric
Elst
en zijn Italiaanse collega Guido Pizarro. De kometen bewegen niet
in schuine, langgerekte banen,
maar in min of meer cirkelvormige banen in het centrale vlak van
ons zonnestelsel.

Banen van de drie ijzige kometen
Het lijkt erop dat de
samenstelling van
deze ijzige kometen afwijkt van de normale kometen,
die in de buitendelen van het zonnestelsel zijn ontstaan. Daarom
kunnen deze kometen misschien
de bron zijn van het grootste deel van het water op aarde en
wellicht ook op Mars.
Uit onderzoek blijkt dat de
samenstelling
van het water van de kometen duidelijk anders is dan het water
van de oceanen op aarde, misschien dat toekomstige ruimtemissies
meer duidelijkheid kunnen geven.
De eerste belangrijke
waarnemingen werden
gemaakt op 26 november 2005 met de Gemini North telescoop
op de Mauna Kea vulkaan in Hawaï. Sterrenkundigen zagen toen dat
de planetoïde 118401 stof aan het
uitstoten was, net zoals een komeet, samen met komeet
133P/Elst-Pizarro,
die in 1996 werd ontdekt
en de komeet P/2005 U1, vormt deze groep een nieuwe klasse van
kometen.

Opnamen van de drie ijzige kometen
Ruimtepuin, 20 januari 2006
De ruimte boven de aarde is allang niet meer leeg.
Om de aarde cirkelt een grote vuilnisbelt van grotere en
kleinere brokstukken ruimtepuin.
Levensgevaarlijk, zo benadrukken NASA en ESA-onderzoekers .
Boven ons
tot 2000 kilometer
hoog, bevindt zich het kerkhof van het ruimtevaarttijdperk.
Meer dan vijf miljoen kilo ruimteschroot trekt er zijn baantjes
om de aarde.
Uitgebluste
weersatellieten,
verbruikte rakettrappen, afgestoten lenskappen, stukken
gereedschap
die tijdens ruimtewandelingen zijn kwijtgeraakt, afgebroken
zonnepanelen, bij elkaar vliegen er
meer dan 9000 brokstukken van tien centimeter of groter boven ons
hoofd.
Het
meeste ruimtepuin bevindt
zich op een hoogte van 900 tot 1000 kilometer boven het
aardoppervlak.
Met
snelheden tot wel 50.000
kilometer per uur kan zelfs het kleinste brokstukje enorme schade
toebrengen aan
ruimtevaartuigen en satellieten. Grotere stukken ruimteschroot
kunnen gigantische gevolgen hebben.

Ruimtepuin om de aarde
Op 900 tot 1000 kilometer
hoogte bevinden
zich vooral weersatellieten, navigatie- en
communicatiesatellieten.
Het Internationale Ruimte
Station
ISS bevindt zich op een hoogte van 350 kilometer,
dit
is buiten de gevarenzone.
Ook de bemande Shuttle-vluchten komen niet hoger dan 600
kilometer.
Tien jaar geleden hebben
landen met een
ruimtevaartprogramma met elkaar afgesproken om, niet meer dan
nodig,
ruimtevaartuigen te lanceren, zonder dat ze er nadat de missie is
volbracht, verder nog naar om kijken.
Iedereen heeft nu de plicht
om ervoor te
zorgen dat satellieten en raketonderdelen ook weer netjes
opgeruimd worden.
Meestal gebeurt dat door de baan iets te veranderen, zodat de
objecten uiteindelijk in de aardatmosfeer verbranden.
Ook mag er geen
raketbrandstof overblijven,
zodat er geen gevaar is voor explosies,
waarbij nog meer rondvliegende brokstukken kunnen ontstaan.
Oplossingen die zowel technisch als financieel haalbaar zijn, zijn er op dit moment nog niet.
Japan wil door de aardkorst heen boren, 16 januari 2006
Japanse onderzoekers beginnen
maandag een
speurtocht naar het binnenste van de aarde.
Vanaf een speciaal schip boren ze tot zeven kilometer diep in de
oceaanbodem, drie keer dieper dan ooit tevoren.
De oceaanbodem is veel minder
dik,
ongeveer 5,5 kilometer op de plaats waar de Japanners willen
boren,
dan de continentale aardkorst, deze is 25 tot 70 kilometer dik.
De Japanners hopen materiaal op te halen, dat aantoont hoe het leven is ontstaan.
Ook hopen ze meer te weten te
komen over
aardbevingen
en andere processen op grote diepte onder het aardoppervlak.
Het Japanse project is het
eerste dat de
aardmantel gaat onderzoeken, de laag na de kilometersdikke
aardkorst.
De aardmantel ligt tot ongeveer 2900 kilometer diep vanaf het
aardoppervlak.
Stofregen op aarde, 18 januari 2006
Ruim acht miljoen jaar geleden daalde een regen van kleine stofdeeltjes op aarde neer.
Dit blijkt uit geologisch
onderzoek aan
gesteenten- en oceaanafzettingen uit die periode,
deze afzettingen zijn heel rijk aan helium-3, een stof die op
aarde vrijwel niet voorkomt,
maar deze materie komt wel voor in de ruimte.
Er kwam in die periode,
gedurende enkele
honderdduizenden jaren vier maal zoveel kosmisch stof op aarde neer
dan gemiddeld, er dwarrelt nu gemiddeld 20.000 ton kosmisch stof
per jaar op het aardoppervlak neer.

Botsende planetoïden
Computerberekeningen aan de
banen van planetoïden hebben nu uitgewezen dat de kosmische
stofregen
zo goed als zeker het gevolg is geweest van de botsing van twee
planetoïden.
Die werden in kleinere stukken uiteengeslagen en moeten ook grote hoeveelheden stof geproduceerd hebben.
Uit onderzoek blijkt, dat de
temperatuur
gemiddeld 0,7 graden lager werd.
Dit kan veroorzaakt zijn, door de stofdeeltjes die het zonlicht
tegenhielden.
Broeikaseffect op aarde, 18 januari 2006
Warmer
water dat door klimaatverandering aan de oppervlakte van oceanen
ontstaat,
kan het broeikaseffect verder doen toenemen.
Door de
opwarming mengt de bovenste laag van de oceaan minder goed
met koudere lagen, waarin veel voedsel zit voor plankton.

Golfstroom
Omdat
plantaardig plankton het broeikasgas kooldioxide, CO2, opneemt, kan
een terugloop
van het plankton ertoe leiden dat er meer CO2 in de atmosfeer komt.
De afname
van de hoeveelheid plantaardig plankton, dat bestaat uit
microscopisch kleine algen,
heeft ook gevolgen voor de voedselketen in de oceanen. De algen
worden gegeten door dierlijk plankton,
dat het voedsel is voor bijvoorbeeld garnalen.
Het
plantaardig plankton zit op 100 meter diep om zonlicht van boven
te kunnen ontvangen.
Stikstof, fosfaat en ijzer ontvangen ze uit diepere oceaanlagen.
Wanneer dat
voedsel beschikbaar komt, groeit het plankton sterk.
Als het voedsel op is, sterft het plankton af en zakt het naar de
oceaanbodem.
Daarna is
het wachten op nieuwe aanvoer van voedsel, maar volgens de
onderzoekers komen de pieken
in de aanwas van plankton steeds verder uit elkaar te liggen.
Dit komt
door de slechte menging van verschillende waterlagen hierdoor
komt minder voedsel naar boven.
Bovendien worden de pieken onregelmatiger.
Over een periode van vijf jaar zal daardoor de hoeveelheid
plankton afnemen.

Het broeikaseffect
De
opwarming van de aarde als gevolg van het broeikaseffect kan
ervoor zorgen
dat het klimaat in Noord-Europa juist veel kouder wordt.
Niet alleen
atmosferische omstandigheden spelen een rol bij
klimaatverandering,
maar ook de temperatuur van zeewater.
Die heeft
namelijk invloed op oceanische stromingen,
die voor een belangrijk deel de temperatuurverdeling op aarde
bepalen.
Noorderlicht, 29 december 2005
Wetenschappers
hebben in 2004
de röntgensatelliet Chandra een aantal malen
op de aarde gericht, om naar het noorderlicht van onze
planeet
te kijken.
Het
noorderlicht is in het
röntgen ook waarneembaar en Chandra heeft voor het eerst
de minder energierijke röntgenstraling ervan opgespoord.

De gekleurde vlek is het noorderlicht
Het
noorderlicht ontstaat
doordat geladen deeltjes uit de ruimte verstrikt raken
in het aardmagnetische veld en door de magnetische veldlijnen met
grote snelheid
in de richting van de polen van onze planeet worden gevoerd.
Eenmaal
aangekomen in de
atmosfeer botsen deze deeltjes op de daar aanwezige atomen,
wat dus niet alleen zichtbaar licht oplevert, maar ook
röntgenstraling.
Extra schrikkelseconde, 28 december 2005
Het jaar
2005 duurt één seconde langer dan normaal,
geen 31.536.000 seconden maar 31.536.001 seconden.
In de nacht van 31 december op 1 januari wordt één schrikkelseconde ingelast.
Schrikkelseconden
zijn nodig omdat de draaisnelheid van de aarde niet helemaal gelijk is.
De atoomklokken lopen gelijk met de draaiing van de aarde.
In de loop van de tijd draait de aarde een heel klein beetje
trager om haar as.

De aarde met de maan
Dit komt
doordat de getijdenwerking van de zon en de maan wrijving veroorzaakt.
Ook gletsjers, aardbevingen en andere processen zorgen voor
verstoringen van de draaisnelheid.
Als de tijd
niet aangepast wordt, zou de zon daardoor steeds later opkomen.
Het is de drieëntwintigste keer dat dit gebeurt en misschien de
laatste keer.
De
schrikkelseconde van 2005 is misschien de laatste, want Amerika
heeft bij de International Telecommunications
Union (ITU) voorgesteld om de schrikkelseconden af te schaffen,
maar hier zijn de sterrenkundigen fel tegen.
De sterrenkundigen vinden dat de aarde gelijk moet draaien met de tijd en niet andersom.
Sinds 1972
worden af en toe schrikkelseconden ingelast.
Voor het laatst gebeurde dit 7 jaar geleden.
De invoering van de schrikkelseconde zal overal op de wereld tegelijkertijd gebeuren.
In Engeland
vindt het plaats tijdens middernacht, want daar loopt de
meridiaan (Greenwich),
daar gaan alle klokken van de wereld uit van de 'Universal Time'
(UT) die daar precies 0 is.
Wij
bevinden ons in de tijdzone UT+1 (in de zomer +2) en dus zal het
bij ons één uur later plaatsvinden,
oftewel op 1 januari om 1:00 uur.
Hieronder kun je zien wat er waarschijnlijk op teletekst te zien is:

Extra seconde
Oliebrand bij London, 12 december 2005
Envisat heeft de dikke rookpluimen van de oliebrand gefotografeerd.

Oliebrand in de buurt van Londen
De foto is
binnen 5 uur na de brand genomen, 10.45 uur GMT of 11.45 uur
Nederlandse tijd.
Het vuur ontstond zondagochtend 6 uur GMT met enorme explosies
bij het oliedepot Hemel Hempstead.
Door de
wind wordt de rook naar het zuidwesten en zuidoosten verspreid
en verspreid zich al over een gebied van 140 kilometer.
De magnetische noordpool verschuift, 10 december 2005
Na 400 jaar redelijke stabiliteit is de magnetische noordpool aan het verschuiven.
Het noorden
van het kompas is de laatste 400 jaar ongeveer 1100 kilometer
verplaatst,
weg uit de Noordelijke IJszee richting Noord-Canada.

Noordpool
Als dit zo
doorgaat zal de magnetische noordpool zich over 50 jaar in
Siberië bevinden.
Alaska zal, als dit gebeurt, zijn Noorderlicht kunnen verliezen.
Daar staat tegenover dat in Noord-Azië en Europa het poollicht aan kracht zal toenemen.
Door de
bewegingen van de magnetische noordpool staat deze vrijwel nooit
gelijk
met de geografische, de werkelijke noordpool.
Het aardmagnetische veld is de laatste 150 jaar ongeveer 10% in sterkte afgenomen.
Enorme ijsschots breekt af, 8 november 2005
De Envisat-satelliet heeft radarbeelden gemaakt van de enorme ijsschots B-15A.
De
ijsschots brak tien dagen geleden in kleinere ijsschotsen uiteen,
nadat hij op 28 oktober
in botsing kwam met het vaste land van Antarctica, Cape Adare.

IJsschots B-15A
De
ijsschots, even groot als de provincie Drenthe, was een restant
van
de nog grotere ijsschots B-15.
In maart
2000 brak de enorme ijsschots, B-15, meer dan 180 kilometer lang
en een oppervlakte
van 2.500 vierkante kilometer, los van het Ross IJsplateau, deze
ligt tegenover Nieuw-Zeeland.
Deze enorme
ijsschots B-15 dreef af naar de plek waar veel broedkolonies van
de Aledie-pinguïns waren.
Hij heeft lang in dit gebied, McMurdo Island rondgedreven.
In het voorjaar 2005 raakte de ijsschots B-15 op drift en brak uiteen.
Afbrekende
Mega-ijsschotsen blokkeerden regelmatig de weg naar zee voor de
Aledie-pinguïns,
door gebrek aan open water werden kolonies sterk in aantal
teruggebracht.
Iedere honderd jaar breken er ongeveer 20 reuzenijsschotsen af.
Lancering Cryosat, 7 oktober 2005
Op zaterdag
7 oktober 2005 vond de lancering plaats van de CryoSat,
deze satelliet zou het ijs op de noord- en zuidpool onderzoeken.
Bijna drie
jaar zou de satelliet metingen doen aan het vaste en
drijvende ijs op de noord- en zuidpool, op een hoogte van 717
kilometer.
Zo moest
aan het licht komen in hoeverre de massa van het poolijs
afnam door de opwarming van de aarde.
Het ijsoppervlak lijkt af te nemen, maar over de ijsdikte is
weinig bekend.
CryoSat
kon tot op 1 à 3
centimeter nauwkeurig bekijken in hoeverre de dikte
van het poolijs de komende drie jaar varieert en kon ook de dikte
van het zee-ijs meten.
CryoSat
kon geen sneeuw zien,
maar hiervoor zouden de gegevens van de sneeuwdiktemetingen
worden gebruikt die de Nederlandse poolreiziger Marc Cornelissen
eerder dit jaar voor de ESA verrichtte.
De
CryoSat is kort na de
lancering in de Noordelijke IJszee gestort, vlakbij Groenland.
Er wordt nu een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het
ongeluk.
De
CryoSat kostte de ESA ongeveer 140 miljoen euro
of er een nieuwe satelliet gebouwd wordt is nog niet bekend.
John
Adams was een Engelse
astronoom.
Samen met Urbain Le
Verrier
ontdekte hij Neptunus.

John Couch Adams
Edwin Aldrin is geboren op 30 januari 1930.
De Amerikaanse astronaut van de Apollo 11 die na Neil Armstrong op 21 juli 1969 op de maan stapte.

Edwin Aldrin
Op 16 juli 1969 werd de Apollo 11 gelanceerd.
Op 20
juli scheidde de
maanlander met Neil
Armstrong en Edwin
Aldrin
zich van de commandomodule met Michael
Collins, die
alleen achter bleef.
Op 21 juli stapten Neil Armstrong en Edwin Aldrin als eerste twee mensen op de maan.
Op 24 juli waren ze alle drie weer terug op aarde.

De lancering van de Apollo 11

Logo van de Apollo 11
De astronauten deden experimenten, maakten foto's en verzamelden monsters van stenen.
Ze kregen
lucht uit hun
rugzakken, die pompten ook koud water door de buizen in hun
ruimtepakken,
waardoor de astronauten koel bleven.

Edwin Aldrin stapt op de maan

De eerste stap op de maan
Neil Armstrong is geboren op 5 augustus 1930.
Hij is de Amerikaanse astronaut die als eerste mens op 21 juli 1969 op de maan stapte.

Neil Armstrong
Apophis
2004 MN 4 komt dan
heel dicht langs de aarde,
op een afstand van 32.000 kilometer, hij komt zelfs dichterbij
dan de maan.
De
planetoïde zal in Europa,
Afrika en West-Azië met het blote oog te zien zijn.
Apophis draait in 323 dagen om de zon, waarbij haar baan twee keer die
van de aarde snijdt en heeft een doorsnede van 320 meter.

Apophis
De
astronomen dachten eerst
dat hij zou inslaan op de aarde, maar dit is gelukkig niet zo.
Het is wel zo dat het dan vrijdag 13 april is!
Astronomie
of sterrenkunde is
de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen
en verklaren van alle voorwerpen en gebeurtenissen buiten de
atmosfeer van de aarde.
Astronomie betekent eigenlijk het geven van namen aan sterren.
De
astronomie bestudeert niet
alleen sterren, sterrenstelsels, kometen en meteoren,
maar ook de planeten van het zonnestelsel, de melkweg en zons- en maansverduisteringen.
Astrofysica
is een onderdeel
(natuurkunde) van de astronomie die alle processen
probeert te verklaren, met natuurkundige wetten, die zich
afspelen in het heelal.